eindrapport Huisvestingsopgave Wonen met Zorg Companen,17 juli 2020 (20-0293609)
Tekst van het document
Huisvestingsopgave Wonen met Zorg Gemeente Westland
17 juli 2020 Eindrapportage
DATUM
17 juli 2020
TITEL
Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
ONDERTITEL
Langer en Weer Thuis
OPDRACHTGEVER
Gemeente Westland
AUTEUR(S)
HJGMSchell
PROJECTNUMMER
1783.108/G
STATUS
Eindrapportage
Inhoud 1
2
3
4
5
6
Inleiding 1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis 1.2 Verantwoording 1.3 Afbakening 1.4 Leeswijzer Managementsamenvatting 2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven 2.2 De belangrijkste beleidsopgaven Ouderen & Lichamelijk beperkten 3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg 3.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 3.3 Lichamelijk beperkten 3.4 Geschiktheidsanalyse 3.5 Beleidsopgaven ouderen Verstandelijk beperkten (VG) 4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten 4.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod 4.3 Beleidsopgaven VG Beschermd Wonen 5.1 Vraaganalyses BW 5.2 Uitstroom uit BW 5.3 Huisvestingsopgave BW 5.4 Beleidsopgaven Kwetsbare jongeren 6.1 Ontwikkelingen Jeugd
6.2 Vraag naar woonruimte voor kwetsbare jongeren 4 6.3 Beleidsopgaven kwetsbare jongeren 4 4 7 Kwalitatieve woonbehoefte 7.1 4 Ouderen en mensen met Lichamelijke Beperking 7.2 5 (Licht) verstandelijk beperkten 7.3 Beschermd wonen 6 7.4 Kwetsbare jongeren tot 27 jaar 7 8 8 Uitstroommogelijkheden 8.1 Een volledig beeld van de uitstromers 9 8.2 De beschikbare goedkope woningvoorraad 10 8.3 Druk op de sociale huur 15 8.4 Beleidsopgave uitstroommogelijkheden 17 Bijlage 1:19De Doorzonscan 28 Bijlage 2: Afkortingen en begrippen 29 Bijlage 3: Zorggebruik 30 Bijlage 4:30Prognose woonvraag ouderen per kern 31 Bijlage 5: Vraag-aanbodanalyse ouderen per kern Bijlage 33 5.1 Geclusterd wonen 24-uurszorg ouderen 34 5.2 Geclusterd wonen met zorg nabij ouderen Bijlage 37 Bijlage 6: Prognose woonvraag Verstandelijk Beperkten per kern 38 38 41 41
41 43 45 45 46 47 48 49 49 49 50 50 52 53 54 56 57 57 58 59
1 Inleiding Ouderen, volwassenen én jongeren met een hulpvraag blijven steeds langer zelfstandig wonen. De Gemeente Westland, de corporaties, aanbieders van zorg en welzijn en het zorgkantoor DSW werken samen om ervoor te zorgen dat inwoners van de gemeente langer thuis, of weer thuis kunnen wonen. Hiervoor is naast passende zorg ook passend woonaanbod nodig met de juiste voorzieningen in de kernen. Ondanks de goede samenwerkingsrelaties en de bekendheid met het huidige woonzorgaanbod is er nog onvoldoende zicht op de geschiktheid van het reguliere woonaanbod en de match tussen de huidige en toekomstige vraag met het huidige reguliere woon- en woonzorgaanbod op kernniveau. Hiervoor is om te beginnen zicht nodig op de lokale huisvestingsopgave voor wonen met zorg.
1.2 Verantwoording Op basis van gegevens over het huidig zorggebruik van verschillende doelgroepen en demografische prognoses is een eerste prognose opgesteld van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg en van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die uitstromen uit een zorginstelling. De geschiktheid van de woningvoorraad geanalyseerd met behulp van de doorzonscan (paragraaf 3.4). Deze eerste prognose, rekening houdend met landelijke trends, heeft zich geuit in dit conceptrapport. Voornemen was om een heisessie te organiseren met zorgaanbieders, zorgkantoor, gemeente en de corporaties. Door de genomen maatregelen in de Corona-periode heeft deze sessie niet plaats kunnen vinden. Deze partners krijgen de mogelijkheid om te reflecteren op het conceptrapport. De opbrengst zal worden gebruikt om de eerste prognoses nader uit te werken en aan te scherpen tot het eindrapport.
1.1 Onderzoek Langer en Weer Thuis Doel van het onderzoek is zicht krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende (sociale huur-) woningen en andere benodigde woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag in de gemeente Westland. We onderscheiden de doelgroepen ouderen vanaf 75 jaar, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten (GZ), de GGZ- en MOdoelgroep en kwetsbare jongeren tussen de 18-23 jaar. De uitkomsten zijn input voor het uitvoeringsprogramma Wonen en Zorg van de woonvisie. De hoofdvraag daarbij is: hoe ontwikkelt de doelgroep zich als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijk bevolkingsprognose van Abf: het WBR-scenario) en maatschappelijke trends, en hoe vertaalt dit zich in de huisvestingsopgave voor 2025, 2030, 2035 en 2040?
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Dit onderzoek is uitgevoerd met inzet van zorgaanbieders, gemeente, corporaties en zorgkantoor. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd aan betrokken partijen en besproken met de projectgroep. We kunnen dan ook stellen dat de resultaten breed gedragen worden in het netwerk.
1.3 Afbakening Wij richten ons in dit onderzoek op de specifieke woonbehoefte van mensen met een (toekomstige) zorgvraag. We hebben het daarbij voornamelijk over mensen met een relatief zware zorgvraag, die leidt tot een specifieke woonbehoefte. Echter, bij de doelgroep ouderen worden ook mensen met een toekomstige zorgvraag of met een behoefte aan ondersteuning en sociale
4
participatie meegenomen in het onderzoek. Bij het bepalen van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf gaat het veelal om mensen met een 1 indicatie voor Wlz-zorg .
van belang om ook doelgroepoverstijgend te kijken, en aandacht te hebben voor de mogelijkheden en wenselijkheden die er zijn om mensen vanuit verschillende financieringsregimes samen te huisvesten.
De focus in dit onderzoek ligt op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. Dit onderscheid zegt immers vooral iets over de financiering van de zorg, en enkel op hoofdlijnen over de verschijningsvorm van het vastgoed. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, maar het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen (bijvoorbeeld een serviceflat). Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, niet-geclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden wordt.
1.4 Leeswijzer
Doelgroepen We spreken in dit rapport over ‘doelgroepen’, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking of jeugdigen. In praktijk blijkt de grens tussen deze doelgroepen niet altijd zo scherp te trekken als deze termen suggereren. Een jongere die wordt opgevangen in een jeugdzorginstelling heeft soms ook een (licht) verstandelijke beperking, een bewoner van een Beschermd Wonen instelling (GGZ) soms ook. Bij het opstellen van prognoses hebben we informatie over de huidige indicaties als uitgangspunt genomen en dus aparte ramingen gemaakt per ‘doelgroep’. Voor de huisvestingsopgave is het echter
1
Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen: de verhouding tussen vraag en aanbod aan woningen voor verschillende zorgdoelgroepen en een aantal aanbevelingen voor het vervolg. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 6) behandelen we steeds de verwachte vraagontwikkeling van de doelgroepen, in hoofdstuk 7 brengen we de kwalitatieve woonvraag van de kwetsbare groepen in beeld. We sluiten af met de mogelijkheden tot uitstroom op de reguliere markt (hoofdstuk 8). In de bijlagen geven we relevante achtergrondinformatie over de doorzonscan (bijlage 1), gebruikte afkortingen en definities (bijlage 2) en historische gegevens over het zorggebruik in Westland per doelgroep (bijlage 3). In bijlage 4 en 5 geven we eerst de vraaganalyse ouderen per kern weer en vervolgens zetten we dit af tegen het aanbod per kern (bijlage 5). In bijlage 6 is de vraaganalyse Verstandelijk Beperkten per kern te vinden.
Wet Langdurige Zorg. Zie bijlage 3 voor een lijst met afkortingen, begrippen en definities. Bijlage 3 biedt een nadere toelichting op de inrichting van het Nederlandse zorgbestel.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
5
2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen op gemeentelijk niveau. Eerst geven we een totaaloverzicht van de kwantitatieve opgaven voor alle doelgroepen. Vervolgens geven we de kwalitatieve en beleidsopgaven per doelgroep. In de afzonderlijke hoofdstukken verdiepen de uitkomsten en geven we daarbij soms inzicht op kernniveau.
Figuur 2.1: Overzicht van de vraag-aanbodbalansen voor de gemeente Westland (2019 - 2040)
Ouderen: geclusterd wonen 24-uurs zorg -1.075
-840
Ouderen: zorg nabij (verzorgd wonen) -1.015 -1.195
-535
-655 -825
In de komende 20 jaar stijgt in Westland het aantal 75-plushuishoudens van ruim 6.400 in 2020 tot 12.200 huishoudens in 2040. Maar liefst 22% van alle huishoudens is in 2040 75 jaar of ouder, tegen 14% in 2019. Waar het aantal zorgvragers stijgt, neemt het arbeidspotentieel relatief af. Er dreigen tekorten aan zorgpersoneel. Het aantal beschikbare mantelzorgers zal teruglopen. De druk op de zorg neemt toe, al kan technologie mensen deels ‘ontzorgen’. Stijgende zorgkosten leiden tot keuzes: 24-uurszorg krijgt men alleen als het niet anders kan. Dit geldt ook voor andere kwetsbare groepen. Voor zorg aan huis biedt clustering door hogere efficiëntie uitkomst. Maar wel op voorwaarde dat deze woonvormen ook voldoen aan de (veranderende) woonwensen van diverse leefstijlen. Anders verhuist men niet. Waar het kan, is zelfstandig wonen met beperkte begeleiding een wens en ook een noodzaak. Het liefst in de eigen wijk of woonkern en met behoud of opbouw van een eigen sociaal netwerk. Decentralisatie van de zorg geeft aanzet tot spreiding van het wonen: lokaal wonen in de eigen wijk of kern wordt het nieuwe uitgangspunt.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
-730
-80
-440
Ouderen: zonder zorg
De grootste opgaven als vertrekpunt
-310
-495
-300
220
-80
-130 -170 -180 -190 -190
Verstandelijk beperkten: Geclusterd wonen
Verstandelijk beperkten: Gespikkeld wonen
-20 -40 -50 -70
Beschermd Wonen: Scenario 'lokaal wonen'
-40 -70 -80 -85
Kwetsbare jongeren: begeleid wonen
-20 -20 -20 -20 -20
-1.400 2019
-1.000 2025
-600 2030
0
0
-200
200 2035
2040
6
2.1 De belangrijkste huisvestingsopgaven
circa 2.740 woningen voor de 75+ huishoudens. Bij deze analyse is die 65+ huishoudens niet meegeteld. Het is zeer waarschijnlijk dat samen met die groep het tekort groter wordt. Hiermee ontstaat een forse opgave om zowel de huidige ‘geschikt te maken woningen’ aan te passen en om nieuwe levensloopbestendige woningen bij te bouwen.
Ouderen Druk op de 24-uurszorg neem toe. Voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag en somatische (SOM) klachten is er momenteel een tekort van circa 80 plekken. Dit tekort zal stijgen naar een tekort van 310 plekken in 2025 en daarna fors stijgen tot 1.075 plekken in 2040. Druk op verzorgd wonen: tekort van 1.195 in 2040 Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan geclusterd wonen met zorg nabij (verzorgd wonen) bestaat er momenteel een fors tekort van 440 woningen. Dit tekort stijgt fors naar 1.195 woningen in 2040. Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg (seniorenwoningen) bestaat er momenteel een overschot van 220 woningen. Dit overschot loopt terug naar een fors tekort van 730 woningen in 2040. Een mogelijke verklaring voor het overschot is dat de huidige seniorenwoningen worden bewoond door de jongere huishoudens (55-74 jaar) en niet overeenkomen met de woonwensen van de ouderen. Van de totale woningvoorraad is sociale voorraad meest geschikt Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (45% en 4.840 woningen). Ook particuliere huurwoningen zijn relatief vaak geschikt (29% en 850 woningen). De koopwoningen zijn minder vaak geschikt (13% en 3.700 woningen). In totaal zijn er circa. 9.500 woningen geschikt.
Dit aantal is voldoende voor de huidige 75+ huishoudens. In 2040 ontstaat er een tekort van
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Verstandelijk beperkten
De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort van 130 plekken. Dit tekort zal tot 2040 gaan toenemen tot 190 plekken. Het aantal gespikkelde woonplekken is nu in balans. Echter zien we in de toekomst wel een tekort van 20 plekken in 2025. Dit tekort zal oplopen naar 70 plekken.
Beschermd Wonen
Er is momenteel sprake van een balans in het aantal plekken in Westland. Echter ontstaat er na de regionale spreiding van de BW voorzieningen een tekort van 40 plekken in 2035 en loopt het tekort op naar 85 plekken in 2040.
Uitstroom BW
Jaarlijks stromen ca 25 BW-cliënten uit in Westland. Dit aantal loopt in de komende jaren op naar 30 tot 50 uitstromers in het trendscenario.
Jeugdhulp
Wij schatten de jaarlijkse behoefte aan begeleid wonen in op ca. 20 jongeren. Zij hebben behoefte aan diverse vormen van begeleid wonen plekken, waaronder ‘samenwoonconcepten’ en kamertrainingscentra. Daarnaast stromen 10 jongeren uit naar het zelfstandig wonen zonder begeleiding.
7
Beschermd Wonen
2.2 De belangrijkste beleidsopgaven
Ouderen en LG
Gezamenlijk kwaliteitsnormen opstellen voor tussenvormen Realiseer levensloopbestendige (geclusterde) woningen in een zorgtoegankelijk omgeving De druk op de geclusterde woningen (met zorg nabij) is enorm. Het is belangrijk om deze woningen samen met de woningcorporatie en de ontwikkelaars te realiseren. Toenemend beroep op woningaanpassingen Investeren in bewustwording rondom geschikt maken eigen woning Wmo-afspraken over rolverdeling gemeente en corporaties bij investeringen in collectieve en individuele woningaanpassingen
Jeugdzorg
Verstandelijk beperkten
Uitbreiden en moderniseren van vastgoed Toevoegen ‘nieuwe’ kleinschalige woonvormen met zelfstandige woningen en gemeenschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, dagbesteding en begeleiding Flexibele bouw en gemengd wonen Anticipeer op veranderende zorgvraag door flexibel te bouwen Ontwikkelen woonconcepten met andere doelgroepen en een goed evenwicht tussen ‘vragers’ en ‘dragers’ Voorzien in de randvoorwaarden voor extramuralisering Samenwerking nodig rondom ondersteuningsaanbod, zorgverlening en spreiding van VG over de gemeente.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Op- en afschalen van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en begeleid zelfstandig thuis Bij voorkeur begeleiding aanpassen binnen dezelfde woonvormen Regionale afspraken maken over verdeling van Wlz-vastgoed Meer spreiding van uitstroom over de wijken Zachte landing in de buurt Voorkom terugval door begeleiding bij plaatsing in de wijk. Zorgdragen voor voldoende sociale huurwoningen en afspraken maken tussen corporaties en zorgaanbieders, zodat doorstroming kan plaatsvinden.
Meer aanbod goedkope woonruimte Meer spreiding over wijken met goedkoop bezit Inzet financiële instrumenten Preventie instroom is goedkoper dan meerjarig BW-traject Betere ketensamenwerking
Uitstroommogelijkheden
Let op de spreiding van uitstromers om sociale inclusie te waarborgen Meer spreiding over de wijken zorgt ervoor dat de kwetsbare doelgroepen zicht niet concentreren binnen bepaalde wijken. Uitbreiden en beschikbaar houden van goedkope en betaalbare woningvoorraad Maak duidelijke afspraken over de jaarlijkse uitstroom met zorginstellingen en leg dit vast in de prestatieafspraken met corporaties
8
3 Ouderen & Lichamelijk beperkten Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont 70% nog thuis. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Dit geldt ook voor de 85-plussers, die dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging doen. Daarnaast is er ook een toenemende diversiteit onder de ouderen; denk bijvoorbeeld aan de groep met een hoge sociaaleconomische status of de groep met een lage zelfredzaamheid.
In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van twee groepen ouderen: De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlz-zorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze ouderen wonen in een woonzorgcentrum. Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm, en welk deel zal wonen in een (aangepaste) reguliere woning?
Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning, en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (scheiden wonen en zorg). Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie, en andere bewoners die hier wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver administratief, en maakt dus niet uit voor de verschijningsvorm van het vastgoed.
Wel maken wij een onderscheid tussen ‘geclusterd’ en ‘regulier’ wonen. Ouderen met een zware zorgvraag zijn over het algemeen aangewezen op een vorm van geclusterd wonen (verpleeghuis, verzorgingshuis). Van de ouderen zonder (zware) zorgvraag kiest een klein deel er ook voor om te gaan wonen in een geclusterde woonvorm vanwege het comfort of de mogelijkheden voor sociaal contact. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verzorgingshuizen en verpleeghuizen tot aanleunwoningen, hofjes, woonzorgboerderijen et cetera. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Een groot deel van de ouderen met een (zware) zorgvraag woont in een geclusterde woonvorm. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten - kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen.
In dit onderzoek richting we ons op de groep 75+plussers.
Woonvormen Ouderen
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’.
9
Figuur 3.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor ouderen
3.1 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg De groep ouderen in de gemeente Westland zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2019 ruim 6.200 75-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 12.200 huishoudens. Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag, en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit wél.
Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Het aantal mensen in zorgtrede 6 is berekend aan de hand van CIZ-data over het zorggebruik in de Wlz-zorg (vraag waarin wordt voorzien).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
10
Figuur 3.2: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018).
Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtrede gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo en zvw en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg. Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmo-zorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.
In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)', ‘Modulaire Pakket Thuis (MPT) of ‘Persoonsgeboonden Budget (PGB)’ ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
11
anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen. Figuur 3.3: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd
Tabel 3.1: Verdeling leeftijdsklasse in zorgtrede
Zorgtreden Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6*
75-85 jaar 17% 49% 5% 8% 14%
85+ 8% 18% 6% 9% 31%
Bron: NZA * Het aantal 75+ plussers in zorgtrede 6 is afhankelijk van het aantal afgegeven Wlzindicaties.
Veranderingen in de leeftijdsopbouw leiden tot veranderingen in de 3 zorgvraag . Dit wordt weergegeven in figuur 3.4. De figuur laat een stijging in alle zorgtreden zien. Opvallend is de toename in zorgtrede 6. In 2020 zitten 860 75-plussers in zorgtrede 6 (PG en SOM opgeteld). Dit aantal stijgt naar 1.110 in 2025 en 1.920 in 2040. Deze stijging heeft gevolgen voor de toenemende vraag naar de intramurale capaciteit in Westland. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hier nader op ingezoomd. Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.
Wanneer we de bovenstaande cijfers doorrekenen met bevolkingsprognose 2 per leeftijdscategorie voor Westland kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Voor de berekening hanteren we de procentuele verdeling binnen de zorgtrede van NZA: 3
2
Bevolkingsprognose gemeente Westland (Abf).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep. Ontwikkelingen in de vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levensverwachting, moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen.
12
Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen (75+) naar zorgtrede (in personen) 860
1.100
1.340
1.660
1.910
1.690
2.190
2.600
3.060
3.500
760
990
1.160
1.310
1.490
480
630
740
840
950
wij ouderen in de verschillende zorgtreden toerekenen aan de verschillende woonvormen gebaseerd op informatie van NZa en onze ervaringen in de materie. Omdat we in dit hoofdstuk rekenen met de doelgroep 75+ schatten wij in dat er minder ouderen in een reguliere woning wonen, omdat deze doelgroep vaker zorgbehoevend is. Figuur 3.5: Aannames woonvraag per zorgtrede 100% 90%
10%
10%
10%
15%
80% 3.760
4.940
5.670
6.170
6.990
60% 40%
1.350
1.770
2.030
2.230
2.530
2019
2025
2030
2035
2040
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 4
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6
95% 90%
89%
85%
NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Westland, bewerking Companen.
Van zorgvraag naar woonvraag Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een VPT, MPT of PGB). Landelijk gaat het om 6% van de 65plussers. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Onderstaande grafiek geeft weer hoe
30% 75%
30% 20%
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
40%
70% 50%
Bron:
10%
30%
10%
5%
0%
Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6 (PG en SOM) Regulier wonen
Geclusterd wonen (zonder zorg)
Geclusterd wonen (zorg nabij)
Geclusterd wonen (24-uurszorg)
Bron: Aannamestelsel Companen.
In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woonvraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. De toename aan 75+huishoudens zal
13
voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar geclusterd wonen (met of zonder zorg). Een saillant detail is de ontwikkeling van 85-plussers in de gemeente Westland. Waar het aantal oudere huishoudens (75+) ook sterk toeneemt tot 2040, stijgt het aantal 85-plushuishoudens hard met ruim +144% tussen 2020 en 2040. Uit figuur 3.3 maken we op dat dit juist de groep is die veel Wlz-zorg gebruikt. Als gevolg hiervan zien we in de vraag naar 24uurszorg een relatief forse toename. Bij het opstellen van de prognose hebben we rekening gehouden met een aantal landelijke trends en onze ervaringen elders in het land. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1. De oude welbekende seniorenwoningen zijn niet meer aantrekkelijk onder de groep ouderen. We zien in het land de ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuwde woonvormen’ zoals hofjeswonen (zowel zonder zorg of met zorg nabij). Aantrekkelijk aanbod creëert vraag: dit alles kan ervoor zorgen dat ouderen in de toekomst vaker de stap zullen zetten vanuit regulier wonen naar een vorm van geclusterd wonen. De vraag naar geclusterd wonen valt dan hoger uit. 2. De inzet van technologie maakt het mogelijk om langer ‘thuis’ te blijven wonen.
Dit zorg enerzijds voor een verschuiving van woonvormen binnen zorgtrede 6: de vraag naar somatische 24-uurszorg valt hierdoor wat lager uit, ten gunste van de vraag naar geclusterd wonen met zorg nabij. Anderzijds voorzien wij vanuit zorgtrede 4 en 5 een verschuiving vanuit het geclusterd wonen met zorg nabij naar het regulier wonen en geclusterd wonen zonder zorg. De groep ouderen uit de lagere zorgtreden (1 en 2) kan uit gemak voor technologie kiezen; dit heeft weinig invloed op het wonen. 3. De verwachting is dat er in 2040 meer vermogende ouderen zullen zijn dan nu. Dat heeft gevolgen voor de keuze die zij maken. Volgens de huidige wet- en regelgeving is het met name voor mensen met een hoger
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
vermogen voordeliger om zorg te ontvangen vanuit de Zvw dan vanuit de Wlz, vanwege de hoge eigen bijdrage die gevraagd wordt voor Wlz-zorg. De groei van de groep vermogende ouderen kan er dus voor zorgen dat een grotere groep senioren dan nu het aanvragen van een Wlz-indicatie (en het verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen met zorg) zo lang mogelijk uitstelt. Voor vermogende ouderen die wél Wlz-zorg ontvangen, is het bij de huidige regelgeving voordeliger om deze te ontvangen op basis van scheiden wonen en zorg dan op basis van een intramurale indicatie. Ook dit kan tot gevolg hebben dat meer mensen afzien van het 4 verhuizen naar een verpleeghuis. Bovenstaande trends zorgen enerzijds voor een verschuiving van de vraag van regulier wonen naar verzorgd (geclusterd) wonen (zonder zorg + met zorg nabij) en vice versa. Daarnaast zien wij een verplaatsing van 24/7-zorg in een woonzorgcentrum naar regulier of verzorgd wonen. Onderstaande tabel toont de vraag naar verschillende woonvormen wanneer we rekening houden met de genoemde trends.
4
De invoering van een ‘abonnementstarief’ in de Wmo kan deze ontwikkeling verder versterken: een dergelijk tarief zorgt er immers voor dat juist voor ouderen met een hoger inkomen de kosten voor Wmo-ondersteuning sterk zullen dalen, terwijl de eigen bijdrage voor Wlz-zorg wél afhankelijk is van inkomen en vermogen en dus relatief hoog ligt voor mensen met meer vermogen.
14
Tabel 3.2: Prognose woonvormen huishoudens (2019 - 2040; afgerond op 10-tallen) 2019 2025 2030 2035 2040 Regulier wonen 3.850 4.860 5.610 6.270 7.330 Seniorenwoningen: Geclusterd wonen (zonder zorg) 980 1.280 1.500 1.700 1.930 Verzorgd wonen: Geclusterd wonen (zorg nabij) 710 930 1.100 1.280 1.470 Intramuraal: Geclusterd wonen (24-uurszorg)* 820 1.050 1.270 1.580 1.820 Totaalaantal huishoudens 75+ 6.360 8.120 9.480 10.830 12.550 Bron: Bevolkingsprognose Westland, gegevens zorggebruik DSW & NZa, en bewerking Companen. *Aantallen in personen.
Al met al kunnen we concluderen dat er een groeiende vraag is binnen alle woonvormen. Dit heeft te maken met de toenemende vergrijzing aan de ene kant, en de trends aan de andere kant. Een groot deel van de ouderen wil langer thuis wonen, dit is ook terug te zien in de cijfers. De stijging van regulier wonen en verzorgd wonen is hier een verklaring voor. De toenemende vraag naar deze woonvormen stelt extra eisen aan de woning. Om in de toenemende vraag te kunnen voorzien zal ook de bestaande voorraad geschikter gemaakt moeten worden. Het geschikt aanbod in de gemeente Westland wordt besproken in paragraaf 3.3. De vraag-aanbod analyse van de geclusterde woonvormen wordt in de paragraaf 3.2 besproken.
3.2 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Het huidige aanbod is gebaseerd op de analyse van de gemeente Westland, het zorgkantoor DSW en de woningcorporaties in Westland. In de tabel hieronder wordt het huidige aanbod van intramurale plekken en geclusterde woonvormen met zorg nabij (verzorgd wonen) weergegeven. Tabel 3.3: Huidige aanbod intramurale plekken en geclusterd wonen met zorg nabij Westland Geclusterd wonen 24-uurszorg Geclusterd wonen met zorg nabij (intramurale plekken) (verzorgd wonen) Careyn – Rozenhof
M.A. de Ruijterstraat
Careyn – Woerdblok
Anjerlaan
Careyn – De Ark Careyn – Woerdblokeiland
Kornalijn Lessenaar
Pieter van Foreest – De Kreek Pieter van Foreest – Sonnevanck
Hofzicht Amaliaplein
Pieter van Foreest – Triangel
Tolland
Pieter van Foreest – De Hooge Tuinen
Lenteblok
Pieter van Foreest – Duinhof Pieter van Foreest – Vlietzicht
Kruisbroek
Pieter van Foreest – De Terwebloem
Woonvraag per kern De kernen in Westland hebben allen een eigen karakter. Om die reden wonen de bewoners van die kernen het liefst in de eigen vertrouwde omgeving. Dit zorgt ervoor dat de gemeente per kern de opgave in beeld wilt brengen. De vraaganalyse per kern is te vinden in bijlage 4. In bijlage 5 geven we de vraagaanbodanalyse per kern weer.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Fokuswonen – Vreelande Totaal 741 plekken
Totaal 274 plekken
Bron: Zorgkantoor DSW, Woningcorporatie Arcade, Wonen Wateringen en Vestia.
15
De vraag naar woonvormen in tabel 3.2 wordt afgezet tegen het aanbod zoals in tabel 3.3 is beschreven. In bijlage 5 wordt de vraag per kern afgezet tegen dit aanbod per kern. Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige aanbod van geclusterde 24-uurszorg voor ouderen laat zien dat het aanbod op dit moment niet voorziet in de huidige vraag. Dit tekort neemt de komende jaren fors toe. Als we de geclusterde corporatiewoningen meetellen op de ‘geclusterde woningen zonder zorg (seniorenwoningen)’ zien we nu een lichte overschot - het is echter wel de vraag of al deze woningen geschikt zijn voor mensen met een (oplopende) zorgvraag -. Een mogelijke verklaring voor dit overschot zijn de scheefwoners, dit zijn ouderen die uit voorzorg in een geclusterde seniorenwoning verblijven. Een andere verklaring is de woonwensen van ouderen. De huidige seniorenwoningen voldoen niet altijd aan de woonwensen van de ouderen en zijn daarbij vaak opzoek naar de nieuwe geclusterde woonvormen. Daarnaast is er wel een enorm tekort aan geclusterd wonen met zorg nabij (verzorgd wonen). Dit komt aan de ene kant doordat deze woonvormen de laatste jaren onvoldoende zijn gerealiseerd in Westland en aan de andere kant door de toenemende vraag van ouderen in de lagere ZZP’s.
Figuur 3.6:
Balans tussen vraag naar en aanbod aan geclusterd wonen voor 75+ouderen
-440
-80
-825
-1.195
-1.075 -3.500
-3.000
-2.500
-2.000
-1.500
Geclusterd wonen (zonder zorg)
-80
2025
2030
-300
-1.015
-840
2019
-655
-310
-535
220
2035
-495
2040
-730 -1.000
-500
0
500
Geclusterd wonen (zorg nabij)
Geclusterd wonen (24-uurszorg) Bron:
Aanbodinventarisatie gemeente Westland, seniorenwoningen corporaties en prognosemodel Companen.
Het tekort aan geclusterde woningen met zorg nabij (verzorgd wonen), kan ingelopen worden door transformatie en nieuwbouw. Hier ligt enerzijds een opgave om het bestaand aanbod te transformeren naar gewenst vastgoed. Anderzijds kan er door nieuwbouw meer variatie worden toegevoegd aan de woningvoorraad voor senioren; de ‘tussenvormen’ tussen regulier wonen en intramuraal wonen. Het advies is om daar nu al mee te beginnen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
16
We constateren het volgende: De intramurale capaciteit voor huishoudens met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag en somatische (SOM) klachten is er momenteel een tekort van 80 plekken. Dit tekort zal eerst stijgen tot 310 plekken in 2025 en daarna stijgen tot 1.075 plekken in 2040. o Deze analyse is gebaseerd op de ontwikkeling 75+ huishoudens die een Wlz-indicatie hebben. Indien we de groep 65-74 jarige hierbij optellen stijgt het tekort tot circa 400 plekken in 2025. Voor mensen die geen intramurale indicatie (zorg met verblijf) ontvangen maar wel behoefte hebben aan verzorgde woonvormen bestaat er momenteel een tekort van 440 woningen. Geleidelijk ontstaat er een fors tekort van 1.195 woningen in 2040. o Dit tekort ontstaat in alle kernen. Zie bijlage 5 tabel 4 voor de vraag-aanbodanalyse van deze woonvorm per kern. Voor mensen die behoefte hebben aan seniorenwoningen (geclusterd) bestaat er momenteel een overschot van 220 woningen. In de toekomst zal dit overschot teruglopen naar een tekort van 730 woningen. o In de praktijk kunnen we niet spreken over een ‘overschot’, omdat deze woningen niet leegstaan. We krijgen signalen dat door de kwalitatieve mismatch deze woningen worden bewoond door jongere huishoudens tussen de 55 en 74 jaar.
(intensieve) zorg. De mate waarin iemand met een lichamelijke beperking in staat is zelfstandig te wonen is afhankelijk van de ernst van de beperking, maar ook van de geschiktheid van de woning. In deze paragraaf brengen we de langdurig zorgbehoevenden en regulier wonende mensen met een lichamelijke beperking in beeld. Langdurig zorgbehoevenden zijn mensen die vanwege hun lichamelijke beperking een beroep doen op Wlz-zorg. Dit houdt in dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben. Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlz-zorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van de cliënten woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Figuur 3.7: Voorbeelden geclusterd wonen voor lichamelijk beperkten
3.3 Lichamelijk beperkten Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor lichamelijk beperkten bestaat veel synergie. Mensen met een lichamelijke handicap hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Andere mensen met een lichamelijke beperking wonen in een geschikte reguliere woning, waar zij hulp ontvangen vanuit een Wmo-indicatie, persoonsgebonden budget of ‘volledig pakket thuis’. Voor de specifieke
17
woonwensen is het ons advies om voor deze groep aan te sluiten bij de woonwensen van ouderen. In de volgende paragraaf wordt de geschiktheid en aanpasbaarheid van de reguliere woningen voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking besproken.
Zorgvraag lichamelijk beperkten Om een inschatting te maken van de Wlz-groep met een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties vanuit CIZ-data. Dit zijn de afgegeven indicaties voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Westland leidt dit tot een inschatting van de zorgvraag voor de periode tot 2040. In totaal hadden in 2019 100 mensen een LG-indicatie, waarvan ruim 60% tussen de 35 - 65 jaar. Dit aantal stijgt naar ca 115 LG-indicaties in 2040. De zelfstandig wonende groep lichamelijk beperkten doet een beroep op het geschikte woningaanbod van de gemeente Westland. De grootte van deze groep is bepaald aan de hand van cijfers uit het eerder uitgevoerd onderzoek door ABF voor de gemeente Westland, waarin zowel oudere als jongere mensen met een mobiliteitsbeperking zijn opgenomen. In de tabel hieronder laten we het aantal huishoudens met beperking naar leeftijd zien op kernniveau, per 2019 en met een doorkijk naar 2040. Het aantal huishoudens met een beperking in Westland stijgt in de komende 20 jaar met 28%, van 5.770 naar 7.410. De groep onder de 75 jaar met een beperking stijgt minder hard dan de groep 75-plussers met een beperking. De cijfers laten zien dat door de trend langer thuis wonen, er in de toekomst meer ouderen met een mobiliteitsbeperking in een reguliere woning wonen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Tabel 3.4: Aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking (2019 - 2040) Totaal met < 75 jaar met > 75 jaar met mobiliteitsmobiliteitsmobiliteitsGebieden beperking beperking beperking Westland 5.770 2.880 2.900 Naar kern: 2019 2040 2019 2040 2019 2040 Naaldwijk 1.460 1.760 790 720 670 1.040 Honselersdijk 350 400 180 140 170 260 Maasdijk 240 250 130 130 110 120 s-Gravenzande 1.060 1.410 510 480 550 930 Monster 720 1.160 330 400 390 760 Wateringen 760 850 360 280 400 570 De Lier 590 790 270 270 320 520 Kwintsheul 200 210 100 90 100 120 Poeldijk 350 520 160 170 190 350 Ter Heijde
40
50
30
20
10
30
Bron: Demografische bevolkingsprognose ABF.
Niet alleen 75+plussers met een beperking doen een beroep op de geschikte woningvoorraad, ook de jongere doelgroep zal behoefte hebben aan een geschikte woning. In de tabel hieronder zetten we de totale groep met mobiliteitsbeperking in 2040 af tegen het huidige geschikte woningvoorraad naar kern:
18
Tabel
3.5:
Huishoudens met mobiliteitsbeperking afgezet woningvoorraad per kern Kern Totaal met Geschikte mobiliteitsbeperking woningvoorraad in 2040 naar kern Naaldwijk 1.760 2.610 Honselersdijk 400 500 Maasdijk 250 170 ’s-Gravenzande 1.410 1.760 Monster 1.160 1.240 Wateringen 850 1.490 De Lier 790 800 Kwintsheul 210 290 Poeldijk 520 620 Ter Heijde 50 40
tegen
geschikte
Opgave kern
per
850 100 -80 350 80 850 10 80 100 -10
Bron: Demografische bevolkingsprognose ABF, Doorzonscan Companen
Volgens deze analyse zijn er voldoende geschikte woningen per kern om de mensen met een mobiliteitsbeperking op te kunnen vangen. Een kanttekening is wel dat niet alleen deze doelgroep een beroep doet op de geschikte woningvoorraad, ook ouderen hebben behoefte aan een geschikte woning. Deze analyse volgt in de volgende paragraaf.
3.4 Geschiktheidsanalyse Het huidige rijksbeleid is erop gericht dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. Hierdoor wordt het steeds belangrijker dat de woning waarin men woont ook daadwerkelijk geschikt is om te bewonen voor mensen met een fysieke beperking. Daarnaast groeit ook de behoefte aan reguliere (niet-geclusterde) woningen die geschikt zijn om op hogere leeftijd te blijven wonen, zowel in de koop- als huursector.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Op dit moment wonen ca. 11.000 65+huishoudens in Westland in een reguliere, niet-geclusterde woning. Hiervan zijn ca 4.500 huishoudens 75 jaar of ouder. In 2030 zijn dit volgens onze prognose circa 14.850 65+huishoudens (6.600 75+huishoudens). In 2040 zijn dat circa 17.400 huishoudens (8.600 75+ huishoudens). Bovenstaande ontwikkelingen stellen eisen aan de woningvoorraad. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); (semi)bungalows, woonboerderijen. Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: Eengezinswoning, is gebouwd na 1998; 3 Inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m en gebouwd na 1965; Inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; Geschakelde woning.
19
Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt voor mensen met een mobiliteitsbeperking; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van WOZgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.
Figuur 3.7: Gemeente Westland. Aanbod 'geschikte' woningen volgende 'doorzonscan' (2020)
Geschiktheid in gemeente
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet elke oudere zal echter geschikt willen of moeten wonen. Zo woont in de gemeente Westland 34% van de 65+ ouderen in een geschikte woning en nog eens 44% van de 75+ ouderen. Echter geldt ook dat geschikte woningen beschikbaar moeten komen voor of bewoond worden door senioren. In de eerste grafiek in figuur 3.3 hieronder laten we zien in welke mate leeftijdsgroepen geschikt wonen. De vraag naar geschikt wonen loopt bij de leeftijdsgroepen boven de 65 jaar gestaag op. Naarmate men ouder wordt, verhuist men vaker richting een geschikte woonruimte, vermoedelijk vanwege een toenemende zorgbehoefte. Zo woont 25% van de 65- tot 74-jarigen in een geschikte woning. Voor de 85-plussers geldt dit voor meer dan de helft (52%).
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal ca 43.000 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen binnen het aangeleverde WOZbestand. Volgens deze analyse is een vijfde van de totale woningvoorraad in Westland al ‘geschikt’ (22%; ca. 9.500 woningen). Nog eens 31% van de woningen is ‘potentieel geschikt’ (ongeveer 13.270 woningen). De 9.500 geschikte woningen zijn daarmee in aantal lager dan het aantal 65+plussers dat regulier woont (11.000 huishoudens), maar wel voldoende voor het huidige aantal 75+huishoudens in een reguliere woning (4.500).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
20
In de tweede grafiek zien we dat er in het bestaande geschikte aanbod ruimte is voor een hogere match met oudere bewoners. Slechts de helft van de geschikte woningen wordt bewoond door 65-plussers. Voor één derde geldt dat de geschikte woningen bewoond worden door 75+ huishoudens. Het blijft echter voor de hand liggen dat niet iedere geschikte woning wordt bewoond door 65-plussers. Veel jongere huishoudens wonen in een geschikte woning om redenen van comfort of anderszins. Figuur 3.8: Gemeente Westland. Geschiktheid woningvoorraad naar leeftijdsklasse (2020) Tot 55 jaar
16%
36%
48%
55-64 jaar
15%
32%
53%
65-75 jaar
25%
75-85 jaar
29% 41%
85+ jaar
46% 19%
52% 0%
14%
20%
40%
Geschikt voor ouderen
Geschikte woning
Tot 55 jaar
34%
60%
Geschikt te maken
34% 0%
40%
80%
100%
Niet geschikt voor ouderen
14%
20%
22%
20%
40%
60%
80%
55-64 jaar
65-75 jaar
75-85 jaar
85+ jaar
10% 100%
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave is in de gemeente Westland onevenredig verdeeld naar eigendomssituatie. Huurwoningen zijn overwegend vaker gelijkvloers en daarmee vaker geschikt voor ouderen. De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien: Corporatiewoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking (45%, 4.840 woningen). Dit hangt samen met het hoge aandeel appartementen met lift in de corporatiesector. De aantallen woningen die ‘geschikt te maken’ zijn, is voor de corporaties relatief klein (10% en 1.100 woningen). Dit komt door de beperkte omvang van de woningen, waardoor woningaanpassingen niet mogelijk zijn. Hierdoor is 45% (4.800 woningen) niet geschikt te maken. Een derde van de particuliere huurwoningen is geschikt (29%, 850 woningen). De ‘geschikt te maken’ woningen in de particuliere huursector is relatief weinig (14%, 400 woningen). Meer dan de helft van de particuliere huurwoningen is niet geschikt voor ouderen (57%, 1.600 woningen) door de afwezigheid van een lift of de ouderdom van de woningen. In de koopsector zijn relatief weinig woningen al geschikt voor ouderen, slechts 13% (3.700) woningen. Dit hangt samen met het lage aantal appartementen met lift in de koopsector. De koopsector kent wel relatief veel grote eengezinswoningen.
Deze hebben vaak een grote omvang waardoor ze geschikt te maken zijn. Dit maakt dat de koopsector de grootste opgave heeft; 40% (ongeveer 11.700 woningen) is met een woningaanpassing geschikt te maken voor ouderen, zoals een trap- of tillift of een plattegrondwijziging.
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
21
Figuur 3.9: Gemeente Westland. Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom (2020) Koop
13%
Particuliere huur
40% 29%
Sociale huur
47%
14% 45%
0%
20%
Geschikt voor ouderen
groep ouderen met een mobiliteitsbeperking die de komende tijd gaat groeien, ook zij zullen een beroep doen op de geschikte woningvoorraad. Dit betekent dat er een opgave ligt, namelijk het aanpassen van de ‘geschikte te maken’ woningen.
57% 10%
40% Geschikt te maken
45% 60%
80%
Geschiktheid naar kern 100%
Niet geschikt voor ouderen
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
Opgave geschiktheid Om een goed beeld te krijgen van de opgave in Westland, zetten we het huidige en toekomstige aandeel 75+huishoudens tegenover het aandeel geschikte woningen. Daarnaast kijken we naar het aandeel 75+huishoudens dat in een geschikte woning en in een geschikt te maken woning woont: In Westland is op dit moment het aanbod geschikte woningen en het aantal 75+huishoudens in evenwicht. Dit betekent dat het aantal 75+huishoudens (circa 6.220) lager is dan het aandeel geschikte woningen (9.500). Als we de doelgroep 65 – 74 jarigen optellen (circa 7.210), komt het aanbod geschikte woningen op gespannen voet te staan. Om een goed beeld te krijgen van de daadwerkelijke opgave, kijken we naar welk aandeel van de 75-plussers in een geschikte woning woont. In Westland woont 44% (2.975) van de 75-plussers in een geschikte woning. 17% (1.170) van de 75-plussers woont in een geschikt te maken woning. Daarnaast hebben we het aantal 75-plussers in 2040 (circa 12.240) afgezet tegenover het huidige aantal geschikte woningen. In 2040 zal het aanbod geschikte woningen (9.500) lager zijn dan het aantal 75-plussers, te weten een tekort van 2.740 woningen. Daarnaast is er ook nog de
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Van de sociale huurvoorraad is 45% geschikt voor ouderen. Echter de geschiktheid van de sociale huurvoorraad verschilt volgens onderstaand figuur onevenredig per kern. In deze kernen liggen aandachtspunten voor de corporaties: hoe weegt de geschikte voorraad straks tegenover het aantal oudere huurders in deze kernen? Figuur 3.10: Geschiktheid sociale huurvoorraad naar kern (2020) 's-Gravenzande
10%
43%
De Lier
34%
7%
58%
Honselersdijk
33%
8%
59%
Kwintsheul
46%
Maasdijk
50%
15%
25%
Monster
60%
47%
Naaldwijk
6%
47%
56%
Poeldijk Ter Heijde
4%
9% 12%
49% 9%
70%
49% 0%
39%
21%
Wateringen
20%
Geschikt voor ouderen
35%
16% 40%
Geschikt te maken
60%
34% 80%
100%
Niet geschikt voor ouderen
22
Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
Opgave naar kern De geschiktheidssituatie in Westland is onevenredig verdeeld over de kernen. De geschiktheidsopgave vraagt bij uitstek om een wijkgerichte aanpak, voor een goede spreiding van het geschikte aanbod en benodigde woningaanpassingen over de gemeente. In tabel 3.6 wordt de totale woningvoorraad naar geschiktheid per kern weergegeven. Tabel 3.6: Geschiktheid totale woningvoorraad in aantal naar kern (2020) Niet Geschikt voor Geschikt te geschikt te Kern ouderen maken maken 's-Gravenzande 1.755 3.065 3.896 De Lier
802
1.200
Honselersdijk
497
Kwintsheul
290
Maasdijk
bevorderen van de doorstroming van 75-plussers naar een geschikte woning of nieuwbouw. In de tabel 3.7 hebben we de huidige geschikte woningen afgezet tegen de 75+ huishoudens in 2040. Uit deze analyse blijkt dat in bijna alle kernen en een tekort ontstaat. Opvallend zijn de kernen ’s-Gravenzande, De Lier en Monster. Tabel 3.7: Huidige geschikte woning afgezet tegen de 75+ huishoudens in 2040 Kern Huidige geschikte woningen 75+ huishoudens Opgave per kern 's-Gravenzande De Lier
1.755 802
2.240 1.350
-485 -548
Totaal
Honselersdijk
497
650
-153
8.716
Kwintsheul
290
320
-30
2.850
4.852
Maasdijk
167
360
-193
801
1.575
2.873
Monster
1.244
2.050
-806
482
771
1.543
Naaldwijk
2.606
2.530
76
167
458
949
1.574
Poeldijk
623
920
-297
Monster
1.244
1.172
3.127
5.543
Naaldwijk
Ter Heijde
35
90
-60
2.606
2.899
3.515
9.020
Poeldijk
Wateringen
1.488
1.480
8
623
719
1.346
2.688
Ter Heijde
35
50
227
312
Wateringen
1.488
2.429
2.366
Gemeente
9.507 13.275 20.622 Bron: WOZ-registratie gemeente Westland, bewerking Companen (2020).
6.283 43.404
Vooral in de kernen ’s-Gravenzande, De Lier en Monster liggen de aandachtspunten. In deze kernen zijn maatregelen nodig om aan de toekomstige vraag van 75-plussers naar regulier wonen te voldoen. Deze opgave bestaat, afhankelijk van de kern, uit maatregelen als woningaanpassingen, het
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Bron: Huishoudensprognose ABF, Doorzonscan Companen
’s-Gravenzande en De Lier In ’s-Gravenzande en De Lier is er een grote opgave op het gebied van geschiktheid. In deze kernen staan relatief veel geschikte woningen, maar het aantal 75-plussers groeit harder dan het aantal geschikte woningen. In de kern ’s-Gravenzande wonen in 2040 2.250 75+plussers en in De Lier 1.350 75+plussers volgens het rapport van ABF. Een relatief groot deel van de woningen is met een kleine ingreep geschikt te maken (35% 3.000 woningen in s’ Gravenzande en 25% 1.200 woningen in De Lier).
23
Monster Ook in Monster is er inspanning nodig om het tekort in de toekomst in te kunnen lopen neen opgave om het tekort in te kunnen lopen nodig om aan de vraag van 75-plussers in 2040 te voldoen. Deze groep groei hard in deze kern. Zo wonen in 2040 ruim 2.000 75+plussers in Monster. Het huidige aanbod geschikte woningen komt daarmee op gespannen voet te staan. In Monster staan relatief veel geschikt te maken woningen, die met woningaanpassingen geschikt gemaakt kunnen worden. Onderstaande kaarten geven de totale geschiktheid naar kern (kaart 1), aandeel 75-plussers in een geschikte woning (kaart 2) en het aandeel 75plussers in een geschikt te maken woning (kaart 3) weer.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
24
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
25
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
26
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
27
3.5 Beleidsopgaven ouderen Gezamenlijk kwaliteitsnormen opstellen voor tussenvormen Er is een toenemende druk op de geclusterde woonvormen met zorg nabij. Het verdient de aanbeveling om op korte termijn het gesprek te voeren met alle betrokken partijen en na te denken over de bouwprogrammering. Het wonen in geclusterde ‘tussenvormen’ biedt diverse voordelen. Zo kan zorg aan huis hier efficiënter geleverd worden, zijn woningen geschikt voor een oplopende zorgvraag en is het veiligheids- of gemeenschapsgevoel onder bewoners hoger. Ouderen geven dan ook zelf aan graag te wonen in een tussenvorm, bijvoorbeeld een aanleuningwoning (zie hoofdstuk 8). Een goed aanbod aan tussenvormen is daarmee een voorinvestering om te voorkomen dat onnodig intensieve zorg wordt gebruikt. Om tot uitvoering van de doelstelling omtrent tussenvormen te komen is een samenspel van actoren benodigd; een hecht netwerk. Wij adviseren om met alle betrokken partijen duidelijke kwaliteitsnormen op te stellen voor de nieuwe (geclusterde) tussenvormen. Dit kwaliteitskeurmerk dient alle geclusterde woonconcepten te toetsen op bijvoorbeeld de aanwezige faciliteiten (ontmoetingsruimte, buitenruimte, comfort, horeca), de gemeenschapszin, omvang en het soort medebewoners.
Samen met corporaties en ontwikkelaars levensloopbestendige (geclusterde) woningen realiseren Op dit moment ligt de grootste opgave in de geclusterde woningen met zorg nabij (verzorgd wonen). Over enkele jaren komt daar bovenop de opgave van de geclusterde woningen zonder zorg (seniorenwoningen). Voor beide vormen moet in 2025 in totaal 735 woningen gerealiseerd worden. In 2040 groeit dit aantal naar 1.925 woningen, dit is een forse opgave voor alle
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
partijen. Dit enorme tekort is het gevolg van een aantal trends: ouderen willen steeds vaker ‘thuis’ en in een vertrouwde omgeving wonen, sommige ouderen ontvangen geen intramurale indicatie meer - deze groep gaat op zoek naar een woning met enige clustering en waar de zorg makkelijk geleverd kan worden –, de traditionele seniorenwoningen zijn niet meer aantrekkelijk voor de ouderen en tot slot zijn deze woonvormen de afgelopen periode onvoldoende gerealiseerd in Westland. Samen met de corporaties en de ontwikkelaars moet hierover het gesprek gevoerd worden; Waar gaan we bouwen? Wat zijn de woonconcepten waarin ouderen graag oud willen worden? Wat vraagt het van de verschillende partijen? Afspraken die gemaakt worden moeten worden vastgelegd in de prestatieafspraken.
Toenemend beroep op woningaanpassingen Ook in de toekomst zal een groot deel van de ouderen in de huidige woning blijven wonen. Deze groep neemt zowel in omvang als in gemiddelde leeftijd toe. Dit zal vragen om meer inzet op woningaanpassingen, zodat de ouderen daar zelfstandig kunnen blijven wonen, zeker als er in de wijken of dorpen geen geclusterde woonvorm aanwezig is of zal zijn. In dat kader is het relevant om te vermelden dat de regeling van woningaanpassingen in het kader van de Wmo is veranderd; de eigen bijdrage voor particulieren is aanzienlijk lager geworden. Dit zal waarschijnlijk zorgen voor een toename van de aanvragen voor woningaanpassingen, met hogere kosten voor de gemeente als gevolg. Deze opgave treft ook de sociale woningvoorraad. Wij adviseren de corporaties en de gemeente om hierover het gesprek te voeren en preventief afspraken te maken welke woningaanpassingen door de corporaties worden bekostigd en welke door de gemeente (in het kader van de Wmo). De afspraken die hieruit voortkomen kunnen worden vastgelegd in de Wmo-werkafspraken tussen de gemeente en de woningcorporatie.
28
4 Verstandelijk beperkten (VG) De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. De behoefte aan zorg is zeer divers onder deze doelgroep, waardoor zowel een deel in geclusterde woonvormen woont als een deel zelfstandig in de wijk woont. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. De balans tussen vraag en aanbod dienst als uitgangspunt voor de kwantitatieve en kwalitatieve invulling van beleids- en huisvestingsopgaven.
In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlz-zorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte heeft aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt.
rolstoelgeschikt is, bij het andere deel is dit niet het geval. De variatie in de VG-doelgroep betekent dat zorgvastgoed flexibel gebouwd moet worden; het liefst is een woning geschikt te maken voor een veranderende zorgzwaarte. Ook de VG-doelgroep wordt ouder; dit stelt eisen aan het woonzorgvastgoed. Zorgaanbieders clusteren verstandelijk beperkten vaak op basis van leeftijd, zorgzwaarte en het al dan niet voorkomen van een combinatie met psychiatrische klachten om een zekere mate van homogeniteit te bereiken. Uiteindelijk wordt een dergelijk cluster vanzelf weer heterogeen door individuele ontwikkelingen in de zorgvraag. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’.
Figuur 4.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor verstandelijk beperkten
Woonvormen in Westland In dit rapport maken wij onderscheid tussen de woonvormen ‘geclusterd’ en ‘gespikkeld’ die bedoeld zijn voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking. Onder de woonvorm ‘geclusterd’ valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde appartementen, hofjeswoningen of zorgboerderijen. Onder ‘gespikkeld’ wonen vallen zelfstandige appartementen of woningen in de nabijheid van een geclusterde woonvorm. Een belangrijke notie is dat de doelgroep VG bijzonder heterogeen is: een deel is ook lichamelijk gehandicapt en heeft dus een woning nodig die
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
29
4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2019 gestegen van 790 naar 910. Tussen de jaren 2016 en 2017 nam het aantal indicaties een grote sprong. Deze stijging komt mede doordat er omstreeks 2016 en 2017 een deel van de groep een herindicatie heeft gekregen. Gemeente Westland kent relatief veel mensen met een VG-indicatie. Volgens de gemeente heeft dit te maken met een VG-instelling in Westland die een landelijke opvangfunctie heeft. In 2019 hadden 910 mensen een VG-indicatie in de gemeente Westland (cijfers CIZ-databank). Aan de hand van de CIZ-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Westland hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van verstandelijk beperkten voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk beperkten zich zal ontwikkelen. De onderstaande tabel toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken volgens de prognose: een basisprognose op basis van de huidige vraag op basis van demografische ontwikkelingen. Tabel 4.1: Gemeente Westland.