CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Kust Westland_Regels

Commissie Ruimte en Wonen 27 september 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Kust17.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KUST WESTLAND bestemmingsplan NL.IMRO.1783.KUSTabp-on01 vastgesteld

Regels

3

4

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Hoofdstuk 2

6 6

Bestemmingsregels

15

Artikel 2 Wijze van meten

15

Artikel 3 Bedrijf

16

Artikel 4 Groen

18

Artikel 5 Horeca

19

Artikel 6 Maatschappelijk

21

Artikel 7 Natuur - Ecologische verbindingszone

22

Artikel 8 Natuur - Natuur

27

Artikel 9 Recreatie

29

Artikel 10

Tuin

31

Artikel 11

Verkeer

32

Artikel 12

Water

33

Artikel 13

Wonen

34

Artikel 14

Leiding - Gas

36

Artikel 15

Leiding - Water

37

Artikel 16

Waarde - Archeologie - 1

38

Artikel 17

Waarde - Archeologie - 2

40

Artikel 18

Waarde - Archeologie - 3

42

Artikel 19

Waarde - Archeologie - 4

44

Artikel 20

Waterstaat - Waterstaatswerk

46

Hoofdstuk 3

Overgangs- en slotregels

48

Artikel 21

Anti-dubbeltelregel

48

Artikel 22

Algemene bouwregels

49

Artikel 23

Algemene gebruiksregels

50

Artikel 24

Algemene aanduidingsregels

51

Artikel 25

Algemene afwijkingsregels

55

Artikel 26

Overgangsrecht

56

Artikel 27

Slotregel

57

5

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

Het bestemmingsplan Kust Westland met identificatienummer NL.IMRO.1783.KUSTabp- VA01van de gemeente Westland. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aan-huis-gebonden-onderneming

Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.4

aanbouw

Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7

achtererf

De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8

antenne-installatie

Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.9

archeologisch deskundige

De archeologisch deskundige van gemeente Westland of een daarvoor door burgemeester en wethouders in de plaats gestelde deskundige. 1.10

archeologische waarde

Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.11

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

6

1.12

bebouwingsgebied

Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. 1.13

bedrijf

Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.14

bedrijfsgebouw van recreatiebedrijf

Een gebouw dat blijkens zijn aard en inrichting kennelijk is bestemd om te worden gebruikt als bedrijfsruimte voor een recreatiebedrijf. 1.15

bedrijfsgebouw

Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals ingevolge de bestemming toegestaan, hieronder niet begrepen een dienstwoning. 1.16

bedrijfswoning

Een woning bij een bedrijf, die bestemd is voor bewoning door (het huishouden van) de ondernemer of door bij dat bedrijf werkzaam personeel, waarvan de huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.17

bedrijfswoning - bestaande

Een bedrijfswoning die op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was. 1.18

bedrijfsmatig aanbieden van recreatievoorzieningen

Voorzieningen die worden aangeboden door het recreatiebedrijf, gericht op dienstverlening aan de recreant die recreëert op het recreatieterrein van dat bedrijf, zoals bouwwerken voor ontspanning en vermaak of voor het beheer van het recreatieterrein (stroomvoorziening, verlichting, bewegwijzering e.d.). 1.19

bedrijfsvloeroppervlak

Het totale vloeroppervlak van bedrijven, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.20

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.21

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.22

bevi-inrichting

Een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.23

bevoegd gezag

Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.24

bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

7

1.25

bijgebouw

Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.26

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.27

bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.28

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt begrensd door vloeren of balklagen die op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggen. Het dient hierbij te gaan om horizontale bouwlagen. 1.29

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30

bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.31

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct of indirect en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.33

bouwwijze

De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneen gebouwd. 1.34

boveninsteek

De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang. 1.35

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving en de historische landschapswaarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden. 1.36

dagrecreatie

Het recreëren op een recreatieterrein al dan niet met behulp van kampeermiddelen, zonder dat overnachting in die kampeermiddelen of anderszins op het recreatieterrein is toegestaan.

8

1.37

detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.38

dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.39

dienstwoning

Een woning in, of nabij een gebouw, of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming. 1.40

duinvoet

De overgang van het duinbeloop naar het strand, in dit geval de benedenrand van de duin, zoals dat door de beheerder van de waterkering wordt aangegeven door middel van een afrastering. 1.41

duurzaam gemeenschappelijke huishouding

Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners. 1.42

erf

Al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte daarvan, die direct gelegen zijn bij een hoofdgebouw en die in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, die deze inrichting niet verbieden. 1.43

erfscheiding

De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.44

erker

Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten. 1.45

functieaanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.46

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.47

geluidshinderlijke inrichtingen

Bedrijven in de zin van artikel 41, lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

9

1.48

groenvoorzieningen

Groenschermen van opgaande beplanting, bermbeplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik, welke beplanting in planologisch opzicht een ruimte structurerend effect hebben. 1.49

hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.50

horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van een nachtverblijf, uitsluitend in de vorm van een hotel. 1.51

hotel

Een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kortstondig nachtverblijf, waarbij passende voorzieningen als roomservice, dagelijkse schoonmaak en beddenopmaak en de verstrekking van consumpties en maaltijden in een restaurant (ook voor niet overnachtenden) aanwezig zijn, waarbij er geen keukens op de kamers aanwezig zijn en de mogelijkheid bestaat bij een receptie per dag een kamer te kunnen reserveren en betalen. Onder een hotel voorziening wordt niet verstaan permanente kamerverhuur, een appartementenhotel en/of overnachting (altijd meerdere nachten), noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid, uitgezonderd kortstondig zakelijk verblijf. 1.52

huishouden

Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.53

jaarrond strandpaviljoen

Een niet voor bewoning bestemd gebouw dat jaarrond op het strand mag zijn geplaatst ten behoeve van het verstrekken van etenswaren en dranken voor gebruik ter plaatse en zaal-exploitatie in de vorm van een horeca-inrichting tot en met categorie 2 van de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van horeca-activiteiten', zonder de mogelijkheid tot het verstrekken van nachtverblijf. 1.54

kamerbewoning

Onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.55

kamerwoning

Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.56

kampeermiddel

Een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan die uitsluitend dient voor het recreatief gebruik door de recreant en die niet gebruikt mag worden als recreatiewoning in de zin van artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 1.57

kampeerterrein

Gronden die uitsluitend mogen worden gebruikt voor de plaatsing van kampeermiddelen en recreatieverblijven.

10

1.58

kantoor

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.59

kortstondig zakelijk verblijf

Verblijf ten behoeve van zakelijk contact en/of overleg met anderen die in dezelfde of aanverwante branches werkzaam zijn, niet zijnde intensieve fysieke arbeid, voor niet langer dan 14 dagen. 1.60

maatschappelijke en culturele voorzieningen

Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs- en religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van kinderopvang, bejaardentehuizen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.61

nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.62

ondergeschikte horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit bij een hoofdfunctie, niet zijnde horeca, waarbij de ondergeschikte horeca-activiteiten passen bij de hoofdfunctie qua uitstraling, dienen ter ondersteuning van de hoofdfunctie en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie en derhalve slechts geboden kan worden aan gebruikers van de hoofdfunctie. 1.63

ondergrondse conventionele explosieven

Explosieven in de grond afkomstig vanuit de Tweede Wereldoorlog, als bedoeld in de Circulaire Vliegtuigberging van de Minister van Defensie inzake, onder meer, de opsporing en ruiming van die explosieven (Staatscourant 2016, 54987). 1.64

oorspronkelijke achtergevel

De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw, dus exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.65

openbaar toegankelijk gebied

Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.66

overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.67

overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.68 a. b.

peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld (in geval van het strand, is het maaiveld het strand), waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het

11

bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. 1.69

plan

Het bestemmingsplan "Kust" van de gemeente Westland waarvoor deze planregels en de daarbij behorende planverbeelding met legenda, het juridische normenkader vormen. 1.70

recreatiebedrijf

Een onderneming die uitsluitend gericht is op verblijfsrecreatie, met de daarbij behorende recreatievoorzieningen, zoals in de vorm van een camping of bungalowpark. 1.71

recreatieterrein

De gronden behorende bij het recreatiebedrijf waarop recreatieverblijven of kampeermiddelen kunnen worden geplaatst. 1.72

recreatieverblijf

Een gebouw dat blijkens zijn aard en inrichting kennelijk is bestemd om te worden gebruikt als verblijfsruimte ten behoeve van verblijfsrecreatie en dat niet als hoofdverblijf dient voor welke gebruiker dan ook van dat gebouw. 1.73

risicovolle inrichtingen

Inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.74

seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.75

slopen

Het slopen als bedoeld in artikel 3.3, aanhef en onder b., van de Wet ruimtelijke ordening. 1.76

staat van horeca-activiteiten

De staat van horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.77

stacaravan

Een kampeermiddel in de vorm van een caravan die voor meerdere toeristische seizoenen op het recreatieterrein is geplaatst als verblijfsruimte ten behoeve van verblijfsrecreatie en dat niet als hoofdverblijf dient voor welke gebruiker dan ook van dat recreatiemiddel. 1.78

straatmeubilair

Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.79

strand

De zandstrook tussen de duinvoet en de hoogwaterlijn van de zee.

12

1.80

strandhuisje

Een klein gebouw dat uitsluitend op het strand wordt geplaatst ten behoeve van strandrecreatie in de vorm van opberghokje of kleedhokje, en dat gedurende het toeristisch seizoen op het strand mag zijn geplaatst binnen een door een op de planverbeelding aangeduide zone van het strand en dat wordt aangemerkt als seizoensgebonden bouwwerk in de zin van artikel 2.24, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.1 van het Besluit omgevingsrecht. 1.81

strandpaviljoen

Een niet voor bewoning bestemd gebouw dat gedurende het toeristisch seizoen op het strand mag zijn geplaatst ten behoeve van het verstrekken van etenswaren en dranken voor gebruik ter plaatse en zaalexploitatie in de vorm van een horeca-inrichting tot en met categorie 2 van de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van horeca-activiteiten' (zonder het verstrekken van nachtverblijf) en ondergeschikt daaraan het aanbieden en/of mogelijk maken van strand- en watersportactviteiten. 1.82

strandrecreatie/watersportbedrijf

Een niet voor bewoning bestemd gebouw dat gedurende het toeristisch seizoen op het strand mag zijn geplaatst ten behoeve van strand- en watersportactiviteiten en ondergeschikt daaraan horeca-activiteiten ten behoeve van deelnemers aan activiteiten. Onderdeel hiervan maken uit: leslokaal, kleed- en opslagruimten, terras en ontmoetingsruimte. Bedrijfsmatige exploitatie als horeca-inrichting is niet toegestaan. Ondergeschikt is strand/watersportgerelateerde detailhandel toegestaan. 1.83

terras

Onbebouwd, onoverdekt, aansluitend terrein aangrenzend aan een (permanent) strandpaviljoen of strandrecreatie/watersportbedrijf dat gedurende het toeristisch seizoen op het strand mag zijn geplaatst dat voorzien is van terrasvlonders of enige vorm van verharding, al dan niet afgeschermd met terrasschermen en bedoeld om gasten plaats te laten nemen en/of te laten consumeren. 1.84

toeristisch seizoen

Het seizoen voor het bedrijfsmatig voorzien van horeca- en recreatiemogelijkheden op het strand dat jaarlijks terugkeert en duurt van 1 maart tot en met 31 oktober. 1.85

uitbouw

Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.86

veranda

Een overkapping aan de voorzijde van een woning met maximaal 2 wanden. 1.87

verblijfsrecreatie

Bepaalde vorm van recreatief gebruik, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, dan wel in bouwwerken, die bestemd zijn voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, pension of woning, ten behoeve van personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.88

voorerf

De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.89

voorgevel

De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn.

13

1.90

voorgevelrooilijn

De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.91

watersportvereniging

Een niet voor bewoning bestemd gebouw dat gedurende het toeristisch seizoen op het strand mag zijn geplaatst ten behoeve van de opslag van materialen, kleedruimten, douches en uitkijkplek ten behoeve van leden de watersportvereniging. Bedrijfsmatige activiteiten en activiteiten voor derden zijn niet toegestaan. 1.92

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden

Werk of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.3, aanhef en onder a., van de Wet ruimtelijke ordening. 1.93

winteropslag

Opslag van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, jaarlijks van 1 november tot en met 30 april. 1.94

wonen

Het gehuisvest zijn in een woning. 1.95

woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.96

zeewering

De primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet voor zover gelegen op het kustfundament als bedoeld in artikel 2.3.1 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 1.97

zijerf

De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.

14

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingsregels

Wijze van meten

2.1 afstand de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

15

Artikel 3

Bedrijf

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. 3.2

bedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'nb': uitsluitend een nutsbedrijf; ter plaatse van de aanduiding 'bw': een bedrijfswoning met bijgebouwen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals terreinen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen, groen en water; ontsluitingswegen en daarbij behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, verkeerskunstwerken en groenvoorzieningen; hoofdwatergangen, watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen. Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd: a. bedrijfsgebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'bw': een bedrijfswoning met bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. werken, geen bouwwerk zijnde, zoals verkeerskunstwerken; indien: e.

voldaan wordt aan de parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per 100 m 2 .

Voor het bouwen gelden de volgende regels: 3.2.1 a. b. c. d.

e. f. 3.2.2 a. b. c. d. e. f. g.

Bedrijfsgeb ouwen gebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangeven bouwhoogte; indien de gebouwen en overkappingen niet in de erfgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de erfgrens ten minste 3 m te bedragen; de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding "maximumbebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel, indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100 % van het bouwperceel; het maximale bruto-oppervlak van de bijgebouwen van een bedrijfswoning bedraagt 50% van het bouwvlak met een maximum van 50 m2; de maximale inhoud van een bedrijfswoning bedraagt 600 m3.

Aan- en uitb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen De afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2 m; indien niet in de erfscheiding wordt gebouwd bedraagt de afstand tot de erfscheiding ten minste 3 m; de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen/aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m.

16

3.2.3 a. b. c. 3.3

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m. Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.

3.4

in een bedrijfswoning is uitsluitend het wonen bij het bedrijf toegestaan; geluidshinderlijke inrichtingen zijn niet toegestaan; risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan; onzelfstandige kantoren zijn toegestaan met een bedrijfsvloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak en minder is dan 3000 m 2; zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; detailhandel is niet toegestaan; het is verboden de gronden buiten het bouwvlak te gebruiken voor de opslag van goederen binnen de toevoeging 'cw' is het gebruik uitsluitend toegestaan met inachtneming van de bescherming van de cultuurhistorische waarde van het gebouw, in de zin als voor monumenten geregeld in of krachtens de Erfgoedwet. Afwijken van de regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken.

17

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. 4.2

groen, waaronder groenvoorzieningen, beschoeiing, houtgewas en water; speelvoorzieningen voor kinderen; fietspaden, voetpaden en ruiterpaden door de groenvoorzieningen; bouwwerken die geen gebouwen zijn en die voor het gebruik van de groenvoorzieningen nodig zijn, zoals bruggen, dammen, duikers en straatmeubilair; waterlopen en waterplassen. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m., voor straatverlichting 5 m.

4.3

Afwijken van de regels

4.3.1

Afwijken voor versterken zeewering

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken. 4.3.2

Afwijken voor parkeerplaatsen en andere verhardingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van dit artikel voor het aanleggen van parkeerplaatsen, in- en uitritten en andere ondergeschikte verhardingen, mits: er een aantoonbaar tekort is; het niet ten koste gaat van de kwaliteit en beleving van de groenvoorzieningen en eventueel elders gecompenseerd wordt; een verkeerskundig advies is gevraagd.

18

Artikel 5 5.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

5.2

horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, parkeervoorzieningen, wegen, voeten fietspaden en water. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 a. b. c. d.

e.

5.2.2 a. b. c. d. e. f. g. 5.2.3 a. b. c.

Hoofdgeb ouwen hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte; de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding "maximumbebouwingspercentage (%)" aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel, indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100 % van het bouwperceel; indien de hoofdgebouwen niet in de erfgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de erfgrens ten minste 3 m te bedragen.

Aan- en uitb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2 m; indien niet in de erfscheiding wordt gebouwd bedraagt de afstand tot de erfscheiding ten minste 3 m; de goothoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedragt ten hoogste 3 m.

5.3

Afwijken van de regels

5.3.1

Afwijken voor versterken zeewering

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken. 5.3.2

Afwijking van de Staat van Horeca-activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1: a.

om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 5.1, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 5.1

19

b.

genoemd; om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de horecacategorieën, zoals in lid 5.1 genoemd.

20

Artikel 6 6.1

M aatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

6.2

de uitoefening van een maatschappelijke functie; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - reddingsbrigade' (sm - rb): uitsluitend een reddingsbrigade; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en water. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1 a. b. c. d.

6.2.2 a. b. c. d. e. f. g. 6.2.3 a. b. 6.3

Hoofdgeb ouwen hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte; indien de hoofdgebouwen niet in de erfgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de erfgrens ten minste 3 m te bedragen. Aan- en uitb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2 m; indien niet in de erfscheiding wordt gebouwd bedraagt de afstand tot de erfscheiding ten minste 1m; de goothoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn: 1 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

Afwijken regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken.

21

Artikel 7

Natuur - Ecologische verbindingszone

7.1

Bestemmingsomschrijving

7.1.1

Algemeen

De voor 'Natuur - Ecologische verbindingszone' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de actuele en potentiële landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden met inbegrip van de zich daarin bevindende flora en fauna, de natuurbescherming en de waterhuishouding. 7.1.2

Recreatieve doeleinden

De voor 'Natuur - Ecologische verbindingszone' aangewezen gronden zijn eveneens bestemd voor: het recreëren op het strand en in de zee zonder dat er recreatieterreinen mogelijk zijn en zonder dat kampeermiddelen of recreatieverblijven kunnen worden geplaatst; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - strandpaviljoen' (sn - spj), één strandpaviljoen, uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, inclusief bijbehorend terras; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - jaarrond strandpaviljoen' (sn -jspj), één jaarrond strandpaviljoen, inclusief bijbehorend terras en ter plaatse van de functieaanduiding (sn - jspjgt) een gastank ten behoeve van het jaarrond strandpaviljoen; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - verhuur strandbedjes' (sn - vst), één gebouw, uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, ten behoeve van de verhuur van strandbedjes; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur strandrecreatie/watersportbedrijf' (sn - wsp), uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, één strandrecreatie/watersportbedrijf, inclusief bijbehorend terras; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - watersportvereniging' (sn - wsv), uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, één watersportvereniging; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van

natuur - reddingsbrigade' (sn-rb), uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, een reddingsbrigade; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - strandhuisjes' (sn-sh), uitsluitend gedurende het toeristische seizoen, voor maximaal het aantal dat op de planverbeelding is aangegeven; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - jaarrond fundering' (sba - jf), een jaarrond fundering zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van dit bestemmingsplan ten behoeve van een gebouw dat uitsluitend gedurende het toeristisch seizoen is toegestaan, het op de planverbeelding opgenomen cijfer correspondeert met de bouwregels die specifiek voor die fundering opgenomen zijn, een mogelijke fundering laat onverlet dat voor het bouwwerk op de fundering gemeten wordt vanaf het peil (zijnde het strand); (openbare) toiletgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve recreatieve functie van het strand en uitkijktorens voor de strandwacht (uitsluitend op het strand), allen uitsluitend gedurende het toeristische seizoen; waterkering, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, verhardingen, waaronde stelconplaten, ten behoeve van de toegankelijkheid van de paviljoens en overige voorzieningen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.

voor de bouwwerken op de gronden met de functieaanduiding (sn - spj) en de functieaanduiding (sn - jspj) gelden de volgende bepalingen: het maximale bruto-vloeroppervlak van een strandpaviljoen bedraagt 450 m2, exclusief terras en inclusief bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken die geen gebouwen zijn; het maximale bruto-vloeroppervlak van een terras bij een strandpaviljoen bedraagt 300 m2; een strandpaviljoen wordt op het strand gebouwd (geen fundering toegestaan), tenzij de

22

functieaanduiding (sba - jf) is opgenomen; een strandpaviljoen mag niet bestaan uit twee bouwlagen; een strandpaviljoen staat op tenminste 10 meter afstand van andere strandbebouwing; een strandpaviljoen wordt met de langste zijde evenwijdig aan de duinvoet gebouwd; een strandpaviljoen met de functieaanduiding (sn - spj) wordt op minimaal en maximaal 2 meter van de duinvoet gebouwd, een strandpaviljoen met de functieaanduiding (sn - jspj) wordt op 8 meter van de duinvoet gebouwd. b. voor de bouwwerken op de gronden met de functieaanduiding (sn - jspjgt) gelden de volgende bepalingen: uitsluitend toegestaan is een gastank met een maximale afmeting van 6 m2 en een maximale hoogte van 1,50 m; rondom de gastank is een transparant hekwerk toegestaan met een maximale hoogte van 2 m. c. voor de bouwwerken op de gronden met de functieaanduiding (sn - vst) gelden de volgende bepalingen:

d.

het maximale bruto-vloeroppervlak van een gebouw ten behoeve van de verhuur van strandbedjes mag maximaal 15 m2 zijn; een gebouw ten behoeve van de verhuur van strandbedjes wordt op 2 meter van de duinvoet gebouwd; voor de bouwwerken op de gronden met de functieaanduiding (sn - wsp) gelden de volgende

e.

het maximale bruto-vloeroppervlak van een strandrecreatie/watersportbedrijf bedraagt 250 m2, exclusief terras en inclusief bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken die geen gebouwen zijn; het maximale bruto-vloeroppervlak van een terras bij een strandrecreatie/watersportbedrijf bedraagt 100 m2; een uitgiftepunt van drank en/of etenswaren is niet toegestaan; een strandrecreatie/watersportbedrijf wordt op het strand gebouwd (geen fundering toegestaan); een strandrecreatie/watersportbedrijf mag niet bestaan uit twee bouwlagen; een strandrecreatie/watersportbedrijf staat op tenminste 10 meter afstand van andere strandbebouwing; een strandrecreatie/watersportbedrijf wordt met de langste zijde evenwijdig aan de duinvoet gebouwd; een strandrecreatie/watersportbedrijf wordt op minimaal en maximaal 2 meter van de duinvoet gebouwd. voor de bouwwerken met de functieaanduiding (sn - wsv) gelden de volgende bepalingen:

f.

het maximale bruto-vloeroppervlak (inclusief uitkijkruimte) van een watersportvereniging mag niet meer bedragen dan op de planverbeelding is opgenomen; een watersportvereniging mag niet bestaan uit twee bouwlagen, tenzij op de planverbeelding is opgenomen dat dit wel mag, waarbij tevens wordt aangegeven voor hoeveel vierkante meter dat is toegestaan; een watersportvereniging staat op tenminste 10 meter afstand van andere strandbebouwing; een watersportvereniging wordt met de langste zijde evenwijdig aan de duinvoet gebouwd; een watersportvereniging wordt op 2 meter van de duinvoet gebouwd. voor de bouwwerken met de functieaanduiding (sn-rb) gelden de volgende bepalingen:

g.

het maximale bruto-vloeroppervlak (inclusief uitkijkruimte) van een reddingsbrigade mag niet meer bedragen dan op de planverbeelding is opgenomen; een reddingsbrigade mag niet bestaan uit twee bouwlagen, tenzij op de planverbeelding is opgenomen dat dit wel mag, waarbij tevens wordt aangegeven voor hoeveel vierkante meter dat is toegestaan; een reddingsbrigade staat op tenminste 10 meter afstand van andere strandbebouwing; een reddingsbrigade wordt op 2 meter van de duinvoet gebouwd. voor de bouwwerken met de functieaanduiding (sn-sh) gelden de volgende bepalingen:

h.

het maximale bruto-vloeroppervlak van een strandhuisje bedraagt 6 m2, en wel in de verhouding lengte/breedte van 3:2; een strandhuisje moet zodanig zijn geplaatst dat de voorzijde van het strandhuisje is gericht naar de zee en het strandhuisje in één lijn staat met de overige strandhuisjes ter plaatse; een strandhuisje wordt op tenminste 8 meter van de duinvoet gebouwd. voor toiletgebouwen gelden de volgende bepalingen:

bepalingen:

23

i.

het maximale bruto-vloeroppervlak van een toiletgebouw bedraagt 15 m2; een toiletgebouw staat op tenminste 10 meter afstand van een strandpaviljoen of een strandrecreatie/watersportbedrijf of een watersportvereniging; een toiletgebouw wordt op 2 meter van de duinvoet gebouwd. voor de fundering met functieaanduiding (sba - jf-1) gelden de volgende bepalingen: de fundering bestaat uit maximaal 36 betonnen palen met een doorsnede van maximaal 0,5 meter; de funderingspalen staan minimaal 3 meter uit elkaar; de funderingspalen hebben een maximale hoogte van 1 meter.

7.2.2

Bouwhoogten

De maximale bouwhoogte van gebouwen en andere bouwwerken bedraagt: strandpaviljoen met de functieaanduiding (sn - spj): 5,5 meter; strandpaviljoen met de functieaanduiding (sn - jspj): 8 meter; gebouw verhuur van strandbedjes met functieaanduiding (sn - vst): 3 meter; strandrecreatie/watersportbedrijf met de functieaanduiding (sn - wsp): 5,5 meter; watersportvereniging met de functieaanduiding (sn - wsv): 5,5 meter; reddingsbrigade met de functieaanduiding (sn - rb): 6 meter; strandhuisje met de functieaanduiding (sn-sh): 3 meter; toiletgebouw: 3 meter; bouwwerken scheepvaartgeleiding: 5 meter; bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter. 7.3

Gebruiksregels

7.3.1

Ondergeschikte recreatie b ij strandhorecapaviljoens

Voor het gebruik van een strandpaviljoen met de functieaanduiding 'sn - spj' ten behoeve van het ondergeschikt aan kunnen bieden en/of mogelijk maken van strand- en/of watersportactiviteiten geldt de volgende regel: het maximale bruto vloeroppervlak van het strandpaviljoen dat wordt gebruikt voor opslag van materialen en kleedruimten e.d. ten behoeve van de ondergeschikte strand- en watersportactiviteiten bedraagt 75 m2. 7.3.2

Ondergeschikte horeca b ij recreatie/watersportbedrijf

Voor het gebruik van een strandrecreatie/watersportbedrijf met de functieaanduiding 'sn - wsp' gelden de volgende regels: de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit, waarbij de totale inrichting uiterlijk geopend mag zijn tot 22.30 uur; de ondersteunende horeca is uitsluitend toegankelijk voor gasten van het strandrecreatie/watersportbedrijf met een geregistreerd deelnemerschap, waartoe een register wordt bijgehouden; de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit, er is geen aparte ingang. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Kamperen

Onder strijdig gebruik van gronden wordt in elk geval verstaan het gebruik voor het vrij kamperen. 7.4.2

Strandrecreatie/watersportbedrijf

Onder strijdig gebruik van een strandrecreatie/watersportbedrijf met de functieaanduiding 'sn - wsp' wordt verstaan: verkoop van dranken en/of etenswaren aan niet-deelnemers van strand/watersportactiviteiten; het (laten) organiseren en/of houden van feesten en partijen.

24

7.5

Voorwaardelijke verplichting ondergeschikte horeca bij recreatie/watersportbedrijf

Het gebruik van een strandrecreatie/watersportbedrijf is slechts toegestaan als het bedrijf als zodanig van buitenaf herkenbaar is door middel van aangebrachte naamsvermelding en/of reclame. Het gebruik van een strandrecreatie/watersportbedrijf is eveneens slechts toegestaan voor zover bij de entree(s) van het bedrijf een duidelijke mededeling/bord is gerealiseerd waarop bezoekers duidelijk wordt dat alleen deelnemers aan de activiteiten gebruik kunnen maken van de horecafaciliteiten. 7.6

Voorwaardelijke verplichting gebruik strandbebouwing

Het gebruik van bebouwing op het strand is slechts toegestaan onder de voorwaarde dat geen vuurwerk wordt afgestoken of het afsteken van vuurwerk mogelijk wordt gemaakt. Lichtuitstraling dient te allen tijde tot een minimum te worden beperkt, terwijl bij het aanbrengen van nieuwe verlichting - na inwerkingtreding van het bestemmingsplan- lichthinder voor vleermuizen moet worden beperkt door amberkleurige UV-vrije LED armaturen te gebruiken. 7.7

Afwijken regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken. 7.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.8.1

Uitvoeringsverb od zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met bestemming 'Natuur - Ecologische verbindingszone' zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

f. g. h. i. j. 7.8.2

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en/of egaliseren; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen; het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning; het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden; het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen; Uitzondering op het uitvoeringsverbod

De verbodsbepaling van 7.8.1 geldt niet voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die bij het van kracht worden van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of aangevraagde maar nog te verlenen vergunning; hieronder wordt mede verstaan: a.

b.

het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de zeeweringsfunctie ongewenste veranderingen in de buitenduinen; het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van de verweringsfunctie ongewenste veranderingen in de buitenduinen;

25

c.

7.8.3

werken en/of werkzaamheden, die strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden. Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.8.1 zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover zij voor wat betreft hun plaats, hun omvang en hun wijze van uitvoering de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van deze gronden niet in onevenredige mate aantasten. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke ecoloog omtrent de gevolgen van voorgenomen werken en/of werkzaamheden voor het behoud en/of herstel van het gebied en de eventueel te stellen voorwaarden.

26

Artikel 8 8.1

Natuur - Natuur

Bestemmingsomschrijving

Algemeen De voor 'Natuur - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de actuele en potentiële landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden met inbegrip van de zich daarin bevindende flora en fauna; de natuurbescherming en de waterhuishouding. Recreatieve doeleinden De voor 'Natuur - Natuur' aangewezen gronden zijn eveneens bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

8.2

ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' (op) een opslagterrein; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - fietspad' (sn-fpd) een openbaar duinfietspad; ter plaatse van de functiaanduiding 'specifieke vorm van natuur - wandelpad' (sn-wpd) een wandelpad; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - ruiterpad' (sn-rpd) een ruiterpad; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - parkeerplaats' (sn-p) een parkeerplaats met de daarbij behorende voorzieningen; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - watersportvereniging' (sn-wsv) een permanente watersportvereniging; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - opslag strandbebouwing' (sn osb) een winteropslag voor strandbebouwing; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - camperparkeerplaats' (sn - cp) een twaalftal parkeerplaatsen voor campers, te gebruiken voor een maximaal verblijf van 24 uur. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. 8.3

op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken binnen de functieaanduiding (sn-wsv) bedraagt ten hoogste 5,5 m; de bouwhoogte van bouwwerken binnen de functieaanduiding (sn-sb) bedraagt ten hoogste 4 m; de bouwhoogte van bouwwerken voor scheepvaartbegeleiding bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 m. Afwijken bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 onder c, indien het natuurbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 8.4

Afwijken regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in dit artikel voor de waterstaatkundige versterking van de zeewering en/of de waterveiligheid indien en voorzover de regels van de dubbelbestemming Waterstaat -Waterstaatkundige functie, gegeven in artikel 20 van deze regels, voor dat doel niet toereikend mochten blijken. 8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1

Uitvoeringsverb od zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met bestemming 'Natuur - Natuur' zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en/of egaliseren; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

27

c. d. e.

f. g. h. i. j. 8.5.2

het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen; het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning; het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden; het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen; Uitzondering op het uitvoeringsverbod

De verbodsbepaling van 8.5.1 geldt niet voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die bij het van kracht worden van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of aangevraagde maar nog te verlenen vergunning; hieronder wordt mede verstaan: a.

b.

c.

8.5.3

het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de zeeweringsfunctie ongewenste veranderingen in de buitenduinen; het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van de verweringsfunctie ongewenste veranderingen in de buitenduinen; werken en/of werkzaamheden, die strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden. Uitzonderingen ten b ehoeve van waterwinning

De verbodsbepaling van 8.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die plaatsvinden op het terrein met de gebiedsaanduiding ‘milieuzone-waterwingebied’ en betrekking hebben op: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

8.5.4

schoonspuiten van winningen (leidingen, diepe en ondiepe putten, drains; schoonpompen en regenereren van peilbuizen (1x per 5 jaar); onderhoud aan vacuüm- en dompelpompen; onderhoud aan elektronische installaties; herstelwerkzaamheden bij buisbreuken in transportleidingen; herstelwerkzaamheden bij verstoppingen van putten en drains; onderhoud afsluiters transportleidingen; stuifvrij houden van putten; vrijmaken van putten/infrastructuur waterwinning door maaien en verwijderen van struiken en houtige opslag. Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover zij voor wat betreft hun plaats, hun omvang en hun wijze van uitvoering de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van deze gronden niet in onevenredige mate aantasten. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke ecoloog omtrent de gevolgen van voorgenomen werken en/of werkzaamheden voor het behoud en/of herstel van het gebied en de eventueel te stellen voorwaarden.

28

Artikel 9 9.1

Recreatie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

e.

f.

g. h.

het bedrijfsmatig aanbieden van recreatievoorzieningen door een recreatiebedrijf met de daarbij behorende voorzieningen; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' (sr-1) uitsluitend voor recreatieverblijven zonder bedrijfswoning; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2' (sr-2) uitsluitend voor stacaravans en andere kampeermiddelen en één bedrijfswoning; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 3' (sr-3) uitsluitend voor recreatieverblijven, stacaravans en andere kampeermiddelen en één bedrijfswoning met bijgebouwen en andere bouwwerken die het gebruik van de bedrijfswoning ondersteunen of verbeteren; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 4' (sr-4) uitsluitend voor recreatieverblijven en twee bedrijfswoningen ofwel mogen twee recreatieverblijven worden gebruikt als bedrijfswoning; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 6' (sr-6) uitsluitend dagrecreatie voor leden van een watersportvereniging met daarbij één verenigingsgebouw van de watersportvereniging; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 7' (sr-7) uitsluitend voor één gebouw ten behoeve van dagrecreatie; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, (ontsluitings-)wegen, voet- en fietspaden en water.

9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden met de functieaanduiding (sr-1): de recreatieverblijven moeten minimaal 3 m van de perceelsgrens en in een onderlinge afstand van minimaal 5 m worden geplaatst; de bruto-oppervlakte van een recreatieverblijf mag maximaal 45 m2 bedragen; de totale bruto-oppervlakte van alle bedrijfsgebouwen tezamen mag maximaal 500 m2 bedragen. b. op de gronden met de functieaanduiding (sr-2): de stacaravans moeten minimaal 3 m van de perceelsgrens en in een onderlinge afstand van minimaal 5 meter worden geplaatst; de bruto-oppervlakte van een stacaravan mag maximaal 45 m2 bedragen; de bruto-oppervlakte van een berging bij een stacaravan mag maximaal 6 m2 bedragen; de totale bruto-oppervlakte van alle bedrijfsgebouwen tezamen mag maximaal 600 m2 bedragen; de bruto-inhoud van de bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen. c.

op de gronden met de functieaanduiding (sr-3): de recreatieverblijven en stacaravans moeten minimaal 3 m van de perceelsgrens en in een onderlinge afstand van minimaal 5 m worden geplaatst; de onderlinge afstand voor recreatieverblijven geldt niet indien twee of meer recreatieverblijven aan elkaar zijn gebouwd; de bruto-oppervlakte van een recreatieverblijf mag maximaal 100 m2 bedragen; indien twee of meer recreatieverblijven aan elkaar zijn gebouwd, dan geldt voor dit gecombineerde bouwwerk een maximale bruto-oppervlakte van 200 m2; de bruto-oppervlakte van een stacaravan mag maximaal 45 m2 bedragen; de totale bruto-oppervlakte van alle bedrijfsgebouwen tezamen mag maximaal 1.350 m2 bedragen; het bedrijfsgebouw dat dienst doet als kantine mag binnen genoemd totaal een bruto-oppervlakte van maximaal 250 m2 hebben; de bruto-inhoud van de bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=f598fd54-7064-4944-a724-cb0ac225ef35