Bijlagen bij bestemmingsplan Uitbreiding Heenweg
Tekst van het document
Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden. Het is tevens mogelijk om broedgevallen van onder andere kleine plevier en scholekster, waarvoor het plangebied na de sloop mogelijk geschikt wordt als broedlocatie, te voorkomen. Dit kan onder andere door het plangebied regelmatig te betreden (minimaal 1 keer per week en evt. met hond) of door het terrein af te bakenen met afschriklinten en/of roofvogelvlieger. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden. • Vleermuizen Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Indien dit niet mogelijk is, dient uitstraling van verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Ook kan ervoor gekozen worden om in de periode te werken wanneer vleermuizen in winterslaap zijn. De winterslaap van vleermuizen duurt grofweg van november t/m maart, maar is afhankelijk van soort en weersomstandigheden.
Indien er bij de werkzaamheden nieuwe verlichting wordt geplaatst, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen zoveel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen door straatverlichting kan aanzienlijk worden beperkt door amberkleurig UV-vrije LEDarmaturen, lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval toe te passen. • Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde Stikstofdepositie Omdat het plangebied nabij Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ gelegen is (ongeveer 600m) , is een onderzoek gedaan naar eventuele effecten door stikstofdepositie van het project. Dit Natura 2000-gebied bevat diverse habitats die gevoelig zijn voor een toename van stikstof. Het onderzoek is uitgevoerd door Aqua-Terra Nova,
17 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
“Stikstofdepositieberekening Kern Heenweg” ’s-Gravenzande, rapportnummer 21077/AQT302, d.d. 30 maart 2022. Conclusie berekeningen In de beoogde situatie is er een stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebied. De stikstofdepositie neemt echter af, van 0,50 mol/ha/jaar naar 0,03 mol/ha/jaar. Op basis van de afname aan stikstofdepositie (intern salderen) is er geen vergunning nodig wat betreft de stikstofuitstoot. 4.6
Cultuurhistorische en archeologie
In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In dit kader heeft ADC ArcheoProjecten een bureau onderzoek en aanvullend een verkennend booronderzoek uitgevoerd, “Hyacinthstraat 17a, Heenweg (gemeente Westland), Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek”, rapportnummer ADC Rapport 5527. d.d. 19 juli 2021. Resultaten onderzoek Op basis van historische gegevens kan worden aangenomen dat het plangebied in de 13e eeuw, toen de Nieuwe Maasdijk werd aangelegd, is ontgonnen en in gebruik is genomen voor de landbouw. De kans op het in het plangebied aantreffen van bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) of de Nieuwe tijd wordt daarom eveneens als laag beschouwd. Wel zijn sporen van agrarische grondbewerking aan te treffen. Indien aanwezig zullen deze door moderne grondbewerking waarschijnlijk grotendeels zijn opgenomen in de bouwvoor. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Hierbij is bevestigd dat de ondergrond van het plangebied uit fijnzandige geulafzettingen (Laagcomplex van Westland) bestaat. Het bovenste deel van de dekafzettingen van de Laag van Poeldijk worden als niveau beschouwd waarin archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) of de Nieuwe tijd kunnen worden. Dit niveau is door moderne bodembewerking ten behoeve van de (glas)tuinbouw opgenomen in de bouwvoor. Intacte archeologische resten zijn daarom niet (meer) te verwachten. Conclusie Er is geen sprake van een bedreiging van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bij de transformatie van het plangebied tot een woonwijk. De aspecten archeologie en cultuurhistorie staan de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.7
Klimaat en duurzaamheid
Bij deze nieuwe ontwikkeling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een gezond woonen leefklimaat zowel buiten de nieuw op te richten woningen als ook daarbuiten. Zo wordt er extra waterberging en groen aangelegd in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijkheid milieuvriendelijke oevers aan te leggen aan de naastgelegen watergang. De woningen zelf worden standaard voorzien van een watertappunt (lucht/ water) ten behoeve van de verwarming en tapwater. Als moet worden voldaan aan BENG (= Energieprestatie-eisen voor nieuwe gebouwen) worden de woningen ook voorzien van een koelmodule. Er worden geen specifieke mitigerende maatregelen toegepast. Een optie zou kunnen zijn het plaatsen van vleermuizen-/ mussenkasten.
18 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
4.8
Conclusie
Gelet op de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van lucht- en geurkwaliteit, milieuhinder bedrijven en externe veiligheid, water, bodem, flora en fauna en stikstofdepositie en archeologie om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Voor geluidhinder zal er voor 4 appartementen een hogere grenswaarde moeten worden aangevraagd en zal het bevoegd gezag, in deze de gemeente Westland, voor wat betreft afwijking op vergunning, moeten onderbouwen waarom onderhavige ontwikkeling doorgang mag hebben. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen duidelijke nadelige effecten optreden, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is.
19 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
HEENWEG Ladderonderbouwing uitbreiding woonkern 30 maart 2022
1/16
DATUM KENMERK PROJECTLEIDER
30 maart 2022 ir. R.J.M.M. Schram
OPDRACHTGEVER Weboma PROJECTNUMMER 20220286 AUTEUR STATUS
2/16
Joost Jansen definitief
INHOUD 1.
2.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
4 4 5 6
Uitbreiding kern Heenweg Programma en noodzaak nieuw bestemmingsplan Waarom toetsing aan de ladder? Leeswijzer
Beschrijving woningbehoefte
7
2.1 2.2 2.3 2.4
7 7 12 13
Relevante regio Woningbehoefte Plancapaciteit Conclusie
3.
Waarom niet binnenstedelijk (locatiekeuze)
14
4.
Conclusie
16
3/16
1. INLEIDING 1.1
Uitbreiding kern Heenweg
Door Weboma is een aanvraag ingediend om een uitbreidingslocatie voor woningen mogelijk te maken aansluitend aan de kern Heenweg. De beoogde locatie is een glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning aan de westkant van het dorp aan de Hyacinthstraat 17A. De opgave om in Heenweg woningbouw te realiseren komt voort uit de wens om in de kleinere kernen in het Westland woningbouw te realiseren voor de eigen inwoners. Aanleiding voor de uitbreiding van de kern Heenweg was de motie "Kleine kernen" uit 2016. Daarin wordt door de raad gevraagd om de mogelijkheden naar de uitbreiding van o.a. de kern Heenweg te onderzoeken. Uit een intern onderzoek is de locatie ten westen van de kern naar voren gekomen als meest geschikte plek. Sinds 2016 is de druk op de woningmarkt sterk opgelopen, wat de aanleiding is om het aantal woningen in het plangebied op te hogen van 55 naar 76. Hiermee kan deze locatie een grotere bijdrage leveren aan de lokale woningbehoefte en de woningbehoefte in de gemeente.
Figuur 1.1. Ligging plangebied
1.2
Programma en noodzaak nieuw bestemmingsplan
Het te ontwikkelen woongebied heeft een oppervlakte van circa 1,5 ha. Ook wordt een groene afronding van de kern gerealiseerd met een oppervlakte van circa 0,9 ha. In het plangebied worden maximaal 76 woningen mogelijk gemaakt. Het woningbouwprogramma zal bestaan uit voornamelijk eengezinswoningen (rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen) en een appartementengebouw in het sociale segment. Er is behoefte aan alle typen woningen, maar de nadruk in het programma ligt op het sociale en middeldure segment (ruim 64%), gelet op de grote behoefte aan betaalbare woningen in de regio. Appartement Startersappartement (50m² GBO) Rijwoning Twee onder 1 kap Vrijstaand Totaal
4/16
34 15 17 8 2 76
44,7% 19,7% 22,3% 10,5% 2,6%
Sociaal huur Middelduur huur/sociale /bereikbare koop Vrije sector koop Vrije sector koop Vrije sector koop
Figuur 1.2. Programma uitbreiding woonkern Heenweg In het geldende bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland (vastgesteld december 2012) heeft de locatie een agrarische bestemming. Om woningen mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 1.3. Geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Waarom toetsing aan de ladder?
Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden.
5/16
Wel of geen stedelijke ontwikkeling? De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat gewoonlijk ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo en ontwikkelingen met meer dan 11 woningen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er worden meer dan 11 woningen mogelijk gemaakt, dus is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Wel of geen nieuwe stedelijke ontwikkeling Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is afhankelijk van de huidige planologische mogelijkheden. Wanneer er met een nieuw bestemmingsplan geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet een bestemmingsplan in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functies en die onder het vorige plan mogelijk was. Het geldende bestemmingsplan maakt geen woningen mogelijk.
Daarom is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wel of geen bestaand stedelijk gebied De tweede vraag die moet worden beantwoord, is of de vestigingslocatie wordt beschouwd als bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een omschrijving van het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. De kwalificatie bestaand stedelijk gebied hangt af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat agrarische functies, die ook als zodanig in gebruik zijn, geen onderdeel uitmaken van het bestaand stedelijk gebied. In dit geval is daarom sprake van een ligging buiten bestaand stedelijk gebied. Conclusie Gelet op het bovenstaande is een beschrijving van de behoefte en een motivering van de locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk) noodzakelijk. Deze notitie voorziet daarin.
1.4
Leeswijzer
Hoofstuk 2 gaat in op de woningbehoefte in de regio en specifiek in Westland en Heenweg. In hoofdstuk 3 wordt gemotiveerd waarom de woningen niet binnen bestaand stedelijk gebied kunnen worden gerealiseerd. In hoofdstuk 4 worden tot slot samenvattende conclusies getrokken.
6/16
2. BESCHRIJVING WONINGBEHOEFTE In dit hoofdstuk wordt de woningbehoefte beschreven op basis van diverse bronnen.
2.1
Relevante regio
Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de regio Haaglanden en daarbinnen de gemeente Westland. Het is daarbij in deze kleine kern van belang dat gebouwd wordt voor de lokale doorstroming en de lokale behoefte.
2.2
Woningbehoefte
De bouw van woningen in de gemeente Westland voorziet in een actuele regionale behoefte. De woningbehoefte blijkt onder meer uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021, de Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019, Regionale woningmarktafspraken regio Haaglanden (tussenakkoord en biedingen) en de Woonvisie Westland 2020-2030. De huidige grote druk op de woningmarkt in de gemeente Westland en de kern Heenweg blijkt ook uit actuele verkoopgegevens van NVM Haaglanden en Funda. Woningbehoefteraming Zuid-Holland (WBR 2021) De grote regionale woningbehoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR). De WBR 2019 ging nog uit van 57.420 woningen in de periode 2020 tot 2030. Uit de Woningbehoefteraming 2021 blijkt dat in de regio Haaglanden (waar de gemeente Westland deel van uitmaakt) in de periode 2021 tot en met 2030 nog 80.900 woningen nodig zijn. De regionale woningbehoefte komt circa 23.500 woningen (41%) hoger uit dan de prognose uit 2019. Bovendien is een deel van de regionale behoefte (ruim 22.000 woningen) nog niet toebedeeld aan regio’s.
Figuur 2.1 Prognose gewenste toename woningvoorraad (bron: WBR 2021 Provincie Zuid-Holland) De vorige provinciale woningbehoefteraming (WBR 2019) was nog uitgesplitst per gemeente. Die prognose ging uit van een woningbehoefte in Westland van circa 4.000 woningen in de periode 2020-2030. Het regionale woningbouwprogramma mag 30% groter zijn dan de regionale behoefte. In de praktijk zal er namelijk sprake zijn van planuitval en – vertraging waardoor niet alle planologisch toegestane woningen (harde plancapaciteit) in de daarvoor beoogde periode zullen worden gerealiseerd. Dat betekent dat er in de regio Haaglanden ruim 106.000 woningen in harde en zachte plancapaciteit kunnen worden gepland.
7/16
Woningmarktafspraken regio Haaglanden De negen gemeenten in Haaglanden (Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer) hebben met de in Haaglanden opererende woningcorporaties en de Provincie Zuid-Holland afgesproken nieuwe (regionale) woningmarktafspraken op te stellen. Deze afspraken gaan over de woningbouwopgave van de afzonderlijke gemeenten in deze regio voor de periode 2019 t/m 2029 en specifiek over voldoende betaalbare woningvoorraad. De woningnood is hoog en volgens berekeningen zouden er tot 1 januari 2030 79.430 woningen bij moeten komen. Daarbij is het de bedoeling om de sociale woningen evenwichtig te verdelen over de gemeenten. Gemeenten met een hoog percentage sociale woningen (zoals Delft en Den Haag), hoeven er per saldo minder bij te bouwen dan gemeenten met een laag percentage sociale woningen (zoals Midden-Delfland en Westland). Ondertekening van de nieuwe woningmarktafspraken wordt in 2022 verwacht. Om tot de nieuwe woningmarktafspraken te komen is door ABF Research onderzoek uitgevoerd (Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden, oktober 2021). De woonbehoefteraming laat voor de gemeente Westland een vraag zien van 4.610 woningen. De gewenste toename van de doelgroepvoorraad in het Meer Evenwichtscenario is 3.960.
Het bod van de gemeente Westland (waarmee ook wordt bijgedragen aan de regionale vraag) is een groei naar 51.840 woningen (een netto toevoeging van 7.400 woningen ten opzichte van 2019) en een groei van de sociale voorraad naar 13.105 woningen. De doelgroepenvoorraad (DEAB-voorraad) stijgt dan van 24 naar 25%. De regionale wens (Meer Evenwichtscenario) is dat dit naar 30% gaat. Dit plan geeft daar met een hoger percentage sociale huur een extra bijdrage aan.
Figuur 2.2. Woningbehoefte en bod regio. (bron: Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden, oktober 2021) In de gemeente Westland staan per januari 2022 46.369 woningen (voorlopige cijfers, CBS). Dat betekent dat er op basis van het regionale bod tot 2030 nog 5.471 woningen toegevoegd moeten worden. Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019 (april 2020) In opdracht van de Provincie Zuid-Holland heeft ABF Research de huidige stand van zaken op de Zuid-Hollandse woningmarkt in beeld gebracht en de kwalitatieve woningbehoefte in de toekomst onderzocht. De kwalitatieve woningbehoefte is per regio in beeld gebracht. Hierna is de behoefte in de regio Haaglanden, waar Westland deel van uitmaakt, in beeld gebracht. De sterkste huishoudensgroei wordt verwacht in de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder, maar ook de leeftijdsgroep 65+ en 30 tot 44 neemt sterk toe. De sterkste groei wordt verwacht in de groep alleenstaanden. Het hoogste inkomenskwintiel neemt in omvang toe. Het aantal huishoudens in het laagste kwintiel neemt naar verwachting af.
8/16
Figuur 2.3. Ontwikkeling huishoudens 2019 tm 2029 (bron: Factsheet Kwalitatieve woningbehoefte-verkenning Regio’s Zuid-Holland 2019) In de regio zijn veel toevoegingen nodig in alle huur- en koopsegmenten.
Figuur 2.4. Ontwikkeling woningvoorraad 2019 tm 2029 (bron: Factsheet Kwalitatieve woningbehoefte-verkenning Regio’s ZuidHolland 2019) Toevoegingen zijn vooral gewenst in de groen-stedelijke, stedelijk naoorlogs compacte en stedelijk vooroorlogse woonmilieus. Onttrekkingen zijn voornamelijk gewenst in stedelijk naoorlogse compacte woonmilieus. In de regio Den Haag neemt zowel in de huur- als in de koopsector het aantal huishoudens toe. De groei is zowel in absolute aantallen als relatief gezien het sterkst in de koopsector. Bezien over de woningmarkt als geheel blijft het aantal huishoudens in de doelgroep huurtoeslag ongeveer gelijk en vindt bij de midden- en hogere inkomensgroepen de sterkst groei plaats.
Figuur 2.5. Woningbehoefte per woonmilieu (bron: Kwalitatieve woningbehoefteverkenning Regio’s Zuid-Holland 2019)
9/16
In dorpse woonmilieus is behoefte aan alle categorieën met uitzondering van huur eengezinswoningen. Dit plan voldoet daar aan, het voorziet in huur en koopappartementen en grondgebonden vrije sector koopwoningen. Woonvisie Westland 2020-2030 (juli 2020) In het kader van de Woonvisie Westland 2020-2030 (actualisatie juli 2020) is de Westlandse woningbehoefte t/m 2030 onderzocht (Verkenning van de woningbehoefte in de gemeente Westland tot 2040, ABF Research, november 2019). De gemeente verwacht op basis van de ramingen uit 2019 dat het aantal inwoners en huishoudens fors gaat toenemen. De grootste groei zit in de alleenstaande senioren. Verder is de grootste groei te zien in de hoge inkomensgroep.
Figuur 2.6. Scenario’s voor bevolkingsgroei (bron: Woonvisie 2020-2030)
Figuur 2.7. Prognose huishoudens naar type, leeftijd en inkomen (bron: Woonvisie 2020-2030) Het tekort aan betaalbare woningen blijft, zowel voor starters als ouderen, en de wachttijden voor sociale woningbouw lopen in Westland en de regio op. Uit onderzoek blijkt dat deze problemen niet opgelost worden als het woningbouwprogramma zoals dat is opgenomen in de visie 2016 onveranderd wordt uitgevoerd. Het programma en de ambities zijn hierna samengevat. De behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het ambitieuze bouwprogramma. De blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd. Het aantal 70-plussers verdubbelt en dus wordt wonen met zorg verder ontwikkeld. De huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel en krijgt een impuls door een bijstelling van het eerdere beleid. Flexwonen krijgt een eigen plaats in het bouwprogramma, teneinde snel te kunnen inspelen op veranderingen in vraag en aanbod. In 2016 tot en met 2019 zijn in de gemeente jaarlijks gemiddeld 640 woningen gebouwd. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte zijn in de periode 2020-2030 jaarlijks ruim 800 woningen nodig. Er zijn vooral middeldure en dure koopwoningen en sociale huurwoningen nodig. Het project draagt bij aan de behoefte van deze doelgroepen.
10/16
Figuur 2.8. Nieuwbouwambitie 2020-2030 kwantitatief en kwalitatief (bron: Woonvisie 2020-2030) Voor nieuwe projecten wordt onderstaande verdeling als richtpunt gehanteerd.
Figuur 2.9. Richtverdeling bouwprogramma’s voor nieuwe plannen/locaties (bron: Woonvisie 2020-2030) De verwachting is dat het aantal 1- en 2 persoonshuishoudens in de komende jaren en de vraag vanuit de doelgroepen starters en senioren verder toenemen. Omdat Heenweg een vrij eenzijdige woningvoorraad (veel eengezinswoningen) en weinig doorstroming kent, is er sprake van een mismatch tussen de vraag en de beschikbaarheid aan geschikte woningen. In de Woonvisie Westland 2020 - 2030 is aangegeven dat er een hernieuwde inzet nodig is op de bouw van voldoende betaalbare woningen op basis van de Westlandse woningbehoefte. Voor de realisatie en verdeling van de woningtypen is de Woonvisie Westland 2020 – 2030 en de motie vitale kernen het uitgangspunt. Deze visie en motie bevatten o.a. de volgende uitgangspunten: Gedifferentieerd woningaanbod, waarin voor elke doelgroep woningen beschikbaar zijn. Westlanders kunnen op die manier in hun eigen kern een zogeheten ‘wooncarrière’ doorlopen. De focus ligt op de woningbehoefte van inwoners van Heenweg en vervolgens Westland. Starters en jonge huishoudens aan de kern binden. De appartementen voor ouderen moeten levensloopgeschikt zijn (nultreden en drempelvrij) de appartementen worden vooral ingezet voor de doorstroming van senioren. Minimaal 30% moet sociale huur zijn.
In dit plan is gekozen voor een hoger percentage sociale huurwoningen en starterswoningen, gelet op de grote vraag naar betaalbare woningen. De vrije sectorwoningen bevorderen de doorstroming van scheefwoners in Heenweg en de rest van de gemeente, waardoor weer betaalbare woningen vrij komen. Doorstroming in Heenweg was vrijwel niet mogelijk omdat er het afgelopen decennium geen nieuwe woningen zijn gebouwd. Tot op heden is er nog geen publiciteit gegeven aan de ontwikkeling, behoudens
11/16
een informatieavond voor direct omwonenden. Tijdens deze avond hebben zich al circa 5-10 personen gemeld als geïnteresseerde in een koopwoning in het project. Actuele woningmarktgegevens Funda Er is in Heenweg geen beschikbaar aanbod aan bestaande koopwoningen. Uit gegevens van Funda blijkt dat er per 30 maart 2022 slechts 1 woning te koop wordt aangeboden en dat deze verkocht is onder voorbehoud. Er worden geen particuliere huurwoningen aangeboden. In de hele gemeente staan slechts 305 woningen te koop. Er zijn geen woningen beschikbaar onder de 300.000 euro. De hele gemeente worden 15 huurwoningen aangeboden, waarvan 3 verhuurd onder voorbehoud. Er is geen aanbod onder de 950 euro per maand. NVM, woningmarktcijfers Haaglanden en Westland De druk op de woningmarkt blijkt uit cijfers van NVM (kwartaalcijfers vierde kwartaal 2021). De krapte-indicator voor bestaande woningen in de regio Haaglanden komt gemiddeld uit op 1,4 terwijl deze een jaar geleden nog 1,7 was. De koper kan dus uit minder dan twee huizen kiezen en dat aantal is opnieuw teruggelopen. In de gemeente Westland zijn t.o.v. het 4e kwartaal 2020 8% minder woningen verkocht (230 woningen). Het Westland laat een prijsstijging zien van 22,3% t.o.v. een jaar geleden. De gemiddelde transactieprijs is € 470.000 en de gemiddelde verkooptijd bedraagt 24 dagen versus 29 dagen t.o.v. een jaar geleden.
Het percentage boven de vraagprijs verkochte woningen in het 4e kwartaal 2021 is 86%. Uit het bovenstaande blijkt dat er vrijwel geen aanbod is. De doorstroming stokt door te weinig aanbod en de krapte jaagt de prijzen op. Dit is alleen te doorbreken door meer woningen te bouwen en de woningtekorten in te lopen.
2.3
Plancapaciteit
Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt dat in Westland in totaal 7.200 woningen zijn gepland tot 2030. De totale bouwambitie komt uit op 8.100 woningen tot 2030. Deze nieuwbouwambitie is qua aantallen voldoende om aan de woningbehoefte te voldoen, maar qua verdeling huur/koop, prijssegmenten en woningtype (grondgebonden woningen/appartementen) sluit het aanbod niet optimaal aan op de vraag. In de jaren 2020 en 2021 is sprake van een boeggolf van bijna 2.500 woningen. Vanaf 2022 vlakt het programma in de huidige prognose af. De verwachting is dat de boeggolf zich over de navolgende jaren zal verspreiden.
Figuur 2.10. Verwachte oplevering nieuwbouwwoningen 2020-2030 (bron: Woonvisie 2020-2030) Het bestaande nieuwbouwprogramma bestaat voor 80% uit koopwoningen en 75% uit eengezinswoningen. Er blijkt volgens ABF een kwalitatieve mismatch te zijn tussen het programma en de vraag van woningen in Westland. Allereerst blijkt uit het onderzoek
12/16
dat er sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod van appartementen. Vooral starters en ouderen die een woning zoeken, kunnen zo in de knel komen. Het nieuwbouwprogramma bestaat voor een kwart uit appartementen, terwijl uitgaande van de lokale vraag het programma volgens ABF voor meer dan de helft uit appartementen zou moeten bestaan. Omdat er grote krapte op de woningmarkt in alle segmenten aan de orde is, zijn ook voor (middel)dure en dure koopwoningen nog steeds veel meer gegadigden geïnteresseerd dan dat er woningen beschikbaar zijn. Van de 7.200 woningen in bestaande plannen zit circa 80% in ‘harde’ plannen en 20% in ‘zachte’ plannen. Ten opzichte van andere gebieden kent Westland een relatief hoog percentage ‘harde’ plannen. Het project Heenweg valt in de categorie zacht plan totdat het bestemmingsplan is vastgesteld.
Figuur 2.11 Verwachte oplevering eengezinswoningen en meergezinswoningen 2020-2030 (Bron: Woonvisie 2020-2030) Uit het regionale onderzoek Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden, oktober 2021 blijkt dat in 2021 de harde en zachte plancapaciteit in de gemeente Westland voldoende was om in de netto toevoeging van 7.400 woningen te voorzien. Er is echter geen rekening gehouden met 30% extra plannen gelet op planuitval en vertraging. Het plan Heenweg is opgenomen als zacht plan (in 2021 werd nog uitgegaan van circa 50 woningen). Op regionale schaal is er nog onvoldoende hard planaanbod om te kunnen voorzien in de regionale behoefte.
2.4
Conclusie
Er is een grote woningbehoefte in de regio Haaglanden en in de gemeente Westland. Op basis van de woonvisie zijn tot 2030 8.100 woningen nodig en er zijn harde en zachte plannen voor 7.200 woningen. Het regionale bod gaat uit van een netto toevoeging van 7.400 woningen tot 2030 en een harde plancapaciteit van 7.350 woningen in 2021. Wanneer je de bijdrage aan de regionale woningbehoefte evenredig verdeelt per kern, dan zou Heenweg met 0,6% van de huishoudens in de gemeente Westland in ieder geval een bijdrage moeten leveren van 44 tot 49 woningen tot 2030. Rekening houdend met 30% planuitval zou je dan 57 tot 64 woningen moeten plannen. Binnen de gemeente Westland is op dit moment de totale harde en zachte plancapaciteit in theorie precies voldoende om te kunnen voorzien in de behoefte. Gelet op planuitval en vertraging moet echter 30% extra plancapaciteit worden gepland. Er zijn dus, rekening houdend met maximaal 30% planuitval, nog onvoldoende plannen om in de behoefte te kunnen voorzien. Voor de woningmarkt in Westland worden kansen gezien voor woonproducten die passen bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Daarnaast is er veel vraag naar starterswoningen. De woningbehoefte is groot en het toevoegen van woningen in Heenweg geeft invulling aan de behoefte en de doelstellingen van de gemeente.
13/16
3. WAAROM NIET BINNENSTEDELIJK (LOCATIEKEUZE) Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Dit hoofdstuk bevat die noodzakelijke motivering. Op basis van de omgevingsvisie en provinciaal beleid. Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland (december 2020) Met het plan worden maximaal 76 woningen mogelijk gemaakt, deels grondgebonden en deels appartementen. Het noodzakelijke ruimtebeslag is 1,5 ha. Binnen de kern Heenweg is geen ruimte om te kunnen voorzien in deze opgave. De verdichtingsmogelijkheden binnen de gemeente zijn in het kader van de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland (december 2020) geïnventariseerd. Ook in de andere kernen binnen de gemeente Westland zijn onvoldoende inbreidingsmogelijkheden (kansen voor verdichting). Daarom zijn in de omgevingsvisie diverse uitbreidingslocaties aangewezen. De locatie Heenweg is een van deze locaties. In Heenweg zijn geen verdichtingsmogelijkheden aangegeven.
Figuur 3.1. Visiekaart met woningbouwlocaties (bron: Omgevingsvisie Westland) Alle geplande uitbreidingslocaties zijn noodzakelijk, inclusief de locatie Heenweg. Per saldo zijn er woningbouwmogelijkheden voor 7.400 woningen, waarbij op de locatie Heenweg al rekening werd gehouden met 55 woningen. Omdat er nog geen rekening is gehouden met planuitval en gelet op de grote druk op de woningmarkt, is efficiënt en intensiever gebruik van uitbreidingslocaties nu noodzakelijk. Daarom is er voor gekozen om de capaciteit op de locatie Heenweg te verhogen. Met behoud van het dorpse karakter zijn hier maximaal 76 woningen mogelijk.
14/16
Randvoorwaarden ten behoeve van de uitbreiding buiten het bestaand stedelijk gebied zijn: Voldoen aan woonvraag kern, zodat starters en doorstromers in het dorp een woning kunnen vinden; Slechts beperkte uitbreiding van de kern met woningen is mogelijk; Behoud dorpskarakter bij uitbreiding; Uitbreiding betreft laagbouw, waarbij incidenteel 4 lagen mogelijk is. De woningbouwlocatie Heenweg is in eerste instantie bedoeld voor de lokale behoefte uit de kern. De woningen worden toegewezen volgens het toewijzingsbeleid van de gemeente. Dat betekent dat woningen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio en die ingeschreven staan in het woningzoekende register nieuwbouw. Hiermee kan de doorstroming binnen de kern worden bevorderd en ontstaan mogelijkheden voor starters in de kern. Daarom worden de woningen ook gefaseerd op de markt gebracht. Wanneer de vraag uit de kern is ingevuld, worden de overgebleven woningen aangeboden om invulling te geven aan de behoefte binnen de gemeente en de regionale behoefte. Een locatie in een andere kern buiten Heenweg geeft geen invulling aan de lokale behoefte uit de kern. In de omgevingsvisie kiest de gemeente er voor om de kern beperkt uit te breiden aan de westkant om aan de woonvraag te voldoen. Heenweg heeft vrijwel alléén laagbouw.
Meer dan drie bouwlagen is een uitzondering en dat wil de gemeente ook bij nieuwbouwplannen zo houden. In Heenweg wenst de gemeente uitbreiding van laagbouwwoningen. Conform de omgevingsvisie is incidenteel echter 4 lagen mogelijk. In het plan wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door middel van een appartementengebouw. Provinciale omgevingsverordening (Herziening 2021, februari 2022) Bij de locatiekeuze spelen beleidsmatige mogelijkheden een belangrijke rol. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen de regels uit de Provinciale omgevingsverordening (Herziening 2021, februari 2022). De Provincie Zuid-Holland wordt gevraagd om medewerking te verlenen aan de uitbreiding, omdat transformatie van kassen niet zonder meer mogelijk is. Verder moet sprake zijn van kwaliteitsverbetering en klimaatadaptatie. Bovendien moeten nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen buiten bestaand stads- en dorpsgebied rekening houden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid, gevarieerde woningtypen en bijdragen aan een goede woon- en leefomgeving. Met het verhogen van de plancapaciteit is sprake van efficiënt ruimtegebruik. Met de geplande groenzone verbetert het woon- en leefklimaat in de hele kern.
15/16
4. CONCLUSIE De woningbehoefte in de regio Haaglanden en de gemeente Westland is groot en de woningproductie blijft achter bij de vraag. De woningmarkt zit op slot. In de kern Heenweg is geen woningaanbod. Doorstroming is hierdoor niet mogelijk en er zijn ook geen kansen voor starters. De krapte om de woningmarkt zorgt ervoor dat woningen voor steeds meer mensen onbetaalbaar worden. Dit is alleen te doorbreken door meer woningen te bouwen en de woningtekorten in te lopen. Voor de woningmarkt in Westland worden kansen gezien voor woonproducten die passen bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Specifiek in Heenweg gaat het om sociale huurappartementen, starterswoningen en grondgebonden woningen ten behoeve van de doorstroming. Binnen Heenweg en op binnenstedelijke locaties in de gemeente Westland is onvoldoende ruimte om in de behoefte te voorzien. Daarom zijn in de Omgevingsvisie naast de mogelijkheden voor verdichting (inbreiding) ook diverse uitbreidingslocaties aangewezen. De locatie Heenweg is er daar een van. Met het efficiënt benutten van de beoogde uitbreidingslocatie voor wonen wordt voldaan aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
16/16
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai nieuwbouwplan 76 woningen Heenweg
Opdrachtgever: Weboma Dhr. R. van Dijk Stoelmatter 16 2292 JL Wateringen
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai nieuwbouwplan 76 woningen Heenweg
Opdrachtgever: Weboma Dhr. R. van Dijk Stoelmatter 16 2292 JL Wateringen
Datum Rapportnummer Status
: 22 februari 2022 : 20045555-20211678w-2 : 2e rapportage
fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Colofon
Titel:
Akoestisch onderzoek – Wegverkeerslawaai en industrielawaai nieuwbouwplan 76 woningen Heenweg
Opdrachtgever:
Weboma Dhr. R. van Dijk Stoelmatter 16 2292 JL Wateringen
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteurs
: ing. A.P. Wubben (Aqua-Terra Nova B.V.) : ing. A.P. Wubben (Aqua-Terra Nova B.V.) : ing. G. van Pelt (AV-Consulting B.V.)
Projectnummer
: 21066
© 2022 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Gegevens
1 1 2
2. UITGANGSPUNTEN 2.1. Algemeen 2.2. Uitzonderingen zoneringsregime 2.4. Invoergegevens ten behoeve van het model 2.5. De met methode II berekende geluidsbelastingen
3 3 3 4 5
3. NORMSTELLING WET GELUIDHINDER 3.1. Algemeen 3.2. Bestaande Situaties 3.3. Nieuwe Situaties 3.4. Vervangende nieuwbouw 3.5. Onderhavige situatie
6 6 6 6 7 7
4. REKENRESULTATEN 4.1. Geluidbelasting 2032
8 8
5. HOGERE WAARDE
12
6. GELUIDSBELASTING EUROPOORT-MAASVLAKTE
14
7. CONCLUSIES
15
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten Figuren Verkeersgegevens
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 1
1. INLEIDING 1.1. Algemeen In opdracht van Weboma is door Aqua Terra Nova BV in samenwerking met AV-Consulting BV een akoestisch onderzoek verricht. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging in verband met de realisatie van totaal 76 woningen/appartementen te Heenweg, ter hoogte van de Hyacinthstraat. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevels van de te realiseren woningen vanwege het wegverkeer op de in de omgeving gelegen wegen. Op grond van de Wet Geluidhinder dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van (spoor-)wegen en industrieterreinen. Daarnaast dient de geluidwering van de gevels van de woningen te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Om de geluidwering van de gevels te kunnen bepalen dient eerst de geluidsbelasting te worden berekend die op de gevels invalt. Ten behoeve van het onderzoek is de geluidsbelasting bepaald van de volgende wegen: • Heenweg; • Maasdijk (E25); • Maasdijk (ventweg); • Laan van de Heilige Lambertus; • Lugtigheidstraat; • Tulpstraat; • Hyacintstraat; • Anjerstraat. De overige wegen in de omgeving zijn voor de geluidsbelasting als niet relevant te beschouwen, vanwege de afstand tot deze wegen en/of de mate van afscherming door tussenliggende bebouwing.
Voor het akoestisch onderzoek is de Standaard-Rekenmethode II toegepast (RMW 2012; met behulp van GEOMILIEU V2021.1). Deze methode geeft in deze situatie de meest representatieve geluidsbelasting. Naast het wegverkeerslawaai is in het kader van het onderzoek de geluidsbelasting vanwege industrielawaai bepaald die afkomstig is van het geluidsgezoneerde industrieterrein MaasvlakteEuropoort. De geluidbelasting vanwege het geluidsgezoneerde industrieterrein MaasvlakteEuropoort is bepaald met behulp van de vastgestelde geluidscontouren van dit industrieterrein. Zie hoofdstuk 6.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 2
1.2. Gegevens Ten behoeve van het voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: 1) Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012. 2) Tekening van de nieuwe woningen en appartementen door opgave van de opdrachtgever. 3) Gegevens met betrekking tot de ligging en de hoogte van de gebouwen zoals gedownload via PDOK (3D Gebouwhoogte NL; geïmporteerd als GML-files). 4) Wet Geluidhinder, zoals deze luidt per 1 juli 2012. 5) Verkeersgegevens van de omliggende wegen zoals opgegeven door de Omgevingsdienst Haaglanden. 6) Document “Toetsingskader voor hogere geluidsgrenswaarden besluiten” d.d. 4 maart 2018 van Gemeente Westland. 7) Geluidscontouren van het geluidsgezoneerde industrieterrein Europoort/Maasvlakte zoals verstrekt door de Omgevingsdienst Haaglanden als gmf-files welke als hulplijnen zijn ingelezen in Geomilieu.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 3
2. UITGANGSPUNTEN 2.1. Algemeen Op grond van de Wet geluidhinder heeft iedere weg een zone aan weerszijden van de weg met een breedte die afhankelijk is van de inrichting van die weg (artikel 74 Wgh). De zone is het aandachtsgebied waarbinnen het akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. De zone is van belang voor "nieuwe situaties". Gelet op artikel 76 van de Wet geluidhinder is de afdeling nieuwe situaties niet van toepassing ten aanzien van conserverende onderdelen van een bestemmingsplan. Dit zijn de onderdelen van een bestemmingsplan die slechts een vastlegging betekenen van onderdelen waarin de weg en de nabij gelegen woningen en andere geluidsgevoelige objecten reeds zijn of worden gerealiseerd (d.w.z. de bouwvergunning is afgegeven op het moment dat het bestemmingsplan wordt vastgesteld). 2.2. Uitzonderingen zoneringsregime Krachtens lid 1 van artikel 74 Wgh heeft iedere weg aan weerszijden een zone die afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: Zonebreedte wegverkeer. Aantal rijstroken Zonebreedte (m) Stedelijk gebied 5 of meer 3 of meer 350 3 of 4 2 200
Buitenstedelijk gebied 600 400 250
Het eerste lid van artikel 74 Wgh geldt niet met betrekking tot een weg: a) die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of b) waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De weg heeft in dat geval geen zone. 2.3. Situatie Het plangebied is gelegen ter hoogte van de Hyacinthstraat te Heenweg. Op de bouwlocatie worden circa 76 nieuwe woningen gerealiseerd in de vorm van appartementen, rijwoningen, 2-onder1-kap woningen en vrijstaande woningen. De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de volgende wegen: • • • • • • • •
Heenweg; Maasdijk (E25); Maasdijk (ventweg); Laan van de Heilige Lambertus; Lugtigheidstraat; Tulpstraat; Hyacintstraat; Anjerstraat.
De overige wegen in de omgeving zijn voor de geluidsbelasting als niet relevant te beschouwen, vanwege de afstand tot deze wegen en/of de mate van afscherming door tussenliggende bebouwing. PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 4
De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Heenweg en liggen dus in stedelijk gebied. In figuur 1 is het plangebied grafisch weergegeven.
Figuur 1: Situatieoverzicht van de nieuwe situatie.
2.4. Invoergegevens ten behoeve van het model Gelet op de Wet geluidhinder dient voor het berekenen van de geluidsbelasting van een weg uitgegaan te worden van een maatgevende geluidsintensiteit. Dat wil zeggen een etmaalintensiteit zoals die binnen 10 jaar wordt verwacht. De verkeersgegevens van de relevante wegen zijn verstrekt door de Omgevingsdienst Haaglanden. De gehanteerde verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 4 en betreffen het jaar 2030. De berekende situatie betreft het jaar 2032. De etmaalintensiteiten zijn doorgerekend naar het jaar 2032 uitgaande van een groeipercentage van 1% per jaar (etmaalintensiteiten vermenigvuldigd met een factor (1,01)2). Van de Anjerstraat en van de Tulpstraat zijn, waarschijnlijk vanwege de lage verkeersintensiteit, geen gegevens voorhanden. De verkeersintensiteit op deze wegen is ten behoeve van het onderzoek ingeschat – als worst-case scenario – op ongeveer de helft van de verkeersintensiteit op de Hyacinthstraat (etmaalintensiteit = 622/2 ≈ 311 mvt/etm).
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 5
2.5. De met methode II berekende geluidsbelastingen Volgens artikel 1 van de Wet geluidhinder is de "geluidsbelasting" vanwege een weg als volgt gedefinieerd: de geluidsbelasting in Lden (dB) op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189). De geluidsbelasting is met behulp van formule [1] te berekenen. Lday Levening + 5 Lnight +10 12 10 10 + 4 10 10 + 8 10 10 Lden = 10 log 24
Waarin: Lden Lday Levening Lnight
gelijk is aan de geluidsbelasting gelijk is aan de geluidsbelasting overdag gelijk is aan de geluidsbelasting in de avond gelijk is aan de geluidsbelasting in de nacht
[1]
[dB] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)]
Voor het uitvoeren van de berekeningen is gebruik gemaakt van het rekenprogramma GEOMILIEU V2020.2. De toegepaste rekenmethode is het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Op grond van artikel 3.4 van Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (art. 110 Wgh) mogen de berekende geluidsbelastingen gecorrigeerd (verminderd) worden met 2 tot 4 dB voor de wegen waar de snelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur en met 5 dB voor de overige wegen (snelheid < 70 km/uur). Deze correctie houdt verband met de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller zal worden door technische ontwikkelingen en aanscherping van het type keuringseisen.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 6
3. NORMSTELLING WET GELUIDHINDER 3.1. Algemeen De Wet geluidhinder kent verschillende normwaarden voor de ten hoogste toegelaten geluidsbelasting die afhankelijk is van de fase waarin de geluidsgevoelige objecten zich bevinden ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Te onderscheiden zijn "bestaande situaties" en "nieuwe situaties". 3.2. Bestaande Situaties Van een "bestaande situatie" is sprake als weg én woningen reeds bestaan (of mogelijk is gemaakt) op 1 maart 1986 (het tijdstip waarop het onderdeel "bestaande situaties" in werking is getreden). Eén en ander is geregeld in de artikelen 88 t/m 90 Wgh. 3.3. Nieuwe Situaties Nieuwe situaties ingevolge de Wet geluidhinder zijn situaties waarin door het vaststellen van een bestemmingsplan of herziening van een bestemmingsplan de bouw van geluidsgevoelige objecten (woningen) of de aanleg van een weg of de reconstructie van een weg mogelijk wordt gemaakt. Indien binnen de zone van de weg geluidsgevoelige objecten of bestemmingen liggen, zal een akoestisch onderzoek uitgevoerd dienen te worden naar de te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten of naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen.
Tevens dient de doeltreffendheid van geluidsbeperkende maatregelen te worden onderzocht waardoor de geluidsbelasting kan worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dan wel de maximaal toelaatbare hogere waarde. Bij het bepalen van geluidsbeperkende maatregelen geldt de volgorde van voorkeur: 1) Bronmaatregelen. 2) Overdrachtsmaatregelen. 3) Gevelmaatregelen. Op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder kan het College van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde vaststellen dan de voorkeursgrenswaarde. Dit kan alleen in dié gevallen waarin maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel op overwegende bezwaren stuit van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde is dat de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten de maximaal toelaatbare waarden niet overschrijdt.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 7
Tabel 2: Grenswaarden wegverkeerslawaai nieuwe woning bestaande weg Situatie: Nieuwe woning/ bestaande weg
Voorkeursgrenswaarde
Hoogst toelaatbare gevelbelasting met ontheffing
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuw te bouwen woningen
48 dB
Stedelijk: 63 dB Buitenstedelijk: 53 dB
33 dB
Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning
48 dB
Stedelijk: n.v.t. Buitenstedelijk 58 dB
33 dB
Vervangende nieuwbouw
48 dB
Stedelijk: 68 dB Buitenstedelijk: 58 dB
33 dB
NB: Stedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de bebouwde kom alsmede het gebied binnen de bebouwde kom binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Zie artikel 1 van de Wgh voor de exacte definitie. 3.4. Vervangende nieuwbouw De kwalificatie van een bouwplan als "vervangende nieuwbouw" binnen de zone van een weg betekent dat hierop een ruimere normstelling van toepassing is, e.e.a. is geregeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder. Voor vervangende nieuwbouw gelden een aantal strikte criteria. 3.5. Onderhavige situatie De onderhavige situatie betreft een nieuwe situatie, waarbij er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de zone van bestaande wegen. De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom (stedelijk gebied). Op grond van de Wet geluidhinder geldt er een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een hoogst toelaatbare gevelbelasting van 63 dB.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 8
4. REKENRESULTATEN 4.1. Geluidbelasting 2032 In het rekenmodel zijn enkele toetspunten ingevoerd ter plaatse van de gevels van de te realiseren woningen. De ligging van deze is in bijlage 3 te vinden. Ter plaatse van deze toetspunten is de geluidsbelasting berekend vanwege wegverkeer op de omliggende wegen. In tabel 3 t/m 6 is de geluidsbelasting weergegeven vanwege de meest relevante afzonderlijke wegen, namelijk de Maasdijk, de Laan van de Heilige Lambertus, de Hyacinthstraat en de Anjerstraat (na aftrek op grond van artikel 110 Wgh). De geluidsbelasting vanwege de andere wegen ligt ruim onder de voorkeurwaarde. In de tabel 7 is de cumulatieve geluidsbelasting weergegeven van alle onderzochte wegen (aftrek artikel 110 Wgh niet toegepast). NB: In onderstaande tabellen zijn alleen de hoogste geluidsbelastingen weergegeven gesorteerd op Lden-waarde. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 3: Geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van de Maasdijk (80 km/uur; na aftrek van 2, 3 of 4 dB op grond van artikel 110 Wgh). Identificatie
Omschrijving
Hoogte (m)
Dag dB(A)
Avond dB(A)
Nacht dB(A)
Lden dB
04_D
ZW-gevel appartementen 4 laags
10,5
49
45
42
50
01_C
ZW-gevel appartementen 3 laags
7,5
49
44
42
50
02A_C
7,5
47
42
40
48
10,5
47
42
40
48
7,5
47
42
39
48
10,5
46
42
39
47
4,5
46
42
39
47
4,5
46
42
39
47
10,5
46
42
39
47
4,5
46
42
39
47
4,5
46
41
39
47
7,5
46
41
39
47
10_B
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon NW-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 3 laags balkon NW-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZW-gevel 3 rijwoningen zuidoost
4,5
46
41
39
47
01_B
ZW-gevel appartementen 3 laags
4,5
46
41
38
47
03A_C
NW-gevel appartementen 3 laags balkon
7,5
46
41
38
47
07_D 02B_C 08_D 02A_B 05_B 05_D 02B_B 06_B 05_C
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 9
Tabel 4: Geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van de Laan van de Heilige Lambertus (60 km/uur; na aftrek van 5 dB op grond van artikel 110 Wgh). Identificatie
Omschrijving
Hoogte (m)
Dag dB(A)
Avond dB(A)
Nacht dB(A)
Lden dB
55_B
ZO-gevel vrijstaand noord
4,5
31
27
20
31
51_B
ZO-gevel 2 onder 1 kap
4,5
31
27
20
31
22_C
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
30
27
19
30
21_C
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
30
27
19
30
47_B
ZO-gevel vrijstaand zuid
4,5
30
26
19
30
43_B
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
30
26
19
30
25_B
NO-gevel 15 appartementen 3 laags
4,5
29
26
19
29
25_C
NO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
29
26
18
29
57_B
NO-gevel vrijstaand noord
4,5
29
26
18
29
22_B
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
4,5
29
26
18
29
06_D
ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel vrijstaand noord
10,5
28
25
18
29
10,5
28
25
18
28
7,5
28
24
17
28
1,5
28
24
17
28
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon
7,5
28
24
17
28
05_D 02A_C 55_A 02B_C
Tabel 5: Geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van de Hyacinthstraat (30 km/uur; na aftrek van 5 dB op grond van artikel 110 Wgh). Identificatie
Omschrijving
Hoogte (m)
Dag dB(A)
Avond dB(A)
Nacht dB(A)
Lden dB
43_B
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
45
41
36
46
47_B
ZO-gevel vrijstaand zuid
4,5
45
41
35
45
43_A
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
1,5
45
41
35
45
51_B
ZO-gevel 2 onder 1 kap
4,5
45
41
35
45
47_A
ZO-gevel vrijstaand zuid
1,5
44
40
35
45
55_B
ZO-gevel vrijstaand noord
4,5
44
40
35
44
51_A
ZO-gevel 2 onder 1 kap
1,5
44
40
34
44
55_A
ZO-gevel vrijstaand noord
1,5
44
40
34
44
25_C
NO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
42
38
32
42
25_B
NO-gevel 15 appartementen 3 laags
4,5
42
38
32
42
22_C
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
41
37
31
41
25_A
NO-gevel 15 appartementen 3 laags
1,5
41
37
31
41
22_B
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
4,5
41
37
31
41
46_B
ZW-gevel vrijstaand zuid
4,5
40
36
30
40
42_B
ZW-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
39
35
30
40
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 10
Tabel 6: Geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van de Anjerstraat (30 km/uur; na aftrek van 5 dB op grond van artikel 110 Wgh). Identificatie
Omschrijving
Hoogte (m)
Dag dB(A)
Avond dB(A)
Nacht dB(A)
Lden dB
13_B
NO-gevel 3 rijwoningen zuidoost
4,5
34
29
31
38
14_B
ZW-gevel 8 rijwoningen
4,5
33
29
30
37
43_B
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
33
28
30
36
15_B
ZO-gevel 8 rijwoningen
4,5
33
28
29
36
16_B
ZO-gevel 8 rijwoningen
4,5
32
27
29
35
13_A
NO-gevel 3 rijwoningen zuidoost
1,5
32
27
28
35
11_B
ZO-gevel 3 rijwoningen zuidoost
4,5
31
27
28
35
14_A
ZW-gevel 8 rijwoningen
1,5
31
26
28
34
43_A
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
1,5
31
26
27
34
42_B
ZW-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
31
26
27
34
15_A
ZO-gevel 8 rijwoningen
1,5
30
26
27
34
21_C
ZO-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
30
25
27
34
47_B
ZO-gevel vrijstaand zuid
4,5
30
25
27
34
20_C
ZW-gevel 15 appartementen 3 laags
7,5
30
25
26
33
16_A
ZO-gevel 8 rijwoningen
1,5
29
25
26
33
Bij een onderzoek naar de geluidwering van de gevels, dient uitgegaan te worden van de cumulatieve geluidsbelasting vanwege alle bronnen zonder toepassing van de aftrek op grond van artikel 110 Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidsbelasting vanwege alle wegen is weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Cumulatieve geluidsbelasting vanwege wegen ter plaatse van de nieuwe woningen (zonder aftrek op grond van artikel 110 Wgh). Identificatie
Omschrijving
Hoogte (m)
Dag dB(A)
Avond dB(A)
Nacht dB(A)
Lden dB
04_D
ZW-gevel appartementen 4 laags
10,5
52
47
44
53
01_C
ZW-gevel appartementen 3 laags
7,5
51
47
44
53
43_B
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
4,5
51
47
42
52
47_B
ZO-gevel vrijstaand zuid
4,5
51
47
42
52
51_B
ZO-gevel 2 onder 1 kap
4,5
51
47
42
51
02A_C
7,5
50
45
42
51
55_B
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel vrijstaand noord
4,5
50
46
41
51
43_A
ZO-gevel 3 rijwoningen noordoost
1,5
50
46
41
51
02B_C
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel vrijstaand zuid
7,5
49
45
42
50
1,5
50
46
40
50
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon ZO-gevel appartementen 4 laags balkon NW-gevel appartementen 4 laags balkon ZO-gevel 2 onder 1 kap
4,5
49
44
42
50
10,5
49
44
42
50
10,5
49
44
42
50
1,5
50
46
40
50
4,5
49
44
41
50
47_A 02A_B 05_D 07_D 51_A 02B_B
ZO-gevel appartementen 3 laags balkon
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 11
Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden ter plaatse van toetspunt 01_C en toetspunt 04_D. Dit betreft de zuidwestgevel van het appartementencomplex aan de zuidzijde van het plangebied. De voor de appartementen die grenzen aan deze gevel dient een Hogere Waarde te worden aangevraagd. Het betreft appartementnummers 23, 24, 31 en 32. Er dient een Hogere Waarde te worden aangevraagd voor totaal 4 appartementen. Alvorens een Hogere Waarde kan worden aangevraagd dient te worden bekeken welke geluidsreducerende maatregelen er eventueel getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting te verlagen. Hier wordt nader op ingegaan in hoofdstuk 5.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 12
5. HOGERE WAARDE 5.1. Algemeen Omdat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden dient er een Hogere Grenswaarde aangevraagd te worden. De gemeente Westland heeft beleid opgesteld voor de vaststelling van Hogere Grenswaarden. Het beleid komt er op neer dat een Hogere Grenswaarde slechts onder bepaalde voorwaarden verleend kan worden. Alvorens een hogere grenswaarde kan worden verleend dient bekeken te worden welke maatregelen er mogelijk zijn om de geluidsbelasting te reduceren. Hierbij kan worden gedacht aan bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen: Maatregelen aan de bron kunnen zijn: • Beperking van het autoverkeer • Beperking van de rijsnelheid • De aanleg van geluidsreducerend asfalt Maatregelen in het overgangsgebied (overdrachtsmaatregelen) kunnen bestaan uit: • Plaatsing van schermen of wallen • De realisatie van afschermende niet-geluidsgevoelige bebouwing zoals kantoren • Vergroting van de afstand tussen de woningen en de bron Indien bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk blijken te zijn, dienen er maatregelen getroffen te worden om de geluidwering van de gevels van de woningen te verbeteren. 5.2. Onderhavige situatie In de onderhavige situatie worden er in totaal 76 woningen gerealiseerd. De voorkeursgrenswaarde wordt echter bij slechts 4 woningen overschreden.
De hierboven omschreven maatregelen aan de bron of in het overgangsgebied zijn voor dit beperkte aantal woningen niet reëel te noemen. Hieronder wordt gemotiveerd waarom geluidsreducerende maatregelen in het onderhavige geval niet mogelijk of niet wenselijk zijn. Beperking autoverkeer of rijsnelheid Beperking van het autoverkeer of van de rijsnelheid is niet zonder meer mogelijk omdat de Maasdijk (N220) een belangrijke verbindings- en ontsluitingsweg vormt voor het gebied. De Maasdijk vormt hiermee een belangrijke verkeersader voor het gebied. Het is niet mogelijk de weg zomaar aan te passen zonder gevolgen voor de verkeersdoorstroming. Beperking van de hoeveelheid autoverkeer of de rijsnelheid is daarom geen reële optie. Geluidsreducerend wegdek De Maasdijk (N220) is ter hoogte van het plangebied reeds voorzien van geluidsreducerend asfalt in de vorm van Dunne Deklagen B. Een verdere reductie van het geluid door middel van aanpassing van het wegdek is niet mogelijk. Wegdektype Dunne Deklagen B geeft al de hoogst mogelijke reductie van het brongeluid. Plaatsing van wallen, schermen of gebouwen Plaatsing van schermen, wallen of niet-geluidsgevoelige gebouwen stuit op stedenbouwkundige bezwaren en staat bovendien niet in verhouding tot de omvang van het plan.
Een te plaatsen geluidsscherm zou zeer lang en ook zeer hoog moeten zijn om ook de derde en vierde verdieping van het appartementsgebouw af te schermen. Vanwege de beperkte ruimte op de Maasdijk, die daadwerkelijk bestaat uit een verhoogd dijklichaam, is het plaatsen van een hoog en groot geluidsscherm niet zondermeer mogelijk. Daarnaast zullen de kosten van een geluidsscherm niet in verhouding staan tot het te behalen resultaat, namelijk 2 dB geluidsreductie bij slechts 4 woningen. Het plaatsen van een lager en kleiner geluidsscherm is niet zinvol omdat deze te weinig afscherming zal geven. Het plaatsen van een geluidsscherm PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 geluid@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V.
Rapport 20045555-20211678w-2
Bladzijde 13
Vergroting afstand Vergroting van de afstand tussen de woningen en de bron is niet mogelijk omdat het overige deel van het bouwvlak ook al volgebouwd zal worden met woningen. Wij van mening dat het uitvoeren van een volledig onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen niet in verhouding staat tot het relatief geringe aantal van 4 woningen waar een hogere waarde voor dient te worden verleend. Wel dienen er maatregelen getroffen te worden om een goede geluidwering van de gevels en daarmee een goed akoestisch binnenklimaat in de woning te waarborgen (eisen Bouwbesluit). 5.3. Geluidluwe gevel Alvorens er een Hogere Grenswaarde kan worden verleend dient er aan enkele voorwaarden te worden voldaan. Een van de voorwaarden is dat er per woning in ieder gevel één geluidsluwe gevel aanwezig is. In het “Toetsingskader voor Hogere Geluidsgrenswaarden Besluiten” van de Gemeente Westland staat als één van de ontheffingscriteria voor de hogere waarde procedure het volgende genoemd: