Bijlagen bij bestemmingsplan Uitbreiding Heenweg
Tekst van het document
UITBREIDING HEENWEG bestemmingsplan NL.IMRO.1783.HEEUITBRHEENWEGpbp-VA01 vastgesteld
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13
Staat van wijzigingen Nota beantwoording vooroverlegreacties Nota beantwoording inspraakreacties Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Akoestisch onderzoek Onderzoek BMZ en Externe Veiligheid Verkeersonderzoek Waterstudie Stikstofberekening Bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Archeologisch onderzoek
1
Staat van Wijzigingen Van het ontwerp bestemmingsplan “Uitbreiding Heenweg" naar vastgesteld bestemmingsplan Planverbeelding - De gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ is toegevoegd aan het plangebied; - Ten oosten van het plangebied is een strook met de bestemming ‘Wonen’ toegevoegd aan het bestemmingsplan; - Het bouwvlak van het appartementengebouw voor 34 woningen is gewijzigd; - De bestemming ‘Tuin’ bij de 15 appartementen is aangepast; - De gevellijn van het appartementengebouw van 15 appartementen is verwijderd; - Het bouwvlak van de vrijstaande woningen is 1 meter verplaatst; - De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ is toegevoegd aan de bestemming ‘Groen’ voor de realisatie van een vluchttrap. Planregels - De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ is toegevoegd in artikel 3; - De gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ is toegevoegd in artikel 13. Toelichting - Paragraaf 2.2 is gewijzigd; - Paragraaf 3.7 ‘Water’ is gewijzigd; - Paragraaf 3.9 ‘Ecologie’ is gewijzigd; - In paragraaf 4.2 is de gebiedsaanduiding ‘geluidzonde – industrie’ toegevoegd; - De waterstudie in bijlage 8 is gewijzigd; - De stikstofberekening in bijlage 9 is gewijzigd.
*22-0289455*
22-0289455
NOTA VAN BEANTWOORDING REACTIES 3.1.1 BRO OVERLEG VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN "Uitbreiding Heenweg"
1.
Instantie
Reactie
Beantwoording
Veiligheidsregio Haaglanden
Risicobron Het plangebied ligt op circa 95 meter ten noorden
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De adviezen hebben geen gevolgen voor het
van de N220. In geval van een calamiteit kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen
bestemmingsplan. Bij de bouw van het project Uitbreiding Heenweg zal de gemeente adviseren de
vrijkomen. Gezien de afstand van het plangebied tot aan de N220 zal het groepsrisico als gevolg van de
genoemde technische voorzieningen te plaatsen. De bewoners in het plangebied zullen via de reguliere
(eventuele) ontwikkelingen niet significant toe - of afnemen.
kanalen van risicocommunicatie worden geïnformeerd.
Geadviseerde maatregelen en restrisico Gezien de afstand van de risicobron tot aan het plangebied worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. Afschakelbare ventilatie; B. Risicocommunicatie. In de bijlage van deze e -mail worden de bovenstaande geadviseerde maatregelen uitgebreid beschreven. Daarnaast wordt in de bijlage het risico beschouwd dat overblijft na het treffen van de geadviseerde maatregelen. Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bij bouwplannen, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. Voor vragen met betrekking tot brandveiligheid kunt u contact opnemen met risicobehe ersing@vrh.nl. In het kader van brandveiligheid wordt tevens aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voor de
specifieke objecten. Tot slot Niet alle geadviseerde maatregelen kunnen worden opgenomen in dit bestemmingsplan, deze zijn bedoeld voor andere afdelingen binnen de gemeente. Deze maatregelen kunnen mogelijk binnen andere ruimtelijke plannen of door andere disciplines van de gemeente worden geborgd. Ik ga ervan uit dat, na de bestuurlijke besluitvorming, de overgenomen maatregelen bij de juiste afdeling(en) van de gemeente bekend worden gemaakt. 2.
Hoogheemraadschap van
Algemeen
Algemeen
Delfland
De waterstudie bij het bestemmingsplan bevat in het ontwerp een aanzienlijke hoeveelheid water. Voor
Aanleiding voor de uitbrei ding van de kern Heenweg is de motie "Kleine kernen" uit 2016. Daarin wordt
zover wij zijn nagegaan, zijn wij als Delfland niet bij deze ontwikkeling betrokken geweest. Mogelijk
door de raad gevraagd om de mogelijkheden naar de uitbreiding van o.a. de kern Heenweg te
liggen hier nog aanvullende kansen voor de KRW. Wij vragen u aan te geven, o p basis waarvan deze
onderzoeken. Uit een intern onderzoek is de locatie ten westen van de kern naar voren geko men als
inrichting tot stand gekomen is.
meest geschikte plek. Tussen de bestaande gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en de toekomstige bestemming ‘Wonen’ is een bufferzone van 30 meter vereist. Deze bufferzone wordt ingericht met groen en water.
Ondanks dat er geen verplichte wateropgave is,
De nieuwe watergang heeft in het
verzoeken wij u te overwegen het te realiseren water op enige manier in de regels of op de
ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Water’ gekregen.
verbeelding te borgen. Delfland en vrijwel alle gemeenten in zijn beheergebied hebben zich met ondertekening van het “Convenant klimaatadaptief bouwen” gecommitteerd, om de huidige bouwopgave
In het plangebied worden diverse maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie toegepast : •
Veel groen, waaronder veel bomen voorzieningen in het park;
klimaatadaptief te ontwikkelen: verminderen van de
•
natuurvriendelijke oevers ;
kans op wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en vergrote n van de biodiversiteit, zie
•
forse toename van het oppervlaktewater (berging).
ook https://bouwadaptief.nl/. Uit de daarvoor opgestelde Minimale Eisen hebben de volgende aspecten een directe relatie met de waterhuishouding. Wij verzoeken u in de toelichting op te nemen, op welke manier invulling aan het Convenant klimaat adaptief bouwen gegeven wordt. Verbeelding
Verbeelding
Aan de noordzijde van het plangebied ligt een primaire boezemwatergang. Wij kunnen niet goed
Het plangebied valt voor een klein gedeelte in het water. De watergang heeft in het bestemmingsplan
bepalen, of de watergang gedeeltelijk in het plangebied aanwezig is. Als dat het geval is, dan
“Glastuinbouwgebied Westland” de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ met functieaanduiding
vragen wij u dit gedeelte als “water” te bestemmen.
‘specifieke vorm van agrarisch – hoofdwatergang’. De gronden zijn in het ontwerpbestemmingsplan bestemd als ‘Water’
Toelichting
Toelichting
Paragraaf 3.7.2, Algemeen: De waterthema’s worden zowel in de toelichting als de waterstudie
De waterstudie en toelichting van het bestemmingsplan zijn aangepast naar aanleiding
behandeld, maar de teksten hiervan verschillen onderling. De opmerkingen hieronder gaan zowel
van de opmerkingen.
over de tekst onder de toelichting als in de waterstudie. Wij vragen u deze opmerkingen uiteindelijk goed in de toelichting te verwerken. Paragraaf 3.7.2, thema Waterkwantiteit: a) De aannames voor verhard oppervlak voor de woningen zijn relatief laag ingeschat. Die inschatting wordt ook nauwelijks door de aannames voor de verharding op de kavels gecompenseerd. Wij verzoeken u hiervoor een reëlere inschatting te maken en deze
a) De aannames voor verhard oppervlak zijn aangepast in de watersleutel.
ook in de watersleutel te verwerken. b) In de waterstudie wordt een ontwerp getoond, waarin een aanzienlijke hoeveelheid water aanwezig is. Wij vragen u te benoemen, op welke manier de nieuwe
b) Aan de westzijde wordt de waterpartij aangesloten op de watergang door middel van een duiker en aan de noordzijde aan de watergang met openverbinding.
waterstructuur op de bestaande aangesloten wordt. c) Op basis van de hiervoor genoemde tekening vragen wij ons af, of de watergangen qua
c) Eisen van Delfland aan nieuwe watergangen zijn een minimale diepte van 0,5 meter en
afmetingen aan de bijbehorende beleidsregels voldoen. Wij verzoeken u
een minimale breedte van 2,5 meter. Verhouding tussen waterdiepte en
duidelijk aan te geven, op welke wijze hier invulling aan gegeven wordt.
waterbreedte is minimaal 1:5. Breder dan 5 meter is er maatwerk mogelijk .
d) Voor de zekerheid verzoeken wij u duidelijk te vermelden, dat voor de realisatie van het water en de bijbehorende kunstwerk en een
d) Dit is opgenomen in de waterstudie en de toelichting van het bestemmingsplan.
watervergunning nodig is. Wij raden de initiatiefnemer ook nadrukkelijk aan hiervoor in contact met Delfland te treden. Paragraaf 3.7.2, thema Onderhoud en bagger: Wij vragen u duidelijk aan te geven, op welke wijze het
De kas die grenst aan de boezemwatergang wordt gesloopt en in het gebied komt veel groen en water.
onderhoud aan het bestaande en nieuwe water mogelijk is.
T.a.v. de waterpartij en de watergangen dient onderhoud te worden verzorgd. Het nieuw te graven water in het plangebied wordt eigendom van de gemeente Westland (secundair water). Over het beheer lopen nog gesprekken tussen partijen. De verwachting is dat er varend beheer zal worden toegepast, mede op basis van de breedte en de woningen aan de oevers. Voor varend beheer dient de waterdiepte minimaal 1,0 meter te zijn en een onderhoudsstrook van 1,0 meter. Indien het onderhoud rijdend wordt uitgevoerd dan dient er een onderhoudsstrook te zijn 4,0 meter.
Paragraaf 3.7.2, thema Bodem en grondwater: Wij
Dit is toegepast.
verzoeken u de conclusie uit de waterstudie en de toelichting samen te voegen. Paragraaf 3.7.2, thema Afvalwaterketen: De
De woningen in het projectgebied kunnen met het
ontwikkeling betreft een toename van meer dan 50 wooneenheden. Op basis daarvan moet worden
DWA en HWA in principe worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel van de wijk. Deze zullen
bepaald, in hoeverre de droogweerafvoer toeneemt. Wij vragen u dat inzichtelijk te maken, zodat wij
op 2 punten aansluiten op het bestaande systeem. Dit is in overleg met de gemeente uitgewerkt .
kunnen beoordelen, of de capaciteit van het rioolgemaal voldoende is.
De dakvlakken kunnen op oppervla ktewater lozen, mits daar toestemming van Delfland voor is. Er is op het RWA deel van de riolering een overstort aanwezig. Er mag bij de opvang en afvoer van hemelwater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende of andere materialen die een negatief effect op de waterkwaliteit kunnen hebben.
3.
Westland Infra
Ik het plangebied liggen verschillende assets van Westland Infra Netbeheer B.V. , waarschijnlijk
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Aan de ontwikkelaar wordt doorgegeven dat hier bij
moeten deze omgelegd of verwijderd worden. Tevens staat in de nabijheid van het plangebied een
verdere planvorming rekening mee gehouden moet worden.
gasdistrict station. U dient hier met de planvorming rekening mee te houden. 4.
Tennet
Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse -, noch
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. 5.
Provincie Zuid-Holland
Het programma van 45% sociale huur en 20% middeldure huur/sociale /bereikbare koop maakt dit plan wenselijk als het gaat om de opgave die Westland heeft een bijdrage te leveren aan een
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
betere spreiding van de doelgroepvoorraad over de regio (Tussenakkoord woningmarktafspraken Haaglanden 2021). Zoals in de ladderonderbouwing is aangegeven geeft dit plan daar met een hoger percentage sociale huur een extra bijdrage aan. Deze ontwikkeling zal bovendien de differentiatie van type woningen in deze kern vergroten. Verder geen opmerkingen op het stuk. Overigens is het natuurlijk zo dat de benodigde kaartaanpassing nu is meegenomen in de herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen.
NOTA VAN BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES B ESTEMMINGSPLAN "Uitbreiding Heenweg"
1.
Indiener
Reactie
Beantwoording
21-0265809, ontvangen op 7
Reclamant geeft aan dat de voormalige
Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding
september 2021.
bedrijfswoning behorende bij het verkochte glastuinbouwbedrijf onterecht niet is meegenomen
van de inspraakreactie. De voormalige bedrijfswoning is meegenomen in het ontwerp
in het bestemmingsplan. De woning moet volgens de reclamant de bestemming woondoeleinden
bestemmingsplan. Het perceel heeft de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ gekregen.
krijgen. Omdat het perceel niet meer in het glastuinbouwgebied ligt, is het maximum van 1000 m2 volgens reclamant niet meer van toepassing.
2.
21-0277715, ontvangen op 22
Reclamant vraagt zich af op welke manier inspraak
Op 28 september 2021 is vanuit de gemeente een
september 2021
mogelijk is tegen het voorontwerp bestemmingsplan.
mail gestuurd aan reclamant met een beantwoording op de vraag. Hierin stond aangegeven dat t/m 30 september 2021 een inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan ingediend kon worden.
Reclamant vraagt zich af op welke wijze zij op de
Omdat reclamant een inspraakreactie heeft
hoogte worden gehouden van onder andere het (definitieve) bestemmingsplan en belangrijke data.
ingediend ontvangt reclamant een brief wanneer het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. In die brief staat aangegeven op welke manier verdere inspraak mogelijk is.
Reclamant vraagt zich af wanneer bezwaar gemaakt
Reclamant ontvangt een brief wanneer het ontwerp
kan worden en op welke wijze dat moet.
bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. In deze brief staat aangegeven binnen welke termijn en op welke wijze een zienswijze bij de gemeente Westland ingediend kan worden.
Reclamant vraagt zich af welke
Er is weliswaar niet uitgesloten dat het bouwplan
compensatieregeling voor direct omwonenden beschikbaar is. Reclamant voorziet een
tot enige afname van uitzicht, lichtinval en privacy bij de woning van de reclamant zal leiden, maar dit
waardedaling door zaken zoals het beperken van
zal niet tot een onaanvaardbare woonsituatie
het vrije uitzicht over de (lage) kassen, geluidsoverlast, stofoverlast, trillingen,
leiden. Daarbij is het van belang dat de woningen in een stedelijke omgeving staan, waarbij een
vrachtverkeer, 72 extra gezinnen in een wijk die zorgen voor verkeer en geluid etc.
woonsituatie die vrij is van enige inkijk nu eenmaal niet kan worden gegarandeerd. Verder bestaat er volgens vaste jurisprudentie van de Afde ling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen blijvend recht op vrij uitzicht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5649). Er is dan ook geen sprake van een onevenredige belangenafweging. Indien reclamant meent schade te ondervinden door de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, dan kan - na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning – een verzoek om planschade worden ingediend. De vermeende planschade is echter geen ruimtelijke afweging .
Reclamant vraagt zich af of er een voorkeursplaatsing is voor omwonende voor de
De koopwoningen worden toegewezen volgens het woningzoekenderegister Westland. Via de
nieuwbouw in het gebied dan wel Westland.
gemeentelijke website kunnen mensen zich hier voor inschrijven. Voor de inschrijving wordt een kleine vergoeding gevraagd. De midden huurwoningen worden voornamelijk toegewezen aan starters uit het Westland en de sociale huurwoningen in eerste instantie aan inwoners uit de kern Heenweg en vervolgens aan inwoners uit het Westland.
Reclamant vraagt zich af wanneer de concrete
Bij het ontwerp bestemmingsplan zijn de plannen
plannen bekend zijn.
van de ontwikkelaar verwerkt in de planregels en op de planverbeelding. De concrete bouwplannen zullen pas bij de omgevingsvergunning aan bod komen.
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79
MER notitie Nieuwbouw woningen Hyacinthstraat te Heenweg
Opdrachtgever Weboma Wateringen
MER notitie
2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV
MER notitie Nieuwbouw woningen Hyacinthstraat te Heenweg
Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Weboma Wateringen
Datum: Rapportnr: Status:
30 mei 2022 21077/AQT306c/MER RK Definitief
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Colofon Titel
: MER notitie Nieuwbouw Woningen Hyacintstraat, Kern Heenweg, gemeente Westland
Opdrachtgever Contactpersoon
: WEBOMA : Dhr. R. van Dijk / mw. M. van Schie
Projectteam Projectmanager Auteur Kwaliteitsborging
: dhr. ing. A.P. Wubben : dhr. ing. R. Kleefman : dhr. ing. A. Wubben
Projectnummer Rapportnummer Planstatus
: 21077 : 21077AQT306MER RK : ontwerp
Datum vrijgave
Versie 30 mei 2022
Status
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
Definitief
© 2022 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgev er.
21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
I. TOELICHTING INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 2. 2.1 2.2 3. 3.1 3.2 4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Inleiding ..................................................................................................... 2 Aanleiding ................................................................................................... 2 Leeswijzer ................................................................................................... 2 M.E.R.-(beroordelings)plicht .......................................................................... 3 Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? .................................................. 3 Procedure.................................................................................................... 3 Kenmerken en plaats van het project .............................................................. 5 Plangebied en (ontwerp)bestemmingsplan ...................................................... 5 Huidig grondgebruik en beschrijving ontwikkeling ............................................ 5 Kenmerken van het potentiële effect .............................................................. 7 Lucht- en geurkwaliteit ................................................................................. 7 Geluid, milieuhinder en externe veiligheid ....................................................... 8 Water .......................................................................................................
12 Bodem ...................................................................................................... 15 Ecologie en stikstofdepositie ........................................................................ 16 Cultuurhistorische en archeologie ................................................................. 18 Klimaat en duurzaamheid ............................................................................ 18 Conclusie .................................................................................................. 19
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De opdrachtgever heeft het voornemen om op de locatie Hyacinthstraat 17a in de kern Heenweg, gemeente Westland, het bestaande glastuinbouwbedrijf te slopen en op deze locatie maximaal 76 woningen te realiseren (uitbreiding kern Heenweg). De centrale vraag van deze rapportage is op welke wijze de voorgenomen ontwikkeling kan bijdragen aan de vermindering van aanzienlijke negatieve milieueffecten dan wel verbetering van omgevingskwaliteiten? Het antwoord hierop wordt gegeven in de opeenvolgende hoofdstukken over specifieke milieu onderwerpen. 1.2
Leeswijzer
In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde: de m.e.r.-(beoordelings-)plicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten (hoofdstuk 2); beoordeling aan de hand van de kenmerken en de plaats van het project (hoofdstuk 3); beoordeling aan de hand van de kenmerken van de milieugevolgen (hoofdstuk 4); conclusie (hoofdstuk 5).
2 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
2. M.E.R.-(beroordelings)plicht 2.1
Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig?
De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het kleinschalige woningbouwproject is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 16.1 van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (max.72 woningen) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2.000 woningen of 100 ha).
Conform de m.e.r.-regelgeving leidt dit tot de noodzaak tot het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (stedelijk ontwikkelingsproject minder dan 2000 woningen). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een notitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig 2.2
Procedure
De voorliggende notitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij.... ' De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elk initiatief waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden: door de initiatiefnemer moet een (aanmeldings-)notitie worden opgesteld; het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerp-besluit;
3 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
-
het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen; het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag.
4 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
3. Kenmerken en plaats van het project 3.1
Plangebied en (ontwerp)bestemmingsplan
Het plangebied van de voorgenomen ontwikkeling ligt aan de Hyacinthstraat nabij 17a in de kern Heenweg in de gemeente Westland. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 23.712m2. Het plangebied heeft op dit moment de bestemming “AgrarischGlastuinbouw” waarop in de huidige bestemming geen woningbouw is toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een ruimtelijke procedure gevolgd om de bestemming te wijzigen naar onder andere “Wonen”, opgenomen in ontwerp bestemmingsplan “uitbreiding Heenweg, 2021-07-13, NL.IMRO.1783.HEEUITBRHEENWEGpbp-VO01. Het ontwerp bestemmingsplan is gericht op het in de nabije toekomst mogelijk maken van woningbouw ter uitbreiding van de kern Heenweg. In de gemeenteraad van de gemeente Westland is in 2016 een motie vastgesteld gericht op de uitbreiding van de kleinere kernen in de gemeente Westland met als doel deze kleine kernen robuuster te maken. Onderhavig plan maakt onderdeel uit van deze strategie. In dit hierboven bestemmingsplan is een aantal onderzoeken summier opgenomen en wordt verwezen naar onder andere deze MER notitie ter nadere onderbouwing van de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 3.1 locatie plangebied (bron: Google maps)
3.2
Huidig grondgebruik en beschrijving ontwikkeling
De locatie is in gebruik (geweest) als glastuinbouwlocatie waarop een warenhuis met bijbehorende schuur gebouwd zijn. De bestaande glasopstal aan de Hyacinthstraat 17A te in de kern Heenweg zullen worden gesloopt. Het perceel zal worden ingericht als woningbouwlocatie waar naar verwachting maximaal 72 woningen gerealiseerd zullen worden. Het woningbouwprogramma zal bestaan uit voornamelijk eengezinswoningen (rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen) en een appartementengebouw in het sociale segment. In totaal zal circa 42% van de woningen gerealiseerd worden als sociale huurwoning. Daarnaast wordt binnen het plangebied minimaal 50 m² groen per woning gerealiseerd. Dit groen wordt deels opgelost binnen het ontwikkelgebied en deels binnen een bufferzone van 30 meter tussen de toekomstige woningen en de bestaande glastuinbouwgronden. Deze bufferzone zal worden ingericht met groen en water. De exacte situering van de woningen is nog niet bekend. Deze wordt in een later stadium ingevuld.
5 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
Figuur 3.2. Voorlopige schets indeling plangebied (bron Weboma )
6 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1
Lucht- en geurkwaliteit
In artikel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn eisen aan de luchtkwaliteit gesteld. De wet noemt “gevoelige bestemmingen” (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in het NSL rekening gehouden. In het NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide of Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties. Dit komt neer op de NIBM-grens woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2): 3% criterium: ≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg ≤ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling Gelet op de omvang van de voorgenomen ontwikkeling, namelijk maximaal 76 woningen, mag worden gesteld dat het bouwplan zelf Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de lokale luchtkwaliteit. Ten aanzien van de geurkwaliteit is er geen uitgebreid geuronderzoek noodzakelijk.
Ter plaatse van het ontwikkelgebied is geen geurhinder te verwachten omdat er zich geen bedrijven in de nabijheid bevinden die geurhinder kunnen veroorzaken. Conclusie Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De planontwikkeling beoogt de realisatie van maximaal 76 woningen, waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft. Conclusie: er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect lucht- en geurkwaliteit.
7 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
4.2
Geluid, milieuhinder en externe veiligheid
Geluid (industrielawaai) In opdracht van Weboma is door Aqua Terra Nova BV in samenwerking met AV-Consulting BV een akoestisch onderzoek verricht. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging in verband met de realisatie van totaal 76 woningen/appartementen te Heenweg, ter hoogte van de Hyacinthstraat. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevels van de te realiseren woningen vanwege het industrielawaai. Hiertoe is het onderzoek ” Akoestisch onderzoek Industrielawaai nieuwbouwplan woningen te Heenweg”, rapportnummer 20045555-20211678i-2, d.d.17 december 2021, uitgevoerd. In deze rapportage is nog een onderzoek opgenomen naar de effecten van dorpshuis Open Huis. Op 1 juli 2021 is het dorpshuis aangekocht door de gemeente Westland. Op de plek waar in de huidige situatie het dorpshuis staat zal in de toekomst een openbaar terrein worden gerealiseerd in de vorm van een Fit Park met sporthal en/of fit box. Dit zal in een afzonderlijke bestemmingsplanwijziging worden geregeld. De geluidsbelasting afkomstig van dit object wordt daarom verder niet beschouwd in deze rapportage. Om deze reden is aanvullend een memo opgesteld, Memo Geluid Hyacintstraat, Heenweg, rapportnummer ATN 20045555-20211678i-3, dd 19 april 2022, die ingaat op geluidsbelasting van Maasvlakte Europoort.
De geluidbelasting vanwege het geluidsgezoneerde industrieterrein Maasvlakte-Europoort is bepaald met behulp van de vastgestelde geluidscontouren van dit industrieterrein. Voor de exacte uitvoering van het onderzoek wordt verwezen naar eerder genoemde rapportage. Resultaten Uit het onderzoek blijkt dat het woningbouwplan buiten de 48 dB(A) geluidscontour ligt van het industrieterrein Maasvlakte-Europoort. De geluidsbelasting ligt dus niet hoger dan 48 dB(A) en er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Conclusie De geluidsbelasting vanwege industrieterrein Maasvlakte-Europoort vormt geen belemmering voor de realisatie van de woningen aan de Hyacintstraat te Heenweg.
8 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
Figuur 4.1 globale ligging woningen(rood) ten opzichte van de stichting open huis (blauw)
Geluid (wegverkeerslawaai) Voor inzage in het wegverkeerslawaai is het onderzoek “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai nieuwbouwplan 76 woningen Heenweg” (2004555520211678w-2, d.d.22 februari 2022), uitgevoerd door A.V. consulting. De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom (stedelijk gebied). Op grond van de Wet geluidhinder geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een hoogst toelaatbare gevelbelasting van 63 dB. Het plangebied is gelegen ter hoogte van de Hyacinthstraat te Heenweg. Op de bouwlocatie worden circa 76 nieuwe woningen gerealiseerd in de vorm van appartementen, rijwoningen, 2-onder 1-kap woningen en vrijstaande woningen. Op dit moment is de exacte situering nog niet bekend en is er in dit geval sprake van een verkenning en geen definitieve indeling. De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de volgende wegen: • Heenweg; • Maasdijk (E25); • Maasdijk (ventweg); • Laan van de Heilige Lambertus; • Lugtigheidstraat; • Tulpstraat; • Hyacintstraat; • Anjerstraat. De overige wegen in de omgeving zijn voor de geluidsbelasting als niet relevant te beschouwen, vanwege de afstand tot deze wegen en/of de mate van afscherming door
9 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
tussenliggende bebouwing. De te realiseren woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Heenweg en liggen dus in stedelijk gebied. Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden voor in ieder geval 4 appartementen. Er dient voor deze appartementen een Hogere Waarde te worden aangevraagd. De gemeente Westland heeft beleid opgesteld voor de vaststelling van Hogere Grenswaarden. Het beleid komt er op neer dat een Hogere Grenswaarde slechts onder bepaalde voorwaarden verleend kan worden. Alvorens een hogere grenswaarde kan worden verleend dient bekeken te worden welke maatregelen er mogelijk zijn om de geluidsbelasting te reduceren. Maatregelen aan de bron kunnen zijn: • Beperking van het autoverkeer • Beperking van de rijsnelheid • De aanleg van geluidsreducerend asfalt Maatregelen in het overgangsgebied (overdrachtsmaatregelen) kunnen bestaan uit: • Plaatsing van schermen of wallen • De realisatie van afschermende niet-geluidsgevoelige bebouwing zoals kantoren • Vergroting van de afstand tussen de woningen en de bron Indien bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk blijken te zijn, dienen er maatregelen getroffen te worden om de geluidwering van de gevels van de woningen te verbeteren. Alvorens er een Hogere Grenswaarde kan worden verleend dient er aan enkele voorwaarden te worden voldaan.
Een van de voorwaarden is dat er per woning in ieder gevel één geluidsluwe gevel aanwezig is. In het “Toetsingskader voor Hogere Geluidsgrenswaarden Besluiten” van de Gemeente Westland staat als één van de ontheffingscriteria voor de hogere waarde procedure het volgende genoemd:
In het onderhavige geval is er bij alle woningen sprake van een geluidsluwe gevel. Ter plaatse van het appartementencomplex aan de zuidzijde van het plangebied is er ter plaatse van alle balkons sprake van een geluidsluwe gevel, waar de geluidsbelasting vanwege de afzonderlijke wegen niet mee bedraagt dan 48 dB(A). De hierboven omschreven maatregelen aan de bron of in het overgangsgebied zijn in deze situatie reëel te noemen. Alvorens de Hogere waarden aangevraagd kunnen worden, dient daarom eerst onderzocht te worden welke de bron en overdrachtsmaatregelen eventueel mogelijk zijn om de geluidsbelasting op de gevels te verlagen. Conclusies Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden door de Maasdijk (80 km/u). De overschrijding treedt op ter plaatse van de zuidwestgevels van het appartementencomplex in de zuidwesthoek van het woningbouwplan. De voorkeursgrenswaarde wordt alleen overschreden ter hoogte van de 2e en 3e verdieping van dit appartementencomplex en alleen op de zuidwestgevel. Er wordt wel voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB. Derhalve zal een Hogere Waarde aangevraagd dienen te worden bij het college van Burgemeester en Wethouders. Er dient voor in totaal 4 woningen een Hogere Waarde te worden aangevraagd.
Ter plaatse van de gevels van de overige woningen binnen het bouwplan ligt de geluidsbelasting vanwege alle wegen onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Omdat het in het onderhavige geval gaat om een relatief gering aantal woningen (namelijk 4 appartementen) waar een Hogere Waarde voor dient te worden verleend, is het treffen van bron en overdrachtsmaatregelen om de geluidsbelasting te
10 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
reduceren niet realistisch. Wel dienen er maatregelen getroffen te worden om een goede geluidwering van de gevels en daarmee een goed akoestisch binnenklimaat in de woning te waarborgen (eisen Bouwbesluit). In de nadere situering en oriëntatie van de woningen zal verder aandacht worden geschonken aan optimalisatie van de binnenruimten met betrekking tot geluid. Milieuhinder (bedrijven en milieuzonering) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang, dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): a. ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; b. rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om dit aan te tonen is het onderzoek “Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid Kern Heenweg”, 21077/AQT305d/PB EVBMZ, d.d. 25 april 2022, uitgevoerd door Aqua Terra Nova. Uit dit onderzoek blijkt dat van 1 locatie de milieuzone (richtafstand) het plangebied overlapt. Deze locatie heeft de bestemming “Maatschappelijke doeleinden”. Hier zijn voorzieningen inzake onderwijs, opvoeding, religie, verenigingsleven, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg, cultuur en daarmee gelijk te stellen sectoren toegestaan.
Dergelijke activiteiten vallen onder milieucategorie 1 of 2 van de VNG publicatie met een richtafstand van 10 of 30 meter. Bepaald is wat de werkelijke bedrijfsactiviteiten zijn. Bepaald is wat de werkelijke bedrijfsactiviteiten zijn op de locatie nr. 1 in figuur 3.2. Op de hyacinthstraat 24 te ’s-Gravenzande was buurtcentrum en Partycentrum “Open Huis” gevestigd. De bestemming is “Maatschappelijke doeleinden” en is niet bestemd als “Horeca”. De locatie is door de gemeente aangekocht en de bebouwing zal worden gesloopt. De gemeente is voornemens hier een Fitpark te realiseren met de bestemming “groen”. Buitensporten is hier straks (zoals in elke groenbestemming) toegestaan. Voor deze activiteiten gelden geen richtafstanden op grond van de VNG publicatie. De wijziging van deze bestemming zal onderdeel uit gaan maken van de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van de woningen. De toekomstige aanwezigheid van het Fitpark vormt geen belemmering voor de realisatie van de geprojecteerde woningen. Op het noordelijk gelegen huidige basketbalveld komt in de toekomst mogelijk een Fitbox met gebouw. Op grond van de VNG publicatie kunnen deze activiteiten worden ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter voor geluid (voor de aspecten geur, gevaar en stof geldt geen richtafstand).
De Fitbox maakt geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure, hiervoor zal t.z.t. een aparte ruimtelijke procedure moeten worden gevolgd. Indien de gemeente op deze locatie een Fitbox gaat realiseren dan zal t.z.t. in deze ruimtelijke procedure moeten worden aangetoond dat dit geen belemmeringen oplevert voor de geprojecteerde woningen. Externe veiligheid De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen De meest dichtbij zijnde Bevi-inrichtingen op de risicokaart zijn: Brinkman Agro B.V. (nummer 1 in figuur 4.1). De planlocatie is gelegen op ca. 835 meter afstand van de inrichting Brinkman Agro B.V. Het bedrijf Brinkman B.V. valt onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Een klein gedeelte van het plangebied is net gelegen binnen het invloedsgebied van Brinkman Agro B.V. Dit is onderstaand nader beschouwd. LPG-tankstation Texaco Westland. De planlocatie is gelegen op ca. 630 meter afstand van de inrichting van Texaco Westland. Voor LPG-tankstations geldt op grond van het Revi een invloedsgebied van 150 meter rondom het LPG-vulpunt en het LPGreservoir.
Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van het LPG-tankstation.
11 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over wegen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De planlocatie bevindt zich op 80 meter afstand1 van een provinciale weg die is vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen in. Conform het Bevt moet er onderzoek plaatsvinden naar het groepsrisico wanneer een ontwikkeling zich binnen 200 meter van deze route plaatsvindt. De N220 is in de rapportage nader beschouwd Buisleidingen De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van buisleidingen. Conclusie De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van buisleidingen. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (N220) en een Bevi-inrichting (Brinkman Agro B.V.). De normen voor het plaatsgebonden risico in het Bevi, het Bevb en het Bevt vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling.
Een verantwoording van het groepsrisico voor de N220 is op grond van artikel 8 van het Bevt niet vereist (groepsrisico is lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet wel worden in gegaan op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de N220, en; voor zover het plan of de vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de N220 een ramp voordoet Deze aspecten zijn beschouwd in paragraaf 4.7.3 van het rapport. Op grond van het Bevi is voor de Bevi-inrichting (Brinkman Agro B.V.) een verantwoording van het groepsrisico vereist. Voor Brinkman Agro B.V. is in 2011 een QRA uitgevoerd waarbij net een groepsrisico berekend dat zeer gering is (maximaal 0,01 maal de oriëntatiewaarde). Gezien de afstand van het plangebied tot Brinkman Agro B.V. zal de afname van de personendichtheid binnen het gedeelte van het plangebied dat gelegen is in het invloedsgebied niet leiden tot een effect op het groepsrisico. Een nieuwe berekening van het groepsrisico kan achterwege blijven.
In paragraaf 4.7.2 zijn ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico in het kader van de goede ruimtelijke ordening de volgende aspecten beschouwd: de personendichtheid voor de bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie; de effecten op het groepsrisico; mogelijkheden om de omvang van een ramp te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Door het bevoegd gezag kan de inhoud van deze paragraaf worden betrokken bij de verantwoording van het groepsrisico bij de te volgen ruimtelijke procedure 4.3
Water
Kwantiteit Bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen is het van belang om de waterhuishouding van het begin af aan mee te nemen in de planvorming. Om dat te waarborgen is een verplichte watertoets in het leven geroepen. Het doel van de watertoets is een goede en evenwichtige afstemming tussen waterbeheer (kwantiteit en kwaliteit) en ruimtelijke plannen te bewerkstelligen en dient invulling te geven aan het thema water in de ruimtelijke paragraaf. In de watertoets komen verschillende waterthema’s aan de orde, zoals waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw oppervlaktewater. In dit kader is door Aqua Terra Nova een waterstudie uitgevoerd: “Waterstudie Kern Heenweg ’s-
12 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
Gravenzande” rapport nummer 21077/Aqua-Terra Nova 304dWT/AW, d.d. 28 april 2022. Daaruit zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. Tabel 4.1 Oppervlakten plangebied Huidige situatie (m2 ) Toekomstige situatie (m2 ) Totaal oppervlak 23.712 22.712 Verhard oppervlak 23.349 11.3 Onverhard oppervlak 363 12.373* Oppervlaktewater 0 0 *In de nieuwe situatie komt er een strook met water en groen. De oppervlakten hiervoor zijn niet exact bekend. In de watersleutel welke is gebruikt voor de watertoets is alles als onverhard oppervlak ingevuld. De afname aan verharding, waaronder het graven van het extra oppervlaktewater, zorgt ervoor dat er geen wateropgave is voor de ontwikkeling. Er wordt wel water gegraven welke ook als zodanig wordt bestemd. In de nieuwe watersleutel wordt ook de situatie Klimaat 2050 doorberekend, in deze berekening is de te verwachten klimaatverandering meegenomen. Door de grote afname aan verharding is er ook voor Klimaat 2050 geen waterberging nodig. Voor het graven van het oppervlakte water dient een watervergunning aangevraagd te worden bij het hoogheemraadschap Delfland. Aan de westzijde wordt de waterpartij aangesloten op de watergang doormiddel van een duiker(met een diameter van minimaal 0,6 meter)en aan de noordzijde aan de met open verbinding.
Eisen van Delfland aan nieuwe watergangen zijn een minimale diepte van 0,5 meter en een minimale breedte van 2,5 meter. Verhouding tussen waterdiepte en waterbreedte is minimaal1:5. Breder dan 5 meter is er maatwerk mogelijk (Beleidsregels Dempen en Graven, Delfland). Om overlast door hevige regenval te kunnen voorkomen moet water vast gehouden worden en langzaam worden afgevoerd (zie Klimaatadaptatie-Toolbox van het Hoogheemraadschap van Delfland). Hieraan kan iedereen bijdragen door bijvoorbeeld aan de volgende maatregelen te denken: afkoppelen van hemelwaterafvoer van het riool en dit water laten infiltreren platte en/of groene daken waterberging onder parkeerplaatsen waterberging in parkeerkelders grindkoffers onder de verharding in wadi’s en andere vormen van groenvoorzieningen vijvers en watertonnen In het plangebied worden diverse maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie toegepast; veel groen, waaronder veel bomen, voorzieningen in het park natuurvriendelijke oevers forse toename van het oppervlaktewater(-berging) Watersysteemkwaliteit en ecologie Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren.
Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkhedenzijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oevermoet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Het plangebied heeft aan de noord- en westzijde oppervlaktewater. Afstromend hemelwater vanaf het plangebied kan een gering positief effect op de waterkwaliteit hebben. Door de infiltratie van hemelwater in de bodem (en niet direct op het oppervlaktewater) kan door de
13 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
bodempassage eveneens een kwaliteitsverbetering plaatsvinden van het grondwater. Er mag bij de opvang en afvoer van hemelwater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende of andere materialen die een negatief effect op de waterkwaliteit kunnen hebben. In het plan zullen natte ecologische zones in de oevers worden aangelegd welke nuttig zijn voor zowel de wateropgave als voor de ecologie/biodiversiteit. Onderhoud en bagger Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken. Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet.
Er gelden de volgende criteria: • als er sprake is van 'varend' onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn). • voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. • voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen. De kas die grenst aan de boezemwatergang wordt gesloopt en in het gebied komt veel groen en water. T.a.v. de waterpartij en de watergangen dient onderhoud te worden verzorgd. Het nieuw te graven water in het plangebied wordt eigendom van de gemeente Westland (secundair water). Over het beheer lopen nog gesprekken tussen partijen. Het noordelijk primair polderwater blijft ongewijzigd. Dit water wordt door Delfland primair onderhouden.
Langs de zuidelijke oeverlijn moet een onderhoudsstrook van 1,0 m breed aanwezig zijn. De verwachting is dat ervarend beheer zal worden toegepast, mede op basis van de breedte en de woningen aan de oevers. Voor varend beheer dient de waterdiepte minimaal 1,0 meter te zijnen een onderhoudsstrook van 1,0 meter. Indien het onderhoud rijdend wordt uitgevoerd dan dient er een onderhoudsstrook te zijn van 4,0 meter. De brughoogte van de loopbrug hangt ook samen met het onderhoud. Wordt het varend onderhouden, dan is een brughoogte van 1,0 m noodzakelijk. Voor rijdend onderhoud is een brughoogte van minimaal 0,5 m vereist. Een en ander is toegelicht in hoofdstuk 4 van de beleidsregels werken in het profiel van wateren. Als het type onderhoud is bepaald, kan de minimale brughoogte worden vastgelegd en uitgewerkt in deze waterstudie. Voor de duiker dient een buisdiameter van minimaal 0,6 m rond te worden aangehouden. Een en ander is vastgelegd in hoofdstuk 3 van de beleidsregels kunstwerken in wateren. Bij varend onderhoud ken ervoor een doorvaarbare duiker worden gekozen. Bodem en grondwater Bij het bouwen van de nieuwe woningen moet rekening gehouden worden met voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. In een waterhuishoudingsplan voor Westland wordt standaard uitgegaan van minimaal 1 m.
Overigens helpt een voldoende hoog bouwpeil niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. De maaiveld hoogte bedraagt momenteel ca. 0,84 m NAP volgens hoogtekaart.nl. Het maatgevend peil zit op -0,43 m voor de Boezem. Hiermee is de drooglegging ca. 1,27 m en voldoet daarmee aan de standaard van Delfland.
14 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
Afvalwater en riolering De woningen worden volgens het Verbreed GRP 2011–2015 van gemeente Westland aangesloten op het gescheiden gemeentelijke rioleringsstelsel. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering. Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, groene daken, het afkoppelen van hemelwater afvoer en dergelijke. De nieuwe woningen zullen, waar mogelijk vertraagd het hemelwater op het omliggende oppervlaktewater lozen. Het plan dient te voldoen aan de Leidraad Riolering West Nederland en de Leidraad aan-en afkoppelen verhard oppervlak en de Beslisboom Aan-en afkoppelen verharde oppervlakten (2003). De woningen in het projectgebied kunnen met het DWA en HWA in principe worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel van de wijk. Deze zullen op 2 punten aansluiten op het bestaande systeem. Nagegaan is of het Gemaal ’s Gravenzande voldoende capaciteit om het water van de te ontwikkelen woningen af te voeren, dit is het geval.
De dakvlakken kunnen op oppervlaktewater lozen, mits daar toestemming van Delfland voor is. Er is op het RWA deel van de riolering een overstort aanwezig. Er mag bij de opvang en afvoer van hemelwater van deze dakvlakken geen gebruik worden gemaakt van uitlogende of andere materialen die een negatief effect op de waterkwaliteit kunnen hebben. Conclusie Op basis van het onderzoek dient ervoor de ontwikkeling geen extra waterberging gerealiseerd te worden als gevolgde afname aan verhardingen toename van het oppervlaktewater ten opzichte van de uitgangssituatie. In de strook naast de kavels komt oppervlakte water/vijvers welke aansluiten op het boezemwater. Hiervoor dient een watervergunning aangevraagd te worden bij het hoogheemraadschap Delfland. Over het beheer van de watergangenlopen nog gesprekken tussen partijen. 4.4
Bodem
Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Er moet onderzoek worden verricht naar de bodemkwaliteit van het plangebied. De reden hiervoor is dat het project op een vanuit milieuoogpunt en vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zorgvuldige manier dient te worden uitgevoerd. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ook is hierbij van belang om aan te tonen dat het project economisch uitvoerbaar is voor wat betreft eventuele kosten in verband met de bodemkwaliteit. Daarbij ziet de Wet bodembescherming vanuit een goed milieubeheer toe op de bodembescherming en de bodemsanering. Met deze wet moet rekening worden gehouden bij het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. Bodemonderzoeken kunnen in verschillende gradaties plaatsvinden. Naast de uitvoering van een historisch onderzoek, kan het noodzakelijk zijn een verkennend, of –indien de onderzoeks-resultaten daartoe aanleiding geven –aanvullend bodemonderzoek te laten verrichten in het kader van de voorbereiding van een project. Zonodig moet er een saneringsplan worden opgesteld.
Onderzoek In dit kader is door BMA Milieu een actualiserend onderzoek (rapportnummer MBO.2021.0135, d.d. 9 september 2021) uitgevoerd. Aanleiding tot het uitvoeren van dit actualiserend nader bodemonderzoek is het in 2017 door BMA Milieu uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek (kenmerk: NEN-NO.2017.0137) waarin een tweetal verontreinigingen met minerale olie zijn aangetoond. In het kader van het bouwbesluit wordt een nader inzicht in de (actuele) milieuhygiënische kwaliteit van de bodem noodzakelijk geacht. Doel van het nader onderzoek is het actualiseren van de mate en omvang van de grondverontreiniging. Voor de exacte resultaten van het onderzoek wordt verwezen naar
15 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
bovengenoemde rapportage. Conclusie Actualiserend grondwateronderzoek In het grondwater is een sterk verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen. Het sterk verhoogd gehalte aan nikkel is tevens aangetroffen in het eerder verrichte bodemonderzoek (kenmerk: NEN NO.2017.0137). Hieruit blijkt dat de grond ter hoogte van de grondwaterstand niet is verontreinigd. Op basis van de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving (2014-2017) vormt het sterk verhoogd gehalte aan nikkel in het grondwater geen belemmering. Verkennend onderzoek asbest Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de onderzoekshypothese ‘verdacht’ voor de deellocatie perceel 6807 en 7448 formeel gezien juist is. Visueel en analytisch is op het maaiveld asbest aangetroffen, in de grond is echter geen asbest aangetroffen. Het criterium voor nader bodemonderzoek wordt niet overschreden, derhalve wordt nader onderzoek asbest niet noodzakelijk geacht. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de onderzoekshypothese ‘onverdacht’ voor het overige deel van de onderzoekslocatie juist is. Visueel en analytisch is in de bodem asbest niet aantoonbaar aangetroffen. Actualiserend nader onderzoek minerale olieverontreiniging Voor de eerder aangetoonde verontreiniging met minerale olie is, op basis van de Wet bodembescherming, actualiserend nader onderzoek uitgevoerd.
Visueel en analytisch worden de verontreinigingen met minerale olie bevestigd. Analytisch wordt geen minerale olie boven de interventiewaarde aangetroffen. Op basis van de Wet bodembescherming is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Algehele conclusie Ons inziens vormen de resultaten van het milieukundig bodemonderzoek milieuhygiënisch gezien geen belemmering voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met Omgevingsdienst Haaglanden (ODH, uitvoeringsdienst milieutaken voor o.a. gemeente Westland). De mogelijk bij bouwactiviteiten vrijkomende of aan te voeren grond is voor hergebruik onderhevig aan wettelijke bepalingen (Besluit Bodemkwaliteit). De gemeente waar de grond wordt toegepast is in dergelijke gevallen het bevoegd gezag. 4.5
Ecologie en stikstofdepositie
Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden nagegaan of er planten en dieren voorkomen of worden verwacht, die bedreigd zijn dan wel beschermd zijn in het kader van de Flora- en Faunawet. Daarnaast moet, in het kader van de Natuurbeschermingswet, worden onderzocht of het plangebied is gelegen in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden. In dit kader heeft Aqua Terra Nova een Eco-effectscan uitgevoerd,rapportga “Eco-effectscan Heenweg te ’s-Gravenzande” rapport nummer 21077/AQT301FF/DG, d.d. 22 juli 2021. Als eerste dient vermeld te worden dat de locatie op dit moment volledig verhard is met glastuinbouw en bijbehorende gebouwen. Door de bedrijfsactiveiten (gesloten kas) is er vrijwel geen ecologische waarde aanwezig voorafgaande aan de ontwikkeling tot woningbouw locatie. Gebiedsbescherming • Het plangebied bevindt zich op circa 600 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura-2000 gebied kunnen worden uitgesloten door de tussenliggende infrastructuur en kassencomplexen. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk;
16 21077/Aqua-Terra Nova 306c/ MER RK 30 mei 2022
MER-notitie Hyacinthstraat Heenweg
• Het plangebied bevindt zich op circa 650 meter van een verbindingszone van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten door de tussenliggende infrastructuur en kassencomplexen. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. Soortbescherming Er zijn geen specifieke soorten aangetroffen die nader onderzoek verlangen. Wel zijn de volgende maatregelen/aandachtspunten van kracht: • Rugstreeppad Er wordt geadviseerd om maatregelen te nemen ter voorkoming van de vestiging van de rugstreeppad na de sloopwerkzaamheden. Dit kan door het gebied af te zetten met speciale schermen. De rugstreeppad is een pioniersoort die zich snel kan vestigen op bouwterreinen met vergraafbare grond en bouwmaterialen om onder te schuilen. Als de rugstreeppad zich eenmaal heeft gevestigd in het plangebied, dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. • Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels en hun eventuele nesten zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Indien werkzaamheden in de periode maart t/m juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van broedende vogels voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden.