bijlage IX Reactie CDA fractie n.a.v. raadscommissie Ruimte van 5 okt. 2021 (21-0296918)
Tekst van het document
Opmerkingen en vragen van CDA Westland inzake participatie en omgevingswet (14-10-2021) Herhaling van gemaakte opmerkingen in commissie Ruimte vergadering van 5 oktober:
Prima om als basis het model van de VNG verordening als basis te nemen voor de Westlandse verordening. Probeer te voorkomen dat specifieke NIMBY inbreng beschouwd wordt als participatie die ook uitgevoerd moet worden “omdat het participatie is en de gemeente daardoor kan zeggen dat zij goed geluisterd heeft naar burgers”. Participatie moet altijd passen in het algemeen belang. Dat betekent dat vooraf goed de randvoorwaarden, het fungerend beleid, het huidig bestemmingsplan (zolang dat geen onderwerp van participatie is) bekend zijn bij de deelnemers. Houdt ook rekening met een precedent schepping. Het is nu een actueel onderwerp (Ambachtsweg), maar als het om de inrichting/functie van een weg gaat wil elke bewoner die in een drukke straat woont wel dat er geen doorgaand verkeer komt. Waarom de ene straat wel en de andere niet? Dan kan een actieve NIMBY actiegroep zonder randvoorwaarden het verschil maken als er geen controle voor het algemeen belang achter zit. En kan ook een andere straat met dezelfde of mindere omstandigheden op het geschapen precedent een beroep doen. Maak vooraf duidelijk aan de deelnemers dat “gehoord zijn” niet betekent dat die inbreng ook uitgevoerd zal worden. Ofwel dat duidelijk is dat de inbreng een belangrijke ideevorming is voor de uitwerking van de plannen tezamen met andere ingebrachte ideeën.
De rol van de Raad mag niet overruled worden door burgers behalve als het om specifieke invulling is van het bijbehorend en vastgesteld beleid. Makkelijkste voorbeeld is de inrichting van een speelveld in samenspraak met de buurt waar de Raad niet aan te pas hoeft te komen. Vraag: Wordt met dit laatste nu ook een uitdaagrecht bedoeld (zie volgend punt)? In bijlage 2: de eerder bekende zesde trede van participatie uit de participatieladder verwijderen en die verder onder te brengen onder noemer van uitdaagrecht is bij eerste lezing een goed plan. Maar hoe wordt het voorbeeld in vorig punt (de buurt richt zelf een speeltuin in) dan beschouwd als participatie? Dat zou toch ook, of beter, de zesde trede kunnen zijn…? Uitdaagrecht is meer om taken van de gemeente over te nemen, maar in dit voorbeeld gaat het om een eenmalige inrichting en niet om het beheren ervan. In Bijlage 3 (beleidsregels participatieverplichting), artikelen 14 en 15: de normen voor hoogte en aantal woningen is een discussiepunt. Bij gestapelde bouw 40 woningen of meer dan 5 bouwlagen pas participatie toepassen? Het appartement op Kerklaan te Wateringen toont eigenlijk aan dat bij verandering van functie naar dit soort woongebouwen participatie WEL gewenst is. De verruiming die nu geboden wordt is te groot. In bijlage 3: er worden wel hoogtenormen gesteld, maar geen afstandsnorm in relatie met de hoogtenorm.
Ook al is afstand wettelijk bepaald, maar het scheelt nogal wat of je een gebouw van 1 hoog met een afstand van bijvoorbeeld 3 meter naast de erfgrens 1
hebt staan of 3 meter met een gebouw van 5 hoog. M.b.t. lichtinval en zonlicht scheelt dit heel wat! Zijn er dus toch normen op te stellen waar de Raad wel/niet over moet beslissen of advies geven? Bijlage 3: moeten er nog elementen voor de openbare ruimte benoemd worden waarbij participatie nodig is? Afstand speeltuin tot woningen? Geluidwering? Benieuwd of het ook gaat lukken om binnen 8 weken een beslissing te kunnen nemen over een project in het fysieke domein (nu 6 maanden).
Op vrijdag 8-10-2021 is het symposium over participatie Heerenveen bijgewoond. Daar werden ervaringen uitgedeeld en best practices. Prinses Laurentien heeft er ook een verhelderend verhaal neergezet over jongeren participatie. Hierbij een aantal punten waarvan ik denk dat die ook voor Westland moeten gelden, maar niet zo snel kan bepalen of dit ook zo naar voren komt in alle documenten die voorlagen in de commissie Ruimte. Dus met een vraag om die bevindingen te beoordelen of dit ook in het voorstel voor Westland van toepassing is. Als bijlage 2 gelezen wordt dat worden elementen in ieder geval ook benoemd (als eerste conclusie). Maar ik laat dat graag ter beoordeling over aan het ambtelijk apparaat.
De gemeenteraad van Heerenveen heeft eerst zelf haar positie bepaald en dat is bijvoorbeeld gedaan d.m.v. een raadsakkoord, budgetrecht voor inwoners mogelijk gemaakt, en het afspreken van de spelregels in het hele democratisch proces. Kwaliteit van de contacten (participanten) is bepalend. Wat te doen als de kwaliteit op voorhand als te laag wordt ingeschat? Niet alle burgers willen dezelfde inspraak of invloed. Er zijn verschillende “soorten mensen” waar je ook vooraf rekening mee moet houden. Er zitten dus veel meer kanten aan invloed geven aan burgers. NIMBY effecten vermijden, en daardoor is het ook belangrijk om elkaars belangen vooraf duidelijk te maken. “Een actiegroep tegen windmolens heeft slechts één belang in het proces, namelijk het voorkomen dat er windmolens in het plan terecht komen”. En als het de bedoeling is om een plaats te bepalen of voorwaarden te stellen, dan werkt die actiegroep storende op de oplossing. TRANSPARANTIE! Meer inspraak/inbreng betekent NIET automatisch meer invloed Heldere rollen van eenieder, ook van gemeente Om een gelijkmatige verdeling te krijgen van belangen zou loting van uit te nodigen mensen voor de participatie een pluspunt kunnen zijn. Nu zijn het vaak de 40-60 jarigen die acte de préséance geven. Met enquêtes zouden meer mensen mee kunnen/willen doen dat een uitnodiging voor een fysieke bijeenkomst.
Jongeren (t/m 40 jaar) hebben nu eenmaal niet alle tijd in de avond, en dat kan met enquêtes die in eigen vrije tijd in te 2
vullen zijn, een grotere opkomst/deelname kunnen betekenen. Bovendien kan dit ertoe leiden dat ook de mensen die niet zo makkelijk in het openbaar zich uit kunnen spreken hun mening te geven. Zeg maar de denkers activeren. Niet altijd is de gemeente nodig om een advies op te stellen. Ofwel er wordt een groep mensen gevraagd (al dan niet in een belangengroep) om een zelfstandig advies te geven. Tijdens een participatieproces gebeurt het wel dat er zo veel (onbekende) informatie bekend wordt dat er een rolverwarring / rolwijziging onder de deelnemers plaats vindt. Die wijziging kan vooral plaatsvinden als er samen (inwoners, ambtenaren, raadsleden) opgetreden wordt, waardoor er onderling begrip ontstaat voor elkaars standpunt. En eigenlijk is dat ook de bedoeling van het gehele participatie proces! Het vereist wel een open mind van iedere deelnemer. Belangrijkste leerervaring in Heerenveen: o Het gaat altijd anders dan vooraf gedacht (flexibiliteit) o Houdt rekening met veranderende omstandigheden (zeker op het gebied van klimaat) o Heldere rollen is een noodzaak, maar kan ook een last zijn. o Kaders aan de voorkant moeten gesteld worden, zijn ook gesteld, maar het is moeilijk om daarbinnen te blijven. Zowel voor Raad als participant. Vooral als je iets niet wilt. o Steakholders moeten meer begeleid worden o Transparantie Aanbevelingen Prinses Laurentien m.b.t.
jongerenparticipatie: “Jongeren is een ander diersoort”. Het zijn mensen met een andere blik op de wereld en daardoor vaak ook een probleem/vraagstuk op te lossen. Zij zijn van het “nu” en niet van het “verleden”. Dé jongere bestaat niet. Dat besef moet er zijn in een basishouding naar jongeren. En dat betekent ook dat er nuance gegeven moet worden als de Raad zegt: “Ga in gesprek met jongeren”, want om welk type jongere gaat het dan die je wilt bereiken? Er zit een gat tussen bestuurders en jongeren. Er is bijvoorbeeld een andere blik op de deeleconomie en op energievraagstukken. Ofwel men kan heel makkelijk langs elkaar heen praten. Aanbevelingen: o Sta stil bij het feit dat jouw beeld niet hetzelfde is als bij jongeren o Bepaal op tijd de agenda als het om jongeren gaat? Ga de diepte in! o Verdiep je in de belevingswereld van anderen Samenwerking tussen verschillende generaties is in de loop der jaren anders geworden. In het proces moet daar rekening mee gehouden worden. o Vroeger: de leraar heeft altijd gelijk o Nu: meer discussie, jongeren kunnen een heel andere kijk hebben. o Ook houding vrouwen tegenover mannen is in de loop der tijd anders geworden o het democratisch proces moet nu inclusiever ingericht worden dan vroeger.
3
Hoe ga je besluitvormingsprocessen voeren zodat waarheidsvinding optimaal is? Niet door maar “een klein beetje” jongeren te betrekken. Er moet begrip zijn voor andersdenkende mensen en belevingswerelden, want wat is “anders”, en wat is “beter”? Ook basisschoolkinderen kunnen meedenken, maar dan moet je er wel vanuit gaan dat niet alle kinderen dat al kunnen. Ook niet alle ouderen zitten vastgeroest aan het verleden. het proces moet dus zo ingericht zijn dat je iedere stem kunt laten horen, ook de stille mensen. Inclusiviteit is het sleutelwoord hierin. Een lerende community moet uitgangspunt zijn: TOEN – LEREN – DELEN!
Overige bevindingen:
Kiezen = verantwoorden Uiteindelijk zijn uit ervaring er toch mensen die zich niet gehoord voelen. Vooral het tegengeluid van minder op de voorgrond tredende participanten Ook hier werd de nadruk gelegd op de opgedane ervaring dat je meer jongeren kunt laten meedoen als dit ook digitaal gebeuren. Participatie kost nu eenmaal tijd, en dat is beter in te delen bij digitale inbreng. Dit element m.b.t. jongeren is voor CDA Westland belangrijk! Ofwel wij willen er voor pleiten veel aandacht te vestigen op wijzen van participatie te organiseren die ertoe leiden dat ook jongeren participeren. Het signaal dat afgegeven is zien wij ook: nu stromen vaak bij sessies verhoudingsgewijs veel ouderen toe; niet als vanzelf een afspiegeling van de belanghebbenden. Les: bewoners niet alleen een plan laten maken! Als je dit met de gemeente doet, ofwel met expertise op welk gebied dan ook, dan zijn de onmogelijkheden al gelijk uit te sluiten, of anderzijds de weg om iets te bereiken ook veel beter te begaan. o Dus: gemeente betrekken maar die ook begeleiden o Dus: overheidsparticipatie is ook een (noodzakelijke) vorm van participatie Probleem: participatie kost ook tijd voor een raadslid. Als men tenminste alle participatie wilt volgen. Is dat nog wel te doen in deze tijd waarin een raadslid (landelijk) toch al gemiddeld meer dan 20 uur/week besteed aan raadswerk.
Met de invoering van de omgevingswet met al haar participatievormen komt de roep voor fulltime raadsleden ook steeds meer naar voren. Grote problemen zou je misschien op kunnen opdelen in kleine. Het is nu een zoektocht naar de juiste vorm, met als afsluiter: “blijf nieuwsgierig!”.
Aanvullende vragen op de verordeningen:
Uitdaagrecht, bijlage 1. Zoals het uitgelegd wordt, blijft de gemeente verantwoordelijk en gaat alleen de uitvoering na een gewonnen uitdaging over naar de uitdager. Betekent dit nu ook dat de gemeente die taak NIET in haar geheel kan overdragen aan de uitdager 4
waardoor er in het vervolg ook geen verwoording door de gemeente meer over gedragen wordt? Ofwel in eigenaarschap wordt overgedragen. Het lijkt mij goed dat er dan ook een definitie van een gemeentelijke taak wordt gegeven.
Bijlage 2: blad 3. Moeten in deze opsomming ook niet wat sociale aspecten benoemd worden. Deze opsomming lijkt op de huidige bestemmingsplan opsommingen waar rekening mee gehouden moet worden. En niet op het “takenpakket” bij de omgevingswet. Deze opmerking betreft ook het gehele document.
Bijlage 4: Blz 7, punt 11 (permanent wijzigen van het gebruik van gronden). Dit punt is toch te gemakkelijk geformuleerd. Ervaring in de laatste 4 jaar heeft geleerd dat daardoor een grote speelplek (bijna 1500 m2) grotendeels naar groen omgezet kan worden. En dit is nu juist een omzetting die maatschappelijk (en in de Raad) veel onrust/verontwaardiging gegeven heeft. Die 1500 m2 is dus eigenlijk een te groot oppervlak. Voorstel is om 1500 m2 veranderd moet worden naar 1000 m2. Daarnaast zou ook een opsomming welke functie met een huidige groot belang niet zomaar omgezet kan worden.
5
Namens CDA Westland, Jan van Rossum
6