CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek 31 tot en met 40 (21-0359762)

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Waelpolder28.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opdrachtgever

: ONW C.V. T.a.v. dhr. M. de Jong Postbus 16075 2500 BB DEN HAAG

Rapportnummer

: VOA.2020.0201.9

Datum

: 22 januari 2021

Verkennend onderzoek asbest Project Waelplan Poelkade 32-34 ‘s-Gravenzande Gemeente Westland

BMA Milieu B.V.  Zuidweg 77  2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43  E-mail: info@bma-milieu.nl  www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36  BIC: RABONL2U  BTW nr. NL805523868B01  KvK nr. 272.40.966

BMA Milieu B.V.

Inhoudsopgave

blz.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport

1 1 1 1 1

2.

Beschikbare gegevens en onderzoeksopzet 2.1 Situering van het terrein 2.2 Beschikbare gegevens 2.3 Onderzoekshypothese en -opzet

2 2 2 3

3.

Veldwerkzaamheden 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden 3.2 Samenstelling van de bodem 3.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.4 Maaiveld inspectie 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018

4 4 4 4 4 5

4.

Laboratoriumonderzoek 4.1 Uitgevoerde analyses 4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten

6 6 6

5.

Evaluatie 5.1 Algemeen 5.2 Conclusies en aanbevelingen

7 7 7

Literatuurlijst

8

Tabellen

Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4

Onderzoeksopzet Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Regionale situatie Situatieschets Monsternemingsformulier asbest in bodem Analysecertificaten Bodemprofielen en dwarsdoorsnede Fotoblad Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters

3 4 6 6

BMA Milieu B.V.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek

1.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend onderzoek naar asbest te verrichten op een locatie gelegen aan de Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedgekeurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018).

Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (2001), het nemen van grondwatermonsters (2002) en veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (2003), de maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opgenomen in bijlage 9. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal gaten en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onderzoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde gaten niet zijn waargenomen. Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V.

op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie. 1.4 Opbouw van het rapport De beschikbare gegevens en de onderzoekopzet zijn beschreven in hoofdstuk 2. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 3 en 4. De evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5.

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

1

BMA Milieu B.V.

2.

Beschikbare gegevens en onderzoeksopzet

2.1 Situering van het terrein De onderzoekslocatie maakt deel uit van het project Waelplas en is gelegen aan de Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland en betreft een oppervlakte van circa 1.200 m2. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente ‘s-Gravenzande, sectie K, nummers 6204, 6205, 6206, 6203 en 3202 (alle gedeeltelijk). De regionale ligging van het terrein is weergegeven in bijlage 1. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 2. 2.2 Beschikbare gegevens Project Waelplan bestaat uit de deelgebieden Waelplas (oost- en westzijde) en Waelpolder. Ter plaatse van Waelplan zijn recentelijk historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waeplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d. 27 juli 2020) en milieukundige bodemonderzoeken (Waelplas oostzijde kenmerk: MKB.2019.0138, d.d. 25 februari 2020, Waelpolder kenmerk: MKB.2019.0170, d.d. 18 februari 2020 en Waelplas westzijde kenmerk: MKB.2019.0291, d.d. 4 juni 2020) en een verkennend onderzoek asbest aan de Nieuwe Vaart 11 (kenmerk: VOA.2019.0018, d.d. 18 februari 2019) uitgevoerd welke tussentijds zijn (her)beoordeeld door ODH. -

-

-

Beoordeling voor- en verkennend (asbest) bodemonderzoeken Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118555, zaaknummer: 00588060, d.d. 21 september 2020; o Toetsrapport verkennend asbest bodemonderzoek Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH-2020-00118473, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH2020-00118487, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00578788, kenmerk: ODH-202000057053, d.d. 8 juni 2020) - rapport is in hoofdlijnen beoordeeld; Beoordeling vooronderzoek, verkennend- en nader bodemonderzoek, locatie Waelplas (oostzijde) te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00123099, zaaknummer: 00588533, d.d. 28 september 2020; o Toetsrapport vooronderzoek Waelplas (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00123080, d.d. 28 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelplas oostzijde (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00124737, d.d. 28 september 2020); Beoordeling vooronderzoek, verkennend- en nader bodemonderzoek, locatie Waelplas (westzijde) te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118523, zaaknummer: 00588531, d.d.

29 september 2020; o Toetsrapport vooronderzoek Waelplas (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00123080, d.d. 28 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelplas westzijde (zaaknummer: 00588531, kenmerk: ODH2020-00129030, d.d. 28 september 2020).

Aangezien het historisch vooronderzoek van Waelpolder als niet voldoende is beoordeeld is het milieukundig bodemonderzoek slechts op hoofdlijnen beoordeeld. Vooruitlopend op de definitieve beoordeling wordt alvast aanvullend verkennend onderzoek asbest uitgevoerd ter plaatse van het voormalige puindepot op onderhavige onderzoekslocatie.

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

2

BMA Milieu B.V.

Gezien de (voormalige) aanwezigheid van glastuinbouw en de aangetroffen puin bijmengingen in de grond ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie, dient de onderzoekslocatie als verdacht voor asbest te worden beschouwd. Verder zijn er geen aanwijzingen dat in de bodem asbest aanwezig zou kunnen zijn als gevolg van het gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbesthoudend afval of opgetreden calamiteiten waarbij asbest vrijgekomen is (zoals branden, explosies, storm, etc.). Derhalve wordt vooralsnog geen aanwezigheid van asbest in en op de bodem verwacht. 2.3 Onderzoekshypothese en -opzet Voor de onderzoeksopzet wordt er vanuit gegaan dat de te onderzoeken voormalige locatie puindepot ‘verdacht’ is voor asbest in de bovengrond (grond onder de voormalige puinlaag). Als onderzoeksstrategie wordt de strategie voor een ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (tabel 7 uit de NEN 5707) gebruikt. In tabel 1 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 1

Onderzoeksopzet

terreindeel veldwerk analyses Poelkade 32-34 (aanvullend verkennend onderzoek asbest - volgens tabel 7 uit de NEN 5707) voormalige puindepot (van sloop 7 gaten (30 x 30 cm) tot 0,5 m in de verdachte 2x asbest in grond (NEN 5898) opstallen) (circa 1.200 m2) laag graven èn 1 gat welke wordt verdiept als boring tot ongeroerde ondergrond (Ø 12 cm)

De werkzaamheden worden uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. Indien de grond meer dan 50 % (puin)bijmengingen/bodemvreemde materialen bevat, vallen de werkzaamheden niet onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018.

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

3

BMA Milieu B.V.

3.

Veldwerkzaamheden

3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 4 november 2020 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. M. de Heer) uitgevoerd. Ter plaatse is het maaiveld geïnspecteerd op asbest en is de contactzone door middel van het graven van vier gaten tot 1,0 m-mv onderzocht. De gaten zijn (handmatig) gegraven met behulp van een schep. Voor nadere gegevens over de situering van de proefgaten wordt verwezen naar bijlage 2. Het monsternemingsformulier asbest in bodem is opgenomen in bijlage 3. Enkele foto’s van de locatie en de aangetroffen materialen zijn opgenomen in bijlage 6. 3.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw ter plaatse wordt verwezen naar de bodemprofielen (bijlage 5). Over het algemeen wordt in de bovengrond zand met een zwakke puin bijmenging aan puin aangetroffen. Op basis van bovengenoemde bodemopbouw valt onderhavig onderzoek onder de NEN 5707+C2:2017 (landbodem en partijen grond en droge baggerspecie met minder dan 50% puin(granulaat)). 3.3 Zintuiglijke waarnemingen De waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal staan vermeld in tabel 2. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. De volledige bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 2

Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal

gat gat 01 gat 02 gat 03 gat 04 gat 05 gat 06 gat 07 maaiveld -

traject ( m-mv) 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 0,00 – 0,40 0,40 – 1,00 0,00 – 0,50 0,50 – 1,00 -

waargenomen bijzonderheden sterk puinhoudend zintuiglijk schoon zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend zintuiglijk schoon uiterst puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zintuiglijk schoon zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend zintuiglijk schoon uiterst puinhoudend zintuiglijk schoon zwak puinhoudend zintuiglijk schoon asbestverdacht materiaal

aangetroffen asbestverdacht materiaal ja

geen asbestverdacht materiaal aangetroffen

3.4 Maaiveld inspectie Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Op onderhavige onderzoekslocatie is één asbestverdacht plaatjes (aan een groot brok beton) aangetroffen. de locatie van het aangetroffen asbestverdachte materiaal is op de situatieschets, welke is opgenomen in bijlage 2, weergegeven. De maaiveld inspectie-efficiëntie is geschat op 70 – 90%. VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

4

BMA Milieu B.V.

3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018 Ten aanzien van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2018, te vermelden.

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

5

BMA Milieu B.V.

4.

Laboratoriumonderzoek

4.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. Een overzicht van het monster en de uitgevoerde analyse staat vermeld in tabel 3. Tabel 3

Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses

analysemonsters 01-1 03-1 Maaiveld

deelmonster(s)

analyse asbest (NEN 5898) asbest (NEN 5898) asbest verzamelmonster

01 (0,00 – 0,50) 03 (0,00 – 0,50) -

De analysemonsters zijn samengesteld op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. 4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de circulaire bodemsanering van 1 juni 2013. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg ds. (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor verkennend onderzoek asbest wordt ½ x de interventiewaarde (50 mg/kg ds.) gehanteerd als criterium voor nader onderzoek. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van het totaal gewogen gehalte aan asbest is weergegeven in tabel 4. Tabel 4 monster 01-1 03-1 Maaiveld

Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest totaal gewogen gehalte aan asbest <0,3 mg/kg ds. <0,5 mg/kg ds. 10,1 mg/kg ds.

overschrijding criterium nader onderzoek nee nee nee

Het zintuiglijk sterk puinhoudende deelmonster 01-1 (0,00 – 0,50) bevat zintuiglijk en analytisch geen asbest (boven de detecielimiet). Het zintuiglijk uiterst puinhoudende deelmonster 03-1 (0,00 – 0,50) bevat zintuiglijk en analytisch geen asbest (boven de detecielimiet). Het aangetroffen asbestverdachte materiaal bevat analytisch asbest. Echter overschrijdt het totaal gewogen gehalte aan asbest niet het criterium voor nader onderzoek (10,1 mg/kg ds.).

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

6

BMA Milieu B.V.

5.

Evaluatie

5.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend onderzoek naar asbest te verrichten op een locatie gelegen aan de Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en de bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. 5.2 Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘verdacht’ formeel juist is. Ter plaatse van Poelkade 32-34 wordt zintuiglijk en analytisch asbest aangetroffen. Echter wordt het criterium voor nader bodemonderzoek niet overschreden, derhalve behoeft geen nader bodemonderzoek aanbevolen te worden.

Ons inziens vormen de resultaten van dit onderzoek, gezamenlijk met de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, milieuhygiënisch gezien geen belemmering voor de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Haaglanden). functie

naam

auteur

R. de Leeuw

handtekening

versie

definitief projectleider

ing. J. Luiten

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

7

BMA Milieu B.V.

Literatuurlijst 1.

NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederland Normalisatie-instituut, 1 oktober 2017.

2.

NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.

3.

NEN 5707+C2:2017, Protocol voor onderzoek naar asbest in bodem, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.

4.

NEN 5897+C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.

5.

NEN 5898:2015+C1:2016, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 augustus 2016.

6.

NTA 5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, Nederland Normalisatie-instituut, 1 juli 2010.

7.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk), 22 november 2007, versie per 24 mei 2016.

8.

Regeling bodemkwaliteit (Rbk), 13 december 2007, versie per 30 november 2018.

9.

Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.

10. Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, kenmerk: PZH-2017-630244766, d.d. 19 december 2017, opgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 11. Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche), Provincie Zuid-Holland, 2014. 12. SIKB BRL 2000: Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5, 12 december 2013. 13. Wijzigingsblad bij BRL 2000, versie 3, 10 maart 2016. 14. Protocol 2001, 'Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen', versie 3.2, 12 december 2013. 15. Protocol 2002, 'Het nemen van grondwatermonsters', versie 4, 12 december 2013. 16. Protocol 2003, ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’, versie 2.2, 10 maart 2016. 17. Protocol 2018, 'Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem', versie 3.2, 10 maart 2016. 18. Wet houdende regelen inzake bescherming van de bodem (Wet bodembescherming – Wbb), 3 juli 1986 en Wet houdende wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen, 15 december 2005.

VOA.2020.0201.9 Project Waelplan Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

8

BMA Milieu B.V.

Bijlage 1 Regionale situatie

locatie

BMA Milieu B.V.

Projectnummer : 2020.0201

Regionale situatie

Opdrachtgever : ONW C.V. Project

: Waelplas te ‘s-Gravenzande

Schaal

: 1:25.000

BMA Milieu B.V.

Bijlage 2 Situatieschets

1 1 A

silo s 46

48

1 B

e Poelkad

44 B

I1(1) I2

GW-IX 1976

42

15 m loe

b ren Ko

J1

I1(2)

26 18

59 61 65 69

2 73

5

3

1 2 4

10

8

6 9 13

11 15 10 14

12

11 BU2

11 BU3

13

15 11 BU6 8 BU9

8 BU12

10 BU9

10 BU8 10 BU7 8 BU7

8 BU8 8 BU5

8 BU10

10 BU6

8 BU6

8 BU4

8 BU3

10 BU1 8 BU2

10 BU5

10 BU4

10 BU2 Nobelstraat

11 BU5

16 BU6 12 BU6 14 BU6

16 BU4

16 BU5

13 11 BU1 9 BU5 9 BU4

9 BU3

9 BU7

2 L

2 K

9 BU6 9 BU2

2 N

9 BU1

2 E

11 8 Fultonstraat

2 P

2 F

9

2 H

1 4 6 6 A

2 M

2

11

11 BU2

11 BU4

11

11 BU3

4

12 BU5 14 BU5

12 BU4 14 BU4

16 BU3

16 BU1 16 BU2

12 BU1 12 BU2 14 BU2 14 BU1 12 BU3 14 BU3

6

17 12

1 A 9

11 13 15 17 19 21

25 23

42 40 36

38 34 Edisonstraat

124

28

122

118

116 112 114

120

21 19

2 4

6

8

12 10

14 16

18

20

126

128

130

132

Meerkoet

23

25 27 29 31 33 35 37 39 41

43

45

134

152154156 144146148150 136138140142 158

27 25

13

15

17

19

21

23 24 26 28

30

75m.

0m.

Legenda:

Meerkoet

75 3

19 21 17 ABU1 17 BBU2 17 B 17 17 A

18 8

4 6 8

10

12

14 16 16 A 18

20 44 46 1

3

5

7

9

11

8 10 12 14 16 18

ger

Rei

20 7 5

32

ger

Rei

27

29 31 33

er

Reig

22

rt aa

eV

uw

Nie

Braillestraat

2 2 A 4

t

aar

V we

6

9

Nieu

5

47 49

19 22 rt

2

Vaa

22 24

2

nieuw hek buren

51

21

13 11 we

18 A

gronddepot

silo s

Lorentzs

art Nieuwe Va

10

12

1-6

Nieu

zandbaan

M2

)

traat

recentelijk onderzocht MKB.2018.0012 VOA.2019.0018

M1

L2

D3

020

0. 202

ater

7 1020 . 0 02

Dijckerwaal

r

) w

raven

(verg

k Dijc

wate

gronddepot nieuw

aal

erw

L3

silo

ater n) w

11 BU4

ven)

ra verg

( nieuw

L1

art Nieuwe Va

rave

g (ver

nieuwbouw (tijdelijke school)

15

w nieu

7 8

6

GW-XI 1981

14 de

lka Poe

(dijk talu d

r

wate

GW-X 1980

A3

ring ate

GW-XII 1981

waterbassin

B2

en)

grav

er w (v

GW-XII 1981

22

18 A

GW-IV 1968

A2 lw Poe

GW-XII 1981

D1

nieu

A1

4 1 4

GW-V 1971

GW-X 1980

16

16 A

1 B

A4

terrein (tijdelijke school)

GW-III 1971

22 A

20

35

de Poelka

6

2 20

G6

C1

GW-VII 1976

0

-1

1 20 0.0

24

B1

44 A

F3

E1

C2

22

B3

g

aterin

Poelw

GW-XIII 1981 J1

G3

8

20

2

G4

GW-III 1971

E7 E4

01-

02 20.

J2

2

32 B

F3 F4

GW-I 1960

C3

C4

G2

E2

puindepot

30 A

silo

20

J1

8

34

32 A 32

02 20.

GW-VIII 1976

D2

Poe

23

9

01-

30 de lka

J1

E6.2 E6.1 E3 E5

silo 13

oel

28 26 A

g erin

t lwa

GW-II 1961

G1

F2

P

Poe

GW-VI 1971

G5

38 38 A

11 B

F1

e kad

44

J1

36

GW-XIV

67

H1 38 B

Po

in ter

63

H2

g

a elw

silo s

waterbassin

silo

silo

19

40

57

17

55

29 A

8

K1

grens onderzoekslocatie gedempte watergang is onlangs/wordt momenteel gesloopt boring gat peilbuis nulpunt (vast meetpunt)

Opdr.gever:

BMA Milieu

ONW C.V.

Onderzoekslocatie:

Waelpolder te 's-Gravenzande

Datum:

Schaal:

Projectnummer: Tek. nr.:

27-10-2020 1:1500 2020.0201

2

BMA Milieu B.V.

Bijlage 3 Monsternemingsformulier asbest in bodem

BMA Milieu B.V.

Bijlage 4 Toetsing analyseresultaten

berekening asbest o.b.v. maaiveldinspectie Projectcode: Projectnaam: Monsterpunt:

2020.0201.9 Waelplan (Poelkade 32-34) Maaiveld

maaivled oppervlakte maaiveld (m2) laagdikte maaiveld (m1) dichtheid (kg/m3) inspectie-efficiëntie (%) droge stofgehalte monster (%)

: : : : :

1200,00 0,02 1750,00 80% 94%

asbesthoudende materialen serpentijn massa asbest (mg) amfibool massa asbest (mg)

: :

321737,5 0,0

volume maaiveld (m3)

:

24

totaal gewicht maaiveld (kg)

:

31708,32

totaal gewogen gehalte asbest in materiaal (mg)*

:

321737,5

* Gehalte aan amfiboolasbest (crocidoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet, actinoliet) is reeds met factor 10 vermenig-vuldigd. Dit om de concentratie aan amfiboolasbest om te rekenen naar serpentijnasbestconcentratie (chrysotiel)

berekende concentratie asbest in materiaal (fractie > 20 mm) (mg/kg ds) eindoordeel

:

10,147 (= (

( /

(

)

)

)

(berekende concentratie asbest in materiaal + gehalte in grondmonster )

Totale concentratie asbest (mg/kg ds)

:

10,147

< interventiewaarde (van 100 mg/kg ds) < criterium voor nader onderzoek (van 50 mg/kg ds)

BMA Milieu B.V.

Bijlage 5 Analysecertificaten

BMA Milieu T.a.v. de heer J.J.C. Luiten Zuidweg 77 2671 MP NAALDWIJK

Uw kenmerk : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan Ons kenmerk : Project 1109798 Validatieref. : 1109798_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : EZML-TGFQ-BFVU-SEOD Bijlage(n) : 4 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 9 november 2020 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6511445 : 01-1 01 (0-50) : 04/11/2020

Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd

: A.S. : 06-11-2020

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm)

14290 11889 83,2 nat

g g m/m %

massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 11289,3 96,4 13,3 0,12 n.v.t. n.v.t. 8,7 0,1 2,4 27,59 0 0,0 11,9 0,1 5,5 46,22 0 0,0 19,0 0,2 19,0 100,00 0 0,0 73,6 0,6 73,6 100,00 0 0,0 303,7 2,6 303,7 100,00 0 0,0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 11706,2 100,0 417,5 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens

gehalte asbest (mg/kg ds)

<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,2 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

gehalte asbest (mg/kg ds)

serpentijn asbest ondergrens bovengrens

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

Tabel 2 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6511446 : 03-1 03 (0-50) : 04/11/2020

Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd

: A.M. : 08-11-2020

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm)

16150 13970 86,5 nat

g g m/m %

massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 12268,0 89,2 13,6 0,11 n.v.t. n.v.t. 155,5 1,1 26,5 17,04 0 0,0 262,9 1,9 86,2 32,79 0 0,0 163,6 1,2 163,6 100,00 0 0,0 304,3 2,2 304,3 100,00 0 0,0 599,1 4,4 599,1 100,00 0 0,0 0,1 0,0 0,1 100,00 0 0,0 13753,5 100,0 1193,4 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens

gehalte asbest (mg/kg ds)

<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,3 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,8

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

gehalte asbest (mg/kg ds)

serpentijn asbest ondergrens bovengrens

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

Tabel 3 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6511447 : MV1-1 MV1 (0-2) : 04/11/2020

Asbest verzamelmonster Initialen analist Datum geanalyseerd

: M.A. : 05-11-2020

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898. Massa aangeleverde monster : 2727,5 g Droge massa aangeleverde monster : 2573,9 g Percentage droogrest : 94,37 m/m %

type onderzocht materiaal cement, vlakke plaat Totaal

massa onderzocht materiaal gebonden(gram) heid 2573,9

hecht

percentage serpentijn asbest (m/m %)

percentage amfibool asbest (m/m %)

chrysotiel 10-15

2573,9

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

aantal geanalyseerde deeltjes

serpentijn massa asbest (mg)

amfibool massa asbest (mg)

1

321737,5

0,0

1 Ondergrens Bovengrens

321737,5 257390 386085

0,0 0 0

: Serpentijn : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 320000 0,0 320000

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 320000 0,0

Totaal massa asbest: 320000 mg

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

Tabel 4 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:

- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

6511445

01-1 01 (0-50)

01

0-0.5

1629901MG

6511446

03-1 03 (0-50)

03

0-0.5

1638099MG

6511447

MV1-1 MV1 (0-2)

MV1

0-0.02

0026746AG

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1109798 : 2020.0201.9-Waelplan (poelkade 32-34) s-Gravenzan : BMA Milieu

Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek

: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: EZML-TGFQ-BFVU-SEOD

Ref.: 1109798_certificaat_v1

BMA Milieu B.V.

Bijlage 6 Bodemprofielen

Projectnaam: Waelplan (poelkade 32-34), 's-Gravenzande Projectcode: 2020.0201.9 Boring:

01

Boring:

02

Datum:

4-11-2020

Datum:

4-11-2020

Boormeester:

Menno de Heer

Boormeester:

Menno de Heer

0

0

akker

1 -50

50

0

0

Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, sterk puinhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm, gebroken puin

Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, zwak betonhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm -50

50 Klei, matig zandig, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

-100

100

Klei, matig zandig, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

-100

100

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

4-11-2020

Datum:

4-11-2020

Boormeester:

Menno de Heer

Boormeester:

Menno de Heer

0

0

akker

-50

50

0

0

Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, uiterst puinhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm, gebroken puin

1

-50

50

-100

Zand, matig grof, zwak humeus, zwak kleiïg, neutraal bruingrijs, Edelmanboor -100

100

Boring:

05

Boring:

06

Datum:

4-11-2020

Datum:

4-11-2020

Boormeester:

Menno de Heer

Boormeester:

Menno de Heer

0

50

0

-50

akker

0

0

Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm

1 -40

50

-100

100

akker Zand, matig grof, matig humeus, zwak kleiïg, zwak siltig, uiterst puinhoudend, donker grijsbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm, gebroken puin Zand, matig grof, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

Zand, matig grof, zwak kleiïg, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

100

akker Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm

Klei, uiterst zandig, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor 100

akker

-100

Projectnaam: Waelplan (poelkade 32-34), 's-Gravenzande Projectcode: 2020.0201.9 Boring:

07

Datum:

4-11-2020

Boormeester:

Menno de Heer

0

0

akker Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, donkerbruin, Schep, Gat 30cm x 30cm

50

-50

Zand, matig grof, lichtbruin, Edelmanboor

100

-100

BMA Milieu B.V.

Bijlage 7 Fotoblad

BMA Milieu B.V.

2020.0201-9 Poelkade 32-34 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland

BMA Milieu B.V.

Bijlage 8 Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018

BMA Milieu B.V.

Bijlage 9 Functiescheiding

BMA Milieu B.V.

De monsternemer van BMA Milieu B.V. de heer M. de Heer

verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.

BMA Milieu B.V.

Bijlage 10 Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters

BMA Milieu B.V.

Toetsingscriteria Achtergrondwaarden: De achtergrondwaarden zijn bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde [AW2000] is sprake van een lichte verontreiniging in de grond. Streefwaarden: De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit betekent dat de streefwaarden het niveau aangeven waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft. Bij overschrijding van de streefwaarden [S] is sprake van een lichte verontreiniging in het grondwater. Tussenwaarde Wanneer deze waarde overschreden wordt voor een of meerdere stoffen gaat men er vanuit dat zich een risico van blootstelling aan mens of milieu zou kunnen voordoen met mogelijk schadelijke gevolgen. Dit houdt in dat een nader onderzoek in principe noodzakelijk is. Bij overschrijding van de 1/2 som achtergrond- en interventiewaarden is er sprake van een matige verontreiniging in de grond. In het grondwater is sprake van een matige verontreiniging bij overschrijding van de 1/2 som streef- en interventiewaarden. De 1/2 som achtergrond-/streefen interventiewaarde wordt ook wel de tussenwaarde [T] genoemd.

Interventiewaarden: Bij overschrijding van de interventiewaarden [I] is het wenselijk een saneringsonderzoek met daaropvolgend een sanering uit te voeren. Immers de interventiewaarden bodemsanering geven het concentratieniveau voor grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarden is er sprake van een sterke verontreiniging. Volgens het beleid is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging wanneer in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie hoger is dan de interventiewaarde. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment variëren met het bodemtype. Veel verontreinigende stoffen worden namelijk gebonden aan bodembestanddelen. Binding treedt met name op aan lutum [fractie < 2 m] en organisch stof [gloeiverlies als percentage van het totale drooggewicht]. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment zijn afhankelijk gesteld van beide genoemde bodemparameters. Voor het op de onderhavige locatie aanwezige bodemtype zijn de toetsingswaarden berekend volgens de in bovengenoemde circulaire opgenomen formules. De toetsingswaarden voor grondwater zijn onafhankelijk gesteld van het bodemtype.

Toelichting streefwaarden Bij het vaststellen van de streefwaarden is voor een aantal stoffen uitgegaan van achtergrondgehalten die van nature aanwezig zijn of die zijn veroorzaakt door diffuse verontreiniging via de atmosfeer. Hierbij zijn bovengrenzen genomen van achtergrondgehalten die in natuurgebieden zijn gevonden. Voor andere stoffen zijn de streefwaarden berekend uitgaande van een verwaarloosbaar risico. Daarbij is rekening gehouden met milieuhygiënische randvoorwaarden vanuit andere beleidsterreinen [zoals drinkwater- en warenwetnormen]. De streefwaarden zijn met name bij curatieve [bodemsanerende] en preventieve [bodembeschermende] maatregelen van belang. Voor deze beide soorten maatregelen geven de streefwaarden respectievelijk het uiteindelijk te bereiken en het te handhaven kwaliteitsniveau aan.-0

BMA Milieu B.V.

Toelichting interventiewaarden De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische [risico voor de mens] als ecotoxicologische risico's [risico voor planten- en dierenleven] van bodemverontreinigende stoffen. Deze waarden geven het concentratieniveau voor verontreinigingen aan, waarboven ernstige vermindering dreigt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier. Blootstelling aan een verontreiniging kan via een groot aantal routes in verschillende mate plaatsvinden. Dit is afhankelijk van lokale factoren [bijv. het voorkomen van verhardingen] en bij de mens van het gedrag [bijv. consumptie van vis uit oppervlaktewater met verontreinigde waterbodem]. Voor de afleiding van de algemeen geldende interventiewaarden is uitgegaan van een "standaard" gedragspatroon, waarbij alle blootstellingsroutes een rol spelen. Gezien het bovenstaande is het mogelijk dat uit de toetsing blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, zonder dat er bij het huidige gebruik een ontoelaatbaar risico aanwezig is. Dit is het geval als de blootstellingsroutes die tot dit risico aanleiding geven momenteel niet van toepassing zijn. Na de toetsing aan de interventiewaarden kan dan ook alleen worden aangegeven of er een saneringsnoodzaak is. De saneringsurgentie is afhankelijk van de actuele risico's.

Parameters Zware metalen; komen van nature in geringe hoeveelheden in de bodem voor, vrijwel altijd als verbinding. Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grond en grondwater kunnen worden veroorzaakt door een groot scala aan activiteiten. Over het algemeen zijn zware metalen slecht uitloogbaar. Aromaten; worden veel gebruikt als oplosmiddel, het zijn meestal vrij vluchtige stoffen die vetten en vetachtige stoffen goed oplossen. Door de redelijke oplosbaarheid van vluchtige aromaten in water worden deze stoffen zowel in grond als grondwater aangetroffen. Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen komen voor in benzine en diesel. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAK omvatten een groot aantal verbindingen die met name in teerprodukten worden aangetroffen, of bij verbranding van bijv. steenkool ontstaan. Alifatische chloorkoolwaterstoffen; worden veelal toegepast als oplosmiddel en als ontvettingsmiddel. Bekende voorbeelden hiervan zijn trichlooretheen (Tri) en tetrachlooretheen (Per). PCB’s; werden veelal toegepast als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen en verder in verf, inkt, lak, kit en lijm.

Minerale olie; de schadelijkheid van minerale olie is op zich niet groot, maar indien olie in grote hoeveelheden in de bodem aanwezig is, is een normaal bodemleven of plantengroei door zuurstofgebrek niet mogelijk. De eventuele toxiciteit wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van toxische nevenbestanddelen (aromaten, fenolen en lood). Als gevolg van permeatie door kunststof waterleidingbuizen van polyethyleen kan minerale olie aanleiding geven tot verontreiniging van het drinkwater.

Opdrachtgever

: ONW C.V. T.a.v. dhr. M. de Jong Postbus 16075 2500 BB DEN HAAG

Rapportnummer

: VOA.2020.0201.10

Datum

: 22 januari 2021

Verkennend onderzoek asbest Project Waelplan Dijckerwaal 14 ‘s-Gravenzande Gemeente Westland

BMA Milieu B.V.  Zuidweg 77  2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43  E-mail: info@bma-milieu.nl  www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36  BIC: RABONL2U  BTW nr. NL805523868B01  KvK nr. 272.40.966

BMA Milieu B.V.

Inhoudsopgave

blz.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport

1 1 1 1 1

2.

Beschikbare gegevens en onderzoeksopzet 2.1 Situering van het terrein 2.2 Beschikbare gegevens 2.3 Onderzoekshypothese en -opzet

2 2 2 3

3.

Veldwerkzaamheden 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden 3.2 Samenstelling van de bodem 3.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.4 Maaiveld inspectie 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018

4 4 4 4 4 4

4.

Laboratoriumonderzoek 4.1 Uitgevoerde analyses 4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten 4.3 Bespreking resultaten

5 5 5 5

5.

Evaluatie 5.1 Algemeen 5.2 Conclusies en aanbevelingen

6 6 6

Literatuurlijst

8

Tabellen

Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4

Onderzoeksopzet Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Regionale situatie Situatieschets Monsternemingsformulier asbest in bodem Analysecertificaten Bodemprofielen en dwarsdoorsnede Fotoblad Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters

3 4 5 5

BMA Milieu B.V.

1.

Inleiding en doel van het onderzoek

1.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend onderzoek naar asbest te verrichten op een locatie gelegen aan de Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedgekeurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018).

Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (2001), het nemen van grondwatermonsters (2002) en veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (2003), de maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opgenomen in bijlage 8. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal gaten en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onderzoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde gaten niet zijn waargenomen. Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V.

op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie. 1.4 Opbouw van het rapport De beschikbare gegevens en de onderzoekopzet zijn beschreven in hoofdstuk 2. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 3 en 4. De evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5.

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

1

BMA Milieu B.V.

2.

Beschikbare gegevens en onderzoeksopzet

2.1 Situering van het terrein De onderzoekslocatie maakt deel uit van het project Waelplas en is gelegen aan de Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland, betreft een locatie met een oppervlakte van circa 50. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente ‘s-Gravenzande, sectie K, nummers 6542 en 6543 (beide gedeeltelijk). De locatie is momenteel braakliggend. De regionale ligging van het terrein is weergegeven in bijlage 1. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 2. 2.2 Beschikbare gegevens Project Waelplan bestaat uit de deelgebieden Waelplas (oost- en westzijde) en Waelpolder. Ter plaatse van Waelplan zijn recentelijk historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waeplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d. 27 juli 2020) en milieukundige bodemonderzoeken (Waelplas oostzijde kenmerk: MKB.2019.0138, d.d. 25 februari 2020, Waelpolder kenmerk: MKB.2019.0170, d.d. 18 februari 2020 en Waelplas westzijde kenmerk: MKB.2019.0291, d.d. 4 juni 2020) en een verkennend onderzoek asbest aan de Nieuwe Vaart 11 (kenmerk: VOA.2019.0018, d.d. 18 februari 2019) uitgevoerd welke tussentijds zijn (her)beoordeeld door ODH. -

-

-

Beoordeling voor- en verkennend (asbest) bodemonderzoeken Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118555, zaaknummer: 00588060, d.d. 21 september 2020; o Toetsrapport verkennend asbest bodemonderzoek Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH-2020-00118473, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH2020-00118487, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00578788, kenmerk: ODH-202000057053, d.d. 8 juni 2020) - rapport is in hoofdlijnen beoordeeld; Beoordeling vooronderzoek, verkennend- en nader bodemonderzoek, locatie Waelplas (oostzijde) te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00123099, zaaknummer: 00588533, d.d. 28 september 2020; o Toetsrapport vooronderzoek Waelplas (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00123080, d.d. 28 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelplas oostzijde (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00124737, d.d. 28 september 2020); Beoordeling vooronderzoek, verkennend- en nader bodemonderzoek, locatie Waelplas (westzijde) te ’s-Gravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118523, zaaknummer: 00588531, d.d.

29 september 2020; o Toetsrapport vooronderzoek Waelplas (zaaknummer: 00588533, kenmerk: ODH2020-00123080, d.d. 28 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelplas westzijde (zaaknummer: 00588531, kenmerk: ODH2020-00129030, d.d. 28 september 2020).

Aangezien het historisch vooronderzoek van Waelpolder als niet voldoende is beoordeeld is het milieukundig bodemonderzoek slechts op hoofdlijnen beoordeeld. Vooruitlopend op de definitieve beoordeling wordt alvast aanvullend verkennend onderzoek asbest uitgevoerd ter plaatse van voormalige verhardingen (zoals ook uit de beoordelingen blijkt van Waelplas).

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

2

BMA Milieu B.V.

Gezien de (voormalige) aanwezigheid van glastuinbouw en de aangetroffen puin bijmengingen in de grond ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie, dient de onderzoekslocatie als verdacht voor asbest te worden beschouwd. Verder zijn er geen aanwijzingen dat in de bodem asbest aanwezig zou kunnen zijn als gevolg van het gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbesthoudend afval of opgetreden calamiteiten waarbij asbest vrijgekomen is (zoals branden, explosies, storm, etc.). Derhalve wordt vooralsnog geen aanwezigheid van asbest in en op de bodem verwacht. 2.3 Onderzoekshypothese en -opzet Voor de onderzoeksopzet wordt er vanuit dat de te onderzoeken voormalige verhardingen/puinlagen ‘verdacht’ zijn voor asbest in de bovengrond (grond onder de voormalige erfverharding/puinlaag). Als onderzoeksstrategie wordt de strategie voor een ‘verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern’ (tabel 6 uit de NEN 5707) gebruikt. In tabel 1 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 1

Onderzoeksopzet

terreindeel veldwerk analyses Dijckerwaal 14 (aanvullend verkennend onderzoek asbest - volgens tabel 6 uit de NEN 5707) voormalige verhardingen/ puin2 gaten (30 x 30 cm) tot ongeroerde ondergrond 1x asbest in grond (NEN 5898) lagen (circa 50 m2) (max. 1,0 m-mv)

De werkzaamheden worden uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. Indien de grond meer dan 50 % (puin)bijmengingen/bodemvreemde materialen bevat, vallen de werkzaamheden niet onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018.

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

3

BMA Milieu B.V.

3.

Veldwerkzaamheden

3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 4 november 2020 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. M. de Heer) uitgevoerd. Ter plaatse is het maaiveld geïnspecteerd op asbest en is de contactzone door middel van het graven van twee gaten tot 1,0 m-mv onderzocht. De gaten zijn (handmatig) gegraven met behulp van een schep. Voor nadere gegevens over de situering van de proefgaten wordt verwezen naar bijlage 2. Het monsternemingsformulier asbest in bodem is opgenomen in bijlage 3. Enkele foto’s van de locatie en de aangetroffen materialen zijn opgenomen in bijlage 6. 3.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw ter plaatse wordt verwezen naar de bodemprofielen (bijlage 5). Over het algemeen wordt in de bovengrond zand met een zwakke puin bijmenging aan puin aangetroffen. Op basis van bovengenoemde bodemopbouw valt onderhavig onderzoek onder de NEN 5707+C2:2017 (landbodem en partijen grond en droge baggerspecie met minder dan 50% puin(granulaat)). 3.3 Zintuiglijke waarnemingen De waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal staan vermeld in tabel 2. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. De volledige bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 2 gat gat 01 gat 02 -

Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal traject waargenomen bijzonderheden ( m-mv) 0,00 – 0,50 zwak puinhoudend 0,00 – 0,50 zwak puinhoudend

aangetroffen asbestverdacht materiaal -

geen asbestverdacht materiaal aangetroffen

3.4 Maaiveld inspectie Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De maaiveld inspectie-efficiëntie is geschat op 70 – 90%. 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018 Ten aanzien van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2018, te vermelden.

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

4

BMA Milieu B.V.

4.

Laboratoriumonderzoek

4.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. Een overzicht van het monster en de uitgevoerde analyse staat vermeld in tabel 3. Tabel 3

Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses

analysemonsters 01-1

deelmonster(s)

analyse asbest (NEN 5898)

01 (0,00 – 0,50)

De analysemonsters zijn geselecteerd op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. 4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de circulaire bodemsanering van 1 juni 2013. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg ds. (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor verkennend onderzoek asbest wordt ½ x de interventiewaarde (50 mg/kg ds.) gehanteerd als criterium voor nader onderzoek. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van het totaal gewogen gehalte aan asbest is weergegeven in tabel 4. Tabel 4 monster 01-1

Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest totaal gewogen gehalte aan asbest 16 mg/kg ds.

overschrijding criterium nader onderzoek nee

4.3 Bespreking resultaten Het zintuiglijk zwak puinhoudende deelmonster 01-1 (0,00 – 0,50) bevat zintuiglijk geen asbest. Analytisch wordt wel asbest aangetoond, echter wordt het criterium voor nader onderzoek asbest van 50 mg/kg ds. niet overschreden (16 mg/kg ds.).

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

5

BMA Milieu B.V.

5.

Evaluatie

5.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een verkennend onderzoek naar asbest te verrichten op een locatie gelegen aan de Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en de bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. 5.2 Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘verdacht’ juist is. Ter plaatse van de voormalige verharding nabij de woning is analytisch asbest aangetroffen, echter wordt het criterium voor nader onderzoek asbest niet overschreden.

Ons inziens vormen de resultaten van dit onderzoek, gezamenlijk met de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, milieuhygiënisch gezien geen belemmering voor de voorgenomen aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Haaglanden). functie

naam

projectleider

ing. J. Luiten

handtekening

versie

definitief controle / vrijgave

H. van Malsen

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

6

BMA Milieu B.V.

VOA.2020.0201.10 Project Waelplan Dijckerwaal 14 te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 januari 2021

7

BMA Milieu B.V.

Literatuurlijst 1.

NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederland Normalisatie-instituut, 1 oktober 2017.

2.

NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.

3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=8555a03b-3aca-4744-a85e-0fee3131e68c