Bijlage inrichtingsplan Zwartendijk 73 (eisen aan groeninrichting) (21-0085984)
Tekst van het document
Voorwaarden contract t.a.v. groeninrichting op terrein BP van der Valk Holding BV (Zwartendijk 73 Monster) Hieronder staan voorwaarden opgenomen, die van toepassing zijn op de nieuwe groeninrichting op terrein van BP van der Valk Holding BV. Middels deze voorwaarden wordt door BP van der Valk Holding BV een groenplan opgesteld die door de gemeente Westland wordt getoetst. Bij goedkeuring kunnen werkzaamheden worden uitgevoerd. Bomenrij langs Zwartendijk »
Op terrein van BP van der Valk Holding BV dienen in de (deels) bestaande groenstroken, langs de Zwartendijk, minimaal 11 bomen van de 1e grootte te worden aangeplant.
»
De soort die wordt aangeplant, betreft de boomsoort ‘linde’. Het type linde dient BP van der Valk Holding BV met Van Heijngingen af te stemmen, zodat op beide percelen dezelfde lindes worden aangeplant.
» *
Bij aanplant dienen de lindes een minimale stamomtrek te hebben van 18 cm. Indien bij het maken van de plantgaten blijkt dat er kabels en leidingen aanwezig zijn, dienen deze met mantelbuis/beschermde doek of andere beschermende maatregel afgeschermd te worden. Indien er te veel kabels en leidingen aanwezig zijn, zal in overleg met de gemeente moeten worden overwogen/besloten of aanplant technisch verantwoord is. In deze situatie dienen er foto’s van de kabels en leidingen ‘als bewijs’ te worden gemaakt en deze dienen aan de gemeente te worden overhandigd.
Beplanting ‘oud perceel’ Zwartendijk 63 »
Op dit perceel dient de nieuwe beplanting een semi-natuurlijke uitstraling te krijgen.
*
De gemiddelde hoogte van deze beplanting moet tussen de 1,5 en 2,5 meter zijn; bij de ingang is dit lager (0,5 meter hoog) en naar het hek toe is deze hoger ^2,5 meter)
*
De beplanting moet een extra bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Soorten die hieraan voldoen zijn bijv. Buddleja cv, Hedera helix ‘Arborescens’, Cornus, Hydrangea, Potentilla Hypericum, Viburnum etc.
»
Er dienen tenminste vijf plantsoorten te worden aangeplant, in ongeveer gelijke aantallen.
«
Het plantmateriaal dient in een container van tenminste 2 liter te worden aangeplant.
*
De dichtheid van aanplant dient per plantsoort in het groenplan expliciet benoemd te worden.
Beplanting tussen watergang ‘Ganteľ en bedrijfsbebouwing Tussen de Gantel en de bedrijfsbebouwing is een strook van circa 1,5 meter aanwezig. Deze strook wordt niet verhard of bebouwd en mag uitsluitend een groene ecologische invulling krijgen. I.v.m. eventuele onderhoud aan de bebouwing en de bereikbaarheid van of vanaf het water, wordt langs de watergang tussen het terras van de kantine en het einde van hal 9 maximaal 75cm ingericht als onderhoudsstrook; uitgevoerd in gras. De restruimte, aan de zijde van de gevel, wordt ingezaaid met een bloemrijk kruidenmengsel ter plaatse van de geveldelen met gevelopeningen en afgewisseld met klimplanten (Vuurdoorn) ter plaatse van de gesloten geveldelen conform de verdeling zoals staat aangegeven op de tekening van het bijbehorende inrichtingsplan. Het bloemenrijk kruidenmengsel mag in een border van maximaal 10 cm hoog worden geplant. De omsluitende (border)constructie is in dat geval maximaal 5 cm dik, zodat een zo groot mogelijk oppervlak van de beperkte restruimte kan worden ingeplant. De bloemrijke kruidachtige vegetatie dient jaarlijks 1 keer gemaaid te worden in de maand oktober, waarbij het maaisel dient te worden verwijderd en afgevoerd. Tenminste 200Zo (tot maximaal 50oZo) van het kruidachtige oppervlak moet ongemoeid blijven, zodat eitjes, rupsen en poppen de kans hebben te overwinteren.
In het daaropvolgende jaar dienen deze kruidachtigen gemaaid, verwijderd en afgevoerd te worden.
De klimplanten (Vuurdoorn) worden tegen de gevel aangeplant. Hiertussen mag een paneel of rooster worden aangebracht waardoor de beplanting niet direct contact heeft met de gemetselde geveldelen. De beplanting dient uiteindelijk zo veel mogelijk van de gemetselde geveldelen te bedekken op de plekken waar deze is voorgeschreven en dient in ieder geval de volledige hoogte van de gemetselde geveldelen te bereiken. Er dienen per strekkende meter tenminste 5 klimplanten (Vuurdoorn) te worden aangeplant met een minimale plantmaat van 100-125, container 3. Uitstekende plantdelen die de toegankelijkheid van het onderhoudspad of vluchtdeuren belemmeren, mogen ten alle tijden worden afgeknipt. De overige plantdelen mogen alleen in overleg met de gemeente worden terug geknipt wanneer plantdelen bijvoorbeeld boven het metselwerk uitgroeien of wanneer er sprake is van noodzakelijke gevelrenovatie. Voor de aanplant dient de gevel geïnspecteerd en zo nodig gerepareerd/gerenoveerd te worden zodat de nieuwe aanplant de kans krijgt om te volgroeien en nadien voor langere tijd kan blijven staan. Instandhoud ingsverplichting Voor alle beplanting en bomen geldt een instandhoudingsplicht voor onbepaalde tijd. Dit houdt in dat BP van der Valk Holding BV verantwoordelijk is voor de zorg en welzijn van de beplanting en bomen. De gemeente mag te allen tijde een controle uitvoeren.
Als uit deze controle blijkt dat 10oZo of meer van de beplanting en/of bomen uitgevallen is, is BP van der Valk Holding verplicht deze beplanting en/of bomen, voor dezelfde soort te vervangen. Voor alle vervangen soorten geldt ook weer een instandhoudingsplicht.
dUtoorí)