Burgerdijkseweg 18 te De Lier_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
BURGERDIJKSEWEG 18 TE DE LIER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.LIEBRGRDIJKWG18abp-VA01 vastgesteld
Bijlagen bij de toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1 Bijlage 2
6 39
Geluidonderzoek woningbouw Burgerdijkseweg 18 Waterparagraaf Burgerdijkseweg 18
5
Bijlage 1 Geluidonderzoek woningbouw Burgerdijkseweg 18
6
ardea
acoustics & consult
Familie Noordam-Keijzer Plan voor bouw woningen Burgerdijkseweg 18 te De Lier
ARDEA acoustics & consult Brigantijnwal 5 2317 GL LEIDEN T 071 572 58 45 E info@ardea.nl
Versie 17 November 2022
ardea
Familie Noordam-Keijzer Plan voor bouw woningen Burgerdijkseweg 18 te De Lier
Opdrachtgever:
Erven Familie Noordam-Keijzer
Rapport:
2678NZB2.002
Auteur:
dr.ir. W. Soede
Datum - versie:
17 November 2022
ardea INHOUDSOPGAVE
1 INLEIDING
4
2 BEOORDELINGSKADER 2.1 Wegverkeerslawaai 2.2 Activiteitenbesluit en richtlijn VNG
5 5 5
3 RUIMTELIJK PLAN
7
4 WEGVERKEERSLAWAAI
8
5 BEDRIJFSGELUID SV.CO 5.1 Bedrijf en geluidsbronnen 5.2 Bedrijfssituatie voor berekeningen 5.3 Geluidmetingen 5.4 Rekenmodel 5.5 Geluidsberekeningen gemiddelde niveaus 5.6 Piekgeluidsniveaus
10 10 11 11 12 12 14
6 BEOORDELING/ADVIES BOUWPLAN 6.1 Samenvatting berekeningen en beoordeling 6.2 Afweging en advies voor woningen kavel 18A en 18B 6.3 Bouwkundige maatregelen woning kavel 18A en 18B
15 15 16 17
7 CONCLUSIE
20
BIJLAGEN Bijlage 1 Bouwplan Bijlage 2 Geluidsmetingen Bijlage 3 Uitgangspunten geluidsbronnen rekenmodel Bijlage 4 Rekenmodel Bijlage 5 Resultaten langtijdgemiddelde geluidsniveaus Bijlage 6 Resultaten piekgeluidsniveaus Bijlage 7 Verificatieoverzichten voor ODH
3/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
21 22 24 25 29 30 31
ardea
1 INLEIDING
Plan #18
Relatie #16
rapport
advies
De Erven familie Noordam-Keijzer heeft ARDEA opdracht gegeven om geluidsberekeningen uit te voeren voor een plan om 3 woningen te realiseren op een kavel ter hoogte van Burgerdijkseweg 18. Figuur 1 geeft een overzicht van de bestaande situatie met daarbij het voorgenomen bouwplan. Het plan is gelegen naast de kavel Burgerdijkseweg 16. Voor deze kavel heeft ARDEA in mei 2022 een geluidsonderzoek uitgevoerd in opdracht van de familie J. en L. Noordam (rapport 2678NCA2.003 van 30 mei 2022). Na overleg is aan ARDEA toestemming verleend om het model en gegevens opnieuw te gebruiken voor het plan voor Burgerdijkseweg 18. Dit rapport geeft een samenvatting van berekeningen wegverkeerslawaai. Voor het geluid van de plantenkwekerij SV.CO is de WKK-installatie als maatgevende bron geïdentificeerd voor de woning Kavel C. Op basis van de uitgevoerde metingen en berekeningen blijkt dat bij de woningen kavel A en B rekening moet worden gehouden met geluidhinder van de WKK en de OCAPinstallatie van SV.Co. ARDEA ziet wel mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing indien (deels) wordt uitgegaan van een akoestisch dove gevel in combinatie met geluidmaatregelen (zie paragraaf 6.3). Doel is niet alleen dat hinder wordt voorkomen maar ook dat de realisatie van de woningen geen impact heeft op het gebruik/de installaties van SV.Co.
Aanvullend wordt geadviseerd een hogere waarde wegverkeerslawaai vast te stellen voor de woning kavel A.
Burgerdijkseweg
18
16
Figuur 1
Overzicht locatie Burgerdijkseweg 16 en 18. Dit rapport betreft #18.
4/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
2 BEOORDELINGSKADER
2.1 Wegverkeerslawaai Voor het geluid van de Burgerdijkseweg wordt uitgegaan van de wettelijke streefwaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor woningen in het buitengebied. Bij beoordeling mag een correctie van 5 dB worden toegepast op basis van art. 110g Wet geluidhinder voor wegen met een rijsnelheid tot 70 km/uur. 2.2 Activiteitenbesluit en richtlijn VNG Voor plantenkwekerij SV.CO is het Activiteitenbesluit van toepassing. Art. 2.17, lid 6. geeft de geluidsgrenswaarden die van toepassing zijn overdag, ’s avonds en ’s nachts. Deze grenswaarden zijn nu al van toepassing bij de bestaande woning Burgerdijkseweg 16 en zijn daarmee ook het kader voor de nieuwe woningen.
Aanvullend mag op basis van artikel 2.18, lid 3c bij laad/losactiviteiten ten behoeve van aan- en afvoer van producten het piekgeluid buiten beschouwing worden gelaten voor ten hoogste één keer. Dit betekent dat op basis van het Activiteitenbesluit bij een glastuinbouwbedrijf in een glastuinbouwgebied 1 vrachtwagen in de periode tussen 19.00 en 06.00 uur mag komen en gaan.
5/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
VNG
Voor nieuwe ontwikkelingen van woningen bij bedrijven geeft de VNG richtlijn streefwaarden. De VNG maakt daarbij onderscheid voor woningen in een rustige woonwijk, weinig verkeer en woningen/bedrijven in een gemengd gebied. Voor woningen in een rustige woonwijk adviseert de VNG streefwaarden voor de gemiddelde en piekgeluidsniveaus die 5 dB(A) lager zijn dan het Activiteitenbesluit. Voor woningen in een gemengd gebied komen de streefwaarden van de VNG overeen met de grenswaarden zoals genoemd in het Activiteitenbesluit. De VNG gaat daarbij dan wel uit van een iets aangepaste tijdsindeling met een dagperiode die loopt van 07.00-19.00 uur, een avondperiode van 19.00-23.00 uur en een nachtperiode van 23.00-07.00 uur. TOETSINGSKADER DIT RAPPORT In dit rapport wordt voor de beoordeling van de geluidsniveaus uitgegaan van de grenswaarden zoals genoemd in het Activiteitenbesluit. Voor de tijdsindeling van de dag-, avond- en nachtperiode zal extra aandacht worden gegeven aan de periode 06.00-07.00 uur omdat op basis van het Activiteitenbesluit dan de grenswaarden van de dagperiode van toepassing zijn terwijl de VNG-richtlijn uitgaat van start dagperiode 07.00 uur. De start van de dagperiode om 06.00 uur geeft aan SV.CO ‘het recht’ om ’s morgens vroeg te starten met activiteiten die vallen onder het dag regime waarbij SV.CO bij de bestaande woning moet voldoen aan de eisen.
Voor toekomstige bewoners moet een eventuele vroege start niet tot onoverkomelijke ernstige hinder leiden. INDIRECTE HINDER Bij beoordeling van geluid van een bedrijf is het gebruikelijk om ook de indirecte hinder te beoordelen. Voor dit onderzoek wordt dat niet apart gedaan omdat in Hoofdstuk 3 een beoordeling van het totale wegverkeerslawaai wordt uitgevoerd op basis van gegevens van het verkeersmodel van de omgevingsdienst.
6/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
3 RUIMTELIJK PLAN
Figuur 2 geeft een overzicht van het plan. De bestaande schuur wordt gesloopt. Het voornemen is om de kavel te verdelen met één ontsluiting en drie woningen. Voor de keuzes van de kavelverdeling en de ligging van de woningen is rekening gehouden met één centrale in-/uitrit en de bestaande rooilijnen van de andere woningen. De keuze om vanuit stedenbouwkundig oogpunt rekening te houden met de bestaande rooilijnen betekent dat de woning A relatief dicht bij de WKK-installaties van SV.CO is getekend (afstand 33-35 m) en ook de installatieruimte van SV.CO met een OCAP installatie. Deze OCAP installatie wordt gebruikt voor CO2 levering aan de kassen als de WKK-installatie met reiniging/CO2-installatie niet in gezet wordt voor levering warmte en stroom. Ook ligt woning A dicht bij de Burgerdijkseweg (afstand ca. 11-17 m).
Figuur 2 Overzicht situatie met drie nieuwe kavels/woningen A, B en C.
7/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
4 WEGVERKEERSLAWAAI
gegevens
Voor de bepaling van de geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai zijn verkeersgegevens opgevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De adviseur verkeerslawaai van de Omgevingsdienst heeft de prognose voor 2030 aangeleverd via email van 29 april 2022. Het gaat om 1069 voertuigen per etmaal. Het wegdek is standaard Dicht Asfalt Beton en de rijsnelheid 60 km/uur. Volgens opgave van de adviseur zijn de aantallen verkeer op de andere wegen in de directe omgeving laag en daardoor akoestisch niet relevant. Voor dit project wordt de berekening uitgevoerd voor het jaar 2033. De adviseur heeft aangegeven dat dan rekening moet worden gehouden met een groei van 1% per jaar. Dit levert een totaal van 1101 motorvoertuigen met daarnaast de eigen verkeersbewegingen de drie woningen. ARDEA gaat uit van 8 ritten per woning. Het totaal komt dan uit op 1125 motorvoertuigen. Voor de lokale situatie is een akoestisch rekenmodel gemaakt volgens de standaard rekenmethode wegverkeerslawaai uit het Reken- en meetvoorschrift Geluid. Voor de bodemfactor is uitgegaan van 0.2 voor hard gebied en 0.8 voor akoestisch absorberend gebied. Gebruik wordt gemaakt van het programma Geomilieu V2020.2. Tabel 1 Invoergegevens rekenmodel Burgerdijkseweg, jaar 2033.
8/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Met het rekenmodel is een geluidsberekening gemaakt voor het wegverkeerslawaai bij de nieuwe woningen. Figuur 3 geeft de berekeningsresultaten Lden op 1.5 en 5 m hoogte voor de noord-, oost- en westgevel. Kavel A
Kavel B
Kavel C
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting van de noordgevel de nieuwe woning kavel A uitkomt op 57 dB. De geluidsbelasting van de zijgevels is lager. De westgevel heeft een geluidsbelasting tot 55 dB. De oostgevel 48-49 dB. De geluidsbelasting van de woning kavel B bedraagt 54-55 dB voor de noordwestelijke hoek van de woning. Dit wordt deels veroorzaakt door reflectie van het geluid tegen de gevel van de woning kavel A. In het model is een tweede rekenpunt toegevoegd waarbij geen reflectie optreedt. De geluidsbelasting is dan ruim 1 dB lager. De geluidsbelasting van de woning kavel C is laag en bedraagt niet meer dan 47 dB. Voor beoordeling van deze waarden moet nog rekening worden gehouden met de aftrek van 5 dB art. 110g Wet geluidhinder. Wanneer deze aftrek wordt toegepast dan betekent dat de geluidsbelasting van de noordgevel van de woning kavel A uitkomt op 52 dB. De geluidsbelasting van woning B komt uit op maximaal 50 dB. Dit resultaat betekent dat de woningen kavel A en C een geluidsbelasting ondervinden die hoger uitkomt dan de streefwaarde van 48 dB maar nog wel lager dan de toelaatbare hogere grenswaarde van 53 dB. Op basis van de huidige regelgeving dient dan een hogere waarde procedure wegverkeerslawaai te worden gevolgd. In paragraaf 6.3 zal dat worden afgewogen in samenhang met het bedrijfsgeluid van SV.CO.
Figuur 3
Berekeningsresultaat wegverkeerslawaai Lden, geen correctie art. 110g. Rekenhoogte 1.5/5 m.
9/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
5 BEDRIJFSGELUID SV.CO
5.1 Bedrijf en geluidsbronnen Installatie
Het bedrijf SV.CO is een potplantenkwekerij. Voor de kwekerij heeft het bedrijf een WKK-installatie met liggende opslagtank. De WKK-installatie wordt voornamelijk overdag ingezet bij gunstige stroomprijzen. Gereinigde rookgassen worden via een CO2-installatie naar de kassen gevoerd. Wanneer het niet rendabel is om de WKK te gebruiken dan wordt gebruik gemaakt van een OCAP-installatie met CO2 vanuit het Rijnmondgebied.
Koelers
Bij het centrale deel van de verwerkingsruimte staan 2 drycool-installaties met elk 2 ventilatoren. Deze installaties staan op zodanig grote afstand van de nieuw te bouwen woningen dat geen relevante bijdrage is te verwachten. Desondanks worden deze installaties wel meegenomen voor de volledigheid.
Transport
De reguliere transportactiviteiten vinden bij de oostelijke docks. Op het westelijk terrein staan enkele (afval/groen)containers opgesteld.
Figuur 4 Luchtfoto SV.CO (PDOC 2022).
10/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea 5.2 Bedrijfssituatie voor berekeningen Door ARDEA zijn de WKK en OCAP als maatgevende bronnen geïdentificeerd die hinder kunnen veroorzaken en een hoge geluidsbijdrage bij de woningen. De overige bronnen zijn niet/nauwelijks relevant om te beoordelen maar worden in dit onderzoek wel meegenomen zodat voor SV.CO en toekomstige bewoners duidelijk is wat wel/niet mogelijk is. Voor de bedrijfssituatie heeft ARDEA gekozen om op basis van ervaring met soortgelijke tuinbouwbedrijven in dit onderzoek uit te gaan van een maximale representatieve bedrijfssituatie voor SV.CO waarbij SV.CO kan voldoen aan de geluidseisen bij de huidige bestaande woning Burgerdijkseweg 16. Deze bedrijfssituatie bestaat uit: - WKK-installatie minimaal overdag in bedrijf tussen 06.00 en 19.00 uur. Gebruik in avond/nacht nader te bepalen1. - OCAP installatie overdag in gebruik 06.00 en 19.00 uur. - Drycoolers 80%/50%/30%. - Transport met vrachtwagens, 10x overdag, 1x avond, 1x nacht. - Containerwissel divers 1 vrachtwagen overdag. Personenwagens van personeel maken ook geluid. Het geluid van het rijden wordt niet nader beoordeeld omdat de deelbijdrage ten opzichte van de overige bronnen naar het inzicht niet relevant is. Wel wordt het piekgeluid van het dichtslaan van een autoportier beoordeeld.
5.3 Geluidmetingen Op 19 en 26 maart 2022 zijn geluidsmetingen uitgevoerd om het geluid van de OCAPinstallatie en de WKK-installatie te bepalen ter plaatse van de beoogde locatie van de nieuwe woningen op kavel #16. De afstand tot de WKK-installatie bedraagt dan ca. 37 m. Ten opzichte van de technische ruimte met OCAP-installatie bedraagt de afstand ca. 52 m. Metingen zijn uitgevoerd met een Rion NA-28 geluidmeter. De meter is gekalibreerd met een Rion NC74 kalibrator. Bijlage 2 geeft de meetresultaten. Ter plaatse van de nieuwe woning kavel #16 wordt op 19 maart voor de OCAP installatie een geluidsniveau van 49.7 dB(A) gemeten. Voor de meting op 26 maart 2022 is medewerking gekregen om de WKK kort in bedrijf te stellen. Er wordt dan een geluidsniveau van 45.9 dB(A) gemeten. Bij het uitvoeren van de meting is het geluid van de installatie duidelijk herkenbaar met een mogelijk tonaal karakter. Dit tonale karakter is ook zichtbaar bij beschouwing van het meetresultaat in Bijlage 2. Bij 160 Hz is er een duidelijke sterke component zichtbaar. Gezien dit resultaat moet rekening worden gehouden met een tonaliteitscorrectie. Nadat de WKK installatie is uitgezet is het omgevingsgeluid gemeten op de zuidzijde van het perceel om zeker te zijn dat geen geluid van andere bronnen is mee gemeten. Het achtergrondgeluid komt dan uit op 41.2 dB(A).
De meetwaarde van de OCAP-installatie kan gecorrigeerd worden van 49.7-41.2 naar 49.0 dB(A). Voor de WKK-installatie komt dat uit op 45.9-41.2 = 44.2 dB(A). Op basis van deze meetresultaten kan op voorhand al geconcludeerd worden dat bij gebruik van de OCAP installatie op de noordgevel van de woning kavel C een geluidsniveau van 49.0 dB(A) is te verwachten. Daarmee wordt voldaan aan de geluidseis voor de dagperiode van 50 dB(A). Wanneer de installatie om 06.00 uur zou worden gestart en getoetst wordt aan de VNG-nachtperiode dan mag een
OCAP
____________ 1
In het vervolg van het rapport, zie paragraaf 5.5, wordt op basis van metingen en berekeningen bepaald dat de WKK-installatie in de huidige situatie in principe van 05.00-20.30 uur in bedrijf mag zijn. Dat betekent dat dan ter plaatse van de nu al aanwezige woning Bugerdijkseweg 16 voldaan wordt aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit.
11/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea bedrijfsduurcorrectie van 9 dB worden toegepast en komt de beoordelingswaarde uit op 40 dB(A). Daarmee wordt dan ook voldaan aan de VNG-nachtperiode. Het geluidsniveau van de WKK-installatie komt bij de nieuwe woning kavel #16 uit op 44.2 dB(A), exclusief een tonaliteitscorrectie van 5 dB. De tonaliteitscorrectie wordt toegepast op het totale gemiddelde geluid van alle bronnen en geldt zowel bij de bestaande als de nieuwe woningen.
WKK Tonaliteit
5.4 Rekenmodel Kavel #16+#18
Voor de beoordeling van de bouwplannen #kavel 16 is in mei 2022 een rekenmodel industrielawaai opgesteld. Voor de beoordeling van de plannen voor kavel #18 wordt nu gebruik gemaakt van hetzelfde akoestisch model waar de beoogde woningen voor kavel #18 zijn toegevoegd. Bijlage 3 geeft een toelichting bij de gehanteerde uitgangspunten voor de diverse geluidsbronnen die zijn opgenomen in het rekenmodel. Bijlage 4 geeft nadere info over het rekenmodel Voor de berekeningen wordt gekozen om uit te gaan van de standaard beoordelingshoogte van 5 m. Gezien de lokale situatie mag verwacht worden dat de geluidsniveaus op de begane grond of eventuele 2e verdieping niet significant afwijken. Voor de bodemgebieden wordt, net als bij de verkeerslawaaiberekeningen, uitgegaan van harde/zachte bodemgebieden met absorptiefactor 20%/80% Voor de modelberekeningen wordt uitgegaan van de etmaalindeling van het Activiteitenbesluit. Gebruik wordt gemaakt van het programma Geomilieu V2020.2.
5.5 Geluidsberekeningen gemiddelde niveaus BEDRIJFSVOERING MET WKK-INSTALLATIE Tabel 2 geeft het resultaat van de berekeningen voor de langtijdgemiddelde geluidsniveaus voor de bedrijfsvoering met transport, koeling en WKK-installatie in bedrijf tussen 05.00 en 20.30 uur. De waarden zijn zonder de correctie voor tonaliteit. Tabel 2 Langtijdgemiddelde geluidsniveaus bedrijfsvoering2 met WKK 05.00-20.30 uur, exclusief +5 dB tonaliteitscorrectie Naam
Omschrijving
WAn_A WAn2_A WAo_A WAw_A
Kavel 18 A noord Kavel 18 A noord-2 Kavel 18 A oost Kavel 18 A west
WBn_A WBn2_A WBo_A WBw_A WCn_A WCw_A
Hoogte 5 5 5 5
Dag 6-19 44.8 46.6 33.7 46.1
Avond 19-22 41.0 42.7 30.5 42.3
Nacht 22-6 35.0 36.8 24.5 36.4
Kavel 18 B noord Kavel 18 B noord-2 Kavel 18 B oost Kavel 18 B west
5 5 5 5
46.2 44.1 33.0 44.5
42.4 40.4 29.9 40.4
36.6 34.6 23.9 34.6
Kavel 18 C noord Kavel 18 C west
5 5
40.7 40.5
37.0 36.3
31.2 30.4
____________ 2
Op basis van rapport 2678NZA2.003 van mei 2022 komen de geluidsniveaus ter plaatse van de bestaande woning Burgerdijkseweg 16 uit op 45 dB(A) overdag, 40 dB(A) in de avond en 35 dB(A) in de nachtperiode. Wanneer op deze waarden een volledige tonaliteitscorrectie over de hele2 periode wordt toegepast van 5 dB(A) dan komt de beoordelingswaarde uit op 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) ’s nachts. Bij deze bedrijfsvoering wordt in de actuele situatie door SV.Co voldaan aan de eisen.
12/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Kavel 18A
Uit de berekeningen blijkt dat ter plaatse van de woning kavel 18A de gemiddelde geluidsbelasting uitkomt op 47 dB(A) overdag, 43 dB(A) in de avond en 37 dB(A) in de nachtperiode. Na toepassing van de tonaliteitscorrectie wordt niet voldaan aan de beoordelingswaarde.
Kavel 18B
Uit de berekeningen blijkt dat ter plaatse van de woning kavel 18B de gemiddelde geluidsbelasting uitkomt op 46 dB(A) overdag, 42 dB(A) in de avond en 37 dB(A) in de nachtperiode. Na toepassing van de tonaliteitscorrectie wordt niet voldaan aan de beoordelingswaarde.
Kavel 18C
Uit de berekeningen blijkt dat ter plaatse van de woning kavel 18C de gemiddelde geluidsbelasting uitkomt op 41 dB(A) overdag, 37 dB(A) in de avond en 31 dB(A) in de nachtperiode. Na toepassing van de tonaliteitscorrectie wordt wel voldaan aan de beoordelingswaarde. Het voorgaande betekent dat realisatie van de woning op kavel A en B alleen mogelijk is met maatregelen die rekening houden met zowel de belangen van SV.CO als de mogelijk te verwachten hinder voor toekomstige bewoners. In hoofdstuk 6 wordt daarover een advies gegeven. BEDRIJFSVOERING MET OCAP installatie Tabel 3 geeft het resultaat van de berekeningen voor de langtijdgemiddelde geluidsniveaus voor de bedrijfsvoering met transport, koeling en OCAP-installatie in de dagperiode. De waarden zijn zonder correctie voor tonaliteit. Deze hoeft in deze situatie ook niet te worden toegepast. Tabel 3 Langtijdgemiddelde geluidsniveaus met OCAP installatie 06.00-19.00 uur, WKK niet in gebruik. Naam
Omschrijving
WAn_A WAn2_A WAo_A WAw_A
Kavel 18 A noord Kavel 18 A noord-2 Kavel 18 A oost Kavel 18 A west
WBn_A WBn2_A WBo_A WBw_A WCn_A WCw_A
Hoogte 5 5 5 5
Dag 6-19 51.2 53.3 33.8 52.4
Avond 19-22 24.5 26.0 7.3 27.1
Nacht 22-6 21.3 23.2 4.2 24.2
Kavel 18 B noord Kavel 18 B noord-2 Kavel 18 B oost Kavel 18 B west
5 5 5 5
52.2 49.9 30.1 49.7
27.6 27.3 10.1 27.3
24.7 24.4 7.4 24.5
Kavel 18 C noord Kavel 18 C west
5 5
39.9 46.1
22.9 20.5
20.3 17.0
Uit de berekeningen blijkt dat in de dagperiode ten gevolge van de OCAP-installatie relatief hoge geluidsniveaus optreden. Bij de woning kavel A bedraagt de geluidsbelasting in de dagperiode 51-53 dB op de noord- en westgevel. Bij de woning kavel B komt de geluidsbelasting uit op 50-52 dB. Bij de woning kavel C is het geluid niet meer dan 46 dB(A). Dit resultaat betekent dat in de dagperiode niet wordt voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A).
13/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea 5.6 Piekgeluidsniveaus Met het rekenmodel is een berekening gemaakt van de piekgeluidsniveaus bij de nieuwe woningen kavel #18. Tabel 4 geeft het totaal resultaat. Bijlage 6 geeft detailresultaten voor enkele relevante rekenpunten. Tabel 4 Piekgeluidsniveaus transport, containerwissel dag, personenwagens personeel Naam
Omschrijving
WAn_A WAn2_A WAo_A WAw_A
Kavel 18 A noord Kavel 18 A noord-2 Kavel 18 A oost Kavel 18 A west
WBn_A WBn2_A WBo_A WBw_A WCn_A WCw_A
Hoogte 5 5 5 5
Dag 6-19 63.3 65.2 44.2 63.2
Avond 19-22 52.5 48.6 33.8 55.3
Nacht 22-7 52.5 48.6 33.8 55.3
Kavel 18 B noord Kavel 18 B noord-2 Kavel 18 B oost Kavel 18 B west
5 5 5 5
63.1 62.6 44.2 63.1
55.4 55.2 36.9 53.4
55.4 55.2 36.9 53.4
Kavel 18 C noord Kavel 18 C west
5 5
60.2 56.3
46.3 47.5
46.3 47.5
Uit de berekeningen blijkt dat het piekgeluid niet meer bedraagt dan 65 dB(A) overdag, en 55 dB(A) in de avond/nachtperiode. Wanneer deze piekwaarden worden beoordeeld aan de eisen en ontheffingen van het Activiteitenbesluit dan kan worden geconcludeerd dat voldaan kan worden aan deze eisen.
14/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
6 BEOORDELING/ADVIES BOUWPLAN
6.1 Samenvatting berekeningen en beoordeling Verkeerslawaai Uit de verkeerslawaaiberekeningen blijkt dat de geluidsbelasting van de noord- en westgevel van de woning kavel 18A, inclusief correctie art. 110g, uitkomt op 50-52 dB en daarmee hoger is dan de streefwaarde van 48 dB. De geluidsbelasting van de oostelijk zijgevel voldoet wel aan de streefwaarden. Voor de woning kavel 18B is de geluidsbelasting van een deel van de noordgevel 50 dB en daarmee ook hoger dan de streefwaarde van 48 dB. Realisatie van de woningen is alleen mogelijk na afweging van maatregen en een eventueel te volgen hogere waarden procedure wegverkeerslawaai. In dit hoofdstuk wordt vooralsnog geen nadere uitwerking gegeven omdat vanwege het bedrijfsgeluid gekomen wordt tot een advies met aanpassing van de woning waardoor alsnog geen hogere waarde procedure wegverkeerslawaai noodzakelijk is. Bedrijfsgeluid Voor de berekeningen is uitgegaan van de bedrijfsvoering zoals samengevat in paragraaf 5.1 waarbij rekening is gehouden met een vaak voorkomend gebruik van een WKK installatie voor belichting en warmteopwekking in de periode 05.00-20.30 uur3 en daarnaast het gebruik van de OCAP-installatie in de dagperiode.
SV.CO
Bestaand #16
Uit de eerdere berekeningen (rapport 2678NZA2.003 van 30 mei 2022) blijkt dat bij de bestaande woning Burgerdijkseweg 16 door SV.CO voldaan kan worden aan de eisen van het Activiteitenbesluit voor zowel de gemiddelde als de piekgeluidsniveaus. Dit betekent dat op basis van de actuele situatie er voor SV.CO geen verplichting bestaat tot het nemen van (extra) geluidmaatregelen.
Kavel 18A/18B
Ter plaatse van de nieuw te bouwen woning kavel 18A (noord- en westgevel) en 18 B (noordgevel) is de geluidsbelasting hoger dan 50 dB(A) en kan niet voldaan worden aan het Activiteitenbesluit en ook niet aan de streefwaarden van de VNG-richtlijn. Realisatie van deze woningen is alleen mogelijk op basis van aanvullende maatregelen. In paragraaf 6.2 wordt een advies gegeven waarbij zowel rekening wordt gehouden met het bedrijfsbelang van SV.CO, ruimtelijke ordening en realisatie van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners.
____________ 3
Zie ook voetnoot 2.
15/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea 6.2 Afweging en advies voor woningen kavel 18A en 18B Uit de berekeningen blijkt, zie paragraaf 6.1, dat de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer én het bedrijfsgeluid (te) hoog is. Dit betekent dat realisatie van de woningen op deze locatie niet mogelijk is zonder een maatregelafweging. Bij deze afweging is het relevant om, zoals hiervoor al is aangegeven, rekening te houden met het bedrijfsbelang van SV.CO, goede ruimtelijke ordening en realisatie van een goed woon- en leefklimaat. Belang SV.CO
De berekeningen in dit rapport voor de beschreven bedrijfssituatie laten zien dat SV.CO kan voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit bij de bestaande woning Burgerdijkseweg 16. Bij het hiernavolgende advies voor woning kavel 18A/18B is daarom het uitgangspunt dat de realisatie van de nieuwe woningen géén belemmering mag zijn voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van het bedrijf.
Ruimtelijk
Bij het onderzoek voor kavel #16 is aangegeven dat de keuze voor de kavelindeling mede bepaald wordt door algemene, gebruikelijke ruimtelijke eisen waarbij de voorgevel van een woning een vergelijkbare lijn krijgt als naastgelegen woningen. Het verplaatsten van de woningen in zuidelijke of oostelijke richting is in principe mogelijk maar levert een afwijkend ruimtelijk beeld op. Bovendien ontstaan dan voortuinen die geen gebruikswaarde heeft voor toekomstige bewoners vanwege de geluidsbelasting en zicht vanaf de weg.
Woon/leefklimaat Voor een goed woon- en leefklimaat is het vooral van belang te onderkennen dat het
geluid van een WKK-installatie hinderlijk kan zijn vanwege het specifieke karakter van het geluid. Dit blijkt ook uit de metingen waarbij tonaliteit is vastgesteld. Omdat de WKK potentieel ook ’s nachts gebruikt kan worden is het van belang om maatregelen te nemen die niet alleen hinder overdag beperken maar ook slaapverstoring in de nachtperiode reduceren. BRON/OVERDRACHT/ONTVANGER MAATREGELEN Bij bestrijding van geluidhinder is het gebruik om uit te gaan van beoordeling van bronmaatregelen, als die onvoldoende opleveren dan wordt nagegaan in hoeverre schermmaatregelen nodig zijn. Als ook dat niet mogelijk is dan kunnen maatregelen bij de ontvanger (lees woning) worden overwogen. Bron WKK
OCAP
Overdracht
Voor deze situatie is de WKK-installatie bepalend voor de geluidsbelasting in de avonden nachtperiode en de OCAP-installatie voor het geluid in de dagperiode. ARDEA heeft geen detailmetingen bij de WKK-installatie uitgevoerd maar omdat de metingen laten zien dat waarschijnlijk sprake is van een standaard installatie welke is opgesteld in een gebouw van standaard sandwichpanelen is het treffen van maatregelen niet eenvoudig en moet rekening worden gehouden met vervanging van alle geluiddempers en aanpassingen van het gebouw. Het gaat dan eigenlijk om een volledige vervanging en daarmee zeer hoge kosten die voor rekening komen van initiatiefnemer. ARDEA gaat er daarom vanuit dat het treffen van bronmaatregelen geen optie is. ARDEA heeft geen detailonderzoek uitgevoerd naar de OCAP-installatie. In principe zou het mogelijk moeten zijn om een deel van de installatie te voorzien van een geluidsisolerende behuizing c.q1. manteling van de leidingen. De kosten zijn wellicht te overzien maar ook dan zijn nog steeds maatregelen nodig voor de WKK-installatie. Voor reductie van het geluid van de WKK-installatie moet rekening worden gehouden met een hoog geluidscherm (te verwachten hoogte minimaal 7 m). Deze maatregel is daarmee ook niet realistisch vanuit oogpunt van kosten en beperkingen van het bestemmingsplan en ruimtelijke ordening.
16/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Woning kavel 18A Maatregelen bij de woning kunnen bestaan uit goede gevelisolatie en/of optimalisatie van indeling van de woning in combinatie met een rustige buitenruimte/tuin. Hiervoor is al aangegeven dat verplaatsen van de woning in zuidelijke/oostelijke richting in principe mogelijk is maar minder passend in het gewenste algemene ruimtelijke beleid met een gelijke voorgevel/rooilijn. Bovendien gaat het verplaatsen in zuidelijke/oostelijke richting ten koste van de ruimte voor de andere woningen.
Woning
Gezien deze situatie adviseert ARDEA om voor de woning uit te gaan handhaving op de huidige locatie op kavel 18A maar dan wel aanvullende eisen te stellen aan de geluidsisolatie en indeling van de woning. Noord- en westgevel
Daarbij wordt dan geadviseerd om de eis te stellen dat de noord- en westgevel akoestisch ‘doof’ moet worden uitgevoerd zonder te openen ramen of deuren en een zeer goede gevelisolatie gericht op het bijzondere spectrum van de WKK. Door uit te gaan van een volledig dove noord- en westgevel met goede isolatie is formele beoordeling van het geluid van wegverkeer en het bedrijfsgeluid van SV.CO op deze gevel niet meer nodig. Voor de uitvoering van de gevel zie paragraaf 6.3.
Oost/zuidgevel
Voor de oost- zuidgevel van de woning zelf zijn geen maatregelen nodig. Wel is het logisch dat aan deze zijde een terras/tuin wordt aangelegd (zie figuur 5). Om een grotere geluidluwe ruimte te realiseren wordt optioneel geadviseerd om een terrasscherm te plaatsen haaks op de oostgevel. Doel is het beperken van het geluid van het wegverkeer. Woning kavel 18B Voor deze woning laten de berekeningen zien dat de hogere geluidsbelasting deels het gevolg is van reflectie van het geluid tegen de gevel van woning kavel 18A. Voor het meer naar het oosten gelegen gedeelte van de gevel is de geluidsbelasting lager doordat de woning van kavel 18A dan juist geen reflectie geeft en, afhankelijk van de opbouw, zelfs functioneert als een geluidscherm (zie figuur 5). Voor de noordgevel van deze woning wordt geadviseerd om in het ontwerp ook uit te gaan van een dove noordgevel.
6.3 Bouwkundige maatregelen woning kavel 18A en 18B Bouwvlak
Figuur 5 geeft ter verduidelijk een overzicht van de door ARDEA voorgestelde uitvoering van de dove gevels van de woningen. Vanuit akoestisch oogpunt is het doel dat de woning dan over de volle breedte een afscherming biedt naar de zuidzijde en dat de te openen ramen van verblijfsruimten ook makkelijker georiënteerd kunnen worden op de zuid- of oostgevel.
17/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
Figuur 5 Overzicht maatregelen woning 18A en 18B met dove gevels.
Voor de noord- en oostgevel is relevant dat de geluidsisolatie voor de lage frequenties minimaal 25 dB bedraagt. Dit is in principe goed mogelijk indien wordt uitgegaan van geluidsisolerend glas met een folielaag. Indien bij het ontwerp gekozen wordt voor een schuine kap waarachter slaapvertrekken zijn gelegen zal extra aandacht nodig zijn dat de dakplaten een voldoende geluidsisolatie bieden. Zo nodig kan gekozen worden voor een aanvullende maatregel met een extra verende schuine wand/plafond. Afhankelijk van de afmetingen van de vertrekken kan gekozen worden om aan de noordzijde van de woningen een kastenwand te maken die dient als extra geluidsisolatie. Voor de oostgevels kan aanvullend worden overwogen om uit te gaan van een grote dakoverstek zoals ook het geval is bij de naastgelegen woning Laan van Boekesteijn (zie Figuur 6). Deze overstek kan dan extra afscherming geven naar het achterliggende raam van de slaapkamer en zo bijdragen aan een lagere geluidsbelasting.
18/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
Figuur 6 Voorbeeld naastgelegen woning Laan van Boekesteijn met grote overstekende kap 1e verdieping waardoor gevel slaapkamer 1e verdieping ruimschoots is afgeschermd.
19/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
7 CONCLUSIE
Kavel 18A en 18B Op basis van de uitgevoerde metingen en berekeningen is het plan uitvoerbaar indien
voor de woningen kavel 18A en 18B wordt uitgegaan van: Een doordachte oriëntatie van de woning binnen het bouwvlak met buitenruimte op het oosten/zuiden Een volledig dove noord- en westgevel voor de woning kavel 18A en een volledige dove noordgevel voor de woning kavel 18B. Een ontwerp voor de woning kavel 18B waarbij de westgevel (optioneel) extra wordt afgeschermd. Geluidsisolatie welke rekening houdt met het specifieke geluid van een WKK. Doel van de maatregelen aan de noord- en oostgevel is primair dat de realisatie van de woning voor SV.CO geen belemmering voor huidige en toekomstige bedrijfsvoering omdat deze gevels dan worden uitgesloten van beoordeling van het geluid. Op de oostgevel en zuidgevel gelden dan alleen nog de standaardeisen. Met de keuze voor een dove noord/oostgevel behoeft voor het wegverkeerslawaai alleen getoetst te worden op de overblijvende gevels. Bij deze gevels wordt voldaan aan de streefwaarde van 48 dB. Er hoeft geen hogere waarde wegverkeerslawaai te worden vastgesteld. Met genoemde maatregelen kan voor de woning een goed woon- en leefklimaat worden gerealiseerd bij een indeling en oriëntatie van de buitenruimten van de woningen op het zuidoosten. Uitwerking
Na vaststelling van het bestemmingsplan dient bij het verder uitwerken van het ontwerp van woning Kavel 18A en 18B nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de randvoorwaarden zoals omschreven in Hoofdstuk 6. Bij de aanvraag van de bouwvergunning zal een volledige akoestische toetsing nodig zijn om te beoordelen of voldaan wordt aan de eisen voor de dove gevel én ook of de gevelisolatie voldoende is om binnen in de woning een goed woon- leefklimaat te garanderen.
20/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Bijlage 1 Bouwplan
21/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Bijlage 2 Geluidsmetingen
22/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
23/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022 2.5 kHz
1.6 kHz
1 kHz
630 Hz
400 Hz
250 Hz
dB(A)
0
dB(A)
10 10 kHz
20
10 kHz
30 6.3 kHz
40
6.3 kHz
50 4 kHz
Achtergrond, WKK uit, afst 65m van WKK
4 kHz
2.5 kHz
1.6 kHz
1 kHz
630 Hz
400 Hz
250 Hz
60
160 Hz
100 Hz
63 Hz
40 Hz
25 Hz
16 Hz
dB(A)
10 kHz
6.3 kHz
4 kHz
2.5 kHz
1.6 kHz
1 kHz
630 Hz
400 Hz
250 Hz
160 Hz
100 Hz
63 Hz
40 Hz
25 Hz
16 Hz
60
160 Hz
100 Hz
60
63 Hz
40 Hz
25 Hz
16 Hz
ardea
OCAP 12.4m, h=5m
50
40
30
20
10
0
WKK+CO2, afst.37m, h=5m
50
40
30
20
10
0
ardea Bijlage 3 Uitgangspunten geluidsbronnen rekenmodel In het rekenmodel zijn de geluidsbronnen zoals beschreven in paragraaf 5.1 als volgt opgenomen. WKK-INSTALLATIE Voor de WKK-installatie zijn de uitlaat rookgas en de in/uitlaat ventilatie (4x) opgenomen met het gebruikelijke bronvermogen van 78 dB(A) op basis van standaard specificaties van 70 dB(A) op 1 m afstand. Deze keuze blijkt doeltreffend te zijn want een testberekening levert ter plaatse van het meet/rekenpunt op 37 m een gemiddeld geluidsniveau van 45.1 dB(A). Deze waarde komt, binnen de gebruikelijke meet- en rekennauwkeurigheid, zeer goed overeen met de meetwaarde van 44.2 dB(A). OCAP-installatie Op basis van de metingen is het bronvermogen van de OCAP-installatie bepaald met methode II.2. Dit levert, zie onder, een bronvermogen van 94.0 dB(A). Een controleberekening met het model levert een waarde van 94.4 dB(A) op het meet/rekenpunt. OCAP 12.4m, h=5m
II.2
Laeq
31.5 Hz
63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2 kHz
4 kHz
8 kHz
OCAP 12.4m, h=5m Dbodem Dlucht Afstandscorrectie
Lp
49.7
26.7 -6 0.0 45.8
31.9 -6 0.0 45.8
37.9 -2 0.0 45.8
40.2 -2 0.0 45.8
41.1 -2 0.1 45.8
42.7 -2 0.2 45.8
43.3 -2 0.3 45.8
42.9 -2 1.0 45.8
34.0 -2 3.7 45.8
Bron : OCAP
Lw
94.0
66.5
71.7
81.7
84.0
85.0
86.7
87.4
87.7
81.5
55
DRY-COOLERS De Drycoolers zijn niet gemeten. Voor kleine drycoolers varieert het geluidsniveau van 30 dB(A) op 10 m voor een low-noise versie tot 45 dB(A) voor een basisversie. In het rekenmodel is gekozen om uit te van een basisversie. Het bronvermogen per unit bedraagt dan 45+9 = 74 dB(A). In het model zijn de twee coolers als één bron opgenomen met een bronvermogen van 77 dB(A). TRANSPORT Voor de vrachtwagens wordt uitgegaan van een bronvermogen van 103 dB(A) conform de Haagse werkinstructie4 van de omgevingsdienst Haaglanden en een rijsnelheid van 10 km/uur. Voor het wisselen van de container wordt uitgegaan hetzelfde bronvermogen gedurende 5 minuten. Voor het piekgeluid wordt uitgegaan van 110 dB(A) overeenkomstig dezelfde werkinstructie. Voor het piekgeluid van een dicht geslagen autoportier wordt uitgegaan van een bronvermogen van 100 dB(A). Voor eventueel geluid van achteruitrijsignalering wordt geen aparte bron opgenomen. De deelbijdrage van het geluid is zeer beperkt door het kortdurende karakter. Vanwege de tonaliteit van de WKK-installatie wordt al rekening gehouden met een tonaliteitscorrectie. Deze hoeft niet twee keer te worden toegepast.
____________ 4
Naar het inzicht van ARDEA is de Haagse werkinstructie uit 2014 verouderd. In de praktijk wordt bij EURO5/EURO6 vrachtwagens een lagere waarde gemeten. Adviesbureau Peutz heeft al in 2019 een uitgebreide publicatie opgesteld in het Tijdschrift Geluid waaruit blijkt dat de actuele waarden lager zijn.
24/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Bijlage 4 Rekenmodel
3D overzicht 25/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
3D overzicht in zuidoostelijk richting
26/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea
Totaaloverzicht 27/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Puntbronnen Locatie #
x1
y1 h
Groep
naam
bedrijfsduur
m
dB % h
Lwr spectrum
dag
avond
nacht
dB(A)
31
63
125
250
500
1000
2000 4000 8000
Koel
77118.8
442633.8 1.0
0.0
LAeq
Koeltafel 2x
80.0
50.0
30.0
%
76.6
38.5
48.5
67.3
67.8
71.9
72.2
61.7
53.4
43.9
VRWc
77138.6
442641.7 1.0
0.0
LAeq
Wisselen continainer
0.083
-
-
h
103.1
68.0
78.0
86.0
92.0
96.0
99.0
97.0
91.0
80.0
rg1
77164.6
442662.2 12.0
0.0
WKK
Rookgas
13.0
1.5
1.0
h
78.0
59.9
51.8
69.9
63.4
76.8
58.0
56.2
56.0
39.9
v1
77165.7
442660.0 7.0
0.0
WKK
IN/UITLAAT
13.0
1.5
1.0
h
78.5
56.8
70.8
75.8
60.8
62.8
58.8
59.8
59.8
71.8
v2
77160.2
442656.7 7.0
0.0
WKK
IN/UITLAAT
13.0
1.5
1.0
h
78.5
56.8
70.8
75.8
60.8
62.8
58.8
59.8
59.8
71.8
v3
77163.0
442662.2 7.0
0.0
WKK
IN/UITLAAT
13.0
1.5
1.0
h
78.5
56.8
70.8
75.8
60.8
62.8
58.8
59.8
59.8
71.8
v4
77158.9
442659.7 7.0
0.0
WKK
IN/UITLAAT
13.0
1.5
1.0
h
78.5
56.8
70.8
75.8
60.8
62.8
58.8
59.8
59.8
71.8
CNT1
77136.6
442637.7 1.0
0.0
LAmax
Containerwissel
100.0
-
-
%
109.9
72.0
82.0
96.0
97.0
101.0
107.0
103.0
97.0
85.0
VRWmax
77074.1
442580.4 1.0
0.0
LAmax
Vrachtwagen in/uitrit
100.0
100.00 100.00
%
109.9
72.0
82.0
96.0
97.0
101.0
107.0
103.0
97.0
85.0
PAmax
77117.1
442616.8 0.8
0.0
LAmax
Personenwagen max
100.0
100.00 100.00
%
100.1
68.0
78.0
85.0
88.0
92.0
94.0
95.0
92.0
86.0
OCAP
77164.5
442675.6 5.0
0.0
OCAP
OCAP installatie
13.0
-
h
93.9
66.5
71.7
81.7
84.0
85.0
86.7
87.4
87.7
81.5
-
Mobiele bronnen Locatie #
x1
Type y1 h
Groep
Naam
snelheid
m
VRWr
77067.9
442560.4 0.8
0.0
mobbron: 96 m
LAeq
VRWw
77073.5
442566.0 0.8
0.0
mobbron: 122 m
LAeq
28/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
VRW manoeuvreren Wissel
aantal N
Lwr spectrum
dag
avond
nacht
dB(A)
31
63
125
250
500 1000 2000 4000 8000
10 km/u
10
1
1
103.1
68.0
78.0
86.0
92.0
96.0
99.0
97.0
91.0
81.0
10 km/u
2
--
--
103.1
68.0
78.0
86.0
92.0
96.0
99.0
97.0
91.0
81.0
ardea Bijlage 5 Resultaten langtijdgemiddelde geluidsniveaus WAn2_A Naam v1 v3 rg1 v2 v4 Koel VRWc VRWr VRWw 0
Kavel 18 A noord-2 Omschrijving IN/UITLAAT IN/UITLAAT Rookgas IN/UITLAAT IN/UITLAAT Koeltafel 2x Wisselen continainer VRW manoeuvreren Wissel 0
Li 39.4 38.8 38.6 38.2 37.9 28.7 51.5 59.6 65.5 0.0
Hoogte Cm 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 1.5 0.4 3.1 1.9 0.0
5m Dag 39.4 38.8 38.6 38.2 37.9 26.2 29.2 25.1 25.2 0.0 45.8
5m Avond 36.4 35.8 35.6 35.2 34.9 24.2 21.5 0.0 42.7
5m Nacht 30.4 29.8 29.6 29.2 28.9 21.9 17.2 0.0 36.8
0
Li 39.5 38.8 38.2 37.9 36.6 30.0 52.3 61.4 65.3 0.0
Hoogte Cm 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 1.4 0.3 3.1 1.8 0.0
5m Dag 39.5 38.8 38.2 37.9 36.6 27.6 30.1 27.1 25.1 0.0 45.6
5m Avond 36.5 35.8 35.2 34.9 33.6 25.5 23.4 0.0 42.4
5m Nacht 30.4 29.8 29.2 28.8 27.6 23.3 19.2 0.0 36.6
0
Li 33.8 36.7 38.5 38.9 37.8 38.1 61.9 63.8 69.3 0.0
Hoogte Cm 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 2.5 0.5 0.0
5m Dag 32.8 36.7 38.5 38.9 37.8 38.1 39.9 30.0 30.4 0.0 46.6
5m Avond 30.8 33.6 35.5 35.9 34.8 35.1 26.3 0.0 42.5
5m Nacht 28.6 27.6 29.5 29.9 28.8 29.1 22.1 0.0 36.9
Totaal LAr,LT WBn_A Naam v1 v3 v4 rg1 v2 Koel VRWc VRWr VRWw 0
Kavel 18 B noord Omschrijving IN/UITLAAT IN/UITLAAT IN/UITLAAT Rookgas IN/UITLAAT Koeltafel 2x Wisselen continainer VRW manoeuvreren Wissel Totaal LAr,LT
WNPCn_A Naam Koel rg1 v1 v2 v3 v4 VRWc VRWr VRWw 0
Kavel C noord Omschrijving Koeltafel 2x Rookgas IN/UITLAAT IN/UITLAAT IN/UITLAAT IN/UITLAAT Wisselen continainer VRW manoeuvreren Wissel Totaal LAr,LT
29/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Bijlage 6 Resultaten piekgeluidsniveaus WAn2_A Naam CNT1 PAmax VRWmax
Kavel 18 A noord-2 Omschrijving Containerwissel Personenwagen max Vrachtwagen in/uitrit
Li 65.8 50.5 37.8
Hoogte Cm 0.6 1.9 3.0
LAmax WBn_A Naam CNT1 PAmax VRWmax
Kavel 18 B noord Omschrijving Containerwissel Personenwagen max Vrachtwagen in/uitrit
Li 63.6 52.4 58.3
Hoogte Cm 0.5 1.8 2.9
LAmax WCn_A Naam CNT1 PAmax VRWmax
Kavel 18 C noord Omschrijving Containerwissel Personenwagen max Vrachtwagen in/uitrit LAmax
30/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
Li 61.5 47.5 49.3
Hoogte Cm 1.3 2.1 3.0
5m Dag 65.2 48.6 34.8
5m Avond -48.6 34.8
5m Nacht -48.6 34.8
65.2
48.6
48.6
5m Dag 63.1 50.6 55.4
5m Avond -50.6 55.4
5m Nacht -50.6 55.4
63.1
55.4
55.4
5m Dag 60.2 45.4 46.3
5m Avond -45.4 46.3
5m Nacht -45.4 46.3
60.2
46.3
46.3
ardea Bijlage 7 Verificatieoverzichten voor ODH Periodedefinities
Tabel 2
31/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
ardea Tabel 3 Deelbijdrage OKAP (inclusief overig)
Tabel 4
32/32 Rapport Familie Noordam-Keijzer 2678NZB2.002 17 November 2022
Bijlage 2 Waterparagraaf Burgerdijkseweg 18
39
3.5 Water 3.5.1 Wettelijk kader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Europa:
•
Kaderrichtlijn Water (KRW).
Nationaal:
•
Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21);
•
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);
•
Waterwet.
•
Nationaal waterplan
Provinciaal:
•
Provinciaal Waterplan;
•
Visie Ruimte en Mobiliteit;
•
Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.
Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBWpartijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:
•
Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;
•
Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater;
•
Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;
•
Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;
•
Nederlanders leven waterbewust.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.
Provinciaal beleid Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015. In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid:
•
de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving. Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol;
•
aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem;
•
het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid;
•
tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving.
De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021. Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016. De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht. De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen.
Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen. De
waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn. Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het beschermingsniveau verschilt per vorm van landgebruik en is gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstromingen. De waterkwaliteitsnormen zijn gerelateerd aan het landgebruik en daarmee bepalend voor de mogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt. De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet.
Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen.
Waterschapsbeleid Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop:
•
de waterveiligheid;
•
het waterbeheer;
•
de waterkwaliteit;
•
het zuiveren van afvalwater.
Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, medeoverheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak. Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode.
De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap:
1.
In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Delfland werkt bij het bestendigen van het beheer van de infrastructuur toe naar de levenscyclusbenadering;
2.
Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. Dit betekent de kans op natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeteren en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Bij elk project, proces en activiteit worden de innovatieve mogelijkheden en de meest duurzame wijze van uitvoering meegenomen in de afwegingen;
3.
Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. De samenwerking in het waterbeheer is pluriform van karakter. Het waterschap speelt hierop in door goed omgevingsmanagement en door op basis van transparantie en vertrouwen de samenwerking te zoeken en structureel te onderhouden. Delfland wil het waterbewustzijn bevorderen door samenwerking met belanghebbenden en delen van verantwoordelijkheden;
4.
Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Duidelijke kaders worden neergezet, zoals financieel gezond en bijdragen aan toekomstbestendig waterbeheer, maar dogma's zijn er niet. Dit betekent dat er in de werken beleidsprocessen van de ambtelijke organisatie en bij bestuurlijke besluitvorming binnen de wettelijke mogelijkheden voldoende ruimte moet zijn om maatwerk te leveren. Innovatie fungeert daarbij als aanjager om te blijven vernieuwen, mee te bewegen met veranderingen en te voorkomen dat het waterschap statisch wordt.
In 2007 (herzien in oktober 2018) is een Handreiking Watertoets, ruimte voor water in ruimtelijke plannen opgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland stelt voorwaarden aan de inhoud van de watertoets (waterparagraaf) als verplicht onderdeel van de onderbouwing van ruimtelijke plannen. De watertoets berust op twee uitgangspunten:
•
Standstill-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; Het is belangrijk om water al bij de locatiekeuze en het ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen als ordenend principe te gebruiken. Dat voorkomt het ontstaan van knelpunten achteraf, zoals (grond)wateroverlast of slechte waterkwaliteit;
•
Verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Het gaat daarbij ook om de relatie tussen de verschillende waterthema's (droogte en wateroverlast, afvalwater, waterkwaliteit en ecologie, waterkeringen). Waterknelpunten en/of problemen met waterkeringen worden niet afgewenteld op de omgeving of verschoven naar de toekomst
De toelichting van bestemmingsplannen dient een beschrijving te bevatten van de volledige watersituatie binnen het plangebied, alsmede de te verwachten ontwikkelingen. Deze beschrijving dient in te gaan op de volgende aspecten:
•
Beleidskader omtrent water;
•
Veiligheid en waterkeringen;
•
Waterkwantiteit;
•
Grondwater en voorkomen van (zoet) water te kort;
•
Onderhoud en bagger;
•
Watersysteemkwaliteit en ecologie;
•
Afvalwater en riolering;
•
Klimaatadaptie.
Gemeentelijk beleid Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: ”Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie“, worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
3.5.2 Onderzoek Veiligheid en waterkeringen Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en de werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd. Het perceel ligt niet binnen de invloedssfeer van een waterkering.
Waterkwantiteit Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste
instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. De planlocatie is gelegen in de Kralingerpolder. Voor dit peilgebied geldt een maaiveld hoogte van -2.00 m NAP en een waterpeil van -2.2 m NAP en een maximale peilsteiging van 0,2 meter. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de watersleutel ontwikkeld, een rekentool waarbij op basis van een aantal relevante kenmerken van de ontwikkeling en het watersysteem wordt bepaald hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd. Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, kan ook een modelstudie worden uitgevoerd. Voor veel ontwikkelingen, waaronder het projectgebied, kan worden volstaan met een eenvoudigere methode om inzicht te krijgen in de benodigde watercompensatie.
Onderstaand de analyse op basis van de Watersleutel. De verharding en ook het beschermingsniveau (van glastuinbouw naar wonen en groen) neemt in de nieuwe situatie af, waardoor er geen wateropgave ontstaat.. Voor de bestemmingswijziging is een berekening van de watersleutel uitgevoerd. Uit de berekening is gebleken dat de aanpassing van de bestemming valt onder de kruimelgevallen, waardoor het realiseren van extra wateropgave niet noodzakelijk is.
Optioneel Voorkomen van wateroverlast Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woning voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking watertoets voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen.
Watersysteemkwaliteit en ecologie In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen.
In zijn algemeenheid is bij het omzetten van glastuinbouw naar wonen en natuur sprake van minder uitstoot van nutriën en gewasbeschermingsmiddelen, waardoor de waterkwaliteit zou kunnen verbeteren. Belangrijk onderdeel is het natuurvriendelijk overprincipe (NVO). Aangezien het plangebied in het boezemgebied ligt, bebost is en veel water herbergt, is in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente gekeken naar de mogelijkheden bij deze oevers. Besloten is om deze ook in het gebied te realiseren. De NVO's bestaan onder meer uit een flauwe oever, moeras en rietoevers. De NVO's voorzien in meerdere ecologische functies. Het natte profiel heeft naast zijn ecologische en visuele functie op meerdere locaties ook een belangrijke functie als bypass voor de omliggende vaarten.