CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 te Honselersdijk_Toelichting

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot terinzagelegging van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 te Honselersdijk18.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JOHAN VAN OLDENBARNEVELDTSTRAAT NAAST 5 TE HONSELERSDIJK omgevingsvergunning NL.IMRO.1783.ABO00000009g07-ON01 ontwerp

T oelichting

3

4

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

10

2.1

Beleidskader

10

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

20

2.3

Gebiedsvisie

24

Hoofdstuk 3

Onderzoek

27

3.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

27

3.2

Bedrijven en milieuzonering

27

3.3

Geluid

30

3.4

Luchtkwaliteit

30

3.5

Externe veiligheid

32

3.6

Water

36

3.7

Bodem

44

3.8

Ecologie

45

3.9

Cultuurhistorische aspecten

48

3.10

Duurzaamheid

49

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

51

4.1

Economische uitvoerbaarheid

51

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van 12 appartementen op de locatie Johan van Oldenbarneveldtstraat naast nummer 5 te Honselersdijk. Reeds zijn op de projectlocatie sloopwerkzaamheden uitgevoerd, waardoor het terrein op dit moment braakliggend is. Aangezien de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De 12 appartementen zijn bestemd voor starters en worden gerealiseerd in het kader van diensten van algemeen economisch belang (DAEB). De woningen bevinden zich in het sociale segment en zijn bestemd voor verhuur. Het appartementencomplex bestaat uit vier bouwlagen. De bebouwing heeft een bouwhoogte van circa 13 meter. De appartementen hebben elk een gebruiksoppervlakte van 50 m2. De voetprint van het appartementencomplex betreft 230 m2 BVO. Het totale oppervlakte van het appartementencomplex betreft 920 m2 BVO.

Projectlocatie (GIS)

6

1.2

Ligging plangebied

De projectlocatie is gelegen aan de Johan an Oldenbarneveltstraat nabij nr. 5 te Honselersdijk. De projectlocatie is aan de noord- en oostzijde omsloten door woningen. De zuidelijke zijde van de projectlocatie grenst aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat. In zuidoostelijke richting, voorbij de Johan van Oldenbarneveldtstraat, ligt de Tennisclub Honselersdijk. Daarnaast ligt ten zuiden van de projectlocatie water, wat gebruikt wordt om boten aan te meren. Ten westen grenst de projectlocatie aan de Van der Goesstraat. Verder ten westen van de projectlocatie, voorbij de Van der Goesstraat, is kantoor/bedrijfsbebouwing gesitueerd. Deze bebouwing is gesloopt, om ruimte te maken voor 15 appartementen die naar verwachting eind 2023 worden opgeleverd. In de toekomst zal aan de westzijde van de projectlocatie eveneens woonbebouwing gelegen zijn. De projectlocatie is kadastraal bekend als: NWK01-B-1308.

Luchtfoto projectlocatie (GIS)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Kern Honselersdijk, vastgesteld op 20 maart 2012 door de raad van de gemeente Westland. Paraplubestemmingsplan Parkeernormen, vastgesteld op 20 februari 2018 door de raad van de gemeente Westland. Parapluplan Wonen Westland, vastgesteld op 1 september 2020 door de raad van de gemeente Westland. Parapluplan horeca/hotel Westland, vastgesteld op 13 april 2021 door de raad van de gemeente Westland. Kern Honselersdijk De projectlocatie heeft de bestemming ‘Bedrijf’, met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 4’ en een aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 7 meter. De onderstaande afbeelding bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan.

7

Uitsnede bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" (ruimtelijke plannen) Op basis van de bestemming ‘Bedrijf’ in combinatie met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’ zijn bedrijven met ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ toegestaan (artikellid 4.1, onder a). De maximaal toegestane bouwhoogte binnen deze bestemming bedraagt 11 meter. De voorgenomen ontwikkeling van 12 appartementen, met een bouwhoogte van circa 13 meter, is in dit kader strijdig. Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Met dit paraplubestemmingsplan worden de regels van alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen binnen de gemeente Westland in één keer en op uniforme wijze gedeeltelijk herzien voor wat betreft de regels met betrekking tot parkeernormen. In paragraaf 4.12 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. Parapluplan Wonen Westland Gemeente Westland wil meer regie krijgen op mogelijke woonvormen met een ruimtelijke uitstraling die niet altijd passend is in de omgeving. Het gaat dan om kamerbewoning, woningsplitsing en zogenaamde 'recreatieve verhuur' van woningen. Het is ongewenst dat reguliere woningen worden opgekocht en gebruikt voor kamerbewoning, woningsplitsing of recreatieve verhuur. Hier gaat een prijsopdrijvend effect van uit, waardoor woningen minder gemakkelijk bereikbaar worden voor bijvoorbeeld starters.

Het kan ook leiden tot negatieve gevolgen voor het karakter en de leefbaarheid van een straat of buurt, waarbij gedacht kan worden aan hogere parkeerdruk van auto's en fietsen, druk op voorzieningen, op de openbare ruimte of (geluid)hinder. In onderhavig geval is geen sprake van kamerbewoning, woningsplitsing of recreatieve verhuur van woningen, waardoor het parapluplan “Wonen Westland” niet relevant is. Parapluplan horeca/hotel Westland Gemeente Westland wil regie houden op de vestiging van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Deze vorm van huisvesting verdient een eigen juridisch-planologische regeling. Het betreft in feite 'short stay' waarbij het

8

met name gaat om huisvesting van enkele weken tot enkele maanden. De bestemming "wonen" en de bestemming "horeca/hotel" daartoe niet passend zijn. Een bestemming "wonen" gaat uit van permanente bewoning en is daarom niet geschikt. Een bestemming 'horeca/hotel" is evenmin geschikt, omdat hier wordt uitgegaan van kortstondig verblijf. Om de kamergewijze bewoning van woningen te reguleren, is het paraplubestemmingsplan "wonen Westland" vastgesteld. Om eveneens de bestemmingen horeca/hotel te reguleren, wordt dit paraplubestemmingsplan "horeca/hotel Westland" vastgesteld. In onderhavig geval is geen sprake van een horeca/hotel functie, waardoor het parapluplan ‘Horeca/hotel Westland” niet relevant is. Toets aan bestemmingsplan Kern Honselersdijk De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van 12 permanente appartementen. De voorgenomen ontwikkeling is op een tweetal onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. Allereerst is in de huidige situatie alleen bedrijvigheid toegestaan op de projectlocatie. Op basis van de bestemming ‘Bedrijf’ in combinatie met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’ zijn bedrijven met ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ toegestaan (artikellid 4.1, onder a). De voorgenomen ontwikkeling van 12 appartementen is in dit kader strijdig.

Daarnaast heeft het appartementencomplex een bouwhoogte van circa 13 meter inclusief dakrand. In het geldende bestemmingsplan is een maximale bouwhoogte opgenomen van 11 meter, waardoor de voorgenomen ontwikkeling de maximale bouwhoogte overschrijdt. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken en de genoemde strijdigheden weg te nemen dient een planologische procedure doorlopen te worden. Deze wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’.

1.4

Leeswijzer

Het omgevingsvergunning "Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 te Honselersdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. Tot slot wordt in Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het de ruimtelijke onderbouwing.

9

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale

10

gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.

Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Uit de visie blijkt dat inwoners behoefte hebben aan rijtjeswoningen, appartementen (onder andere voor starters, die nu het dorp verlaten) en mantelzorgwoningen. Ze zien kansen bij het transformeren van oude winkel- en bedrijfspanden. Deze gebouwen mogen ook hoger worden dan de bestaande bouw. Er zijn zorgen om de ouderen in Honselersdijk die, wanneer zij meer zorg behoeven, niet in het dorp kunnen blijven wonen. De jongeren geven aan behoefte aan studentenwoningen te hebben. Relatie tot ontwikkeling Uit de Omgevingsvisie volgt dat de gronden ter plaatse van de projectlocatie zijn aangeduid als ‘kans voor uitbreiding’. Daarnaast blijkt dat in Honselersdijk behoefte is aan rijtjeswoningen, appartementen

11

en mantelzorgwoningen, waarbij kansen worden gezien in transformatie van bedrijfspanden. In onderhavig geval heeft de projectlocatie een bedrijfsbestemming, waarbij beoogd wordt om deze te transformeren naar een woonbestemming. Het voornemen is om vervolgens 12 appartementen te realiseren. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de behoefte aan appartementen, op een locatie waar uitbreiding gewenst is en waarbij een bestaande bedrijfsfunctie wordt omgezet naar een woonfunctie. Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.

De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 Op 7 februari 2022 hebben burgemeester en wethouders van Westland de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 bekend gemaakt.

Deze strategie bevat de weergave van hoe de gemeente Westland haar uitvoerings- (vergunningen) en handhavingstaken (toezicht en handhaving) uitvoert en hoe de interpretatieruimte die de wetgeving wordt ingevuld. Er is alvast aangesloten bij de terminologie en begrippen uit de komende Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Omgevingswet dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Gemeente Westland zal risicogestuurd aanvragen om een omgevingsvergunning vergunnen. Na vergunningverlening wordt toezicht gehouden op de naleving van de vergunnings- of ontheffingsvoorwaarden, terwijl continue toezicht wordt gehouden op de naleving van wet- en regelgeving als het omgevingsplan. Ook voor bouwtoezicht en handhaving geldt dat er risicogestuurd wordt gewerkt. Strijdig gebruik van bedrijfsterreinen geldt als een bestuurlijk speerpunt, zodat een overtreding met hoge prioriteit zal worden aangepakt.

De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen

12

de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020.

Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Relatie tot planontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 12 appartementen.

Met de appartementen wordt invulling gegeven aan het hoofdthema ‘betaalbaarheid’, aangezien de appartementen geschikt zijn voor starters met 1 à 2 huishoudens en leiden tot meer differentiatie in de woningvoorraad. Daarnaast worden de woningen gebouwd in een bestaande kern, nabij andere woningen, waardoor het karakter van de ontwikkeling op deze locatie passend is bij de omgeving. Daarnaast is Stedenbouw en Welstand akkoord met de voorgenomen ontwikkeling en past de ontwikkeling bij de ontwikkelingen die in de toekomst gerealiseerd gaan worden. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop

13

van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars.

Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.

De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve nieuwbouwwijk. Relatie tot planontwikkeling Ten aanzien van verduurzaming worden de richtlijnen van het bouwbesluit aangehouden. De woning wordt daarnaast aardgasvrij opgeleverd. Het voornemen is om de woningen eventueel te voorzien van een warmtepomp. Concrete plannen ten aanzien van klimaat adaptief bouwen worden in een later stadium verder uitgewerkt. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

14

Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

15

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.

met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

16

figuur 4: uitsnede provinciale kaart NatuurnetwerkNederland

Relatie tot ontwikkeling Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijke ontwikkeling is toegestaan, mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Deze voorwaarden zijn van toepassing bij het ontwikkeltype ‘inpassen’. Verder ligt de projectlocatie niet binnen één van de drie beschermingscategorieën, waardoor de aanvullende regels voor beschermingsgebieden niet van toepassing zijn. De voorgenomen ontwikkeling pas binnen de bestaande gebiedsidentiteit en omliggende structuur. De ruimtelijke kwaliteit zal waar nodig middels onderzoeken geborgd worden, zie hoofdstuk 3. Stedelijke ontwikkeling – Ladder voor duurzame verstedelijking Zoals blijkt uit het gemeentelijk beleid, is opgenomen dat er onder andere behoefte is aan rijtjeswoningen, appartementen en mantelzorgwoningen, waarbij kansen worden gezien in transformatie van bedrijfspanden. In onderhavig geval heeft de projectlocatie een bedrijfsbestemming, waarbij beoogd wordt om deze te transformeren naar een woonbestemming. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in het realiseren van appartementen. Met deze appartementen wordt weer invulling gegeven aan de ‘betaalbaarheid’, welke als behoefte is opgenomen in paragraaf 2.1.3.

De appartementen zijn namelijk geschikt voor starters met 1 à 2 huishoudens en leiden tot meet differentiatie in de woningvoorraad. Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.

17

figuur 5: de '3ha kaart'

Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Woningbouwlocaties die voor Westland zijn opgenomen:

Bedrijventerreinen die zijn opgenomen op de '3ha kaart' zijn Bovendijk Kwintsheul, Uitbreiding ABC Poeldijk (beide als 'zachte capaciteit') en Honderdland fase 2 Maasdijk en Trade Parc Westland Naaldwijk (beide als 'harde capaciteit'). Als 'andere stedelijke ontwikkelingen is nog opgenomen de Horti Campus in Honselersdijk. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als het type ontwikkeling ‘inpassen’. Aan de noorden oostzijde van het plangebied zijn reeds woningen gelegen. Deze woningen hebben bouwhoogten variërend tussen de 8 en 10 meter. Daarnaast is een planologische procedure doorlopen om de kantoorpanden ten westen van de projectlocatie te slopen en 15 appartementen te realiseren. De bouwhoogten van deze 15 appartementen zijn variërend tussen de 9 en 13,8 meter. De omgevingsvergunning t.b.v. deze appartementen is verleend. Waardoor tevens aan de westzijde van het plangebied woningen mogelijk zijn, de woningen worden eind 2023 gerealiseerd. Dit woningencomplex bestaat uit vier bouwlagen. De ontwikkeling van 12 appartementen past hiermee bij de toekomstige ontwikkelingen en gebiedsidentiteit.

18

2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale b elangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

19

Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2024 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling op het perceel naast Johan van Oldenbarneveldtstraat 5 te Honselersdijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ruimtelijke aspecten

Huidige situatie: In de huidige situatie zijn op de projectlocatie reeds sloopwerkzaamheden uitgevoerd, waardoor het terrein momenteel braakliggend is.

20

Huidige situatie (GIS) Toekomstige situatie: Het voornemen is om 12 permanente appartementen te realiseren. De appartementen zijn bestemd voor starters en worden gerealiseerd in het kader van diensten van algemeen economisch belang (DAEB). De woningen bevinden zich in het sociale segment en zijn bestemd voor verhuur. Het appartementencomplex bestaat uit vier bouwlagen. De bebouwing heeft een bouwhoogte van circa 13 meter. De appartementen hebben elk een gebruiksoppervlakte van 50 m2. De voetprint van het appartementencomplex betreft 230 m2 BVO. Het totale oppervlakte van het appartementencomplex betreft 920 m2 BVO.

Schets zuid-oostgevel – Johan van Oldenbarneveldtstraat (bron: StudioDat d.d. 2 sep 2022)

21

Schets Noord-westgevel – parkeerveld (b ron: StudioDat d.d. 2 sep 2022)

Schets bovenaanzicht (b ron: StudioDat) 2.2.2

Wenselijke afwijking van het bestemmingsplan

Het realiseren van woningen op deze locatie als gewenste ontwikkeling passend binnen het beleid. De locatie wordt gezien als entree van het dorp, welke gemarkeerd kan worden met een hoger bebouwingsaccent (stedenbouwkundige kaders vernieuwing Burgemeesterswijk 2011). Waardoor de blik vanaf de brug naar het accent gaat. Een accent van zo'n 5 lagen of hetgeen passend in de omgeving. Met extra ruimte richting de omliggende bestaande bebouwing. Vanuit Stedenbouw is binnen het proces gestuurd op 4 bouwlagen, waardoor op het maaiveld als buffer richting de omliggende woningen ruimte is voor ondergeschikte functies en groen. Het initiatief is gelegen aan de rand van het gebied en is afgewerkt met een plat dak. Waarbij sprake is van een licht hoogteverschil aan de Van der Goesstraat, waardoor een accent wordt gecreëerd. Aan de randen van het gebied zijn op verschillende plekken woningen/complexen toegepast met platte

22

dakafwerking. Met de te realiseren nieuwbouw worden de bestaande rooilijnen gehandhaafd. Binnen de bezonningsstudie worden geen problemen verwacht ten opzichte van de bezonningseffecten op omliggende bebouwing. Voor de naastgelegen woning is sprake van een kleinere schaduwwerking in de tuin door de nieuwbouw. De woning aan noordzijde (Van der Goesstraat 71) heeft door de nieuwbouw een grotere schaduwwerking in de tuin. Echter voldoet deze ook in de nieuwe situatie nog steeds aan de gestelde TNO norm van minimaal 2 uur zon op het midden van de binnenkant van de vensterbank van de woonkamer. 2.2.3

Verkeer

Parkeren In de gemeentelijke beleidsregels “Parkeernormering gemeente Westland” zijn de parkeernormen voor wonen opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van 12 permanente appartementen, welke bestemd zijn voor starters. De woningen komen daarmee in het sociale segment en zijn bestemd voor verhuur. De voorgenomen ontwikkeling kan dan ook geschaard worden onder ‘huurhuis, sociale huur’. Inkomenshoogte en autobezit kennen een sterke relatie met elkaar. Het bezit en gebruik van een auto is kostbaar. Het Nibud stelt dat de kosten voor het bezit- en gebruik van een auto tenminste € 294,50,- per maand bedragen. Bewoners van sociale huurwoningen worden om deze reden gekenmerkt door een lager autobezit. Dit geldt in het bijzonder voor woningen die onder de 1e aftoppingsgrens worden verhuurd. Uit onderzoek in andere gemeenten blijkt dat het autobezit onder bewoners van woningen onder de 1e aftoppingsgrens (na passend toewijzen) op 0,56 personenauto’s per huishouden ligt. Vanwege het stedelijke karakter kan dit inzicht niet 1 op 1 voor Honselersdijk van toepassing worden verklaard. Spark adviseert daardoor om, mede gezien de hogere autoafhankelijkheid van Honselersdijk, voor het bewonersaandeel van de parkeernorm 1,0 parkeerplaats per woning aan te houden (inclusief bezoekersaandeel een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning.

Met deze parkeernorm daalt de normatieve parkeerbehoefte naar 15,6 parkeerplaatsen en de maatgevende parkeerbehoefte naar 13,7 parkeerplaatsen. Met de verlaging van de bewonersparkeernorm daalt het benodigde aantal parkeerplaatsen naar afgerond 14, waardoor alsnog een tekort is van vijf parkeerplaatsen. In het parkeernormenbeleid van de gemeente, artikel 6 (afwijken van de eis van het parkeren op eigen terrein), wordt ingegaan op alternatieve oplossingen voor wanneer de parkeereis van ene bouwplan niet volledig op eigen terrein opgelost kan worden. Spark heeft op een werkdagavond de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan opgenomen. Uit de parkeerdrukmeting volgt dat de gemiddelde parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan op 51% ligt. Van de 86 aanwezige parkeerplaatsen zijn er op de werkdagavond 42 niet in gebruik. Op basis hiervan kan de conclusie worden getrokken dat het verantwoord is om de resterende parkeerbehoefte van het bouwplan (5 parkeerplaatsen) in de openbare ruimte op te lossen. Hiermee is de parkeerbehoefte opgelost. Reeds in het voortraject is door initiatiefnemer al voldoende onderbouwd dat een parkeernorm voor deze woningen van 1,0 parkeerplaats voldoende is. Fietsparkeren Naast het voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto dient ook te worden voorzien in genoeg stallingsruimte voor de fiets.

Voor fietsparkeren wordt gebruik gemaakt van de CROW-kencijfers. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt 5 x 5 fietsbergingen gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling wordt daardoor geschaard onder ‘appartement (met fietsenberging). Dit betekent dat er minimaal 2 fietsparkeerplekken per woning gerealiseerd dienen te worden.

23

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit 12 permanente appartementen, waardoor er 24 fietsparkeerplekken gerealiseerd dienen te worden. In de feitelijke situatie worden er 24 fietsparkeerplekken gerealiseerd, waardoor er voldaan wordt aan de parkeerbehoefte. Verkeersgeneratie Om de verkeersaantrekkende werking te berekenen wordt gebruik gemaakt van de CROW-kencijfers. De voorgenomen ontwikkeling wordt ook hier gelijk gesteld met de groep ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur). De ligging van de gemeente Westland – Honselersdijk is ‘weinig stedelijk’ en wordt uitgegaan van de kencijfers voor buitengebied. Het kencijfer voor de verkeersgeneratie bedraagt minimaal 3,7 en maximaal 4,5 per woning. De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling bedraagt aldus minimaal 44 (12 x 3,7= 44,4) en maximaal 54 (12 x 4,5=54) per etmaal. Voor de projectlocatie wordt een ontsluiting gerealiseerd aan de Van der Goesstraat. 2.2.4

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. De gemeente is akkoord met de uitgangspunten van de parkeerberekeningen.

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Stedenbouwkundige onderbouwing

Kapvorm Aan de zuidzijde Burgemeesterswijk is veelal sprake van schuine daken met dakpannen. Binnen de bredere context van de wijk is een diversiteit aan kapvormen terug te vinden, waarbij ook sprake is van platte daken. Het initiatief is gelegen aan de zuidrand van de Burgemeesterswijk. Wanneer wordt gekeken naar de randen aan deze zijde in de nabijheid zijn ook platte daken terug te vinden. Onder andere aan de Fazantlaan/Leeuwerikstraat, Patrijslaan/Merelstraat en aan de Kievietsstraat bevinden zich woningen/complexen met een platte kap. Het initiatief Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 bevindt zich aan de rand en betreft een zogenoemde restkavel. De toepassing van een platte kap kan hierdoor worden gezien als passend binnen de omgeving. Kijkend naar de opbouw van de randen aan de zuidzijde. Relatie met ontwikkeling Johan van Oldenbarneveldtstraat 1 Op dit moment wordt de locatie tegenover het initiatief, Johan van Oldenbarneveldtstraat 1 ontwikkeld. Op deze locatie is tevens sprake van een transformatie van de gronden naar wonen. Voor deze locatie is gekozen voor een accent aan de Molenlaan van 4 bouwlagen met kap. En door de massale breedte van het perceel aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat (ca. 43 meter) een afbouw richting de Van der

24

Goesstraat. Het initiatief Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 heeft aan deze zijde een breedte van ca. 29 meter. Het perceel heeft daarnaast een vergelijkbare diepte, waarbij aan de zijde van woning nummer 5 sprake is van een lichte versmalling naar de achterzijde. Onder andere door de eigen uitstraling, maar ook perceelindeling/maatvoering dienen de twee ontwikkelingen los van elkaar te worden beschouwd. Hoogte In 2011 is nagedacht over de stedenbouwkundige kaders voor de vernieuwing van de Burgemeestersbuurt-Honselersdijk door middel van het gelijknamig document. In dit document wordt door kaartmateriaal de locatie Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 aangegeven als gewenste locatie voor een hoogteaccent tot zo'n 5 lagen. Indien inpasbaar in de omgeving, met extra afstand tot omliggende woningen. Deze locatie wordt gezien als entree van het dorp, dat wordt gemarkeerd met een hoger bebouwingsaccent. Waardoor de blik vanaf de brug over het water naar het accent gaat. In de huidige situatie ontbreekt het zowel ruimtelijk als functioneel aan een beëindiging. Een hoogteaccent door middel van het initiatief zou hieraan kunnen bijdragen. Het verdient niet de voorkeur dit accent pal naast de Molenlaan in te passen. In eerdere overleggen is aangegeven dat vanuit stedenbouw kan worden afgeweken op het bestemmingsplan naar een gebouw met vier bouwlagen.

Het gebouw kan hierdoor meer vrij staan op de locatie en een sterkere identiteit krijgen. Waardoor afstand wordt gecreëerd tot de omliggende woningen aan de noord- en oostzijde. En op het maaiveld aan deze zijden meer kwaliteit kan ontstaan voor groen en inpassing van ondergeschikte functies zoals fietsparkeren, parkeren en bergingen. Door de diepte van het perceel van ca. 29 meter en de ligging zijn er geen problemen qua bezonning door realisatie van de nieuwbouw. Door toepassing van een licht hoogteverschil binnen het initiatief wordt een accent gecreëerd aan de Van de Goesstraat. De naastgelegen woning Johan van Oldenbarneveldtstraat 5 heeft in de huidige situatie twee bouwlagen met kap. Echter wordt voor deze locatie binnen het bestemmingsplan een maximum bouwhoogte van 10 meter mogelijk gemaakt. In combinatie met een maximumgoothoogte van 6 meter. Bezonning In de uitgevoerde bezonningsstudie is gekeken naar de schaduwwerking zoals in de huidige bestemmingsplanregels mogelijk wordt gemaakt. Hierbij wordt uitgegaan van een nokhoogte van 11 meter, goothoogte van 7 meter en een maximaal bebouwd gebied van 50%. In relatie tot het beoogde plan voor het perceel Johan van Oldenbarneveldtstraat 3.

Gesteld kan worden dat op 19 februari om 12 uur het beoogde bouwplan zorgt voor een grotere schaduwwerking in de tuin van de achterliggende woning (Van der Goesstraat 71) en een kleinere schaduwwerking in de tuin van de naastgelegen woning (Johan van Oldenbarneveldtstraat 5). Op 21 oktober om 12 uur is er tevens sprake van een grotere schaduwwerking op de tuin van de achterliggende woning. En van een kleinere schaduwwerking in de tuin van de naastgelegen woning. Vanwege de grotere schaduwwerking in de tuin van de achterliggende woning door het beoogde plan is er specifieker gekeken naar deze woning. Deze woning is net als het beoogde plan in eigendom van de Wassenaarsche Bouwstichting. Aan de hoekzijde van de woning is een blinde gevel toegepast richting de zijde van de nieuwbouw. Conform de lichte TNO- Norm wordt bij de ontwikkeling gekeken of der voor de woning Van der Goesstraat 71 nog sprake is van voldoende bezonning. Waarbij de eis van minimaal 2 uur zon per dag op het midden van de binnenkant van de vensterbank van de woonkamer als toetsnorm wordt aangehouden. Op de toetsmomenten 19 februari en 21 oktober is er in de bezonningsstudie sprake van minimaal 2 uur zon zonder hinder van de te realiseren nieuwbouw.

25

Duurzaamheid Tenslotte wordt vanuit stedenbouw binnen het vervolgproces aandacht gevraagd voor klimaat adaptieve maatregelen zoals het uitvoeren van groene wanden, groene daken, zonnecollectoren. Of het toepassen van half verharding op het achterliggende (parkeer) terrein.

26

Hoofdstuk 3 3.1

Onderzoek

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Relatie tot het plan De ontwikkeling omvat de realisatie van 12 permanente appartementen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld.

De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit.

3.2

Bedrijven en milieuzonering

3.2.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

27

3.2.2

Onderzoek

De projectlocatie kent de enkelbestemming ‘Bedrijf’. Omliggende bestemmingen betreffen overwegend ‘Wonen’. Daarnaast wordt de projectlocatie omgeven door de bestemmingen ‘Sport’, ‘Kantoor’ en ‘Maatschappelijk’. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat sprake is van een gemengd gebied. De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van 12 permanente appartementen. De bestaande bedrijvigheid op het onderhavig perceel is reeds gesloopt. Ten noorden, ten noordoosten, ten oosten en ten zuiden van de projectlocatie zijn woningen gelegen. Woningen vormen geen belemmering voor andere woningen. Ten zuidoosten van de projectlocatie is de Tennisclub Honselersdijk gelegen. Op grond van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ heeft een tennisclub met tennisbanen een SBI-code van 931 en behoort de bestemming tot milieucategorie 3.1. Voor tennisbanen uit milieucategorie 3.1 in een gemengd gebied geldt een te hanteren richtafstand van 30 meter. De feitelijke afstand van de projectlocatie tot aan de tennisclub bedraagt circa 20,2 meter. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de projectlocatie niet op voldoende afstand is gesitueerd van de tennisclub.

Industrielawaai In opdracht van Wassenaarsche Bouwstichting is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege de aanwezige tennisvereniging op de gevels van een nieuw te bouwen appartementen aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat te Honselersdijk. Uit de inventarisatie blijkt dat de nieuw te bouwen appartementen op een afstand van circa 20 meter van de aanwezige tennisvelden zijn geprojecteerd. Omdat de aanbevolen richtafstand wordt overschreden is een uitgebreid akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uitgaande van het maximaal mogelijk gebruik van de tennisvelden is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevels van de nieuw te bouwen appartementen en bestaande woningen berekend. Uit de berekeningen blijkt dat een volledige en continue bezetting van de tennisvelden dit resulteert in een overschrijding van de grenswaarden volgens het Activiteitenbesluit zowel bij de nieuwbouw als de bestaande woningen. De nieuwbouw resulteert daarmee niet in een beperking van de exploitatiemogelijkheden van de tennisvereniging: deze beperking wordt reeds gevormd door de aanwezige woningen. In verband met de beoordeling van de akoestische situatie bij de nieuw te bouwen woningen, is tevens de geluidbijdrage bepaald rekening houdend met alle geluidbronnen waaronder stemgeluid inclusief toepassing van een straffactor rekening houdend met het impulsachtig karakter van tennis.

Uit de berekeningen blijkt het volgende: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt maximaal 53 dB(A) tijdens de dagperiode en maximaal 53 dB(A) tijdens de avondperiode (gevels niet zijnde doof uitgevoerd). De grenswaarden volgens stap 2 en 3 uit de VNG-publicatie behorende bij een gemengd gebied worden overschreden. Pas na het plaatsen van een 50 meter lang scherm met een hoogte van minimaal 7 meter wordt een relevante geluidreductie bereikt. Een dergelijk scherm wordt, mocht het vanuit stedenbouwkundig oogpunt al wenselijk zijn, niet als kosteneffectieve maatregel gezien Uit de berekening van de cumulatieve geluidbelasting blijkt dat de totale geluidbelasting volledig wordt bepaald door wegverkeer. De karakteristieke geluidwering van de gevel is zodanig dat in de woon- en verblijfsruimten van de nieuw te bouwen appartementen sprake is van een goed woonen leefklimaat (cumulatief geluidniveau van maximaal 33 dB Lden). Het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 69 dB(A) en kan tijdens de dag- en avondperiode ontstaan vanwege roepende toeschouwers of tennisspelers. De grenswaarden uit stap 2 behorende bij een rustige woonwijk worden overschreden. Deze overschrijding treedt ook op ter hoogte van de bestaande woningen en wordt veroorzaakt door roepende spelers aan de rand van het veld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=1b91db33-d453-4866-9a92-233087cf573a