CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

gewijzigde artikelen Wet op het primair onderwijs (21-0121021)

Gemeenteraad 1 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het plan van scholen 2022-202516.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdelen I en O van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) zijn ingediend op grond van de artikelen 67, eerste lid, en 74b, eerste lid, onderdelen b en c, van deze wet zoals deze artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van die wet, blijft Titel III zoals deze titel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet van toepassing. Artikel 118gg. Overgangsrecht lopende geschillen in fase bezwaar en beroep

Geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten van Onze Minister die zijn genomen voor de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijs­ aanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) op grond van de artikelen 67, vijfde en zevende lid, en 74b, derde lid, zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, worden behandeld op grond van de regelingen zoals deze gelden de dag voor deze wet in werking treedt. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid. Artikel 118hh. Overgangsrecht fusietoets

1. Op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) zijn ingediend op grond van artikel 53g blijft

Staatsblad 2020

160

21

artikel 53h zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet, van toepassing. 2. Geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten van Onze Minister die zijn genomen voor de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijs­ aanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) op grond van artikel 53f zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, worden behandeld op grond van de regelingen zoals deze gelden de dag voor deze wet in werking treedt. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid. U Na artikel 123c wordt een artikel ingevoegd, luidende Artikel 123d. Evaluatie in verband met nieuwe stichtingssystematiek

Onze Minister zendt na vijf, tien en vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gewijzigde systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe scholen in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval gelet op de effecten op de segregatie.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET PRIMAIR ONDERWIJS BES

De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 22, tweede lid, wordt «en onderwijs van een of meer richtingen» vervangen door «en bijzonder onderwijs». B Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van het derde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met achtste lid wordt het tweede lid vervangen door: 2. De bekostiging van een openbare en een bijzondere school kan slechts een aanvang nemen indien het bevoegd gezag een aanvraag daartoe heeft ingediend bij Onze Minister. Deze aanvraag vermeldt of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft, en de beoogde plaats van vestiging van de school. 3. De aanvraag gaat vergezeld van: a. een belangstellingsmeting als bedoeld in artikel 72a; b. het voorgenomen beleid over de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school zal worden gevoerd, voor zover dit betreft de uitwerking van de wettelijke voorschriften voor:

Staatsblad 2020

160

22

10 de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, derde lid; 20 de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, eerste lid en een leerlingvolgsysteem als bedoeld in artikel 10, vierde lid; 30 de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, zesde lid; 40 de inhoud van het onderwijs, die dekkend zal zijn voor de kerndoelen, bedoeld in artikel 11 of 12; en 50 de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in artikel 23 en 24 en, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 32, een beschrijving van de over te dragen taken; c. een document waaruit blijkt dat het openbaar lichaam van het eiland van vestiging van de school en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; en d. een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES van de personen die het bestuur en het intern toezicht vormen en die op het tijdstip van het doen van de aanvraag niet ouder is dan zes maanden. 4. De aanvraag bevat tevens: a. een beschrijving van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs; b. een beschrijving van de beoogde samenstelling van de formatie van de school; c.

een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van leraren, en degenen die onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten en werkzaamheden verricht van leidinggevende aard; d. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de zorg voor de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen op school; e. een meerjarenbegroting over de eerste drie schooljaren die is gebaseerd op de bekostiging die de school zal ontvangen gegeven het aantal te verwachten leerlingen in die periode; f. de verwachtingen met betrekking tot de huisvesting; g. informatie over de hoogte van en het beleid ten aanzien van de vrijwillige geldelijke bijdrage die van de ouders zal worden gevraagd en het jaarlijks verwachte totaalbedrag van die bijdragen; en h. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de Wet medezeggenschap op scholen. 2. Het nieuwe vijfde lid wordt vervangen door: 5. Een school wordt slechts voor bekostiging in aanmerking gebracht indien op grond van de belangstellingsmeting aannemelijk is dat zij binnen 8 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging zal worden bezocht door ten minste 200 leerlingen. 3.

In het nieuwe zesde lid vervalt «, bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde bijzondere school van een andere richting en bij uitbreiding van het onderwijs aan een school met openbaar onderwijs of met onderwijs van een of meer richtingen. 4. Na het achtste lid wordt toegevoegd: 9. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop de aanvraag plaatsvindt en kan een model voor de aanvraag worden vastgesteld. C Na artikel 72 wordt ingevoegd artikel 72a, luidend:

Staatsblad 2020

160

23

Artikel 72a. Belangstellingsmeting

1. De belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 72, tweede lid, onderdeel a, wordt uitgevoerd aan de hand van hetzij ouderverklaringen dan wel, in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een marktonderzoek. 2. De belangstellingsmeting: a. geeft inzicht in het te verwachten aantal kinderen op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag; en b. vindt plaats binnen het voedingsgebied dat het eiland omvat van de beoogde plaats van vestiging van de school. 3. Het te verwachten aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt berekend overeenkomstig de formule q = (y/x *100%) * w * z, waarbij: a.

in het geval van keuze voor de ouderverklaring geldt: y = aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar van wie in de ouderverklaring is aangegeven belangstelling te hebben voor de school in de aanvraag; x = totaal aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan, in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b; w = het totaal aantal kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30 procent van het aantal kinderen in de leeftijd van 12 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor; b.

in het geval van keuze voor het marktonderzoek geldt: y = aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar ten aanzien van wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling is voor de school in de aanvraag; x = totaal aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar, ten aanzien van wie in het marktonderzoek is deelgenomen; w = het totaal aantal kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 11 jaar vermeerderd met 30 procent van het aantal kinderen in de leeftijd van 12 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor. De aanvraag bevat de berekeningen die tot de uitkomst van de formules, bedoeld onder a en b, hebben geleid 4. De ouderverklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op één kind in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar op 1 november van het kalen­ derjaar waarin de aanvraag wordt gedaan en wordt ingediend door de ouder van deze leerling. 5. Het marktonderzoek, bedoeld in het eerste lid,: a. heeft betrekking op kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar; b.

wordt afgenomen onder de ouders van kinderen, bedoeld in onderdeel a, op een wetenschappelijk verantwoorde manier door een onafhankelijk onderzoeksbureau dat aantoonbaar werkt volgens een door een brancheorganisatie opgestelde gedragscode met betrekking tot de uitvoering van marktonderzoek; c. wordt uitgevoerd aan de hand van een aselecte steekproef uit de kinderen, bedoeld in onderdeel a, die aantoonbaar representatief is voor die kinderen; en d. mag niet ouder zijn dan 24 maanden voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de aanvraag.

Staatsblad 2020

160

24

6. Indien uit de belangstellingsmeting van meer dan één aanvraag blijkt dat de betrokken postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elkaar overlappen en daardoor de som van de kinderen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied groter is dan het totaal aantal kinderen in het overlappende voedingsgebied, worden de aantallen van de kinderen voor wie belangstelling is aange­ toond in het overlappende voedingsgebied naar evenredigheid verminderd tot de som van het totaal kinderen in het overlappende voedingsgebied voor wie belangstelling is aangetoond gelijk is aan het totaal aantal kinderen in het overlappende voedingsgebied. 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de uitvoering van de belangstellingsmeting over: a. de wijze waarop de belangstellingsmeting wordt uitgevoerd; en b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tussen de verschillende onderdelen van de formule voor de belangstellingsmeting, bedoeld in het derde lid. D Artikel 73 wordt vervangen door: Artikel 73. Voldoende openbaar onderwijs

1. Indien uit schriftelijke verklaringen van ten minste 50 verschillende ouders van kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaar behoefte blijkt te bestaan aan het volgen van openbaar onderwijs en dat in die behoefte niet of onvoldoende wordt voorzien, onderzoekt het bestuurscollege of uit de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 72, tweede lid, onderdeel a, voldoende belangstelling blijkt. 2. Indien uit de belangstellingsmeting voldoende belangstelling is gebleken, dienen burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in artikel 72, eerste tot en met derde lid, in, met uitzondering van een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school is gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. 3. Voor een openbare school wordt in elk geval door burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in artikel 72 ingediend, indien binnen 10 kilometer van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven over de weg gemeten geen school aanwezig is waar openbaar onderwijs wordt gegeven en aan het volgen van openbaar onderwijs behoefte bestaat. 4.

Indien binnen 10 kilometer van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven over de weg gemeten geen school aanwezig is waar openbaar onderwijs wordt gegeven en aan het volgen van openbaar onderwijs behoefte bestaat, brengt Onze Minister een openbare school waarvoor een aanvraag is gedaan voor bekostiging in aanmerking, indien voldaan is aan de voorschriften van artikel 72, tweede en derde lid. E Artikel 74 vervalt. F Artikel 75 wordt vervangen door:

Staatsblad 2020

160

25

Artikel 75. Aanvraagprocedure nieuwe school

1. De aanvraag, bedoeld in artikel 72, tweede lid, wordt ingediend voor 1 november. De inspectie adviseert Onze Minister of de aanvraag voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel b. 2. Indien het bevoegd gezag het voornemen heeft om een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in te dienen, meldt het bevoegd gezag dit voor 1 juli aan Onze Minister voorafgaand aan die voorgenomen aanvraag. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop deze melding plaatsvindt en kan een model voor de melding worden vastgesteld. 3. Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel a, juist en volledig is en besluit op basis van de aanvraag, bedoeld in artikel 72, tweede, derde en vijfde lid, voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. 4.

Onze Minister kan de aanvraag, bedoeld in artikel 72, tweede lid, afwijzen indien de aanvraag is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, die reeds een of meer scholen in stand houdt en die een aanwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 128, eerste lid, of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke aanwijzing heeft ontvangen welke aanwijzing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 128, eerste lid. 5. De bekostiging vangt aan op 1 augustus. De aanspraak op bekos­ tiging vervalt indien uiterlijk op de eerste schooldag na1 augustus in het tweede kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school wordt gegeven. Indien door het bevoegd gezag een aanvraag tot bekostiging is gedaan met ingang van 1 augustus van het eerste kalenderjaar na het besluit van Onze Minister vervalt de aanspraak op bekostiging voor dat schooljaar indien op de eerste schooldag geen onderwijs wordt gegeven. 6. In afwijking van het vijfde lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of het openbaar lichaam van het eiland van vestiging van de school kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekos­ tiging voor een jaar te handhaven. 7.

Dit artikel is niet van toepassing op de totstandkoming van een nevenvestiging, bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde openbare school of omgekeerd en bij de totstandkoming van een samenwerkingsschool. 8. Onverminderd artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht worden besluiten, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, gepubliceerd in de Staatscourant. 9. Voor uitsluitend de controle of de gegevens uit de ouderverklaringen, bedoeld in artikel 72a, vijfde lid, onderdeel a, juist en volledig zijn, maakt Onze Minister gebruik van het burgerservicenummer van een van de ouders en het kind waarop de ouderverklaring betrekking heeft. 10. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie een kader vast waarin de werkwijze voor het advies, bedoeld in het eerste lid, is vastgelegd. Deze werkwijze omvat in ieder geval een gesprek over de aanvraag met het bevoegd gezag dat de aanvraag heeft ingediend. Dit kader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 11. Het bestuurscollege van de beoogde plaats van vestiging van de school kan voor de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen.

Staatsblad 2020

160

26

G Artikel 76 wordt vervangen door: Artikel 76. Omzetting, verhuizing en verplaatsing

1. Onze Minister kan onder door hem te stellen voorwaarden voor bekostiging in aanmerking brengen een school die wordt omgezet van een bijzondere school in een openbare school of omgekeerd dan wel een school die tot stand komt als samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 22a, eerste lid. Een omzetting kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 augustus van enig kalenderjaar. 2. Indien het bevoegd gezag binnen een gemeente een vestiging verplaatst over hemelsbreed gemeten een afstand van minder dan 3 kilometer van het huidige vestigingsadres, blijft de aanspraak op bekostiging bestaan. 3. Indien het bevoegd gezag een vestiging verplaatst over hemelsbreed gemeten 3 kilometer of meer van het huidige vestigingsadres, zijn de artikelen 72, 72a en 75 van overeenkomstige toepassing. Onze Minister kan onder door hem te stellen voorwaarden een vestiging voor bekos­ tiging in aanmerking blijven brengen zonder dat de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat de vestiging op 1 januari van het elfde jaar na de verplaatsing zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de stichtingsnorm. I In artikel 122 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In het eerste en tweede lid, wordt «5 schooljaren» telkens vervangen door «8 schooljaren». 2.

Na de tweede volzin van het eerste lid wordt een zin ingevoegd, luidend: In afwijking van de tweede volzin eindigt de bekostiging van een in die volzin bedoelde bijzondere school en wordt een openbare school opgeheven met ingang van het vijfde schooljaar indien het aantal leerlingen van een school als bedoeld in de tweede volzin in het vierde schooljaar van de bekostiging niet ten minste de helft van de stich­ tingsnorm bedraagt. 3. In de derde volzin (nieuw) van het eerste lid wordt «De tweede volzin» vervangen door «De tweede en derde volzin». J Na artikel 167e wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 167f. Evaluatie in verband met nieuwe stichtingssystematiek

Onze Minister zendt na vijf, tien en vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gewijzigde systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe scholen in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval gelet op de effecten op de segregatie.

Staatsblad 2020

160

27

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS BES

De Wet voortgezet onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 tussen de begripsbepaling «basisregister onderwijs» en «bevoegdgezag» wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd, luidende: «belangstellingsmeting: de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 124a. B In artikel 44, tweede lid, wordt onderdeel b vervangen door: b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft, en. C Artikel 120 komt als volgt te luiden: Artikel 120. Nieuwe school, scholengemeenschap of nevenves­ tiging

1. Onze Minister brengt een openbare of bijzondere school voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze school, mede gelet op de hoogte van de bekostiging die krachtens deze titel wordt verstrekt, zal worden bezocht door een aantal leerlingen dat voldoende is om een school van voldoende kwaliteit in stand te houden; en b. voldoet aan de verplichtingen in artikel 123, eerste en tweede lid, en 124, eerste en tweede lid. 2. Onze Minister brengt een openbare of bijzondere scholengemeen­ schap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid bedoelde aantal; en b. voldoet aan de verplichtingen in artikel 123, eerste en tweede lid, en 124, eerste en tweede lid. 3.

Onze Minister brengt een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in artikel 122, eerste of tweede lid, is ingediend voor bekostiging in aanmerking, indien voldaan is aan de verplichtingen in artikel 123, eerste en tweede lid en artikel 124, eerste en tweede lid, met uitzondering van een document waaruit blijkt dat het openbaar lichaam van het eiland van de beoogde plaats van vestiging is gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Artikel 125 is van overeenkomstige toepassing. 4. Onze Minister brengt een openbare of bijzondere nevenvestiging van een school voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze nevenves­ tiging, mede gelet op de hoogte van de bekostiging die krachtens deze titel wordt verstrekt, zal worden bezocht door een aantal leerlingen dat voldoende is om een school van voldoende kwaliteit in stand te houden; en b. voldoet aan de verplichtingen in artikel 123, eerste en tweede lid, en 124, eerste en tweede lid.

Staatsblad 2020

160

28

D Artikel 121 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid komt te luiden: 2. Onze Minister brengt een nieuw te vormen school die wordt toegevoegd aan een al bekostigde school of scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking indien het bevoegd gezag: a. met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat deze nieuwe school zal worden bezocht door ten minste drie kwart van het daarvoor in artikel 120, eerste lid, bedoelde aantal; en b. voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 123, eerste en tweede lid en artikel 124, eerste en tweede lid. 2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. De artikelen 124a en 125 zijn van overeenkomstige toepassing. E Artikel 123 komt als volgt te luiden: Artikel 123. Aanvraagprocedure nieuwe school, scholengemeen­ schap of profiel vbo

1. Het bevoegd gezag dient voor 1 november bij Onze Minister een aanvraag in om voor bekostiging in aanmerking te brengen: a. een school; b. een scholengemeenschap; of c. een nieuw te vormen profiel als bedoeld in artikel 18, derde lid, aan een al bekostigde school voor vbo. 2. Indien het bevoegd gezag het voornemen heeft om een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in te dienen, meldt het bevoegd gezag dit aan Onze Minister voor 1 juli voorafgaand aan die voorgenomen aanvraag. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop deze melding plaatsvindt en kan een model voor de melding worden vastgesteld. 3. De inspectie adviseert Onze Minister of de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 124, tweede lid, onderdeel b. 4. Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting juist en volledig is en besluit voor 1 juni: a. met inachtneming van artikel 120, eerste, tweede en vierde lid, en 121, op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, of de school, scholenge­ meenschap, nevenvestiging of nieuw te vormen profiel met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of b.

met inachtneming van artikel 120, derde lid, op een aanvraag als bedoeld in artikel 122, eerste lid of tweede lid, of de openbare school of scholengemeenschap met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. 5. De besluiten, bedoeld in het vierde en achtste lid, worden gepubli­ ceerd in de Staatscourant. 6. Voor uitsluitend de controle of de gegevens uit de ouderverklaringen, bedoeld in artikel 124a, vijfde lid, onderdeel a, juist en volledig zijn, maakt Onze Minister gebruik van het burgerservicenummer van een van de ouders en het kind waarop de ouderverklaring betrekking heeft. 7. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie een kader vast waarin de werkwijze voor het advies, bedoeld in het derde lid, is vastgelegd. Deze werkwijze omvat in ieder geval een gesprek over de

Staatsblad 2020

160

29

aanvraag met het bevoegd gezag dat de aanvraag heeft ingediend. Dit kader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 8. Onze Minister kan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien de aanvraag is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, die reeds een of meer scholen of scholengemeen­ schappen in stand houdt en die een aanwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 183, eerste lid, of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke aanwijzing heeft ontvangen, welke aanwijzing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 183, eerste lid. 9. Het bestuurscollege van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan voor de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen. F Artikel 124 komt te luiden: Artikel 124. Verplichtingen voor aanvraag bekostiging

1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 123, eerste lid, vermeldt: a. de schoolsoort of schoolsoorten; b. of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft; en c. de beoogde plaats van vestiging van de school of scholengemeen­ schap. 2. De aanvraag gaat vergezeld van: a. een belangstellingsmeting; b. een beschrijving van het voorgenomen beleid over de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school, scholengemeenschap, nevenves­ tiging of het profiel bedoeld in artikel 18, derde lid, of artikel 29, derde lid, zal worden gevoerd, voor zover dit betreft de uitwerking van de wettelijke voorschriften voor: ^ de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 2, tweede lid; 2° het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in artikel 12a, eerste tot en met vijfde lid, of artikel 31, vierde lid zal worden geprogrammeerd; 3° de inhoud van een in onderwijstijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, geldend voor de schoolsoort en leerweg, bedoeld in de artikelen 16, 18, 29, 31, 33, 34, 35, 37, 38, 39 en 40, voor zover deze schoolsoort of leerweg van toepassing is op de aanvraag; 4° de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 42; en 5° de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in de artikelen 54 en 55 en, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 78, een beschrijving van de over te dragen taken; c.

een document waaruit blijkt dat het openbaar lichaam van het eiland van de beoogde plaats van vestiging en de bevoegd gezagsorganen binnen het voedingsgebied van de school of scholengemeenschap zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; en d. een verklaring omtrent het gedrag afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES van de personen die het bestuur en het intern toezicht vormen en die op het tijdstip van het doen van de aanvraag niet ouder is dan zes maanden. 3. De aanvraag bevat tevens: a. een beschrijving van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs; b. een beschrijving van de beoogde samenstelling van de formatie van

Staatsblad 2020

160

30

de school of scholengemeenschap; c. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van voorschriften die worden gesteld aan de bekwaamheid van de leraren, onderwijsonder­ steunende functionarissen, de rector, directeur, conrector of adjunct-directeur; d. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de zorg voor de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen op school of scholengemeenschap; e. een meerjarenbegroting over de eerste drie schooljaren die gebaseerd is op de bekostiging die de school of scholengemeenschap zal ontvangen gegeven het aantal te verwachten leerlingen in die periode; f. de verwachtingen met betrekking tot de huisvesting; g. informatie over de hoogte van en het beleid ten aanzien van de vrijwillige geldelijke bijdrage die van de ouders zal worden gevraagd en het jaarlijks verwachte totaalbedrag van die bijdragen; en h. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de Wet medezeggenschap op scholen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop de aanvraag plaatsvindt en kan een model voor de aanvraag worden vastgesteld. G Na artikel 124 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 124a. Belangstellingsmeting

1. De belangstellingsmeting wordt uitgevoerd aan de hand van hetzij: a. ouderverklaringen; dan wel b. in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een marktonderzoek. 2. De belangstellingsmeting: a. geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 123, eerste lid; en b. vindt plaats binnen het voedingsgebied dat het eiland omvat van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging. 3. Het te verwachten aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt berekend overeenkomstig de formule q = (y/x *100%) * w * z, waarbij: a.

voor de ouderverklaring geldt: y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in de ouderverklaring is aangegeven belangstelling te hebben voor de beoogde school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag; x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan in het voedings­ gebied, bedoeld in het tweede lid onder b; w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor.

Staatsblad 2020

160

31

b. voor het marktonderzoek geldt: y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in het marktonderzoek is aangegeven belangstelling te hebben voor de beoogde school, scholengemeenschap of nevenvestiging in de aanvraag; x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar die aan het marktonderzoek heeft deelgenomen; w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft; z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor. De aanvraag bevat de berekeningen die tot de uitkomsten van de formules, bedoeld onder a, of b, hebben geleid. 4. De ouderverklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op één leerling in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 november van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan en wordt ingediend door de ouder van deze leerling. 5.

Het marktonderzoek, bedoeld in het eerste lid: a. heeft betrekking op leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar; b. wordt afgenomen onder de ouders van leerlingen, bedoeld in onderdeel a, op een wetenschappelijk verantwoorde manier door een onafhankelijk onderzoeksbureau dat aantoonbaar werkt volgens een door een brancheorganisatie opgestelde gedragscode met betrekking tot de uitvoering van marktonderzoek; c. wordt uitgevoerd aan de hand van een aselecte steekproef uit de leerlingen, bedoeld in onderdeel a, die aantoonbaar representatief is voor die leerlingen; en d. mag niet ouder zijn dan 24 maanden voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de aanvraag. 6. Indien uit de belangstellingsmeting van meer dan één aanvraag blijkt dat de voedingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elkaar overlappen en daardoor de som van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied groter is dan het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied, worden de aantallen van de leerlingen voor wie belangstelling is aangetoond in het overlappende voedingsgebied naar evenredigheid verminderd tot de som van het totaal leerlingen in het overlappende voedingsgebied voor wie belangstelling is aangetoond gelijk is aan het totaal aantal leerlingen in het overlappende voedingsgebied. 7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de uitvoering van de belangstellingsmeting over: a. de wijze waarop de belangstellingsmeting wordt uitgevoerd; en b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tussen de verschillende onderdelen van de formule voor de belangstellingsmeting, bedoeld in het derde lid, onderdeel b. H Artikel 125 komt te luiden: Artikel 125. Aanvang bekostiging en vervallen aanspraak bekostiging

1. De bekostiging vangt aan op 1 augustus.

Staatsblad 2020

160

32

2. De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 120 en 121 vervalt indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven. 3. In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of het openbaar lichaam van het eiland van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. I Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het opschrift vervalt «en uitbreiding met een richting» 2. In het tweede lid vervalt de zinsnede «of door omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting». 3. Het derde lid vervalt. 4. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het derde en vierde lid, vervalt in het derde lid (nieuw) «of uitbreiding». J Artikel 127c wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt als volgt te luiden: 1. Een nevenvestiging komt tot stand door: a. een samenvoeging als bedoeld in artikel 127; of b. door vorming van een nieuwe nevenvestiging als bedoeld in artikel 120, vierde lid. 2. Het tweede lid vervalt en het derde lid wordt vernummerd tot het tweede lid.

K In artikel 189 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het derde lid, komt te luiden: 3. Artikel 188 blijft buiten toepassing, indien de school of scholenge­ meenschap nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de cursusduur. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school of scholengemeenschap met ingang van het vierde schooljaar indien op deze school in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen aantal leerlingen zijn ingeschreven. 2. In het vierde lid wordt na «minder dan in artikel 188 is vermeld» ingevoegd «of als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, tweede volzin». L Na artikel 218c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Staatsblad 2020

160

33

Artikel 218d. Evaluatie in verband met nieuwe stichtingssystematiek

Onze Minister zendt na vijf, tien en vijftien jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gewijzigde systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe scholen in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval gelet op de effecten op de segregatie.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP HET ONDERWIJSTOE­ ZICHT

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 11a worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, doch uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de aanvang van de bekostiging, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot:. 2. In het eerste lid vervalt aan het slot van onderdeel a «en», aan het slot van onderdeel b wordt de punt vervangen door een komma en ingevoegd wordt: c. de voorbereiding op het schoolplan, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en d. de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in de artikelen 17a en 17b van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 28g en 28h van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 24d en 24e van de Wet op het voortgezet onderwijs. B Artikel 11b wordt als volgt gewijzigd: 1.

In de aanhef van het eerste lid wordt «artikel 81 van de Wet op het primair onderwijs» vervangen door «artikel 75, vierde of vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs», wordt «, artikel 66, vierde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs» vervangen door «en artikel 69, van de Wet op het voortgezet onderwijs» en vervalt: en artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wat een agrarisch opleidingscentrum betreft uitsluitend voor het daaraan verzorgde voortgezet onderwijs. 2. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel b, vervalt «en». 3. De punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen

Staatsblad 2020

160

34

door «, en» en toegevoegd wordt onderdeel d, luidend: d. het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertise­ centra en de Wet op het voortgezet onderwijs. 4. In het derde en het zesde lid wordt «onderdelen a, b en c» telkens vervangen door «onderdelen a tot en met d». ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE EXPERIMENTENWET ONDERWIJS

In artikel 2, derde lid, van de Experimentenwet onderwijs wordt «dat daardoor het leerlingenaantal van scholen van dezelfde richting in het voedingsgebied» vervangen door «dat daardoor het leerlingenaantal van andere scholen in het voedingsgebied».

ARTIKEL VII. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Kamerstuk 35 050

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te 's-Gravenhage, 20 mei 2020 Willem-Alexander De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob Uitgegeven de twaalfde juni 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

stb-2020-160 ISSN 0920 - 2064 's-Gravenhage 2020

Staatsblad 2020

160

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=65ee7ec1-553b-48e4-88b0-d01be3699462