CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Bestemmingsplan Westerhonk (21-0339259)

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Westerhonk34.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

WESTERHONK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.MONWESTERHONKobp-VA01 vastgesteld

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

9

2.1

Beleidskader

9

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

18

2.3

Gebiedsvisie

21

Hoofdstuk 3

Onderzoek

31

3.1

Zendmast

31

3.2

Milieueffectrapportage

33

3.3

Bedrijven en milieuzonering

34

3.4

Geluid

35

3.5

Luchtkwaliteit

38

3.6

Stikstofdepositie

39

3.7

Externe veiligheid

42

3.8

Water

47

3.9

Bodem

62

3.10

Ecologie

63

3.11

Cultuurhistorische aspecten

73

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

79

4.1

Planvorm

79

4.2

Bestemmingsregeling

81

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

84

5.1

Economische uitvoerbaarheid

84

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

84

Regels Hoofdstuk 1

87 Inleidende regels

88

Artikel 1 Begrippen

88

Artikel 2 Wijze van meten

96

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

98

Artikel 3 Groen

98

Artikel 4 Groen-2

99

Artikel 5 Maatschappelijk - Welzijnsinstelling

100

5

Artikel 6 Tuin

103

Artikel 7 Verkeer

104

Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied

105

Artikel 9 Water

106

Artikel 10

Wonen

107

Artikel 11

Waarde - Archeologie

109

Artikel 12

Waterstaat - Beschermingszone

111

Artikel 13

Waterstaat - Waterstaatswerk

112

Hoofdstuk 3

Algemene regels

113

Artikel 14

Anti-dubbeltelregel

113

Artikel 15

Algemene bouwregels

114

Artikel 16

Algemene gebruiksregels

116

Artikel 17

Algemene aanduidingsregels

117

Artikel 18

Algemene afwijkingsregels

118

Artikel 19

Overige regels

119

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

120

Artikel 20

Overgangsrecht

120

Artikel 21

Slotregel

121

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10

Vormvrije m.e.r-beoordeling Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Onderzoek Stikstofdepositie Onderzoek externe veiligheid Onderzoek bodemkwaliteit Onderzoek ecologie Onderzoek Archeologie BRO overleg Inspraakreacties Samenvatting informatiebijeenkomst 2021

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

's-Heerenloo (zorgaanbieder) heeft voor haar locatie Westerhonk een huisvestingsopgave, welke voornamelijk bestaat uit vervangende nieuwbouw, dan wel renovatie van de bestaande zorggebouwen, die dateren uit de jaren '60 (de begintijd van Westerhonk). In deze huisvestingsopgave is rekening gehouden met een lichte uitbreiding van zorgwoningen, als strategische voorraad. Daarmee kan worden geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen. Voor de herinrichting van Westerhonk is door 's-Heerenloo een gebiedsvisie opgesteld. Deze gebiedsvisie is een integrale ontwikkelingsvisie voor Westerhonk als een optimaal functionerend en kwalitatief woonzorgpark, uitnodigend en open. Het is een visie op gebouwen, voorzieningen, buitenruimte, infrastructuur en duurzaamheid. Het is een visie waarbinnen Westerhonk de komende 10 jaar met een bepaalde flexibiliteit gefaseerd kan ontwikkelen. Om deze gewenste ontwikelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan geactualiseerd te worden. Het nu geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid de gewenste ontwikkelingen te realiseren.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit het woonzorgpark Westerhonk en het woongebied Polanen en biedt een beschermde woonomgeving voor mensen met een verstandelijke beperking. Het accent in de zorgverlening ligt op het verlenzen van zware zorg (intensieve medische zorg, intensieve zorg m.b.t gedrag). Daarnaast zijn er op het terrein een aantal reguliere burgerwoningen aanwezig. Het gebied is gelegen ten noorden van de kern Monster en is 44 hectare groot. Het terrein wordt aan de noordzijde begrensd door de Haagweg en aan de zuidzijde door de Madeweg en wordt verder omsloten door tuinbouwbedrijven en watergangen. Het terrein bestaat uit een dicht wegen- en padennetwerk, eiken en essenbossen, solitaire bomen, een paar bomenlanen en diverse waterpartijen. Van noord naar zuid loop je hemelsbreed 600 meter op het breedste stuk, van oost naar west 1000 meter. Het woonzorgterrein ligt vlakbij de duinen en het strand. Aan de noordzijde, tussen Westerhonk en de Haagweg, maken tuinbouwbedrijven nu plaats voor woningen binnen de ontwikkeling 'Westlandse Zoom'. Binnen deze ontwikkeling zullen circa 1000 woningen gerealsieerd worden. Verspreid over het ruim opgezette terrein liggen een twintigtal gebouwen ten behoeve van de zorg. Aan de westzijde zijn in de jaren '90 circa 90 particuliere woningen gebouwd.

Anno 2021 biedt Westerhonk zorg aan circa 575 cliënten, waarvan er 450 ook daadwerkelijk op Westerhonk wonen. Daarnaast zijn er op het terrein diverse voorzieningen in een twintigtal gebouwen ten behoeve van zorg, medische voorzieningen, kantoren, recreatie en dagbesteding aanwezig.

7

Het plangebied van het bestemmingsplan Westerhonk

1.3

Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: Bestemmingsplan Westmade, vastgesteld op 30 augustus 2005; Bestemmingsplan Monster Noord, vastgesteld op 24 juni 2008; Bestemmingsplan Woongebied Polanen, vastgesteld op 13 maart 2009; Bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland, vastgesteld op 18 december 2012; Uitwerkingsplan Madewater, vastgesteld op 7 april 2014; Uitwerkingsplan Westmade fase 1b, vastgesteld op 14 juli 2015; Wijzigingsplan 24 zorgwoningen Westerhonk, vastgesteld op 29 maart 2018.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Westerhonk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people – planet – profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte

9

worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.

Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto;

10

Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen) .Aanvullend op deze beleidsregel zijn er afspraken gemaakt met 's-Heerenloo met betrekking tot het vereeiste aantal parkeerplaatsen, welke noodzakelijk zijn voor de gebiedsontwikkeling. Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld.

Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.

Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente.

Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De

11

Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen. Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten. De hoofdthema's van Woonvisie zijn: Betaalbaarheid doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; woonlasten; gevolgen verkoop Vestia-woningen. Doorstroming en wooncarrière bevorderen doorstroming; senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); slaagkansen inwoners Westland. Nieuwe bouwambitie behoud karakter kernen; vergroening en verduurzaming; huisvestingsoplossingen buiten de kernen; wonen met zorg: levensloopgeschiktheid / aanpasbaarheid; programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; herbestemming maatschappelijk vastgoed; flexwonen; huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven.

(*) 30% sociale huur, 5% goedkope koop, 20% middeldure koop of huur, 45% duurdere koop Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.

Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra;

12

opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan.

In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving. 's Heeren Loo heeft aandacht voor een klimaat adaptief woonzorgpark, dit komt onder andere naar voren in de visie op water (zie ook de waterparagraaf) waarin ze streven naar het zo lang mogelijk vasthouden van water en water als drager van de natuur om biodiversiteit te bevorderen. Ook in hun beheerplannen voor het onderhoud van het woonzorgpark heeft bevorderen van biodiversiteit een plek. Nieuwe gebouwen worden conform BENG regelgeving gebouwd, dit houdt ook in dat wordt voldaan aan de TO-juli. Met deze norm is aandacht voor temperatuuroverschrijding en daarmee het voorkomen van hittestress in de gebouwen. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.

13

2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.

14

Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen.

Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland

Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.

15

figuur 5: de '3ha kaart'

Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Woningbouwlocaties die voor Westland zijn opgenomen:

Bedrijventerreinen die zijn opgenomen op de '3ha kaart' zijn Bovendijk Kwintsheul, Uitbreiding ABC Poeldijk (beide als 'zachte capaciteit') en Honderdland fase 2 Maasdijk en Trade Parc Westland Naaldwijk (beide als 'harde capaciteit'). Als 'andere stedelijke ontwikkelingen is nog opgenomen de Horti Campus in Honselersdijk. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen

16

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

17

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling op het terrein van Westerhonk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Voorgeschiedenis

Omdat de Willem van den Bergh Stichting in Noordwijk uit haar jas groeide, ontstond in 1966 een nieuwe instelling: Westerhonk in Monster. Bij de start was het een kleine instelling met 6 paviljoens en een hoofdgebouw met keuken. De gehele groenstructuur is in één keer aangelegd op een voormalig weiland. Vanaf 1993 zijn er diverse woningen gebouwd op het terrein vanwege de wens voor 'omgekeerde integratie'. Het betreffen zowel huur- als koopwoningen. De grond van Westerhonk is historisch. Op de plek waar het zwembad ligt, stond in de 13e eeuw kasteel Polanen. In 1981 zijn de overblijfselen van het middeleeuwse kasteel opgegraven. Een nagebouwde ruine van het kasteel is nog steeds te bezichtigen aan de overzijde van de Madeweg. Op het terrein wordt op verschillende plekken teruggegrepen naar de geschiedenis middels vroegere landschappelijke, geologisch en ecologisch waardevolle elementen. Deze educatieve elementen zijn intressant voor zowel bewoners van Westerhonk als voor mensen van buiten Westerhonk. Door de jaren heen zijn diverse gebouwen gesloopt en gerealiseerd. Er is een voortdurende vraag naar vervangende nieuwbouw of renovatie, waardoor er nu een gebouwvoorraad is ontstaan van uiteenlopend karakter, leeftijd en kwaliteit.

18

Westerhonk, net na de aanleg 2.2.2

Ligging en karakter

Zelfstandige locatie Westerhonk zal kunnen functioneren als een zelfstandige locatie en heeft daar ook alle voorzieningen voor, die overigens primair bestemd zijn voor werk, vrije tijd- en dagbesteding voor de bewoners. Echter, het gebied is erg uitgestrekt en heeft een lage dichtheid. Er is veel openbare ruimte zonder specifieke functie. Westerhonk ontbeert een centrum. Openbare ruimte Er zijn twee typen openbare ruimte in gebruik. Als eerste de directe openbare ruimte om de gebouwen heen, die gebruikt wordt door de bewoners en als tweede de openbare ruimte van de wegen en paden. Alle andere ruimte is weliswaar groen, maar wordt niet intensief gebruikt. Men beweegt zich van plek naar plek via de wegen en paden. Aan zee Ondanks de unike ligging dicht bij de zee, ervaar je die niet als je op Westerhonk bent. De ligging aan zee is een unieke kwaliteit, maar heeft voor de bewoners minder betekenis door hun relatief kleine wereld en de fysieke afstand. De zee kan wel meer voelbaar en ervaarbaar gemaakt worden op het terrein. Gesloten karakter Het gebied is vrij gesloten naar de 'buitenwereld', omgeven door kassen en sloten en maar voor een klein deel zichtbaar aan de doorgaande weg, de Madeweg aan de zuidzijde. Aan de noordzijde ligt Westerhonk niet aan een doorgaande weg. Het gebied grenst hier aan een toekomstige woonwijk.

Langzaam verkeer kan via Westerhonk de doorsteek maken van de Madeweg naar de Haagweg en ook direct de Haagweg oversteken naar het strand. Dwarsverbindingen langzaam verkeer Het omliggende kassengebied kenmerkt zich door een lage 'doorwaadbaarheid', veel private terreinen en doodlopende wegen. In de langsrichting van Westerhonk lopen de Madeweg en de Haagweg. Verbindingen in de dwarsrichting zijn in de omgeving schaars, echter over het terrein van Westerhonk loopt een doorgaande verbinidng voor langzaam verkeer. Dit is onderdeel van een knooppuntenfietsroute en ook van een LAW (Lange Afstanden Wandelpad). Deze route is in potentie een route die veel door mensen van buiten Westerhonk gebruikt kan worden. Op deze manier komen mensen 'van buiten' in aanraking met Westerhonk. De entree

19

Op dit moment is er één centrale entree voor auto's aan de oostzijde voor zowel woongebied Polanen als woonzorgpark Westerhonk. Aan de de Madeweg is alleen richting Den Haag vrij plotseling, met één ANWB bord woongebied Polanen aangegeven. Westerhonk heeft verder geen duidelijke uitstraling, geen uithangbord naar de Madeweg toe. De vindbaarheid en zichtbaarheid van Westerhonk is daardoor niet optimaal. De westzijde is vanaf de Haagweg toegankelijk voor fietsers en voetgangers en alleen in geval van nood voor auto's. De weg vinden Je weg vinden op Westerhonk kan lastig zijn doordat de hoofdstructuur niet altijd even leesbaar is. Delen zijn eenrichtingsverkeer. Als je bij de hoofdingang aan de Madeweg het terrein komt oprijden, is het niet echt duidelijk waar je heen moet of waar je je bevindt. Er is geen duidelijk informatiepunt waar je goed kunt stoppen. Daarnaast zijn er een aantal punten in het wegennet niet logisch, 'lopen niet lekker', waardoor je je bestemming niet altijd makkelijk kunt vinden en de doorstroming kan haperen. Wegen Alle wegen op het terrein zijn onderdeel van een woonerf en een aantal straten zijn eenrichtingsverkeer. Ook zijn op diverse plekken snelheidsbeperkende maartegelen genomen (plantenbakken, drempels). Toch wordt er soms nog te hard gereden en dat levert met de kwestbare bewoners gevaarlijke situaties op.

Straatprofielen zijn eenvoudig: asfalt of klinkers zonder belijning, maar op enkele plekken is er een stoep. Dit alles om de bewoners zo goed en veilig mogelijk te faciliteren. Er is één hoofdentree aan de Madeweg, voor zowel de gehele zorg als voor de particuliere woningen. Men komt binnen op de Vijverweg die de ruggengraad vormt van de infrastructuur op het terrein. Alle overige wegen takken van deze Vijverweg af. Het gevolg hiervan is dat alle gebruikers en bezoekers van Westerhonk zich over de Vijverweg verplaatsen. Hierdoor is deze in verhouding overbelast en dit wordt als verkeersonveilig ervaren en op sommige tijdstippen zijn er zelfs opstoppingen. De Vijverweg maakt als hoofdroute een lus om de centrale vijver met een onlogische haakse hoek over een smal bruggetje. Drie delen Het terrein is functioneel gezien verdeeld in drie delen. Een eerste (meest westelijke) deel met een aantal eilanden met particuliere woningen en enkele woongroepen met cliënten van Westerhonk met een lichte beperking. Een tweede (meest oostelijke) deel is het meest besloten gedeelte van het terrein. Hier wonen de cliënten met de zwaarste beperkingen. Daarnaast zijn er gebouwen voor dagbesteding. Het middelste deel is nu voor een groot gedeelte leeg. Er zijn enkele lege plekken van gesloopte gebouwen en er staan enkele gebouwen die nog gesloopt gaan worden.

Een paar jaar geleden is er met een grote partij zand een artificieel duinlandschap gecreëerd. Het midelste deel voelt als leeg en ongedefinieerd. De potentie van deze helderde functionele drieindeling wordt nu nog niet benut.

20

De huidige terreininrichting van Westerhonk

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Kern visie

De kern van de gebiedsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3.

4.

Samenhang aanbrengen; De functionele driedeling helder maken en verstreken en de bestaande kwaliteiten van de drie gebieden versterken; De bestaande wegenstructuur verbeteren, zodat het gebied verkeersveiliger, opener, toegankelijker en beter leesbaar wordt en de wegen de nieuwe visie, zich openen naar de omgeving, ondersteunt. Een verbeterde infrastructuur zal de functionele driedeling optimaal ondersteunen; Het creëren van een hart, een centrale plein bij wijze van een dorpsplein, dan fungeert als ankerpunt voor samenkomst en als ontmoetingsplek.

Samenhang aanbrengen Als gevolg van een half afgebouwd stedenbouwkundig plan is het gebied onsamenhangend, onleesbaar en onduidelijk. Er is een lege middenzone in plaats van een hart of centraliteit. Oude centrale functies zijn uit elkaar getrokken en op stedenbouwkundig onlogische posities geplaatst. Deze erfenis wordt met deze nieuwe visie zo goed mogelijk hersteld. Er zijn een aantal plekken waar gesloopt is of zal worden, waardoor leegte ontstaat op ongewenste plekken. Voor de benodigde samenhang is een nieuwe invulling van deze plekken noodzakelijk. De functionele- en conceptionele driedeling, de verbeterde wegenstructuur en het ecologisch plan welke gecreëerd zullen worden werken mee aan de samenhang van het gebied. Functionele driedeling terrein versterken De karakters van de drie zones worden expliciet als kwaliteit benoemd. Zo ontstaat er een

21

vanzelfsprekende logica op het terrein, waardoor samenhang en leesbaarheid ontstaan. Zo worden bewoners en verwante herkenbaarder en logischer. Zone 1: het woongebied Polanen met particuliere woningen, zorgwonen en maatschapppelijke functies zoals een zorgboerderij, een zwembad en de nieuwe VIC-woningen, is al erg waterrijk. Dit waterrijke karakter wordt in de toekomst versterkt. Er wordt meer water gerealiseerd en het water wordt gevarieerder. Zone 2: de centrale zone van het plangebied met al enkele recreatieve voorzieningen wordt versterkt tot het hart van Westerhonk, een ecologisch landschapspark met diverse voorzieningen voor dagbesteding, educatie, recreatie en een dorpsplein waar optimale ontmoeting kan plaatsvinden tussen bewoners van Westerhonk en de mensen buiten Westerhonk. De al aanwezige kunstmatige duinen vormen en verbinding met het kustlandschap. Door de aanwezige duinen uit te breiden ontstaat een eigen karakter voor dit deelgebied dat gezien kan worden als een uitloper van de duinen aan zee. Zone 3: Westerhonk met zorgwoningen en de diverse dagbestedingen is al erg bosrijk. Dit bosrijke karakter wordt versterkt door het diverser maken van het groen, onder nadere door aanpassingen te doen in het onderhoud.

Toekomstige gebiedsindeling Westerhonk 2.3.2

Gebouwen

Het zorgpark Westerhonk dateert uit de jaren '60. Naast de particuliere woningen die zich op het terrein bevinden biedt het park een twintigtal zorggebouwen, van zeer diverse aard. De gebouwen vormen qua verschijningsvorm een weinig samenhangend geheel door sloop en nieuwbouw door de jaren heen. Door de weidsheid van de locatie is dit geen probleem, al versterkt het de samenhang van het beeld niet. De bouwkundige en functionele kwaliteit van de gebouwen varieert sterk. Veel bebouwing is ouder dan 50 jaar. Een aantal gebouwen kunnen nog voor 20 jaar gerenoveerd worden. Echter zijn er ook gebouwen op het terrein, met grote woonvolumes, die dermate technisch verouderd zijn dat deze op korte termijn vervangen dienen te worden. De grote vraag wat de huidige bebouwing aan gaat, op het terrein, betreft vervanging. Een beperkt deel zal worden toegevoegd en ingezet worden als strategische voorraad. Met het oog op het verouderen van de populatie is het tevens belangrijk dat er voldoende aandacht is voor enerzijds levensloopgeschiktheid van de toekomstige woningvoorraad en anderzijds de te verwachten toenemende psychogeriatrische problematiek bij clienten.

22

Omdat 's-Heerenloo eigenaar is van het complete zorgpark, is het niet noodzakelijk om in de hoogte te bouwen. Ook is vanuit de zorg en de bewoners het wonen op de begane grond zeer wenselijk. Niet elke bewoner van het zorgpark is goed ter been, waardoor enkel laags bouwen het een praktische leefomgeving maakt. 's-Heerenloo heeft voor haar nieuwbouw zorgwoningen een huisvestingsconcept ontwikkeld op basis waarvan landelijk al de nieuwbouw wordt gerealiseerd. Zo ook op Westerhonk. De vervangende nieuwbouw is daarmee toekomstbestendig en geschikt voor alle doelgroepen. In verschijningsvorm en stedenbouwkundige opzet is variatie mogelijk maar functioneel, kwalitatief en technisch zijn de zorgwoningen gestandariseerd. De centrale zone van het gebied, het hart, is leeg. Daarvoor is het nodig de middenzone te bebouwen of in ieder geval een bestemming te geven.

De bestaande gebouwen van Westerhonk 2.3.3

Hart voor Westerhonk

Er mist een duidelijk centrale plek, een centraliteit die structuur en leesbaarheid geeft aan het terrein. Er mist een dorpsplein, zoals je dat vaker herkend, dat een natuurlijke logica en helderheid geeft aan de omliggende bebouwing en dat een natuurlijke plek voor ontmoeting is. Er komt een nieuw type openbare ruimte bij: een plein als prominente openbare ruimte en als ontmoetingsplek voor mensen van Westerhonk en van daarbuiten. Het plein gaat stedenbouwkundig een samenspel aan met de vijver, het gebouw 'Samen' en de nieuwbouw Vijverweg 18-26 en vormt zo een ensemble dat het werkelijke hart van het gebied wordt. Aan het plein wordt gefaseerd bebouwing gerealiseerd. De gebouwen aan het plein vormen een U om het plein heen en zijn stedenbouwkundig te zien als een grotere eenheid, die een relatie aangaat met de schaal van de nabijgelegen grotere gebouwen.

23

School Als eerste zal hier een school voor speciaal onderwijs worden gerealiseerd, waarbij een deel van het plein als schoolplein zal dienen. Overige functies van de gebouwen aan het plein zijn nog niet bekend. Plein Door gebouwen aan het plein, elementen op het plein en langzaam verkeersroutes over het plein, wordt het geheel programmatisch opgedeeld in kleinere delen. Het plein krijgt een steenachtige materialisering, met daarop verhoogde elementen met begroeiing of andere functies.

Het beoogde hart voor Westerhonk 2.3.4

Ecologisch landschapspark

Het al bestaande duinlandschap wordt vergroot en vormt een ecologisch landschapspark. De duinen worden hiermee een belangrijke ruimtelijke drager van het gebied. De begroeiing met wilde planten en bloemen wordt doorgezet en over een aantal jaren zal hier, onder andere door begrazing met geiten, een begroeiing kunnen ontstaan die gelijk is aan de oorspronkelijke duinbegroeiing, zodat er werkelijk een verbinding gemaakt wordt met de duingebieden van de kust. De uitlopers van het ecologsich landschapspark zorgen voor een herkenbaarheid en identiteit tot aan de Madeweg, als uithangbord van 's-Heerenloo naar buiten toe. Het landschapspark is, met al zijn voorzieningen en natuur, een prikkeling voor de zintuigen; zien, voelen, horen, ruiken en proeven. Dit wordt uitgewerkt zowel in de inrichting van het landschapspark als op gebouwenschaal in de gebouwen die in deze zone gesitueerd worden. Het landschapspark krijgt een vriendelijk ontwerp: geen rechte lijnen en assen, maar een systeem van goed begaanbare, verbindende, rolstoelvriendelijke hoofdpaden en een systeem van smallere, kleinere paadjes om lekker door het gebied te kunnen struinen. Het hele landschapspark is autovrij (met uitzondering van laden en lossen en vervoer van cliënten).

24

Op dit moment zijn er al een aantal recreatieve-, educatieve- en cultuurhistorische ontmoetingsplekken aanwezig: grafheuvel (wordt verplaatst naar de bestaande duinen). Dit betreft een cultuurhistorische verwijzing naar de periode van de 80-jarige oorlog; muziektent; varkens (zijn verplaatst naar de Willemshoeve); Stinsentuin (cultuurhistorische verwijzing naar kasteel van Polanen). Deze zijn aangevuld met: School Herman Broeren voor speciaal onderwijs; Cruijff court; natuurlijke speeltuin; boomgaard en schapen. Mogelijke aanvullingen zijn: Amfitheater ten behoeve van kleinschalig gebruik voor cliënten en onwonenden. Voor alle programma's geldt dat ze van betekenis moeten zijn voor de bewoners; ingebed in de organisatie van de dagbestedingen en/of therapeutisch of betekenisvol in beleving en vrije tijd.

Referentie inrichting landschapspark 2.3.5

Infrastructuur en logistiek

Aanpassing wegen Uitgangspunten zijn verkeersveiligheid voor de bewoners en duurzaamheid. Daarom worden rij-afstanden waar mogelijk verkort en wordt de Vijverweg ontlast. De ruggengraad wordt uitgebreid van alleen de Vijverweg naar Vijverweg plus Polanensingel. Er komt een nieuwe aftakking aan de Vijverweg naar de Polanensingel. Op deze manier ontstaat een logische lus als ruggengraad voor al het verkeer, die tevens de drie verschillende zones (blauw, geel, groen) op een logische manier begrenzen en ontsluiten. De duinzone, omsloten door de ruggengraad wordt autovrij (bestemmingsverkeer

25

uitgezonderd). De doorsteek van Vijverweg naar Polanensingel (de Groenendaal) wordt ook autovrij. De parkzone krijgt een systeem van paden en wegen voor langzaam verkeer, waarbij bestaande straten doorverbonden worden zodat het makkelijk wordt je weg te vinden en de verschillende gebieden goed met elkaar verbonden zijn. De infrastructuur is de drager van een veilige goed bereikbare, toegankelijk woonzorgpark, waarbij zowel aan bewoners als bezoekers is gedacht. Met dit herzien wegenpatroon kan Westerhonk de komende decennia vooruit. De aanpassingen zullen in fasen worden gerealiseerd. Uitgangspunt voor de uitwerking is het trace van de bestaande infrastructuur zoveel mogelijk te handhaven. Binnen de parkzone zullen bestaande autoroutes bijvoorbeeld worden afgeschaald naar langzaam verkeerswegen. Trace blijft liggen maar weg wordt ingezet voor andere gebruik. Een doorgaande route in de dwarsrichting over het terrein van Westerhonk is voor autoverkeer niet wenselijk vanwege sluipverkeer, maar een doorgaande route voor fietsers en voetgangers is een kans om de dwarsverbindingen in de regio te verbeteren en mensen van buiten het terrein over Westerhonk naar de Haagweg en het strand te leiden. Deze langzaam verkeersroute zal ook over het plein lopen en zal de voorbijgangers een goed beeld geven van Westerhonk.

Voor het woonzorgdeel neemt men in de nieuwe opzet de eerste afslag vanaf de Vijverweg naar rechts. Zo worden auto-meters beperkt. In combinatie met aanpassingen van infrastructuur en aanpassingen rond het gebouw Buitenhof, van achterkant naar voorkant, leidt dit tot een meer directe en logische toegang van het rechter woonzorggebied. De uitwerking van de nieuwe toegang/aansluiting van de Polanensingel (nabij Vijverweg 2) zal nog de nodige aandacht vragen. Informatiepunt bij binnenkomst Bij binnenkomst op het terrein is een duidelijk informatiepunt, gerealiseerd waar je als nieuwkomer even goed kunt stoppen en je kan informeren over de functies en mogelijkheden op het terrein. Dit informatiepunt is duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn. Verkeersbewegingen De verkeersbewegingen zullen in de toekomst niet gaan toenemen. In het verleden is er rekening gehouden met 200 extra particuliere woningen die, bij nader inzien, niet meer gerealiseerd gaan worden. Voor Westerhonk gaat het voornamelijk om het vervangen van bestaande voorraad. De bewoners van Westerhonk zijn niet in het bezit van een auto. Hierdoor vindt door de bewoners geen verkeersbeweging plaats. De verkeersbewegingen op het zorgpark zullen alleen plaatsvinden door medewerkers, verwanten en vervoerders van cliënten.

Doordat er minder externe dagbesteding zal komen, zijn er ook minder verkeersbewegingen met busjes op het terrein. Wel zullen er meer busjes komen door de school voor tijdelijk onderwijs aan het nieuwe plein, waar juist ook veel kinderen van buiten Westerhonk komen. De busjes kunnen de kinderen op het schoolplein afzetten. Parkeren Door de verschuiving van functies en het reailseren van nieuw programma, zijn er ook veranderingen in het parkeren. Voor nieuwe functies komen er parkeerplaatsen bij. In de toekomstige bouwvlekken is het aantal en de positie van deze parkeerplekken nog niet bekend. Verlichting De verlichting op het terrein is aan herziening en verduurzaming toe. Op sommige plekken is het terrein slecht verlicht. Dit zorgt vooral 's-winters, na de nachtdiensten voor en onveilig gevoel bij personeel. Op termijn zal alle verlichting worden vervangen door LED verlichting.

26

De eventuele toekomstige verkeerssituatie (schetsmatig) 2.3.6

Groen

Een volwassen bomenstructuur geeft het gebied een parkachtige uitstraling. Dat is een grote kwalitieit voor zowel bewoners als bezoekers. Door het parkachtige beheer zijn de natuurlijke potenties van de groenstructuur niet optimaal ontwikkeld. De beplantingsvlakken en grasveldjes zijn te omschrijven als gemeentegroen met veel gecultiveerde soorten, maar met weinig ecologsiche betekenis. Door een andere manier van beheer is het mogelijk een meer diverse en ecologisch meer waardevolle groenstructuur te ontwikkelen. Dit is mogelijk en goed af te stemmen met de diverse dagbestedingsactiviteiten. Een aantal groenzones wordt als te dicht ervaren, wat een onveilig gevoel kan geven. De afgelopen jaren is er al veel werk verzet in het uitdunnen van bepaalde groenzones, waardoor doorzichten, vooral bij kruisingen, erg verbeterd zijn. Het geldende bestemmingsplan heeft een oppervlak van 183.134 m 2 aan groenbestemming. In de nieuwe inrichting zal het aantal m 2 groen toenemen tot 201.891m2. Daarnaast wordt het park met behulp van cliënten en dagbesteding op een ecologsiche wijze beheerd met als doel een steeds diverser en ecologischer waardevollere groenstructuur te ontwikkelen. Dit gebeurd door gebruik te maken van aanwezige (zand) grond en ontwikkelen/aanbrengen van verbindende schakels.

Voor de natuur en beleving is het belangrijk dat er meer variatie ontstaat in de huidige (parkachtige) begroeiing. Deze variatie onstaat wanneer natuurlijke processen en het aanwezige waardevolle zand, de klei en veengronden optimaal worden benut en er meer inheemse beplanting wordt toegepast. In het groenbeheer dat ook deels door de cliënten wordt uitgevoerd wordt al op die manier te werk gegaan.

27

De bestaande, en in het geel de toekomstige toegevoegde, goenstructuur 2.3.7

Water

In 2013 is aangegeven dat het wenselijk is de natuur en de samenleving naar binnen te halen. Dit wil men bereiken door de transformatie van het terrein. De geisoleerde zorginstelling, die is ingepakt in een afgesloten parkachtige omgeving, zal een ecologisch waardevol terrein worden dat zicht opent naar de samenleving door sociale- culturele integratie. Door het optimaliseren van de aanwezige natuur en ontwikkelen van nieuwe natuur treedt er al een postief veranderingsproces op. Door er tevens eductatie en recreatie aan toe te voegen wordt dit veranderingsproces versterkt. Westerhonk is een zelfstandige polder met een zelfstandige waterstructuur. Door middel van een polderinlaat wordt Westerhonk van boezemwater voorzien. Inlaat vindt plaats aan de westzijde van het terrein. Dit water loopt vervolgens via een stelsel van sloten, waterpartijen en een vijver naar de oostzijde van het terrein en wordt hier op de boezem uitmaalt. Het boezemwater wat wordt ingelaten is, met name gebiedsvreemd water van een mindere chemische en ecologische kwaliteit. Ook wordt er met het inlaten van het boezemwater bodem woelende vis ingelaten, zoals brasem en karpers, welke een negatieve invloed hebben op de ecologische kwaliteit van het watersysteem in Westerhonk.

De watergangen zijn grotendeels voorzien van houten beschoeiing, hadden door de aanwezige bagger weinig diepte en er is door de bovengenoemde punten nauwelijks sprake van een ontwikkelde oevervegetatie. Door diverse aanpassingen aan het watersysteem en het graven van nieuw water kan de doorstroming verbeterd worden en zal de ecologische kwaliteit van het watersysteem sterk verbeteren. Dit zal veel invloed hebben op de levendigheid van het water en van de natuur eromheen.

28

De centrale vijver 2.3.8

Beeldkwaliteit

De buitenruimte krijgt een eenvoudige inrichting die goed aansluit bij de sfeer op de rest van Westerhonk. Groen en duin bepalen het beeld. Het pallet aan materialen bestaat voornamelijk uit gras, bomen en hagen. Verhardingen zijn in oppervlakte beperkt, behalve op het plein en waar het programma dat vraagt. Er is een diversiteit aan paden. (Rolstoel) toegankelijkheid is het uitgangspunt. Ook worden paden ontworpen op prikkeling van de zintuigelijke beleving, wat kan betekenen dat niet alle paden, bijvoorbeeld die door de duinen, rolstoeltoegankelijk zijn. Bij de uitwerking van de buitenruimten gelden de volgende algemene uitgangspunten: Alle verhardingen hebben grijze tinten, zandtinten of aardetinten, liggen vlak en zijn goed berijdbaar met rolstoelen, eventueel met uitzondering van (zand) paden in de duinen. In aansluiting op de rest van het terrein bestaat de verharding van wegen en paden voornamelijk uit asfalt, al dan niet afgestrooid met split, met als aanvulling op de bestaande schelpenpaden. De verharding op het plein is anders dan alle andere verhardingen en kan zich in kleurtoon iets onderscheiden. Verharding ten behoeve van ontsluiting rondom nieuwbouw bestaat voornamelijk uit klinkerbestrating, zoals nu ook aan de zuidzijde van de pariculiere woningen het geval is. Parkeren is zo veel mogelijk uit het zicht.

De sfeer van de parkeerplaatsen wordt bepaald door hagen, losse struiken en bomen. De verharding van de parkeervakken bestaat uit hoogwaardige halfopen verharding. Parkeervoorzieningen bij de nog te bepalen bouwvolumes/functie: ontwerpen op basis van behoefte en parkeernormen. Water van verharde oppervlakte infiltreerd zo veel mogelijk direct naast de verharding. Daar waar goten en putten noodzakelijk zijn, liggen ze zo vlak mogelijk. Hoogteverschillen worden overbrugd door zwak glooiende hellingen. Waar dat niet dat niet kan worden keermuurtjes gemaakt. Er zijn geen steile hellingen. Het maaibeheer van de grasvelden en duinen kan varieëren er zijn intensief gemaaide vlakken en

29

bloemrijk extensief gemaaide delen. Het verdient de aanbeveling om minder intensieve en meer extensieve zones in groenonderhoud te gaan realiseren. Buitenmeubilair, zoals verlichting en zitelementen, is duurzaam, hoogwaardig en niet fel van kleur. Alleen speelelementen kunnen kleurrijker zijn. De soortenkeuze van bomen en struiken sluit aan bij die van het hele terrein. De inheemse soortenkeuze van overheerst, maar op en rond het plein worden bijzondere soorten aangepland, die opvallen door bloei en/of een mooie herfstkleur. Bij de uitwerking van het plein gelden de volgende uitgangspunten: Het plein is groot en lang van maat. Om klein binnen groot te ervaren wordt het plein voorzien van groepjes eilanden, verhoogde zitelementen of beplante zones. Ook kunnen speelelementen in deze eilanden gecentreerd worden. Met diverse soorten/ kleuren verharding op het plein, kan een domein zichtbaar gemaakt worden, dat hoort bij de functie (bijvoorbeeld schoolplein) Speciale aandacht voor sociale veiligheid, middels goede duurzame verlichting. Bij uitwerking van het plein dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid om evenementen, zoals buurtmarkten te organiseren op het plein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=63141be5-4bbd-4ac2-b859-ee1362c76749