CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Kust Westland_Toelichting

Gemeenteraad 19 oktober 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Kust16.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KUST WESTLAND bestemmingsplan NL.IMRO.1783.KUSTabp-on01 vastgesteld

T oelichting

3

4

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

8

2.1

Beleidskader

8

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

16

2.3

Gebiedsvisie

20

Hoofdstuk 3

Onderzoek

23

3.1

Bedrijven en milieuzonering

23

3.2

Geluid

23

3.3

Luchtkwaliteit

24

3.4

Externe veiligheid

25

3.5

Water

28

3.6

Bodem

32

3.7

Ecologie

33

3.8

Cultuurhistorische aspecten

35

3.9

Vormvrije m.e.r.

40

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Hoofdstuk 5

42 42

Uitvoerbaarheid

44

5.1

Economische uitvoerbaarheid

44

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan Kust zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Westland op 29 september 2010 maakte het mogelijk dat er een negental seizoensgebonden strandpaviljoens gebouwd en geëxploiteerd kunnen worden op het strand van Westland. Deze strandpaviljoens hadden allemaal een horeca bestemming overeenkomstig de bij het bestemmingsplan gevoegde Staat van Horeca-activiteiten tot categorie 2. Het zijn dus horecabedrijven. In 2012 is er op het strand van Molenslag te Monster met omgevingsvergunning een (strand)recreatiebedrijf (een kitesurfschool) mogelijk gemaakt. Vanaf dat moment waren er dus 'horeca' strandpaviljoens en een (strand)recreatiebedrijf zonder horeca. Dit systeem van strikte scheiding tussen 'horeca' en 'recreatie' is niet langer wenselijk, reden waarom met een nieuw bestemmingsplan Kust ondersteunende (of ondergeschikte) functiemenging mogelijk wordt gemaakt. In het vervolg van dit bestemmingsplan wordt gesproken van strand/horecapaviljoens en recreatiepaviljoen. Dit bestemmingsplan is verder een consoliderend plan van het gehele overige plangebied, waarmee ook voor het gehele gebied in een digitale bestemmingsplankaart wordt voorzien. Het bestemmingsplan Kust is in 2014 al herzien door het bestemmingsplan Kust, 1e partiële herziening, dat ook in dit bestemmingsplan wordt opgenomen.

In 2012 een omgevingsvergunning verleend om van één van de strandpaviljoens op het strand Molenslag te Monster een permanent strandpaviljoen te maken. Deze ontwikkeling wordt met dit bestemmingsplan vastgelegd. Er vindt nog een plangrens wijziging plaats nabij de Slaperdijk (Monster) als gevolg van de voorziene woningbouw ter plaatse van het gebied "Watergat Monster" en tenslotte worden een tweetal bestemmingen op strandslag Vlugtenburg in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie. Met de actualisering van een bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande methodiek en regelgeving van de vorige bestemmingsplannen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied beslaat het Westlandse strand en het achterliggende duin- en recreatiegebied. Het gebied omvat dus de kustreep van de gemeente Westland en wordt begrensd door: in het (noord)westen: de gemeentegrens die evenwijdig aan de kust door de Noordzee loopt; in het (noord)oosten: de grens met de gemeente Den Haag door natuur- en waterwingebied Solleveld; in het zuidoosten, van noord naar zuid: de Haagweg, het fietspad Schelpenpad, de Slaperdijk en de Verheelde Slaperdijk, de Noordlandsedijk, 't Louwtje, de waterloop parallel aan de Noordlandselaan, de Nieuwlandsedijk en de waterloop langs het recreatieterrein "Jagtveld"; in het zuidwesten: de grens met de gemeente Rotterdam, deelgemeente Hoek van Holland.

6

figuur 1: de Westlandse kuststrook

1.3

Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: Bestemmingsplan Kust, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Westland op 29 september 2010; Bestemmingsplan Kust, 1e partiële herziening, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Westland op 16 december 2014.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Kust Westland" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu en ecologie behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie.

Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. In het Natuurnetwerk Nederland (het strand) is het niet toegestaan ruimtelijke ingrepen te verrichten die de wezenlijke kenmerken van het netwerk aantasten. In het Solleveld en Kapittelduinen-gebied moet de stikstofdepositie teruggedrongen worden, zodat de natuur zich kan herstellen. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.

8

Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

figuur 2: toekomstkaart Westland Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Nota Toerisme: Beleef Westland 2012 In deze door de gemeenteraad op 27 november 2012 vastgestelde visie wordt voor 2030 uitgegaan van een strand dat uitblinkt in rust en ruimte. Er is een gevarieerd aanbod aan horeca en er worden stranden watersportactiviteiten aangeboden. Bij een aantal strandopgangen zijn mogelijk strandpaviljoens jaarrond geopend.

Uitgangspunt van beleid is een goede balans tussen natuur en recreatie. De camping bij Molenslag wordt teruggegeven aan de natuur, er wordt ingezet op fiets- en wandelpaden en voor de zonering wordt verwezen naar de APV. Er zijn negen strand/horecapaviljoens -ontstaan op basis van de vraag vanuit de markt en de mogelijkheden die er zijn op het strand, o.a. in relatie tot de rust op het strand- en die situatie wordt in het bestemmingsplan Kust geconsolideerd. Grootschalige evenementen worden niet toegestaan. In zijn raadsbesluit van 8 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Westland nog eens herhaald dat het aantal strand/horecapaviljoens negen moet blijven: dit aantal is passend bij het huidige en toekomstige bezoekersaantal, het aantal is passend bij het karakter van een Natura 2000 gebied, het aantal leidt niet

9

tot gewijzigde concurrentieverhoudingen en met dit aantal is er goede verdeling van het aantal paviljoens over de verschillende Westlandse strandopgangen. Bij collegebesluit van 7 december 2021 is de nota Toerisme: Beleef Westland van een uitvoeringsagenda voorzien. Het gaat hierbij (o.a.) om het versterken van de Westlandse identiteit en trots, onderzoeken waar kan worden uitgebreid wat betreft verblijfsrecreatie, het (laten) ontwikkelen van arrangementen en promotie, bezien of het mogelijk is meer jaarrond strandpaviljoens te krijgen (waarbij de balans tussen economie en ecologie steeds voorop staat) en het aantrekkelijker maken van de strandopgangen en verbeteren van de parkeerfaciliteiten. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten.

De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig waarmee rekening gehouden is op de plankaart en in de voorschriften. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken.

Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. In het plangebied bevinden zich bij strandopgang Vlugtenburg campings, een vakantiepark (waaronder een kampeervereniging met huisjes) en een bungalowpark (met bungalows in particuliere eigendom). Het betreft hier verblijfsrecreatie, zodat permanente bewoning niet is toegestaan. In het overgangsrecht van het bestemmingsplan Kust uit 2010 is reeds opgenomen dat geen overgangsrecht van toepassing is op gebruik dat reeds strijdig was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Ditzelfde overgangsrecht komt ook in dit bestemmingsplan te gelden, zodat handhavend optreden tegen strijdig gebruik (permanente bewoning) mogelijk blijft. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de

10

bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

11

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur Westland Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.

met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

12

figuur 4: uitsnede provinciale kaart NNN Een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden (art. 6.9e provinciale omgevingsverordening). In paragraaf 3.7.1 wordt verder op het Natuurnetwerk Nederland ingegaan. Ladder voor duurzame verstedelijking Volgens de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland bevat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen een verantwoording van de locatiekeuze. Hiervoor is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk geïntroduceerd. Als in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen stedelijk gebied kan worden voorzien en de locatie is groter dan 3 hectare, dan moet er tevens gebruik worden gemaakt van de locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte van de provincie.

De definitie voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Dit hangt af van de aard en omvang van de ontwikkeling i.r.t. de omgeving. De stedelijke ontwikkeling is "nieuw" als er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Dit betreft de vergelijking van de functiewijziging en de wijzigingen van het planologisch ruimtebeslag van de nieuwe stedelijke ontwikkeling ten opzichte van het geldende planologisch regime. Als het nieuwe plan geen functiewijziging en geen extra ruimtebeslag geeft, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De definitie voor bestaand stedelijk gebied is: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dan moet er worden aangetoond dat deze plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied en wordt voorzien in een actuele (regionale) behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd, om te voldoen aan de ladder.

De ontwikkelingen voortvloeiend uit dit bestemmingsplan vinden niet plaats binnen bestaand stedelijk gebied en zijn bovendien zo kleinschalig van aard dat er geen sprake is van een gevolg voor de actuele regionale behoefte. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische

13

crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

figuur 5: uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Deze AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor dit bestemmingsplan zijn er twee onderwerpen waarmee rekening moet worden gehouden. Dit zijn het kustfundament en Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied valt binnen het kustfundament. Dat is van belang als drager voor functies in het kustgebied, waaronder de bescherming voor overstromingen vanuit zee. Om een duurzaam kustfundament te behouden dient voldoende ruimte voor de versterking van de zeewering aanwezig te zijn met behoud van natuurlijke waarden.

Er mogen geen activiteiten mogelijk gemaakt worden die een belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn, dat gebeurt ook niet in dit bestemmingsplan. Gronden waarop een primaire waterkering ligt of die functie hebben, dienen in het bestemmingsplan de bestemming 'waterstaat-waterkering' te krijgen. De gronden die deel uitmaken van de beschermingszone krijgen conform het Barro de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-duin', indien de primaire waterkering een duin is. Een deel van het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van aan te leggen en bestaande natuurgebieden in Nederland. De artikelen in het Barro t.a.v. het Natuurnetwerk Nederland regelen met name de manier waarop de provincies in hun verordeningen regelingen moeten opnemen die erop toezien dat geen bestemmingsplannen worden vastgesteld, die activiteiten mogelijk

14

maken die per saldo leiden tot een significante aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden of tot een significante vermindering in oppervlakte t.o.v. het bestemmingsplan dat gold ten tijde van de inwerkingtreding van die provinciale verordening. In paragraaf 3.7.1 wordt verder op het Natuurnetwerk Nederland ingegaan. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2023 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Kustpact (2017) In 2017 hebben de minister van infrastructuur en milieu, kustgemeenten, kustprovincies, kustwaterschappen en verschillende belangenorganisaties het Kustpact gesloten.

Ook Westland is partner bij dit pact. Partijen hebben met dit pact onderschreven dat nieuwe recreatieve ontwikkelingen met een ruimtebeslag in de kustzone moeten bijdragen aan het behoud en -indien mogelijk- de versterking van de kwaliteit van de kustzone. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van de kustzone. Kernkwaliteiten zijn: vrij zicht en grootschaligheid, natuurlijkheid en dynamiek, robuuste waterstaat, contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden, contrasten met het achterland, kusterfgoed in het duingebied en het achterland, kustplaatsen en achterland, gebruikskwaliteiten en culturele en mentale betekenis van de kust. 2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling om bij strand/horecapaviljoens ondersteunende recreatie activiteiten toe te staan en bij een recreatiepaviljoen ondersteunende horeca-activiteiten, is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden. Recreatieve activiteiten waren al toegestaan (voor evenementenbureaus), zodat het nu ook toestaan zulke activiteiten te organiseren vanuit de al aanwezige strandpaviljoens geen wezenlijke verandering van de bestaande situatie betekent, terwijl de ondersteunende horeca bij het aanwezige recreatiepaviljoen een zodanig evenwichtige uitbreiding is dat er geen sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten van het kustgebied of een significante vermindering van de kwaliteit van het gebied.

15

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ontstaansgeschiedenis

De wordings- en vormingsgeschiedenis van het strand langs de Nederlandse kust omvat een periode van ruwweg twaalf duizend jaar. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar voor Chr.) stond de zeespiegel 35 meter lager dan nu en lag de Noordzee nog voor een groot deel droog (figuur 6: Holoceen). Engeland maakte toen deel uit van het vasteland van noordwest Europa. Rond 7000 v. Chr. bereikte de zee de huidige Nederlandse kustlijn. In de daaropvolgende periode overstroomden de laaggelegen dal systemen. Rond 2750 v. Chr. was de stijging van de zeespiegel sterk afgenomen, tot ca. 25cm per eeuw. De zeespiegel stond toen op een niveau van ca. - 3.5m NAP. Voor de kust ontstond een gesloten strandwallensysteem dat zich in de daaropvolgende periode zeewaarts uitbreidde. In 1500 v. Chr. had de kustuitbouw in West-Nederland zich doorgezet. De zeespiegel lag op ~2m NAP. De zeegat systemen in de West-Nederlandse kust lagen juist daar waar rivieren in zee uitmondden. In het achtergelegen kustgebied vormde zich veen. Rond 100 n. Chr. lag het zeeniveau op ~1m NAP en vanaf die tijd (tot aan het begin van de 20 eeuw) bedroeg de zeespiegelstijging gemiddeld ~5cm per eeuw. Door menselijk toedoen was in 800 n. Chr. heel Zuidwest-Nederland overstroomd en veranderd in één groot getijdengebied. Een grote door de mens veroorzaakte omslag in het kustlandschap vond pas na 1100 n. Chr. plaats.

Vanaf die tijd werden de kweldergebieden en de riviervlakte grootschalig bedijkt, werden veengebieden ontgonnen en ontstond het Nederlandse polderlandschap. In 1850 n. Chr. was door inpolderingen in Zeeland, de Kop van Noord-Holland en Noord-Nederland het getijdenareaal verder afgenomen. Vanaf die tijd ook is de verstedelijking in gebieden achter de kustlijn in hoog tempo voortgegaan.

figuur 6: Noord-West Europa rond 8000 vC. 2.2.2

Cultureel erfgoed

Van de 14e eeuw tot begin 20ste eeuw heeft in de Polanenduinen de boerderij Solvelt gestaan. De oude akkers en bijbehorende houtwallen zijn nu nog goed herkenbaar. Het dorp Ter Heijde was begin 15e eeuw een welvarend dorp met een bloeiende visserij. Tot 1830 had men eigen visserschepen. Daarna verdween langzamerhand de visserij en vonden de dorpelingen merendeel hun bestaan in de landbouw. In de 18e en 19e brak de zee enkele keren door de verzwakte duinenrij heen, reden om achter de duinen bij Monster verschillende dijken aan te leggen, waaronder de Slaperdijk. Het dorp Ter Heijde is als gevolg van kustafslag driemaal landinwaarts verplaatst. Daarna werd het in de Tweede Wereldoorlog nogmaals verwoest, waarna het is herbouwd. De sloop werd ingegeven door de bouw van de Atlantikwall, alleen de kerk bleef staan. De Atlantikwall was een kustverdedigingslinie voor de Duiters, bestaande uit een groot aantal bunkers. Een deel van die bunkers ligt in de duinen van het plangebied.

16

De wisselwerking tussen rivieren en zee leidde tot voortdurende wateroverlast in het Westland. De mogelijkheden tot ontginning werden erdoor beperkt. Daarom zijn langs de kreken landinwaarts al vroeg dijken aangelegd (o.a. langs de Gantel). In 1872 werd de Nieuwe Waterweg officieel in gebruik genomen. Deze verbeterde de toegang van Rotterdam tot de zee en de afwatering van het grondgebied van Westland. 2.2.3

Gebiedsbeschrijving

De strook langs de zeereep is, van noord naar zuid gezien, verschillend van karakter. Ten noorden van Ter Heijde ligt een breed gebied van oude duinen, genaamd Solleveld. Een deel van dat gebied wordt door Dunea gebruikt als waterinfiltratie- en waterwingebied. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde vanwege de ontkalkte, natte duinen. Het wordt beheerd als natuurgebied en heeft de status van habitatrichtlijngebied. Aan de strandzijde is ten noorden van Ter Heijde de zogenaamde 'zandmotor' aangelegd, een innovatieve zandsuppletie. Het is een schiereiland volgens het principe 'Bouwen met de natuur'. Wind en stroming verspreiden het zand langs de kust richting de duinen met als doel de kust op de lange termijn te versterken en een dynamisch natuur- en recreatiegebied te creëren. Ook hebben diverse planten, vogels en andere dieren zich inmiddels in dit kustlandschap genesteld en heeft het gebied grote recreatieve waarde voor natuurliefhebbers en sporters. De ontwikkeling wordt goed gemonitord en regelmatig geëvalueerd. De zandmotor is in de planverbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Ten zuiden van Solleveld, ter hoogte van het dorp Ter Heijde, versmalt het plangebied zich tot enkel de zeereep en het strand met duinen, het maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het duingebied ten zuiden van Ter Heijde zijn de Kapittelduinen.

Samen met de Van Dixhoorndriehoek is het onderdeel van het beschermd natuurmonument Kapittelduinen, een 500 ha. groot gebied dat deels buiten het plangebied is gelegen. Op één plaats krijgt het natuurgebied een grotere breedte door het natte natuurgebied De Banken. Helemaal in het zuiden van het plangebied is een gedeelte van de polder Nieuwland en Noordland gelegen. In dit gebied bevindt zich een sterke concentratie van verblijfsrecreatie, bestaande uit campings en vakantiehuisjes- en bungalowparken. Tevens is daar horeca gevestigd. Het plangebied maakt onderdeel uit van het opgerichte samenwerkingsverband om te komen tot het Nationaal Park Hollandse Duinen:

figuur 7: kaart Nationaal park Hollandse Duinen De duinen zijn de zeewering, waarbij de achter de primaire waterkering gelgen Slaperdijk fungeert als reservedijk en daarmee een tweede verdedigingslinie ter bescherming van het achterland vormt. In de duinen is beperkte bebouwing aanwezig vanwege recreatieve, sportieve of horecadoeleinden. Tevens zijn er fiets- en wandelpaden in het duingebied en is er bedrijfsbebouwing aanwezig vanwege de waterwinning in Solleveld.

17

Op het strand bevinden zich gedurende het jaarlijkse toeristische seizoen (1 maart tot 1 november) 9 strandpaviljoens, waaronder één permanent (jaarrond) strandpaviljoen. De strandpaviljoens zijn als volgt over de diverse stranden en strandopgangen verdeeld: Vlugtenburg: 2, Beukel: 2, Ter Heijde, Strandweg: 2, Ter Heijde, Karel Doormantrap: 1, Molenslag: 2. Op strand Molenslag is nog een seizoensgebonden strand/watersportrecreatiebedrijf toegestaan. Verder zijn er een drietal (seizoensgebonden) watersportverenigingen gevestigd op de stranden Beukel, Ter Heijde, Strandweg en Ter Heijde, Karel Doormantrap. Hulpposten van de reddingsbrigade zijn aanwezig op de stranden Beukel en Ter Heijde, Karel Doormantrap. In het plangebied zijn tenslotte nog een aantal burger- en bedrijfswoningen aanwezig en als zodanig bestemd. 2.2.4

Molenbiotoop

Op grond van de provinciale omgevingsverordening moet binnen een bestemmingsplan rekening gehouden worden met molenbiotopen (art. 6.25). Ooit zijn molens gebouwd in een ideale omgeving, nu komen er in de molenbiotoop steeds meer obstakels. Hoge gebouwen en bomen in de omgeving van een molen hebben een nadelig effect op de windtoevoer. Bomen geven meestal meer problemen dan hoge gebouwen. Bomen houden de wind soms even vast, om die vervolgens weer los te laten. Het gevolg is dat de wind sterk in kracht kan wisselen. Deze wisselvallige wind is zeer nadelig, omdat de molen gelijkmatige wind nodig heeft om goed te kunnen draaien. Ook is het mogelijk dat door de wisselvallige windvlagen, de wieken en daarmee ook het mechanisme van de molen extra slijtage ondervinden. Om voldoende wind op de wieken te kunnen vangen, moet de omgeving van de molen (de molenbiotoop) vrij zijn van obstakels. Dit molenbiotoop wordt beschermd met het zogenoemde windrecht. Dit windrecht bestond al in de 15e eeuw. Het windrecht verzekerde de molenaar van vrije windvang omdat bebouwing en beplanting binnen de molenbiotoop zonder zijn toestemming niet was toegestaan. De molenbiotoop is een cirkel van 400 meter getrokken rond het midden van de molen. In de eerste 100 meter rond de molen mag er geen beplanting of bebouwing staan die hoger komt dan de onderkant van de verticaal staande wiek.

Tussen de 100 en de 400 meter loopt de belemmerende hoogte geleidelijk op (zie afbeelding).

figuur 8: molenbiotoop molen "De Vier Winden" In Monster staat molen "De Vier Winden" aan de Haagweg. Ter bescherming van de molenbiotoop zijn in het bestemmingsplan regels gesteld die de hoogte van bebouwing en beplanting beperken.

18

2.2.5

Stiltegebied

Een stiltegebied is een milieubeschermingsgebied waarin de geluiden van flora en fauna overheersen. Het woord ‘stilte’ betekent hierbij niet dat er geen geluid in het gebied waarneembaar is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Stiltegebieden zijn van belang voor de rustzoekende recreant en de flora en fauna in de natuur. Activiteiten die de geluidsbelasting negatief beïnvloeden, zijn niet meer mogelijk in het gebied dat als stiltegebied is aangewezen. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, zijn hiervan uitgesloten. Onder 'stil' worden geluiden verstaan die tussen de 35 en 40 decibel liggen. Ook kan worden gesteld dat een gebied 'stil' is als de lange perioden met natuurlijke geluiden overheersen tot de perioden met niet-natuurlijke geluiden. Stiltegebieden zijn geregeld in de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland (PMV). De PMV is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming en bevat regels over: afvalwater; bodemsanering; het gebruik van stortplaatsen; milieubeschermingsgebieden voor stilte en grondwater; het ontgassen van binnenschepen; inspraak bij een milieubeleidsplan, milieuprogramma en milieuverordening;

figuur 9: stiltegeb ied Monster in de omgeving van het plangebied Het plangebied bestaat deels uit het stiltegebied. Op grond van de provinciale Omgevingsverordening is een ieder verplicht handelen of nalaten dat tot een significante verstoring zou kunnen leiden, achterwege te laten. 2.2.6

Verkeer / parkeren

De strandopgangen zijn goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Er zijn acht strandopgangen (van noord naar zuid): Watertoren (Monster), Schelpenpad (Monster), Molenslag (Monster), Karel Doormantrap (Ter Heijde), Strandweg (Ter Heijde), Arendsduin ('s-Gravenzande), Beukel ('s-Gravenzande) en Vlugtenburg ('s-Gravenzande). Langs het strand bevinden zich drie grote betaalde parkeerterreinen, bij de strandopgangen Molenslag, Beukel en Vlugtenburg. Deze parkeerterreinen beschikken elk over ongeveer duizend parkeerplaatsen en beogen het parkeren van strandgasten buiten de daarvoor bestemde voorzieningen tegen te gaan. In de periode van 1 april tot en met 30 september is het betaald parkeren bij Vlugtenburg, Beukel en Molenslag

19

(niet na 19.00 uur). De gronden zijn in eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland. In het dorp Ter Heijde zijn ook voldoende parkeerplaatsen voor strandgasten aanwezig, maar geldt in het toeristisch seizoen ook dat bewoners gebruik kunnen maken van de speciale vergunningplekken als zij die verleend hebben gekregen. De bereikbaarheid met het OV is niet goed te noemen. Met de bus kunnen de dorpskernen van Monster en het begin van de Strandweg en nabij Vlugtenburg in 's-Gravenzande worden bereikt. Voor het overige hebben de aan- en omliggende wegen voldoende capaciteit om al het verkeer goed af te wikkelen.

figuur 10: hoofdontsluitingen met parkeerplaatsen Vlugtenburg, Beukel en Molenslag Bij de strandopgangen zijn verschillende vormen van fietsparkeren. Bij de rustige strandopgangen zijn houten fietsenstallingen waarvan kosteloos gebruik kan worden gemaakt, bij de betaalde parkeerplaatsen is meer dan voldoende gelegenheid voor (betaald) fietsparkeren. Bevoorrading van de strandpaviljoens vindt plaats vanaf de diverse strandopgangen.

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Algemeen

Het kustgebied van Westland laat zich vooral kenmerken door een ononderbroken zandstrand van ca. 8 kilometer lengte met een achttal strandopgangen. Daarachter ligt een uitgestrekt duingebied dat varieert in breedte met een tweetal Natura 2000 gebieden: Solleveld (ten noorden van Ter Heijde) en Kapittelduinen (ten zuiden van Ter Heijde). De stranden en duingebieden liggen nabij Monster en 's-Gravenzande, waarbij de aanliggende infrastructuur met name wordt bepaald door de Noordlandseweg, Strandweg, Monsterseweg, het dorp Ter Heijde en de wegen daarnaartoe en de Haagweg. Westlanders zijn een belangrijke doelgroep omdat de kuststrook aansluit bij het woonklimaat van de Westlander. Vanuit economisch oogpunt zijn ook verblijfstoeristen belangrijk, waarbij met name de campings en huisjesparken nabij Vlugtenburg belangrijk zijn. De natuur is waardevol en bijzonder en daarom deels gesloten voor publiek. De kust is niet ingericht op grote bezoekersstromen, het is een ander strand dan Hoek van Holland, Kijkduin of Scheveningen, Westland wil zich kenmerken als 'familiestrand.'

20

2.3.2

Ondersteunende recreatie bij horeca / ondersteunende horeca bij recreatie

Aangezien de enige beleidsontwikkeling t.o.v. de vorige bestemmingsplannen bestaat uit een wijziging van het beleid t.a.v. horeca en recreatie op het strand, wordt hier wat uitvoeriger bij stilgestaan. Het vorige bestemmingsplan Kust maakte geen recreatieve activiteiten mogelijk vanuit een strand/horecapaviljoen. Niettemin vindt dit bij een aantal paviljoen wel al plaats. Dat gaat goed samen met de overige strandrecreanten. Op drukke stranddagen (bij mooi weer) wordt voldoende afstand tot de reguliere strandbezoekers aangehouden, het strand van Westland is overal zodanig ruim dat dit geen problemen of onveilige situaties oplevert. Bij minder mooi weer en een rustiger strand is er ook dichterbij de paviljoens al voldoende ruimte voor activiteiten. Er is behoefte aan strand- en watersportactiviteiten en gemeente Westland wil dit vanuit de gedachte een aantrekkelijke kustgemeente te zijn faciliteren. Voor strand/horecapaviljoens is het in beginsel niet mogelijk om kleedruimte, douches e.d. in gebruik te nemen of materialen ten behoeve van strand- en watersportactiteiten op te slaan.

In het huidige bestemmingsplan Kust zijn ze aangemerkt als "horecabedrijf in de vorm van een strandpaviljoen" waarin "horeca-activiteiten worden uitgeoefend als genoemd in categorie 2 of lager" van de Staat van horeca-activiteiten." Het is strand/horecapaviljoens wel toegestaan in samenwerking met een extern evenementenbureau strand- en of watersportactiviteiten aan te bieden / te laten houden op het strand of in zee, want de bestemming van het strand en de zee maakt mogelijk "het recreëren". Door nu de strand/horecapaviljoens ook toe te staan attributen en materialen op te slaan e.d. worden veel onnodige transportbewegingen (aan- en afvoer van de materialen) voorkomen. In ieder geval tot groepen van 100 personen is een activiteit toegestaan zonder dat een vergunning o.g.v. de APV noodzakelijk is (klein evenement). O.g.v. de nadere regels Noordzeestrand Westland (2015) is het toegestaan om op bepaalde plekken van het strand te blokarten (onder professionele begeleiding), surfen, kitesurfen of te kanoën. De toename van publiek als gevolg van het ruimtelijk mogelijk maken van recreatieve activiteiten vanuit de strandpaviljoens is verwaarloosbaar wanneer in acht wordt genomen dat de paviljoens al activiteiten konden aanbieden in samenwerking met een evenementenbureau.

Om het ondersteunende karakter van de recreatie aan de horeca zeker te stellen is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat ten hoogste 75 m2 van de totaal toegestane bebouwing (van 450 m2) gebruikt wordt t..b.v. de recreatieve activiteiten. Dit zal ervoor zorgen dat de gezelschappen niet te groot kunnen zijn. Voor het permanente strand/horecapaviljoen wordt het niet mogelijk gemaakt om ruimten in gebruik te nemen ten behoeve van recreatieve activiteiten. Aan de andere kant wordt ook toegestaan om een recreatiepaviljoen ondersteunende (of ondergeschikte) horeca activiteiten te laten uitoefenen, uitsluitend voor de eigen recreatieve gasten (deelnemers aan activiteiten). Waar in het huidige bestemmingsplan Kust sprake is van een 'waterscheiding' tussen horeca en recreatie, wordt nu gekozen voor een systeem van 'functiemenging.' Dit systeem wordt in meerdere kustgemeenten gehanteerd. Het gaat dus om 'ondersteunende' horeca bij recreatie. Deze 'ondergeschiktheid' is een ruimtelijk relevant feit. Om de ondergeschiktheid van de horeca activiteiten bij een recreatiepaviljoen vast te leggen is daarom een aantal ruimtelijk relevante regels opgesteld, waaronder een beperking van de openingstijden, het alleen aan kunnen bieden van consumpties en arrangementen aan deelnemers van activiteiten en duidelijke (reclame)uitingen.

Waar voor de strand/horecapaviljoens verdere uitbreiding dan de reeds toegestane 450 m2 bebouwing en 300 m2 terras ongewenst is, geldt voor het recreatiepaviljoen dat uitbreiding wenselijk en noodzakelijk is, gelet op de verruimde functie. Waar het huidige paviljoen en terras op grond van de omgevingsvergunning in totaal 150 m2 mogen beslaan, wordt het met dit bestemmingsplan mogelijk te verruimen tot een bebouwing van 250 m2 met een terras van 100 m2. Hiermee wordt recht gedaan aan de verruimde mogelijkheden en kunnen zowel de recreatieve als de ondersteunende horeca activiteiten voldoende uitgeoefend worden. Gelijkschakeling met de overige paviljoens is niet opportuun, omdat dat ten koste gaat van de 'rust en ruimte' en daarmee de kernkwaliteiten en collectieve waarden van de kustzone worden aangetast. Het recreatiepaviljoen zou dan meer publiek trekken dan alleen de recreatieve gasten en zou net als de overige paviljoens ook feesten en partijen voor derden (tot in de nacht) kunnen organiseren. Om te voorkomen dat het recreatiepaviljoen zou kunnen uitgroeien tot een strand/horecapaviljoen is ook een sluitingstijd van 22.30 uur bepaald. Hiermee is verzekerd dat de horeca ondergeschikt blijft aan de activiteiten, terwijl die meer dan voldoende plaats kunnen hebben. De noodzakelijke rust is hiermee gewaarborgd en de impact op de omgeving (en de natuur) aanvaardbaar.

Daarbij zou een groter

21

recreatiepaviljoen dan nu mogelijk gemaakt leiden tot een toename van de stikstofuitstoot, wat een negatief effect heeft op de aanwezige natuurwaarden. In de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland is opgenomen dat de stikstofdepositie bij Solleveld moet verminderen. 2.3.3

Aantal strandpaviljoens

Op grond van het bestemmingsplan Kust zijn maximaal negen strand/horecapaviljoens toegestaan. Sinds de vaststelling van dat bestemmingsplan in 2010, hebben zich twee veranderingen voorgedaan op het strand: er is een omgevingsvergunning verleend om van één van de strandpaviljoens in Monster (Molenslag) een jaarrond strandpaviljoen te maken en er is een omgevingsvergunning verleend voor een recreatiepaviljoen (kitesurfschool) (zonder horeca) op het strand Molenslag. Deze ontwikkelingen worden met dit bestemmingsplan geconsolideerd, waarbij voor het recreatiepaviljoen geldt dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden uitgebreid (zie hierboven). Het aantal strand/horecapaviljoens blijft negen (waarvan één jaarrond). Bij deze paviljoens is een permanent horecapaviljoen in de duinen bij Vlugtenburg niet inbegrepen. In zijn besluit van 8 juli 2020 heeft de gemeenteraad dit maximale aantal van negen nogmaals bevestigd. Het Westlandse strand kenmerkt zich als 'familiestrand', het is geen strand als Hoek van Holland, Kijkduin of Scheveningen. In de beleidsnota 'Beleef Westland' (2012) is opgenomen dat er weidse, rustieke ruimte is voor de strandbezoeker en dat de natuur waardevol en bijzonder is. De kust is niet ingericht op grote bezoekersstromen en strandbezoek vindt voornamelijk plaats door bewoners uit de nabije omgeving. Massatoerisme wordt uitdrukkelijk uitgesloten.

Geluidsoverlast en visuele hinder (losse bebouwing) moeten zoveel mogelijk worden beperkt. In de beleidsnota 'Beleef Westland' wordt gesteld dat het aantal van negen strandpaviljoens is ontstaan op basis van vraag uit de markt en de mogelijkheden die er zijn op het strand, ook in relatie tot de rust op het strand. Dit aantal wordt geconsolideerd door het bestemmingsplan Kust. Meer strand/horecapaviljoens zouden meer bezoekersaantrekkende werking betekenen, wat ten koste gaat van de rust en ruimte op het strand. Meer geluidsoverlast, meer stikstofuitstoot, meer lichthinder (zowel overdag als in de avonduren) zijn ongewenst. Het aantal strand/horecapaviljoens is nu goed verdeeld over de strandopgangen in Westland en geeft zo een goede spreiding met voldoende aanbod: 2 (Vlugtenburg, 's-Gravenzande), 2 (Beukel, 's-Gravenzande), 2 (Strandweg, Ter Heijde), 1 (Karel Doormantrap, Ter Heijde), 2 (Molenslag, Monster). Eventuele overcapaciteit zou ook kunnen leiden tot lagere omzetten per paviljoen en daarmee tot kwaliteitsverlies. Relatie Dienstenrichtlijn Het aantal strand/horecapaviljoens en het recreatiepaviljoen zijn ook onderwerp van onderzoek geweest in het kader van de Dienstenrichtlijn. Uit een onderzoek van Rho adviseurs (bijlage 1) is gebleken dat het gemeentelijk beleid en dit bestemmingsplan in deze voldoet aan de jurisprudentie op dit punt.

Eveneens is aandacht besteed aan het "Didam-arrest" aangaande schaarse rechten. Het recreatiepaviljoen huurt namelijk de gronden van gemeente Westland. Op het moment dat in plaats van een recreatiepaviljoen een strand/horecapaviljoen zou worden toegestaan, moeten de gronden openbaar op de markt gezet worden als verhuurmogelijkheid voor een tiende strand/horecapaviljoen. Dit vindt gemeente Westland onwenselijk.

22

Hoofdstuk 3

Onderzoek

3.1

Bedrijven en milieuzonering

3.1.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2

Onderzoek

De strand/horecapaviljoens, het horecabedrijf en het recreatiepaviljoen zijn o.g.v. de bij het bestemmingsplan horende 'Staat van horeca-activiteiten' aan te merken als een categorie 2 bedrijf (middelzware horeca). Dit houdt in dat een afstand van tenminste 30 meter moet worden aangehouden t.o.v. een 'rustige woonwijk.' Het meest dichtbij woningen gelegen strandpaviljoen is het paviljoenten noorden van de strandopgang Karel Doormantrap, dat hemelsbreed op ruim 170 meter van de aanwezige woningen is gelegen. Voor de strand/horecapaviljoens langs de strandopgang Strandweg in Ter Heijde is de afstand ruim 200 meter en voor de overige strand/horecapaviljoens en het recreatiepaviljoen is het nog veel verder. Gelet ook op de tussenliggende hoge duinen, gaat het om zulke grote afstanden tot woonbebouwing dat er geen sprake is van een negatieve invloed. Dat is ook gebleken uit de akoestische onderzoeken die voor veel van de strand/horecapaviljoens bij het verlenen van omgevingsvergunning zijn verricht. Voor de overige bedrijven in het plangebied (het waterwinbedrijf in Solleveld, de horeca- en recreatiebedrijven nabij Vlugtenburg) vinden geen wijzigingen plaats. 3.1.3

Conclusie

In de nabijheid van de strand/horecapaviljoens, het horecabedrijf en het recreatiepaviljoen zijn geen conflicterende functies aanwezig en is milieuzonering derhalve niet van toepassing.

3.2

Geluid

3.2.1

Verkeerslawaai

Met de Wet geluidhinder wordt een aantal specifieke geluidgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen en ziekenhuizen. Aan de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld vanwege het woon- en leefklimaat. In of in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen verkeerswegen en geluidgevoelige objecten die akoestisch onderzoek op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk maken. Het bestemmingsplan maakt ook geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk. 3.2.2

Industrielawaai

De geluidszone rondom de (zware) industrie op de Maasvlakte en in de Europoort (gemeente Rotterdam) reikt tot en met het zuidelijke deel van het plangebied. De contour van de geluidszone is op de bestemmingsplankaart aangeduid met de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - industrie'. Voor de gronden binnen die gebiedsaanduiding zijn enkele gebruiksregels gesteld. Er komen geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen te liggen, zodat een nader onderzoek op dit punt niet noodzakelijk is.

23

3.2.3

Paviljoens op het strand

Activiteitenb esluit (BARIM) De op het strand gevestigde bedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit waarin geluidnormeringen zijn opgenomen. Het hierbij om maximaal toelaatbare geluidniveaus, veroorzaakt door de inrichting, op de gevels van woningen van derden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de normen gedurende de dag-, avond- en nachtperiode.

Bij het bepalen van de gemiddelde geluidniveaus mag het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- en recreatieactivititeiten buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast hoeft bij het bepalen van het maximale geluidniveau het komen en gaan van bezoekers niet meegerekend te worden en tevens mag het verrichten van sportactiviteiten buiten beschouwing gelaten worden. 3.2.4

Onderzoek

De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte wijzigingen wat betreft ondersteunende recreatie-activiteiten bij de strand/horecapaviljoens en ondersteunende horeca bij een recreatiepaviljoen betekenen geen zodanige wijzigingen voor de geluidsituatie op omliggende woningen -mede gelet op de grote afstanden tussen de paviljoens en woningen- dat niet (langer) aan de geluidsnormen voldaan kan worden. Omdat het aanbieden van recreatieve activiteiten op het strand en in zee al mogelijk was en bovendien de vraag kan worden gesteld of personen ook al niet naar het strand zouden gaan als de activiteiten eventueel niet mogelijk zouden zijn geweest, is er ook geen sprake van extra indirecte hinder. 3.2.5

Conclusie

De bestemmingsplanwijziging heeft geen nadelige gevolgen wat betreft de geluidsituatie.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Geldig

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

60 ìg/m³

2010 t/m 2014

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

vanaf 2015

jaargemiddelde concentratie

48 ìg/m³

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

fijn stof (PM10)1)

vanaf 11 juni 2011

24

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³

vanaf 11 juni 2011

1) Bij de beoordeling blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007)

Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=8d3f46c8-1175-466e-82ae-21cb1d02e906