CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Kust Westland_Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 19 oktober 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Kust22.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

(en daarmee beperkt recreatie-activiteiten aan te kunnen bieden), zijn er minder vervoersbewegingen 21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

10

noodzakelijk om materialen e.d. aan- en af te voeren. Er zullen geen wijzigingen optreden in de zones waarin bepaalde activiteiten mogen plaatvinden. Bij recreatie wordt onderscheid gemaakt tussen strandactiviteiten en watersport. Onder de strandactiviteiten worden onder andere verstaan: volleybal, blokarten, powerkiten, strandgolf, bubblesoccer, boogschieten, youfoo (combi van frisbee en lacrosse), “expeditie Robinson”, yoga workshop. Wat betreft de watersport gaat het onder andere om: golfsurfen, suppen, raften, kitesurfen, kajakken. Er zullen geen wijzigingen optreden in de zones waarin bepaalde activiteiten mogen plaatsvinden. In bijlage 1 is de algemene plaatselijke verordening Westland 2015 toegevoegd waarin alle nadere regels met betrekking tot het Noordzeestrand zijn opgesomd. In de beoogde situatie wordt er opslag gecreëerd bij acht paviljoens met ondergeschikte recreatie. Hierdoor zijn er geen verkeersbewegingen meer voor het aan- en afvoeren van materialen voor evenementen. De volgende inschatting is gedaan t.a.v. de toename van het verkeer: (zie ook stikstofberekening met kenmerk: 21148/AQT302/RS) - Lichtverkeer: 270 minder verkeersbewegingen per jaar; - Middelzwaar vrachtverkeer: blijft gelijk; Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

3.4

Veldbezoek

Het plangebied is bezocht op 8 december 2021. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, half bewolkt met een temperatuur van 5°C, windkracht 4 Bft uit het zuiden. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied, en de toegangswegen naar de plekken van de strandpaviljoens bekeken. Beschermde soorten worden alleen op basis van regionale verspreidingsgegevens en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten, anders worden ze meegenomen in de toetsing.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

11

4

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING Onderstaand wordt bepaald wat de afstand is van het plangebied tot beschermde natuurgebieden of gebieden die behoren tot een ecologische verbindingszone en wordt getoetst of de geplande activiteiten mogelijk een negatief effect kunnen hebben op deze beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.

4.1

Natura 2000-gebieden

De paviljoens liggen allen tegen het Natura 2000-gebied ‘Solleveld en Kapittelduinen’ aan, zie figuur 4.1. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark en Wapendal’ ligt op 4,9 km afstand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan vijf kilometer afstand.

Figuur 4.1. Positie van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.

Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen2. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevinden zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora. Door de ligging van het plangebied direct naar het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen kunnen mogelijk negatieve effecten optreden door de wijziging in het bestemmingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen effecten door de toename van recreatie, de uitbreiding van één recreatie paviljoen en de extra verkeersbewegingen. De toename van recreatie komt overeen met de effectenbeschrijving en -beoordeling van het beheerplan Solleveld & Kapittelduinen 3. De mogelijke effecten van het gebruik van gebouwen en recreatievoorzieningen zijn beperkt tot betreding. Aangezien dit gebruik buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied of in doelbewuste delen plaatsvindt zijn negatieve effecten niet aan de orde. Door uitbreiding van de oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kan er verandering ontstaan in dynamiek van het achterliggende habitattype ‘witte duin’, behorend tot het Natura 2000-gebied. Het witte duin ontstaat aan de zeereep, de eerste duinrij die aan het strand grenst.

De invloed van fijne zoutdruppeltjes, die ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (‘salt spray’), en 21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

12

stuivend zand zorgen voor een extreem milieu waarin kenmerkende helmvegetatie ontstaat. Door uitbreiding van het oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kunnen externe negatieve effecten door zandwaai en saltspray niet worden uitgesloten. Een natuurtoets c.q. voortoets is noodzakelijk. In deze voortoets wordt beschreven of er kans is op een negatief effect en/of significant negatief effect op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Nadere toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk. Stikstofdepositie Stikstofdepositie is de hoeveelheid stikstof, die in de vorm van NO X (stikstofoxiden) of NH3 (ammoniak), neerdaalt op de bodem. Verschillende bronnen, zoals bouwwerktuigen, verkeer en mest, hebben een stikstofuitstoot. In Nederland is in 118 van de 161 Natura 2000-gebieden, de stikstofdepositie hoger bevonden dan ten minste één habitat of soort kan verdragen. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning 1. Met het aannemen van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, ook wel ‘Stikstofwet’ genoemd, op 9 maart 2021 is een partiële vrijstelling opgenomen in de Wet natuurbescherming voor bouwsloop- en aanlegactiviteiten in de bouwsector. Deze Wet is per 1 juli 2021 in werking getreden.

De vrijstelling is partieel, omdat deze alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (hierna: “bouwfase”) en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt (hierna: “gebruiksfase”). De vrijstelling is tevens partieel, omdat deze alleen geldt voor de gevolgen van stikstofdepositie en niet voor ándere significante gevolgen, zoals de verstoring door licht, geluid en trillingen en oppervlakteverlies van habitatten en effecten op grondwaterstanden. Dit betekent dat in de vergunningverlening van (bijvoorbeeld) een woningbouwproject alleen nog gekeken wordt naar de structurele stikstofemissies en -depositie tijdens de gebruiksfase van het project. Er dus moet nog steeds onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor de structurele stikstofemissies in de gebruiksfase en de effecten van de bijbehorende depositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Hieruit komt naar voren of er een vergunning nodig is op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: “Wnb”).

Vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) artikel 7.19a moeten bij het verrichten van bouwen sloopwerkzaamheden adequate maatregelen getroffen worden om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken als voor het bouwwerk een omgevingsvergunning nodig is of als er een melding nodig is omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer is dan 10 m3. Deze maatregelen moeten worden beschreven bij een bouwmelding en een sloopmelding. Kortom, een stikstofdepositieberekening ten behoeve van de uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach is noodzakelijk omdat er een toename aan verkeersbewegingen wordt verwacht door de uitbreiding van de oppervlakte van het paviljoen en terras voor onderschikte horeca. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de rapportage van de stikstofberekening met als kenmerk: 21148/AQT302/RS, d.d. 16 maart 2022.

4.2

Ecologische verbindingszones

Het plangebied is direct gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)4 en grenst aan de Noordzee, ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, zie figuur 4.2. Provincie Zuid-Holland heeft de stranden van Zuid-Holland, buiten de badplaatsen, toegevoegd aan Natuur Netwerk Nederland (NNN). De bedoeling is, dat de gemeenten deze bescherming opnemen in de bestemmingsplannen en regels stellen aan het gebruik van deze NNN-gebieden. De uitbreiding van Westbeach kan negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Ontwikkelingen in de het Natuurnetwerk zijn in principe niet mogelijk tenzij er geen sprake is van aantasting of verslechtering van de wezenlijke kenmerken en waarden. Voor het strandpaviljoen Westbeach is een Nee, tenzij-toets noodzakelijk. Nadere toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

13

Figuur 4.2. Positie van de strandpaviljoens ten opzichte van het NNN.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

14

5

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is/zijn.

5.1

Vaatplanten

5.2

Vogels

5.2.1

Op basis van verspreidingsgegevens komt naar voren dat binnen een straal van twee kilometer van het plangebied de beschermde soorten glad biggenkruid en groenknolorchis voorkomen. De waarnemingen zijn gedaan in het naastliggende Natura 2000 gebied ‘Solleveld en Kapittelduinen’. Tijdens het oriënterend veldbezoek is deze plant niet aangetroffen. Op de locaties van de strandpaviljoens is geen vegetatie aanwezig. In het direct achterliggende duin van Westbeach zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht in het habitattype witte duin. Eventuele aantasting door de verandering in zandinwaai en saltspray door de uitbreiding van strandpaviljoen Westbeach heeft geen negatieve effecten op beschermde vaatplanten. De beoogde verandering van bestemming leidt niet tot aantasting van beschermde vegetatie, mits de recreatie in de daar voor toegewezen zonering plaatsvindt (zie bijlage 1 voor de specifieke randvoorwaarden). Negatieve effecten ten aanzien van beschermde vaatplanten kunnen worden uitgesloten.

Alle broedende vogels, hun broedplaatsen en de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd. Daarnaast zijn rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd1. In en rond het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel algemene als jaarrond beschermde broedende vogels en soorten uit categorie 5.

Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats

Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van de kuststrook de gierzwaluw en huismus behorend tot de categorie 1-4 (jaarrond beschermde vaste verblijfplaats) voorkomen5. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten of sporen van vogels aangetroffen. Doordat de paviljoens jaarlijks werden afgebroken is het voorkomen van gierzwaluwen uit te sluiten. Er bestaat de mogelijkheid dat de huismus in kieren en gaten in de paviljoens een geschikte nestplaats vindt. De voorgenomen verandering van bestemming zal er echter niet voor zorgen dat nestlocaties en functioneel leefgebied worden aangetast. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soort is niet noodzakelijk De afwezigheid van bomen in het gehele plangebied zorgt er voor dat er geen functioneel leefgebied is van roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten zoals buizerd, sperwer, havik, boomvalk, kerkuil, ransuil. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van roofvogels en uilen is niet noodzakelijk.

5.2.2

Vogels uit categorie 5

5.2.3

Algemene (broed)vogels

Van de vogelsoorten met een verblijfplaats uit de categorie 5 zijn verschillende vogels binnen het plangebied te verwachten zoals ekster, tapuit, torenvalk en zwarte kraai. Nesten van categorie 5soorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen1. In dit geval wordt het plangebied gebruikt als foerageergebied. De bestemmingplanwijziging zal geen afbreuk doen aan mogelijk aanwezige nesten of jachtgebied van categorie 5 soorten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van roofvogels en uilen is niet noodzakelijk. In en rondom het plangebied zijn algemene vogelsoorten te verwachten die voorkomen aan de kust zoals diverse meeuwsoorten, kauw, plevieren, strandlopers, jagers, sterns, alken en eenden. Het strand vormt in de zomer met name een belangrijk foerageergebied en is in de winter een belangrijk rustgebied voor watervogels. Daarnaast is groen in de zeereep geschikt als broedlocatie voor algemene vogels zoals roodborsttapuit, heggemus, grasmus en braamsluiper. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden 1. Er dient vanuit de gemeente een signaal uit te gaan naar de uitbaters van de verschillende recreatieen horeca- paviljoens dat het afsteken van vuurwerk aan het einde van een evenement niet toegestaan is.

Uit waarnemingen gedaan gedurende de laatste twee strandseizoenen blijkt dat het afsteken van vuurwerk aan het einde van een zomeravond, als vogels hun nestplaatsen opzoeken, zorgt voor grote paniek en het verlaten van nestplaatsen. 21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

15

5.3

Grond en watergebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het plangebied strikt beschermde zoogdieren voorkomen. Het gaat hierbij om bruinvis. De bruinvis is een zeezoogdier en leeft in de Noordzee. De bestemmingsplan wijziging heeft geen effect op aanwezige bruinvissen. Bij de ondergeschikte recreatie worden geen motorische vaartuigen gebruikt die voor verstoring kunnen zorgen. De uitbreiding van strandpaviljoen Westbeach zal geen negatieve effecten hebben op deze soort en kunnen derhalve worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het oriënterend onderzoek wijst uit dat het plangebied geschikt is voor nationaal beschermde zoogdiersoorten zoals gewone zeehond, grijze zeehond, konijn, bosmuis en vos. Ook kunnen er binnen het plangebied algemene zoogdiersoorten voorkomen als bruine rat en huismuis. Voor nationaal beschermde zoogdiersoorten vos en bosmuis geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming1. De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Voor de gewone zeehond en de grijze zeehond geldt er geen vrijstelling. De gewone zeehond en de grijze zeehond zijn niet vrijgesteld binnen provincie Zuid-Holland. Zeehonden kunnen voorkomen in de zee en op het zandstrand.

Zeehonden prefereren gebieden zonder verstoring en zullen verstoorde locaties mijden als het kan. De stranden worden momenteel al druk bezocht door recreanten en vormen geen rustgebied voor zeehonden. Door zonering van de recreatie die is vastgesteld op gemeentelijke en provinciaal niveau worden essentiële rustgebieden gewaarborgd voor de zeehond. De recreatie is (zonder motorische voertuigen) toegewezen in bepaalde delen van de zee (zie bijlage 1). Tevens zal de recreatiedruk niet toenemen. De toename van de bezoekers voor Westbeach in de beoogde situatie wordt verwaarloosbaar geacht om voor significante negatieve effecten te zorgen op de grijze- en gewone zeehond. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

5.4

Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming1. Vleermuizen maken binnen hun netwerk gebruik van vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Deze vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook als de dieren op dat moment niet aanwezig zijn. Daarnaast is de functionele leefomgeving van vleermuizen beschermd. Dit zijn de vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden, die nodig zijn om een verblijfplaats te laten functioneren.

5.4.1

Verblijfplaatsen

5.4.2

Foerageergebied en vliegroute

5.5

De uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach heeft geen negatieve effecten op eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast worden er ook geen verblijfplaatsen van vleermuizen verwacht in de strandpaviljoens. De bebouwing in het plangebied wordt jaarlijks op- en afgebroken. Daarnaast worden de strandpaviljoens bloot gesteld aan een extreem klimaat door wind, zandwaai en saltspray. Tenslotte bieden de constructies van de strandpaviljoens geen klimatologisch geschikte ruimtes voor vleermuizen. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Sommige vleermuizen maken gebruik van lijnvormige structuren, zoals watergangen en bomenrijen, als vliegroute. Andere vleermuizen zijn minder afhankelijk van dit soort structuren. De kustlijn betreft een geschikte vliegroute voor vleermuizen om over lange afstanden te trekken. De uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach heeft geen negatief effect op mogelijk aanwezige essentiële vliegroutes. Wel dient er te allen tijde uitstraling van verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Bij het plaatsen van nieuwe verlichting dient nadrukkelijk rekening gehouden te worden met overvliegende vleermuizen.

Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk indien uitstraling van de verlichting naar de omgeving wordt voorkomen.

Amfibieën

Uit de landelijke verspreidingsgegevens komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied, in het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ de (strikt) beschermde rugstreeppad voorkomt. In het plangebied is vergraafbaar zand aanwezig. Echter wordt het strand bloot gesteld door sterk veranderende klimatologische omstandigheden door wind en getij. Tevens is er geen vegetatie aanwezig. Het strand wordt niet gezien als onderdeel van de functionele leefomgeving van de rugstreeppad. Wel kunnen er rugstreeppadden voorkomen in de omgeving van het plangebied, de zorgplicht is van toepassing. De uitbreiding van de recreatiepaviljoen Westbeach heeft geen negatief 21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

16

effect op de functionele leefomgeving van mogelijk aanwezige rugstreeppadden. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming. Er worden geen andere beschermde amfibiesoorten in het plangebied verwacht.

5.6

Reptielen

Uit de landelijke verspreidingsgegevens komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied de (strikt) beschermde zandhagedis voorkomt6. De zandhagedis is sterk gebonden aan duin- en heidegebieden met een mozaïek van rijk gestructureerde dwergstruikvegetatie, afgewisseld met hogere grassen, ‘kale’ grond en plekken met open zandgrond 7. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat, binnen het plangebied bevindt zich geen vegetatie, het intensive gebruik en onderhoud van het plangebied wordt de zandhagedis redelijkerwijs niet verwacht. De aanwezigheid van (strikt) beschermde reptielen kan worden uitgesloten. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming. Er worden geen andere beschermde reptielensoorten in het plangebied verwacht.

5.7

Vissen

5.8

Overige beschermde soorten

In het plangebied zijn geen watergangen of ander open water aanwezig. Negatieve effecten op vissen zijn uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Van de ongewervelden zijn naast vlinders en libellen, enkele kevers (vliegend hert, brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever), weekdieren (platte schijfhoren, Bataafse stroommossel) en een kreeftachtige (rivierkreeft), beschermd door de Wet natuurbescherming1,8,9.(Het plangebied en directe omgeving voorzien voor geen van deze soorten in geschikt habitat. Het voorkomen van beschermde ongewervelden kan hierdoor redelijkerwijs worden uitgesloten.). Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

17

6

CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van de gemeente Westland heeft Aqua-Terra Nova bv een onderzoek uitgevoerd naar de consequenties van natuurwetgeving als gevolg van het voornemen om het bestemmingplan Kust Westland te wijzigen. Op basis van een locatiebezoek en een literatuurstudie is geïnventariseerd welke beschermde soorten er in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van de projectbeschrijving is getoetst of de geplande activiteiten in strijd kunnen zijn met de Wet natuurbescherming. De conclusie van de toetsing worden in dit hoofdstuk gegeven.

6.1

Gebiedsbescherming

6.2

Soortenbescherming

Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De paviljoens bevinden zich op circa 20 m van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Solleveld en Kapittelduinen’. Negatieve effecten door zandwaai en saltspray kunnen door de uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de effecten op het Natura 2000-gebied is in het kader van de gebiedsbescherming noodzakelijk; • Door de toename aan de verkeersbewegingen door de uitbreiding van Westbeach is een stikstofdepositie berekening in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk; • Het plangebied bevindt zich binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen niet worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is noodzakelijk.

In tabel 6.1 is per soortgroep de benodigde vervolgstappen conform de Wet natuurbescherming aangegeven. In tabel 6.2 wordt de betekenis van de kleurencode weergegeven. Tabel 6.1. Overzicht beschermde soorten Soortgroep

Wet

Geadviseerde vervolgstappen

Vaatplanten Beschermde soorten Algemene soorten Vogels Soorten met jaarrond beschermde verblijfplaats

Wnb 3.5 of 3.10 Wnb 1.11

Wnb 3.1

Categorie 5 soorten

Wnb 3.1

Algemene soorten

Wnb 3.1

Werken conform zorgplicht. Werken conform zorgplicht. Verstoring broedende vogels voorkomen. Verbod op het afsteken van vuurwerk op het strand. Verstoring broedende vogels voorkomen. Verbod op het afsteken van vuurwerk op het strand. Verstoring broedende vogels voorkomen. Verbod op het afsteken van vuurwerk op het strand.

Grond en watergebonden zoogdieren Beschermde soorten

Wnb. 3.5 of 3.10

Werken conform zorgplicht.

Algemene en vrijgestelde soorten

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht.

Verblijfplaatsen

Wnb 3.5

Aanwezigheid uitgesloten.

Vliegroutes en foerageergebied

Wnb 3.5

Werken conform zorgplicht.

Beschermde soorten

Wnb 3.5 of 3.10

Werken conform zorgplicht.

Algemene en vrijgestelde soorten

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht.

Wnb 3.5 of 3.10

Aanwezigheid uitgesloten.

Vleermuizen

Amfibieën

Reptielen Beschermde soorten Vissen Beschermde soorten Algemene soorten Overige soorten Beschermde soorten

Wnb 3.5 of 3.10 Wnb 1.11 N.v.t.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

N.v.t. N.v.t. Aanwezigheid uitgesloten

18

Tabel 6.2. Betekenis kleurencodes.

6.3

6.3.1

Kleur

Betekenis

Groen

Werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden met inachtneming van de algemene zorgplicht. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

Geel

Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits maatregelen genomen worden of conform een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt. Indien negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden is nader onderzoek noodzakelijk.

Rood

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten, functie van het plangebied voor de betreffende soorten en de invloed van het project op individuen en de gunstige staat van instandhouding van de soort is noodzakelijk. Indien uit het onderzoek blijkt dat betreffende soort aanwezig is en negatieve effecten niet uit te sluiten dan wel te voorkomen zijn dient ontheffing aangevraagd te worden.

Advies en vervolgstappen

Door de bestemmingsplan wijziging zal er mogelijk een toename aan ondergeschikte recreatie plaatsvinden en zal er een uitbreiding in oppervlakte plaatsvinden bij recreatiepaviljoen Westbeach. De uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach zal er eveneens toe leiden dat er een toename plaatsvindt van verkeersbewegingen.

Gebiedsbescherming

Door de ligging van het plangebied direct naast het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen kunnen mogelijk negatieve effecten optreden door de wijziging in het bestemmingsplan. Door uitbreiding van het oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kan er verandering ontstaan in dynamiek van het achterliggende habitattype ‘witte duin’, behorend tot het Natura 2000-gebied. Een voortoets in het kader van de gebiedsbescherming dient inzichtelijk te maken wat de invloed is op de zandwaai en saltspray op het achterliggende duingebied. Tevens zal er een toename plaatsvinden aan verkeersbewegingen waardoor een stikstofdepositieberekening noodzakelijk is. Het plangebied is direct gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Zuid-Holland heeft de stranden van Zuid-Holland, buiten de badplaatsen, toegevoegd aan Natuur Netwerk Nederland (NNN). De bedoeling is, dat de gemeenten deze bescherming opnemen in de bestemmingsplannen en regels stellen aan het gebruik van deze NNN-gebieden. De uitbreiding van Westbeach kan negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Voor strandpaviljoen Westbeach is een Nee, tenzij-toets noodzakelijk.

6.3.2

Broedvogels

6.3.3

Vleermuizen

6.3.4

Zorgplicht

Alle in Nederland broedende vogels en hun eventuele nesten zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen activiteiten nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden. Vuurwerkshows of andere evenementen die een dusdanige verstoring hebben op broedvogels dienen gehouden te worden buiten de periode 15 maart tot en met 15 augustus. De kustlijn betreft een geschikte vliegroute voor vleermuizen om over lange afstanden te trekken. Indien de wijziging in het bestemmingsplan ertoe zal leiden dat er nieuwe verlichting aangelegd wordt, dient uitstraling van verlichting naar de omgeving te allen tijde tot een minimum te worden beperkt. Indien er nieuwe verlichting wordt geplaatst, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen zoveel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen kan aanzienlijk worden beperkt door amberkleurig UV-vrije LED-armaturen, lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval toe te passen.

Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

19

worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen.

6.4

Geldigheid

Afhankelijk van de tijd tussen dit onderliggende onderzoek en de werkzaamheden, kan een actualiserend of aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. De conclusies van dit onderzoek zijn drie jaar geldig.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

20

7

REFERENTIES 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Ministerie van Economische zaken. Wet natuurbescherming. (2016). Ministerie van landbouw natuur en voedselkwaliteit. Natura 2000-gebieden. Hans, Jaspers Frans, Kwadijk Lisette, van der Kolk Evalyne, de S. Beheerplan bijzondere natuurwaarden Solleveld en Kapittelduinen. (2018). Rijksoverheid. Begrenzing van het Natuurnetwerk en de Natura 2000-gebieden. (2018). SOVON. RAVON. Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Soortenstandaard Zandhagedis, versie 2.0. (2014). Vlinderstichting. EIS kenniscentrum insecten en andere ongewervelden.

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

21

BIJLAGE 1 NADERE REGELS NOORDZEESTRAND

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

22

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

23

21148/AQ301dFF/MV Eindconcept rapportage 22 maart 2022

24

Bijlage 3 Voortoets en Nee, tenzij toets bestemmingsplan Kust

50

Toetsing gebiedsbescherming Strandpaviljoens Bestemmingsplan Kust te Westland

Opdrachtgever Gemeente Westland te Naaldwijk

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79

Toetsing gebiedsbescherming Strandpaviljoens Bestemmingsplan Kust te Westland

Opdrachtgever Gemeente Westland te Naaldwijk

Datum: Rapportnr.: Status:

31 augustus 2022 21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

COLOFON Titel

: Toetsing gebiedsbescherming Strandpaviljoens Bestemmingsplan Kust te Westland

Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79

Opdrachtgever Contactpersoon

2671 MP Naaldwijk

: Gemeente Westland : Dhr. D. Otto

telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborger

: dhr. Ing. A.P. Wubben : dhr. Ing. A.P. Wubben : dhr. S. de Jong : dhr. M. Verschoor

Projectnummer

: 21148

Aqua-Terra Nova is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.

Datum vrijgave

Status

31 augustus 2022

Eindrapport

Goedkeuring auteur

Goedkeuring kwaliteitsborger

© 2022 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................. 5

2

METHODE..................................................................................................... 7

3

PLANGEBIED ................................................................................................ 9

4

VOORTOETS – STORINGSFACTOREN NATURA 2000-GEBIED ...................... 11

1.1 1.2 1.3 1.4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3.1 3.2 3.3 3.4 4.1 4.2

Aanleiding ............................................................................................................... 5 Doelstelling.............................................................................................................. 5 Leeswijzer ............................................................................................................... 5 Verantwoording ........................................................................................................ 6 Inleiding .................................................................................................................. 7 Wettelijk kader Wet natuurbescherming ...................................................................... 7 Beleidskader Natura-2000 gebieden............................................................................ 7 Beleidskader Natuurnetwerk Nederland ....................................................................... 8 Significantie ............................................................................................................. 8

Ligging .................................................................................................................... 9 Bestaande situatie .................................................................................................... 9 Beoogde situatie en activiteiten ................................................................................. 10 Veldbezoek ............................................................................................................. 10 Solleveld & Kapittelduinen ........................................................................................ 11 Instandhoudingsdoelen ............................................................................................ 12

4.2.1 4.2.2

Habitattype witte duin ............................................................................................................. 12 Habitatsoorten ........................................................................................................................ 12

4.3 4.4 4.5

Storingsfactoren ...................................................................................................... 13 Resultaten analyse storingsfactoren ........................................................................... 13 Stikstof .................................................................................................................. 15

5

NEE-TENZIJ-TOETS – NATUURNETWERK NEDERLAND ............................... 17

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6

6

6.1 6.2

Wezenlijke kenmerken en waarden NNN..................................................................... 17 Analyse en toetsing NNN .......................................................................................... 18 Ruimtebeslag.......................................................................................................................... 18 Bestaande en potentiële waarden .............................................................................................. 18 Kwalificerende soorten ............................................................................................................. 18 Robuustheid en aaneensluiting.................................................................................................. 19 Verbindingsfunctie................................................................................................................... 19 Versnippering ......................................................................................................................... 19

CONCLUSIE ................................................................................................ 20

Gebiedsbescherming ................................................................................................ 20 Geldigheid .............................................................................................................. 20

REFERENTIES ................................................................................................... 21 BIJLAGE 1 HABITATTYPENKAARTEN .............................................................. 22

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Gemeente Westland is voornemens een (tweede) herziening te maken van het bestemmingsplan Kust. Het doel is om bij één recreatiepaviljoen, Westbeach, ondergeschikte horeca activiteiten mogelijk te maken en bij acht aanwezige horeca-strandpaviljoens ondergeschikte recreatie activiteiten mogelijk te maken. Voor horeca-paviljoen The Coast treden er geen veranderingen op. De wens van gemeente Westland is om de bestemming in ‘horeca, met ondergeschikte recreatie’ te herzien. De bebouwingsmogelijkheden van de paviljoens blijven hetzelfde en blijven seizoensgebonden (1 maart -1 november) maar het gebruik verandert daarmee voor een deel. In de nieuwe situatie mogen seizoensgebonden strandpaviljoens 75 m² van de totale bebouwing van 450 m² gebruiken voor de opslag van materialen, kleedkamers, douche etc. De 75 m² die een paviljoen daarvoor zou mogen gebruiken, komt niet op de reeds toegestane bebouwing (van 450 m²), maar valt daarbinnen. Als gevolg van deze mogelijkheid worden geen extra bezoekers verwacht, omdat het strand/horecapaviljoens reeds mogelijk was in samenwerking (met een evenementenbureau) strand- of watersportactiviteiten aan te bieden. Het huidige bestemmingsplan staat dit toe, de bestemming van het strand (en de zee) is immers “recreëren”.

Vanuit samenwerking met evenementenbureaus was al de praktijk ontstaan dat materialen bij de paviljoens achterbleven of dat surfplanken e.d. (vanuit een container o.i.d.) verhuurd werden/worden. Die ruimte zou anders op een andere manier t.b.v. het horeca bedrijf gebruikt kunnen worden. Dat is het geval bij de paviljoens die zelf geen recreatie activiteiten aanbieden. Het recreatiepaviljoen Westbeach mag middels deze aanpassing, behalve ondergeschikte horeca aanbieden, uitbreiden naar een oppervlakte van in totaal 350 m². Deze praktijk wordt nu in feite gelegaliseerd, ook vanwege het recreatieve belang en het feit dat Westland let op de grootte van het strand en het relatief geringe aantal paviljoens meer dan voldoende ruimte laat voor natuur. Door nu te zorgen dat de evenementenbureaus niet meer naar het strand ‘gehaald hoeven te worden’, wordt gezorgd voor een vermindering van het aantal vervoersbewegingen en ook geluidshinder in de op en afbouwfase, immers materialen hoeven niet langer aan- en af te worden gevoerd. In feite ziet dit bestemmingsplan dus slechts op een vergroting van een recreatiepaviljoen van 150 m² naar 350 m² (waarvan 100 m² terras). Door de ligging van het paviljoens direct naast het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen kunnen mogelijk negatieve effecten optreden door de wijziging in het bestemmingsplan.

Door uitbreiding van het oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kan er verandering ontstaan in dynamiek van het achterliggende Natura 2000-gebied. Een voortoets in het kader van de gebiedsbescherming dient inzichtelijk te maken wat de invloed is van uitbreiding van de recreatiepaviljoen. Het plangebied is direct gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Zuid-Holland heeft de stranden van Zuid-Holland, buiten de badplaatsen, toegevoegd aan Natuur Netwerk Nederland (NNN). De uitbreiding van Westbeach kan negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Voor strandpaviljoen Westbeach is een Nee, tenzij-toets noodzakelijk in het kader van het Natuurnetwerk Nederland. Om de eventuele effecten van de ontwikkeling van de bestemmingsplanwijziging op de naastgelegen Natura 2000-gebieden en op het NNN te onderzoeken heeft Aqua-Terra Nova bv in opdracht van gemeente Westland de effecten van de beoogde werkzaamheden onderzocht en uitgewerkt in onderliggende Voortoets en Nee-tenzij-toets. De gebiedsbescherming richt zich enkel op strandpaviljoen Westbeach. De overige seizoensgebonden strandpaviljoens worden niet uitgebreid, negatieve effecten op beschermde natuurgebieden kunnen op voorhand al worden uitgesloten (zie de Eco-effectscan met als kenmerk 21148/AQT302FF/SJ, d.d. 22 maart 2022).

1.2

Doelstelling

1.3

Leeswijzer

Het doel van het onderzoek betreft het bepalen of de wijziging van het bestemmingsplan Kust mogelijk een negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het omliggende Natura 2000-gebied en de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland.

In hoofdstuk 2 volgt het wettelijke kader en de opzet van het onderzoek. In hoofdstuk 3 wordt het plangebied en de geplande ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 4 worden de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied toegelicht en geanalyseerd met behulp van de storingsfactoren. In hoofdstuk 5 wordt de toetsing aan het NNN uitgewerkt en in hoofdstuk 21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

5

6 komen de conclusies van het onderzoek aan de orde. Hierna volgen de bijlagen met o.a. de inventarisatiegegevens en het kaartmateriaal.

1.4

Verantwoording

Ecologisch medewerkers van Aqua-Terra Nova bv hebben ruime ervaring in onderzoek naar beschermde gebieden en soorten en hebben daartoe gerichte cursussen gevolgd. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.1

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

6

2

METHODE

2.1

Inleiding

2.2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de onderliggende rapportage tot stand zijn gekomen. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet natuurbescherming in het project wordt geborgd.

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden2. Deze wet vervangt de Floraen faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten was tot 31 december 2016 geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998. De Wet natuurbescherming verandert nagenoeg niets aan de beschermde status van Natura 2000-gebieden. Voor Beschermde Natuurmonumenten geldt echter dat zij hun beschermde status hebben verloren bij inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. In deze rapportage wordt daarom alleen gekeken naar Natura 2000-gebieden en worden de voormalige Beschermde Natuurmonumenten buiten beschouwing gelaten. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. Voor al deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor soorten en/of habitattypen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat deze instandhoudingsdoelen niet in gevaar mogen worden gebracht. Om dit toetsbaar te maken, kent de Wet natuurbescherming voor projecten en andere handelingen die gevolgen voor soorten en habitattypen van de betreffende gebieden zouden kunnen hebben, een vergunningplicht.

Ook projecten of handelingen die buiten het Natura 2000-gebied plaatsvinden, kunnen zonder vergunning verboden zijn als er negatieve effecten door ‘externe werking’ kunnen optreden. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming geldt een vergunningplicht voor projecten en voor andere handelingen die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of habitatten van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Er is sprake van een project in de zin van de Wet natuurbescherming als er sprake is van ‘de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of (materiële) werken en andere (materiële) ingrepen in het natuurlijke milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten’. De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert een ruime uitleg van het begrip project. Activiteiten (in het kader van een materieel werk of een materiële ingreep) die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, vormen tezamen één project waarvoor tezamen één vergunning moet worden aangevraagd. Voor de beoordeling of verschillende activiteiten als één project moeten worden aangemerkt, moet worden gekeken naar de samenhang tussen die activiteiten.

Er is sprake van een andere handeling in de zin van de Wet natuurbescherming wanneer er geen sprake is van een fysieke ingreep (want dan is sprake van een project), maar wel van enige feitelijke handeling. Voor ongewijzigde andere handelingen (bestaand gebruik) geldt een uitzondering op de vergunningsplicht.

2.3

Beleidskader Natura-2000 gebieden

De effecten van de ingrepen worden getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor de habitattypen en soorten waarvoor de betreffende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen3. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een verslechtering van de kwaliteit van habitattypen en habitatten van soorten en een significante verstoring van soorten. Onder verslechtering wordt de fysieke aantasting van oppervlak en/of kwaliteit van habitattypen en habitatten van soorten verstaan. Verstoring van soorten kan optreden ten gevolge van geluid, licht, trillingen of menselijke activiteiten. Dit worden storingsfactoren genoemd. Verstoring heeft geen directe invloed op de fysieke kenmerken van een gebied. Belangrijke parameters zijn intensiteit, de duur en de frequentie van verstoringen en de verstoringsgevoeligheid van soorten. Voor het identificeren van storingsfactoren van het beoogde plan wordt gebruik gemaakt van de Effectenindicator4. De Effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de activiteit en plannen kunnen worden verkend. De Effectenindicator geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren.

Met behulp van de Effectenindicator wordt in deze Voortoets vastgesteld ‘of er mogelijke (significante) gevolgen zijn voor het richtlijngebied ten gevolge van een activiteit of plan’.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

7

2.4

Beleidskader Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden’ van de NNN. Voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geldt het toetsingskader van het structuurschema groene Ruimte 1995 (SGR). Dis is overgenomen in de Nota Ruimte en later in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Baro) dat het NNN in oktober 2012 heeft opgenomen. Het Baro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijke beleid. Het compensatiebeginsel van de NNN in het Baro is per provincie verder uitgewerkt in het provinciaal natuurbeleid. Het Baro stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijke negatieve effecten voor de aanwezige natuurlandschapswaarden. Voor het gehele NNN geldt het ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond van dit beginsel dient directe of indirecte aantasting van bos- en natuurgebied (door een ingreep in het NNN) waar mogelijk te worden voorkomen. Ontwikkelingen in het NNN die de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten zijn niet toegestaan, tenzij aan specifieke voorwaarden wordt voldaan.

Dit kunnen de volgende voorwaarden zijn: • Er is sprake van een groot openbaar belang; • Er zijn geen reële alternatieven; • De negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig gecompenseerd. Voor het toetsen van de beoogde maatregelen op het NNN worden de volgende drie onderdelen meegenomen: • •

•

2.5

Er mag geen significante vermindering van de oppervlakte van het NNN plaatsvinden; Er mag geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden plaatsvinden. Wezenlijke kenmerken en waarden zijn; o bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem; o de aanwezigheid van bijzondere soorten; o robuustheid en aaneengeslotenheid van de NNN; o de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; de ontwikkeling mag niet leiden tot een significant verminderde samenhang van het NNN.

Significantie Voor het begrip significantie bestaat geen juridische (of ecologische) definitie. De Europese Commissie laat de interpretatie van dit begrip over aan de lidstaten. Tot op heden wordt in de jurisprudentie teruggegrepen op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2004. In het Kokkelvisserij-arrest is significantie door het Europese Hof van Justitie als volgt omschreven: ‘Een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een gebied moet worden beschouwd als een plan of project dat significante gevolgen kan hebben voor het betrokken gebied, wanneer de instandhoudingsdoelstellingen daarvan in gevaar dreigen te komen.’ Ook het ministerie van Economische Zaken neemt de instandhoudingsdoelen als referentie voor het bepalen van significante effecten: ‘indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort dan wel kwaliteit van een habitat lager zal worden dan bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen’.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

8

3

PLANGEBIED

3.1

Ligging

Strandpaviljoen Westbeach is gelegen aan de Molenslag 12 te Monster, in de provincie ZuidHolland. Het plangebied is gelegen aan de kuststrook. Zie figuur 3.1 voor de ligging en begrenzing van het plangebied.

Figuur 3.1. Ligging en begrenzing plangebied strandpaviljoen Westbeach.

3.2

Bestaande situatie

Het plangebied betreft strandpaviljoen Westbeach. Op grond van de verleende omgevingsvergunning mag het paviljoen alleen recreatieve activiteiten aanbieden. Het totale oppervlakte van het strandpaviljoen betreft 150 m2 en wordt jaarlijks op- en afgebouwd (het door Westbeach al jaren als zodanig opgebouwde paviljoen is echter groter dan de toegestane 150 m2 op basis van de omgevingsvergunning. Hiertoe zijn ook handhavingszaken gestart.). De bebouwing is enkel tijdens het hoogseizoen van 1 maart tot en met 1 november aanwezig op het strand. Het paviljoen is uit hout opgetrokken en voorzien van een metalen dak. Ook zijn er een aantal containers aanwezig voor opslag van materialen. Aan de achterzijde van de paviljoens begint de zeereep, de zeewerende duinenrij, begroeid met een vegetatie van helmgras, zandhaver en biestarwegras. In het plangebied is geen verlichting aanwezig. De strandpaviljoens zelf zijn in het toeristische seizoen verlicht, de terrassen met lichtsnoeren, spots en ingebouwde verlichting.

Figuur 3.2. Impressie van het plangebied. Links weergaven van strandpaviljoen Westbeach in het hoogseizoen (bron: Westbeach); Foto rechts: Locatie van Westbeach in het laagseizoen.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

9

3.3

Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. Initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan aan te passen zodat het recreatiepaviljoen ook ondergeschikte horeca kan aanbieden en de horecapaviljoens ook ondergeschikte recreatieactiviteiten mogen aanbieden. De bebouwingsmogelijkheden van de paviljoens blijven hetzelfde en blijven seizoensgebonden (1 maart -1 november) maar het gebruik verandert daarmee voor een deel. In de nieuwe situatie mogen seizoensgebonden strandpaviljoens 75 m² van de totale bebouwing van 450 m² gebruiken voor de opslag van materialen, kleedkamers, douche etc. De 75 m² die een paviljoen daarvoor zou mogen gebruiken, komt niet op de reeds toegestane bebouwing (van 450 m²), maar valt daarbinnen. Het definitieve ontwerp is ten tijde van het schrijven van het onderzoek nog niet bekend. De intentie is om recreatiepaviljoen Westbeach, behalve toestemming voor ondergeschikte horeca, ook zijn paviljoen te laten vergroten. Het huidige oppervlak is 150 m² . Dit bestaat uit 115 m² aan paviljoen oppervlak en 35 m² aan terras oppervlak. In de nieuwe situatie wordt het totaal oppervlak 350 m². Dit bestaat uit 250 m² aan paviljoen en 100 m² terras.

Dit betekent dus een toename van 115 m2 aan paviljoen en 65 m2 aan terras. De maximale bouwhoogte die het bestemmingsplan voorschrijft betreft 5,5 meter. Er mag slecht één bouwlaag aanwezig zijn en het paviljoen wordt op minimaal en maximaal 2 meter van de duinafrastering gebouwd. Er is geen fundering toegestaan op het strand. De uitbreiding die gaat plaatsvinden bij Westbeach zorgt in de beoogde situatie dat er meer verkeersbewegingen van en naar het recreatiepaviljoen zullen komen door een vergroting van de totale oppervlakte. (terras van 35 naar 100 m², bebouwing van 115 naar 250 m². De volgende inschatting is gedaan t.a.v. de toename van het verkeer: (zie ook stikstofberekening met kenmerk: 21148/AQT302/RS) - Lichtverkeer: 938 verkeersbewegingen per jaar extra. - Middelzwaar vrachtverkeer 0 verkeersbewegingen per jaar extra. In het bestemmingsplan wordt tevens de sluitingstijd meegenomen. Strandpaviljoen Westbeach dient te sluiten om 22.30 omdat het de hoofdbestemming recreatie heeft. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

3.4

Veldbezoek

Het plangebied is bezocht op 8 december 2021. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, half bewolkt met een temperatuur van 5°C, windkracht 4 Bft uit het zuiden. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied, en de toegangswegen naar de plekken van de strandpaviljoens bekeken.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

10

4

VOORTOETS – STORINGSFACTOREN NATURA 2000-GEBIED

4.1

Solleveld & Kapittelduinen

Paviljoen Westbeach ligt tegen het Natura 2000-gebied ‘Solleveld en Kapittelduinen’ aan, zie figuur 4.1. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark en Wapendal’ ligt op 4,9 km afstand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan vijf kilometer afstand.

Figuur 4.1. Ligging plangebied (rode lijn) ten opzichte van beschermde Natura 2000-gebieden.

De effectenbepaling is enkel toegespitst op het natura 2000-gebied ‘Solleveld en Kapittelduinen’. Door de kleinschalige veranderingen en de tussenliggende afstand worden negatieve effecten op Natura 2000-gebied ‘Westduinpark en Wapendal’ op voorhand al uitgesloten. Solleveld & Kapittelduinen maakt deel uit van een aaneenschakeling van Natura 2000-gebieden die in het duinlandschap langs de Noordzeekust zijn gelegen. Het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen beslaat een oppervlakte van circa 827 hectare. Solleveld & Kapittelduinen ligt in Zuid-Holland en grenst aan de noordzijde aan het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en de bebouwde kom van Den Haag. Langs vrijwel de gehele oostzijde van Solleveld & Kapittelduinen bevindt zich het kassengebied van het Westland, afgewisseld met enkele kernen zoals Monster, Ter Heijde en ‘s-Gravenzande. De deelgebieden in het zuiden liggen rondom de bebouwing van Hoek van Holland. Ten zuiden en zuidwesten van de Kapittelduinen liggen tevens de havens en industrieterreinen van Rotterdam. Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevinden zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

11

4.2

Instandhoudingsdoelen De habitattypes van het duingebied rond om het paviljoen is geografisch weergeven op figuur 4.2 en bijlage 1. Het plangebied ligt niet direct in het Natura 2000-gebied. Strandpaviljoen Westbeach ligt echter wel direct achter het habitattype Witte duin, behorend tot het Natura 2000-gebied. Door uitbreiding van het oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kan er verandering ontstaan in dynamiek van het achterliggende habitattype Witte duin. Effecten op andere habitattypes worden verwaarloosbaar geacht door de tussenliggende afstand en de kleinschalige veranderingen. Enkel het habitattype Witte duin wordt meegenomen in de beoordeling.

Figuur 4.2. Habitattypen Solleveld & Kapittelduinen nabij het plangebied (rode ster) (Bron: beheersplan).

4.2.1

Habitattype witte duin

Het habitattype witte duinen bestaat uit door helm, noordse helm of duinzwenkgras gedomineerde delen van de buitenduinen. Witte duinen met helmbegroeiingen ontstaan van nature daar waar embryonale duinen zover aanstuiven dat de plantengroei buiten het bereik van zout grondwater en overstromend zeewater komt. Dit proces vindt plaats in de zeereep (de duinenrij die aan het strand grenst). De invloed van zeewater is nog steeds groot door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes, die ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (‘salt spray’). Voor een goede kwaliteit van het habitattype witte duinen is verstuiving van de zeereep nodig. Voor dit habitattype is het doel behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit. Door de inrichtingen herstelwerkzaamheden is het areaal witte duinen afgenomen. Op termijn is echter te verwachten dat het areaal zich weer zal uitbreiden, met name in de Van Dixhoorndriehoek en Spanjaards Duin. De kwaliteit van deze nieuwe witte duinen zal hier naar verwachting verbeteren ten opzichte van de uitgangssituatie. Voor de zeereep tussen Kijkduin en Slag Vlugtenburg is deze autonome ontwikkeling onzeker. Voor dit deel van het gebied bestaat de opgave uit uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.

4.2.2

Habitatsoorten

Daarnaast zijn voor Solleveld en Kapittelduinen twee habitatsoorten benoemd als natuurdoel:

• •

Nauwe korfslak; Groenknolorchis.

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

12

4.3

Storingsfactoren De beoordeling of negatieve effecten kunnen optreden door middel van ontwikkelingen en activiteiten op de instandhoudingsdoelstellingen zijn opgedeeld voor verschillende verstorings- en verslechteringsfactoren, die door het Ministerie van Economische Zaken zijn aangegeven in de Effectenindicator4. In figuur 4.3. zijn voor Solleveld & Kapittelduinen de in de effectenindicator genoemde gevoeligheden voor verschillende storingsfactoren weergegeven. Omdat de geplande uitbreiding van strandpaviljoen Westbeach niet een van de optionele verstoringen is die in de effectenindicator geselecteerd kan worden, is voor het bepalen van de verstoringen van de werkzaamheden, gekozen voor de verstoringen ‘Bedrijventerrein’.

Figuur 4.3. Alle storingsfactoren van het gebied Solleveld & Kapittelduinen’.

Uit de effectenindicator volgt dat de volgende verstoringsbronnen van toepassing kunnen zijn voor Solleveld & Kapittelduinen, met betrekking tot de activiteit ‘Bedrijventerrein’. Gekoppeld aan de habitatsoorten komt naar voren dat de in tabel 4.2 genoemde storingsfactoren geanalyseerd moeten worden.

4.4

Resultaten analyse storingsfactoren Oppervlakteverlies Kenmerk: afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. De uitbreiding van recreatiepaviljoen Westbeach vindt plaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied en tast het gebied niet aan. Door uitbreiding van de oppervlakte van recreatiepaviljoen Westbeach kan er echter wel verandering ontstaan in dynamiek van het achterliggende habitattype ‘witte duin’, behorend tot het Natura 2000-gebied. Zandinwaai en saltspray is afhankelijk van wind vanaf zee en vrij te verstuiven droog zand. In het zomerhalfjaar ligt de gemiddelde windsnelheid aan zee tussen 22 en 25 km/uur (4 Bft). In het winterseizoen ligt de gemiddelde windsnelheid een stuk hoger met 28 tot 31 km/uur (4-5 Bft) langs de kust. Hoge windsnelheden en harde windstoten vinden met name van oktober t/m maart

21148/AQT302c FF/SJ Eind rapportage 31 augustus 2022

13

plaats. In Nederland is de zuidwestenwind de heersende windrichting. In de herfst- en wintermaanden waait de wind zo'n 30% van de dagen uit het zuidwesten. In het voorjaar is te zien dat de windrichtingen noord en noordoost bijna net zo vaak voorkomen als de zuidwestenwinden. Hieruit kan worden afgeleid dat verstuiving en saltspray een hogere intensiteit heeft in de wintermaanden. Echter komt de wind in de zomermaanden ook vaker voor uit het noordoosten wanneer de bebouwing een direct blokkerende werking kan hebben op het dynamiek in het achterliggende duin. De definitieve inrichting van de uitbreiding van strandpaviljoen Westbeach is nog niet bekend. In de nieuwe situatie wordt het totaal oppervlak 350 m². Dit bestaat 250 m² aan paviljoen en 100 m² terras. Dit betekent dus een toename van 115 m² aan paviljoen en 65 m² aan terras. Mogelijk dat het gehele terras omheind wordt met een windscherm van circa 2 meter hoogte. Door de beperkte hoogte zal dit naar verwachting geen effect hebben op de zandinwaai en saltspray op het achterliggende duin. De toename de bebouwing van 115 m2 kan mogelijk wel voor effecten zorgen. In totaal zal er 250 m² aan bebouwing komen van maximaal 5,5 meter hoog. Dit bestaat uit een paviljoen, maar ook uit containers voor opslag. Er zal dus nog enige wind tussen de bebouwing door kunnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=bb61983f-ba87-4655-8a18-c988813690b4