Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie Watergat Monster
Tekst van het document
Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie Watergat Monster
projectnummer 0453653 revisie 01 14 juni 2023
www.anteagroup.nl
Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie Watergat Monster projectnummer 0453653 revisie 01 14 juni 2023
Auteurs
Opdrachtgever Ontwikkelingsbedrijf De Westlandse Zoom C.V. Postbus 56 2680 AB Monster
datum 14 juni 2023
beschrijving Definitief
vrijgave Paul Kennes
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Bestemmingsplan Vergunningsprocedure en juridische ontwikkelingen Maatregelen
4 4 4
2.
Wettelijk kader
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming (Wnb) Onderzoek nodig naar significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden Saldering (bij stikstofdepositie) Toetsing stikstofdepositie
6 6 6 6
3.
Actualisatie berekeningen
7
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3
Uitgangspunten Beoogde situatie (gebruiksfase) Referentiesituatie Realisatiefase
7 8 14 17
4.
Berekeningsresultaten
20
4.1
Resultaten
20
5.
Conclusie
21
Bijlage 1 Koopcontracten
23
Bijlage 2 Luchtfoto’s
24
Bijlage 3 AERIUS-berekening gebruiksfase (2025)
25
Bijlage 4 AERIUS-berekening gebruiksfase (2030)
26
Bijlage 5 AERIUS-berekening realisatiefase (2024)
27
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
1.
Inleiding
1.1
Bestemmingsplan Op 15 februari 2022 is het bestemmingsplan Watergat Monster door de Raad van de gemeente Westland vastgesteld. In de aanloop naar dit besluit heeft een stikstofdepositieonderzoek plaatsgevonden op basis waarvan op 6 april 2020 een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming (natuurvergunning) is aangevraagd. Naar aanleiding van deze aanvraag is het stikstofdepositieonderzoek aangepast. De uitgangspunten en resultaten zijn vastgelegd in de memo “Stikstofdepositieonderzoek Watergat, Antea Group, 22 juli 2020”. Dit laatstgenoemde stikstofdepositieonderzoek is als aanvulling bij de aanvraag om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming gevoegd. Met inbegrip van deze aanvulling is op 14 oktober 2020 de gevraagde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend (Kenmerk ODH-2020-00141501). De verleende vergunning, en daarmee het van die vergunning onderdeel uitmakende stikstofdepositieonderzoek van 22 juli 2020, is ten grondslag gelegd aan het bestemmingsplanbesluit.
1.2
Vergunningsprocedure en juridische ontwikkelingen In de verleende natuurvergunning is stikstofruimte toegedeeld die beschikbaar was in het StikStof Registratie Systeem (SSRS). Dit was stikstofruimte die afkomstig was van de landelijke snelheidsverlaging voor snelwegen (van 130 km/uur naar 100 km/uur). In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 22 april 2022 (ECLI:NL:RBNHO:23022:3375) is aangegeven dat het gebruik van de stikstofruimte als gevolg van de snelheidsverlaging onder de gegeven omstandigheden (er was niet overal sprake van een daling van de stikstofdepositie) in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn. Enkele weken voor deze uitspraak had de Minister voor Natuur en Stikstof de stikstofruimte als gevolg van de snelheidsverlaging al uit het SSRS verwijderd. Tegen de op 14 oktober 2020 verleende natuurvergunning voor het project Watergat is door meerdere appellanten in relatie tot stikstofdepositie beroep ingesteld. Gelet op het aangetekende beroep en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland is opnieuw naar de planontwikkeling gekeken en gezocht naar andere mogelijkheden om tot een juiste planmotivering voor wat betreft het aspect stikstofdepositie te komen. Daarbij is zowel gekeken naar alle eerder gehanteerde uitgangspunten als naar mogelijke maatregelen.
Een en ander heeft er toe geleid dat er thans een nieuw stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd waarvan de uitgangspunten en resultaten in het voorliggende rapport zijn weergegeven. Sinds het stikstofonderzoek van 22 juli 2020 is het rekenprogramma AERIUS Calculator meerdere keren geactualiseerd en is nieuwe jurisprudentie ontstaan. Met name de uitspraken van de Raad van State omtrent de in de directe omgeving van Watergat gelegen planontwikkeling Westmade Noord (ECLI:NL:RVS:2022:1894 en ECLI:NL:RVS:2023:167) zijn leidend geweest voor de thans gehanteerde uitgangspunten voor Watergat. De voorliggende rapportage is zelfstandig leesbaar. Daar waar de uitgangspunten wezenlijk afwijken van het eerdere stikstofdepositieonderzoek onderzoek is dat zoveel mogelijk aangegeven.
1.3
Maatregelen In verband met de verkeersafwikkeling van meerdere toekomstige ontwikkelingen is een nieuwe verbindingsweg tussen de Haagweg en de Madeweg voorzien. Naar verwachting zal deze weg pas rond het jaar 2030 in gebruik genomen kunnen worden. Om ongewenste verkeersstromen over de Haagweg te voorkomen is tot die tijd een tijdelijk linksafverbod ingesteld1, daar waar het planverkeer van Watergat via de Rijnweg de Haagweg op wil rijden. 1
Besluit Burgemeester en Wethouders van Westland 23-0018591, 26 januari 2023
blad 4 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Het planverkeer van Watergat kan dus niet direct via de Haagweg naar Den Haag rijden, maar het verkeer vanaf Den Haag kan via de Haagweg wel direct het plangebied Watergat bereiken. Onder andere om sluipverkeer (omrijverkeer) te voorkomen is op de Rijnweg een knip voorzien, zodat het planverkeer van Watergat niet via de Rijnstraat naar de Molenweg kan rijden. In figuur 1-1 is de toekomstige verbindingsweg met blauw aangegeven. De verplichte rijrichting rechtsaf vanaf het plangebied is met een rode pijl aangegeven.
Figuur 1-1: Verbindingsweg (blauw) en verplichte rijrichting (rode pijl)
blad 5 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
2.
Wettelijk kader
2.1
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming (Wnb) Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. De Wnb, onderdeel gebiedsbescherming, biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb).
2.2
Onderzoek nodig naar significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden Bij plannen in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase (voortoets) onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling (bijvoorbeeld na het nemen van maatregelen, extern salderen of ecologisch beoordelen) alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.
2.3
Saldering (bij stikstofdepositie) Het is vaste rechtspraak van de Afdeling (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) dat voor de vraag of een ontwikkeling significante gevolgen kan hebben, onder voorwaarden een vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de beoogde situatie en de gevolgen van de situatie voorafgaande aan die beoogde situatie (binnen het plangebied). Dit wordt ook wel intern salderen genoemd. De situatie voorafgaande aan de beoogde situatie wordt de referentiesituatie genoemd. Voor een plan geldt: De referentiesituatie is de feitelijke huidige, planologisch legale, situatie voorafgaande aan het planbesluit. Er gelden specifieke regels voor al gestaakte activiteiten en voor wel verleende, maar nog niet gerealiseerde Wnbvergunningen.
2.4
Toetsing stikstofdepositie Als een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In de twee genoemde situaties staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg.
blad 6 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
3.
Actualisatie berekeningen De planontwikkeling betreft de realisatie van 130 rijtjeswoningen. Binnen het plangebied waren op 3 percelen tuinderskassen aanwezig. Deze zijn inmiddels ten behoeve van de planontwikkeling gesloopt. Anders dan in de stikstofmemo van 22 juli 2020 is aangenomen is thans duidelijk dat de woning aan de Rijnweg 330 wordt gesloopt ten behoeve van de planontwikkeling. Dit aspect is bij het onderhavige onderzoek meegenomen. In figuur 3-1 is de locatie van het plangebied weergegeven ten opzichte van de in de directe omgeving gelegen Natura 2000-gebieden. Het plangebied grenst direct aan het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen. Verder zijn de Natura 2000-gebieden Westduinpark & Wapendal en Voordelta op respectievelijk 6 en 9 kilometer afstand gelegen. Net als de overige op grotere afstand van het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden bevatten deze gebieden voor stikstof gevoelige habitats in een overbelaste2 situatie en zijn daarmee relevant voor de beoordeling van het aspect stikstofdepositie.
Figuur 1-1: Globale ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden
3.1
Uitgangspunten Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator. Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstof gevoelige habitats. 2
Een situatie wordt overbelast genoemd als de achtergronddepositie hoger is dan de Kritische Depositie Waarde (KDW) van het betreffende habitat.
blad 7 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Uitgevoerde berekeningen Om de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden te berekenen, wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (versie 2022). Om te beoordelen of een planontwikkeling een significant gevolg heeft voor een Natura 2000-gebied wordt de stikstofdepositie die het gevolg is van de beoogde ontwikkeling (maximale mogelijkheden in het toekomstige bestemmingsplan) vergeleken (gesaldeerd) met de referentiesituatie. Dat is hier de feitelijke huidige, planologisch legale, situatie. Deze vergelijking is zowel voor de gebruiksfase als de realisatiefase van de beoogde ontwikkeling gedaan.
3.1.1
Beoogde situatie (gebruiksfase) De nieuwe woningen zullen aardgasloos worden uitgevoerd. Er vindt in de gebruiksfase als direct gevolg van de planontwikkeling dan ook geen directe emissies plaats die een mogelijk gevolg voor de stikstofdepositie kunnen hebben. Wel zorgt de planontwikkeling er naar verwachting voor dat er meer verkeer van en naar het plangebied gaat rijden. Dit verkeer heeft wel een emissie die mogelijk bijdraagt aan de stikstofdepositie. Verkeersgeneratie (in motorvoertuigbewegingen per etmaal) Daar waar in de stikstofmemo van 22 juli 2020 nog aan de hand van een grove inschatting van de planontwikkeling met behulp van de CROW Online Kennismodule Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie de verkeersgeneratie van de planontwikkeling is bepaald, is dit thans meer specifieker bepaald. Zoals in het rapport “Watergat, verkeerseffecten woningbouwontwikkeling, Goudappel, juni 2021” is aangegeven, wordt thans uitgegaan van een plangeneratie van 870 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). Tabel 3-1: verkeersgeneratie planontwikkeling
Aantal woningen 130
Mvt.bew. Totaal {#/etmaal] 870
Mvt.bew. Totaal {#/jaar] 317.550
Licht {#/jaar] 313.738
Middel {#/jaar] 3.176
Zwaar {#/jaar] 636
Verdeling van het verkeer over de omliggende wegen Onderzocht is hoe het verkeer van en naar de planontwikkeling rijdt. Dit onderzoek is uitgevoerd met behulp van het verkeersmodel van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (V-MRDH 2.0). Daarbij is met behulp van een zogenoemde selected-zone-analyse onderzocht hoe het verkeer zich op hoofdlijnen beweegt. Het gaat dan om verder gelegen bestemmingen zoals Rotterdam, Amsterdam/Utrecht/Den Haag Zuid, Monster en Den Haag Centrum. Het betreft een studie voor de toekomstige situatie (2030) waarbij er een nieuwe verbindingsweg tussen de Haagweg en de Madeweg is gerealiseerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport: “Watergat, verkeerseffecten woningbouwontwikkeling, Goudappel, juni 2021”. In onderstaande figuur 3-1 is deze percentuele verdeling van het planverkeer weergegeven.
blad 8 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Figuur 3-1: percentuele verdeling planverkeer
Tijdelijk Linksafverbod Aan de hand van de (grove) percentuele verdeling zoals weergegeven in figuur 3-1 kan per wegvak de wijzigingen van de verkeersintensiteiten als gevolg van de planontwikkeling worden bepaald. Doordat er thans een tijdelijk linksafverbod (vanaf de planontwikkeling richting Den Haag Centrum) geldt en er in de toekomst een nieuwe verbindingsweg is beoogd (figuur 1-1), zijn er een tweetal maatgevende situaties. A)
Het jaar dat de eerste effecten (gebruiksfase) als gevolg van de planontwikkeling op zullen treden (2025). In dat jaar is er nog geen nieuwe verbindingsweg en is er een linksafverbod vanuit Watergat.
B)
Een toekomstig jaar (2030) als de verbindingsweg is gerealiseerd en er geen linksafverbod meer is.
In onderstaande figuur is het belangrijkste verschil tussen deze twee situatie weergegeven. Het gaat dan hoofdzakelijk om de rijroute vanuit de planontwikkeling richting Amsterdam/Utrecht/Den Haag Zuid via de Madeweg.
blad 9 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Figuur 3-2 Rijroute vanuit Watergat richting Amsterdam/Utrecht/Den Haag Zuid, rood in 2025, blauw in 2030
Bij het onderzoek te betrekken wegvakken In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022.1 (BIJ12) staat het volgende geschreven: Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Bij het onderhavige onderzoek is het verkeer betrokken tot het qua snelheid en stop- en rijgedrag is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In aanvulling daarop zijn ook de wegvakken bij het onderzoek betrokken waarop het planverkeer zorgt voor een toename van 3% of meer ten opzichte van het autonome verkeer op dat wegvak. Situatie 2025 Teneinde de autonome situatie in 2025 te bepalen en aan de hand daarvan te bepalen welke wegvakken bij het onderzoek moeten worden betrokken, zijn een aantal stappen doorlopen.
Uitgegaan is van de verkeerscijfers uit het verkeersrapport dat is opgesteld ten behoeve van de planontwikkeling West-Made Noord3. In dat rapport zijn voor de Variant: Autonoom + Vroondaal + Westmade Noord de verkeersintensiteiten voor het jaar 2030 bepaald. De ontwikkelingen Vroondaal en Westmade Noord 3
Effecten verkeer Westlandse Zoom, Goudappel Coffeng, 22 augustus 2019
blad 10 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
zullen in 2025 autonoom zijn, zodat aan de hand van de aanname van 1% autonome groei per jaar de verkeersintensiteiten voor het jaar 2025 zijn afgeleid. Omdat deze verkeersintensiteiten werkdaggemiddelden betrof, zijn aan de hand van de factor 0,916 de weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten bepaald. Vervolgens is aan de hand van de percentuele verdeling uit figuur 3-1 het verkeer toebedeeld aan het bestaande wegennet. Daarbij is ingeschat dat van het verkeer vanaf Watergat richting de kruising Van Elswijkbaan/Madepolderweg (26%) er 10% via de “Molen” rijdt en 16% via de Oorberlaan (er is dan immers nog geen verbindingsweg). Daarna is het effect van het linksafverbod verwerkt. De helft van het verkeer dat over de Monsterseweg rijdt (29%) zal nu via de Molenweg en Madepolderweg rijden. Daarbij is aangenomen dat van die 14,5 % er nog 3% via de Oorberlaan “terug” rijdt naar de Monsterseweg en dat de overige 11,5% zijn/haar weg vervolgd over de Madepolderweg. Aan de hand van deze autonome verkeersintensiteiten en de verdeling van het planverkeer over de omliggende wegvakken zijn vervolgens de wegvakken geselecteerd (en bij het onderzoek betrokken) waarop het planverkeer zorgt voor een toename van 3% of meer. In tabel 3-2 is het bovenomschreven proces stap voor stap (in de kolommen van links naar recht) weergegeven.
Op de met geel aangegeven wegvakken bedraagt de toename 3% of meer. Tabel 3-2: Bepaling afbakening op 3% van het autonome verkeer Wegvak
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Naam
Ontsluiting Haagweg west Haagweg oost Monsterseweg Oorberlaan Molenstraat Molenweg-Madeweg Madeweg Madepolderweg Molenweg ri. Rotterdam
Intensiteit autonoom* Intensiteit autonoom Intensiteit autonoom Verdeling 2025 Verdeling 2025 werkdag, 2030 werkdag, 2025 weekdag, 2025 zonder linksafverbod met linksafverbod [mvtbew/etm] [mvtbew/etm] [mvtbew/etm] [%] [%] 0 0 0 100 100,0 8100 7695 7049 55 77,5 8100 7695 7049 45 22,5 11800 11210 10268 29 19,0 3700 3515 3220 16 11,0 4000 3800 3481 11 11,0 11700 11115 10181 44 66,5 4900 4655 4264 13 35,5 10000 9500 8702 29 40.5 10600 10070 9224 31 31,0
Planverkeer Toename met linksafverbod [mvtbew/etm] [%] 870 100,00 674 9,57 196 2,78 165 1,61 96 2,97 96 2,75 579 5,68 309 7,24 352 4,05 270 2,92
*) Effecten verkeer Westlandse Zoom, Goudappel Coffeng, 22 augustus 2019
blad 11 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Figuur 3-3: Wegvaknummers bij tabel 3-2
Het planverkeer van de bovenstaand geselecteerde wegvakken is in onderstaande tabel weergegeven, waarbij op alle wegvakken is uitgegaan van 98,8% lichte motorvoertuigen, 1% middelzware motorvoertuigen en 0,2% zware motorvoertuigen. Tabel 3-3: Verkeersintensiteiten op de bij de berekeningen betrokken wegvakken (2025) Wegvak Naam Planverkeer totaal Planverkeer totaal licht middel zwaar [mvtbew/etm] [mvtbew/jaar] [mvtbew/jaar] [mvtbew/jaar] [mvtbew/jaar] 0 Ontsluiting 870 317550 313738 3176 636 1 Haagweg west 674 246101 243147 2462 493 6 Molenweg-Madeweg 579 211171 208636 2112 423 7 Madeweg 309 112730 111377 1128 226 8 Madepolderweg 352 128608 127064 1286 258
Alle invoergegevens voor de gebruiksfase in 2025 zijn weergegeven in bijlage 3. Situatie 2030 Teneinde de autonome situatie in 2030 te bepalen en aan de hand daarvan te bepalen welke wegvakken bij het onderzoek moeten worden betrokken, zijn wederom aantal stappen doorlopen. Voor de situatie in 2030 is uitgegaan van de verkeerscijfers uit het verkeersrapport “Watergat, verkeerseffecten woningbouwontwikkeling, Goudappel, juni 2021”. Ten opzichte van het verkeersrapport van Westmade Noord is in dit onderzoek uitgegaan van meer autonome intwikkelingen (richting 2030). De cijfers zijn wederom van werkdaggemiddelde met de factor 0,916 omgezet naar weekdaggemiddelde. Vervolgens is aan de hand van de percentuele verdeling uit figuur 3-1 het verkeer toebedeeld aan het bestaande wegennet.
blad 12 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Aan de hand van deze autonome verkeersintensiteiten en de verdeling van het planverkeer over de omliggende wegvakken zijn vervolgens de wegvakken geselecteerd (en bij het onderzoek betrokken) waarop het planverkeer zorgt voor een toename van 3% of meer. In tabel 3-4 is het bovenomschreven proces stap voor stap (in de kolommen van links naar recht) weergegeven. Op de met geel aangegeven wegvakken bedraagt de toename 3% of meer. Tabel 3-4: Bepaling afbakening op 3% van het autonome verkeer Wegvak
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Naam
Intensiteit autonoom** Intensiteit autonoom werkdag 2030 weekdag 2030 [mvtbew./etm] [mvtbew./etm] Ontsluiting 0 0 Haagweg west 8600 7878 Haagweg oost tot verbindingsweg 8600 7878 Haagweg oost voorbij verbindingsweg 9300 8519 Verbindingsweg onb. onb. Molenstraat 4000 3664 Molenweg tot Madeweg 11700 10717 Madeweg-west 5300 4855 Madeweg-oost 8800 8061 Molenweg ri. Rotterdam 13600 12458 Madepolderweg 8000 7328
Verdeling 2030 Planverkeer Toename met verbindingsweg met verbindingsweg [%] [mvtbew./etm] [%] 100 870 100,00 45 392 4,97 55 479 6,07 29 252 2,96 26 226 onb. 11 96 2,61 34 296 2,76 3 26 0,54 29 252 3,13 31 270 2,16 32 278 3,79
**) Watergat, verkeerseffecten woningbouwontwikkeling, Goudappel, juni 2021
Figuur 3-4: Wegvaknummers bij tabel 3-4
blad 13 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Het planverkeer van de bovenstaand geselecteerde wegvakken is in onderstaande tabel weergegeven, waarbij op alle wegvakken is uitgegaan van 98,8% lichte motorvoertuigen, 1% middelzware motorvoertuigen en 0,2% zware motorvoertuigen. Tabel 3-5: Verkeersintensiteiten op de bij de berekeningen betrokken wegvakken (2030) Wegvak Naam 0 1 2 4 8 10
Planverkeer totaal Planverkeer totaal licht middel zwaar [mvtbew./etm] [mvtbew./jaar] [mvtbew./jaar] [mvtbew./jaar] [mvtbew./jaar] Ontsluiting 870 317550 313738 3176 636 Haagweg west 392 142898 141182 1429 286 Haagweg oost tot verbindingsweg 479 174653 172556 1747 350 Verbindingsweg 226 82563 81572 826 165 Madeweg-oost 252 92090 90984 921 184 Madepolderweg 278 10161 100396 1016 204
Alle invoergegevens voor de gebruiksfase in 2030 zijn weergegeven in bijlage 4.
3.1.2
Referentiesituatie In het plangebied waren oorspronkelijk een aantal kassen en een woning aanwezig. De kassen zijn inmiddels gesloopt, de woning is thans nog in gebruik. In een uitspraak van de Afdeling (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) betreffende het bestemmingsplan “Zandzoom 2019” (ECLI:NL:RVS:2021:1960) zijn criteria geformuleerd waaraan “verdwijnende emissies” moeten voldoen om bij een referentiesituatie te mogen worden betrokken. Het betreft, kort samengevat, de volgende 3 criteria: - vast moet staan dat de activiteit uitsluitend is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt; - het moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum; - in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan mogen geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel. Aan de hand van deze criteria is binnen het plangebied bekeken welke glastuinbouwbedrijven onderdeel uit mogen maken van de referentiesituatie. Het betreft een drietal glastuinbouwbedrijven, weergegeven in figuur 3-4. Deze glastuinbouwbedrijven voldoen volledig aan de genoemde drie criteria en zijn ten behoeve van de berekening meegenomen in de referentiesituatie.
Voor wat betreft het eerste criterium heeft de Afdeling aangegeven dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. In bijlage 1 zijn van de bij de herberekeningen betrokken glastuinbouwbedrijven de koopovereenkomsten opgenomen. De voor het genoemde criteria relevante zinspassages zijn daarin geel gearceerd. Voor wat betreft het 2e criterium zijn er geen aanwijzingen dat dit bij de thans in de referentiesituatie opgenomen glastuinbouwbedrijven het geval zou zijn. Voor wat betreft het 3e criterium zijn er sinds de sloop van de kassen en het planbesluit geen andere stikstofveroorzakende activiteiten op de betreffende percelen geweest. In bijlage 2 is dit aan de hand van een aantal luchtfoto’s inzichtelijk gemaakt.
blad 14 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Figuur 3-5: Locatie percelen met verdwijnende kassen
Kasemissies De betreffende kassen waren zogenaamde “koude” kassen: tijdens koude periodes werd er bijgestookt. Getracht is om het gasverbruik van de betreffende kassen (deze zijn inmiddels gesloopt) te achterhalen, maar dat is niet gelukt. In milieudossiers is het gasverbruik geen onderdeel van een controle, zodat in deze dossiers ook geen informatie over het gasverbruik aanwezig is. Bij gebrek aan concrete gasverbruiksgegevens is voor de koude kassen, overeenkomstig de rekensystematiek bij Westmade Noord (ECLI:NL:RVS:2022:1894 en ECLI:NL:RVS:2023:167), gerekend met 50% van de standaard emissiefactor voor kasemissies (1004 kg NOx/ha/jaar) zoals deze wordt gehanteerd in het rekenprogramma AERIUS Calculator. In onderstaande tabel zijn de bij de herberekening gehanteerde (verdwijnende) emissies per kasvlak weergegeven. Tabel 3-6: bij de berekeningen betrokken kasemissies in de referentiesituatie
Perceel MN01 MN02 MN03-340 MN03-10 Totaal
Kadastraal nummer Oppervlak perceel [ ha ] F 3088, F 3087 ged. 1,1243 F 2180 1,2205 F 2785 1,0475 F2782 1,128 4,5203
Oppervlak kassen [ ha ] 0,8828 0,8964 0,892 0,188 *) 2,6712
Emissie [kg NOx/jaar] 443,1656 449,9928 447,784 94,376 1435,3184
*) deel gelegen binnen bestemmingsplangrens
In bijlage 1 zijn ook per perceel de taxatierapporten/bedrijfsinventarisaties weergegeven waaruit de (destijds) aanwezigheid van gasgestookte verwarmingsinstallaties blijkt.
blad 15 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Woning Voor wat betreft de verdwijnende emissie van de woning (deze was gasverwarmd) is de standaardemissie voor een vrijstaande woning zoals die in AERIUS Calculator wordt aangehouden gehanteerd. Tabel 3-7: bij de berekeningen betrokken woningemissie in de referentiesituatie
Bron
Adres
Woning
Rijnweg 330
Emissie [kg NOx/jaar] 3,59
Verkeer In het oorspronkelijke stikstofonderzoek (22 juli 2020) is voor het verkeer in de referentiesituatie (het verdwijnende verkeer van en naar de kassen) , met gebruik van publicatie 3174 van de CROW, uitgegaan van 80 motorvoertuigbewegingen per hectare per etmaal. Naar aanleiding van de beroepszaak rond de vaststelling van het bestemmingsplan Westmade-Noord (ECLI:NL:RVS:2022:1894 en ECLI:NL:RVS:2023:167) is thans uitgegaan van de in die beroepszaak beargumenteerd 15 voertuigbewegingen per ha per etmaal 5. Daarbij is uitgegaan van 95% licht verkeer, 3% middelzwaar en 2% zwaar vrachtverkeer. In totaal is er bij de berekeningen sprake van 2,86 ha verdwijnende kassen. Bij een kengetal van 15 mvtbew./ha/etmaal is de totale intensiteit van de verdwijnend verkeer 15 * 2,8616 = 43 mvtbew./etmaal oftewel 15.695 mvtbew./jaar. In de stikstofmemo van 22 juli 2020 was in de referentiesituatie nog gerekend met in totaal 77.494 mvtbew./jaar. Tabel 3-8: Verdwijnende verkeersbewegingen
Kasoppervlak [ ha ] 2,8616
Kengetal [ mvt/ha/etmaal ] 15
Totaal verkeer Totaal verkeer Licht [ mvt/etmaal ] [ mvt/jaar ] [ mvt/jaar ] 43 15695 14910
Middel [ mvt/jaar ] 471
Zwaar [ mvt/jaar ] 314
Verdeling verkeer over wegennet Van het verkeer in de referentiesituatie is aangehouden dat 50% van dit verkeer via de Haagweg naar het noord-oosten wordt ontsloten en dat 50% van dit verkeer via de Molenweg in zuidoostelijke richting wordt ontsloten.
Figuur 3-6: verdeling verkeer in de referentiesituatie 4 5
Inmiddels is er een actuelere publicatie (Publicatie 381) van de CROW. Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie Westmade Noord, Antea Group, 9 februari 2022
blad 16 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Het verkeer in de referentiesituatie is alleen op de voor de gebruiksfasen (2025 en 2030) geselecteerde wegvakken bij de berekeningen betrokken. Alle invoergegevens van de referentiesituatie zijn weergegeven in bijlage 3.
3.1.3
Realisatiefase In de realisatiefase is sprake van (stikstof)emissies als gevolg van de activiteiten: Sloop woning Bouwrijp maken Bouwen Deze realisatiefase leidt tot emissies van stikstofdioxiden (NOx) en ammoniak (NH3) (en daarmee een mogelijke stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden) door de inzet van mobiele werktuigen en het vervoer van materieel, materiaal en personen. Voor de realisatiefase is 2024 als rekenjaar aangehouden omdat het plan vanaf dan gerealiseerd kan worden. Alhoewel de verwachting is dat de hele realisatiefase ca. 2 jaar zal gaan duren, is er voor de berekeningen (worst-case) van uitgegaan dat de sloop, het bouwrijp maken en de bouw in 1 jaar plaatsvindt. Met behulp van de aangenomen vermogens en draaiuren van het materieel is aan de hand van TNO publicatie AUB6 het brandstofverbruik en bijbehorende AdBlue-verbruik bepaald. Daarbij is voor elk werktuig uitgegaan van bouwjaar 2014 (Stage IV-materieel). Sloop woning De woning met bijbehorende opstallen aan de Rijnweg 330 zal worden gesloopt ten behoeve van de planontwikkeling. Het betreft in totaal ca. 1500 m3. Op basis van eerdere sloopprojecten is een inschatting gemaakt van het in te zetten materieel tijdens de sloop van het huis en de opstallen. Het in te zetten materieel en de bijbehorende stikstofemissies zijn weergegeven in tabel 3-7.
Werktuig
Tabel 3-9: De inzet en brandstof - en AdBlueverbruik van mobiele werktuigen tijdens de sloop. Draaiuren Stage- Vermogen Brandstof AdBlue Emissie NOx [uur/jaar] klasse [ kW ] [L/jaar] [L/jaar] [kg/jaar]
Shovel Graafmachine Stationair vrachtwagen Overig/onvoorzien (10%) Totaal
32 40 10
IV IV IV
87 120 265
468 867 256
32 60 17
0,9 1,2 0,7 0,2 3,0
Emissie NH3 [kg/jaar]
0,1 0,2 0,061 0,038 0,4
Bouwrijp maken In onderstaande tabel zijn het in te zetten materieel en de bijbehorende stikstofmissies weergegeven tijdens het bouwrijp maken (aanleg riolering, kabels en leidingen, etc).
Werktuig
Tabel 3-10: De inzet en brandstof - en AdBlueverbruik van mobiele werktuigen tijdens het bouwrijp maken. Draaiuren Stage- Vermogen Brandstof AdBlue Emissie NOx Emissie NH3 [uur/jaar] klasse [ kW ] [L/jaar] [L/jaar] [kg/jaar] [kg/jaar]
Shovel Graafmachine Bulldozer Aggregaten Overig/onvoorzien (10%) Totaal
200 200 67 200
IV IV IV IV IV
87 120 78 60
2925 4334 980 1265 950
204 303 68 88 66
3,7 4,6 1,4 2,3 1,3 13,3
0,7 1,0 0,2 0,3 0,2 2,5
6 ’AUB: een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’, TNO R12305, d.d. 10 december 2021.
blad 17 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Bouwen In onderstaande tabel zijn het materieel en de bijbehorende stikstofmissies weergegeven tijdens de bouw.
Werktuig
Tabel 3-11: De inzet en brandstof - en AdBlueverbruik van mobiele werktuigentijdens de bouw. Draaiuren Stage- Vermogen Brandstof AdBlue Emissie NOx [uur/jaar] klasse [ kW ] [L/jaar] [L/jaar] [kg/jaar]
Graafmachine Heistelling Koppensnellen Heiblok Boorstelling (tbv WKO) Hoogwerker Verreiker Aggregaten Mobiele kraan Lossen betonmixer Betonpomp Shovel Overig/onvoorzien Totaal
70 100 15 100 96 125 70 250 1250 50 50 25
IV IIIB IV
100 280 120
IV IV IV IV IV IV IV IV
75 20 100 32 100 300 335 167
1271 5134 325 5007 1404 516 1271 1100 22682 1473 3020 278 3897
88 22 98 88 1587 103 211 19 222
1,8 77,5 0,7 8 1,7 10,9 1,8 23,3 24,7 1,5 2,9 0,6 27,5 182,9
Emissie NH3 [kg/jaar]
0,3 0,0385 0,078 0,038 0,3 0,039 0,3 0,083 5,4 0,4 0,7 0,067 0,9 8,6
Totaal realisatiefase Tabel 3-10: Totaal emissies mobiele werktuigen realisatiefase
Activiteit Sloop Bouwrijp Bouw Totaal
Emissie NOx [kg/jaar] 3,0 13,3 182,9 199,2
Emissie NH3 [kg/jaar] 0,4 2,5 8,6 11,5
Bouwverkeer Tijdens de realisatiefase zal er ook verkeer van en naar de bouwplaats rijden (bouwvakkers, materiaal, materieel). In onderstaande tabel zijn de bij de berekeningen betrokken verkeersintensiteiten weergegeven. Tabel 3-11: Hoeveelheden verkeer tijdens realisatiefase
Activiteit Sloop Bouwrijp Bouw Totaal
Licht verkeer [mvtbew./jaar] 200 1700 8000 9900
Middelzwaar verkeer [mvtbew./jaar] 80 800 2000 2880
Zwaar vrachtverkeer [mvtbew./jaar] 40 1500 2000 3540
Verdeling bouwverkeer over wegennet Voor het bouwverkeer is aangehouden dat 25% van dit verkeer via de Haagweg naar het noord-oosten wordt ontsloten, dat 50% van dit verkeer via de Molenweg in zuidoostelijke richting wordt ontsloten en dat 25% van dit verkeer via de Madeweg wordt ontsloten.
7
Op basis van 5 liter/uur brandstofverbruik
blad 18 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Figuur 3-7: verdeling bouwverkeer
Het bouwverkeer is alleen op de voor de gebruiksfase in 2025 geselecteerde wegvakken bij de berekeningen betrokken. Alle invoergegevens in de realisatiefase zijn weergegeven in bijlage 5.
blad 19 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
4.
Berekeningsresultaten In opdracht van Ontwikkelingsbedrijf De Westlandse Zoom is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen van het vaststellen van het bestemmingsplan Watergat Monster. De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2022.
4.1
Resultaten Gebruiksfase Uit de met AERIUS-Calculator uitgevoerde verschilberekeningen (gebruiksfase minus referentiesituatie) voor zowel de situatie in 2025 als de situatie in 2030, blijkt dat in de gebruiksfase er geen bijdrage aan de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar wordt berekend. De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in bijlages 3 (2025) en 4 (2030). Realisatiefase Uit de met AERIUS-Calculator uitgevoerde verschilberekening (realisatiefase minus referentiesituatie) blijkt dat in de realisatiefase er geen bijdrage aan de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar wordt berekend. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in bijlage 5.
blad 20 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
5.
Conclusie Uit de met AERIUS Calculator, versie 2022, uitgevoerde berekening blijkt dat zowel voor de gebruiksfase als de realisatiefase de stikstofdepositietoename niet meer bedraagt dan 0,00 mol N per hectare per jaar op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen worden uitgesloten en staat het aspect stikstofdepositie verdere besluitvorming niet in de weg. Omdat de referentiesituatie voor zowel het planbesluit als voor een projectbesluit (natuurvergunning) hier hetzelfde is (de kassen waren al aanwezig op de Europese referentiedatum (7 december 2004), kan, omdat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie, voor het project de conclusie worden getrokken dat er geen sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.
blad 21 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
blad 22 van 28
datum 14 juni 2023 projectnummer 0453653 betreft Geactualiseerde berekeningen stikstofdepositie
Bijlage 1 Koopcontracten
blad 23 van 28
MN01
Rapportage asbestinventarisatie Type-A (Volledig) (conform SC-540) Projectnummer: 201601804
Het tuinbouwbedrijf aan de Rijnweg 330, Monster Opdrachtgever
t.a.v
: Gemeente Westland Postbus 150 2670AD Naaldwijk :
Datum uitvoering Datum autorisatie
: 29 november 2016 : 6 december 2016
SCA-code SAM
: 07-D070033.01
Paraaf technisch manager:
E. info@samprojecten.nl I. www.samprojecten.nl Kvk 56802811 BTW NL852309491B01 Rabobank 1752.04.624 IBAN NL88RABO0175204624 BIC RABONL2U
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
I.
TITELBLAD
Projectgegevens Adres Postcode en plaats Projectnummer Rapportnummer IAD intern nummer
: : : : :
Rijnweg 330 2681SZ Monster 201601804 R201601804_Type-AV 2016110120
Opdrachtgever Naam Adres Postcode en plaats Contactpersoon
: : : :
Gemeente Westland Postbus 150 2670AD Naaldwijk
Omschrijving van de onderzochte bouwkundige eenheid - het tuinbouwbedrijf
Datum onderzoek Rapportage geautoriseerd op Rapportage geautoriseerd door Dit rapport is geldig tot
: : : :
29 november 2016 6 december 2016 6 december 2019
Omvang onderzoek Gehele gebouw of object Gedeelte van gebouw of object Representatieve steekproef (bijvoorbeeld bij flatgebouwen, 10% voor vergunning) Aanvulling op representatieve steekproef Onvoorzien aanwezig asbest
Soort onderzoek asbestinventarisatie Type-A (Volledig) asbestinventarisatie Type-A (Onvolledig, NEN2991:2005, ernstig blootstellingsrisico) asbestinventarisatie Type-B asbestinventarisatie Type-G
Risicobeoordeling Risicobeoordeling ten behoeve van sloop en verbouw (SMA-rt) Risicobeoordeling in gebruiksfase (NEN 2991:2005)
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
2
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Uitvoerend inventarisatiebureau Naam Adres Postcode en plaats Telefoonnummer Faxnummer Website Email
: : : : : : :
SAM advies BV Postbus 70 2690 AB 's-Gravenzande 0174-620244 0174-629272 www.samprojecten.nl info@samprojecten.nl
SCA registratiecode Eerland certificaatnummer
: :
07-D070033.01 07-D070033
Uitvoerend inventariseerder (DIA) Naam DIA (SCA code)
: :
04E-101214-140243
Deze rapportage is geschikt voor het verwijderen van uitsluitend in dit rapport onder Type A geïnventariseerde asbesthoudende materialen het aansluitend uitvoeren van een Type B onderzoek ter verificatie van de lijst van redelijke, vermoedelijke aanwezig asbest in het daaraan voorafgaande Type A onderzoek het vaststellen van de gebruiksintegriteit van het gehele gebouw met een asbestinventarisatierapport Type G de renovatie van een in de inleiding nader gespecificeerd deel van het bouwwerk de renovatie van het gehele bouwwerk de sloop van het gehele bouwwerk (behoudens de stoomketel)
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
3
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
INHOUDSOPGAVE 1
Samenvatting, aanbevelingen en conclusies ...................................................................................... 5
2
Omschrijving van de opdracht ............................................................................................................. 6 2.1 Aanleiding onderzoek ................................................................................................................... 6 2.1.1 Algemene beperking ......................................................................................................... 6 2.1.2 Beperkingen specifiek geldend voor dit project ................................................................. 7 2.2 Uitvoering, autorisatie en eerder opgestelde revisies ................................................................... 7
3
Methoden................................................................................................................................................ 8
4
Resultaten .............................................................................................................................................. 9 4.1 Deskresearch ............................................................................................................................... 9 4.2 Bevindingen visuele inspectie .................................................................................................... 10 4.3 Indeling in risicoklassen.............................................................................................................. 20
5
Bijlagen................................................................................................................................................. 21 5.1 A) Bouwtekeningen, plattegronden en/of schetsen .................................................................... 22 5.2 B) Beknopt verslag deskresearch ............................................................................................... 24 5.3 C) Verslag van de gesprekken met o.a. gebouwenbeheerders .................................................. 25 5.4 D) Mate uitgevoerd deskresearch t.o.v. het veldwerk ................................................................. 25 5.5 E) Conclusies m.b.t. de informatie verzameld onder 5.1), 5.2), 5.3) ........................................... 25 5.6 F) Foto's ..................................................................................................................................... 25 5.7 G) Indien relevant, digitale informatiedragers ............................................................................. 25 5.8 H) Integrale opname analysecertificaten .................................................................................... 26 5.9 I) Validatiemetingen conform SC-548 .........................................................................................
27 5.10 J) SC-540 Bijlage G Verplichtingen van de opdrachtgever......................................................... 28 5.11 K) Blanco evaluatieformulier....................................................................................................... 29 5.12 L) De oorspronkelijke brongerelateerde output van de SMA-rt risicoklassebepaling.................. 30 5.13 M) Procescertifcaat SC-540 SAM advies BV.............................................................................. 35
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
4
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
1
Samenvatting, aanbevelingen en conclusies
In opdracht van Dhr. J. Daudeij van Gemeente Westland is door de medewerkers van SAM advies BV een asbestinventarisatie uitgevoerd in het tuinbouwbedrijf aan de Rijnweg 330 te Monster. Het onderzoek is uitgevoerd op 29 november 2016 conform de eisen zoals beschreven in de SC-540, versie 2011. Het betreft een asbestinventarisatie Type-A (Volledig) waarbij de direct waarneembare asbesthoudende toepassingen en asbestverdachte toepassingen in het onderzochte object in kaart worden gebracht. Het onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het tuinbouwbedrijf gelegen aan de Rijnweg 330 te Monster. Overige bouwdelen maken geen deel uit van het project en zijn derhalve uitgesloten van het onderzoek. Het tuinbouwbedrijf wordt verwarmd middels een stoomketel van het merk DS met bouwjaar 1988, welke zich bevindt in het ketelhuis. De stoomketel is tijdens het onderzoek in bedrijf en is zodoende niet inwendig onderzocht. Voor zover waarneembaar zijn de inspectieluiken voorzien van asbestvrij (keramisch koord). Mogelijk bevat de ketel asbesthoudende onderdelen zoals restanten koord achter de inspectieluiken en een plaat in de deur. De ketel dient voorafgaand aan sloop aanvullend te worden onderzocht op het voorkomen van asbesthoudende onderdelen (asbestinventarisatie Type B). Tevens bevindt zich in de schuur een asbestvrije luchtverhitter van het merk Universum, met bouwjaar 1987.
In het toilet van het tuinbouwbedrijf bevindt zich een asbesthoudende geiser van het merk Junkers, met bouwjaar 1971 (zie bron 9). Tijdens de inventarisatie zijn de volgende direct waarneembare asbesthoudende en asbestverdachte bronnen waargenomen: Tabel 1: samenvatting asbesthoudende en asbestverdachte bronnen.
Bron
Omschrijving
Ruimte
Risico-klasse
Afmeting
Aanbeveling
1
Golfplaat
Schuur
2 buitensanering
120 m2
Zie bronblad
2
Beglazingskit
Aanbouw
N.v.t
11 m2
Zie bronblad
3
Vlakke plaat
Koelcel
2 binnensanering
35 m2
Zie bronblad
6
Beglazingskit
Teeltruimte 1 en 2
1 binnensanering of 2 binnensanering
42 m1
Zie bronblad
9
Geiser
Toilet
1 binnensanering
1 stuks
Zie bronblad
Bestaat er een redelijk vermoeden tot verborgen asbesthoudende materialen welke alleen middels het uitvoeren van destructieve onderzoekshandelingen (Type B) in kaart gebracht kunnen worden. Ja, Type B onderzoek voorafgaand aan sloop of renovatie is noodzakelijk (zie 2.1.2, tabel 2). De vergunningverlener verplicht in de omgevingsvergunning tot de aanvullende inventarisatie (Type B). Nee, er bestaat geen vermoeden tot verborgen asbesthoudende materialen in de constructie van het onderzochte object.
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
5
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
2
Omschrijving van de opdracht
2.1
Aanleiding onderzoek
De aanleiding van het onderzoek is de sloop van het tuinbouwbedrijf aan de Rijnweg 330 te Monster. In opdracht van van Gemeente Westland ontvingen wij op 24 november 2016 opdracht tot het uitvoeren van een asbestinventarisatie Type-A (Volledig) zoals omschreven in de SC-540, versie 2011. Het opstellen van een asbestinventarisatie rapport is een publiekrechtelijke verplichting op grond van het Asbestverwijderingsbesluit. 2.1.1 Algemene beperking Deze inventarisatie is met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid uitgevoerd door deskundige en gekwalificeerde medewerkers welke in bezit zijn van de wettelijk vereiste opleidingen en certificaten. Met de uitvoering van de asbestinventarisatie is, op basis van de gegeven opdracht, door SAM advies BV een inspanningsverplichting geleverd op basis van kennis en ervaring om de in het onderzoeksgebied aanwezige asbesthoudende en asbestverdachte materialen te detecteren en in kaart te brengen. Ondanks een zorgvuldige werkwijze en gekwalificeerd personeel kan niet volledig worden uitgesloten dat bij onderhouds-, verbouwings-, en/of sloopwerkzaamheden asbesthoudende materialen worden aangetroffen welke tijdens het onderzoek niet zijn opgemerkt. Achter asbesthoudende en/of asbestverdachte toepassingen wordt op voorhand geen onderzoek verricht.
Daarnaast betreft het in deze rapportage omschreven onderzoek een momentopname van de situatie zoals deze tijdens de inventarisatie is aangetroffen. SAM advies BV is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor wijzigingen van de bevindingen en de onderzoekslocatie die aangebracht zijn na de datum van het uitgevoerde onderzoek. Indien tijdens sloop of verwijderingswerkzaamheden aanvullende, asbestverdachte materialen worden aangetroffen draagt SAM advies BV hiervoor geen verantwoordelijkheid. Wel dient dit direct door een erkend SC-530 asbestverwijderingsbedrijf gemeld te worden aan het inventarisatiebedrijf (bijlage 5.11).
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
6
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
2.1.2 Beperkingen specifiek geldend voor dit project De uitgevoerde inventarisatie heeft betrekking op het tuinbouwbedrijf. Tijdens dit onderzoek zijn de onderstaande beperkingen of uitsluitingen vastgesteld. Tabel 2: redelijk vermoeden tot verborgen asbesthoudende materialen en niet onderzochte onderdelen
Constructiedeel
Mogelijke toepassingen
Fundering
Geen vermoeden op de aanwezigheid van asbesthoudende en/of asbestverdachte materialen
(Grond)riolering
Geen vermoeden op de aanwezigheid van asbesthoudende en/of asbestverdachte materialen
De (stoom)ketel is niet inwendig en/of destructief onderzocht (in gebruik tijdens onderzoek)
Asbesthoudende onderdelen (pakkingen, koord en afstandhouders)
Aanvullend onderzoek (Type-B of Type-A met gericht destructief onderzoek) is noodzakelijk voorafgaand aan sloop of renovatie van de in de tabel genoemde onderdelen. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de beoogde of aankomende sloop van het tuinbouwbedrijf. Deze rapportage wordt zodanig als volledig aangemerkt voor het voorgenomen doel op voorwaarde dat de stoomketel voorafgaand aan sloop aanvullend wordt onderzocht op het voorkomen van asbesthoudende materiaelen. 2.2
Uitvoering, autorisatie en eerder opgestelde revisies
De werkzaamheden zijn conform de SC-540 versie 2011 uitgevoerd. SAM advies BV is in het bezit van het vereiste procescertificaat SC-540 uitgegeven door Eerland Certification en gecertificeerd onder SCA-code 07-D070033.01. SAM advies BV en haar medewerkers hebben geen enkel belang bij de resultaten van dit onderzoek. Deze rapportage wordt niet openbaar gemaakt zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Dit rapport mag, zonder toestemming van de auteur, niet anders dan in zijn geheel en in kleur worden gereproduceerd. De asbestinventarisatie Type-A (Volledig) is op 29 november 2016 uitgevoerd door 101214-140243). De rapportage is intern geautoriseerd op 6 december 2016 door 041014-410587).
(04E(51E-
Tabel 3: rapport revisie tabel
Versie
Omschrijving
Datum
V1
AI Type A
6 december 2016
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
7
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
3
Methoden
Aan de hand van de verkregen informatie over de te onderzoeken locatie is een project specifiek werkplan opgesteld. Een gecertificeerd medewerker van SAM advies BV, welke in het bezit is van het certificaat Deskundig Inventariseerder Asbest (DIA), zal het tuinbouwbedrijf inventariseren op asbestverdachte materialen op de locatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van handgereedschap (zonder of alleen met licht destructief onderzoek). Van materialen welke mogelijk asbest zouden kunnen bevatten worden materiaalmonsters genomen. Eventuele monsternamepunten zullen fotografisch worden vastgelegd. Van de aangetroffen asbestverdachte materialen zullen onder andere de exacte locatie, het soort materiaal, de bevestiging, de binding en de afmetingen bepaald worden. Alle asbestverdachte materialen worden bemonsterd met gebruik van daarvoor geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en bronmaatregelen zodat vezelemissie wordt voorkomen. Na de monstername wordt de locatie van monstername gereinigd. De monsters worden afzonderlijk gecodeerd. Materiaalmonsters worden voorzien van de code MM, kleefmonsters van de code KM en luchtmonsters van de code LM. Van technische installaties zoals verwarmingsapparatuur en dergelijke worden doorgaans geen materiaalmonsters genomen. Van eventueel aangetroffen verwarmingsapparatuur wordt indien aanwezig het merk, typenummer en bouwjaar vastgelegd.
Aan de hand van het Handboek Asbest van Intechnium kan van een groot aantal verwarmingsinstallaties worden achterhaald of deze oorspronkelijk asbesthoudende materialen bevatten. Indien adequate productinformatie op de verwarmingsapparatuur of in het Handboek Asbest van Intechnium ontbreekt kan deze apparatuur op basis van kennis en ervaring van de inspecteur als asbestverdacht worden aangemerkt. Indien tijdens de inventarisatie niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen worden aangetroffen waarvan het vermoeden bestaat dat deze een direct risico opleveren voor bewoners/gebruikers van het gebouw of constructie, wordt de opdrachtgever hierover direct ingelicht. Afhankelijk van de situatie kan een advies tot een NEN 2991 onderzoek (risicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt) worden gegeven. Alle bemonsterde asbestverdachte materialen zullen worden geanalyseerd door een laboratorium in het bezit van het vereiste certificaat testlaboratoria, vastgelegd in NEN-EN-ISO/EC 17025:2005. De monsters worden door het laboratorium geanalyseerd op aanwezigheid van de zes voorkomende asbestsoorten (crocidoliet, amosiet, chrysotiel, tremoliet, anthophyliet en actinoliet). Het laboratorium beoordeelt de binding van het materiaal, de hechtgebondenheid.
De door het laboratorium vastgestelde binding kan, ten gevolge van monstername, afwijken van de in de rapportage aangegeven binding van de asbesthoudende toepassing. De door de onderzoeker aangegeven mate van hechtgebondenheid is derhalve bepalend. Indien het materiaal als niet hechtgebonden wordt aangemerkt houdt dit in dat er onder normale toepassings- en gebruiksomstandigheden asbestvezels vrij (kunnen) komen. Bij hechtgebonden materiaal is de kans op vezelemissie onder normale toepassings en gebruiksomstandigheden miniem. De hechtgebondenheid van het materiaal bepaalt mede de wijze van saneren in een later stadium, de zogenaamde risicoklasse-indeling (SMA-rt).
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
8
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
4
Resultaten
4.1
Deskresearch
Voorafgaand aan de inventarisatie is deskresearch uitgevoerd. Het deskresearch bestaat uit het raadplegen van informatie verstrekt door de opdrachtgever en het opvragen van (oorspronkelijke) bouwtekeningen. Indien mogelijk worden (ex-)gebruikers van het te onderzoeken object geïnterviewd teneinde informatie te verkrijgen over het gebruik van asbesthoudende materialen in het object. De bevindingen uit het deskresearch zijn tijdens het onderzoek gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten samengevat weergegeven. In bijlage 5.2 is een beknopt verslag opgenomen van alle inspanningen die verricht zijn aangaande het deskresearch. Tabel 4: bevindingen deskresearch
Informatie eventuele asbesthoudende materialen en toepassingen verkregen uit beschikbare tekeningen, interview met de opdrachtgever, eigenaar, gebruikers of eventuele ex-gebruikers of overig verkregen informatie van het te onderzoeken object Mogelijke toepassing
Aangetroffen tijdens onderzoek
Bron
Geen asbesthoudende toepassingen bekend
N.v.t.
N.v.t
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
9
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
4.2
Bevindingen visuele inspectie
Zoals eerder beschreven zijn tijdens de inventarisatie direct waarneembare asbestverdachte materialen waar mogelijk bemonsterd en in kaart gebracht (bijlage 5.1). Van eventueel aangetroffen verwarmingsinstallaties wordt indien mogelijk vastgesteld of deze asbesthoudende onderdelen bevatten. Indien er tijdens het onderzoek asbesthoudende, asbestverdachte of asbestgelijkende bronnen zijn opgenomen worden deze in de navolgende bronbladen gedetailleerd beschreven. De bronbladen omschrijven alle waargenomen asbestverdachte en asbesthoudende materialen, toepassingen en installaties. De bemonsterde materialen welke na analyse geen asbest blijken te bevatten zijn eveneens in de bronbladen opgenomen. Het betreft asbestvrije materialen welke grote visuele overeenkomsten tonen met asbesthoudende materialen en toepassingen waarvan bekend is dat deze asbest kunnen bevatten. De bronnummers komen overeen met de bronnummers in bijlage 5.1. Alle asbesthoudende bronnen worden met rood gemarkeerd, asbestverdachte bronnen worden met oranje gemarkeerd en asbestvrije bronnen worden met blauw gemarkeerd.
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
10
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 1: Golfplaat Locatie
Schuur.
Verdieping
Dak .
Monstercode
MM01.
Soort materiaal
Cement.
Asbesthoudend
Ja.
Asbestsoort
Chrysotiel.
Percentage
10-15%.
Hechtgebondenheid
Hechtgebonden.
Beschadiging
Licht beschadigd.
Graad van verwering
Matig verweerd.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
120 m2.
Bevestiging
Geschroefd.
Bereikbaarheid
Goed.
Risicoklasse
2 buitensanering.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbesthoudende golfplaten als dak van de schuur. Onder de asbesthoudende golfplaten is asbestvrij isolatiemateriaal toegepast..
Aanbevelingen
Geen direct risico, bron verwijderen voorafgaand aan renovatie en/of sloop..
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
11
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 2: Beglazingskit Locatie
Aanbouw.
Verdieping
Dak .
Monstercode
MM02.
Soort materiaal
Kit.
Asbesthoudend
Ja.
Asbestsoort
Chrysotiel.
Percentage
2-5%.
Hechtgebondenheid
Hechtgebonden.
Beschadiging
Licht beschadigd.
Graad van verwering
Matig verweerd.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
11 m2.
Bevestiging
Gekit.
Bereikbaarheid
Goed.
Risicoklasse
N.v.t.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbesthoudende beglazingskit op de metalen dekroeden van de aanbouw tussen de teeltruimte en schuur. Voor beglazingskit in tuinbouwkassen is volgens het Asbestverwijderingsbesluit geen asbestinventarisatierapport benodigd. Als gevolg daarvan kan de sanering van deze bron buiten de SC-530 geschieden. De afvalstoffen dienen selectief en milieukundig te worden verwijderd en te worden gestort als asbesthoudend materiaal bij een erkende stortlocatie..
Aanbevelingen
Geen direct risico, bron verwijderen voorafgaand aan renovatie en/of sloop..
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
12
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 3: Vlakke plaat Locatie
Koelcel.
Verdieping
Begane grond .
Monstercode
MM03.
Soort materiaal
Cement.
Asbesthoudend
Ja.
Asbestsoort
Chrysotiel.
Percentage
10-15%.
Hechtgebondenheid
Hechtgebonden.
Beschadiging
Licht beschadigd.
Graad van verwering
Niet verweerd.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
35 m2.
Bevestiging
Geschroefd.
Bereikbaarheid
Goed.
Risicoklasse
2 binnensanering.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbesthoudende sandwichpanelen als koelcel in de bedrijfsruimte. .
Aanbevelingen
Geen direct risico, bron verwijderen voorafgaand aan renovatie en/of sloop..
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
13
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 4: Dakbedekking Locatie
Gashok.
Verdieping
Dak .
Monstercode
MM04.
Soort materiaal
Bitumen.
Asbesthoudend
Nee.
Asbestsoort
N.v.t.
Percentage
N.v.t.
Hechtgebondenheid
N.v.t.
Beschadiging
N.v.t.
Graad van verwering
N.v.t.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
N.v.t. .
Bevestiging
N.v.t.
Bereikbaarheid
N.v.t.
Risicoklasse
N.v.t.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbestvrije bitumen dakbedekking op het dak van het gashok naast teeltruimte 1..
Aanbevelingen
N.v.t.
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
14
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 5: Stopverf Locatie
Schuur.
Verdieping
Begane grond .
Monstercode
MM05.
Soort materiaal
Kit.
Asbesthoudend
Nee.
Asbestsoort
N.v.t.
Percentage
N.v.t.
Hechtgebondenheid
N.v.t.
Beschadiging
N.v.t.
Graad van verwering
N.v.t.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
N.v.t. .
Bevestiging
N.v.t.
Bereikbaarheid
N.v.t.
Risicoklasse
N.v.t.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbestvrije stopverf langs de betonnen kozijnen van de schuur..
Aanbevelingen
N.v.t.
Projectnummer: SAM-201601804 Rijnweg 330 Monster
Pagina
15
RAPPORTNUMMER: R201601804_Type-AV_V1
Bron 6: Beglazingskit Locatie
Teeltruimte 1 en 2.
Verdieping
Begane grond .
Monstercode
MM06.
Soort materiaal
Kit.
Asbesthoudend
Ja.
Asbestsoort
Chrysotiel.
Percentage
2-5%.
Hechtgebondenheid
Hechtgebonden.
Beschadiging
Licht beschadigd.
Graad van verwering
Niet verweerd.
Omgevingskenmerken
N.v.t..
Hoeveelheid
42 m1.
Bevestiging
Gekit.
Bereikbaarheid
Goed.
Risicoklasse
1 binnensanering of 2 binnensanering.
Overige vindplaatsen
N.v.t..
Opmerkingen
De bron betreft asbesthoudende beglazingskit in de glassponningen van de deur naar teeltruimte 1 en de deur naar teeltruimte 2. Indien de deur inclusief beglazingskit, zonder beschadigen of kans op beschadigen, verwijderd kan worden gelden de restricties behorend bij risicoklasse 1. Indien de beglazingskit bij verwijdering bewerkt wordt of kan beschadigen gelden de restricties behorend bij risicoklasse 2..