CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 te Honselersdijk_Bijlagen bij de toelichting

Commissie Ruimte en Wonen 14 mei 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot ter inzage legging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen Johan van Oldenbarneveldtstraat naast 5 te Honselersdijk7.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JOHAN VAN OLDENBARNEVELDTSTRAAT NAAST 5 TE HONSELERSDIJK omgevingsvergunning NL.IMRO.1783.ABO00000009g07-ON01 ontwerp

Bijlagen bij de toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13

6 10 24 28 50 167 181 257 261 352 393 422 430

Inspraak en overleg Bezonningsondezoek Bezonningsonderzoek aanvulling Aanmeldnotitie vormvrije MER beoordeling Akoestisch onderzoek industrielawaai Rekenresultaten lichtmetingen Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Watersleutel Verkennend bodemonderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Stikstofberekening AERIUS Bouwfase AERIUS Gebruiksfase

5

Bijlage 1 Inspraak en overleg

6

NOTA INSPRAAK EN OVERLEG ‘JOHAN VAN OLDENBARNEVELDTSTRAAT NABIJ 5 TE HONSELERSDIJK’ Indiener

Inhoud

Reactie

Hoogheemraadschap Delfland

Waterkwantiteit De drooglegging in de watersleutel is negatief. Wij vragen u hier een realistische maaiveldhoogte in te vullen, zodat de drooglegging klopt.

Waterkwantiteit De watersleutel is aangepast.

Verharding Er valt nu niet te achterhalen of de ingevulde waarde van 521m2 verharding die is genoemd in de watersleutel, ook daadwerkelijk realistisch is voor de nieuwe situatie.

Verharding De onderbouwing is opgenomen in de

Veiligheidsregio Haaglanden

toelichting, artikel 3.6.2 Waterkwan titeit.

Risicobron Het plangebied ligt op circa 1.079 meter ten oosten van een ammoniakkoelinstallatie bij Flora Holland. In geval van een calamiteit kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen vrijkomen. Gezien de afstand van het plangebied tot aan de ammoniakkoelinstallatie zal het groepsrisico als gevolg van de (eventuele) ontwikkelingen niet significant toe of afnemen. G e a d v i s e e r d e ma a t r e g e l e n Gezien de afstand van de risicobron tot aan het plangebied worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. Afschakelbare ventilatie; Indien in objecten een ventilatievoorziening aanwezig is of wordt gerealiseerd, heeft het afsluiten en/of afschakelen van deze afschakelbare ventilatie een positieve invloed op het beperken van de schadelijke effecten van de vrijgekomen stoffen, binnen objecten ongeacht het incident dat plaats vindt (van een ‘gewone’ brand tot een incident met een risicobron in het kader van externe veiligheid). Daarom is het van belang dat in het object met ventilatievoorziening, deze ventilatie met een eenvoudige handeling kan

A. Dit maakt geen onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing, maar wordt meegenomen in de vergunning.

worden uitgeschakeld of afgesloten. Hiermee kunnen de gevolgen bij het vrijkomen van giftige stoffen in het object worden beperkt. Dit mag ook een handmatige handeling zijn. Dit geldt bij verbouw en (vervangende) nieuwbouw van alle objecten, bestemd voor h et verblijf van personen. Het is daarbij van belang dat ook eventuele ramen en ventilatieopeningen kunnen worden gesloten. Nieuw in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is de verplichting (artikel 4.124) dat bij een externe calamiteit de mechanische ventilatie handmatig uitgezet moet kunnen worden. Vanaf 1 januari 2024 is deze verplichting van kracht. B. Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten reageren bij een ongeval met één of meerdere risicobronnen, is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Om de bewoners of de vaste bezoekers binnen het invloedsgebied van de risicobron te informeren over de risicobron, risico’s en gevaren, de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten, kan de gemeente Honselersdijk voor dit plangebied mogelijk gebruik maken van de hulpmiddelen die zijn ontwikkeld of beschikbaar zijn. In de regio Haaglanden is bijvoorbeeld de website www.haaglandenveilig.nl beschikbaar.

Via deze website worden burgers geïnformeerd over de aanwezige risico’s in de regio en is informatie te vinden over wat zij zelf kunnen doen om deze risico’s te beperken. Voor aanvullende informatie kan contact worden opgenomen met de afdelin g communicatie van de Veiligheidsregio Haaglanden.

B. Ter kennis aangenomen.

Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bij bouwplannen, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. Voor vragen met betrekking tot brandveiligheid kunt u contact opne men met risicobeheersing@vrh.nl. In het kader van brandveiligheid wordt tevens aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voor de specifieke objecten.

Bijlage 2 Bezonningsondezoek

10

2110

Nieuwbouw 12 appartementen Johan van Oldenbarneveldtstraat 3, Honselersdijk OV601 Bezonningsstudie 12 19 mei juni 2023

In opdracht van Wassenaarsche Bouwstichting

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

19 februari 9:00 uur (UTC+1) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

19 februari 12:00 uur (UTC+1) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

19 februari 15:00 uur (UTC+1) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 juni 6:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 juni 9:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 juni 12:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 juni 15:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 juni 18:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 oktober 9:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 oktober 12:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bestemmingsplan - nokhoogte 11m - goothoogte 7m (+10% cf art 30.1a) - maximaal 50% bebouwd

Beoogde Bouwplan

21 oktober 15:00 uur (UTC+2) Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

19 februari om 12 uur (UTC+1) - Grotere schaduwwerking in tuin achterliggende woning - Kleinere schaduwwerking in tuin naastliggende woning

Blauw: schaduw beoogde plan Geel: schaduw bestemmingsplan

21 oktober om 12:00 uur (UTC+2) - Grotere schaduwwerking in tuin achterliggende woning - Kleinere schaduwwerking in tuin naastliggende woning

Conclusies Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110 Datum 12.05.2023 19.06.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bijlage 3 Bezonningsonderzoek aanvulling

24

2110

Nieuwbouw 12 appartementen Johan van Oldenbarneveldtstraat 3, Honselersdijk OV601 Bezonningsstudie aanvulling 12 mei 2023 4 juli 2023

In opdracht van Wassenaarsche Bouwstichting

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

13:00 uur (UTC+1)

14:00 uur (UTC+1)

schaduw eigen woning

schaduw nieuwbouw

12:00 uur (UTC+1)

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

19 februari Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110

15:00 uur (UTC+1)

Datum 12.05.2023 04.07.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

13:00 uur (UTC+2)

14:00 uur (UTC+2)

schaduw eigen woning

schaduw nieuwbouw

12:00 uur (UTC+2)

geen schaduwwerking op woonkamerzijde aan de straat

21 oktober Project

Tekening

Locatie

Nieuwbouw 12 appartementen te Honselersdijk

OV 601

J. van Oldenbarneveldtstraat 3

Onderwerp

Honselersdijk

Bezonningsstudie

Opdrachtgever

Wassenaarsche Bouwstichting Projectnummer

2110

15:00 uur (UTC+2)

Datum 12.05.2023 04.07.2023

Schaal Formaat A3 [420x297mm]

StudioDAT De Kleine Campus | Lokaal 1.6 Statenlaan 8 | 6828 WE Arnhem info@studioDAT.nl www.studioDAT.nl

Bijlage 4 Aanmeldnotitie vormvrije MER beoordeling

28

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle

Johan van Oldenbarneveldtstraat nabij nr. 5 te Honselersdijk Definitief 22191 22191.AN/MER 4 mei 2023 M.P.J. Vogelaar C. van Bochoven – Schuchhard LLB

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding Aanleiding leeswijzer

4 4 4

2

2.2.3.1 2.2.3.2 2.2.3.3 2.2.3.4 2.2.3.5 2.2.3.6

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen Beoordeling Kenmerken van het project Projectlocatie Beoogde ontwikkeling Geldend bestemmingsplan Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Productie en verwerking van afvalstoffen Cumulatie met andere projecten Plaats van het project Bestaand grondgebruik Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn Toetsing overige gevoelige gebieden Kenmerken van het potentiële effect Verkeersgeneratie en ontsluiting Luchtkwaliteit Geluid Ecologie Archeologie Gezondheid

5 5 6 6 6 7 8 9 10 10 10 10 10 11 11 12 12 12 12 13 14

3

Conclusie en verzoek

15

2.2.1.1 2.2.1.2 2.2.1.3 2.2.1.4 2.2.1.5 2.2.1.6 2.2.2.1 2.2.2.2 2.2.2.3

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 3

1

INLEIDING AANLEIDING De Wassenaarsche Bouwstichting is voornemens om 12 permanente appartementen ter plaatse van de Johan van Oldenbarneveldtstraat nabij nr. 5 te Honselersdijk te realiseren. Reeds zijn op de projectlocatie sloopwerkzaamheden uitgevoerd, waardoor het terrein op dit moment braakliggend is. Aangezien de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure doorlopen te worden. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Bij elk besluit of plan dat betrekking heeft op een activiteit die voorkomt op de C- of D-lijst van het Besluit MER dient aandacht besteed te worden aan de m.e.r.-beoordeling. Onderhavig initiatief valt onder de drempelwaarde van een van de activiteiten op de D-lijst, waardoor in beginsel volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Het bevoegd gezag dient te beoordelen in hoeverre volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een dergelijk besluit wordt genomen aan de hand van de aanmeldnotitie en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit.

In onderhavig geval wordt, om het initiatief mogelijk te maken, een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Deze aanmeldnotitie wordt voorafgaand aan de terinzagelegging / vaststelling van het bestemmingsplan aangeboden bij het bevoegd gezag. In deze aanmeldnotitie wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen.

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk kader en vindt de vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. De vormvrije m.e.r.-beoordeling in hoofdstuk 2 volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens afgesloten met een conclusie en een verzoek.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 4

2

VORMVRIJE M.E.R.BEOORDELING ALGEMEEN De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. De vorm van een vormvrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van 12 permanente appartementen. Reeds zijn op de projectlocatie sloopwerkzaamheden uitgevoerd, waardoor het terrein op dit moment braakliggend is. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen wijziging, kan de ontwikkeling getypeerd worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals vermeld in bijlage D, onderdeel 11.2 van het Besluit m.e.r. (zie ook tabel 1). De ontwikkeling valt echter ruim onder de drempelwaarden, waardoor geen directe m.e.r.beoordelingsplicht geldt, maar volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 5

Tabel 1. Relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is

D 11.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

In de volgende paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect van het project.

BEOORDELING Kenmerken van het project 2.2.1.1 Projectlocatie De projectlocatie is gelegen aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat nabij nr. 5 te Honselersdijk. De projectlocatie is aan de noord- en oostzijde omsloten door woningen. De zuidelijke zijde van de projectlocatie grenst aan de Johan van Oldenbarneveldtstraat. In zuidoostelijke richting, voorbij de Johan van Oldenbarneveldtstraat, ligt Tennisclub Honselersdijk. Daarnaast ligt ten zuiden van de projectlocatie water, wat gebruikt wordt om boten aan te meren. Ten westen grenst de projectlocatie aan de Van der Goesstraat. Verder ten westen van de projectlocatie, voorbij de Van der Goesstraat, is kantoor/bedrijfsbebouwing gesitueerd. Deze bebouwing wordt gesloopt, om ruimte te maken voor 15 appartementen die naar verwachting eind 2023 worden opgeleverd. In de toekomst zal aan de westzijde van de projectlocatie eveneens woonbebouwing gelegen zijn. De projectlocatie is kadastraal bekend als: NWK01-B-1308.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 6

Figuur 1. Ligging projectgebied (bron: luchtfoto QGIS eigen bewerking)

2.2.1.2 Beoogde ontwikkeling Het doel is om 12 permanente appartementen te realiseren. De appartementen zijn bestemd voor starters en worden gerealiseerd in het kader van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) woningen. De woningen bevinden zich in het sociale segment en zijn bestemd voor verhuur. Het appartementencomplex bestaat uit vier bouwlagen. De bebouwing heeft een bouwhoogte van circa 13 meter. De appartementen hebben elk een gebruiksoppervlakte van 50 m 2. De voetprint van het appartementencomplex betreft 230 m2 BVO. Het totale oppervlakte van het appartementencomplex betreft 920 m2 BVO. Figuur 2. Schets zuid-oostgevel en Johan van Oldenbarneveldtstraat (bron: StudioDat d.d. 2 september 2022)

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 7

Figuur 3. Schets noord-westgevel en parkeerveld (bron: StudioDat d.d. 2 september 2022)

Figuur 4. Schets bovenaanzicht (bron: StudioDat)

2.2.1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van de projectlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: - Kern Honselersdijk, vastgesteld op 20 maart 2012 door de raad van de gemeente Westland. - Paraplubestemmingsplan Parkeernormen, vastgesteld op 20 februari 2018 door de raad van de gemeente Westland. - Parapluplan Wonen Westland, vastgesteld op 1 september 2020 door de raad van de gemeente Westland. - Parapluplan horeca/hotel Westland, vastgesteld op 13 april 2021 door de raad van de gemeente Westland. Kern Honselersdijk De projectlocatie heeft de bestemming ‘Bedrijf’, met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 4’ en aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 7 meter. Figuur 5 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemming. In bijlage 1 van de aanmeldnotitie zijn de Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 8

relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Figuur 5. Uitsnede bestemmingsplan “Kern Honselersdijk” (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van de bestemming ‘Bedrijf’ in combinatie met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’ zijn bedrijven met ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ toegestaan (artikellid 4.1, onder a). De maximaal toegestane bouwhoogte binnen deze bestemming bedraagt 11 meter. De voorgenomen ontwikkeling van 12 appartementen, met een bouwhoogte van circa 13 meter, is in dit kader strijdig. Toets aan bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van 12 permanente appartementen. De voorgenomen ontwikkeling is op een tweetal onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. Allereerst is in de huidige situatie alleen bedrijvigheid toegestaan op de projectlocatie. Op basis van de bestemming ‘Bedrijf’ in combinatie met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie b1’ zijn bedrijven met ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ toegestaan (artikellid 4.1, onder a). De voorgenomen ontwikkeling van 12 appartementen is in dit kader strijdig. Daarnaast heeft het appartementencomplex een bouwhoogte van circa 13 meter inclusief dakrand. In het geldende bestemmingsplan is een maximale bouwhoogte opgenomen van 11 meter, waardoor de voorgenomen ontwikkeling de maximale bouwhoogte overschrijdt.

2.2.1.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 9

2.2.1.5 Productie en verwerking van afvalstoffen In het projectgebied wordt een woonfunctie voorzien, waarbij enkel sprake is van huishoudelijk gerelateerd afval. De voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten op de bestaande riolering, een gemengd rioolstelsel. De nieuwe aansluitingen op de projectlocatie dienen wel alvast gescheiden te worden aangelegd. 2.2.1.6 Cumulatie met andere projecten De voorgenomen ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een grotere (gebieds)ontwikkeling. Cumulatie met andere projecten kan plaatsvinden ten aanzien van verkeer en stiktstofdepositie. In respectievelijk paragraaf 2.2.3.1 en 2.2.3.4 wordt ingegaan op deze aspecten, waarbij verwezen wordt naar uitgevoerd onderzoek.

Plaats van het project In deze paragraaf wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden. 2.2.2.1 Bestaand grondgebruik Het bestaand grondgebruik is reeds beschreven in paragraaf 2.2.1.1 van deze aanmeldnotitie. 2.2.2.2 Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In onderstaande tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Type gebied Wetlands

Juridisch kader Conventie van Ramsar

Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden

(o.a.) Wet natuurbescherming

Reservaten en natuurparken: • Nationale Landschappen • Nationale parken

Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte. De Nationale Parken zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) Wet natuurbescherming

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van: • Historisch belang • Cultureel belang o Beschermd stads- en dorpsgezicht • Archeologisch belang

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling In of in de directe nabijheid van de projectlocatie zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. De projectlocatie is niet gelegen in een kustgebied. De projectlocatie is niet gelegen in een berg- of bosgebied. De projectlocatie is niet in een Nationaal Landschap of Nationaal Park gelegen.

Op circa 4,8 kilometer van het projectgebied is het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen ‘gelegen. Onder deze tabel wordt hierop nader ingegaan.

Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit en kaderrichtlijn Water)

De projectlocatie is niet gelegen in een gebied waar o.b.v. communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.

• •

De gemeente Honselersdijk kent een lage bevolkingsdichtheid (conform cijfers CBS). De projectlocatie kent een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’ ter bescherming van archeologische waarden. Onder deze tabel wordt hierop nader ingegaan.

Verdrag van Valletta Erfgoedwet

Pagina | 10

Natura 2000-gebied Zoals in de tabel reeds is benoemd, is de projectlocatie in de nabijheid van een Natura 2000-gebied gelegen. Op circa 4,8 kilometer van de projectlocatie is namelijk het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ gelegen. De Natura 2000-gebieden maken onderdeel uit van het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk een effect hebben op de in de nabijheid gelegen Natura 2000gebieden. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.4 nader op het aspect ecologie (gebiedsbescherming) ingegaan. Archeologie Conform het geldende bestemmingsplan “Kern Honselersdijk” is er sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’ om archeologische waarden op de projectlocatie te beschermen. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.1 nader ingegaan op het aspect archeologie.

2.2.2.3 Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebieden die specifiek zijn genoemd in Bijlage III van de EU-Richtlijn, wordt eveneens getoetst of de projectlocatie gelegen is in gevoelige gebieden op grond van overige nationale of provinciale wet- en regelgeving. Type gebied Natuurnetwerk Nederland

Juridisch kader Provinciale verordening

Weidevogelleefgebied

Provinciale verordening

Stiltegebied Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening Wet milieubeheer Provinciale verordening

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Beschermingszone waterkering

Legger en Keur hoogheemraadschap van Delfland Wet natuurbescherming

Gebied geschikt voor beschermde soorten

Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling De projectlocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De projectlocatie is niet gelegen in een weidevogelleefgebied. De projectlocatie is niet gelegen in een stiltegebied. De projectlocatie is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. De projectlocatie is niet gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied. De projectlocatie is niet in of in een beschermingszone van een waterkering gelegen. De projectlocatie is mogelijk geschikt voor beschermde soorten. Onder deze tabel wordt hier nader op ingegaan.

Beschermde soorten Op de projectlocatie kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.4 nader op het aspect ecologie (soortenbescherming) ingegaan.

Kenmerken van het potentiële effect In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit, waarbij het gaat om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken (kenmerken van het project en plaats van het project). Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Van de overige (milieu)aspecten wordt op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 11

2.2.3.1 Verkeersgeneratie en ontsluiting De verkeersgeneratie- en afwikkeling ten gevolge van de beoogde ontwikkeling is in kaart gebracht, waarbij de CROW-kencijfers zijn geraadpleegd. De voorgenomen ontwikkeling wordt ook hier gelijk gesteld met de groep ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. De ligging van de gemeente Westland – Honselersdijk is ‘weinig stedelijk’ en wordt uitgegaan van de kencijfers voor buitengebied. Het kencijfer voor de verkeersgeneratie bedraagt minimaal 3,7 en maximaal 4,5 per woning. De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling bedraagt aldus minimaal 44 (12 x 3,7= 44,4) en maximaal 54 (12 x 4,5=54) per etmaal. Voor de projectlocatie wordt een ontsluiting gerealiseerd aan de Van der Goesstraat. In de huidige situatie zijn er reeds sloopwerkzaamheden uitgevoerd waardoor de het terrein braakliggend is. In de toekomstige situatie neemt het aantal verkeersbewegingen aldus toe. Echter zal deze toename ten opzichte van de huidige situatie gemakkelijk worden opgevangen door de bestaande weginfrastructuur in de omgeving. Van verkeersproblematiek of onveilige situaties is naar verwachting aldus geen sprake. Er zijn geen negatieve effecten op de verkeersafwikkeling ter plaatse en dit onderdeel geen MER rechtvaardigt.

2.2.3.2 Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van de gronden behorende bij de projectlocatie. In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 12 appartementen. De ontwikkeling bevindt zich zeer ruim onder de grens van de projecten die op grond van de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ als ‘NIBM’ worden beschouwd (de ‘grens’ ligt bij een woonbuurt met één ontsluitingsweg op 1.500 woningen). Dit is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van een betekenisvol negatief milieueffect. Hierbij komt dat de bestaande achtergrondconcentraties erg laag zijn en de grenswaarden voor deze achtergrondconcentraties niet worden overschreden. Hierdoor kan er zonder meer worden aangenomen dat ook na realisatie van het plan de achtergrondconcentraties nog steeds laag zijn en in ieder geval nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden liggen. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten. 2.2.3.3 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidsbelastingen. In deze wet zijn onder meer normen voor geluid van wegverkeer- en spoorweglawaai vastgelegd. Door TecMap is een akoestisch onderzoek verricht naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde wooneenheden.

Het volledige onderzoek van 28 december 2022 is opgenomen in bijlage 2 van deze aanmeldnotitie. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden vanwege het verkeer over de Molenlaan. Alleen vanwege het te verwachten verkeer over de Johan van Oldenbarneveldtstraat is een relevante geluidbijdrage te verwachten. Omdat dit een weg is met een maximum snelheid van 30 km/h is het regime van de Wet geluidhinder hier niet van toepassing. Voorgaande resultaten leiden niet tot een te hoge geluidbelasting voor de beoogde bewoners en rechtvaardigen geen MER. 2.2.3.4

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals in paragraaf 2.2.2.2 en 2.2.2.3 van deze aanmeldnotitie reeds is beschreven, is het projectgebied niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bevindt zich op circa 4,8 kilometer afstand van de onderzoekslocatie. Om aan te tonen in hoeverre het beoogd initiatief significante effecten op beschermde natuurgebieden heeft, is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 3 bij deze aanmeldnotitie.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 12

Uit de berekeningen voor zowel de bouw- en gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Significant negatieve effecten als gevolg van het beoogd initiatief kunnen daardoor worden uitgesloten. Het aspect gebiedsbescherming (stikstofdepositie) vormt geen belemmering en er is geen vergunning voor stikstofdepositie ingevolge de Wet natuurbescherming benodigd. Dit onderdeel rechtvaardigt derhalve geen MER. Soortbescherming In het kader van de beoogde ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van de projectlocatie. Deze is opgenomen als bijlage 4 bij deze aanmeldnotitie. Uit de quickscan volgt dat de projectlocatie in potentie geschikt is voor beschermde soorten amfibieën, vogels en grondgebonden zoogdieren. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten vrijblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. In het projectgebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden.

Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Verder mag er wel gewerkt worden binnen het broedseizoen, tenzij de vegetatie-toplaag wordt verwijderd, de bodem/oevers worden vergraaft, en of de grond wordt opgebracht, zware constructiewerkzaamheden plaatsvinden zoals heien en opslag of struiken worden gerooid. Indien het niet mogelijk is bovenstaande ecologische gevoelige werkzaamheden niet uit te voeren dient een ecoloog voorafgaand aan de werkzaamheden te worden ingeschakeld om het terrein vrij te geven. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het projectgebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het braakliggende projectgebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het projectgebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Buiten het projectgebied kunnen mogelijk vrijblijvende vleermuizen voorkomen. Het gaat om de bebouwing in de omgeving van het projectgebied en de vleermuiskast bevestigd aan de gevel Van der Goesstraat 71.

De mogelijkheid tot in- en uitvliegen moet bij deze vleermuiskast gewaarborgd blijven, daarom mogen geen belemmerende objecten als steigers, ladders, hoofwerkers of andere materialen in de buurt van de vleermuiskast worden geplaatst. ’s Nachts mag geen felle verlichting aan blijven staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen niet kunnen worden verstoord. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het projectgebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het projectgebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Significante negatieve effecten op het milieu voor het aspect ecologie zijn, wanneer wordt voldaan aan voornoemde voorwaarden, niet te verwachten. 2.2.3.5 Archeologie Het projectgebied kent op grond van het bestemmingsplan “Kern Honselersdijk” de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’. Voor de gronden met deze dubbelbestemming geldt dat de archeologische waarden beschermd en veiliggesteld worden. In beginsel mag op deze gronden uitsluitend worden gebouwd als de aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een archeologisch onderzoek heeft uitgevoerd.

Indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk: − Vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; − een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; − een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden − kan worden geplaatst.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 13

De gehele kavel (het projectgebied) heeft een oppervlakte van circa 770 m2, waardoor het bouwwerk geen groter oppervlakte behelst dan 1.000 m2. In dit kader wordt voldaan aan één van de vrijstellingen, waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Hierdoor is geen sprake van significante negatieve effecten op het milieu. 2.2.3.6 Gezondheid Gezondheid wordt bepaald door verschillende factoren. Te denken valt aan geluid, luchtkwaliteit, groen, bewegen en sociale aspecten. Zoals hiervoor reeds is beschreven, zijn negatieve effecten als gevolg van geluid en luchtkwaliteit niet te verwachten. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een negatief (milieu)effect ten aanzien van het aspect gezondheid.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 14

3

CONCLUSIE EN VERZOEK Uit hoofdstuk 2 volgt dat er geen nadelige milieu effecten naar aanleiding van de ontwikkeling verwacht hoeven te worden. Door het uitblijven van belangrijke nadelige gevolgen kan worden geconcludeerd dat er geen volledige milieueffectrapportage hoeft te worden doorlopen en dat er geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 15

BIJLAGE 1 Regels geldende bestemmingsplan

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 16

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie B1': bedrijven uit ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1': een pluimvee verwerkend bedrijf met SBI-code 151.1; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, groen en water; d. een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 4.2.1 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de goothoogte mag alleen worden overschreden door een kap; e. de goothoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; f. de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; g.

de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; h. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; i. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. j. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; k. indien niet in de zijdelingse of achterste perceelsgrens wordt gebouwd dient de afstand van gebouwen en overkappingen ten minste 1,5 m te bedragen. 4.2.2 Bedrijfswoningen a. de goothoogte van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 6 m, de bouwhoogte ten hoogste 10 m; b. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het erf bedraagt ten hoogste 50 % van het zij- en achtererf van de woning tot een maximum van 50 m2; c. indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100 m², mag bij de maximale oppervlakte van 50 m² een percentage van 10% van het meerdere worden opgeteld, tot een maximum van 75 m²; d. de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het bedrijfsgebouw bedraagt ten minste 2 m; e. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 m; f.

de goothoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; g. de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; h. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; j. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste: a. van erfafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg: 1 m; b. van erfafscheidingen elders: 2 m; c. van vlaggenmasten: 6 m; d. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 17

4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. geluidshinderlijke inrichtingen zijn niet toegestaan; b. risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan; c. de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zijn niet toegestaan; d. onzelfstandige kantoren zijn toegestaan met een bedrijfsvloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50 % van het totale bedrijfsvloeroppervlak en minder is dan 3000 m²; e. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; f. detailhandel is niet toegestaan; g. het is verboden de gronden buiten het bouwvlak te gebruiken voor de opslag van goederen. 4.4 Afwijking van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.1: a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 4.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 4.1 genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 4.1 genoemd.

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 18

BIJLAGE 2 Akoestisch onderzoek

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 19

BIJLAGE 3 Stikstofberekening

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 20

BIJLAGE 4 Quickscan Wet natuurbescherming

Mees Ruimte & Milieu | 22191.AN/MER

Pagina | 21

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek industrielawaai

50





 ƌŽƵǁĞƌϭ ϱϱϮϭ<ĞƌƐĞů  dнϯϭ;ϬͿϲϭϴϮϰϱϳϮϲ Ğ͘ƉŚŝůŝƉƉĞŶƐΛƚĞĐŵĂƉ͘Ŷů ǁǁǁ͘ƚĞĐŵĂƉ͘Ŷů  <͘ǀ͘<ϳϬϱϴϵϴϵϱ /EE>ϴϲZKϯϮϲϳϵϰϵϵϵ

 ZĞĨĞƌĞŶƚŝĞ dŝƚĞů   ĂƚƵŵ

      KƉĚƌĂĐŚƚŐĞǀĞƌ    ŽŶƚĂĐƚƉĞƌƐŽŽŶ       ĞŚĂŶĚĞůĚĚŽŽƌ   

 ϮϬϮϮϬϮϮϯͲϮsϱ

ϮϬϮϮϬϮϮϯͲϮsϱ :ŽŚĂŶǀĂŶKůĚĞŶďĂƌŶĞǀĞůĚƚƐƚƌĂĂƚƚĞ,ŽŶƐĞůĞƌƐĚŝũŬ ŬŽĞƐƚŝƐĐŚŽŶĚĞƌnjŽĞŬŝŶĚƵƐƚƌŝĞůĂǁĂĂŝ ϭϴũĂŶƵĂƌŝϮϬϮϰ

tĂƐƐĞŶĂĂƌƐĐŚĞŽƵǁƐƚŝĐŚƚŝŶŐ WŽƐƚďƵƐϮϬϭϴ ϮϮϰϬtĂƐƐĞŶĂĂƌ WŝĞƚǀĂŶĚĞŶŽƵƚ

ŝƌ͘͘,͘:͘WŚŝůŝƉƉĞŶƐ dĞů͗нϯϭ;ϬͿϲϭϴϮϰϱϳϮϲ 

ϭϴũĂŶƵĂƌŝϮϬϮϰ WĂŐŝŶĂϭ

PRGHOYRRULQGXVWULHODZDDL

7HF0D3//3

QRY 6FKHUPHQ %HGULMYHQ

0m

70 m schaal = 1 : 1750

447200

ERXZSODQ

VSRUWDFFRPRGDWLH

447000

75800 HMRI, industrie, [2022 - Iindustrielawaai LAr,LT] , Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP

ILJXXU6LWXHULQJERXZSODQWHQRS]LFKWHYDQWHQQLVSDUN

76000

ŝũůĂŐĞŶ



 

ŝũůĂŐĞϭ͗ŝŶǀŽĞƌŐĞŐĞǀĞŶƐƌĞŬĞŶŵŽĚĞů>ƌ͕>d ĞnjĞďŝũůĂŐĞďĞǀĂƚĂůůĞǀŽŽƌŚĞƚŽŶĚĞƌnjŽĞŬƌĞůĞǀĂŶƚĞĚĞƚĂŝůƐǀĂŶŚĞƚƌĞŬĞŶŵŽĚĞůĚĂƚŐĞďƌƵŝŬƚŝƐǀŽŽƌ ĚĞďĞƌĞŬĞŶŝŶŐĞŶǀĂŶŚĞƚůĂŶŐƚŝũĚŐĞŵŝĚĚĞůĚĞďĞŽŽƌĚĞůŝŶŐƐŶŝǀĞĂƵ>ƌ͕>dnjŽĂůƐĚŝƚƚŝũĚĞŶƐ ƌĞƉƌĞƐĞŶƚĂƚŝĞǀĞĞŶĞǀĞŶƚƵĞĞůŝŶĐŝĚĞŶƚĞůĞďĞĚƌŝũĨƐƐŝƚƵĂƚŝĞƐŬĂŶŽŶƚƐƚĂĂŶ͘ 

 ϮϬϮϮϬϮϮϯͲϬϮsϬϱ





ϭϴũĂŶƵĂƌŝϮϬϮϰ

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=e2e703bb-2e56-4363-8537-1f1a7deba5f7