CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek 31 tot en met 40 (21-0359762)

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Waelpolder28.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 3.10-3.11 Voor handelingen in het kader van ruimtelijke inrichting en (Nationaal beschermde soorten) ontwikkeling geldt een vrijstelling voor overtreding van de verbodsbepalingen, mits de handelingen uitgevoerd worden conform een goedgekeurde gedragscode. Indien het niet mogelijk is om conform een gedragscode te werken, dan dient ontheffing aangevraagd te worden. Alle planten en dieren In het kader van de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel als (Zorgplicht) redelijkerwijs verwacht kan worden voorkomen te worden, beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden.

2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

7

3

PLANGEBIED

3.1

Ligging

Het plangebied wordt omsloten door de Poelkade aan de oostzijde, de Nieuwe Vaart aan de westzijde en het Icarusblauwtje aan de zuidzijde. Het plangebied is gelegen tussen de stedelijke bebouwing van ’s-Gravenzande en het kassengebied van Naaldwijk, in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied bevat weilanden met langs de straten woonhuizen en kassen. Zie figuur 3.1 en bijlage 2 voor de ligging en de begrenzing van het plangebied.

Figuur 3.1. Ligging en begrenzing van het plangebied Waalpolder Noord & Zuid te ‘s-Gravenzande (rood omkaderd).

Aan de zuidkant van het plangebied is de woonwijk Dijckerwaal I en II in aanbouw en bijna voltooid. Ten noorden van het plangebied is de wijk Rijnvaart in de beginfase van aanbouw. Ten westen van het plangebied ligt de watergang de Nieuwe Vaart met daarachter bedrijventerrein en woonwijken in ‘s-Gravenzande. Ten westen van het plangebied ligt de watergang de Poelwatering met daarachter glastuinbouwgebied en de bebouwde kom van Naaldwijk.

3.2

Bestaande situatie

3.2.1

Poelkade 22, 32 en 34

Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 24,5 ha. In de volgende subparagrafen wordt per onderdeel of woning beschreven hoe het plangebied eruit ziet. Een aantal woningen langs de Poelkade is reeds gesloopt om plaats te maken voor een toegangsweg naar de nieuwbouw of omdat bijbehorende bedrijven ook gesloopt worden. In een notitie met kenmerk 2180720/AQT201FF/ED d.d. 27 februari 2019 is uiteengezet welke woningen gesloopt konden worden, welke woningen ecologisch begeleid gesloopt konden worden en welke woning nog onderzocht moet worden. Hieronder worden als eerste deze woningen beschreven. Ten tijde van het veldbezoek was de sloop van Poelkade 22 gestart (zie figuur 3.2). In het verleden zijn hier en in de woningen aan de poelkade 32 en 34 geen beschermde soorten aangetroffen. Beschermde soorten werden op basis van de huidige staat van de woningen ook niet verwacht. Naast de woning aan de poelkade 32 staat een treurwilg (zie figuur 3.3) met een aantal holtes die geschikt zijn voor boombewonende vleermuissoorten. In het verleden is onderzoek gedaan door Aqua-Terra Nova naar vleermuizen aan de Poelkade, waarbij watervleermuis is aangetoond

2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

8

(rapportnr. 212102/AQT302bFF/TG d.d. 31 oktober 2013). Het is niet uit te sluiten dat deze soort in een boom binnen het plangebied een verblijfplaats heeft. In paragraaf 5.4 wordt verder uitleg gegeven over de potentie voor vleermuisverblijven.

Figuur 3.2. Links: Poelkade 22, reeds gesloopt. Rechts: Poelkade 34, te slopen woning

Figuur 3.3. Poelkade 32, te slopen woning. De treurwilg naast het woonhuis is geschikt voor boombewonende vleermuizen. De boom mag niet gerooid worden.

3.2.2

Poelkade 18, 44 en 44a

De woningen aan de Poelkade 18, 44 en 44a zijn ecologisch begeleid gesloopt, omdat in het verleden diverse verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en huismus zijn aangetoond. De spouwmuren zijn handmatig opengebroken waarna de spouw gecontroleerd is op aanwezigheid van vleermuizen. De omgeving is nagegaan op de aanwezigheid van huismussen en nestindicerend gedrag. Deze zijn niet aangetroffen waarna gecontroleerd verder is gegaan met de sloop van de woningen. Zie figuur 3.4. voor de Poelkade 18 en 44 en figuur 3.5 voor Poelkade 44a.

Figuur 3.4. Links: Poelkade 18 rechts: Poelkade 44, beide reeds gesloopt onder ecologische begeleiding.

2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

9

Figuur 3.5. Poelkade 44a, reeds gesloopt onder ecologische begeleiding

3.2.3

Poelkade 32a

In de woning van Poelkade 32a (zie figuur 3.6) zijn tot op heden verblijfplaatsen van huismussen aanwezig. Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn en op welke manier het plangebied onderdeel is van functioneel leefgebied van huismussen. In het verleden is door Aqua-Terra Nova een vleermuisverblijf aangetroffen in deze woning. In de woning heeft reeds asbestsanering plaatsgevonden. De kozijn van ramen en deuren zijn daarbij opengebroken waardoor de spouwmuur open is komen te liggen. Daarna zijn deze kozijnen weer dichtgemaakt waardoor de spouw weer geschikt is voor vleermuizen. Nader onderzoek moet uitwijzen of de woning nog steeds in gebruik is als verblijfplaats door vleermuizen.

Figuur 3.6. Poelkade 32a, woning met huismussenverblijven en mogelijk een vleermuisverblijf

3.2.4

Huidige situatie in het plangebied

Naast de te slopen woningen bestaat het plangebied voornamelijk uit polder, een aantal glastuinbouwbedrijven en wordt omsloten door een vaart langs de Poelkade aan de oostkant van het plangebied en de Nieuw Vaart aan de westkant van het plangebied gelegen tussen ’sGravenzande en Naaldwijk. Het plangebied heeft een open karakter met op een aantal plaatsen een rij bomen of een bosschage. Tevens zijn er meerdere sloten aanwezig, zowel met als zonder beschoeiing. Achter Poelkade 14 is open water aanwezig met een klein eiland. Een deel van de polder is ingericht als weide voor varkens. Op dit stuk is het zeer modderig en staan er grote pollen pitrus. Andere delen van de polder bestaan voornamelijk uit grasland (zie figuur 3.7. voor overzichtsfoto’s).

2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

10

Figuur 3.7. De bovenste foto’s geven een overzicht van Waalpolder Zuid, de middelste foto’s geven een overzicht van Waalpolder Noord met de varkensweide, de onderste foto’s zijn van de enige bomengroep langs de Nieuwe Vaart binnen het plangebied

3.3

Beoogde situatie en activiteiten

De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. De beoogde nieuwe woonwijken worden in fasen gerealiseerd. In totaal worden ruim 600 woningen binnen het plangebied gerealiseerd. Hiervoor worden alle oude tuinbouwbedrijven gesloopt en wordt het groen en alle bomen binnen het plangebied gerooid. Voor de aanleg van een ecologische zone worden een aantal sloten gedempt. De start van de woningbouw zal op zijn vroegst in 2020 aanvangen. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

3.4

Veldbezoek

Het plangebied is bezocht in de middag van 12 maart 2019. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, bewolkt met een temperatuur van 8°C, windkracht 6 Bft uit het zuidwesten. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied bekeken. Beschermde soorten worden alleen op basis van regionale verspreidingsgegevens en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten, anders worden ze meegenomen in de toetsing. 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

11

4

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING Onderstaand wordt bepaald wat de afstand is van het plangebied tot beschermde natuurgebieden of gebieden die behoren tot een ecologische verbindingszone en wordt getoetst of de geplande activiteiten mogelijk een negatief effect kunnen hebben op deze beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.

4.1

Natura 2000-gebieden

Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bevindt zich op circa 1,7 km afstand ten zuiden, westen en noorden van het plangebied, zie figuur 4.1 en bijlage 3. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark & Wapendal’ is gelegen op circa 8 km en het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ is gelegen op circa 9,6 km afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.

Figuur 4.1. Positie van het plangebied Waalpolder Noord & Zuid te ‘s-Gravenzande ten opzichte van de Natura 2000-gebieden ‘Solleveld & Kapittelduinen’, ‘Westduinpark & Wapendal’ en ‘Voordelta’.

Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevinden zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark’ is een breed, gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin- en kuststreek. Er is een breed scala aan vegetatietypen van jonge en oude, droge duinen, met ruigten, graslanden en struwelen en binnenduinbos aanwezig, met karakteristieke flora. ‘Wapendal’ bestaat uit oud duin met struikheivegetatie. Het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een gevarieerd en dynamisch milieu van kustwateren (zout), intergetijdengebied en stranden, dat een relatief beschutte overgangszone vormt tussen de (voormalige) estuaria en volle zee. De werkzaamheden kunnen vanwege de korte afstand en de grote aard van de werkzaamheden mogelijk invloed op het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Echter, is het gehele 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

12

plangebied voorheen, tussen 1938 en 2008, zelf ook onderdeel geweest van glastuinbouwgebied en hebben hier kassen gestaan (www.topotijdreis.nl). Vanaf 2008 is het aantal kassen in het plangebied afgenomen. Momenteel is tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ nog steeds veel bebouwing en glastuinbouwgebied aanwezig. Om deze redenen kunnen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk.

4.2

Ecologische verbindingszones Het plangebied is direct gelegen aan en bevindt zich deels binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie figuur 4.2 en bijlage 3. Het betreft de ecologische verbindingszone ‘de Poelzone’. Negatieve effecten op het NNN kunnen uitgesloten worden, mits er niet gewerkt gaat worden aan deze zone. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Indien er wel gewerkt gaat worden aan de poelzone of de begeleidende elementen (verwijdering van groen en bomen) dan zal middels een “Nee tenzij-toets”, de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep op het NNN in kaart gebracht moeten worden. Daarbij wordt een advies gegeven hoe negatieve effecten kunnen worden voorkomen.

Figuur 4.2. Positie van het plangebied Waalpolder Noord & Zuid te ‘s-Gravenzande ten opzichte van het NNN.

In de toekomst zal de ecologische verbindingszone (NNN) langs het plangebied verplaatst worden naar een nieuw te graven watergang door het plangebied. Deze watergang zal tijdens de bouw van de woningen gegraven en ingericht worden. De vaste vliegroute van diverse vleermuizen boven de watergang langs de Poelkade blijft een beschermde vliegroute onder de Wet natuurbescherming. De verandering van het NNN doet hier geen afbreuk aan. Dit betekent dat in de toekomst de nieuw te realiseren Poelzone onder de gebiedsbescherming van het NNN komt te vallen. Daarnaast blijft de bescherming van de watergang en de begeleidende knotwilgen langs de Poelkade onder de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming in stand, omdat zich daar een vaste vliegroute van vleermuizen bevindt vanaf de bunkers ten zuiden van het plangebied.

4.3

Programmatische Aanpak Stikstof

Sinds 1 juli is het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht23. Dit programma is in art. 5.13 verankerd in de Natuurbeschermingswet (sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming). Het programma bevat een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen worden getroffen in en nabij de Natura 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

13

2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. De integrale beoordeling brengt mee dat het aspect stikstof voor een Natura 2000-gebied in het PAS geheel is afgewogen. Binnen het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ zijn een aantal stikstofgevoelige habitats aangewezen. Dit gebied valt hierdoor in de lijst met natuurgebieden die gevoelig zijn voor een verhoogde stikstofdepositie. Om na te gaan of er nog depositieruimte beschikbaar is voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied is het noodzakelijk een berekening te maken van de stikstofdepositie in de realisatiefase en gebruiksfase van de woningbouw binnen het plangebied. Dit kan gedaan worden met behulp van de AERIUS calculator. Hieruit zal naar voren komen of de ruimtelijke ontwikkeling vergunningplichtig is of niet.

2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

14

5

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is/zijn.

5.1

Vaatplanten

5.2

Vogels

5.2.1

Het plangebied is tijdens het uitvoeren van het oriënterend veldbezoek gecontroleerd op mogelijk aanwezige beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. Zowel op basis van verspreidingsgegevens als het landgebruik in het plangebied, worden beschermde vaatplanten niet verwacht. De aanwezigheid van beschermde flora kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Nader onderzoek naar beschermde vaatplanten is niet noodzakelijk.

Alle broedende vogels en hun broedplaatsen zijn beschermd tijdens het broedseizoen. Daarnaast zijn voor een aantal vogels de rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving jaarrond beschermd. In het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel algemene als jaarrond beschermde vogels en soorten uit categorie 5 (vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is indien er ecologisch zwaar wegende redenen zijn).

Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats

Op basis van verspreidingsgegevens11 is gebleken dat in de omgeving van het plangebied de gierzwaluw en huismus behorend tot de categorie 1-4 (jaarrond beschermde vaste verblijfplaats) voorkomen. Diverse woningen langs de Poelkade en Nieuwe Vaart zijn geschikt voor deze twee jaarrond beschermde soorten. In bijlage 4 is een lijst opgenomen met de potentie voor beschermde huismus en gierzwaluw in de woningen langs, maar buiten het plangebied. Bij twee woningen zijn roepende mannetjes op de dakgoot waargenomen. Dit waren de woning aan de Poelkade 28 en de woning aan de Nieuwe Vaart 9. Dit nestindicerend gedrag wijst op de aanwezigheid van beschermde nesten onder de dakpannen van deze woningen. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor gierzwaluwen en huismussen kan daarom niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw is niet noodzakelijk zolang alle in bijlage 4 genoemde woningen behouden blijven. De kassen en de weides in het gebied zijn niet geschikt voor jaarrond beschermde vogels en/of hun nesten. Tijdens het veldbezoek is er in de bomen binnen en langs het plangebied gezocht naar nesten van jaarrond beschermde roofvogels. De bomen die deel uitmaken van bestaande tuinen zijn buiten beschouwing gelaten. De bomenrij langs de Nieuwe Vaart is geschikt voor een nest van een buizerd.

Deze soort kan zijn nest maken in een kleine groep bomen, al verkiezen de meeste roofvogels grotere bomenpartijen met meer beschutting, zoals in parken en bossen. Er zijn ten tijde van het veldbezoek geen (oude) nesten van roofvogels aangetroffen in de bomen binnen het plangebied. Uit de verspreidingsgegevens komt naar voren dat in het bosperceel ten noorden van het plangebied al een aantal jaren een sperwerpaar broedt. Het plangebied en de omliggende tuinen van de woningen zijn het jachtgebied van dit paartje. In de bomen binnen het plangebied kan de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van de roofvogels worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het plangebied en de omliggende tuinen van woningen zijn geschikt voor een aantal uilensoorten. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potentie van een nest- of rustplaats van ransuil, bosuil en steenuil. Uit verspreidingsbronnen komt naar voren dat steenuil niet in de omgeving van het plangebied voorkomt. Op basis van de habitatvoorkeuren en deze gegevens kan de aanwezigheid van steenuil uitgesloten worden. Ransuil nestelt bij voorkeur in oude kraaiennesten en broedt graag in jaarrond groenblijvende bomen, omdat deze de meeste beschutting geven. Daarnaast overwinteren ransuilen gezamenlijk in groenblijvende bomen en struiken.

Deze roestplaatsen zijn ook jaarrond beschermd. De aanwezigheid van een jaarrond beschermde nestplaats of roestplaats van ransuilen binnen het plangebied is uit te sluiten op basis van het ontbreken van geschikte bomen en struiken. In de tuinen rond het plangebied, zoals de tuinen aan de Nieuwe Vaart 11 en 13, kan de aanwezigheid niet uitgesloten worden, maar voor zover bekend tasten de werkzaamheden deze woningen en tuinen niet aan. Bosuil is voornamelijk een bewoner van bossen en parken. De dichtstbijzijnde waarnemingen van bosuil zijn in het Staelduinse Bos. Het plangebied heeft geen grote bospartijen. Hiermee kan de aanwezigheid van bosuil en mogelijke nest- en 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

15

verblijfplaatsen binnen het plangebied uitgesloten worden. De aanwezigheid van uilen en verblijfplaatsen van uilen binnen het plangebied kan uitgesloten worden op basis van habitatvoorkeuren en verspreidingsgegevens. Nader onderzoek naar uilen is niet noodzakelijk.

5.2.2

Vogels uit categorie 5

5.2.3

Algemene (broed)vogels

Nesten van categorie 5-vogelsoorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Van de vogelsoorten met een verblijfplaats uit de categorie 5 zijn verschillende vogels binnen het plangebied te verwachten: ekster, blauwe reiger, koolmees, pimpelmees en zwarte kraai. De genoemde soorten gebruiken het plangebied als foerageergebied en de bomen binnen het plangebied als nestgelegenheid. Tijdens het veldbezoek zijn in diverse bomen nesten waargenomen. Deze nesten kunnen van ekster of zwarte kraai zijn. In het groen binnen het plangebied nestelen naar verwachting kleine zangvogels als koolmees en pimpelmees. Deze soorten kunnen tevens nestelen in de tuinen van de woningen langs het plangebied. De blauwe reiger gebruikt het plangebied als foerageergebied en foerageert langs de sloten en waterkanten binnen het plangebied. In de omgeving is voldoende alternatief, in de vorm van watergangen en groene tuinen, in de langs het plangebied gelegen woningen en woonwijken, aanwezig en zijn er geen redenen om de nesten jaarrond te beschermen. Wel zijn de vogels en hun nesten beschermd tijdens het broeden en mogen dan niet verstoord worden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

In en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek de volgende algemene vogelsoorten waargenomen: zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw, grote Canadese gans, wilde eend, krakeend, nijlgans, kuifeend, fuut, meerkoet, waterhoen, bergeend, kievit, scholekster, aalscholver, gele kwikstaart, witte kwikstaart, houtduif en kauw. De polder en watergangen binnen het plangebied zijn geschikt als broedlocatie voor watervogels, zoals grote Canadese gans, meerkoet, wilde eend, waterhoen, krakeend, bergeend en kuifeend. Deze soorten broeden op de grond nabij water of maken hun nest in de waterkant. De meerkoet maakt zijn nest ook wel in pollen pitrus, zoals in de varkensweide binnen het plangebied. Hier zou de bergeend ook zijn nest kunnen maken. De kievit en scholekster zijn grondbroeders en kunnen tevens in de polder binnen plangebied nestelen. De bomen binnen het plangebied zijn geschikt voor nesten van de waargenomen nijlgans, kauw en houtduif. De nijlgans en houtduif maken een nest en de kauw maakt vaak gebruik van holtes in de bomen binnen het plangebied. De zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw foerageren binnen het plangebied, maar broeden voornamelijk in de duinen of op gebouwen in de omgeving. Dit geldt ook voor de gele en witte kwikstaart. Deze soorten broeden in stenige holtes in gebouwen en foerageren binnen het plangebied.

De witte kwikstaart staat erom bekend dat deze in de kassen broedt op het moment dat er producten verbouwd worden. Ze zorgen dan voor de natuurlijke bestrijding van insecten. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden. Er wordt aanbevolen om het groen en de bomen buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen duurt grofweg van maart t/m augustus, maar is afhankelijk van de soort en weersomstandigheden. Een meerkoet of een houtduif kunnen nog tot in september een broedpoging doen. Indien er binnen het groeiseizoen (grofweg van maart tot en met september) rooiwerkzaamheden uitgevoerd worden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats te vinden.

5.3

Grondgebonden zoogdieren

Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het plangebied geen (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren (behorende bij artikel 3.5 Wet natuurbescherming, Habitatrichtlijn, bijlage IV) voorkomen. Het voorkomen van (strikt) beschermde zoogdiersoorten in het plangebied kan worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het oriënterend onderzoek wijst uit dat het plangebied geschikt is voor algemene zoogdiersoorten zoals egel, marterachtigen, haas, konijn en diverse muizensoorten. Voor deze soorten geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft echter wel van kracht (bijlage 1). Zorg dat deze dieren kunnen vluchten op het moment dat er werkzaamheden uitgevoerd worden.

5.4

Vleermuizen

Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming (behorende bij artikel 3.5, Habitatrichtlijn, bijlage IV). Vleermuizen maken binnen hun netwerk gebruik van vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Deze 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

16

vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook als de dieren op dat moment niet aanwezig zijn. Daarnaast is de functionele leefomgeving van vleermuizen beschermd. Dit zijn de vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden, die nodig zijn om een verblijfplaats te laten functioneren.

5.4.1

Verblijfplaatsen

In en langs het plangebied staan veel woningen die geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens het veldbezoek is een overzicht gemaakt van de potentie voor vleermuisverblijven in deze woningen. Dit overzicht is beschikbaar in bijlage 4. Mochten er in de toekomst woningen gesloopt worden dan is in veel gevallen nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuissoorten noodzakelijk zijn, omdat in de meeste woningen een spouwmuur aanwezig is die voorzien is van open stootvoegen of via overhangende dakpannen bereikbaar is. In het plangebied zijn bomen (zie figuur 5.1) aanwezig die geschikte holtes bevatten die kunnen dienen als vaste rust- en/of verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen zoals de watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Het gaat hierbij vooral om de bomenrij langs de Nieuwe Vaart aan de westkant van het plangebied. Deze wilgen en treurwilgen bevatten diverse holtes die geschikt zijn voor deze soorten. De treurwilg bij Poelkade 32 is tevens geschikt voor vleermuizen (zie figuur 3.3). Daarnaast is uit onderzoek door Aqua-Terra Nova gebleken dat de bunkers nabij het plangebied als verblijfplaats gebruikt worden door laatvlieger, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (rapportage: 215064/AQT305bFF/JM d.d. 28 oktober 2015).

De bomen binnen het plangebied kunnen dienen als zomer-, kraam-, of paarverblijf. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen kan niet worden uitgesloten. Onderzoek naar boombewonende vleermuissoorten is noodzakelijk om een goede toetsing aan de Wet natuurbescherming uit te kunnen voeren.

Figuur 5.1. Bomen langs de Nieuwe Vaart met holtes die geschikt zijn voor vleermuizen.

5.4.2

Foerageergebied en vliegroute

Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige structuren als vliegroute zoals watergangen en bomenrijen. De vaart langs de Poelkade is reeds aangemerkt als essentiële vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen door in het verleden uitgevoerd onderzoek door Aqua-Terra Nova (212102/AQT302bFF/TG d.d. 31 oktober 2013). De lijnvormige structuur van de watergang en de knotwilgen langs de watergang maken het een belangrijke vliegroute die bescherming biedt tegen weersinvloeden en uitstralende verlichting. Het aantasten van essentiële vliegroutes van vleermuizen is in strijd met de Wet natuurbescherming. Indien grootschalige werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de Poelkade en/of bij kap van wilgen langs de Poelkade zal een actualiserend vliegrouteonderzoek uitgevoerd moeten worden ter ondersteuning van een ontheffingaanvraag voor het verstoren van een vaste vliegroute van vleermuizen. De Nieuwe Vaart ten westen van het plangebied is nooit geheel onderzocht. Hierdoor is onduidelijk of deze watergang een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied is voor vleermuizen. De aanleg van een nieuwe woonwijk, nieuwe watergangen en het verwijderen van de bomen langs de vaart kunnen een negatief effect hebben op deze mogelijke vliegroute.

Nader onderzoek is 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=8555a03b-3aca-4744-a85e-0fee3131e68c