Bijlagen bij de goflo
Tekst van het document
ISW VAKCOLLEGE omgevingsvergunning NL.IMRO.1783.00000000-0001 concept
Inhoudsopgave
Bijlagen goflo
5
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 veiligeheid Bijlage 13 Bijlage 14
6 13 110 328 412 422 431 440 512 538 560
waterparagraaf Bodem Rapportage Akoestisch onderzoek gemeentewegen Notitie Akoestisch onderzoek provinciale wegen Onderzoek stikstofdepositie Flora Campus Westland AERIUS bouwfase AERIUS gebruiksfase Archeologie Ecoeffect analyse dempen watergangen Flora Campus ecco effectscan geluid en luchtkwaliteit Quickscan bedrijven en milieuzonering en externe Verslag participatie Staat van horeca activiteiten
720 742 748
3
4
Bijlagen goflo
5
Bijlage 1 waterparagraaf
6
3.9
Water
3.9.1 Wettelijk kader De wateropgave voor het Vakcollege op de Flora Campus Westland wordt integraal uitgewerkt conform de geldende weten regelgeving en beleidskaders op Europees, nationaal, provinciaal, regionaal (waterschap) en gemeentelijk niveau. Hieronder volgt een overzicht van de relevante beleidsdocumenten, met bijzondere aandacht voor het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Westland. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) (kaderstellend) Nationaal: wetgeving over water: per 1 januari 2024 in de Omgevingswet, o.a. art. 2.2 (kaderstellend) Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (kaderstellend en richtinggevend) Water en Bodem sturend bij ruimtelijke ordening (richtinggevend) Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (richtinggevend) Provinciaal: Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (richtinggevend) Hoogheemraadschap van Delfland: Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) (richtinggevend) Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving (voorheen watertoets) Handreiking weging waterbelang voor gemeenten (richtinggevend en kaderstellend) Diverse beleidsdocumenten, waaronder Legger en Keur (kaderstellend) Gemeentelijk: Waterklimaatplan Westland (richtinggevend) Strategie klimaatadaptatie Westland (richtinggevend) Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland leidraad 2.0 (kaderstellend)
Programma van standaarden (kaderstellend) Hemelwaterverordening (kaderstellend) Kaderrichtlijnwater KRW: (kaderstellend) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze 'goede toestand' uiterlijk in 2027 realiseren. De Rijksoverheid heeft de Kaderrichtlijn Water (KRW) omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Dit staat in de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Deze weten regelgeving is vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is systeemverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW namens het Rijk. In onder andere het Bestuursakkoord Water is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. Alle waterbeheerders in Nederland zijn verantwoordelijk voor een deel van de uitvoering van de KRW. De Kaderrichtlijn Water verplicht de lidstaten om eens in de 6 jaar stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) vast te stellen. Deze SGBP's geven voor elk stroomgebied een overzicht van de toestand, problemen, doelen en maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit.
Voor Westland zijn de jaarlijkse waterkwaliteitsrapportages van Delfland relevant (komt elk kaar in april uit over het vorige jaar). De waterkwaliteit in Westland is het afgelopen decennium overall wel verbeterd, maar voldoet (in ruime mate) niet aan de KRW. Omgevingswet voorheen waterwet (kaderstellend) De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet. Dit is één van de 26 wetten die in de Omgevingswet opgaan. De Waterwet en de onderliggende regelgeving bevatten veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen blijven grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. Ook de hoofdlijnen van het waterbeheer onder het oude recht, zoals bijvoorbeeld de bevoegde autoriteiten en het vergunningenstelsel blijven in stand in de Omgevingswet. De wet zegt dat gemeente een sleutelrol spelen in het lokale waterbeheer, specifiek het beschermen van watersystemen en waterkwaliteit en benadrukt het belang in een goede samenwerking tussen verschillende bestuurslagen. In artikel 2.1 van de omgevingswet staan de taken en bevoegdheden van de bestuursorganen beschreven.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (kaderstellend) Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan en
hebben zich daarvoor ook verenigd in werkregio's. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is gebaseerd op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie uit 2015. Deze Deltabeslissing moet elke zes jaar opnieuw worden herijkt. We kunnen maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade voorblijven door vanaf nu, naast de voortdurende inzet op de primaire waterveiligheid met het hoogwaterbeschermingsprogramma en de programma's voor de secundaire waterkeringen van de waterschappen, klimaatbestendig en waterrobuust te bouwen en bij de toedeling van functies rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in een gebied. Dit voorkomt extra risico op schade en slachtoffers bij een overstroming of extreem weer. Ook zijn dringend investeringen nodig om de vitale en kwetsbare functies en processen (waaronder wegen, spoorwegen, vaarwegen, elektriciteit, ICT, drinkwater, gas) robuuster in te richten en beter bestand te maken tegen extremere weersomstandigheden. Nú slim bouwen bespaart geld in de toekomst en draagt bij aan leefbaarheid en gezondheid. Er is meer inzet nodig van zowel publieke als private partijen voor het klimaatbestendig uitvoeren van nieuwbouw, industrieterreinen, ICT- en energievoorzieningen en het klimaatbestendig aanpassen van bestaande bebouwing.
Water en bodem sturend (richtinggevend) Op vrijdag 25 november 2022 heeft Minister Harbers van I&W de kamer geïnformeerd via de kamerbrief over het richtinggevend kader Water en bodem sturend (WBS). De ruimte in Nederland staat onder druk vanwege de optelsom van vele ontwikkelingen, zoals woningbouwopgave, klimaatverandering, de energietransitie en economische ontwikkeling. De gemeente Westland, als één van de meest verharde gemeenten van Nederland, heeft decennialang kunnen floreren in economie en wonen doordat met technische ingrepen het (grond)water en bodem kon worden gebruikt dan wel beheerst. Door de gevolgen van klimaatverandering én de druk op de ruimte is deze aanpak niet langer houdbaar. De draagkracht van de natuur en het water- en bodemsysteem heeft op vele vlakken haar grenzen bereikt. Dit vertaalt zich in verhoogde risico's op wateroverlast en watertekorten. Om bestaande en nieuwe functies nog goed en veilig te kunnen laten bestaan, zijn extra inspanningen nodig op het vlak van water en bodem. Ons denken en handelen moet hierin veranderen. De beleidslijnen die vanuit bodem en water sturend worden meegegeven geven de gemeente Westland richting in de ruimtelijke puzzel, het ZHPLG maar ook nieuw te ontwikkelen gemeentebeleid voor klimaatadaptatie en de ruimtelijke visie op de glastuinbouw.
Landelijke maatlat (richtinggevend) De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen waaraan door gemeenten voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. Op 23 maart 2023 ging een kamerbrief uit met de invulling hiervan. De landelijke maatlat definieert eenduidig wat we onder klimaatadaptief bouwen en inrichten verstaan. Deze bestaat uit kwalitatieve doelen en kwantitatieve prestatie-eisen/richtlijnen voor de thema's overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. De eisen van het convenant Klimaatadaptief Bouwen, de regionale afspraken waar de gemeente Westland aan meedoet, voldoen hieraan (zie hieronder). Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (richtinggevend) Het Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027, vastgesteld door de Provinciale Staten, beschrijft het waterbeleid van de provincie. Dit programma omvat de uitvoering van Europese richtlijnen zoals de Kaderrichtlijn Water, en gaat in op onderwerpen als zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Het biedt een overzicht van de aanpak en samenhang tussen verschillende water gerelateerde onderwerpen. Het programma is het resultaat van samenwerking met partners zoals waterschappen, drinkwaterbedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten, en wordt elke zes jaar geactualiseerd.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) (richtinggevend) In dit programma geeft Delfland aan hoe ze inspelen op ontwikkelingen als zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging, en waar zij de komende jaren aan werken. Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving (voorheen watertoets) Bij plannen in de fysieke leefomgeving is de weging van het waterbelang verplicht. Voor het doorlopen van dit proces heeft Delfland een handreiking opgesteld. Handreiking weging waterbelang voor gemeenten (richtinggevend en kaderstellend) De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de procedure voor de weging van het waterbelang in plannen voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Diverse beleidsdocumenten Hoogheemraadschap van Delfland (richtinggevend en kaderstellend) De basis van het beleid is de Keur en de Legger van Delfland. Hierin staan regels wat wel en niet is toegestaan binnen wateren en waterkeringen. Verder bestaat er over wateroverlast, de inrichting van watergangen/natuurvriendelijke oevers, zonering van waterkeringen/kust en waterkwaliteit ook divers Delflands beleid. Dit is te vinden op de website van Delfland. Waterklimaatplan Westland (richtinggevend)
Het waterklimaatplan bevat ambities en ambitieniveaus op basis van lange termijndoelen (2040-2050). Het per doel gekozen ambitieniveau is vastgelegd in een Ambitie-keuzekaart. Ambities zijn uitgewerkt in gezamenlijke jaarlijkse uitvoeringsprogramma's. Dit waterklimaatplan wordt in 2024/2025 geactualiseerd. Strategie klimaatadaptatie Westland (richtinggevend) De Omgevingsvisie 2.0 stelt dat Westland in 2040 klimaatadaptief moet zijn ingericht. Om deze ambitie waar te kunnen maken, is een Westlandse strategie vastgesteld om richting en kader te geven aan deze lange termijn ontwikkeling. Het bevat een beschrijving van de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Westland, urgentie en de strategische ontwikkellijnen voor de gemeente Westland. Dit betekent dat de gemeente klimaatadaptatie borgt in al haar beleid en uitvoeringsprogramma's, waarbij er specifieke aandacht uitgaat naar verder onderzoek naar risicogebieden en kwetsbare groepen. Daarnaast ziet de gemeente een grote betrokkenheid van haar inwoners en bedrijven als noodzakelijk, om ook een bijdrage te leveren in de (gezamenlijke) opgave. Klimaatadaptatie kan immers niet alleen afgewenteld worden op de openbare ruimte. Bedrijven en inwoners hebben een eigen verantwoording voor wat betreft private eigendommen.
Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (kaderstellend) De gemeente Westland is ondertekenaar van het Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland. Dit betekent dat de gemeente Westland nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk wil bouwen. Deze eisen worden bij planvorming van nieuwe ontwikkelingen (OTW) aan de voorkant meegegeven. Daarnaast zijn deze in 2022 verwerkt in de het Programma van standaarden van de gemeente Westland en vormt dit tot op heden een actueel eisenpakket voor de inrichting van de openbare ruimte. We voldoen hiermee ook aan de landelijke klimaatlat. Programma van standaarden (kaderstellend) Hierin zijn de voorwaarden opgenomen waaraan de inrichting van de openbare ruimte moet voldoen, inclusief de eisen voor klimaatadaptatie, water en groen. Het programma wordt gehanteerd bij overdracht aan de gemeente van private gronden als openbare ruimte en is leidraad voor de herinrichtingsprojecten van de gemeente zelf. Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland (kaderstellend) Vanaf 20 december 2023 heeft de gemeente Westland beleid op het bergen en vasthouden van regenwater op privaat terrein binnen een nieuwbouwplan. Vanaf 1 januari maakt deze verordening automatisch deel uit van het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat elke ruimtelijke ontwikkeling groter dan 50 m2 hieraan moet voldoen.
Voor iedere m² bebouwd oppervlak moet 50 liter berging worden aangelegd. Bij bedrijventerreinen tellen ook de verharde onbebouwde oppervlaktes mee. Voor het aanleggen van de waterberging bestaan verschillende mogelijkheden. In het handboek 'Omgaan met Hemelwater bij nieuwbouw in Westland' staan voorbeelden ter inspiratie. 3.9.2 Onderzoek Veiligheid en waterkeringen Er bevinden zich geen primaire of regionale waterkeringen binnen het plangebied. De eisen uit de Keur en Legger van Delfland zijn hiermee niet van toepassing op het Vakcollege. Waterkwantiteit Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid..
Watercompensatie Voor de tijdelijke situatie wordt het graven en dempen zodanig uitgevoerd dat het watersaldo neutraal blijft. Daarnaast wordt de doorstroming en waterkwaliteit geborgd door het realiseren van een extra doorsteek. Deze doorsteek verbindt de huidige doodlopende sloot met de naastgelegen watergang langs de Burgemeester Elsenweg. Hiermee wordt de bestaande waterkwaliteit verbeterd omdat we hiermee doorstroming creëren. Zie figuur 1 voor een schematische weergave van de situatie.
Figuur 1
Verhardingscompensatie Voor het Vakcollege is een toename van verhard oppervlak van 4.311 m² voorzien (zie figuur 2). Deze ontwikkeling wordt meegenomen binnen het integrale waterhuishoudkundig plan van de gehele Flora Campus. Voor de tijdelijke situatie wordt gebruikgemaakt van het resterende verhardingsquotum uit het bestemmingsplan ‘Bloemblad’, dat naast het plangebied ligt en straks onderdeel uitmaakt van de Flora Campus. De daarvoor vereiste compensatiemaatregelen zijn reeds uitgevoerd. Na aftrek van andere ontwikkelingen (tijdelijke woningen ca. 2.700 m²; JEM-ID ca. 945 m²) resteert ruim voldoende ruimte om de extra verharding van het Vakcollege op te vangen binnen het bestaande compensatiekader.
Figuur 2
Voorkomen van wateroverlast Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Het bestaande maaiveld wordt circa 60 centimeter opgehoogd om hiermee een drooglegging van 1,20m te creëren.
Watersysteemkwaliteit en ecologie
In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat een natuurvriendelijke oever worden aangelegd. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Deze opgave wordt verder uitgewerkt in de overkoepelende waterparagraaf voor de totale ontwikkeling van de Floracampus.
In de tijdelijke situatie dragen we ook al bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit door de bestaande doodlopende watergang te verbinden met een dam met duiker met de naastgelegen sloot langs de Burgemeester Elsenweg. Onderhoud en bagger Het beheer en onderhoud van het watersysteem vindt plaats conform de Keur en Legger van Delfland. Het oppervlaktewater valt onder secundaire watergangen (aanleg voor 2009) wat door de gemeente wordt onderhouden. Het gewoon onderhoud is erop gericht de watergang in goede staat te houden; het periodiek maaien van de taluds en de onderhoudsstroken, het in standhouden van de taluds, en indien er beschoeiing aanwezig is deze in goede staat te houden en voorkomen dat de taluds instabiel worden. Daarnaast vindt er buitengewoon onderhoud plaats, ook wel baggeren zodat de vereiste diepte van de watergang behouden blijft. Om dit onderhoud uit te voeren zal er een onderhoudsstrook langs de watergang vrij gehouden worden van obstakels en beplanting. Conform de legger is de onderhoudsstrook minimaal 1,50 meter breed, met een hoogte van 2,00 meter. In de praktijk is ruim 4 meter beschikbaar om het rijdend onderhoud uit te voeren. De watergangen maken momenteel deel uit van het ontwikkelgebied en worden in de eindsituatie getransformeerd naar een openbare parkomgeving.
In het inrichtingsplan van het park is de positionering van bomen, lichtmasten en ander straatmeubilair integraal afgestemd op deze stroken. Alle vaste objecten worden buiten de werkbreedte en draaicirkels van het materieel geplaatst. Bodem en grondwater Binnen de ontwikkeling van de Floracampus is een robuuste drooglegging cruciaal voor het voorkomen van grondwateroverlast en het waarborgen van de stabiliteit van de infrastructuur. De drooglegging wordt gedefinieerd als het verticale verschil tussen het vastgestelde bouwpeil (of maaiveld) en het streefpeil van het oppervlaktewater. Voor de Flora Campus wordt uitgegaan van een drooglegging van minimaal 1,20 meter. Afvalwater en riolering Het Vakcollege wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Afvalwater wordt via de Flora Campus afgevoerd naar het gemaal Naaldwijk-Zuid. Voor hemelwater wordt minimaal 50 mm berging per m² verhard oppervlak gerealiseerd, conform de gemeentelijke hemelwaterverordening. Dit gebeurt middels retentiekratten, groene daken en infiltratievoorzieningen. Overtollig hemelwater wordt na buffering en waar mogelijk infiltratie, afgevoerd naar het oppervlaktewater. Convenant klimaatadaptief De ontwikkellocatie draagt bij aan de ambities van het convenant Klimaatadaptief Bouwen, met aandacht voor:
• • • • • 3.9.3
Waterrobuust en klimaatbestendig ontwerp Waterberging op eigen terrein Vergroening van daken en gevels Hittestress-reductie Infiltratievoorzieningen (wadi’s)
Conclusie
Het plan voor het Vakcollege voldoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve wateropgaven, zonder de uitvoerbaarheid van het initiatief in gevaar te brengen en verslechteren de huidig situatie niet . De waterbelangen worden integraal meegenomen in het overkoepelende waterhuishoudings - en klimaatadaptatieplan voor de Flora Campus Westland. Verdere detaillering en afstemming met het waterschap volgen in het vervolg van het waterhuishoudings- en klimaatadaptatieplan voor de Flora Campus Westland.
Bijlage 2 Bodem
13
Opdrachtgever
:
Hoogeweide Vastgoed B.V. T.a.v. dhr. P.M. van der Weide Gaagweg 26 2636 AJ SCHIPLUIDEN
Rapportnummer
:
MBO.2021.0249
Datum
:
6 december 2021
Milieukundig bodemonderzoek Middel Broekweg nabij 12 Naaldwijk Gemeente Westland
BMA Milieu B.V. Zuidweg 77 2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43 E-mail: info@bma-milieu.nl www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36 BIC: RABONL2U BTW nr. NL805523868B01 KvK nr. 272.40.966
BMA Milieu B.V.
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport
1 1 1 1 1
2.
Vooronderzoek, onderzoekshypothese en onderzoeksopzet 2.1 Vooronderzoek 2.2 Onderzoekshypothese en -strategie 2.3 Onderzoeksopzet
2 2 5 5
3.
Veldwerkzaamheden 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden 3.2 Samenstelling van de bodem 3.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.4 Maaiveld inspectie 3.5 Grondwater 3.6 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001/2002/2018
7 7 7 7 7 8 8
4.
Laboratoriumonderzoek 4.1 Uitgevoerde analyses 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater 4.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond en grondwater 4.4 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten 4.5 Bespreking resultaten
9 9 9 10 10 11
5.
Evaluatie 5.1 Algemeen 5.2 Conclusies en aanbevelingen
12 12 12
Literatuurlijst
13
Tabellen Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6 Tabel 7 Tabel 8
Informatiebronnen Onderzoeksopzet Uitgevoerde werkzaamheden Zintuiglijke waarnemingen Metingen grondwater Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest
2 5 7 7 8 9 10 11
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Regionale situatie Locatie en boringen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten Bodemprofielen Fotoblad Historische informatie Monsternemingformulier asbest Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters
BMA Milieu B.V.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek
1.1 Algemeen De heer P.M. van der Weide van Hoogeweide Vastgoed B.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een milieukundig bodemonderzoek, bestaande uit vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, te verrichten op een locatie gelegen aan de Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het milieukundig bodemonderzoek is de verkoop van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedgekeurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018).
Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (2001), het nemen van grondwatermonsters (2002) en veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (2003), de maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opgenomen in bijlage 9. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal boringen, gaten en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onderzoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde boringen en gaten niet zijn waargenomen. Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V.
op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie. 1.4 Opbouw van het rapport De resultaten van het vooronderzoek, de onderzoekshypothese en de onderzoeksopzet zijn beschreven in hoofdstuk 2. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 3 en 4. De evaluatie, alsmede toetsing van de hypothese, is opgenomen in hoofdstuk 5.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
1
BMA Milieu B.V.
2.
Vooronderzoek, onderzoekshypothese en onderzoeksopzet
2.1 Vooronderzoek Voor de opzet van het vooronderzoek is de NEN 5725:2017 (Aanleiding A: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek) als uitgangspunt gehanteerd. De in de tabel genoemde gegevens zijn niet altijd volledig. BMA Milieu B.V. is wel afhankelijk van deze gegevens. Hoewel het vooronderzoek naar beste eer en geweten is uitgevoerd, kan geen garantie worden gegeven over de juistheid en volledigheid van de gegevens. De informatie, verkregen tijdens het vooronderzoek, wordt door ons als voldoende beschouwd voor het doel van het onderzoek. Tabel 1
Informatiebronnen
informatiebronnen opdrachtgever Omgevingsdienst Haaglanden gemeente Westland locatiebezoek BAG bodemloket digitaal loket ODH bodembeheersnota en bodemkwaliteitskaart archeologie luchtfoto’s historisch kaartmateriaal eerder verricht bodemonderzoek
datum toelichting 08-11-2021 Hoogeweide Vastgoed B.V., dhr. P.M. van der Weide 15-11-2021 uitvoeringsdienst milieutaken voor o.a. gemeente Westland (bodem-, tank- en vergunningenarchief) 16-11-2021 door BMA Milieu B.V. 08-11-2021 Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster bodeminformatiepunt bodem informatie online Omgevingsdienst Haaglanden (BiO-ODH) bodembeheersnota Gemeente Westland (kenmerk: 1271310, d.d. 4 februari 2021, door Tauw) archeologische beleidsadvieskaart Gemeente Westland 2004 – 2020 1870 – 2020 onderzoekslocatie verkennend bodemonderzoek, kenmerk: 1053800, d.d. 31 december 1995, IWACO; saneringsevaluatie, kenmerk: 1053800.735, d.d. 1 augustus 1997, uitgevoerd door IWACO; nulsituatieonderzoek, kenmerk 602832.a, d.d. 11 mei 2000, uitgevoerd door Blgg Oosterbeek; eindsituatieonderzoek, kenmerk: EIND.2010.0191, d.d. 15 september 2010, uitgevoerd door BMA Milieu B.V.
directe omgeving nulsituatie bodemonderzoek Langebroekweg 9, kenmerk: 78457, d.d. 5 november 1998, uitgevoerd door WLTO/Blgg Oosterbeek; verkennend bodemonderzoek, kenmerk: NEN.2016.0126, d.d. 20 juni 2016, uitgevoerd door BMA Milieu B.V..
In verband met de spoedeisendheid van onderhavig onderzoek zijn de veldwerkzaamheden opgestart voorafgaand aan volledige raadpleging van bovengenoemde informatiebronnen voor historisch onderzoek. Locatiegegevens Oppervlakte en kadastrale gegevens Onderhavige onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 7.620 m2, staat plaatselijk bekend als Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland en kadastraal als gemeente Naaldwijk, sectie C, nummer 1553. Bodemopbouw en geohydrologie Antropogene lagen in de bodem Er is geen informatie over de opbouw en kwaliteit van de antropogene (veroorzaakt door menselijk handelen) ophooglaag bekend.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
2
BMA Milieu B.V.
Bodemopbouw en geohydrologie Het freatisch grondwater had ten tijde van het onderzoek een stijghoogte van circa 0,50 meter minus maaiveld (m-mv). Volgens informatie van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO heeft de deklaag een dikte van circa 27 meter en bestaat uit zandige klei met veenbrokjes. Onder de deklaag wordt het eerste watervoerend pakket aangetroffen met een dikte van circa 17 meter. Het eerste watervoerend pakket bestaat uit middel fijn tot en met uiterst fijn kleiig zand en uiterst grof tot en met middel grof grindig zand en de stromingsrichting van het grondwater is globaal oostelijk gericht. Onder het eerste watervoerend pakket wordt op een diepte van 43 tot 64 meter minus NAP een slecht doorlatende laag aangetroffen. Onder deze laag wordt een tweede watervoerend pakket aangetroffen. Naar de stromingsrichting van het freatisch grondwater is geen onderzoek gedaan. Naar verwachting wordt deze beïnvloed door lokale factoren zoals sloten, drainages en (lekke) rioleringen. Het onderzoeksgebied bevindt zich buiten de 25-jaarbeschermingszone van een waterwingebied. Onderhavige onderzoekslocatie ligt op circa 6 à 7 kilometer ten zuiden van het dichtstbijzijnde milieubeschermingsgebied voor grondwater. Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie kan sprake zijn van kwel (opwaartse grondwaterstroming) en van inzijging (neerwaartse grondwaterstroming).
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Onderzoekslocatie Ter plaatse is door BMA Milieu B.V. in 2010, op basis van het eerder uitgevoerde nulsituatie onderzoek (kenmerk: 6028232.a, d.d. 11 mei 2000, door Blgg Oosterbeek), een eindsituatie onderzoek verricht (kenmerk: EIND.2010.191, d.d. 15 september 2010). Uit dit bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de voormalige aanmaak- en opslagplaats meststoffen en/of bestrijdingsmiddelen in de voormalige bedrijfsruimte de eindsituatie is vastgelegd. In de (boven)grond en het grondwater worden ten hoogste licht verhoogde waarden aangetoond. De bovengrond bevat een lichte bijmenging met puin en/of koolas. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit statusinformatie van Bodemloket blijkt dat de locatie voldoende is onderzocht. Tevens blijkt uit deze bron dat het zuidelijk deel van de locatie deel uit maakt van voormalige NAMlocatie “De Lier 35” (Lange Broekweg) en dat er een bodemsanering heeft plaatsgevonden. Er is o.a. een saneringsplan en een evaluatieverslag opgesteld, waarmee is ingestemd. De statusinformatie geeft aan dat er voldoende is gesaneerd.
Uit de door de Omgevingsdienst Haaglanden beschikbaar gestelde informatie blijkt dat de geregistreerde informatie met betrekking tot de voormalige NAM-locatie "De Lier 35 (Lange Broekweg)" niet beschikbaar is. De aangeleverde informatie (evaluatierapport kenmerk: 105380.735, d.d. 4 augustus 1997, opgesteld door IWACO) heeft betrekking op een andere locatie, namelijk NAM-locatie "De Lier 11" welke op 1,43 km afstand van onderhavige onderzoekslocatie is gesitueerd. Op basis van de statusinformatie (voldoende gesaneerd) afkomstig van het bodemloket wordt uitgegaan van een volledig gesaneerde locatie zonder gebruiksbeperkingen. Directe omgeving Van de directe omgeving zijn diverse eerder verrichte bodemonderzoeken bekend (zie tabel 1 / uitdraai van Bodemloket in bijlage 7). Deze onderzoeken hebben op basis van onderlinge afstand geen betrekking op onderhavige onderzoekslocatie Geval van ernstige bodemverontreiniging Er zijn geen nabijgelegen grootschalige mobiele gevallen van ernstige bodemverontreinigingen bekend.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
3
BMA Milieu B.V.
Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart Uit de bodembeheersnota van gemeente Westland blijkt dat onderhavige onderzoekslocatie in bodemfunctie Wonen (kassen) valt. De wegbermen (ondersteunende wegdelen) vallen in bodemfunctie industrie. Op basis van de ontgravingskaart en de toepassingskaart valt de bovengrond (0,00 – 0,50 m-mv) in bodemklasse Wonen (Lokale Maximale Waarde (LMW)). De ondergrond (0,50 – 2,00 m-mv) valt in bodemklasse Landbouw/natuur (LMW) / wonen (LMW). Gebruik en verwachting van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Uit historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s blijkt dat het noordelijk gelegen deel van de locatie in het verleden in gebruik is geweest als glastuinbouw. De opstallen (kassen en bedrijfsruimte) en een gedeelte van de erfverharding zijn in de periode tussen 2009 en 2011 gesloopt en verwijderd. Het zuidelijk gelegen deel van de locatie is in het verleden tot medio jaren 90 van de vorige eeuw in gebruik geweest als NAM-locatie voor aardolie- en gaswinning. De NAM-locatie is in de periode tussen 1990 en 1997 ontmanteld en verwijderd en de bodem en het grondwater is gesaneerd. De voormalige NAM-locatie heeft een periode braak gelegen en is tot 2010/2011 in gebruik geweest als buitenteelt locatie. Beide terreindelen zijn begin 2011 in gebruik genomen als grasland.
Ter plaatse van de zuidelijke perceelsgrens (nummers 1553 en 3221) is begin jaren 60 van de vorige eeuw een watergang gedempt. Informatie met betrekking tot de demping en kwaliteit is onbekend. Hoogstwaarschijnlijk is deze gedempte met gebiedseigen grond. Vanuit het verleden (tot aan heden) zijn geen activiteiten zoals bedrijfsmatig gebruik van asbest, stortingen van afval en/of calamiteiten bekend. Op onderhavige onderzoekslocatie zijn geen andere voormalige ondergrondse olietanks, kelders, funderingen, kabels en leidingen, stortplekken en/of andere potentieel bodembelastende bedrijfsactiviteiten bekend. Binnen onderhavige onderzoekslocatie zijn de volgende (voormalige) verdachte activiteiten bekend: - onderhavige onderzoekslocatie is gelegen in glastuinbouwgebied: de grond is verdacht voor de stoffen uit het basispakket, bestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest en het grondwater is verdacht voor de stoffen uit het basispakket en arseen. - voormalige aanmaak- en opslagplaats meststoffen en/of bestrijdingsmiddelen de grond en het grondwater is verdacht voor bestrijdingsmiddelen (OCB) en zware metalen; - gedempte watergang (aan de zuidelijke perceelsgrens): de grond is verdacht voor de stoffen uit het basispakket, bestrijdingsmiddelen (OCB) en het grondwater is verdacht voor de stoffen uit het basispakket en arseen.
- voormalige erfverharding (ten oosten van het voormalige bedrijfspand): de grond is verdacht voor de stoffen uit het basispakket, bestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest; - voormalig NAM-terrein, functie aardolie- en aardgaswinning: de grond en het grondwater is verdacht voor stoffen uit het basispakket. Daar de verdachte deellocaties voormalige opslag- en aanmaakplaats meststoffen en/of bestrijdingsmiddelen en het voormalige NAM-terrein reeds afdoende zijn onderzocht / gesaneerd worden de deellocaties in als onverdacht beschouwd. Huidig en toekomstig De locatie is momenteel in gebruik als grasland. De opdrachtgeven is voornemens de locatie te verkopen, de locatie blijft in gebruik voor agrarische doeleinden. Er zijn geen kelders en andere ondergrondse kunstwerken bekend. Op de locatie zijn geen tanks en overige bodembedreigende activiteiten bekend. Uit de uitgevoerde Klic-melding blijkt dat, in het zuidelijk gelegen deel van de locatie een waterleiding (van oost naar west) is verwerkt. MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
4
BMA Milieu B.V.
Terreinverkenning Uit het locatiebezoek blijken geen bijzonderheden. Conclusie historisch onderzoek Ten aanzien van de voorgenomen verkoop van de locatie dient actualiserend verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest uitgevoerd te worden. 2.2 Onderzoekshypothese en -strategie Volgens de strategie van de NEN 5740 en NEN 5707 dient voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft een aanname omtrent het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locatie. De onderzoekslocatie wordt, gezien de ligging van de locatie in glastuinbouwgebied, het voormalige gebruik als NAM-locatie en de bijmenging met bodemvreemde materialen in de bovengrond als verdacht beschouwd voor één of meerdere stoffen uit het basispakket, organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest in de bovengrond en één of meerdere stoffen uit het basispakket en arseen in het grondwater. Als onderzoeksstrategie wordt de strategie voor een ‘verdachte niet-lijnvormige locatie’ (VED-HE-NL) uit de vigerende NEN 5740 gebruikt. Voor het verkennend onderzoek asbest wordt de strategie voor een ‘kleinschalige onverdachte locatie’ uit de vigerende NEN 5707 gebruikt.
Deze onderzoeksstrategie worden, in het kader van de voorgenomen verkoop, in eerste instantie als voldoende beschouwd om een verontreiniging met asbest te constateren. Op basis van het vooronderzoek wordt de grond ter plaatse van de voormalige bedrijfsruimte, het voormalig pad, de gedempte watergang en het voormalige NAM-terrein, van eenzelfde milieuhygiënische kwaliteit beschouwd als het overige deel van de locatie. Derhalve wordt ter plaatse van deze delen van de onderzoekslocatie geen specifiek bodemonderzoek noodzakelijk geacht en worden deze delen gecombineerd met het overige terrein onderzocht. Indien in het veld en/of uit de analyses blijkt dat bodemvreemd dempingsmateriaal en/of restanten van baggerspecie wordt aangetroffen, dient de onderzoekshypothese te worden herzien en de voorgestelde onderzoeksopzet te worden aangepast. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. 2.3 Onderzoeksopzet In tabel 2 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 2
Onderzoeksopzet
onderzoekslocatie
basispakket grond basispakket grondwater
boring tot 0,5 m in de verdachte laag (= 1,0 mv) 17
veldwerk boring tot onderzijde verdachte laag (max. 2,0 m-mv) 4
analyses boring met peilbuis 2
4x basispakket, OCB (grond) 2x basispakket, arseen (grondwater) 3x asbest in grond (NEN 5898)
13 gaten (30 x 30 cm) tot 0,5 m graven, waarvan 6 gaten worden verdiept als boring (Ø 12 cm) tot ongeroerde ondergrond (max. 1,0 m-mv_ barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stofgehalte barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
5
BMA Milieu B.V.
De boringen uit het verkennend bodemonderzoek en de gaten uit het verkennend onderzoek asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd. Ten behoeven van het verkennend onderzoek asbest wordt een maaiveldinspectie uitgevoerd.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
6
BMA Milieu B.V.
3.
Veldwerkzaamheden
3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 16 november 2021 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. M. de Heer) uitgevoerd. In tabel 3 staan de uitgevoerde boringen, gaten en peilbuizen vermeld. Voor nadere gegevens over de plaats van de boringen, gaten en de peilbuizen wordt verwezen naar bijlage 2. Tabel 3
Uitgevoerde werkzaamheden
terreindeel onderzoekslocatie *
boringen / gaten
peilbuizen
01 t/m 23
Pb 04 Pb 19
filterstelling m-mv 1,30-2,30*
bovenkant filter is 0,5 meter minus grondwaterspiegel geplaatst
3.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen (bijlage 5). Over het algemeen wordt zowel in de boven- als ondergrond klei aangetroffen. 3.3 Zintuiglijke waarnemingen waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal (antropogene bestanddelen en/of bodemlagen) staan vermeld in tabel 4. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. Tabel 4 boring 01 02 03 04 05 08 09 11 13 14 15 17 19 21 22 23
Zintuiglijke waarnemingen traject ( m-mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-0,80
waargenomen bijzonderheden zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak plastichoudend matig puinhoudend, matig koolashoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak koolashoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak koolashoudend zwak puinhoudend zwak glashoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak glashoudend zwak puinhoudend zwak plastichoudend zwak puinhoudend, zwak plastichoudend, zwak glashoudend zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend
3.4 Maaiveld inspectie Het maaiveld is opgedeeld in inspectiestroken van maximaal 1,5 m breed, welke in twee richtingen haaks op elkaar zijn geïnspecteerd. De maaiveld inspectie-efficiëntie is geschat op 80 %.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
7
BMA Milieu B.V.
3.5 Grondwater De grondwatermonsters zijn op 23 november 2021 door een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. J. Gregoire) genomen. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is na het plaatsen van de peilbuizen en voor de monstername een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan minimaal vijfmaal de inhoud van het filterdeel van de peilbuis. Tevens wordt hierbij gestreefd naar een stabiel geleidingsvermogen. De grondwatermonsters zijn in voorbehandelde flessen opgeslagen. Van het grondwater is de grondwaterstand (m-mv), de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald (tabel 5). Tabel 5 peilbuis
Pb 04 Pb 19
Metingen grondwater grondwaterstand bij plaatsing bij monstername m–mv m–mv 1,00 0,48 1,00 0,53
pH
EC µs/cm
troebelheid NTU
pompdebiet ml/min
6,5 6,8
3.110 2.910
100,0 82,4
200 200
afpomp volume l 4 4
Bij voorkeur dient de troebelheid <10 NTU te bedragen. In onderhavig geval is hier van afgeweken. Er is echter ruimschoots vijfmaal de inhoud van het filterdeel van de peilbuis (circa 3,1 liter) afgepompt (4 liter). Een verhoogd troebelheidgehalte kan resulteren in een overschatting van het analyseresultaat. 3.6 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001/2002/2018 Ten aanzien van de monsterneming zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2001, 2002 en/of 2018, te vermelden.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
8
BMA Milieu B.V.
4.
Laboratoriumonderzoek
4.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. De monsters zijn conform AS3000 voorbehandeld en geanalyseerd. Het mengen van de monsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium. De samenstelling van de (meng)monsters en de uitgevoerde analyses staan vermeld in tabel 6. Tabel 6
Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses
analysemonsters onderzoekslocatie grond 03-1
motivatie
analyse
03-1 (0,00-0,50)
basispakket, arseen, chroom, OCB, asbest asbest basispakket, arseen, chroom, OCB arseen asbest
01, 02, 04, 08, 11 (0,00-0,50)
matig puinhoudend, matig koolashoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak koolashoudend grond rond de grondwaterstand zwak puinhoudend, zwak glashoudend zwak puinhoudend
08-1 09-1
08-1.1 (0,050) 09-1 (0,00-0,50)
19-2 21-1
19-2 (0,50-1,00) 21-1.1 (0,00-0,50)
MM1 MM2
21, 22, 23 (0,00-0,50)
zwak puinhoudend
grondwater Pb 04 Pb 19
-
-
basispakket grond basispakket grondwater
deelmonster(s)
basispakket, arseen, chroom, OCB basispakket, arseen, chroom, OCB basispakket, arseen basispakket, arseen
barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum (lu) en organisch stofgehalte (os) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie
De analysemonsters zijn samengesteld op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. Naar aanleiding van het aantreffen van een verhoogd gehalte arseen in het grondwater ter plaatse van peilbuis 19, is de grond rondom de grondwaterstand (boring 19 0,50-1,00 m-mv) aanvullend op arseen geanalyseerd. De analysemonsters zijn samengesteld op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. In het kader van integriteit en transparantie bieden wij u de mogelijkheid de juistheid en authenticiteit van de analysecertificaten, die in het kader van dit project zijn uitgevoerd, te controleren. U kunt dit doen door met de opdrachtverificatiecode, linksonder op het analysecertificaat van Omegam Laboratoria, via de website www.omegam.nl een verificatie uit te voeren. 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering en Besluit Bodemkwaliteit. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - Niet verontreinigd: De gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen overschrijden niet de bijbehorende achtergrondwaarde voor grond of streefwaarde voor grondwater.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
9
BMA Milieu B.V.
-
Lichte verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende achtergrondwaarde voor grond of streefwaarde voor grondwater overschrijden. Matige verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende tussenwaarde overschrijden. De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond of de helft van de som van de streefwaarde en de interventiewaarde voor grondwater. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek. Sterke verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende interventiewaarde overschrijden. De achtergrond-, streef-, en interventiewaarden zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Er is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging indien deze is ontstaan na 1 januari 1987. Voor een ‘nieuw’ geval van bodemverontreiniging geldt normaliter een saneringsplicht. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien meer dan 25 m3 grond en/of het grondwater in een bodemvolume van meer dan 100 m3 gemiddeld boven de interventiewaarde is verontreinigd.
In enkele specifieke situaties, bij gevoelige functies, kan bij gehalten onder de interventiewaarde ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.
4.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond en grondwater De analyseresultaten van de grond(meng)monsters zijn vergeleken met de berekende bodemspecifieke toetsingswaarden. Voor de gehanteerde lutum- en organische stof percentages wordt verwezen naar de volledige toetsing welke is opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van de gemeten verontreinigingen is weergegeven in tabel 7. Tabel 7
Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater
analysemonsters onderzoekslocatie grond 03-1 09-1 19-2 MM1
achtergrond-/streefwaarde (AW/S) (licht verontreinigd)
lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen, drins cadmium, chroom, lood, zink, hexachloorbenzeen, DDD, DDE, DDT, OCB chroom, koper, lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen, DDD, DDE, drins, OCB zink
MM2 grondwater Pb 04 arseen, chroom, molybdeen, nikkel Pb 19 barium, chroom, molybdeen, nikkel - : analytisch geen verontreiniging aangetoond
tussenwaarde (T) (matig verontreinigd)
interventiewaarde (I) (sterk verontreinigd)
-
-
-
-
-
-
-
arseen
4.4 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de circulaire bodemsanering van 1 juni 2013. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg ds. (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor verkennend onderzoek asbest wordt ½ x de interventiewaarde (50 mg/kg ds.) gehanteerd als criterium voor nader onderzoek. De toetsing is opgenomen in bijlage 3 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van het totaal gewogen gehalte aan asbest is weergegeven in onderstaande tabel.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
10
BMA Milieu B.V.
Tabel 8
Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest
monster
totaal gewogen gehalte aan asbest
Verkennend onderzoek asbest 03-1.1 (0,00-0,50) 08-1.1 (0,00-0,50) 21-1.1 (0,00-0,50) *
< 0,4 mg/kg ds.* < 0,5 mg/kg ds.* < 0,4 mg/kg ds.*
overschrijding criterium nader onderzoek interventiewaarde nee nee nee
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
concentratie is afgerond op certificaat.
4.5 Bespreking resultaten Verkennend bodemonderzoek Onderzoekslocatie Grond Het zintuiglijk matig puin- en koolashoudende monster 03-1 (0,00-0,50 m-mv) is analytisch licht verontreinigd met lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen en drins. Het zintuiglijk zwak puinhoudende monster 08-1 (0,00-0,50 m-mv) is analytisch licht verontreinigd met cadmium, chroom, lood, zink, hexachloorbenzeen, DDD, DDE, DDT en OCB. Mengmonster MM1, bestaande uit de zintuiglijk licht puinhoudende deelmonsters 01, 02, 04, 08 en 11 (0,00-0,50 m-mv), is analytisch licht verontreinigd met chroom, koper, lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen, DDD, DDE, drins en OCB. Mengmonster MM2, bestaande uit de zintuiglijk licht puinhoudende deelmonsters 21, 22 en 23 (0,000,50 m-mv), is analytisch licht verontreinigd met zink. Grondwater Het grondwater afkomstig uit peilbuis Pb 04 is analytisch licht verontreinigd met arseen, chroom, molybdeen en nikkel. Het grondwater afkomstig uit peilbuis Pb 19 is analytisch licht verontreinigd met barium, chroom, molybdeen en nikkel en sterk verontreinigd met arseen. Grond rond de grondwaterstand Naar aanleiding van de matige arseenverontreiniging in het grondwater, is de grond rond de grondwaterstand aanvullend geanalyseerd op arseen. De grond rond de grondwaterstand (19 (0,50-1,00 m-mv)) is analytisch niet verontreinigd met arseen.
Verkennend onderzoek asbest Het zintuiglijk matig puin- en koolashoudende grondmonster 03-1 (0,00-0,50) bevat geen asbest boven de detectielimiet (< 0,4 mg/kg ds.). Het zintuiglijk zwak puinhoudende grondmonster 08-1 (0,00-0,50) bevat geen asbest boven de detectielimiet (< 0,5 mg/kg ds.). Het zintuiglijk zwak puin- en glashoudende grondmonster 21-1 (0,00-0,50) bevat geen asbest boven de detectielimiet (< 0,4 mg/kg ds.).
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
11
BMA Milieu B.V.
5.
Evaluatie
5.1 Algemeen De heer P.M. van der Weide van Hoogeweide Vastgoed B.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een milieukundig bodemonderzoek, bestaande uit vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, te verrichten op een locatie gelegen aan de Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het milieukundig bodemonderzoek is de verkoop van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek, met uitzondering van de in paragraaf 3.5 genoemde afwijkingen, zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001 ‘het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’, protocol 2002 ‘het nemen van grondwatermonsters’en protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. 5.2 Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘verdacht’ formeel juist is.
Ter plaatse zijn in de grond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergronden streefwaarde vastgesteld. Voor lichte verontreinigingen behoeft echter geen nader onderzoek te worden aanbevolen. Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetoond. Arseen in het grondwater Uit de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2021 (d.d. 19 december 2017) en bijbehorende Beleidsregel Onderzoek en Sanering van Bodemverontreiniging blijkt dat in gebieden waar gehalten aan arseen de interventiewaarde voor grondwater overschrijden, nader onderzoek naar de grondwaterverontreiniging niet is vereist wanneer er geen specifieke bron voor deze verontreiniging aanwijsbaar is. Dit geldt alleen als de gehalten in de vaste bodem lager zijn dan de landelijke achtergrondwaarden of specifieke achtergrondwaarden. Aangezien in onderhavig bodemonderzoek de grond ter hoogte van de grondwaterstand niet is verontreinigd met arseen, behoeft geen nader onderzoek te worden aanbevolen. Algemeen Ons inziens vormen de resultaten van dit onderzoek milieuhygiënisch gezien geen belemmering voor de voorgenomen verkoop en het voortgezet agrarische gebruik ten behoeve van glastuinbouw. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met het bevoegd gezag.
De mogelijk bij bouwactiviteiten vrijkomende of aan te voeren grond is voor hergebruik onderhevig aan wettelijke bepalingen (Besluit Bodemkwaliteit). De gemeente waar de grond wordt toegepast is in dergelijke gevallen het bevoegd gezag. functie
naam
auteur
M. Gerrits
projectleider
M. van der Knaap
controle / vrijgave
H. van Malsen
handtekening
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
versie
definitief
12
BMA Milieu B.V.
Literatuurlijst 1.
NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederland Normalisatie-instituut, oktober 2017.
2.
NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.
3.
NEN 5707+C2:2017, Protocol voor onderzoek naar asbest in bodem, Nederland Normalisatie-instituut, december 2017.
4.
NEN 5897+C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederland Normalisatie-instituut, december 2017
5.
NEN 5898+C1:2016, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 augustus 2016.
6.
NTA 5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, Nederland Normalisatie-instituut, 1 juli 2010.
7.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk), 22 november 2007, versie per 24 mei 2016.
8.
Regeling bodemkwaliteit (Rbk), 13 december 2007, versie per 30 november 2018.
9.
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.
10. Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, kenmerk: PZH-2017-630244766, d.d. 19 december 2017, opgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 11. Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche), Provincie Zuid-Holland, 2014. 12. SIKB BRL 2000: Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5, 12 december 2013. 13. Wijzigingsblad bij BRL 2000, versie 3, 10 maart 2016. 14. Protocol 2001, 'Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen', versie 3.2, 12 december 2013. 15. Protocol 2002, 'Het nemen van grondwatermonsters', versie 4, 12 december 2013. 16. Protocol 2003, ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’, versie 2.2, 10 maart 2016. 17. Protocol 2018, 'Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem', versie 3.2, 10 maart 2016.
18. Wet houdende regelen inzake bescherming van de bodem (Wet bodembescherming – Wbb), 3 juli 1986 en Wet houdende wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen, 15 december 2005.
MBO.2021.0249 Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk in de gemeente Westland 6 december 2021
13
BMA Milieu B.V.
Bijlage 1 Regionale situatie
locatie
BMA Milieu B.V.
Projectnummer : 2021.0249
Regionale situatie
Opdrachtgever : Hoogeweide Vastgoed B.V. Project
: Middel broekweg nabij 12 te Naaldwijk
Schaal
: 1:25.000
BMA Milieu B.V.
Bijlage 2 Locatie en boringen
BMA Milieu B.V.
Bijlage 3 Toetsing analyseresultaten
Project
2021.0249-Middel Broekweg nabij 12 te Naaldwijk
Certificaten
1274703
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 29 november 2021 09:13
Monsterreferentie
6953243
Monsteromschrijving
03-1 03 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
4.6
10
Lutum
% (m/m ds)
17.7
25
78
78.0
Droogrest droge stof
%
@
Metalen ICP-AES arseen (As)
mg/kg ds
11
13
-
20
48
76
barium (Ba)
mg/kg ds
100
130
@
190
555
920
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.38
0.48
-
0.6
6.8
13
chroom (Cr)
mg/kg ds
40
47
-
55
117.5
180
kobalt (Co)
mg/kg ds
9.5
12
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
18
23
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.08
0.09
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
90
110
2.1 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
21
27
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
140
180
1.3 AW
140
430
720
mg/kg ds
36
78
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.31
0.31
anthraceen
mg/kg ds
0.12
0.12
fluoranteen
mg/kg ds
0.66
0.66
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.39
0.39
chryseen
mg/kg ds
0.6
0.6
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.28
0.28
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.2
0.2
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.29
0.29
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.27
0.27
mg/kg ds
3.2
3.2
2.1 AW
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 138
mg/kg ds
0.0012
0.0026
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
mg/kg ds
0.005
0.012
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 1 van 6
Pagina 2 van 6 Organochloorbestrijdingsmiddelen 2,4-DDD (o,p-DDD)
mg/kg ds
0.001
4,4-DDD (p,p-DDD)
mg/kg ds
0.006
0.0022 0.013
2,4-DDE (o,p-DDE)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
4,4-DDE (p,p-DDE)
mg/kg ds
0.013
0.028
2,4-DDT (o,p-DDT)
mg/kg ds
0.002
0.0043
4,4-DDT (p,p-DDT)
mg/kg ds
0.005
0.011
aldrin
mg/kg ds
0.004
0.0087
dieldrin
mg/kg ds
0.09
0.20
endrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
telodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
isodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
heptachloor
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
heptachloorepoxide (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
heptachloorepoxide (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
alfa-endosulfan
mg/kg ds
< 0.001
alfa - HCH
mg/kg ds
beta - HCH
mg/kg ds
gamma - HCH (lindaan) delta - HCH hexachloorbenzeen
mg/kg ds
0.009
0.020
endosulfansulfaat
mg/kg ds
< 0.002
< 0.0030
@
hexachloorbutadieen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
-
0.003
chloordaan (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
chloordaan (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
som DDD
mg/kg ds
0.007
0.015
-
0.02
17.01
34
som DDE
mg/kg ds
0.014
0.030
-
0.1
1.2
2.3
som DDT
mg/kg ds
0.007
0.015
-
0.2
0.95
1.7
som drins (3)
mg/kg ds
0.095
0.21
14 AW
0.015
2.0075
4
som c/t heptachloorepoxide
mg/kg ds
0.001
< 0.0030
-
0.002
2.001
4
som chloordaan
mg/kg ds
0.001
< 0.0030
-
0.002
2.001
4
som OCBs (landbodem)
mg/kg ds
0.14
0.30
-
0.4
Monsterreferentie
6953244
Monsteromschrijving
09-1 09 (0-50) T
I
0.32
-
0.0007
2.00035
4
< 0.0015
-
0.0009
2.00045
4
< 0.001
< 0.0015
-
0.001
8.5005
17
< 0.001
< 0.0015
-
0.002
0.801
1.6
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
-
0.003
0.6015
1.2
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
@ 0.0085
1.00425
2
2.3 AW
Sommaties
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.1
10
Lutum
% (m/m ds)
14.4
25
%
80.7
80.7
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES arseen (As)
mg/kg ds
10
13
-
20
48
76
barium (Ba)
mg/kg ds
68
100
@
190
555
920
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.64
0.89
1.5 AW
0.6
6.8
13
chroom (Cr)
mg/kg ds
56
71
1.3 AW
55
117.5
180
kobalt (Co)
mg/kg ds
6.9
10
-
15
102.5
190