CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreektekst dhr Vos inzake Haagweg

Commissie Ruimte en Wonen 9 mei 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Spreekrecht voor burgers889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste commissie ruimte van de gemeente westland. Mijn naam is Wilco Vos. Het betreft hier punt 12 van uw agenda zijnde voorstel tot vaststelling bestemmingplan haagweg 39 te monster. -Na aanleiding van dit bestemmingsplan heb ik als eigenaar van de Haagweg 43A, 2681PB te Monster een zienswijze ingediend die zich toespitst op de afstand welke gehouden dient te worden tussen een geurgevoelig object en een mestopslag van 10 m3 gesitueerd aan de Haagweg 43a. -In mijn zienswijze heb ik aangegeven dat er onderzoek is gedaan door Aqua Terra nova waarbij er allerlei zaken benoemd zijn die niet kloppen. Oorzaak hiervan is dat niemand van dit bedrijf bij mij op het terrein geweest is om zaken op te nemen cq te verifiëren. -In de rapportage wordt gemeld ik citeer: De aanwezige vaste mestopslag heeft op beide locaties een omvang van ca. 10 m3 en daarmee veel minder dan 600 m3 waardoor voor deze opslag geen vaste afstand geldt. Verder zit in paardenmest relatief veel stro waardoor van de opslag van paardenmest weinig geur valt te verwachten. De afstand voor geur kan hierdoor voor beide locaties met een afstandstap worden teruggebracht tot 10 meter rondom de mestopslag. -Hier tegen heb ik mijn zienswijze ingediend onder vermelding van de casus aan de Orberlaan 15 Westmade Noord.

-In mijn weerwoord heb ik gesteld dat er op onze locatie geen stro wordt gebruikt dus de argumentatie dat hierdoor de afstand van 30 meter naar 10 meter kan worden teruggebracht is niet valide mede gezien het feit dat in de rapportage van de Orberlaan 15 ook een mestbak van 10m3 aanwezig is en hier de rapportage vermeld em ik citeer: De aanwezige vaste mestopslag heeft een omvang van ca. 10 m3 en daarmee veel minder dan 600 m3 waardoor voor deze opslag geen vaste afstand geldt. Geadviseerd wordt om hiervoor ook de richtafstand voor geur van 30 meter voor kinderboerderijen te hanteren. -In beide rapportages wordt de geurhinder van uit stallen en die van de aanwezige mestbakken separaat aan de orde gesteld em vastgesteld. Dus de geurcirkels zijn onafhankelijk van elkaar. Dit is ook juist conform de uitspraken van de Raad van State. De mestbak op 43A staat 25 meter van de stal en heeft dus een separate geurcirkel. -In de beantwoording van mijn zienswijze wordt verwezen naar het aantal dieren wat wordt gehouden omdat dit niet het geval is op 43A. Dit geld dus voor de geurcirkel vanuit de stal.Dus de suggestie dat de 30 meter bij de locatie Orberlaan 15 is aangehouden door het aantal dieren wat wordt gehouden houd t.a.v. De mestbak geen stand daar deze een separate geurcirkel heeft. -In de beantwoording van mijn zienswijze t.a.v.

Het niet aanwezige stro wordt nu de volgende argumentatie gegeven: Dat er geen onderzoeksresultaten bekend zijn dat vlas meer geur emissie geeft dan stro. Dit staat dus haaks op de eerdere bewering dat door het gebruik van stro er weinig geur valt te verwachten en daardoor de afstand van 30 naar 10 meter kan worden teruggebracht. Deze argumentatie houd dus geen stand mede gezien het feit dat er geen onderzoeksresultaten hiervan zijn. -Ter verduidelijking is er in het kennisbericht mestbewerking van het kennisplatform veehouderij van 2019 juist aangegeven dat de kennis van geuroverlast bij het opslaan van mest grote hiaten kent en er geen onnodige risico's genomen dienen te worden met o.a. De te hanteren afstanden. -In de samenvatting staat dan ook: Mest bestaat uit een groot aantal verbindingen waarvan sommige bij zeer lage concentraties al geurhinder kunnen opleveren. Bij elke handeling met mest bestaat daarom de kans dat geurhinder ontstaat. Of hinder optreedt, hangt af van de aard van de geurstoffen, de hoeveelheid geurstoffen die vrijkomt, de verspreiding in de omgeving en de afstand tussen de (mest)bron en omwonenden. Daarnaast speelt de gevoeligheid van omwonenden voor geurhinder ook een rol en kunnen sociaal-

culturele en individuele factoren leiden tot verschil in beleving en acceptatie van geur. Tot zo ver. -Gezien het feit dat de mestbak op 43A een lage frequentie heeft van legen impliceert niet dat er minder handelingen gepleegd worden en daardoor minder geuroverlast plaats vind, want elke dag wordt er mest geruimd vanuit de stallen.In de beantwoording van mijn zienswijze wordt dit als argument gebruikt voor de geuroverlast die dus ook geen stand houd met de feiten. -Door de lagere frequentie zal de mest een verder gaande compostering ondervinden waarbij de geuroverlast kan toenemen afhankelijk van het weer en de windrichting. Resumerend kunnen we het volgende stellen: 1) Het onderzoek van Aqua Terra nova in bovenstaande kwestie laat een aantal hiaten zien die niet overeenkomen met de feiten. Een aantal zijn reeds veranderd en meegenomen. 2) Wij in verweer komen omdat de onderzoeks resultaten van Aqua Terra nova verschillen in beide casussen ondanks het feit dat er zich t.a.v. De opslag van mest een gelijke situatie voordoet. ( het gelijkheids beginsel ) 3) Dat de beantwoording en argumentatie vanuit de gemeente m.b.t. De te reduceren afstand tussen een geurgevoelig object en de mestopslag geen stand houd. 4) Bij deze verzoeken wij de commissie ruimte deze afstand van 30 meter alsnog in het bestemmingplan op te nemen conform uitspraak Raad van State bestemmingsplan West Made.

5) Dat de overige punten van mijn zienswijze keurig zijn beantwoord. Ik dank u voor uw aandacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=d48a8e55-8869-476c-8e2b-231fe40c69d5