Lokale Educatieve Agenda 2022-2025 (21-0360867)
Tekst van het document
LOKALE EDUCATIEVE AGENDA GEMEENTE WESTLAND 2022-2025
Steller: LEA-Partners Versie: Ter bespreking in de Raad van 22 februari 2022 Datum: 25-11-21
INLEIDING.......................................................................................................................3 KINDVISIE........................................................................................................................4 1.1
Inclusief.................................................................................................................................4
2.1
Ononderbroken lijn............................................................................................................. 5
3.1
Pedagogisch partnerschap met ouders............................................................................... 5
SAMENWERKEN EN LEIDENDE PRINCIPES....................................................................... 6 STARTFOTO.....................................................................................................................8 PROGRAMMA'S............................................................................................................. 10 1.
Gelijke kansen voor iedereen ............................................................................................ 11
2.
Brede ontwikkeling............................................................................................................ 13
3.
Voor iedereen een passende plek en passende ondersteuning........................................ 14
4.
Verbinding onderwijs arbeidsmarkt .................................................................................. 15
5.1
Kennis- en expertise deling en ontwikkeling..................................................................... 17
6.
Huisvesting........................................................................................................................ 18
SAMENWERKINGSSTRUCTUUR EN FINANCIËN.............................................................. 19 Bestuurlijkoverleg lea (4x per jaar)........................................................................................... 20 Werkgroepen.............................................................................................................................. 20 Kinderen/jongeren en ouders..................................................................................................... 20 Financiën..................................................................................................................................... 20 Programmamanager .................................................................................................................. 21
BESLUITVORMING EN MONITORING............................................................................. 22 BIJLAGE 1. WESTLANDS ONDERWIJS IN CIJFERS............................................................ 23
INLEIDING Vandaar dat de LEA-partners de Lokale Educatieve Agenda Westland hebben opgesteld. De LEA is het fundament voor een structurele samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en gemeente. Samenwerking die zich richt op het borgen van kwalitatief goed onderwijs met deskundige professionals en effectieve ondersteunende voorzieningen.
Voor u ligt de Lokale Educatieve Agenda (LEA) Westland, de ontwikkel- en samenwerkingsagenda van de gemeente Westland, kinderopvang, het onderwijs, en de bij het onderwijs betrokken partners. Vanuit de Wet op het Onderwijsachterstandenbeleid is wettelijk de dialoog verankerd tussen deze partners. Een dialoog die je alleen goed kan voeren op basis van een gezamenlijk ontwikkelde visie met bijbehorend uitvoeringsprogramma: de LEA. De LEA is een middel voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om tot afspraken te komen over het onderwijs- en jeugdbeleid. Dit sluit aan bij de taken die op grond van de diverse wetgeving op ons rust. Het is de taak van de gemeente om een breed en veelsoortig onderwijsaanbod met voldoende kwaliteit te borgen binnen haar grenzen. Die gezamenlijkheid komt tot uitdrukking in de aanduiding LEA partners (zie figuur - speelveld onderwijsdomein Westland).
Het gezamenlijk tot stand brengen van de LEA heeft ruimte gegeven om de dialoog binnen het netwerk aan te gaan, samen doelstellingen verwoorden en deze implementeren. Aldus wordt er gewerkt aan het optimaliseren van de lokale educatieve praktijk. De LEA-partners zetten zich in voor een samenwerking waarin elkaars kennis en kunde wordt geaccepteerd en gerespecteerd. Daarmee versterken we elkaar. Dit is hard nodig want ook in het Westland staat het zorgstelsel van jeugdhulp en Passend onderwijs onder druk. Dat vraagt om meer afstemming, meer kennis van elkaars aanpak en om het beantwoorden van vragen als: Hoe kunnen we kinderen en jongeren maatwerk bieden en zorgen dat zij op tijd de juiste hulp krijgen? Welk aanbod kan er het beste worden ingezet? Wat is ieders rol en verantwoordelijkheid? Hoe kunnen we elkaar versterken vanuit ieders verantwoordelijkheid? Wie neemt de regie? Welke middelen zijn beschikbaar en hoe zetten we die in gezamenlijkheid het meest efficiënt en effectief in en wie betaalt wat?
Door de decentralisatie hebben gemeente, kinderopvang en onderwijs een steeds grotere rol gekregen bij de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Het belang van een goede samenwerking tussen deze drie partijen wordt steeds noodzakelijker om samen een antwoord te bieden op de toenemende maatschappelijke druk op kinderen en hun ouders. Deze verandering vraagt om toenemende mate van sturing en agendering op beleidsdoelen rond complexe vraagstukken door alle betrokken partijen in het netwerk. WNTWEB
tCULTUUBUlIB
O
de Bibliotheek
Westland
SPEELVELD ONDERWIJS DOMEIN GEMEENTE WESTLAND
Voorschoolse actoren
PO WE
0-4 jaar
i
JQZ '
* arrangerende en indicerende actoren
Indicerende actoren
12-23 j aar VSV aanpak (RMC) GEMEENTE WESTLAND (regierol) LEERPLICHT
-ÿ Regisserende actoren
3
KINDVISIE De komende jaren kiezen wij ervoor om vanuit een centrale kindvisie de programma's en de samenwerking via de LEA vorm te geven. Wij zetten hiermee de bedoeling, de inhoudelijke opgave en daarmee het kind centraal. Het geheel aan wettelijke taken draagt bij aan het verwezenlijken van deze kindvisie. Waar belangen botsen, biedt de kindvisie uitkomst in het uitzetten van de juiste koers. Wij verbinden ons zodoende niet alleen op het gebied van onze uitvoeringsprojecten met elkaar, maar dragen het Westlandse systeem van kinderopvang tot en met onderwijs. Onze gezamenlijke kindvisie is:
We streven naar een samenleving waarin kinderen mee kunnen doen, in het nu als kind en later als volwassene. Meedoen is ertoe doen en dus belangrijk voor het kind en de samenleving. Kinderen krijgen de kans om zich optimaal te ontwikkelen en uit te groeien tot wie zij willen/kunnen worden. Dit doen wij zo inclusief mogelijk. Er is aandacht voor de leefomgeving waarin kinderen en jongeren verkeren: thuis, op school, in de kinderopvang en in de wijk. Daarbij hebben we oog voor: cognitieve ontwikkeling, gezond gedrag en de sociaal-emotionele ontwikkeling en hebben we vertrouwen in de ontwikkelkracht en de nieuwsgierige en onderzoekende houding van elk kind. In onze gezamenlijke visie komen verschillende thema's aan bod die zonder duiding sterk aan interpretatie onderhevig zijn. Door deze thema's te duiden wordt de samenwerking vrijgehouden van eventuele ruis en kan gewerkt worden aan het ontstaan van een gemeenschappelijke focus. 1. INCLUSIEF In een inclusieve samenleving is iedereen van waarde en kan iedereen leren en zich ontwikkelen. Iedereen hoort erbij en draagt bij.
Je wordt gezien zoals je gezien wil worden en hierin erkent. Het onderwijs vormt een dwarsdoorsnede van dezelfde samenleving. Inclusie is van belang en kansengelijkheid en diversiteit spelen hierbij een belangrijke rol. Dit betekent dat wij kinderen leren omgaan met de diversiteit binnen de samenleving. Deze diversiteit is terug te zien in de samenstelling van de groepen en in het curriculum binnen onze kinderopvangorganisaties en in ons onderwijs. School is belangrijk. Een school waar álle kinderen, ook leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en ontwikkelingsachterstanden, of kinderen met gedrags- en emotionele problemen en/of specifieke leermoeilijkheden, samen naar school kunnen gaan. Dit is geen vanzelfsprekendheid. Goede samenwerking tussen kinderopvang, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeente is een belangrijke voorwaarde om inclusief onderwijs te realiseren. Inclusie is een breed maatschappelijk vraagstuk waarin iedereen een verantwoordelijkheid in heeft. Het vraagt van ons om gesprekken te voeren met ouders en kinderen over diversiteit binnen onze maatschappij; of het nu gaat om culturele diversiteit, seksuele geaardheid, of wanneer er sprake is van een handicap.
Het vraagt ook dat wij kinderen met een grotere ondersteuningsbehoefte, zo lang mogelijk (zo lang als dit verantwoord is en toegevoegde waarde heeft) in het reguliere proces houden. De diversiteit in de groepen vraagt om een goed aanbod voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het onderwijs is op deze wijze geen vindplaats, maar een plaats waar de Westlandse kinderen kunnen oefenen met het leven en participeren in de (snel veranderende) maatschappij van de toekomst. In het Westland hoort iedereen er evenveel bij!
4
2. ONONDERBROKEN LIJN Kinderen hebben te maken met verschillende overstapmomenten. Deze momenten staan zonder enige uitzondering garant voor de nodige spanning en onzekerheid. In zekere zin kun je stellen dat kinderen tijdens deze momenten het meest kwetsbaar zijn. Dit terwijl de keuzes hier soms levenslange gevolgen kunnen hebben. Een sterke doorgaande lijn valt of staat bij de samenwerking tussen de voorschoolse educatie, de basisschool, het voorgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In de schil van organisaties rondom het onderwijs is de rol van een ononderbroken lijn eveneens van groot belang. Kinderen participeren binnen diverse instanties buiten het reguliere proces, denk aan de BSO maar ook binnen de jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg. Het is van belang om de overgangen naar deze vormen van ondersteuning zo gemakkelijk mogelijk te laten verlopen. Tot slot is de verbinding van de wereld van het gezin, waarin het grootste deel van de opvoeding en ontwikkeling plaats heeft met de wereld van het onderwijs van grote waarde. Een goede verbinding tussen beide omgevingen die gestoeld is op evenwichtig partnerschap, zorgt voor eenduidigheid en veiligheid. Ouders hebben een grote en belangrijke rol in de toekomst van hun kinderen. Goede samenwerking en wederzijds vertrouwen dragen bij aan een goed pedagogisch klimaat thuis, in de klas en in de wijde omgeving.
Voor de ononderbroken lijn is een domein overstijgende samenwerking tussen de kinderopvang, het onderwijs en de jeugdhulp essentieel. Een integrale aanpak leidt tot effectieve en efficiënte inzet van hulp doordat de verbinding met andere leefdomeinen wordt gemaakt. De ondersteuning van kinderen moet vanuit onderwijs en jeugdhulp goed aansluiten,
kinderen mogen niet tussen maatregelen in vallen. Ze mogen ook geen last hebben van maatregelen die niet in het verlengde van elkaar liggen. Onze ondersteuningsstructuur gaat uit van een ononderbroken lijn, waarbij onze inzet zich richt op het vergemakkelijken van de overgangen. Als wij het goed doen merkt het kind dan niets meer van de hobbels die kunnen spelen bij het wisselen van niveau of ondersteuningsvorm.
3. PEDAGOGISCH PARTNERSCHAP MET OUDERS Ouders vormen de belangrijkste omgeving waar het kind in opgroeit. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat de rol van het gezin daarin heel bepalend is. Het gezin staat het meest dicht bij het kind en is doorslaggevend in de ontwikkeling. Door middel van de opvoeding proberen ouders de ontwikkeling van hun kind te ondersteunen. De kinderopvang, de scholen maar ook de diverse verenigingen waarbinnen kinderen participeren hebben een eigen pedagogisch klimaat. De interne wereld van het gezin en de familie en de externe wereld van de organisaties spelen beide een belangrijke rol in de ontwikkeling van het kind. Thuis, in de klas op school of op de groep in de kinderopvang zijn voor een kind de belangrijkste omgevingen waarbinnen het zich ontwikkelt. Dit vraagt om een goede samenwerking en afstemming, waarmee vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid het kind wordt ondersteund. De optimale ontwikkeling van het kind staat centraal. Wanneer ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers met elkaar in gesprek gaan over hoe ze het kind ondersteunen bij het leren, kunnen ze samen afstemmen hoe dit het beste te doen. Dit is pedagogisch partnerschap. Als educatieve partners kunnen ouders en leerkrachten en pedagogisch medewerkers samen het kind het beste ondersteunen en kan het kind zich nog beter ontwikkelen.
5
SAMENWERKEN EN LEIDENDE PRINCIPES Wederzijds vertrouwen en gelijkwaardigheid vormen de basis van onze samenwerking. We werken in het Westland al veel samen, maar zien ruimte voor verbetering. We streven naar gelijkwaardig partnerschap tussen de kinderopvang, scholen, jeugdhulp en ouders. We betrekken elkaar op tijd bij nieuwe ontwikkelingen in het algemeen of in specifieke casuïstiek. We bevragen en informeren elkaar vooraf actief, zodat er sterkere relaties ontstaan. De samenwerking is gestoeld op gedeelde verantwoordelijkheid en openheid. Dit vraagt om het waarderen en gebruik maken van Schoolbesturen
elkaars expertise. Het is goed om vast te stellen dat er binnen het Westland al een vruchtbare bodem is om deze samenwerking verder te verbeteren. Partijen hebben elkaar nodig voor het bereiken van hun ambities. Zo zijn scholen afhankelijk van de gemeente voor goede onderwijshuisvesting en is de gemeente afhankelijk van de schoolbesturen voor de vormgeving van een duurzaam jeugdzorgstelsel. Onderstaand overzicht laat zien dat gemeente en schoolbesturen complementaire bevoegdheden en verantwoordelijkheden hebben en dat er wederzijdse afhankelijkheid is.
Bepalen en uitvoeren binnen wettelijke kaders curriculum op de scholen Bepalen en uitvoeren binnen wettelijke kaders pedagogisch klimaat op scholen, waaronder preventie en zorgstructuur Zijn naast ouders signaleerders van problematieken (vindplaats) Staan in verbinding met ouders en kinderen Bepalen binnen wettelijke kaders waar en hoe kinderen passend onderwijs krijgen
Gemeente
Verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdwet waaronder de inzet van het SKT en 2e lijns zorg Verantwoordelijk voor integrale hulp en ondersteuning aan gezinnen Verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting Verantwoordelijk voor vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Verantwoordelijk voor regiefunctie en subsidiering onderwijsachterstandenbeleid Verantwoordelijk voor de uitvoering van de leerplichtwet en vsv Politieke legitimering van ambitie en visie keuze van het netwerk
Samenwerkingsverband (SWV) 1
Alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen
2016. 31497,
Er is een samenhangend geheel van voorzieningen voor extra
passend onderwijs; ondersteuning binnen en tussen de scholen. Onder voorzieningen voor extra ondersteuning worden individuele en groepsarrangementen voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoefte verstaan; Alle leerlingen maken een ononderbroken ontwikkelingsproces door,
6
Wij kiezen voor een model van samenwerking waarin wij de bedoeling centraal stellen. Onze kindvisie beschrijft deze. Dit houdt in dat wij kiezen voor een model waarin de verantwoordelijkheid op het ambitieniveau, vanuit een gezamenlijke basis, wordt gedragen voor het geheel aan wettelijke en buitenwettelijke taken. Wij doen dit door het wettelijk kader niet te zien als rigide afbakening, maar als startpunt voor een model waarin inspraak verdeeld is over alle bij deze LEA betrokken partners. Op deze manier behoudt eenieder zeggenschap vanuit de eigen rol, maar wordt samen gezocht naar oplossingen die in brede zin een win-win situatie opleveren voor het kind. Samenwerken is in de context van deze LEA immers ook
samen beslissen. Op deze wijze wordt op een meer inclusieve en gedragen manier naar integrale oplossingen gezocht voor de dilemma's waar wij samen tegen aanlopen. Om efficiënt en effectief te kunnen samenwerken zijn er basisprincipes nodig. Dit om onder meer de positieve energie in de samenwerking te waarborgen en eventuele dilemma's het hoofd te bieden. Deze principes leiden ertoe dat partners elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden en afspraken en dat de kindvisie het ankerpunt blijft. Wij werken de komende 4 jaar in de context van deze agenda samen, volgens onderstaande leidende basisprincipes:
1. Werken vanuit een gezamenlijke ambitie en doorleefde visie 2. Toewerken naar een gezamenlijke identiteit en cultuur; binnen de diversiteit die het
onderwijs te bieden heeft 3. Gelijkwaardig partnerschap; vertrouwen in eikaars expertise en elkaar aanspreken 4. Borgen van een veilige netwerksamenwerking; waarin escalatie en kritiek in het
samenwerkingsproces wordt geuit. 5.
Samenwerken is samen beslissen; Benoemen van rollen, regie, eigenaarschap,
verwachtingen en belangen. 6. Lerend systeem; Investeren, Leren en Borgen 7. Maatschappelijk resultaat in beeld; Delen van (voor zover mogelijk) meetbare opbrengsten vanuit een cyclus van monitoring.
7
STARTFOTO Om tot een lokale educatieve agenda te komen is het nodig om een gezamenlijk perspectief te ontwikkelen rondom onze uitdagingen in het opgroeien, opvoeden en ontwikkelen. Op deze wijze komen wij tot een gezamenlijk gedragen uitvoeringsprogramma dat aansluit bij de uitdagingen waar wij de komende jaren voor staan. Wij noemen dit de startfoto. EERSTE 1000 DAGEN Kinderen zijn in de eerste levensjaren enorm ontvankelijk voor het leren van nieuwe dingen. Voor optimale groei zijn bepaalde condities nodig, waarvan hieronder een aantal staat uitgelicht: -
-
-
-
Zekere mate van stabiliteit en voorspelbaarheid, dragen bij aan een veilige basis om vanuit te groeien en bij het aangaan van vertrouwde relaties. Diversiteit; dit biedt uitdagingen en interactie met de omgeving van het kind. Ruimte om te ontwikkelen via verschillende paden. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn/haar eigen tempo, naast beperkingen heeft elk kind ook zijn unieke capaciteiten. Goede voeding en voldoende beweging. Ieder kind heeft gezonde voeding nodig om te kunnen ontwikkelen en er moet aandacht zijn voor voldoende beweging.
In belangrijke mate bepaalt de plek waar de wieg staat de levenskansen van het kind. Het gaat hier om de (mentale) gezondheid, het leervermogen en uiteindelijk ook de kansen op de arbeidsmarkt. De rol die ouders spelen in het maken van een kansrijke start is groot. De opleidingsachtergrond, de hoogte van het inkomen en ook het taalniveau van de ouders zijn bepalend voor het bieden van een kansrijke start. Inzet rondom het maken van een kansrijke start beperkt zich zodoende niet alleen op de kinderen. Het hele gezin dient
hierin te worden ondersteund. Het lokaal gezondheidsbeleid en het lokaal preventieakkoord bieden interventies die dit geheel ondersteunen. Ongeveer 3,8% (CBS, 2015) van onze Westlandse kinderen groeit op in armoede. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde, maar hoger dan wij zouden willen. De economische status maakt namelijk voor een groot deel het risico op een kansrijke start. Buiten de economische status is er in het Westland ook een doelgroep met een hoog inkomen, maar met een laag taalniveau. Dit laatste vormt eveneens een risico op een minder kansrijke start. Het belang van het maken van een kansrijke start is de afgelopen jaren in diverse onderzoeken aangetoond. Investeren in de doelgroep die een minder kansrijke start heeft, betekent dat de plek van de wieg steeds minder van belang is. Investeren betekent ook dat voor het bieden van een kansrijke start er meer inzet en tijd in preventieve ondersteuning van kwetsbare doelgroepen gaan zitten. Voor het creëren van een zo gelijk mogelijk vertrekpunt, is dus een ongelijk aanbod nodig. KINDEREN MET HULP OF ONDERSTEUNINGSBEHOEFTE Kinderen in Nederland horen al jaren bij de gelukkigste kinderen van de wereld. Toch is het zo dat het aantal kinderen dat een beroep moet doen op zorg en ondersteuning groeit. Twintig jaar geleden kregen 1 op 27 kinderen ondersteuning, nu is dat landelijk 1 op de 8 en in het Westland 1 op de 10.
De verwachting is dat dit de komende jaren verder stijgt. De oorzaken van deze stijging houden niet alleen verband met de ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen maar hebben ook betrekking op de verandering van het stelsel. Voor een deel kan de toename van jeugdzorg worden verklaard door de complexiteit van de
8
samenleving. Toenemende prestatiedruk, (complexe) echtscheidingen, schulden, alcohol gebruik en hoge geluknormen spelen een rol bij het in veiligheid, geborgenheid en relatieve rust die er voor een opgroeiend kind nodig zijn. Daarnaast blijkt er steeds minder tolerantie te zijn voor de gewone obstakels in het opgroeien en opvoeden. Het is een continue zoektocht naar een balans tussen oog hebben voor kwetsbare situaties, die om meer ondersteuning vragen, terwijl er tegelijkertijd gewaakt moet worden voor de tendens, om gedrag dat past binnen een bepaalde levensfase te medicaliseren.
Daarnaast hebben kinderen een steeds drukker programma, ouders laten hun kinderen aan veel activiteiten deelnemen. De kwaliteit van opvoeding is van groot belang voor het ontwikkelpotentieel van het kind. De verantwoordelijkheid van de opvoeding ligt in primaire zin bij de ouders/verzorgers. Ook dragen diverse organisaties en sleutelfiguren bij aan de kwaliteit van de opvoeding. Een goede samenwerking tussen het gezin en het sociale netwerk is van belang. Daarbij is een open en inclusieve opvoeddialoog, een gesprek over normen, waarden en grenzen in de context van de opvoeding, van waarde.
Met de Wet passend onderwijs is er in het primair onderwijs getracht de diagnosedruk te verlagen en de mogelijkheid om elk kind een passende plek te geven te vergroten. Maar sinds de invoering van deze wet in 2014 zijn er meer kinderen het speciaal onderwijs ingestroomd. Het gaat hier zowel kinderen met pedagogische als didactische problemen die zijn toegenomen in het speciaal (basis)onderwijs en het primair onderwijs. In de praktijk kan hier onderscheid tussen worden gemaakt maar zijn niet van elkaar te scheiden en beïnvloeden elkaar. Het onderwijs ervaart de druk om toch preventief te diagnosticeren. Daarnaast blijkt uit gesprekken met leraren dat de werkdruk toeneemt. De grens ligt vaak bij het moment dat een kind zoveel extra aandacht vraagt, dat het leerklimaat voor de rest van de groep negatief wordt beïnvloed. Ouders lopen er tegenaan dat de nadruk ligt op het vinden van een passende plek voor een 'moeilijk plaatsbaar kind' en niet op het bieden van inclusief onderwijs. Om de groei van het aantal kinderen in de jeugdzorg te doen keren, is het noodzakelijk de aandacht te verleggen van risicofactoren naar beschermende factoren. Landelijk wordt er steeds meer gepleit voor kleinere klassen, meer aandacht voor de ontwikkeling van vaardigheden van leerkrachten en meer aandacht voor huiselijkheid en veiligheid in de klas.
De ontwikkeling van onze kinderen vindt steeds vaker binnen plaats. Zo spelen jonge kinderen minder buiten en vindt de identiteitsontwikkeling in de puberteit steeds vaker online plaats. Het ongedwongen en ongestructureerd spelen, waarvan kinderen op jonge leeftijd zoveel leren, maakt plaats voor meer georganiseerde activiteiten waar kinderen weinig invloed op hebben. De rol van groepsvorming en het verwerven van een plaats binnen die groep waarmee het normen en waardenkader van het kind een ontwikkeling doormaakt, maakt plaats voor een individueel proces achter het beeldscherm.
OPGROEIEN EN OPVOEDEN De wereld verandert in rap tempo waardoor de druk op ouders en kinderen toeneemt.
PLEK IN DE SAMENLEVING VAN DE TOEKOMST Voor een economisch en sociaal maatschappelijk sterke samenleving is een gezonde arbeidsmarkt van belang. Beschikbaarheid van werknemers, het kunnen aantrekken en behouden van talent, technologisering, robotisering, regelgeving en de noodzaak van passende opleidingen sporen ondernemers en het onderwijs aan zich actief in te zetten voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Dit vraagt om het stimuleren en organiseren van een cultuur, waarin een leven lang leren gemeengoed is en betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor hen, die op afstand tot de arbeidsmarkt staan. Aan het begin van die keten is de relatie met het onderwijs ontzettend belangrijk. Een schoolcarrière bereid je voor op het leven,
9
waarin het hebben van een passende plek op de arbeidsmarkt van waarde is. Het Westland doet op mondiaal niveau mee met o.a. haar glastuinbouw. Deze sector vraagt om hoogopgeleide tuinders, die zich in de wereld van de toekomst kunnen redden en kunnen innoveren met de uitdagingen van die tijd. Er is ook behoefte aan meer instroom in de praktische opleidingen die aan de tuinbouw zijn gelieerd. Tot slot zien we een toename in de bevolkingsomvang van het Westland in zijn algemeenheid. Dit zal een groot beroep doen op de voorzieningen die er zijn zoals het onderwijs en de kinderopvang. Wij moeten hierop anticiperen zodat de vraag verbonden blijft met het aanbod. PERSONEELSTEKORT De Nederlandse arbeidsmarkt kenmerkt zich momenteel door personeelstekorten in
nagenoeg alle sectoren. De samenwerkingspartners in dit LEA verband hebben hier dagelijks mee te maken. Personeelstekorten leiden ertoe dat ontwikkeldoelstellingen onder druk kunnen komen te staan. Dit terwijl deze LEA veel ontwikkeling vraagt vanuit alle samenwerkingspartners. Het is cruciaal om de Westlandse arbeidsmarktgerichte kennisinfrastructuur te benutten voor nieuwe vormen van arbeidsmobiliteit binnen en rondom het onderwijs. Hiermee kunnen we meer zicht krijgen op mogelijkheden voor arbeidsmobiliteit binnen en rondom opvang en onderwijs. Gericht op een versteviging van het arbeidsmarktperspectief voor (onderwijs)professionals. Gezamenlijk kunnen wij op gezette tijden campagnes voeren om meer onderwijspersoneel/ kinderopvangpersoneel naar de regio te trekken en deze langer te behouden.
PROGRAMMA'S Scholen en kinderopvanginstellingen opereren nadrukkelijker in een breder maatschappelijk speelveld. Daarnaast zijn er - mede onder invloed van stelselwijzigingen en decentralisaties van zorg, werk en jeugdhulp naar gemeenten - nieuwe mogelijkheden ontstaan om onder meer de verbinding met zorg te versterken en de samenwerking rondom Cultuurweb, WNTweb en taalstimulering verder uit te bouwen. Deze ontwikkelingen zijn de achtergrond voor de samenwerking in dit ambitiedocument.
wensen. Zoals in de inleiding al vermeld, kunnen er gaandeweg nieuwe onderwerpen aan de thema's worden toegevoegd. De programma's gaan uit van onze gezamenlijke kindvisie en hebben steeds tot doel om de essentie van de kindvisie zichtbaar terug te laten komen in het primaire proces.
In gesprekken en bijeenkomsten hebben wij met elkaar de relevante onderwerpen voor de nieuwe LEA geïdentificeerd. We hebben alle ingebrachte onderwerpen geclusterd in zes programma's en binnen de programma's met elkaar de prioriteiten benoemd op basis van urgentie en gezamenlijke
10
. GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN Nederland voert sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw beleid om de onderwijskansen voor kinderen uit achterstandsmilieus te vergroten. Dit is belangrijk om de kansengelijkheid voor ieder kind zo gelijkwaardig mogelijk te maken. Sinds 2019 verdeelt het ministerie de middelen over scholen in het primair onderwijs en gemeenten aan de hand van achterstandsscores per school en gemeente. De scholen in de gemeente Westland scoren hierin rond het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat op dit moment voor veel kinderen de plek van de wieg bepalend is voor de toekomstkansen die zij hebben. Tijdens de coronacrisis is duidelijk geworden dat de kansenongelijkheid verder is toegenomen. Uit de analyses komt naar voren dat kinderen die een achterstand hadden en uit een kwetsbare gezinssituatie komen, nog verder achterop zijn geraakt. Het nationaal programma onderwijs (NPO) is in het leven geroepen om deze achterstanden op te lossen. Vanuit het programma zijn er twee typen financieringsbronnen op de scholen zelf (vanuit de schoolscan) en vanuit de gemeente. De gemeentelijke middelen worden incidenteel verstrekt. In onze LEA maken wij de keuze om het NPO-geld te benutten voor projecten die de achterstanden van zowel de getroffen doelgroep als de eventuele toekomstige doelgroepen oplossen. Kansengelijkheid begint al voor de geboorte.
Om deze reden start de gemeente Westland het netwerk kansrijke start op. Dit netwerk van kinderopvangorganisaties, huisartsen, verloskundigen, SKT en het JGZ maken hierin afspraken over de ondersteuning aan kwetsbare gezinnen. Deze afspraken bestrijken de periode die loopt van de zwangerschap tot de eerste 1000 dagen na de geboorte. Deze ondersteuning gaat hierna over in de kinderopvang, waar nodig met specifieke extra ondersteuning vanuit het SKT en de JGZ.
EEN GEZONDE ONTWIKKELING Elk kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling. Kinderen hebben een zekere mate van stabiliteit en voorspelbaarheid, diversiteit, ontwikkelruimte en gezonde voeding en voldoende beweging nodig zijn om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Wanneer dit ontbreekt verstoort dit de ontwikkeling en vormt dit voor een deel van de kinderen een rem op hun ontwikkelpotentieel. De rol van de ouders in het waarborgen van een gezonde ontwikkeling is groot. De inzet rondom de gezonde ontwikkeling van het kind moet zich zodoende ook richten op ouders. Voorlichting over gezond gedrag en stimulering van meer beweging en spelen zijn belangrijke pijlers in het lokaal gezondheidsbeleid van de gemeente Westland. In de uitvoering van deze pijlers wordt de komende jaren nadrukkelijk de samenwerking gezocht met het onderwijs en de kinderopvang. EEN COGNITIEVE ONTWIKKELING Kinderopvang vervult een cruciale rol in de ontwikkeling van zeer jonge kinderen. Vanaf de babygroep leren kinderen spelenderwijs en wordt hun brede ontwikkeling, waaronder taal, gestimuleerd en gemonitord. Een breed toegankelijke kinderopvang voor twee dagen in de week voor alle kinderen van nul tot vier jaar is van groot belang voor deze kinderen. Ook een brede schooldag waarin onderwijstijd en opvangtijd flexibeler in elkaar overlopen kan bijdragen aan de ontwikkeling van het kind.
Voor een goede ontwikkeling is het beheersen van taal belangrijk. Het taalniveau wordt voor een groot deel beïnvloed door de taalvaardigheid van de ouders van onze kinderen. Wij kunnen niet volstaan met het bieden van extra taalstimulering van onze kinderen als er geen ondersteuning is voor de verbetering van het taalniveau van de ouders. In de ontwikkeling van ondersteuning wordt zodoende het perspectief van de ouders voortaan meegenomen.
11
Er zijn landelijke programma's die inzetten op meer kansengelijkheid. Binnen deze programma's zijn er buiten de reguliere financiering extra middelen beschikbaar om focus aan te brengen in het onderwijsachterstandenbeleid. De gemeente Westland sluit met deze LEA aan bij deze landelijke programma's en brengt meer focus aan in de ondersteuning van kinderen. Dit betekent dat de voorschool voor kinderen van 0-6 jaar verlengd wordt in de basisschool en dat er voor de doelgroep kinderen 6-23 jaar extra programma's vanuit de gelijke kansenalliantie worden ingekocht die zich richten op de cognitieve ontwikkeling. Cognitieve ontwikkeling vindt niet alleen plaats door het aanbieden van lessen of het organiseren van bijlessen. Uit onderzoek blijkt dat het spelend leren en ongeorganiseerd leren, een belangrijke rol speelt in de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Vrije tijd biedt experimenteerruimte waarin verveling juist van groot belang is om vanuit creativiteit en flexibiliteit te leren denken. De komende jaren richten wij ons bij de inrichting van het onderwijs op het creëren van meer vrije tijd voor onze kinderen waarin deze experimenteerruimte is gewaarborgd. Ook is de inbreng van deze denkwijze in de opvoeddialoog met ouders van belang, hier ligt een verantwoordelijkheid voor alle partijen.
EEN SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING De verantwoordelijkheid voor goede sociaalemotionele ontwikkeling ligt in primaire zin bij de ouders/verzorgers. Kinderen krijgen naast de opvoeders uit het gezin en familiebestaan te maken met opvoeders uit diverse andere instanties. Zij zitten mede aan het stuur van de opvoeding. Gedurende de gehele opvoeding spelen professionals uit de kinderopvang, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs een rol in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Elk tijdens de eigen periode van begeleiding. Eenduidigheid in de begeleiding en het hanteren van vergelijkbare regels draagt bij aan een veilige ontwikkeling. Om deze reden investeren wij in soepele overgangen tussen de kinderopvang, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. De sociaal-emotionele ontwikkeling is in het perspectief van gelijke kansen geborgd in het aanbod van kinderopvangorganisaties en het onderwijs. In het aanbod van de kinderopvanginstellingen en de curricula van onderwijsinstellingen is aandacht voor de identiteitsvorming. Mochten hier obstakels zijn dan is er aanbod vanuit jeugdhulpinstellingen beschikbaar, hoewel de wachtlijsten steeds vaker een blokkade vormen voor goede ontwikkeling. De samenwerking tussen het gezin, onderwijsinstellingen en jeugdhulpinstellingen verdienen aandacht.
Als deze samenwerking goed verloopt, hebben alle betrokkenen hier veel baat bij
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA: 1^
Wij verbeteren de taal- en rekenvaardigheden van kinderen.
1^
Wij organiseren andere vormen van taalstimulering in het onderwijs, waarbij het lerend effect niet alleen voor de kinderen maar ook voor de ouders daar is. Wij onderzoeken de rol van cultuureducatie in het creëren van gelijke kansen.
1^
Er komt meer expertise rondom kansengelijkheid in het onderwijs.
1^
Binnen de curricula worden accenten aangebracht waarin de ontwikkeling van executieve functies centraal staat. Er komt aandacht voor de brede sociaal-emotionele ontwik keling van kinderen. Er wordt gewerkt aan een model van pedagogisch partnerschap dat door alle instellingen wordt toegepast.
1^
Er komt meer aandacht voor sport, bewegen en gezonde voeding in het basis en voortgezet onderwijs, gekoppeld aan het lokaal preventie akkoord. Er komt meer aandacht voor onderzoekend en ontwerpend leren, waarbij de creativiteit centraal staat. Versterken van de overdracht (voor - vroegschools) voor kwetsbare leerlingen.
1^
Versterken van de doorgaande lijn/ soepele overgang KO - PO en van leerlingen met ondersteunings-behoefte van PO naar VO. Kwetsbare leerlingen landen zacht in het voortgezet onderwijs.
12
. BREDE ONTWIKKELING Het Westland is een omgeving die met al haar bedrijvigheid op mondiale schaal meedoet. Dit vraagt van inwoners een open venster op de wereld. Het programma brede ontwikkeling ziet erop toe dat kinderen en jongeren een open blik ontwikkelen op de wereld. Op deze wijze ontstaan de wereldburgers van de toekomst. Deze toekomst vraagt om creatieve en flexibele mensen die zaken vanuit verschillende perspectieven kunnen bekijken en kunnen afzetten tegen hun eigen gevoel van moraliteit en ethiek. Het is en blijft onze gezamenlijke wens om alle kinderen en jongeren kansen te bieden op brede ontwikkeling door ervoor te zorgen dat zij in aanraking kunnen (blijven) komen met aanbod en activiteiten op het gebied van kunst- en cultuureducatie, sport en natuur- en techniekeducatie. Dit doen we omdat we ervan overtuigd zijn, dat door dit brede aanbod kinderen meer kansen krijgen om zich optimaal te
ontwikkelen en dat daarnaast brede ontwikkeling een bijdrage levert aan de cognitieve ontwikkeling van kinderen 1. De gemeente stelt het kind pakket beschikbaar zodat ook kinderen uit gezinnen met een laag inkomen mee kunnen doen. Alle kinderen moeten kunnen meedoen aan sportieve en culturele activiteiten in Westland. De brede ontwikkeling van 0 tot en met 23 jaar bevorderen we onder meer via de inzet van drie ondersteunende organisaties in het Westland: Cultuurweb, Westland Natuur & Techniek web (WNTweb) en bibliotheek Westland. De komende jaren zetten wij gericht activiteiten voort die wij op dit vlak al hebben ontwikkeld en zetten wij in op grotere deelname aan deze activiteiten en een logische doorgaande lijn. Wij willen eveneens activiteiten ontwikkelen die geschikt zijn voor de meest kwetsbare doelgroepen uit het SBO en het (V)SO.
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA: 1^
Er komt meer aandacht voor wereldburgerschap zodat kinderen optimaal worden voorbereid op het leven in de
1^
Er is ruimte voor talentontwikkeling door de inzet van het Westlandse aanbod van organisaties als
1^
Er komt meer aandacht voor digitale vaardigheden en de daarmee samenhangende taal.
1^
Er komt met de ontwikkeling van de World horti campus (WHC) meer ruimte voor hoogopgeleide techniek en
1^
Het techniekonderwijs is op alle niveaus van kinderopvang, basis en voorgezet onderwijs geïntegreerd.
1^
Het cultuuronderwijs is op alle niveaus van kinderopvang, basis en voorgezet onderwijs geïntegreerd.
1^
Er komt meer aandacht in het reguliere onderwijs voor het leren-leren.
>
Er wordt een aanbod rondom talentontwikkeling ontwikkeld voor de specifieke doelgroepen die deelnemen aan
wereld. Sportverenigingen, WNT-web, Cultuurweb en de Bibliotheek.
tuinbouw (thema flora).
het Westlandse SBO (V)SO.
1 Zie o.a. https://slo.nl/thema/meer/jongekind/lexicon/brede-ontwikkeling/ en Jong geleerd, jong
gedaan Onderzoek naar cultuureducatie en - participatie van de allerkleinsten (0-6 jaar) van KU Leuven.
13
3.
VOOR IEDEREEN EEN PASSENDE PLEK EN PASSENDE ONDERSTEUNING
In het Westland hebben we de afgelopen periode belangrijke stappen gezet in de samenwerking onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp. Het Sociaal Kernteam (SKT) Westland, JGZ, andere zorgaanbieders, de kinderopvang en het onderwijs weten elkaar beter te vinden. De samenwerkingsverbanden po en vo zijn betrokken en er is aan de kant van de gemeente voldoende innovatiekracht beschikbaar om het onderwijs en de jeugdhulp te verbinden. Voor het kind moeten alle kansen op (voor)school gegarandeerd zijn. Tegelijkertijd willen we de beste hulp kunnen garanderen, binnen en buiten (voor)school. Vanuit de Jeugdwet en Wet passend onderwijs is meegegeven dat op lokaal niveau een goede aansluiting tussen beide domeinen (onderwijs en jeugdhulp) een vereiste is om kinderen de beste kansen te kunnen bieden tot passende ondersteuning en een passende plek. Het voornaamste doel van deze samenwerking is het grijze gebied tussen onderwijs en jeugdhulp verkleinen, zodat op casusniveau een praktische en effectieve werkwijze kan worden toegepast. Wanneer betrokken partijen optimaal
samenwerken vallen er geen kinderen meer tussen wal en schip en kan hulp effectief ingezet worden. Gezamenlijk hebben we de volgende ambitie geformuleerd: "Passende ondersteuning en een passende plek voor ieder kind". Wij streven ernaar dat ieder kind of jongere zich veilig en optimaal ontwikkelt. Domein overstijgende preventieve activiteiten dragen hier aan bij. Veel kinderen ontwikkelen zich goed, ontdekken hun talenten en leren hun capaciteiten goed in te zetten. Zij doorlopen het onderwijs met succes. Daar waar dit minder soepel verloopt, wordt er gewerkt aan betere jeugdhulp: snel, passend en efficiënt, in samenhang met het onderwijs. Daarbij wordt er gekeken naar de mogelijkheden en talenten van het kind en de jongere. De verantwoordelijkheid ligt zoveel mogelijk bij ouders en er is aandacht voor het systeem waarin kinderen en jongeren verkeren: thuis, op (voor)school en in de wijk en ook daarbuiten. Dit uitgangspunt moet de gemeenschappelijke noemer zijn om samenwerking tussen zorg en onderwijs te structureren. Zo krijgt ook een kind met een beperking, ziekte of aandoening de kans zich optimaal te ontwikkelen.
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA: 1^
Preventief ondersteuningsaanbod op de scholen.
1^
We gaan onderzoeken hoe we pedagogisch partnerschap kunnen vormgeven in het onderwijs.
1^
We zetten in op professionele vroegsignalering en opvolging waarbij continuïteit in hulpverlening en zorg wordt gewaarborgd.
1^
Alle kinderen op een passende (onderwijs)plek, bij voorkeur thuisnabij.
1^
Alle kinderen een passend (onderwijs)aanbod.
1^
Gedeelde ambitie als het gaat om Passend Onderwijs in brede zin. We formuleren in relatie tot de ondersteuningsplannen met elkaar wat we verstaan onder inclusief onderwijs: hoe willen we dat Passend Onderwijs op de scholen in Westland vorm krijgt? En wat is nodig vanuit besturen, gemeente en SWV om dit te realiseren?
1^
Het beperken van het aantal thuiszitters.
1^
Sneller plaatsen van leerlingen met ondersteuningsbehoefte op een duurzame, passende plek.
1^
Verbeter de samenwerking SKT, Jongerenwerk, onderwijs, gemeente, etc.
1^
We onderzoeken de toepasselijkheid van gecombineerde vormen van jeugdhulp en onderwijs waaronder onderwijsjeugdarrangementen.
14
4
VERBINDING ONDERWIJS ARBEIDSMARKT
Voor een economisch en sociaal maatschappelijk sterk Westland is een gezonde arbeidsmarkt van levensbelang. Beschikbaarheid van werknemers, het kunnen aantrekken van talent, technologisering, robotisering, regelgeving en de noodzaak van passende opleidingen sporen ondernemers aan zich actief in te zetten voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Goed ondernemerschap betekent goed werkgeverschap, betekent het stimuleren en organiseren van een cultuur waarin een leven lang leren gemeengoed is en betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor hen die met een afstand tot de arbeidsmarkt staan. Aan het begin van die keten is de relatie met het onderwijs belangrijk. Een schoolcarrière bereid je voor op een passende plek op de arbeidsmarkt en wat zou er mooier zijn als wij al het Westlandse talent, als zij dit willen, ook in het Westland aan het werk kunnen houden?
beroepen, maar er zijn ook verbindingsmogelijkheden met andere uitstroom sectoren. WNT-web start samen met de LEA partners een haalbaarheidsonderzoek naar het realiseren van een fysieke locatie waar onderzoekend en ontwerpend leren wordt gefaciliteerd. Voortijdig Schoolverlaten (VSV) Het Westland heeft een succesvolle aanpak op VSV, waardoor het aantal uitvallers ten opzichte van vergelijkbare gemeenten lager is. Werkgevers spelen een rol in het bieden van kansen aan jongeren die ondanks het aanbod van ondersteuning nog niet aan het werk of terug naar school zijn. De Westlandse arbeidsmarkt wordt uitgedaagd om deze jongeren onder hun vleugels te nemen, met ondersteuning vanuit de gemeente Westland het onderwijs en Patijnenburg.
PLATFORM ONDERWIJS ARBEIDSMARKT Er is in het Westland een goede verbinding tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs. Toch vinden projecten veelal versnipperd plaats en is er geen eenduidige ontwikkelkoers. Het is van belang om dit te verbeteren omdat op deze wijze alle partijen profijt hebben van de ontwikkelresultaten en projecten. Op dit moment is er een project gestart vanuit de Westland agenda om te komen tot een platform waarin het onderwijs, gemeente en de arbeidsmarkt met elkaar in gesprek gaan. Dit zorgt voor een eenduidige ontwikkelagenda die gekoppeld is aan deze LEA. PLEK VOOR ONDERZOEKEND LEREN Voor de uitvoering van onderzoekend en ontwerpend leren is in het Westland niet overal voldoende fysieke ruimte. Dit terwijl het belang ervan onomstreden is. Op alle onderwijsniveaus is er behoefte aan een ruimte waar onderzoekend en ontwerpend leren kan plaatsvinden. Hierbij is een duidelijke link naar de glastuinbouw, de technische
HOOGOPGELEIDE TUINBOUW De Westlandse arbeidsmarkt doet op mondiaal niveau mee en groeit. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt en met name het tekort aan arbeidskrachten met het profiel tuinbouw en techniek kan die groei stagneren. Het Westland heeft met het World Horti Centre een kennis en expertisecentrum dat zich richt op innovatie in de tuinbouw. Het WHC wordt jaarlijks bezocht door ongeveer 12.000 internationale geïnteresseerden. Er liggen kansen om samen met universiteiten, hogescholen, het WHC en de Westlandse tuinbouw opleidingen te starten die zich richten op tuinbouw en techniek. De komende jaren onderzoeken wij op welke wijze er in het Westland gestart kan worden met het aanbieden van opleidingen die het aantal hoogopgeleide arbeidskrachten in de tuinbouw en techniek verhogen.
15
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA >
De kinderopvang, het onderwijs en de Westlandse arbeidsmarkt werken vanuit een werkagenda samen aan de toekomst van het kind. We onderzoeken een fysieke plek voor onderzoekend en ontwerpend leren in het Westland met partners uit de arbeidsmarkt.
>
Het onderwijs, de gemeente, VNO-NCW, MKB en Patijnenburg werken aan gezamenlijke trajecten waar de VSV doelgroep (waarmee het in het reguliere aanbod niet lukt) een plek krijgt. Visieontwikkeling rondom doelgroepen waarvoor startkwalificatie/regulier werk niet mogelijk is in relatie met de arbeidsmarkt.
>
Haalbaarheidsonderzoek naar de start HBO en WO opleiding met techniek en tuinbouwprofiel (aansluiting bij floracampus). We ondersteunen Westland-onstage en onderzoeken op welke wijze dit kan worden uitgebreid. Het volgen/ deelnemen aan de pilot "sterk beroepsonderwijs". Een nieuwe leerweg in het VMBO. Gemende en theoretische leerweg worden samengevoegd tot een nieuwe leerweg. Doel van deze leerweg is om leerlingen optimaal voor te bereiden op een vervolgopleiding
).
16
KENNIS- EN EXPERTISE DELING EN ONTWIKKELING In een netwerksamenwerking zijn kennis en expertise deling en ontwikkeling op inhoud en op inzet mogelijk en gewenst. Op deze wijze wordt de grote diversiteit aan kennisbronnen onderling verbonden zodat er een dekkend netwerk van uitwisseling op het gebied van kennis, ontwikkeling en inzet ontstaat. De samenwerkingspartners in dit document hebben eigen inzichten en behoeften op het niveau van kennis en expertise deling en ontwikkeling, maar brengen alle in ieder geval eigen kennis in. Er zitten grote verschillen in de wijze waarop er kennisdeling plaatsvindt binnen de organisaties die samenwerken in deze LEA. Wij willen met deze LEA een stap zetten in de structurering van de kennis en expertiseontwikkeling. Zowel horizontaal (binnen het eigen niveau) als verticaal (buiten het eigen niveau). De komende jaren zetten wij het delen van kennis in de samenwerking en het ontwikkelen van gezamenlijke concepten centraal. Wij werken aan de totstandkoming van een breed netwerk van professionals die in het primaire proces actief zijn.
kunnen uitwisselen en het warme contact kunnen vasthouden. De onlineomgeving moet ruimte bieden voor kennisdeling, intervisie, discussie en co-creatie. KENNIS EN EXPERTISE DELING RONDOM DOELGROEPEN MET SPECIFIEKE ONDERSTEUNING De differentiatie binnen het (V)SO en SBO wordt veelal op grond van de ondersteuningsvraag of de specifieke beperking vormgegeven. Dit is nodig omdat alle kinderen die binnen deze vorm van het onderwijs deelnemen eigen ontwikkelbehoeften hebben. Het SPOW heeft onderzoek gedaan naar een expertisecentrum voor kinderen met special educational needs (SEN). Inmiddels is het SENtrum als innovatiegroep van betrokken professionals actief. Met deze LEA zetten wij een vervolgstap in de oprichting van een SENtrum. Dit betreft de ontwikkeling van een denktank waar vanuit vormen van gemengd onderwijs worden ontwikkeld.
Buiten deze bijeenkomsten onderzoeken wij of er behoefte is aan een online omgeving waarbinnen de LEA-partners kennis en expertise met elkaar
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA: >
Kennis deling op het niveau van onderwijsconcepten en methodieken online als ontmoetend.
>
Professionals in onderwijs & jeugdhulp werken intensief samen rondom het kind/ de jongere en benutten elkaars kennis & expertise.
>
Kennisontwikkeling op het niveau van begeleiding en onderwijsconcepten.
>
Verdere ontwikkeling van het kennis en expertise Sentrum die zich richt op het ontwikkelen van vernieuwende concepten.
17
. HUISVESTING Het voorzien in voldoende adequate en toekomstbestendige schoolaccommodaties is één van de doelen in de maatschappelijke opgave in Westland. Adequate en passende onderwijshuisvesting is een middel om te faciliteren dat kinderen optimaal en eenduidig begeleid worden in hun ontwikkeling en gestimuleerd worden om hun talenten te ontwikkelen. Het uitvoeringsprogramma rondom huisvesting wordt vastgelegd in het IHP (integraal huisvestingsplan). De totstandkoming van het IHP kent een eigen structuur en vaststellingsmoment, de grove inhoudelijke kaders zijn in dit programma uitgewerkt. In 2022 wordt de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan voor de periode 2022-2037 opgeleverd. In het plan wordt op basis van de leerlingenprognoses, kwaliteitsmeting, inhoudelijke argumenten, gebiedsgerichte strategieën en de betaalbaarheid van de exploitatie van de onderwijsgebouwen besloten over de nieuwbouw, grotere verbouwingen, aanpassingen en verduurzamingsprojecten. Dit leidt tot een uitvoeringsplan waarbij de uitwerking van de projecten gezamenlijk met besturen, kindpartners en de gemeente wordt gemaakt. Bij voorkeur in de vorm van integrale kindcentra. Sommige scholen onderzoeken eveneens samenwerk- en ontmoetingsscholen en
tienercolleges. Zowel gemeente als schoolbesturen hebben hierbij als doel om energieneutrale scholen, en waar dit niet kan bijna energie neutrale scholen, te ontwikkelen die een brede maatschappelijke rol vervullen. Hierin wordt een ononderbroken leerlijn aangeboden en vindt passend onderwijs plaats waar inclusiviteit de norm is. In de toekomstige situatie ontstaan schoolgebouwen waarbij meerdere functies in een gebouw samengevoegd kunnen worden en die elkaar versterken. Hierbij kan gedacht worden aan sport, culturele omgeving, een bibliotheek maar ook een huis van de buurt-functie of jeugdhulp. Samenvoeging geschiedt alleen als er een duidelijke toegevoegde waarde voor het kind is aangetoond. In businesscases wordt samen met de schoolbesturen, de kinderopvangorganisatie en andere partners de mogelijkheden per gebied onderzocht. Schoolgebouwen worden voor zowel schoolbestuur en gemeente breder inzetbaar. Dat gaat bijdragen aan een gezondere exploitatie van het schoolgebouw. We staan voor goede begeleiding in de kinderopvang en het basisonderwijs om onze kinderen de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. Om te definiëren wat bijdraagt aan een vitale locatie, werken wij vanuit onze gezamenlijke kindvisie. Dit leidt tot de volgende pijlers.
PIJLERS VAN DIT PROGRAMMA: 1^
Duurzaamheid: natuurlijker gebouwen met een groene omgeving die ook meer bewustzijn bij de kinderen
1^
Bewegen: goede facilitering van sport en spel, onderwijs dat 'bewegen' vormgeeft.
1^
Fysieke ruimte: wij verkennen de mogelijkheden om meer m2's beschikbaar te stellen voor BSO, passend onderwijs
stimuleren.
en bewegend leren, maar ook meer ruimte binnen de regelgeving, meer beleving in het gebouw. 1^
Maatschappelijk: buurtfunctie, oud en jong in het gebouw: breder aanbod in de school.
1^
Continuïteit bieden: van 0-12 en van 12-20 en ook consequent blijven in de invulling daarvan.
1^
Ruimte voor differentiatie richting het individuele kind: dus diversiteit van de kinderen vraagt om veel meer en ook
1^
Integreren van het gebouw en het gebruik ervan in de leefomgeving scheelt kosten en geeft een gezamenlijke
andere ruimtes. verantwoordelijkheid met omwonenden.Verkeersveiligheid en parkeermogelijkheid voor halen en brengen.
18
SAMENWERKINGSSTRUCTUUR EN FINANCIËN Het Westland kent diverse overleggen waar, zonder benoemde verbinding, vaak min of meer hetzelfde wordt besproken. Dit kan binnen de scope van de LEA efficiënter (minder bijeenkomsten) en effectiever (gericht op maken van gezamenlijke beslissingen) worden georganiseerd. De samenwerking vraagt om een herijking van de bestaande governance en overlegstructuur. Op deze manier kan de evaluatie en borging van de programma's inhoudelijk worden besproken en anderzijds vindt sturing op tijdige en gedragen opstelling van de jaaragenda's plaats. TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Zoals eerder aangegeven heeft iedere partner binnen de LEA eigen taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van kinderen, jongeren en ouders. Door samen te werken kunnen we meer bereiken. In bijlage 2
is zichtbaar gemaakt dat we op alle programmalijnen gezamenlijk de pijlers willen uitwerken en vormgeven. SAMENWERKINGSSTRUCTUUR LEA De nieuwe structuur is volgens het model hieronder in een afbeelding weergegeven. Het bestuurlijk overleg stelt zichzelf ten doel om vanuit de centrale kindvisie te komen tot heldere opdrachten aan de werkgroepen. Dit betekent dat de kaders, uitgangspunten, doelen en succescriteria aan de voorkant worden vastgesteld en meegegeven aan de werkgroepen. Werkgroepen worden pas geïnstalleerd als dit mogelijk is. De werkgroepen hebben vervolgens de ruimte om zelf invulling te geven aan de manier waarop doelen en resultaten bereikt worden. De uitkomsten van de werkgroepen kunnen leiden tot voortschrijdend inzicht met bijbehorende vervolgopdrachten.
Het Westlandse Kind en zijn Ouders
Broedplaatsen
7
Kennis en Expertise deling
Gelijke kansen voor iedereen
Brede Ontwikkeling
Verbinding Onderwijs en Arbeidsmarkt
Agendacommissie
STUURGROEP (BOLOK)
19
BESTUURLIJKOVERLEG LEA (4x per jaar) Momenteel wordt er driemaal per jaar een BOLOK-overleg (Bestuursoverleg lokaal onderwijs en kinderopvang) georganiseerd. Onderdeel van het BOLOK is het OOGO (Op overeenstemming gericht overleg), dit gedeelte gaat specifiek over de huisvesting, het ondersteuningsplan en het jeugdplan(verankerd in het SBK) van de instellingen in het Westland. Het OOGO is wettelijk verplicht. Het bestuurlijke overleg LEA (stuurgroep) wordt onderdeel van het BOLOK-overleg en komt in ieder geval 4x per jaar bij elkaar of zoveel als nodig is om de eigen doelstellingen zoals hierboven beschreven te bereiken. Het bestuurlijk overleg LEA bestaat uit de wethouders onderwijs en sociaal domein, bestuurders Kinderopvang, PO, VO en MBO die beslissingsbevoegd zijn. Er is naast de eigen bestuurlijke rol binnen de LEA ruimte voor afstemming. Alle partijen zorgen voor een inhoudelijke bijdrage. Voor de facilitering van de LEA structuur neemt de gemeente de verantwoordelijkheid om de voorzitter voor het bestuurlijk overleg te leveren. Deze rol wordt door de wethouder onderwijs en/of directeur beleid uitgevoerd. De gemeente levert ook een ambtelijk LEA secretaris, namelijk de beleidsmedewerker onderwijs- en jeugdbeleid. De agendacommissie wordt gevormd door de voorzitters van de werkgroepen en secretaris. De agendacommissie bereidt de agenda voor.
De secretaris legt deze voor aan de voorzitter. De secretaris zorgt voor verspreiding van de agenda en stukken en voor verslaglegging van de bijeenkomsten (door derden). De agendacommissie LEA signaleert ontwikkelingen en bereidt de agenda voor de LEA vergaderingen voor. Werkgroepleden participeren zonder last of ruggenspraak. Dit betekent dat zij binnen de kaders van de opdracht op zoek gaan naar de beste werkwijze. Overige partijen zullen daar
waar nodig worden uitgenodigd om aan te sluiten op specifieke agendapunten. Alle leden in het bestuurlijk overleg LEA, de agendacommissie en de werkgroepen dragen er zelf zorg voor dat zij hun achterban informeren en dat zij participeren in lijn met de ambitie en visie van hun organisatie.
WERKGROEPEN Elke programmalijn heeft een eigen werkgroep. De werkgroepen bestaan uit mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van het primaire proces. De werkgroepen informeren, adviseren en leggen stukken ter besluitvorming bij de stuurgroep. Deelnemers: Programmamanager, beleidsambtenaren, leidinggevende vertegenwoordigers betrokken organisaties Voorzitter van de werkgroep is altijd iemand die betrokken is bij de uitvoering van het primair proces.
KINDEREN/JONGEREN EN OUDERS Gedurende de looptijd van de LEA worden kinderen/jongeren en ouders betrokken bij de verschillende thema's. Tijdens deze overleggen staan de programma's in de LEA centraal en vragen wij de deelnemers mee te denken over hoe wij het aanbod nog verder kunnen verbeteren en evalueren. Wij halen zodoende feedback op, maar vragen ook wat de ontwikkelwensen van de doelgroep zijn en hoe wij daar in onze jaarplannen rekening mee kunnen houden. De Westlandse jongerenraad speelt een rol in de invulling van de bijeenkomsten. Gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor de invulling van deze bijeenkomsten.
FINANCIËN In de gemeentelijke begroting is structureel budget beschikbaar voor uitvoering van de LEA. Onderdeel hiervan vormen de gelden beschikbaar gesteld vanuit de Gelijke Kansenalliantie. De komende jaren is daarnaast NPO-subsidie beschikbaar.
20
Scholen voeren vanuit de lumpsum en bepaalde subsidies onderdelen van de programmalijnen van de LEA uit. Daarnaast hebben ook zij de komende jaren NPO-geld ter beschikking. In de opdrachten aan de werkgroepen worden vanuit deze budgetten prioriteiten vastgesteld per programmalijn en tussen de programmalijnen. Daarnaast zijn er bestaande programma's met een eigen budget. Binnen de opdracht aan de werkgroep kan vallen om te adviseren hoe het beschikbare budget ingezet wordt (wijze van aanvragen, criteria). De NPO-gelden worden zoveel mogelijk ingezet ten bate van duurzame verbeteringen. Uitganspunt van de LEA met betrekking tot financiën is dat de overhead van de LEA proportioneel is ten opzichte van het gehele beschikbare budget.
PROGRAMMAMANAGER Voor het uitwerken van specifieke, nieuwe pijlers binnen programmalijnen is de inzet van een externe, onafhankelijke verbinder en coördinator van belang. Dit geldt met name voor onderdelen waar brede samenwerking en betrokkenheid in de hele keten nodig is om de gestelde doelen te bereiken. Deze verbinder, programmamanager genoemd, is lid van de agendacommissie. Hij/zij zoekt actief aansluiting bij externe netwerken op regionaal en landelijk niveau. Daarnaast zorgt de programmamanager ervoor dat tijdige afstemming plaatsvindt tussen de verschillende organisaties met als doel besluitvorming mogelijk te maken. De inzet en financiering van deze programmamanager vormt onderdeel van het vervolgoverleg op bestuurlijk niveau waarin de nog niet vastgestelde opdrachten nader worden uitgewerkt.
21
BESLUITVORMING EN MONITORING BESLUITVORMING De samenwerkingsstructuur ziet toe op het voorbereiden van gedragen voorstellen (inclusief financiële onderbouwing) t.b.v. de werkagenda. De uiteindelijk vaststelling van de voorstellen in de werkagenda kan alleen worden gedaan door een daartoe bevoegd bestuur. Bij de inzet van gemeentelijke gelden is het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd en is zodoende (voor het gemeentelijke deel) verantwoordelijk voor de vaststelling van de werkagenda en daarmee de toekenning van middelen (gemeentelijke middelen). In het geval van inzet van gelden die vanuit de andere LEA-partners worden ingebracht zijn de afzonderlijke besturen bevoegd en zijn zodoende verantwoordelijk voor de vaststelling van de onderdelen van de werkagenda en daarmee de toekenning van middelen. WERKEN MET EEN JAARPLAN De LEA bevat de brede doelstellingen/ambities over 2022-2025. Elk jaar wordt er een jaarplan geformuleerd waarin deze ambities de kaders vormen. Dit jaarplan wordt afgestemd in het BOLOK en vervolgens vastgesteld door het bevoegde gezag van de betrokken organisaties. Binnen de gemeente stelt het college het LEA AMBITIES 2022-2025
Jaardoelstelling
jaarplan vast en informeert de raad hierover. Het jaarplan is de concrete uitwerking van de LEA van dat jaar. Voor elk van de vijf programmalijnen wordt weergegeven wat het te bereiken resultaat is, wat de te leveren inspanningen zijn, welke middelen ingezet zullen worden (personeel en financieel) en wat de rolverdeling tussen de gemeente, het onderwijs en de kinderopvang is. Het jaarplan speelt in op actuele ontwikkelingen, waaronder ook ontwikkelingen in rijksbeleid. De uitwerking in een jaarplan vindt plaats binnen de kaders die de gemeenteraad vaststelt door goedkeuring van de LEA. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van het werkprogramma van het lopende jaar met een raadsinformatiebrief. In deze raadsinformatiebrief is ook het werkprogramma van het volgende jaar opgenomen.