Burgerdijkseweg 16 te De Lier_vastgesteld_1_Toelichting
Tekst van het document
BURGERDIJKSEWEG 16 TE DE LIER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.OGTBGDIJKSEWG16pbp-VA01 vastgesteld
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
10
2.1
Beleidskader
10
2.2
Ruimtelijke opbouw
18
2.3
Gebiedsvisie
19
2.4
Verkeer
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
22
3.1
Vormvrije Mer-beoordeling
22
3.2
Bedrijven en milieuzonering
22
3.3
Geluid
23
3.4
Luchtkwaliteit
25
3.5
Externe veiligheid
26
3.6
Water
28
3.7
Bodem
36
3.8
Ecologie
37
3.9
Cultuurhistorische aspecten
40
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
43
4.1
Planvorm
43
4.2
Bestemmingsregeling
46
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
47
5.1
Economische uitvoerbaarheid
47
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In het bestemmingsplan "Verzamelplan Glastuinbouw 2.0", zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Westland op 15 februari 2022, heeft het perceel Burgerdijkseweg 16 een woonbestemming (Wonen voormalige boerderij) gekregen. Door de aanvrager is het plan opgevat om het woonperceel te splitsen in drie kavels. Hierbij blijft het bestaande woonhuis (kavel A) behouden en worden de bestaande schuren en hobbykas gesloopt waardoor de voormalige boerderij functie is komen te vervallen. De twee hiermee verkregen extra kavels (kavel B en kavel C) worden ingezet voor de bouw van twee uit het glastuinbouwgebied uit te plaatsen bedrijfswoningen. In onderstaande afbeelding is de inrichting en de beoogde splitsing van het kavel weergegeven.
Inrichtingstekening en ligging kavels nieuwe situatie Aan de twee uitplaatsingskavels worden 'woonrechten' gekoppeld. Het voorgaande houdt in dat een uitplaatsingskavel alleen verkocht en bebouwd mag worden indien hiervoor een woonrecht overlegd kan worden. Voor het aanleveren van het woonrecht is in het voorliggende bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De kavels worden via de bestaande in- en uitrit ontsloten op de Burgerdijkseweg en beschikken inclusief bezoekersparkeren elk over 3 parkeerplaatsen op eigen terrein. Uit onderzoek is gebleken dat woningbouw op kavel B en C met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat mogelijk is en dat de bedrijfsvoering van het tegenover gelegen glastuinbouwbedrijf ook niet verslechterd, maar dat de woningen dan wel binnen een bepaalde zone gebouwd moeten worden en de woning op kavel C aan de noord- en oostgevel met zogenaamde 'dove' gevels uitgevoerd moet worden.
6
Het "Verzamelplan Glastuinbouw 2.0" voorziet niet in de voornoemde maatregelen. Om het plan mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het aan de zuidoost zijde van de kern van De Lier in het duurzame glastuinbouwgebied gelegen plangebied Burgerdijkseweg 16 te De Lier is kadastraal bekend gemeente De Lier sectie I nummers 1167, 1168, 1169, 1170, 1171 en 1172.
Luchtfoto met ligging percelen
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het van kracht worden van het voorliggende bestemmingsplan was binnen het plangebied het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' van toepassing, vastgesteld door de raad van Westland op 19 december 2012. Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge artikel 22 de bestemming 'Wonen - Voormalige boerderij' en ingevolge artikel 28 de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie (swr-3)'.
7
Fragment plankaart b estemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' Gebruik Ingevolge artikel 22.1 sub . a. zijn de voor "Wonen - Voormalige boerderij" (W-VB) aangewezen gronden bestemd voor het wonen in een voormalig boerderijpand; Het gebruik van de gronden ten behoeve van het uitplaatsen van woningen is niet in overeenstemming met voormeld artikellid. Ingevolge artikel 28.1 zijn de voor "Waarde - Archeologie" (WR-A) aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bouwen Ingevolge artikel 22.2. sub a. mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming gebouwd worden. In relatie tot het voorliggende plan vinden geen bouwactiviteiten plaats. Parkeren Ingevolge artikel 3.1 van het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen' is het gebruik van gronden en bouwwerken slechts toegestaan als op eigen terrein voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Het voorliggende plan is getoetst aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland 2018'. Parkeren vindt plaats op eigen terrein waardoor het project voldoet aan deze beleidsregel en is daarmee in overeenstemming met voornoemd artikellid. - Vastgesteld bestemmingsplan "Verzamelplan Glastuinbouw deel 2" Tevens is er plaatse van het plangebied op 15 februari 2022 het bestemmingsplan "Verzamelplan Glastuinbouw deel 2" vastgesteld.
In het voornoemde nog niet onherroepelijk zijnde bestemmingsplan hebben de gronden artikel 13 de bestemming 'Wonen - Voormalige boerderij' en ingevolge artikel 16 de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (swr-3)'.
8
Fragment plankaart vastgesteld b estemmingsplan "Verzamelplan Glastuinbouw 2.0" Gebruik Ingevolge artikel 13.1 sub . a. zijn de voor "Wonen – Voormalige Boerderij" (W-VB) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
het wonen in een voormalig b oerderijpand; het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvormen van de voormalige boerderij panden; b ijbehorende erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de b ereikbaarheid van het voormalig b oerderijpand en groen; (hoofd-)watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluitingswegen ten b ehoeve van de bereikbaarheid van glastuinbouwbedrijven en voet- en fietspaden;
Ingevolge artikel 16.1 zijn de voor "Waarde - Archeologie" (WR-A) aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende b estemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bouwen Ingevolge artikel 13.2. sub a. mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming gebouwd worden. In relatie tot het voorliggende bestemmingsplan vinden geen bouwactiviteiten plaats.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Burgerdijkseweg 16 te De Lier' bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. Op de tot de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland behorende toekomstkaart is het plangebied aangewezen voor kassengebied. Tevens is het gebied aangewezen als zoeklokatie voor aardwarmteboring.
10
De toekomstkaart van Westland met ligging plangebied. Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het plangebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 Op 7 februari 2022 hebben burgemeester en wethouders van Westland de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 bekend gemaakt. Deze strategie bevat de weergave van hoe de
11
gemeente Westland haar uitvoerings- (vergunningen) en handhavingstaken (toezicht en handhaving) uitvoert en hoe de interpretatieruimte die de wetgeving wordt ingevuld. Er is alvast aangesloten bij de terminologie en begrippen uit de komende Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Omgevingswet dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Gemeente Westland zal risicogestuurd aanvragen om een omgevingsvergunning vergunnen. Na vergunningverlening wordt toezicht gehouden op de naleving van de vergunnings- of ontheffingsvoorwaarden, terwijl continue toezicht wordt gehouden op de naleving van wet- en regelgeving als het omgevingsplan. Ook voor bouwtoezicht en handhaving geldt dat er risicogestuurd wordt gewerkt. Strijdig gebruik van bedrijfsterreinen geldt als een bestuurlijk speerpunt, zodat een overtreding met hoge prioriteit zal worden aangepakt.
De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten.
Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende
12
(vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan, met uitzondering van de locaties waarvoor vergunning verleend is. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan.
In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving. De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptief woongebied. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van
13
de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
14
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Uit de toets van het plan aan de kaart Greenports (Kaart 11) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is naar voren gekomen dat het plangebied zich binnen de op de voormelde kaart aangegeven begrenzing van het glastuinbouwgebied is gelegen.
Het al voor wonen bestemde kavel wordt ingezet als uitplaatsingslocatie voor uit het glastuinbouwgebied te verplaatsen woningen.
15
Fragment kaart 11 Omgevingsverodening 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
16
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale b elangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen.
Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen
17
overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het toevoegen van twee woningen op het perceel Burgerdijkseweg 16 te De Lier past in het overheidsbeleid.
2.2
Ruimtelijke opbouw
Het perceel aan de Burgerdijkseweg 16 te De Lier is gelegen in het voornamelijk uit kassengebied bestaande buitengebied van Westland dat deels het oude landschapspatroon volgt. De bebouwing in het buitengebied bestaat voor het overgrote deel uit kassen afgewisseld met bedrijfshallen en enkele woningen, die in de regel langs de weg staan. Het betreffende perceel is een voormalig boerenkavel gelegen aan één van de oudste historische linten van het Westland. Veel van de oorspronkelijke boerderijen in het Westland zijn aan dit lint te vinden. De Burgerdijkseweg vormde samen met de Oude Campsweg vanaf de tiende eeuw de zuidelijke bedijking van de Lee. Deze functie verloor de dijk na de afdamming van de Lee in de dertiende eeuw. Het plangebied met een oppervlakte van circa 4.700 m² heeft ingevolge het onderliggende bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland" en het "Verzamelplan Glastuinbouw deel 2" eerder al een woonbestemming verkregen. Het plangebied is omringd met watergangen en is momenteel bebouwd met de bestaande woning, een grote en een kleine schuur en een hobbykas.
Tekening b estaande situatie Uitplaatsen van twee woningen Door twee woningen uit te plaatsen komt er elders in het glastuinbouwgebied weer ruimte beschikbaar voor herstructurering (door de sloop van 2 woningen). Voor deze kavels langs de Burgerdijksweg 16 zijn nog geen woonrechten aangeleverd, waardoor er gekozen is voor een voorwaardelijke verplichting.
18
- Voorwaardelijke verplichting Vanwege het feit dat niet aan alle voorwaarden van omzetting wordt voldaan (artikel 3.7.3. van de planregels bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland') is op de planverbeelding bij de uitplaats kavels een functieaanduiding "(sw-vwv)" opgenomen met daaraan verbonden een voorwaardelijke verplichting die opgenomen is in de planregels. Het gaat om de volgende voorwaarden: de sloop van de (voormalige bedrijfs-)woning nodig is vanwege de (toekomstige) schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw; de (voormalige bedrijfs-)woning wordt gesloopt, binnen 2 maanden na gereedmelding van de nieuwe woning; de achter te laten kavel aantoonbaar te koop is aangeboden voor een agrarische prijs ten behoeve van herstructurering of schaalvergroting van de glastuinbouw aan de eigenaren van de aangrenzende percelen of een recht van koop aan deze(n) is verstrekt in geval (nog) niet direct tot aankoop wordt overgegaan; alle bestaande bouwwerken, op de achter te laten kavel, zijn gesloopt; de herstructurering en/of schaalvergroting waar de woning onderdeel van uitmaakt de instemming heeft van de glastuinbouwdeskundige en de waterbeheerder; Als bij de uiteindelijke aanvraag omgevingsvergunning voldaan wordt aan bovengenoemde voorwaarden is het pas mogelijk om op beide kavels te bouwen.
2.3
Gebiedsvisie
De initiatiefnemers zijn voornemens om de bestaande schuren en hobbykas te slopen en twee nieuwe woningen te realiseren op het perceel. Hierbij blijft de bestaande woning behouden. Hiervoor wordt het woonperceel verdeeld in drie kavels. De nieuwe woningen sluiten qua situering aan bij de naastgelegen bestaande woning en zijn gelegen rondom een erf die via een inrit vanaf de Burgerdijkseweg is ontsloten. De nieuwe woningen worden niet voor de voorgevelrooilijnen van de omliggende woningen gepositioneerd waardoor er ruimte is om tussen de woningen en de bestaande wegen een groene invulling te maken. De woningen zijn op voldoende afstand van de bestaande glastuinbouwbedrijven gelegen. De bestaande watergangen blijven behouden. Aan de zuidoostzijde wordt de watercompensatie gegraven ter plaatse van de bestaande watergang. Bij voorkeur wordt deze watercompensatie ingericht met een natuurlijk vriendelijke oever (nvo), zodat eventueel aansluiting kan worden gemaakt met de nog te realiseren natuurlijk vriendelijke oever ten oosten naast de planlocatie.
19
Tekening nieuwe situatie (b ron: AAB). Beeldkwaliteit - Massaopbouw De nieuwe woningen kunnen bestaan uit twee lagen met een zadeldak. De nok kan evenwijdig aan of haaks op de aansluitende weg staan. De goothoogte mag maximaal 7 meter zijn en de bouwhoogte 10 meter. De massaopbouw is bij voorkeur 1 laag met een kap. De inhoud van de woningen mag niet meer dan 1.000 m3 bedragen. De genoemde maten zijn conform het bestaande bestemmingsplan. Eventuele uitbreidingen (zoals dakkapellen en aanbouwen) worden opgenomen in de hoofdmassa of worden toegevoegd als ondergeschikt element. Bijgebouwen worden afgestemd op de hoofdmassa. - Architectuur In de architectuur zal aansluiting gezocht worden met het omliggende agrarische gebied én met het verleden en karakter van de Burgerdijkseweg. Het heeft de voorkeur om per woning alles onder één dak te situeren, zodat een schuurachtige uitstraling ontstaat passend bij een boerenerf. De gevels van de woningen worden in hoofdzaak uitgevoerd in hout of baksteen.
Voorb eelden van architectuur die aansluit bij een boerenerf (bron linksboven: Buitenkansenoverijssel.nl, bron linksonder: ORGA architect B.V., b ron rechts: JP van den Bent stichting). - Inrichting terrein Ook bij de opzet van het terrein wordt aangehaakt bij voornoemd verleden en het karakter van de Burgerdijkseweg. Het perceel wordt bij voorkeur ingericht als een boerenerf waar de woningen zijn
20
gesitueerd rondom een erf. Het parkeren is gelegen aan het erf en heeft een gemeenschappelijk karakter. De verhardingen van de weg en het erf bestaan hoofdzakelijk uit kenmerkende streekeigen verharding, zoals bijvoorbeeld authentieke straatklinkers, grindstroken en/of grindpaden. Rondom de woonhuizen wordt de tuin voornamelijk ingericht als siertuin met veel gras en inheemse soorten bomen en struiken. Bij voorkeur worden erfscheidingen natuurlijk vorm gegeven (hagen, struiken, etc) en wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van hoge schuttingen of hoge hekwerken.
Voorb eelden van terreininrichting passend bij een boerenerf (bron links: the Citadel Company, bron rechts: architectenweb .nl).
2.4
Verkeer
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Ingevolge de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 geldt voor elk van de woningen een parkeernorm van drie parkeerplaatsen op eigen terrein. Bezoekersparkeren wordt geheel opgevangen op het eigen terrein. De kavels zijn gelegen rondom een erf die via een inrit vanaf de Burgerdijkseweg is ontsloten ( zie tekening nieuwe situatie paragraaf 2.3).
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Vormvrije M er-beoordeling
3.1.1
Wettelijk kader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. 3.1.2
Onderzoek en conclusie
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De m.e.r.-beoordeling is toegevoegd in de bijlagen (Vormvrije m.e.r. - beoordeling Burgerdijkseweg 16 te De Lier, datum 6 juni 2023). Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het project leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.2.2
Onderzoek
Glastuinbouwb edrijven Voor de milieuzonering van de glastuinbouwbedrijven geldt dat deze zijn ingedeeld als categorie 2 inrichting. Ten opzichte van woningen in het gemengde gebied geldt conform de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat een afstand van 10 meter moet worden aangehouden. Deze afstand geldt dan tussen de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning. Als afstandsmaat tussen een enkele woning en de bestemmingsgrens "Glastuinbouw" wordt 14 meter aangehouden. Deze afstandsmaat, welke is overgenomen uit het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland”, houdt rekening met de voornoemde aan te houden afstand van 10 meter en met de mogelijkheid om bij een woning 4 meter vergunningsvrij aan te bouwen. Met deze afstandsmaat is een goede ruimtelijke- en milieu hygiënische inpassing gewaarborgd. Het dichtstbijzijnde glastuinbouwbedrijf is gelegen aan de Laan van Boekesteijn 24 en ligt op een afstand van circa 23,1 meter van de nieuw te bouwen woning B. De afstand tussen de nieuwe woning C en de bedrijfsruimte van het glastuinbouwbedrijf aan de Burgerdijkseweg 5 (SV.CO) is circa 40,9 meter. Hiermee wordt aan de voornoemde afstandsmaat van 10 meter voldaan.
22
WKK Ter plaatse van het voornoemde glastuinbouwbedrijf SV.CO) is een WKK aanwezig. Ingevolge het onderliggende bestemmingsplan is het vanwege geluidshinder binnen een zone van 65 meter gemeten vanuit de warmtekrachtkoppeling niet toegestaan om nieuwe milieugevoelige objecten te realiseren. De voorgevel rooilijn van woning C komt op circa 31 meter afstand van de WKK te liggen. Dit is minder dan de voornoemde minimale afstand van 65 meter. Naar aanleiding van het voorgaande is als onderdeel van het uitgevoerde akoestisch onderzoek de akoestiche situatie van de WKK berekend en beoordeeld (J. en L. Noordam, plan voor bouw woningen Burgerdijkseweg 16 te De Lier, Ardea Acoustics & Consult, rapport 2678NZA2.005, datum 24 maart 2023). Op basis van de in voornoemd rapport uitgevoerde metingen en berekeningen komt naar voren dat een achter de op de plankaart aangeven voorgevelrooilijn gelegen woning omliggende bedrijven niet belemmerd in hun bedrijfsvoering indien voor de woning op kavel C uitgegaan wordt van een aantal uitgangspunten. In paragraaf 3.3.2 wordt nader op deze uitgangspunten ingegaan. 3.2.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader
Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. De in voorliggend bestemmingsplan voorziene woningen worden gebouwd binnen de zone van de Burgerdijkseweg. 3.3.2
Onderzoek
Vanuit het Activiteitenbesluit geldt dat voor een bedrijf geluidsgrenswaarden gelden ten opzichte van woningen. De te bouwen woningen hebben te maken met geluidproductie van een tegenover gelegen glastuinbouwbedrijf en van een tegenover gelegen glastuinbouwbedrijven met een WKK-installatie. Onderzocht is welke geluidsproductie er is vanwege de Burgerdijkseweg en Laan van Boekestein (wegverkeerslawaai) en de aanwezige glastuinbouw (bedrijfsgeluid), (J. en L. Noordam, plan voor bouw woningen Burgerdijkseweg 16 te De Lier, Ardea Acoustics & Consult, rapport 2678NZA2.005, datum 24 maart 2023) Uit voornoemd onderzoek blijkt ten aanzien van: Kavel B Voor de woning op kavel B is alleen relevant dat eventueel sprake kan zijn van een kleine overschrijding van de streef/grenswaarde voor piekgeluidsniveaus in de nachtperiode. Dit is uitstekend te compenseren met een standaard gevelisolatie. Kavel C Op basis van de uitgevoerde metingen en berekeningen is het plan uitvoerbaar indien voor de woning op kavel C uitgegaan wordt van: Een doordachte orientatie van de woning achter de op de plankaart aangeven voorgevelrooilijn met
23
buitenruimte op het zuiden; Een volledig dove noordgevel; Een volledig dove oostgevel tenzij een ontwerp bedacht wordt waarbij bouwkundige elementen van de woning voldoende afscherming bieden; Geluidsisolatie welke rekening houdt met het specifieke geluid van een WKK.
Overzicht uitgangspunten woning kavel C Doel van de maatregelen aan de noord- en oostgevel is primair dat de realisatie van de woning voor SV.CO geen belemmering voor huidige en toekomstige bedrijfsvoering vormt omdat deze gevels dan worden uitgesloten van beoordeling van geluid. Op de oostgevel en zuidgevel gelden dan nog wel eisen. Die zijn echter niet onnodig bezwarend in verhouding tot de nu al bestaande naastgelegen woning Burgerdijkseweg 16. Hogere waarde Met de keuze voor een dove noordgevel behoeft voor het wegverkeerslawaai alleen getoetst te worden op de oost/westgevel. Bij deze gevels wordt voldaan aan de streefwaarde van 48 dB. Er hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Met genoemde maatregelen kan voor de woning een goed woon- en leefklimaat worden gerealiseerd bij een indeling en orientatie van de woning op het zuiden. Resumé Na vaststelling van het bestemmingsplan dient bij het verder uitwerken van het ontwerp van een woning op kavel C nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de bovengenoemde uitgangspunten. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning zal een volledige akoestische toetsing nodig zijn om te beoordelen of voldaan wordt aan de eisen voor de dove gevel én of de gevelisolatie voldoende is om binnen in de woning een goed woon- en leefklimaat te garanderen. 3.3.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
24
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m³
2010 t/m 2014
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/m³
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing
(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
25
3.4.2
Onderzoek
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit het mogelijk maken van twee nieuwe vrijstaande woningen op het perceel Burgerdijkseweg 16 te De Lier. Gelet op het aantal draagt het project 'Niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging waardoor het niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke kwaliteitsnormen. Hieruit kan worden opgemaakt dat het plan geen bijdrage levert aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en past binnen de kaders van de Wet milieubeheer. 3.4.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.
Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.5.2
Onderzoek
Risicovolle inrichtingen Uit de risicokaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat het plangebied niet is gesitueerd in de omgeving van een Bevi-bedrijf, zie 3.4.2.
26
Uitsnede risicokaart externe veiligheid (b ron: risicokaart.nl). Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt buiten de 200 m-zone vanaf rijkswegen en spoorwegen in het kader van de basisnetroute voor gevaarlijke stoffen. Hierdoor is er geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen. Er kan vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale en gemeentelijke wegen plaatsvinden. Het plan ligt buiten de 200 m zone en het invloedsgebied van de N223 waarover vervoer van onder andere LPG plaatsvindt. Het is niet aannemelijk dat de bevoorrading van de propaantank aan de Gildeland 5 via de Burgerdijkseweg zal plaatsvinden. Daarmee ligt het plan niet binnen de invloedssfeer van een transportroute als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Buisleidingen Eerst is bekeken of de nieuwe woningen een kwetsbare objecten zijn. Kwetsbare objecten zijn onder meer woningen, ziekenhuizen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, omvangrijke kantoorgebouwen, recreatieterreinen en andere gebouwen waar grote aantallen personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Via een wijziging in het Bevi (Besluit van 9-9- 2008, Stb. 2008, nr. 380) worden ook woonschepen en woonwagens tot kwetsbare objecten gerekend.
Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer verspreid liggende woningen, kleinere kantoren, hotels en restaurants, sporthallen, overige bedrijfsgebouwen. Op basis van het Bevi wordt onder verspreid liggende woningen verstaan: een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Ook lintbebouwing, voor zover deze loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op de contouren van het PR van een buisleiding, wordt aangeduid als een beperkt kwetsbaar object. De woningen zijn kwetsbare objecten als benoemd in de wetgeving op het gebied van externe veiligheid. In de omgeving van de ontwikkellocatie is sprake van een hogedruk aardgasbuisleiding van Gasunie Transport Services, leiding W-522-04. Volgens het huidige bestemmingsplan zijn de volgende veiligheidsafstanden van toepassing:
27
De leiding is ruim 83 meter gelegen van de perceelsgrens van het plangebied. Dit betekent dat de woningen binnen de 1% letaliteitscontour liggen. Er worden de volgende handelingsperspectieven aangehouden: - Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren), haaks op de windrichting. - Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief voor de vrijkomende warmtestraling. Dit biedt echter geen veiligheid voor de mogelijke aanwezigheid van een giftige dampwolk. - Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. - Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnenblijven waarbij de mechanische ventilatie wordt uitgeschakeld. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden om het gebied af te zetten. Eventuele bestrijding vindt plaats wanneer de leiding door de leidingeigenaar is afgesloten en leeggestroomd. De bestrijding zal daarna gericht worden op eventuele secondaire branden. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Een fakkelbrand of plasbrand is het bepalende scenario.
In geval van een calamiteit dienen personen indien mogelijk en anders binnen te schuilen tegen warmtestraling. De geprojecteerde ontwikkeling bevat geen groepen beperkt zelfredzame personen. Zelfredzaamheid wordt daarom voldoende geacht. Groepsrisico Er is sprake van een zeer geringe toename van de populatie. Het groepsrisico zal niet toenemen. Het gebied waar het plan is gesitueerd, is dunbevolkt. Het groepsrisico is naar verwachting lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Kabels en Leidingen Voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden wordt bij het KLIC gemeld waar en wanneer wordt gegraven. 3.5.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
3.6
Water
3.6.1
Wettelijk kader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Waterwet. Nationaal waterplan
28
Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Visie Ruimte en Mobiliteit; Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland. Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld.
In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. Provinciaal beleid Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015. In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid: de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving.
Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol; aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem; het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid; tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving. De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021. Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48
29
Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016. De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht. De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen. Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen. De waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn. Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden.