klimaatmonitor 0-meting
Tekst van het document
Samenvatting Staat van je Straat Westland
Inleiding
Gebruikte data
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Daarmee zorgen we dat Nederland leefbaar blijft, de kwaliteit van stedelijk en landelijk
Algemeen
gebied gewaarborgd blijft en inwoners nu en in de toekomst veilig kunnen wonen. De gemeente Westland heeft de ambitie om een klimaatbestendige gemeente te zijn in 2040. Deze ambitie is bepaald in de Omgevingsvisie en uitgewerkt in de Strategie Klimaatadaptatie van de gemeente Westland. In 2021 is er een start gemaakt met het onderzoek naar de grootste risicogebieden binnen de gemeente. Hierbij is de behoefte ontstaan een methode te gebruiken waarmee gemonitord kan worden wat de effecten van klimaat adaptieve maatregelen zijn op de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte. Om hier inzicht in te krijgen is de tool Staat van je Straat toegepast (Created by: Sweco). Met het opstellen van klimaatlabels op straatniveau kan er een koppeling worden gemaakt met beleid en monitoring op het gebied van klimaatbestendigheid. Deze samenvatting biedt inzicht in de nulsituatie van de gemeente Westland anno juni 2022.De methode staat van je straat voorziet een straat of deel van een straat van een label (A t/m E). Deze labels geven de klimaatbestendigheid weer van een straat. Dit is de basis welke ons de mogelijkheid geeft te analyseren of maatregelen die wij treffen in de uitvoering het juiste effect hebben en onze ambities daarmee te behalen zijn.
Wat levert het op
Inzicht in de klimaatbestendigheid op straat- en wijkniveau binnen de bebouwde kom. Dit wordt visueel in beeld gebracht op kaart en in een grafiek; Deze resultaten geven de nulsituatie weer, waarvan uit we de stappen gaan bepalen om klimaatbestendig te worden in 2040. Inzicht in de analyses die benodigd zijn om de maatregelen te nemen die effectief zijn en meer kennis te verkrijgen over de klimaatthema’s en wat de gemeente kan doen om deze labels in de toekomst te verbeteren; Het doel is om elke 4 jaar (gelijk aan opstellen GGP) een update van staat van je straat uit te voeren, zodat je inzicht houdt in de voortgang van de klimaatstrategie en tijdig kan bijsturen als dit benodigd is. Daarmee ontstaan ook mogelijkheden maatregelen te toetsen op (kosten)effectiviteit.
Uitwerking in het kort
Voor elk straatdeel is een klimaatlabel berekent voor de klimaatthema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Binnen elk thema wordt het label van een straatdeel bepaald door scores aan verschillende indicatoren te koppelen. o Voorbeeld: indicator 1 scoort een A en indicator 2 scoort een C -> themalabel = B (bij bijvoorbeeld een 50/50% weging). Om deze methodiek aan te laten sluiten op onze terugkomende en nieuwe projecten, zijn de resultaten uitgewerkt op straat- en wijkniveau. Daarmee krijgen we inzicht in en overzicht over onze aandachtsgebieden. Deze basis zal als input dienen voor het GGP (Gebiedsgericht plan) en daarna voor de uitvoering van de te nemen maatregelen.
Borging
De gr oo tste ui td aging om deze me th odiek goed te kun nen toepassen is he t gebr u ik ervan binn en de organi satie. En zo rgen dat de methode ge bruikt blijft wor de n. D it za l na opleveri ng van dit dossier op gepakt moeten worde n. Met de opd rachtgevers zal word en af gesproken h oe dit in de regul iere plann ingsen beg rotingsprocesse n kan worden op genomen .
Uitsnede Bebouwde kom Nationaal wegenbestand (Buffer voor het bepalen van de invloedzone) - Straten worden opgedeeld in 300m stukken Buurtenclassificatie CBS Wateroverlast Modelresultaten (Nelen en Schuurmans), 30, 50, 70, 90mm/h bui. Hitte Landelijke klimaateffectlas Overstroming Klimaateffectlas Droogte Bodemdaling- Klimaateffectlas Funderingsrisico – Funderingsrisicokaart Westland Algemene Disclaimer - Voor de thema's hitte en droogte (incl. bodemdaling) zijn de data nog niet geschikt als eindresultaat. We hebben ervoor gekozen om deze wel te presenteren, om het complete beeld te geven. Per thema zullen daar waar aan de orde specifieke beperkingen worden geschetst in de disclaimer. - De resultaten zijn op kaart weergegeven met taartdiagrammen. Deze zijn alleen geldig voor de woonkernen, en niet voor het buitengebied buiten de bebouwde kom. Door de aard van de output is het nu niet mogelijk deze eruit te laten.
Wateroverlast De afgelopen jaren is de hoeveelheid en duur van neerslag in Nederland toegenomen. Binnen korte tijd valt steeds vaker meer neerslag dan voorheen. Als het regent is de duur van de buien ook vaak langer. Hierdoor ervaren stedelijke gebieden steeds vaker overlast. De stedelijke watersystemen samen met de riolering zijn niet ontworpen op grote hoeveelheden neerslag in een korte tijd. We hebben als gemeente weinig inzicht over locaties waarbij wateroverlast kan optreden na tijdens en na dergelijke neerslagevents. Om dit inzichtelijk te maken hebben we dit uitgewerkt in twee belangrijke sublabels wateroverlast/hinder op straat (zowel regulier verkeer en hulpdiensten) en waterschade aan gebouwen. Rechts zie je beide sublabels per buurt. In het kaartje eronder is het label van deze beide sublabels gemiddeld genomen als een totaallabel voor wateroverlast.
Resultaten
A: Wateroverlast/hinder bij een 90 mm/h bui
Op basis van de gebruikte systematiek is het volgende te concluderen: - Er zijn grote verschillen zichtbaar bij nabijgelegen straten; - Wateroverlast bij straten en gebouwen in de Lier, Naaldwijk en Monster is in deze resultaten ook goed zichtbaar; - Wateroverlast bij gebouwen wordt hoofdzakelijk vastgesteld op bedrijventerreinen waar veel verharding aanwezig is. - Zelfs bij een lage neerslag intensiteit (30 mm) zijn er nog een aantal gebieden waarbij kans op schade en overlast/hinder aanwezig is;
is < 5 cm op straat B: Wateroverlast/hinder bij een 70 mm/h bui is < 5 cm op straat C: Wateroverlast/hinder bij een 50 mm/h bui is < 5 cm op straat D: Wateroverlast/hinder bij een 30 mm/h bui is < 5 cm op straat E: Wateroverlast/hinder bij een bui kleiner dan 30 mm/h is <5 cm op straat
Vervolgstappen
Er moet samen met het Hoogheemraadschap bekeken worden welke knelpunten ook in het oppervlaktewatersysteem spelen en we samen kunnen optrekken Er moet beleidsmatig bepaald worden wanneer we spreken van overlast en wanneer we spreken van hinder, zodat we kunnen prioriteren welke locaties als eerst aangepakt moeten worden; In samenwerking met de veiligheidsregio moeten deze resultaten, als input dienen voor de uitwerking van een calamiteitenplan; Deze resultaten dienen als input voor vervolg top-5 risicolocaties wateroverlast (en dus GGP-plannen); Monitoring op uitgevoerde maatregelen moet gewaarborgd worden; In een vervolgstap is het de bedoeling om het model nog fijnmaziger te modelleren. Dit zal in het kader van het WRP opgepakt worden
A: Waterdiepte bij een 90 mm/h bui is < 10 cm direct naast een gebouw; B: Waterdiepte bij een 70 mm/h bui is < 10 cm direct naast een gebouw; C: Waterdiepte bij een 50 mm/h bui is < 10 cm direct naast een gebouw; D: Waterdiepte bij een 30 mm/h bui is < 10 cm direct naast
een gebouw; E: Waterdiepte bij een bui kleiner dan 30 mm/h is < 10 cm direct naast een gebouw;
Hitte In de zomerperiode ondervinden we binnen stedelijke gebied meer hitte. Stedelijke gebied kenmerkt zich door een hoge hoeveelheid aan verharding, waardoor opwarming van deze gebieden sneller gaat en het langer warm blijft. Vanuit de nationale klimaatstresstest is een hittekaart met gevoelstemperatuur* ontwikkeld op referentiedatum 15 juni 2015 om 14:00 s
Verdeling hitte Overdag per buurt
’middags. Die kaart samen met data met betrekking tot tropisch hete nachten is de basis voor het themalabel Hitte. Hitte is op verschillende manieren te visualiseren. Binnen Staat van je Straat is gekozen voor een gevoelstemperatuur op een extreem hete zomermiddag en de duur van hittenachten. Het is namelijk bekend dat hittenachten veel effect hebben op de gezondheid en het functioneren van mensen. Resultaten Op basis van de gebruikte systematiek is het volgende te concluderen: Het grootste deel van de straten en wijken scoort een label D of E, voor hitte overdag; In de dorpskernen is een grotere kans dat de hitte van de warme zomer dagen blijft hangen dan in de wijken hieromheen; Het is de verwachting dat met het huidige klimaatscenario in 2050 er in de woonkernen gemiddeld 1,5 tot 2,5 week achter elkaar sprake is van hittenachten boven de 20 graden Celsius. Disclaimer De hittekaart gevoelstemperatuur uit de klimaateffectlas geeft een erg hoge gevoelstemperatuur voor de gemeente Westland in vergelijking met de gevoelstemperatuur in de rest van het land. Dit is op zich niet verbazingwekkend gezien het lage percentage aan groen in Westland. Groen heeft een verkoelende werking op zijn omgeving. Als gevolg hiervan scoren veel straten een label D en E op de indicator hittestress overdag.
Het is belangrijk om te realiseren dat deze gevoelstemperatuurkaart de gemiddelde gevoelstemperatuur in ºC weergeeft op een hete zomermiddag om 14:00. De dag waarop de kaart is gebaseerd is 1 juli 2015. Dit was toevallig een dag met weinig wind en dus voor Westland een worst-casesituatie. Echter deze lichte overschatting kan nog steeds voor gaan komen. Uit deze analyse kunnen we niet bepalen wat de effecten van de glassector zijn op hitte, deze analyse is specifiek gericht op stedelijk gebied met als functie wonen.
A: Lager dan 34 graden in meer dan 40% van de straat B: Lager dan 36 graden in meer dan 40% van de straat C: Lager dan 38 graden in meer dan 40% van de straat D: Lager dan 40 graden in meer dan 40% van de straat E: Lager dan 40 graden in minder dan 40% van de straat
Verdeling hittenachten per buurt
Vervolgstappen Er is technisch praktijkonderzoek nodig naar hittestress binnen Westland; Er is onderzoek nodig naar het sociale aspect van hitte binnen Westland. Hoe ervaren kwetsbare doelgroepen deze hitte (ouderen in verzorgtehuizen, bovenin woonflats, scholen en kinderopvang etc.). Daarmee krijgen we inzicht in het werkelijke probleem; Er moet een adviesrapport komen wat betreft omgang en mogelijke maatregelen voor hittestress met als speerpunten; Hoger percentage groen (en wat voor groen) Betere isolatie gebouwen met klimaatadaptieve maatregelen Meer zonwering in gebouwen etc. Er is duidelijkheid nodig, hoe we de verschillende rollen en taken intern moeten invullen binnen de gemeente. Met als belangrijkste vraag welke afdeling pakt wat op. * Geeft een maat voor het gevoel van kou of warmte (benauwende warmte of hitte) dat de mens ondervindt in koude lucht met veel wind of in warme lucht met zon, windstil weer en hoge luchtvochtigheid.
Aantal nachten met temperatuur > 20°C (hoeft geen aaneengesloten periode te zijn): A: minder dan een halve week B: 0,5 week tot 1,5 week C: 1,5 week tot 2,5 week D: 2,5 week tot 3,5 week E: 3,5 week of meer
Droogte en bodemdaling In 2018 en 2022 werd Nederland en ook Westland geconfronteerd met een voor ons vrij nieuwe problematiek; droogte. Deze droogte heeft tot gevolg dat er minder water beschikbaar is in het watersysteem en indirect veroorzaakt dit bodemdaling, funderingsschade, schade aan groen, etc. Deze invloeden worden in Westland ook steeds vaker zichtbaar, zowel boven als ondergronds. Droogte zal altijd in samenwerking met HHD worden opgepakt, omdat de waterbalans in een gebied gestuurd wordt vanuit het Hoogheemraadschap. Daling van het grondwater zorgt echter voor een verandering van bodemprocessen waardoor bodemdaling kan plaatsvinden en waarbij houtenpalen droog kunnen komen te staan. In beide gevallen ontstaat er een grote kans dat huizen onevenredig gaan zaken. De gemeente heeft in zijn zorgplicht staan dat zij zal zorgen voor een goede stand van het grondwater op openbaar terrein. Het aan te raden om meer inzicht te verschaffen in bij de gemeente bekende grondwaterstanden en de mogelijke onzekerheden van de toekomst op het gebied van veilig wonen, zodat een bewoner zelf een afweging kan maken.
Vervolgstappen
Disclaimer Droogteproblematiek kan direct bepaald worden op basis van een waterbalans van het volledige gebied. Oppervlaktewater heeft HHD een grote invloed op en zijn wij als gemeente niet verantwoordelijk voor. Het grondwater in het openbare gebied valt echter onder onze grondwaterzorgplicht en dient gemeente Westland op een niveau te houden zodat er geen problemen ontstaan. De analyses die voor het bepalen van de nulsituatie zijn gedaan zijn voorspellingen en hebben geen koppeling met het grondwater. Ook de grondwateronttrekkingen zijn hierin niet meegenomen. De resultaten zijn daarom niet representatief voor de huidige situatie in de gemeente en vervolgonderzoek is benodigd om hier een goede uitspraak over te kunnen doen. Verwacht wordt dat de potentiële bodemdaling nog groter kan zijn als gevolg van overmatige grondwateropname tijdens droge perioden. Ook voor de aanleg van meer openbaar groen is het noodzakelijk eerst inzicht te krijgen in de hoeveelheid vocht in de bodem over een lange periode, zodat er een goede afweging kan worden gemaakt welk groen te planten binnen de gemeente. Hiermee voorkomen we gevolgschade als gevolg van nieuw aangelegd groen.
Resultaten Bodemdaling 2050 & Funderingsrisico Op basis van de voor deze analyse gebruikte data is er geen goede conclusie te trekken m.b.t. bodemdaling en funderingsrisico’s. Vervolgonderzoek is daarom benodigd. De uitwerkingen van deze labels is daarom uit dit onderdeel gelaten. Wel is er een algemeen overzicht gemaakt van de droogte labels, om toch een nulsituatie te visualiseren. We weten dat er in de afgelopen jaren op verschillende plekken in ons beheer gebied en met name in de Lier, bodemdaling heeft plaatsgevonden en of problemen met funderingen zijn. Het advies blijft om een goed waterhuishoudkundig plan op te stellen en daarbij het droogte aspect nader te onderzoeken.
Analyse van het grondwaterstanden in de afgelopen jaren binnen onze gemeente; Bepalen welke rol Gemeente Westland neemt op het gebied van droogte, bodemdaling en funderingsrisico op particulier terrein; Informeren bewoners over eigen verantwoordelijkheid en de risico’s op privaat terrein; opdracht voor maken feitelijke bodemdalingskaart en bodemdalingsvoorspellingskaart inclusief grondwateronttrekkingen Uitgebreidere funderingsanalyse, zodat we beter inzicht krijgen in de risico’s binnen de gemeente als het gaat om funderingsrisico’s; Bepalen wat onze mogelijkheden zijn om grondwater op openbaar terrein te sturen en daarmee de koppeling met bewoners te maken; Gezamenlijk met hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland en de glastuinbouw kennis verzamelen, inzicht verkrijgen in de effecten van grondwateronttrekking en mogelijke alternatieven in ons beheergebied. Uitvoeren van een droogtestudie voor gemeente Westland en verkennen van de risico's/nemen van (beleids)maatregelen
Overstromingen West-Nederland en daarmee ook Westland ligt voor een groot deel onder de zeespiegel. Daarnaast is Westland direct gelegen langs de Nieuwe Waterweg. Belangrijke effecten van klimaatverandering zijn de stijgende zeespiegel, maar ook de hogere rivierafvoeren in de winter. Vanuit beide kanten bestaat er dus een risico op het ontstaan van een overstroming. De verantwoordelijkheid voor veiligheid tegen overstromingen ligt qua normering bij het Rijk en qua toetsing en beheer van de waterkeringen bij de waterschappen (in ons geval Hoogheemraadschap van Delfland) en bij Rijkswaterstaat (voor inzet van bijv. de Maeslantkering). Zij hebben de verantwoordelijkheid Nederland leefbaar en veilig te houden voor hoogwater. Het
themalabel
voor
de
indicator
overstromingskans
&
impact
baseren
we
op
de
plaatsgebonden overstromingskans. Dit is de kans dat een locatie te maken krijgt met een overstroming van een bepaalde waterdiepte. Dit is gebaseerd op de veiligheidseisen van de primaire en regionale waterkeringen. Daarnaast bepalen we welke impact dit heeft op de omgeving. Daarmee is de grote van de impact van een overstroming met een waterdiepte van 20-50cm een D en een overstroming van 0-20cm met een kleine impact een label C. Het laagst scorende label is leidend in de toekenning van dit label.
Resultaten Op basis van de gebruikte systematiek is het volgende te concluderen: Er bestaat een kans dat bij een zeer extreem event een deel van het Westland overstroomt. Het themalabel Overstromingen wordt bepaald door per locatie het laagst scorende label per waterdiepte te pakken.
Vervolgstappen
Continuïteit over meerlaagse veiligheid waarborgen in overleg met HHD; Informeren via bewustwordingscampagne (site wwd) over wat waterschappen en gemeente doen op dit gebied; Vraag is hoe dit met de partners kan worden gemonitord. A: Geen significante impact door een overstroming (< 1/30.000 per jaar) B: Extreem kleine impact door een overstroming (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) C: Middelgrote impact door een overstroming (1/300 tot 1/3.000 per jaar) D: Middelgrote impact door een overstroming (1/30 tot 1/300 per jaar) E: Grote impact door een overstroming (> 1/30 per jaar)
A: Geen significante kans op een overstroming (< 1/30.000 per jaar) B: Extreem kleine kans op een overstroming (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) C: Middelgrote kans op een overstroming (1/300 tot 1/3.000 per jaar) D: Middelgrote kans op een overstroming (1/30 tot 1/300 per jaar) E: Grote kans op een overstroming (> 1/30 per jaar)
Conclusie op hoofdlijnen Staat van je straat Gemeente Westland heeft het doel klimaatadaptief te zijn in 2040, maar we hebben nog niet vastgelegd welke maatstaven we hierbij hanteren. Wat is nu klimaatadaptief en hoever willen wij als gemeente gaan in het klimaatadaptief maken van onze openbare leefomgeving? We hebben nu de nulsituatie bepaald, en voor sommige onderdelen is nog aanvullend onderzoek nodig dit staat beschreven in de vervolgstappen per thema. Als we kijken naar alle klimaatlabels bij elkaar en de verdeling van de labels over de wijken zien we dat we binnen de gemeente veel wijken hebben met een label C, D en E (zie grafiek hieronder). In 41 wijken is de laagste score voor minimaal 1 van de thema’s een E, dit houdt in dat meer als de helft van onze wijken (72) een uitdaging kent op het gebied van klimaatadaptatie. Op droogte lijken we ogenschijnlijk goed te scoren, maar hiervan weten we dat er meer data nodig is om hier een uitspraak over te doen. Onze grootste uitdagingen liggen op het gebied van wateroverlast en hitte (waar ook eerst nog nader onderzoek moet worden gedaan over de werkelijke grote van het probleem).
Omdat we niet in een keer alle wegen, rioleringen en watergangen aan kunnen pakken is het advies binnen alle nieuwe projecten een hydraulische toets uit te voeren, beproefde en robuuste maatregelen te treffen die helpen tegen wateroverlast maar het liefst ook meteen tegen hitte en droogte. Daarbij gebruik maken van de impulsgelden uit de werkregio. Voor hitte is de belangrijkste uitdaging om Westland waar het mogelijk is koeler te maken.