bijlage (21-0215495)
Tekst van het document
Het voorgaande is geregeld in de Planregels, onder artikel 5.7.7, Omgevingsplanactiviteit innovaties duurzaamheid en klimaat, waarin is bepaald dat het bevoegd gezag advies inwint bij de Veiligheidsregio Haaglanden. In het tweede lid, onder c, van het betreffende artikel, staat 5
ODH is niet overtuigd dat met het huidige concept de veiligheid voldoende is geborgd bij eventuele ontwikkelingen in het kader van de energietransitie. De vraag doet zich voor of een negatief advies van de VRH voldoende grondslag is om een omgevingsvergunning te weigeren.
Een negatief advies van de VRH vormt in het omgevingsplan geen zelfstandige weigeringsgrond maar onderdeel van een besluit met betrekking tot een verzoek om omgevingsvergunning. Overigens zal, conform de standaardbehandeling, naast de VRH ook altijd de ODH gevraagd worden te adviseren met betrekking tot dergelijke voorzieningen.
Onder 5.7.7 wordt het vereiste van een omgevingsvergunning ingevoerd voor bijvoorbeeld duurzame energievoorziening. De regeling biedt ruimte aan innovaties op het gebied van duurzaamheid en klimaat.
Aan artikel 5.7.7, lid 2 onder c , 6.5.9, lid 2 onder c , 7.4.7 lid 2 onder c , 9.4.7 lid 2 onder c , 13.5.9 lid 2 onder c ,
dat de bouwwerken geen beperkingen mogen opleveren voor nabij gelegen woningen, bedrijven en voorzieningen. Onduidelijk is of geprojecteerde bestemmingen hier ook onder vallen. Dit is van groot belang om toekomstige knelpunten te voorkomen.
Gezien de hierbij behorende risico's mag dit alleen indien het toe te voegen bouwwerk geen beperkingen tot gevolg heeft voor het gebruik van nabij gelegen woningen, bedrijven en voorzieningen. Onduidelijk is blijkbaar of dit ook geldt voor toegewezen functies (bestemmingen) daarom wordt toegevoegd aan artikel 5.7.7, lid 2 onder c . "of in die zin aangewezen gronden". Deze toevoeging geldt ook voor de artikelen 6.5.8, 7.4.7, 9.4.7, 13,4.7 en 14.5.9.
Ten aanzien van geothermie merken wij op dat het ministerie van EZK bevoegd gezag is, waarbij t.a.v. de bodem de Omgevingsdienst Haaglanden een adviserende rol heeft. De bouw van een geothermiecentrale vereist een minimale voetprint van 5.000 m2. In Poeldijk centrum ontbreekt deze ruimte. Daarnaast dient in een stedelijke omgeving ook bijzondere aandacht aan licht- en geluidhinder te worden besteed bij het projecteren van een geothermiecentrale. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter tot gevoelige objecten. Ook het toepassen van energieopslagsystemen (genoemd in het omgevingsplan) in een woonomgeving is niet gewenst. Wij zijn niet overtuigd dat met het huidige concept de veiligheid voldoende is geborgd bij eventuele ontwikkelingen in het kader van de energietransitie. De vraag doet zich voor of een negatief advies van de VRH voldoende grondslag is om een omgevingsvergunning te weigeren.
Met de regeling wordt beoogd om bij de functies (bestemming) bedrijf, centrum, gemengd, maatschappelijk, woongebied en woongebied-bijzondere woonvormen energieopwekking toe te laten ten behoeve van het eigen gebruik
- In het omgevingsplan wordt het begrip 'objecten' gehanteerd waar (zeer) kwetsbare personen verblijven. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hanteert de begrippen zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare gebouwen. Daarnaast is sprake van
In het omgevingsplan wordt gewerkt met de nu vigerende terminologie. Binnen het omgevingsplan leidt dit niet tot onduidelijkheid. Bij de verdere de
6
Ook geothermieinstallaties zullen niet meer worden genoemd omdat praktisch gezien dergelijke installaties niet gerealiseerd kunnen worden in Poeldijk. Dit is pas aan de orde bij de ontwikkeling van het "definitieve " omgevingsplan
14.5.9 lid 2 onder c , "of in die zin in dit omgevingsplan aangewezen gronden".
Zoals reeds hierboven genoemd vervalt de term geothermie-installatie in de regels.
Om te voorkomen dat de nu vastgestelde regeling tot misverstanden leidt wordt toegevoegd aan de artikelen 5.7.5, 6.5.7 , 7.4.5, 9.4.5, 13.5.7, 14.5.7: "Van een ondergeschikte betekenis is uitsluitende indien de voorziening energie opwekt ten behoeve van het eigen gebruik."
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties (bijlage VI Bkl). Het verdient aanbeveling om bij deze terminologie aan te sluiten.
3.
Bodem
Het bestemmingsplan is in het kader van de komende Omgevingswet opgesteld als een omgevingsplan. De opbouw van een dergelijk plan is nieuw en anders dan de oude vorm van een bestemmingsplan. Voor het onderwerp bodem (milieuhygiënische bodemkwaliteit) is geen separate bodemparagraaf of uitwerking van het onderwerp bodem in het plan opgenomen. Er wordt in het plan over milieuaspecten, onder andere bodem, verwezen naar een hoofdstuk Omgevingsaspecten in het voorontwerp bestemmingsplan. Dit hoofdstuk is niet terug te vinden in de stukken. Verder is in de toelichting aangegeven dat alleen voor milieu de thema's Water en Groen in het kader voor dit plan zijn uitgewerkt en niet voor overige milieuthema's. In het gehele plan is onvoldoende over bodem opgemerkt, dan wel opgenomen. Hoewel een omgevingsplan een andere opbouw heeft als een bestemmingsplan in de oude vorm adviseren wij u om in het omgevingsplan wel de navolgende tekst voor het thema bodem op te nemen: Wettelijk kader
Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijkom bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming
De Wbb regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt 7
voorbereiding op de Omgevingswet en het omgevingsplan voor geheel Westland zullen alle begrippen worden geharmoniseerd en worden aangepast op de dan geldende wetgeving. Deze opmerking wordt geheel overgenomen in het omgevingsplan.
De Toelichting wordt aangepast. De voorgestelde tekst wordt opgenomen in paragraaf 6.3.3.6 onder het kopje "Bodem"
meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Situatie in het plangebied
Het plangebied is momenteel in gebruik als bedrijventerrein, maatschappelijke gebied, woongebied, openbare weg en openbaar groen. Binnen het plangebied en in de directe omgeving hebben diverse bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vestiging (gehad) en zijn diverse (voormalige) ondergrondse brandstoftanks bekend. Het plangebied is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Westland gelegen in zone AW2000 en wonen, voor zowel bovengrond (0-0,5 maaiveld (m-mv)), als ondergrond (0,5-2,0 m-mv). Niet alle locaties in het plangebied zijn voldoende onderzocht. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. Naast het feit dat nog niet overal binnen het plangebied bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zijn er ook locaties waar het uitgevoerde bodemonderzoek sterk verouderd is (ouder dan vijf jaar). Indien voor deze locaties bouwplannen/herinrichtingsplannen zijn, zullen de bodemonderzoeken geactualiseerd dienen te worden. 8
4.
20-0325806 Hoogheemraadschap Delfland
1.
Waterparagraaf
Zoals eerder opgemerkt, is de toelichting niet van een waterparagraaf voorzien. Ondanks dat er in dit bestemmingsplan geen sprake is van ontwikkelingen, verzoeken wij u toch een waterparagraaf aan de toelichting toe te voegen. In het voortraject hebben wij gezamenlijk al een voorstel opgesteld. Daarbij zijn ook de thema's recreatie, groen en ecologie integraal verwerkt. Dit document is in het overleg van 28 oktober 2020 via e-mail met u gedeeld.
In paragraaf 5.3 van de Toelichting op het omgevingsplan en paragraaf 6.3.4.4 van de Toelichting wordt respectievelijk ingegaan op het geldende beleid van het Hoogheemraadschap en de vertaling van beleid naar het omgevingsplan. Het belang van het aspect water wordt in die zin ruim voldoende meegewogen in het omgevingsplan.
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
Het voorstel voor een integrale paragraaf "Groen en ecologie, Water en Recreatie" dateert van 27 mei 2019 en is in werkgroepverband niet afgerond en is daarom niet gebruikt voor het onderhavige omgevingsplan. Toevoeging aan het plan is niet wenselijk nu verscheidene opmerkingen in het stuk niet zijn verwerkt. 2.
Begrippen
Opmerking verwerken
Door begrip 125 eenmaal te verwijderen is opmerking verwerkt.
Het bestemmingsplan "Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk" betreft een conserverend plan voor bestaand gebied. De wijze van onderhoud van watergangen is afhankelijk van de aanwezige situatie. Het in algemene zin vastleggen van onderhoudsafstanden lijkt in deze situatie minder zinvol. Onder de Omgevingswet heeft het waterschap haar eigen verordeningen. Verordeningen van het waterschap behoeven daarom niet te worden opgenomen in het omgevingsplan. Het opnemen van verboden
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
De eerder door ons gemaakte opmerkingen op de begrippenlijst zijn verwerkt. Het begrip "waterkering" is echter per abuis twee keer in de lijst terechtgekomen. Wij verzoeken u begrip 125 te schrappen. 3.
Afstand tussen bouwmogelijkheden nabij een watergang
Wij verzoeken u te onderzoeken, of het mogelijk is de onderhoudsafstanden, zoals deze in de Handreiking watertoets voor gemeenten opgenomen zijn, in de regels van het omgevingsplan terug te laten komen. Een voorbeeld daarvan vindt u in de standaardwaterparagraaf, die wij onderling afgestemd hebben.
4.
Verboden uit de Keur in Omgevingsplan
Graag zouden wij diverse met u besproken verboden uit de Keur ook in het omgevingsplan terug willen zien. Wij begrijpen, dat dit nader onderzocht moet worden en wellicht niet mogelijk is, om volledig in dit 9
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
plan te verwerken. Wij verzoeken u hier in het omgevingsplan voor de gehele gemeente wel rekening mee te houden.
5.
Ligplaatsen artikel 2.4.9
Wij hebben begrepen, dat de regels met betrekking tot ligplaatsen uit de APV afkomstig zijn. Echter de regeling, zoals die nu opgenomen is, roept nog enkele vragen op. Wij vragen ons af, wanneer de situatie uit sub 2 onder b zich voordoet. Daarnaast hebben wij in het overleg van 28 oktober 2020 besproken, hoe lid 3 van deze regel gelezen dient te worden. Daarbij kwamen wij tot de conclusie, dat er twee mogelijkheden voor lid 3 zijn. Ofwel dit lid kan geschrapt worden, omdat deze situatie zich nooit voor kan doen, ofwel dit lid dient geredigeerd te worden, omdat het mogelijk de wens van de gemeente is, om nieuwe ligplaatsen aan te kunnen wijzen. U hebt ons verzocht een tekstvoorstel te doen voor de mogelijkheid tot het toestaan van nieuwe ligplaatsen. Wij stellen de volgende tekst voor: "Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde onder sub 1 nieuwe ligplaatsen of ligplaatslocaties aanwijzen, waarbij nadere regels gesteld kunnen worden ten aanzien van de volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; In aanvulling op sub 3 kan het bevoegd gezag eveneens beperkingen stellen aan het soort en aantal vaartuigen per ligplaats of ligplaatslocatie.". 6.
Watercompensatie van verharding artikel 3.3
Ten aanzien van watercompensatie verzoeken wij u de regel onder lid 2 sub a als volgt aan te passen: "indien de watercompensatie door vasthoudmaatregelen wordt ingevuld, deze maatregelen voldoen aan de Richtlijn Vasthoudmaatregelen, vastgesteld januari 2017. Indien deze beleidsregel wijzigt, dient ook met deze wijziging rekening gehouden te worden.". Ook hebben wij in het overleg van 28 oktober 2020 gesproken over de relatie tussen een vrijstelling van 100 m2 en de recent gepubliceerde 10
uit de Waterschapskeur in het omgevingsplan betekent dat de gemeente ook verantwoordelijkheid draagt voor de handhaving hiervan. Onder meer de gemeentelijk organisatie dient, indien een dergelijke wijze wenselijk wordt beoordeeld, hierop te worden voorbereid. De tekst van art 2.4.9. is een regeling opgenomen in het omgevingsplan die voort komt uit de A.P.V. . De situatie bedoeld in sub 2 onder b. wordt in de A.P.V. niet uitgebreid toegelicht aangegeven wordt dat het bijvoorbeeld om aanwijzingen gegeven door de politie in het kader Binnenvaartpolitieregelement.
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
Aanpassing artikel 2.4.9 lid 3.
De voorgestelde tekst overnemen voor dit artikel.
Waarschijnlijk wordt hier bedoeld art. 3.6 (artikel 3.3. handelt over bluswater) In het omgevingsrecht (huidig en toekomstig recht) kan rekening worden gehouden met toekomstige beleidswijzigingen. De voorgestelde toevoeging wordt overgenomen.
Art.3.6, lid 2 wordt als volgt gewijzigd: "indien de watercompensatie door vasthoudmaatregelen wordt ingevuld, deze maatregelen voldoen aan de Richtlijn Vasthoudmaatregelen,
nieuwe watersleutel. Aangezien in de watersleutel met kubieke meters compensatie wordt gerekend, komt de vrijstelling van 100 m2 niet helemaal overeen met het bepaalde in de watersleutel. Wij gaan hier intern naar kijken en verzoeken u hier in het omgevingsplan voor de gehele gemeente rekening mee te houden. 7.
Omgevingsplanactiviteit innovatie duurzaamheid en klimaat
Deze subparagraaf komt meermaals terug in de regels, waaronder in subparagraaf 8.3.7. Graag zouden wij een sub 4 toe willen laten voegen, die als volgt luidt: "Het bevoegd gezag wint, indien het gaat om initiatieven met effect op de (grond)waterhuishouding, ook advies in bij het Hoogheemraadschap van Delfland.".
8.
Water artikel 12
Bij de regels onder 12.3 bouwactiviteiten sub 3 (d t/m f) ontbreken enkele maatvoeringen. Daarnaast verzoeken wij u de genoemde vaarcategorieën in de begrippenlijst toe te voegen.
9.
Oogmerken artikel 2.2
In de opmerkingen van 8 juli 2020 hebben wij u verzocht de oogmerken en doelen van het omgevingsplan zoveel als mogelijk met elkaar overeen te laten komen. In het overleg heeft u aangeven hier nogmaals naar te kijken.
5.
20-0325790 VRH
Door de VRH zijn in de toelichting en de regels een aantal tekstuele opmerkingen gemaakt. De gemaakte opmerkingen zijn doorgelopen en waar nodig overgenomen. 11
Bij de omgevingsplanactiviteit "innovatie duurzaamheid en klimaat" is bepaald gezien het innovatieve karakter dat geadviseerd wordt door de VRH en voor wat betreft de grondwaterhuishouding door de HHD. Voor deze bepaling geldt dat in verband met het vernieuwende element van de te realiseren voorziening, het te realiseren plan sowieso besproken zal worden met ketenpartners en adviserende diensten. Tegen de voorgestelde verruiming van de mogelijkheid tot advies door HHD bestaat dan ook geen bezwaar. Onder 107 van de begrippen in de bijlage bij de regels wordt het begrip vaarweg genoemd. Voor de categorisering kan verwezen worden naar de Waterschapkeur van Delfland.
De oogmerken in artikel 2.2 zijn oogmerken die betrekking hebben op de activiteiten genoemd in artikelen 2.4 en 3. De doelen in hoofdstuk 2, artikel 4.2.1 geven invulling aan de doelen uit de omgevingsvisie en aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Daarom komen de oogmerken en doelen niet met elkaar overeen.
vastgesteld januari 2017. Indien deze beleidsregel wijzigt, dient ook met deze wijziging rekening gehouden te worden." Advies mogelijkheid wordt verbreed van "grondwaterhuishouding" naar "waterhuishouding."
Begrip 107 wordt uitgebreid door voor de categorisering te verwijzen naar de Waterschapskeur.
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
Tekstuele aanpassingen zijn verwerkt.
6.
20-0300548
Verzoekt om opname van twee delen van een vitale waterleiding gelegen binnen de plangrenzen (zie afbeelding).
De plankaart is op het voorgestelde punt aangepast.
Evides N.V.
Op de verbeelding is de functie Leiding - Water' toegevoegd. Artikel 22 is toegevoegd aan de regels met daarin regeling voor de functie 'Leiding - Water'.
7.
20-0300555
Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland zuid bestaat er geen aanleiding om opmerkingen te maken op dit plan.
De reactie is voor kennisgeving aangenomen
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
Het voorontwerp omgevingsplan is getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
De reactie is voor kennisgeving aangenomen
Geen gevolgen voor het omgevingsplan.
Rijkswaterstaat
8.
20-0300549 Gasunie
Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de ^ letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Ambtshalve wijzigingen
Paraplubestemmingsplan Horeca/ hotel Westland
In de regels van het omgevingsplan was een regeling voor bed&breakfast opgenomen. In deze regeling werd verwezen naar beleidsnotitie Bed & Breakfast. Echter, ten tijde van de ter inzagelegging van het omgevingsplan is een paraplubestemmingsplan Horeca/hotel Westland als ontwerp ter inzage gelegd. Hierin zijn regels voor het vestigen van een Bed & Breakfast opgenomen. Deze regels vervangen de 12
Artikel 6.4.2 is aangepast conform de regeling van het paraplubestemmingsplan Horeca/hotel Westland.
beleidsnotitie Bed ä Breakfast. Deze regeling is één op één overgenomen in het omgevingsplan.
Artikel 13.4.2 is aangepast conform de regeling van het paraplubestemmingsplan Horeca/ hotel Westland.
In het paraplubestemmingsplan wordt ook verwezen naar de gewijzigde 'Staat van horeca-activiteiten'. Deze bijlage wordt opgenomen in het omgevingsplan.
Aan bijlage 1 Begripsbepalingen zijn de begrippen uit het paraplubestemmingsplan Horeca/ hotel Westland toegevoegd. De opmerkingen zijn vrijwel allemaal verwerkt in het omgevingsplan.
Opmerkingen Hoogheemraadschap Delfland
HHD heeft op 8 juli opmerkingen aangeleverd op het omgevingsplan met een tekstueel karakter.
Paraplubestemmingsplan Wonen Westland
Bij raadsbesluit van 1 september 2020 is het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Wonen Westland vastgesteld. De inhoud van dit bestemmingplan is opgenomen in het omgevingsplan.
Toegevoegd wordt het begrip "bestemmingsplan : zie begrip omgevingsplan"
Begrippen worden uitgebreid zoals aangegeven.
"Kamerwoning: Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte." De bepalingen van het Paraplubestemmingsplan met betrekking tot het gebruik van woning, de splitsing, de bouw en de mogelijkheid hiervan af te wijken worden opgenomen in het omgevingsplan.
Toegevoegd wordt artikel 27.3 het verbod tot splitsing van woningen, splitsing bestaande gebouwen in woningen en vergroting van het toegestane aantal woningen door splitsing of nieuwbouw. Toegevoegd artikel 27.4 bevoegdheid om af te wijken van artikel 27.3 in het geval de woning in het centrum van Poeldijk ligt
13
Regels worden uitgebreid zoals aangegeven.
(zijnde het kernwinkelgebied) , het wonen gesitueerd op de verdieping, voldoen aan het Bouwbesluit 2012, de gebruiksoppervlakte minimaal 40m2 bedraagt, er geen sprake is van een onevenredige schade aan belangen, het straat en bebouwingsbeeld niet wordt aangetast en de afwijking wordt voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Aan artikel 2.4.3 wordt de afwijkingsbevoegdheid artikel 3.4 van het paraplubestemmingsplan Wonen Westland toegevoegd. Door doorvoering van het Paraplubestemmingsplan Wonen in het omgevingsplan kunnen de artikelen 6.4.3 en artikel 13, lid 4 onder 3 regelende de huisvesting arbeidsmigranten vervallen.
In Artikel 12 Water wordt aan de categorisering in "vaarweg-zones" binnen de bestemming water onder meer een doorvaardiepte gekoppeld. De technische informatie om deze diepte vast te kunnen leggen is niet beschikbaar voor de aangewezen categorieen. Art. 5.7.2 Vergunningvrij bouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan. Art 6.5.2 Vergunningvrij bouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan. Art 7.4.2 Vergunningvrij bouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan. Art. 9.4.2. Vergunningvrij bouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan. Art. 13.5.2 Vergunningvrijb ouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan. 14
Artikel 12 wordt aangepast door onder lid 3 sub d, e en f geen regeling te treffen met betrekking tot vaardieptes. Uitgegaan wordt van een minimale diepte van 1 meter. De zinsnede "zonder omgevingsvergunning" vervalt in genoemde artikelen
Toevoeging 2.4.3 mogelijkheid tot afwijken.
Artikelen 6.4.3 en 13, lid 4, sub 3 vervallen . Dit leidt tot vernummering.
Aanpassing artikel 12
Aanpassing in de regels.
Art. 14.5.2 Vergunningvrijbouwen wordt geregeld in het kader van de Wabo en het Bor. Aanvulling is niet toegestaan.
Het perceel Nieuweweg 12B Poeldijk kadastraal bekend sectie K, nummer 7829 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Poeldijk' en heeft de bestemming 'Bedrijf. Binnen dit bestemmingsplan is niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
Toelichting -
Door opneming van een specifieke functie aanduiding wordt vastgelegd dat de verkoop van consumentenvuurwerk op genoemd perceel is toegestaan.
Aanpassing verbeelding en toevoeging in dec regels onder de regeling voor "Bedrijf".
Aanpassen Toelichting
Actualiseren paragraaf 1.1 Tekst omgevingsvise Actualiseren paragraaf 5.4 Tekst omgevingsvise Kleine tekstuele aanpassing ivm vaststelling Omgevingsvisie december 2020 Actualiseren tekst archeologie
te 10-2-2021
15
l Li,LULL]-.
IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl WESTLAND
I www.gemGentewestland.iil
, V'. V;:,;-' , f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
* \ s.
-
ŗ4Ç
'J
■'ļi' ^ 7
7**4.
1 -K ^3-M 1LJL \ nri
:W
y™
,.íļ
' JļĮ
üįf
ŠMPŴ 4 rf‘^ o
Ai