bijlagen bij de toelichting (21-0309258)
Tekst van het document
m2
0
0
Huidig, actueel klimaat, T10
Agrarisch Glastuinbouw
Aararisch aras, akkerbouw, natuur
verhard landelijk
m2
0
125
onverhard landelijk
m2
0
4075
huidig aanwezig water
m2
0
0
oppervlakte plangebied
m2
12510
12510
Water
Totaal
Gebiedskenmerken
HUIDIG
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
0.60
0.60
maatgevend peil
NAP m
-0.43
-0.43
m
1.03
1.03
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050,
Oppervlaktewater in m2 Totaal extra te realiseren huidig aanwezig totaal te realiseren
aandeel plangebied
Ontwikkeling
Klimaat 2050
412
9
0
0
404
412
9
404
3.30Zo
0.107o
3.207o
Waterberging in m3 Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling 122.4
Klimaat 2050 2.5
119.9
Grafieken dienen alleen ter ver
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
Bijlage 5 Bodemonderzoek toestemming Omgevingsdienst Haaglanden
50
omgevingsdienst
Haaglanden
Bezoekadres
Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres
Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02
Gemeente Westland Cluster Beleid T.a.v. de heer D. Otto Postbus 150 2670 AD NAALDWIJK
E vergunningen@odh.nl I
www.odh.nl
Datum
Uw Brief
Ons Kenmerk
Afdeling
Contactpersoon
22 februari 2021
10 februari 2021
ODH-2021-00025919
Toetsing & Vergunningverlening Milieu
A.C.T. van Leeuwen
Bijlage(n)
Uw Kenmerk
Zaaknummer
Team
Telefoonnummer
00607390
T&V Bodem & Asbest
06 218 49 020
2 Betreft
Bodemadvies, locatie Grote Achterweg (NAM locaties ‘De Lier' 20 en 34) te Naaldwijk (AA178302686 1 AA178312188)
arnold.van.leeuwen@odh.nl
Geachte heer Otto, Op 10 februari 2021 hebben wij het document ‘Cultuurtechnisch rapport NAM-locatie De Lier 20 te Naaldwijk en het cultuurtechnisch herstel van het terrein’ (opgesteld door Antea Groep, met kenmerk 417964-CTR-01 van 20 juli 2018) ontvangen. Aanleiding voor het beoordelingsverzoek is de mogelijke start van de procedure bestemmingsplan ‘Uitbreiding Prinsenbos Naaldwijk’ en de wijziging van de bestemming (van bedrijf naar natuur) van twee voormalige NAM locaties (‘De Lier’ 20 en 34). Tevens is het voornemen om ter plaatse van de voormalige NAM locatie ‘De Lier’ 20 een scoutinggebouw met speelbos en speelveld te realiseren. Het onderzoek is niet uitgevoerd conform de NEN 5740 en wordt als onvoldoende beoordeeld voor wat betreft het vastleggen van de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming. Het onderzoek betreft het ‘cultuurtechnisch’ herstellen van de genoemde locatie. Na lichting van het bodemarchief van de Omgevingsdienst Haaglanden zijn de volgende gegevens over de bodemkwaliteit van de voormalige NAM locaties (‘De Lier’ 20 en 34) bekend: AA178301525 (ZH178312188) ‘Grote Achterweg 15 (NAM locatie De Lier 34) te Naaldwijk’: Uit de beschikking op het saneringsverslag (kenmerk ODH-2013-00006241, d.d. 13 november 2013) blijkt dat het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsverslag en de sanering is afgerond.
De plaatselijk ernstige verontreinigingen met barium, PAK en minerale olie in de grond zijn vrijwel volledig verwijderd. De locatie is geschikt voor het toekomstige gebruik (natuur). AA178302686 (ZH056509001) ‘Meetstation NAM De Lier (NAM locatie De Lier 20) te Naaldwijk’: Uit de beschikking op het saneringsverslag (kenmerk ODH-2020-00170170, d.d. 15 december 2020) blijkt dat het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsverslag en de sanering is afgerond. Het geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater is volledig verwijderd. De locatie is geschikt voor het toekomstige gebruik (natuur, speelplaats, speelbos en scoutinggebouw). Geconcludeerd kan worden, dat de bodem ter plaatse van de twee voormalige NAM locaties (‘De Lier’ 20 en 34) in voldoende mate is gesaneerd voor het toekomstige gebruik (natuur, speelplaats, speelbos en scoutinggebouw). Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat vanuit andere kaders (bv. bouwvergunning) aanvullende eisen aan een bodemonderzoek kunnen worden gesteld.
omgevingsdienst
Haaglanden Samenvattingen van de genoemde beschikkingen op saneringsverslagen zijn opgenomen als bijlage van deze brief. Hebt u vragen, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon uit het briefhoofd. Wij verzoeken u daarbij het zaaknummer te vermelden.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,
ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
Bijlage(n):
-kopie beschikking op saneringsverslag met kenmerk ODH-2013-00006241 -kopie beschikking op saneringsverslag met kenmerk ODH-2020-00170170
2/2
Bijlage 6 Eco-effect quick scan uitbreiding Prinsenbos
53
Eco-effectscan Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk
Opdrachtgever Gemeente Westland te Westland
Milieu consultancy
AQUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
Milieu consultancy AQUA-TERRA Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79
Eco-effectscan Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk
2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 e-mail info@aquaterranova.nl www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Gemeente Westland te Westland
Datum: Rapportnr.: Status:
16 juli 2021 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage
IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55
^
BTW: NL-8105.67878.B01
K.v.K. nr. 27240696
Milieu consultancy AQUA-TERRA Watermanagement Ruimtelijke ordening
COLOFON
Titel
: Eco-effectscan Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246
Opdrachtgever Contactpersoon
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Veldwerk Kwaliteitsborger Projectnummer
: Gemeente Westland : dhr. Dylan Otto
e-mail info@aquaterranova.nl www.aquaterranova.nl
dhr.Sam de Jong BSc dhr. Sam de Jong BSc dhr. Barry van den Ende MSc dhr. Barry van den Ende MSc dhr. Sam de Jong BSc : 21070
Aqua-Terra Nova BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.
Datum vrijgave
Status
16 juli 2021
Definitief
Vrijgave auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
© 2021 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING....................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4
2
METHODE.......................................................................................................... 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
3
Vaatplanten............................................................................................................... 13 Vogels ....................................................................................................................... 13 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................ 14 Vleermuizen .............................................................................................................. 14 Amfibieën................................................................................................................... 15 Reptielen.................................................................................................................... 15 Vissen........................................................................................................................ 15 Overige beschermde soorten ...................................................................................... 15
CONCLUSIES EN ADVIES................................................................................. 16 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Natura 2000-gebieden.................................................................................................11 Ecologische verbindingszones...................................................................................... 12
RESULTATEN SOORTBESCHERMING................................................................ 13 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
6
Ligging.........................................................................................................................8 Bestaande situatie.........................................................................................................8 Beoogde situatie en activiteiten................................................................................... 10 Veldbezoek..................................................................................................................10
RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING............................................................ 11 4.1 4.2
5
Inleiding...................................................................................................................... 6 Projectbeschrijving........................................................................................................6 Wettelijk kader Wet natuurbescherming.........................................................................6 Beoordeling beschermde natuurgebieden.......................................................................6 Aanwezigheid beschermde planten en dieren................................................................. 6 Effectbeoordeling en toetsing.........................................................................................7
PLANGEBIED..................................................................................................... 8 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Aanleiding.................................................................................................................... 5 Doelstelling.................................................................................................................. 5 Leeswijzer.................................................................................................................... 5 Verantwoording............................................................................................................ 5
Gebiedsbescherming....................................................................................................16 Soortenbescherming................................................................................................... 16 Advies en vervolgstappen........................................................................................... 17 Planning..................................................................................................................... 18 Geldigheid.................................................................................................................. 18
REFERENTIES................................................................................................ 19
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding Gemeente Westland is voornemens een gebied aangrenzend aan het huidige 'Prinsenbos' in te richten voor de natuur. Tevens is de gemeente voornemens een scoutinggebouw te bouwen in het plangebied te Naaldwijk. Voor dit project dienen onder andere de gevolgen van de ruimtelijke ingrepen op de aanwezige flora en fauna te worden weergegeven. In dit kader is de onderhavige Eco-effectscan uitgevoerd door Aqua-Terra Nova BV in opdracht van Gemeente Westland.
1.2
Doelstelling De Eco-effectscan heeft als doel te inventariseren of het project mogelijk in strijd is met de Wet natuurbescherming of het Natuurnetwerk Nederland in de Wet ruimtelijke ordening. Hiertoe worden de effecten van de activiteiten op beschermde gebieden en soorten inzichtelijk gemaakt. Daarnaast wordt geadviseerd hoe te handelen in het kader van de natuurwetgeving1.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethode en het toetsingskader van de Eco-effectscan beschreven. In hoofdstuk 3 worden het project en het plangebied beschreven. Mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland worden beschreven in hoofdstuk 4. De resultaten van de inventarisatie en mogelijke effecten op beschermde soorten worden in hoofdstuk 5 beschreven. Tot slot volgen in hoofdstuk 6 de conclusies en worden eventueel te nemen maatregelen geadviseerd. Bronvermeldingen zijn in de tekst met een nummer aangegeven, wat naar het desbetreffende nummer in de referentielijst verwijst.
1.4
Verantwoording Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
5
2 2.1
METHODE Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de voorliggende rapportage tot stand zijn gekomen. Dit hoofdstuk dient tevens als onderbouwing van de conclusies. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet natuurbescherming in het project wordt geborgd.
2.2
Projectbeschrijving Het project wordt beschreven aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Hiertoe wordt de omvang en ligging van het plangebied beschreven in relatie tot groenstructuren in de omgeving, wordt de bestaande situatie geschetst en worden de beoogde activiteiten omschreven.
2.3
Wettelijk kader Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn beschermde soorten en gebieden aangewezen1. Hierbij zijn beschermde soorten ingedeeld in drie regimes (respectievelijk art. 3.1, 3.5 en 3.10). Artikel 3.1 3.4 betreffen regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in de Europese Unie. Artikel 3.5-3.9 betreffen regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen. Artikel 3.10-3.11 betreffen regels ter bescherming van niet onder art. 3.5 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet. Alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten zijn strikt beschermd1. De bescherming van soorten is met name gericht op instandhouding van populaties en verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het 'nee, tenzij'-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren.
2.4
Beoordeling beschermde natuurgebieden Op basis van provinciale en lokale kaartendatabases wordt de ligging van natuurgebieden in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Het betreft gebieden uit de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden) en gebieden uit het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Indien dergelijke beschermde natuurgebieden binnen een straal van 5 km van het plangebied gelegen zijn of de ingreep een zodanig karakter heeft dat effecten op grotere afstand mogelijk zijn, wordt de wettelijke status beschreven. Daarnaast wordt beoordeeld of negatieve effecten op de gebieden uitgesloten kunnen worden, zowel door de werkzaamheden zelf als voor eventuele effecten van stikstofdepositie door de werkzaamheden op natuurgebieden.
2.5
Aanwezigheid beschermde planten en dieren Aan de hand van een veldbezoek, verspreidingsatlassen, overige naslagwerken en lokale waarnemingen wordt een lijst samengesteld van beschermde soorten behorend tot artikel 3.1, 3.5 en 3.10 welke in en in de nabije omgeving van het plangebied zijn waargenomen of potentieel aanwezig zijn. Deze lijst met soorten is een momentopname, is niet limitatief en kan aangevuld worden met beschermde soorten waarvan de aanwezigheid aannemelijk is. Voor deze soorten wordt op basis van het verkennend locatiebezoek de geschiktheid van biotopen in het plangebied beoordeeld. De beoordeling van de aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied resulteert in de vaststelling: Niet aanwezig c.q. afwezig; de soort is niet in de omgeving waargenomen of het plangebied vormt geen geschikt biotoop voor soort welke in de omgeving waargenomen is; de beoordeling van de afwezigheid wordt uitsluitend in uitzonderingen behandeld; soorten welke op de inventarisatielijst zijn opgenomen en niet worden behandeld, worden per definitie beoordeeld als niet aanwezig c.q.
afwezig; niet uit te sluiten; de soort is in de omgeving waargenomen of kan op basis van betrouwbare bronnen* verwacht worden en het plangebied vormt geschikt biotoop voor verblijfplaatsen of andere functionele onderdelen van de leefomgeving van de soort; aanwezig: de soort is tijdens het locatiebezoek waargenomen of de soort is in het plangebied waargenomen op basis van betrouwbare bronnen*. *Betrouwbare bronnen zijn minder dan 3 jaar oude gegevens van overige ter zake kundigen en de NDFF.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
6
2.6
Effectbeoordeling en toetsing Voor de aanwezige beschermde soorten of beschermde soorten waarvan de aanwezigheid niet uitgesloten kan worden, worden de effecten van de voorgenomen handelingen beoordeeld en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en de zorgplicht. De toetsing is gericht op aantasting en verstoring van individuen en hun functionele leefomgeving en mogelijke effecten op nabijgelegen natuurgebieden. De toetsing is afhankelijk van de kwetsbare periode waarin handelingen een effect kunnen hebben. Vervolgens wordt beoordeeld of aantasting van individuen en hun functionele leefomgeving een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de regionale of landelijke populatie. Per soortgroep worden de handelingen getoetst aan de verbodsbepalingen en de zorgplicht. Per beschermingscategorie worden hierbij verschillende toetsingskaders gehanteerd (zie tabel 2.1). Tabel 2.1. Toetsingskader per beschermingscategorie. Categorie Artikel 3.1-3.4 & Artikel 3.5 3.9 (Vogelrichtlijn & Habitatrichtlijn)
Toetsingskader Effecten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Indien effecten op beschermde vogelsoorten niet uitgesloten kunnen worden, dient de omvang van de mogelijke effecten inzichtelijk gemaakt te worden middels vervolgonderzoek. Voor handelingen in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling
Artikel 3.10-3.11 (Nationaal beschermde soorten)
Alle planten en dieren (Zorgplicht)
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
geldt een vrijstelling voor overtreding van de verbodsbepalingen, mits de handelingen uitgevoerd worden conform een goedgekeurde gedragscode. Indien het niet mogelijk is om conform een gedragscode te werken, dan dient ontheffing aangevraagd te worden. In het kader van de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel als redelijkerwijs verwacht kan worden voorkomen te worden, beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden.
7
3
PLANGEBIED
3.1
Ligging Het plangebied is gelegen aan de Grote Achterweg 5 te Naaldwijk, in de gemeente Westland in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied betreft een braakliggend terrein aangrenzend aan een bosachtige omgeving in een kastuinbouwgebied. Zie figuur 3.1 voor de ligging en de begrenzing van het plangebied. Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk Project 21070
Legenda I
I plangebied
I
I scouting gebouw
OpenStreetMap
Figuur 3.1. Ligging en begrenzing van het plangebied Prinsenbos te Naaldwijk (rood omkaderd).
Het plangebied is gelegen in overwegend bebouwd gebied. Ten noorden, westen en zuiden grenst het gebied aan kassencomplexen. Ten oosten van het plangebied ligt aangrenzend bosachtig gebied 'het Prinsenbos'. Ten zuiden van het plangebied ligt de Grote Achterweg.
3.2
Bestaande situatie Het plangebied betreft een braakliggend terrein met een oppervlakte van circa 2,7 ha. Ten noorden van het plangebied ligt een oost-west georiënteerde sloot van circa 6 meter breed. Eveneens ligt er langs de westelijke rand een sloot van 1,5 meter breed. Ten oosten van het plangebied ligt een plas van circa 5,4 ha, behorend tot het huidige Prinsenbos. Het zuidelijke gedeelte omvat een verharde parkeerplaats. Het zuidwestelijke en noordwestelijke deel van het plangebied bestaat uit een voormalige NAM-locatie van De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Het terrein is gesaneerd en wordt nu omgevormd tot natuur- en recreatiegebied binnen het Prinsenbos. De voormalige NAM-locatie ten zuidwesten is omgeven door een bosschage van circa 4 meter. Hierin is de zwarte populier de dominante soort met een bomenrij van 20 meter hoog. Ondergroei bestaat uit zomereik, spaanse aak, kamperfoelie, gewone vlier, gewone es en rode kornoelje. De oranje omlijning binnen de NAM-locatie, weergegeven in figuur 3.1, geeft de toekomstige locatie van een scoutinggebouw weer. Hier is op de zandgrond een pioniersbegroeiing ontstaan van duizendblad, gewone raket, witte klaver, klein hoefblad, honingklaver, hazepootje, klaproos, akkerdistel en kamille.
Ten noorden van het toekomstig scoutingterrein is een voedselrijke ruigte ontstaan met guldernroede, rode klaver, teunisbloem, stalkaars, ridderzuring, klaproos, kamille, duizendblad en opslag bestaande uit hulst, els, hazelaar en wilg. De ruigte loopt door naar smalste gedeelte in het plangebied wat zich langs de gehele oostelijke rand van het plangebied strekt, hier is momenteel bos aanwezig. Ook hier is zwarte populier dominant, samen met gewone es. De ondergroei bestaat uit wilde liguster, zomereik, lijsterbes, eenstijlige meidoorn, hondsroos, rode kornoelje en gewone 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
8
vlier. Langs de bosrand groeien kruiden als geel nagelkruid, brandnetel, gewone braam en gewone dagkoekoeksbloem. Het meest noordelijke gedeelte, de andere NAM-locatie heeft ook enkele jaren braak gelegen, hier is een vochtig voedselrijk grasland met vossestaart, heelblaadjes, veenwortel, pitrus, bijvoet, sint-janskruid, ridderzuring, engels raaigras, scherpe boterbloem, rode klaver en witte klaver ontstaan. In het plangebied is geen water aanwezig. Zie voor een impressie van het plangebied de afbeeldingen in figuur 3.2.
./••V
t .1
■ŵiį
i'
r~ar
ï'"
'Ä
'
*
'
r ;j»ffcwąr. ii.iMįp|İĮļŽļiį
Figuur 3.2. Impressie van het plangebied. Linksboven de parkeerplaats aan de Grote Achterweg. Rechtsboven het voormalige NAM-terrein. Centraal links de bomenrij langs de westelijke rand. Centraal rechts de ruigte centraal in het plangebied. Linksonder het toekomstige scoutingterrein. Rechtsonder het noordelijke gedeelte.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
9
3.3
Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. De Gemeente Westland is voornemens het Prinsenbos uit te breiden met natuur en recreatie gebied, en het bouwen van een scoutinggebouw. De voormalige in het plangebied gelegen NAM-locatie is gesloopt en de grond is in 2018 gesaneerd. Vervolgens heeft het terrein 3 jaar braakgelegen en wordt nu herbestemd als zijnde natuur; specifiek de uitbreiding van het ernaast gelegen Prinsenbos. Het huidige in het plangebied bestaande groen blijft onaangetast. In februari 2018 is een ecologisch onderzoek gedaan waarbij het veldonderzoek in november 2017 heeft plaatsgevonden. Dit ecologisch onderzoek is ongeldig omdat het onderzoek ouder dan 3 jaar is. Tevens is het noordelijkste deel van het plangebied wat voorheen de bestemming 'bedrijfsterrein' had, nog niet onderzocht. Dit deel is sinds 2013-2014 niet bebouwd en heeft sindsdien braakgelegen. Op dit deel wordt niet gebouwd en vinden ook geen ruimtelijke ingrepen plaats. Het zuidelijke deel is het gesaneerde deel, waar een ruimtelijke ingreep plaats gaat vinden door het bouwen van een scoutinggebouw. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.
3.4
Veldbezoek Het plangebied is bezocht in de ochtend 2 juli 2021. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, geheel bewolkt met een temperatuur van 170C, windkracht 2 Bft uit het westen. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied bekeken. Beschermde soorten worden alleen op basis van regionale verspreidingsgegevens en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten, anders worden ze meegenomen in de toetsing.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
10
4
RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING Onderstaand wordt bepaald wat de afstand is van het plangebied tot beschermde natuurgebieden of gebieden die behoren tot een ecologische verbindingszone en wordt getoetst of de geplande activiteiten mogelijk een negatief effect kunnen hebben op deze beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.
4.1
Natura 2000-gebieden Het Natura 2000-gebied 'Solleveld Kapittelduinen' bevindt zich op circa 2,9 km afstand ten noordenwesten van het plangebied, zie figuur 4.1. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.
Uitbreiding Prinsenbos Naaldwijk Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 Project 21070
Legenda Plangebied Solleveld 81 Kapittelduinen
Figuur 4.1. Positie van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Het Natura 2000-gebied Solleveld Kapittelduinen' bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen2. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevinden zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora2. Negatieve effecten door de geplande ontwikkeling worden door de afstand en de tussenliggende infrastructuur uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Stikstofdepositie Stikstofdepositie is de hoeveelheid stikstof, die in de vorm van NOX (stikstofoxiden) of NH3 (ammoniak), neerdaalt op de bodem. Verschillende bronnen, zoals bouwwerktuigen, verkeer en mest, hebben een stikstofuitstoot In Nederland is in 118 van de 161 Natura 2000-gebieden, de stikstofdepositie hoger bevonden dan ten minste één habitat of soort kan verdragen. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning1. Met het aannemen van de Stikstofwet 'stikstofreductie en natuurverbetering' op 9 maart 2021 is een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouwsector. Deze Wet is per 1 juli in werking getreden.
De vrijstelling is partieel, omdat deze alleen geldt voor tijdelijke 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
11
stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (hierna: "Bouwfase") en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt (hierna: "Gebruiksfase"). De vrijstelling is tevens partieel, omdat deze alleen geldt voor de gevolgen van stikstofdepositie en niet voor ándere significante gevolgen, zoals de verstoring door licht, geluid en trillingen en oppervlakteverlies van habitatten en effecten op grondwaterstanden. Dit betekent dat in de vergunningverlening van (bijvoorbeeld) een woningbouwproject alleen nog gekeken wordt naar de structurele stikstofemissies en -depositie tijdens de Gebruiksfase van het project. Er moet nog steeds onderzocht worden wat de gevolgen zijn voor de structurele stikstofemissies van de Gebruiksfase en de effecten van de bijbehorende depositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Hieruit komt naar voren of er een vergunning nodig is op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: "Wnb"). Voor de mogelijke stikstofdepositie wordt ten behoeve van de beoogde werkzaamheden een separate berekening gemaakt. De bouwfase onder de huidige wetgeving vrijgesteld.
Ecologische verbindingszones Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)3, zie figuur 4.2. Het plangebied bevindt zich op circa 900 m van een ecologische verbindingszone dat deel uitmaakt van het NNN. Het betreft hier het water de Poelwetering ten westen van het plangebied. Het NNN kent geen externe werking. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Nadere toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Uitbreiding Prinsenbos Naaldwijk Ligging plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland * . -i j r\—ļr\ Project 21070
p»
AOUATfï
vKęşū
■'-A
iSSiÊ ,
cm
V
sžaříissg® , -
«r.
\
AA
\X
«Š2
S'-‘ A -V.. - .
R ä
'
ñWBt
— -
mm
fflKiX 1
Legenda I
.
'J’
I Plangebied ecologische verbinding
-----
4.2
Bge* X95V
Figuur 4.2. Positie van het plangebied ten opzichte van het NNN.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
12
5
RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is/zijn.
5.1
Vaatplanten Het plangebied is tijdens het uitvoeren van het oriënterend veldbezoek gecontroleerd op mogelijk aanwezige beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. De beschermde planten glad biggenkruid, en in mindere mate de groenknolorchis, komen voor in de omgeving. Deze worden aangetroffen in het duingebied en zijn gebonden aan voedselarme zonnige plekken op zandgrond. De soorten worden niet verwacht in het bosrijke plangebied. Op basis van de verspreidingsgegevens van het plangebied worden andere beschermde vaatplanten niet verwacht4. De aanwezigheid van beschermde flora kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.
5.2
Vogels Alle broedende vogels, hun broedplaatsen en de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd. Daarnaast zijn rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd1.
5.2.1
Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats De bomen in het plangebied zijn geschikt voor uilen en/of roofvogels. Tijdens het veldbezoek is er in de bomen gezocht naar oude nesten. Er zijn geen (oude) nesten van uilen en/of roofvogels aangetroffen in de bomen. Ook zijn er geen nesten in omliggende bomen waargenomen die mogelijk van een roofvogel en/of uil zouden kunnen zijn. Het veldbezoek is echter in juli uitgevoerd wanneer nesten lastig te zijn waar te nemen door het dichte bladerdek. Uit de verspreidingsgegevens komt naar voren de sperwer en de buizerd voorkomen in de omgeving van het plangebied. De buizerd broedt met name in bossen en bosrijke landschappen en mindere mate in meer opengebieden. De sperwer broedt in bossen, soms tuinen en parken, meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels, bosjes en op erven. Nesten van de buizerd zijn groot en meer opvallend, en worden daarnaast ook meer verwacht in grotere bosgebieden. De sperwer maakt een kleiner onopvallend nest. Het Prinsenbos biedt een geschikt broedbiotoop voor de sperwer. Uit de verspreidingsgegevens komt dan ook naar voren dat de sperwer hier in 2012 op zijn nest is waargenomen.
Het betreft in het zuidelijke deel van het plangebied ter hoogte van de locatie van het beoogde scoutingsgebouw. Ondanks dat er geen groen wordt verwijderd in beoogde situatie, kan er wel verstoring optreden tijdens het broedseizoen. De bouw van het scoutingsgebouw dient buiten het broedseizoen van de sperwer worden uitgevoerd. Indien de werkzaamheden buiten de periode maart tot en met augustus worden uitgevoerd is nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het Prinsenbos de gierzwaluw en huismus behorend tot de categorie 1-4 (jaarrond beschermde vaste verblijfplaats) voorkomen6. De gierzwaluw nestelt in gebouwen, onder de dakgoot, achter de regenpijp, onder dakpannen, of in een gat in de muur en ook wel in neststenen. De huismus nestelt onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten5. In het plangebied staan geen gebouwen, behalve één 2,5 meter hoog betonnen elektriciteitsgebouw met een plat dak. Dit gebouw is ongeschikt voor de huismus en/of gierzwaluw. Tevens wordt dit gebouw niet gesloopt. Het plangebied is niet geschikt voor deze soorten, er zijn geen geschikte bouwwerken aanwezig. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor gierzwaluwen en huismussen kan daarom worden uitgesloten.
Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soort is niet noodzakelijk.
5.2.2
Vogels uit categorie 5 Van de vogelsoorten met een verblijfplaats uit de categorie 5 zijn verschillende vogels binnen het plangebied te verwachten: grote bonte specht, ekster, blauwe reiger, koolmees, pimpelmees, boomklever, boomkruiper en zwarte kraai. Nesten van categorie 5-soorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen1. In dit geval wordt het plangebied gebruikt als foerageergebied en als nestgelegenheid. In holtes in het groen nestelen naar verwachting holtebroeders als boomkruiper, grote bonte specht, boomklever, koolmees en 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
13
pimpelmees5. Nesten van de ekster en reigers worden in de kroon van bomen aangetroffen. De geplande werkzaamheden tasten het aanwezige groen niet aan, hierdoor kunnen negatieve effecten op mogelijk aanwezig essentieel leefgebied worden uitgesloten. Vogels en hun nesten zijn wel beschermd tijdens het broeden. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. 5.2.3
Algemene (broed)vogels In en rondom het plangebied zijn algemene vogelsoorten te verwachten zoals gaai, tjiftjaf, zanglijster, zwartkop, vink, winterkoning, houtduif, halsbandparkiet, heggemus, merel en kauw. Het groen in het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene vogels. De halsbandparkiet en kauw maken gebruik van holen in bomen om hun nest in te bouwen. Gaai en houtduif maken hun nesten in de kroon van bomen. De merel, winterkoning, zanglijster heggemus, zwartkop, vink en tjiftjaf maken gebruik van lage bomen en struweel om een nest in te bouwen5. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden1. Er wordt aanbevolen om buiten het broedseizoen (grofweg van maart t/m juli) te werken. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats te vinden.
5.3
Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het plangebied geen strikt beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen1,6. Het plangebied ligt geïsoleerd tussen kastuingebied, beschermde soorten worden dan ook niet verwacht. Het voorkomen van strikt beschermde zoogdiersoorten in het plangebied kan worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat het plangebied geschikt is voor nationaal beschermde zoogdiersoorten zoals haas, muissoorten, egel en konijn. Voor deze nationaal beschermde zoogdiersoorten geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming1. De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Gezien de voorgenomen activiteiten wordt niet verwacht dat deze soorten in het geding komen.
5.4
Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming1. Vleermuizen maken binnen hun netwerk gebruik van vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Deze vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook als de dieren op dat moment niet aanwezig zijn. Daarnaast is de functionele leefomgeving van vleermuizen beschermd. Dit zijn de vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden, die nodig zijn om een verblijfplaats te laten functioneren.
5.4.1
Verblijfplaatsen Op basis van het veldbezoek wordt het plangebied geschikt geacht voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Er is één betonnen elektriciteitsgebouw op het terrein die niet toegankelijk is voor vleermuizen. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten. Langs de oostkant van het plangebied zijn meerdere holen in de zwarte populieren aangetroffen. Dit zouden geschikte verblijfplaatsen van boombewonende soorten zoals de ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis kunnen zijn7. Daarnaast zijn er verschillende vleermuiskasten opgehangen aan bestaande bomen (zie Figuur 5.1).
ĶJŚSįr
yţfflr mí Figuur 5.1. Reeds bestaande vleermuiskasten in het Prinsenbos 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
14
Gezien de activiteiten is vervolgonderzoek echter niet nodig. De bomen worden tenslotte niet verwijderd. Wel is van belang dat bij de eventuele aanbouw van het scoutinggebouw de vleermuizen niet verstoord worden. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. 5.4.2
Foerageergebied en vliegroute Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Het Prinsenbos is één van de weinige groene gebieden ten midden van het kassengebied in de regio Naaldwijk. Tevens herbergt het veel water en daarmee geschikt foerageergebied. Het groen wordt echter niet verwijderd. De werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op mogelijk aanwezige essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Door het uitbreiden van de groenpercelen wordt het foerageergebied voor vleermuizen juist vergroot. Negatieve effecten op mogelijk aanwezige essentiële vliegroutes en foerageergebieden kan worden uitgesloten. Verstoring op overvliegende vleermuizen dienen echter wel voorkomen te worden. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
5.5
Amfibieën Uit de verspreidingsgegevens komt naar voren dat de strikt beschermde rugstreeppad in het duingebied ten noordwesten van het plangebied voorkomt. Gezien de tussengelegen kassen, infrastructuur, woonwijken, beschoeide watergangen is het uitgesloten dat deze soort binnen het plangebied terecht komt. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van strikt beschermde amfibieënsoorten kan niet worden uitgesloten. De ruigtes en groenstroken in het plangebied zijn geschikt voor nationaal beschermde soorten, als bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, poelkikker en bastaardkikker. Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Gezien de voorgenomen activiteiten wordt niet verwacht dat deze soorten in het geding komen.
5.6
Reptielen Uit de landelijke verspreidingsgegevens komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied de (strikt) beschermde zandhagedis voorkomt9. De zandhagedis is sterk gebonden aan duin- en heidegebieden met een mozaïek van rijk gestructureerde dwergstuikvegetatie, afgewisseld met hogere grassen, 'kale' grond en plekken met open zandgrond10. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat en de tussenliggende infrastructuur wordt de aanwezigheid van de zandhagedis uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Er worden geen andere beschermde reptielensoorten in het plangebied verwacht.
5.7
Vissen In het plangebied zijn geen watergangen of ander open water aanwezig. Negatieve effecten op vissen zijn uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. De watergangen aangrenzend aan het plangebied zijn geschikt voor algemene vissoorten. De geplande werkzaamheden hebben echter geen effect op de mogelijk aanwezige vissoorten. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming.
5.8
Overige beschermde soorten Van de ongewervelden zijn naast vlinders en libellen, enkele kevers (vliegend hert, brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever), weekdieren (platte schijfhoren, Bataafse stroommossel) en een kreeftachtige (rivierkreeft), beschermd door de Wet natuurbescherming1,9,10. Het plangebied en directe omgeving voorzien voor geen van deze soorten in geschikt habitat. Het voorkomen van beschermde ongewervelden kan hierdoor redelijkerwijs worden uitgesloten.). Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
15
6
CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van de Gemeente Westland heeft Aqua-Terra Nova BV een onderzoek uitgevoerd naar de consequenties van natuurwetgeving op de geplande werkzaamheden met betrekking tot het project Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk. Op basis van een locatiebezoek en een literatuurstudie is geïnventariseerd welke beschermde soorten er in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van de projectbeschrijving is getoetst of de geplande activiteiten in strijd kunnen zijn met de Wet natuurbescherming. De conclusie van de toetsing worden in dit hoofdstuk gegeven.
6.1
Gebiedsbescherming Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ^ Het plangebied bevindt zich op circa 2,9 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Solleveld Kapittelduinen'. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk; ^ Het plangebied bevindt zich op circa 900 m van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk; • Voor de mogelijke stikstofdepositie wordt ten behoeve van de beoogde werkzaamheden een separate berekening gemaakt. De bouwfase onder de huidige wetgeving vrijgesteld.
6.2
Soortenbescherming In tabel 6.1 is per soortgroep de benodigde vervolgstappen conform de Wet natuurbescherming aangegeven. In tabel 6.2 wordt de betekenis van de kleurencode weergegeven. Tabel 6.1. Overzicht beschermde soorten Soortgroep
Wet
Geadviseerde vervolgstappen
Vaatplanten Beschermde soorten Algemene soorten
Wnb 3.5 of 3.10 Wnb 1.11
Aanwezigheid uitgesloten Werken conform zorgplicht.
Vogels Soorten met jaarrond beschermde verblijfplaats
Wnb 3.1
Werkzaamheden aan het scoutinggebouw dienen buiten de periode maart tot en met augustus worden uitgevoerd. Indien niet mogelijk is nader onderzoek naar de sperwer noodzakelijk
Categorie 5 soorten
Wnb 3.1
Verstoring broedende vogels voorkomen.
Algemene soorten
Wnb 3.1
Verstoring broedende vogels voorkomen.
Grondgebonden zoogdieren Beschermde soorten Algemene en
Wnb. 3.5 of 3.10
Aanwezigheid uitgesloten
Wnb 1.11
Werken conform zorgplicht.
Verblijfplaatsen
Wnb 3.5
Verstoring verblijvende vleermuizen voorkomen.
Vliegroutes en foerageergebied
Wnb 3.5
Verstoring overvliegende vleermuizen voorkomen.
vrijgestelde soorten
Vleermuizen
Amfibieën Beschermde soorten Algemene en vrijgestelde soorten
Wnb 3.5 of 3.10 Wnb 1.11
Aanwezigheid uitgesloten Werken conform zorgplicht.
Reptielen Beschermde soorten
Wnb 3.5 of 3.10
Aanwezigheid uitgesloten
Vissen Beschermde soorten Algemene soorten
Wnb 3.5 of 3.10
N.v.t.
Wnb 1.11
N.v.t.
N.v.t.
Aanwezigheid uitgesloten
Overige soorten Beschermde soorten
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
16
Tabel 6.2. Betekenis kleurencodes. Kleur Groen
Geel
Betekenis Werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden met inachtneming van de algemene zorgplicht. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits maatregelen genomen worden of conform een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt. Indien negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden is nader onderzoek noodzakelijk. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten, functie van het
Rood
plangebied voor de betreffende soorten en de invloed van het project op individuen en de gunstige staat van instandhouding van de soort is noodzakelijk. Indien uit het onderzoek blijkt dat betreffende soort aanwezig is en negatieve effecten niet uit te sluiten dan wel te voorkomen zijn dient ontheffing aangevraagd te worden.
6.3 Advies en vervolgstappen De Gemeente Westland is voornemens het huidige Prinsenbos uit te breiden. De braakliggende terreinen aan de noord- en zuidkant worden tot natuur herontwikkeld, een scoutinggebouw wordt in het centrale gedeelte van het plangebied gebouwd. Op basis van de gebiedskenmerken en het veldbezoek worden verblijfplaatsen van beschermde diersoorten uitgesloten. Het plangebied is wel geschikt als broedterritoria voor algemeen voorkomende vogelsoorten, en de aanwezigheid van kleine zoogdieren en amfibieën. Daarnaast is het plangebied geschikt als verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied voor strikt beschermde vleermuizen. Zie voor vervolgmaatregelen de volgende paragraaf. 6.3.1
Sperwer Het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor de jaarronde beschermde sperwer. De sperwer is tevens waargenomen op zijn nest binnen het plangebied in 2012. De werkzaamheden aan het scoutinggebouw dienen buiten het broedseizoen van de sperwer te worden uitgevoerd, wanneer de jongen zelfstandig het nest kunnen verlaten. Indien het niet mogelijk is om buiten de periode maart tot en met augustus de werkzaamheden aan het scoutinggebouw uit te voeren, is nader toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het betreft drie bezoeken in het voorjaar tussen 15 maart en 15 juli.
6.3.2
Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels en hun eventuele nesten zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Indien werkzaamheden in de periode maart t/m juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van broedende vogels voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden.
6.3.3
Vleermuizen Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Indien dit niet mogelijk is, dient uitstraling van verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Ook kan ervoor gekozen worden om in de periode te werken wanneer vleermuizen in winterslaap zijn. De winterslaap van vleermuizen duurt grofweg van november t/m maart, maar is afhankelijk van soort en weersomstandigheden. Indien er bij de werkzaamheden nieuwe verlichting wordt geplaatst, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen zoveel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen door straatverlichting kan aanzienlijk worden beperkt door amberkleurig UV-vrije LEDarmaturen, lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval toe te passen.
6.3.4
Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van 21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
17
planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen.
6.4
Planning Onderzoeken naar de aanwezigheid van (strikt) beschermde soorten van artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming dienen conform goedgekeurde protocollen uitgevoerd te worden10. Deze onderzoeksperiodes zijn afhankelijk van de soort, potentiële functie van het plangebied en soms ook weersomstandigheden. Indien bij onderzoek afgeweken wordt van de betreffende protocollen kan dit tot gevolg hebben dat een eventuele latere ontheffingaanvraag om deze reden afgewezen wordt.
December
November
Oktober
September
D i—i
Augustus
Juni
Mei
April
Maart
Januari
Tabel 6.3. Onderzoeksperioden beschermde soorten.
Februari
In tabel 6.3 worden de betreffende onderzoeksperiode per soort weergegeven. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat een onderzoek bestaat uit meerdere bezoeken, verspreid over het onderzoekseizoen.
sperwer Broedvogelcontrole Donkergroen: optimale onderzoeksperiode; Lichtgroen: weersomstandigheden; Wit: geen onderzoek mogelijk.
minder geschikte periode
en
afhankelijk
van
Uit het onderzoek zal blijken of het noodzakelijk is de geplande activiteiten aan te passen en of een verklaring van geen bedenkingen of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Indien verzekerd kan worden dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden in het kader van de Wet natuurbescherming worden overtreden, is een verklaring van geen bedenkingen of ontheffing niet noodzakelijk. Indien een verklaring van geen bedenkingen of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wel noodzakelijk is, moet rekening worden gehouden met een proceduretijd van circa twintig weken (Zuid-Holland) en in sommige situaties een gewenningstijd van enkele maanden met betrekking tot alternatieve verblijfplaatsen of vliegroutes.
6.5
Geldigheid Afhankelijk van de tijd tussen dit onderliggende onderzoek en de werkzaamheden, kan een actualiserend of aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. De conclusies van dit onderzoek zijn drie jaar geldig.
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
18
REFERENTIES 1. 2. 3.
VI O' UI
7
8. 9. 10. 11.
Ministerie van Economische zaken. Wet natuurbescherming. (2016). Ministerie van landbouw natuur en voedselkwaliteit. Natura 2000-gebieden. Rijksoverheid. Begrenzing van het Natuurnetwerk en de Natura 2000-gebieden. (2018). Available at: https://www.do.nl/indicatoren/nl1425-begrenzing-van-het-natuurnetwerken-natura-2000-gebieden. FLORON. Available at: www.floron.nl. SOVON. Available at: https://www.sovon.nl/nl. Zoogdiervereniging. Available at: https://www.zoogdiervereniging.nl. Limpens, H., Twisk, P. & Veenbaas, G. Met vleermuizen overweg. (Uitgave Dienst Weg- en Waterbouwkunde, delft, en de vereniging voor zoogdierkunde en zoogdierbescherming, 2004). RAVON. Available at: https://www.ravon.nl/. Vlinderstichting. Available at: www.vlinderstichting.nl. EIS kenniscentrum insecten en andere ongewervelden. Available at: http://www.eisnederland.nl/. Netwerk Groene Bureaus (werkgroep 'Standaarden en protocollen'). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. (2017).
21070/AQT303FF/BE Definitieve rapportage 16 juli 2021
19
Bijlage 7 Archeologisch onderzoek zuidkant uitbreiding Prinsenbos
75
a
antea'group
Antea Group Archeologie 2017/161 projectnummer 417964
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen
definitief revisie 01 13 november 2018
J
NAM-locatie Naaldwijk (LIR20), gemeente Westland
Understanding today. Improving tomorrow.
antea'group
Antea Group Archeologie 2017/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen NAM-locatie Naaldwijk (LIR20), gemeente Westland projectnummer 417964 definitief revisie 01 13 november 2018
Auteurs R.L. Fens P.C. Teekens
Opdrachtgever NAM B.V. Postbus 28000 9400 HH Assen
y
datum vrijgave
beschrijving revisie 01 definitief 01 (gewijzigde plangrens)
goedkeuring I A.J. Brokke
„,
vrijgave A. Kant
antea'group
Inhoudsopgave
Blz.
Administratieve gegevens
1
Samenvatting
2
1
Inleiding
3
2
Bureauonderzoek
4
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
4
2.1.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
4
2.1.2
Huidig en toekomstig gebruik
5
2.1.3
Archeologisch beleid en regelgeving
5
2.1.4
Landschappelijke situatie
5
2.1.5
Historische situatie en mogelijke verstoringen
9
2.2
Bekende waarden
11
2.2.1
Archeologische waarden
11
2.2.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden
13
2.3
Archeologische verwachting
13
2.3.1
Bestaande verwachtingskaarten
13
2.3.2
Gespecificeerde archeologische verwachting
16
2.4
Conclusies en advies voor vervolgonderzoek
17
3
Veldonderzoek
18
3.1
Doel- en vraagstelling
18
3.2
Onderzoeksopzet en werkwijze
18
3.3
Resultaten
19
3.3.1
Bodemopbouw
19
3.3.2
Archeologie
20
4
Conclusies en advies
21
4.1
Conclusies
21
4.2
(Selectie)advies
22
Literatuur en geraadpleegde bronnen Bijlagen 1 2 3
Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen
23
antea'group
Kaartbijlagen 417964-ARCHIS 417964-S1
Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten
Antea Group Archeologie 2017/161
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417964 13 november 2018 revisie 01 NAM B.V.
antea'group
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group
417964
OM-nummer 4574210100 Provincie Gemeente Plaats
Zuid-Holland Westland Naaldwijk
Toponiem
Grote Achterweg, LIR-20, Prinsenbos, Boschpolder
Kaartblad
37B
Coördinaten
NW 73090/447060 NO 73125/447085 ZW 73175/446960 ZO 73200/446985
Opdrachtgever
NAM B.V.
Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering Projectteam
november 2017 A.J. Brokke (projectleider archeologie) R.L. Fens (KNA-archeoloog) D.J. la Fèber (senior KNA-archeoloog)
Vrijgave conform KNA Bevoegd gezag Deskundige bevoegd gezag Beheer documentatie Vondstdepot
A. Brokke (senior KNA-archeoloog) gemeente Westland Archeologie Delft Antea Group Provinciaal Archeologisch Depot, Zuid-Holland
mwt
O s c
Ä 4. t
[He windei
0.2
Hoňşel
ľ4H
:rinsenbi
t :\4*a /eeswoni
Weerheim
ien î» Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart 1:25.000 met ligging plangebied (rood omkaderd en omcirkeld; kaart niet op schaal afgebeeld).
Blad 1 van 25
Antea Group Archeologie 2017/161
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417964 13 november 2018 revisie 01 NAM B.V.
antea'group
Samenvatting In opdracht van NAM B.V. heeft Antea Group in november 2017 een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor de geplande ontmanteling van de NAM-locatie De Lier 20 (LIR20) te Naaldwijk, gemeente Westland. De werkzaamheden waarop dit archeologisch bureau- en booronderzoek betrekking hebben bestaan uit het verwijderen van de aanwezige installaties en het verwijderen van de bestaande verhardingslaag (asfalt). Het archeologisch onderzoek dient in het kader van een omgevingsvergunning. Een archeologisch bureauonderzoek dient om een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Aan de hand van dit model wordt er bepaald wat de specifieke archeologische verwachtingswaarde van het onderzoeksgebied is en wat de kenmerken van de archeologische vindplaatsen zijn die kunnen worden aangetroffen. Naast de inventarisatie van archeologische gegevens zoeken wij ook naar informatie over het historische bodemgebruik en de omvang van (eventuele) bodemverstoringen, reeds uitgevoerde bodemsaneringen en/of ophogingen van het terrein. Aan de hand van deze gegevens kunnen bijvoorbeeld verstoorde locaties in het gebied worden uitgesloten van vervolgonderzoek. Een verkennend booronderzoek dient om de in het bureauonderzoek opgestelde verwachting te toetsen en waar nodig aan te vullen op basis van bodemgegevens uit het plangebied zelf.
Op basis van het bureauonderzoek werd rekening gehouden met een aanzienlijke bodemverstoring als gevolg van de aanleg van de NAM-locatie. Tevens werd rekening gehouden met de aanwezigheid van jong en/of oud duinzand (Laagpakket van Schoorl en/of van Voorburg, waaronder een haakwal), (geul)afzettingen van de Gantel én archeologische resten uit de periode vanaf de Romeinse tijd. Vast is komen te staan dat het oorspronkelijk aanwezige duinzandpakket, zoals werd verwacht, is afgegraven. Wel zijn er (geul)afzettingen van de Gantel aangetroffen, maar er is geen sprake (meer) van een oud niveau of vegetatielaag. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten kan hiermee naar beneden worden bijgesteld. Dergelijke waarden of archeologische indicatoren zijn ook, in tegenstelling tot de verwachtingen, niet aangetroffen. (Selectie)advies
Op basis van de resultaten en conclusies van het veldwerk wordt geadviseerd om het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven ten gunste van de voorgenomen herontwikkeling. De implementatie van de bovenstaande aanbeveling is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid, in dezen de gemeente Westland. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen van de KNA, versie 4.0. Voor het KNAprotocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKBBRL SIKB 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie). In november 2018 is revisie 01 van dit rapport aangemaakt waarbij de grens van het te ontmantelen deel van de locatie is aangepast. Zie voor de gewijzigde plangrens het blauwe kader op afbeelding 2. Vergeleken met de eerdere plangrens wordt nu ook een deel van de beplante strook meegenomen in de ontgraving. De beplante strook was echter ook al in het onderzoeksgebied voor zowel het bureauonderzoek als het inventariserend veldonderzoek betrokken (te weten boringen 8, 9 en 10). De gewijzigde plangrens heeft daarmee naar onze mening geen consequenties voor de volledigheid van de resultaten en het advies.
Blad 2 van 25
Antea Group Archeologie 2017/161
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417964 13 november 2018 revisie 01 NAM B.V.
1
antea'group
Inleiding In opdracht van NAM B.V. heeft Antea Group in november 2017 een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor de geplande ontmanteling van de NAM-locatie De Lier 20 (LIR20) te Naaldwijk, gemeente Westland. De werkzaamheden waarop dit archeologisch bureau- en booronderzoek betrekking hebben bestaan uit het verwijderen van de aanwezige installaties en het verwijderen van de bestaande verhardingslaag (asfalt). Het archeologisch onderzoek dient in het kader van een omgevingsvergunning. Een archeologisch bureauonderzoek dient om een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Aan de hand van dit model wordt er bepaald wat de specifieke archeologische verwachtingswaarde van het onderzoeksgebied is en wat de kenmerken van de archeologische vindplaatsen zijn die kunnen worden aangetroffen. Naast de inventarisatie van archeologische gegevens zoeken wij ook naar informatie over het historische bodemgebruik en de omvang van (eventuele) bodemverstoringen, reeds uitgevoerde bodemsaneringen en/of ophogingen van het terrein. Aan de hand van deze gegevens kunnen bijvoorbeeld verstoorde locaties in het gebied worden uitgesloten van vervolgonderzoek. Een verkennend booronderzoek dient om de in het bureauonderzoek opgestelde verwachting te toetsen en waar nodig aan te vullen op basis van bodemgegevens uit het plangebied zelf.
In november 2018 is revisie 01 van dit rapport aangemaakt waarbij de grens van het te ontmantelen deel van de locatie is aangepast. Zie voor de gewijzigde plangrens het blauwe kader op afbeelding 2. Vergeleken met de eerdere plangrens wordt nu ook een deel van de beplante strook meegenomen in de ontgraving. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen van de KNA, versie 4.0. Voor het KNAprotocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKBBRL SIKB 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
Blad 3 va
25
Antea Group Archeologie 2017/161
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417964 13 november 2018 revisie 01 NAM B.V.
2
antea'group
Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. 'Waar kunnen we wat verwachten?' Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.