Bijlage_1_IHP_Rapportage_PO-westland__1_
Tekst van het document
Monster
Wateringen
’s-Gravenzande
Naaldwijk
De Lier
Heenweg
Poeldijk
Honselersdijk
Maasdijk
Kwintsheul
Rapportage IHP PO-SBO-(V)SO Westland 2023-2038
Augustus 2022
Inhoud 1 2 3
4
5
6
7
2 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Samenvatting Leeswijzer Een geactualiseerd IHP 3.1 Aanleiding 3.2 Gezamenlijke aanpak 3.2.1 Kwaliteit van onderwijs 3.2.2 Kwaliteit van onderwijshuisvesting 3.2.3 Integrale benadering Uitgangspunten 4.1 (Wettelijk) kader 4.2 Nieuw (wettelijk) kader 4.3 Lokale Educatieve Agenda 4.3.1 Onderwijshuisvesting 4.3.2 Pijlers Onderwijshuisvesting 4.4 Afspraken tussen kindpartners De werkwijze 5.1 Methodiek: Gezamenlijke aanpak 5.2 Planvorming en uitwerking aanpak Gebiedsoverleg Monster Wateringen ’s-Gravenzande De Lier Naaldwijk Poeldijk Honselersdijk Maasdijk Kwintsheul Financiële randvoorwaarden 7.1 Normbudget voor nieuwbouw onderwijshuisvesting 7.2 Investeringsplan 7.3 Investeringsstrategie 7.4 Kostenverdeling
4 8 9 9 9 9 10 10 11 11 12 12 12 13 13 16 16 18 20 20 24 26 30 32 36 37 38 39 40 40 43 44 45
Bijlage 1 Inventarisatie en Prioritering
46
Bijlage 2 Uitvoeringsprognose
48
Rapportage Integraal huisvestingsplan | 3
1 Samenvatting Inleiding
3. Dynamisch document
Hier voor u ligt de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de periode 2023-2038. Het IHP voorziet in kaders voor onderwijshuisvesting. Een kader dat gemeente en schoolbesturen helpt in het maken van toekomstbestendige investeringsbeslissingen door o.a. rekening te houden met leerlingenprognoses, technisch- en functionele kwaliteit van de gebouwen, inhoudelijke argumenten, gebiedsgerichte strategieën en de betaalbaarheid van de exploitatie van de onderwijsgebouwen. Een integrale afweging dat zal leiden tot een toekomstbestendig scholenbestand. Aan het IHP is een Uitvoeringsplan 1 tranche 2023- 2026 gekoppeld. Dit bevat de projecten die de komende 4 jaar aan de orde komen, waarna het uitvoeringsplan uitgewerkt wordt in gebiedsgerichte businesscases. Bijvoorbeeld in de vorm van integrale kindcentra, samenwerk- en ontmoetingsscholen en tienercolleges. Zowel gemeente als schoolbesturen hebben hierbij als doel om energieneutrale scholen, en waar dit niet kan bijna energieneutrale scholen, te ontwikkelen. De gebouwen worden zo ontwikkeld dat ze rekening houden met de omgeving en zo een brede maatschappelijke rol kunnen vervullen. Hierin wordt een ononderbroken leerlijn aangeboden en vindt passend onderwijs plaats waar inclusiviteit de norm is. e
Het voorzien in voldoende robuuste en toekomstbestendige schoolaccommodaties is één van de doelen in de maatschappelijke opgave in Westland. Onderwijshuisvesting is een middel om te faciliteren dat kinderen optimaal begeleid worden in hun ontwikkeling en gestimuleerd worden om hun talenten te ontwikkelen. Hiermee vormt dit IHP een basis voor het uitwerken van het thema huisvesting uit het Lokale Educatieve Agenda (LEA). Het IHP is een samenhangend langetermijnplan voor de huisvesting van de scholen (en in een aantal gevallen hun dislocaties) voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs in de gemeente Westland. Het is gemaakt in nauw overleg met schoolbesturen in het primair en speciaal onderwijs en de gemeente. De vertegenwoordigers van kinderopvangorganisaties en overige kindpartners hebben input geleverd aan een eerste visie- en brainstormsessie (zie verslag “Kind centraal en ontwikkeling voorop” in bijlage 1 en bekijk het beeldverslag door te klikken op de playbutton.
4 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Hier is een start gemaakt voor een integrale visie die verder in het LEA traject kan worden voortgezet. Hierbij is breed nagedacht over de centrale positie van het kind en wat er nodig is om dat gezamenlijk te organiseren. Hier zijn bouwstenen opgehaald voor de visie op onderwijshuisvesting maar buiten de schoolbesturen hebben de deelnemers geen directe invloed gehad op keuze van maatregelen en scenario keuzes in dit IHP. Het IHP geeft op basis van de onderwijsbehoefte de opmaat voor een strategie per gebied.
Opzet IHP
1. G edeelde visie van gemeente en onderwijspartners Dit IHP is een gedeelde visie van gemeente, scholen op het onderwijs en het scholenlandschap van de toekomst. In het IHP staan uitgangspunten om te komen tot een goede huisvesting van het onderwijsaanbod in de gemeente.
2. D e gemeenteraad is kaderstellend De gemeenteraad neemt kennis van het IHP als richtinggevend document. De vertaling van het IHP vindt plaats in vier achtereenvolgende uitvoeringsplannen (2023-2026, 2027-2030, 2031-2034 en 2035-2038) die het college elke vier jaar, na overleg met de partners in het Op Overeenstemming Gericht Overleg, voor de komende periode vaststelt. College voert uitvoeringsplannen uit, onder voorbehoud van goedkeuring van de financiële kaders van de raad..
Omstandigheden kunnen wijzigen. Het onderwijs is dynamisch. De manier van leren verandert en dus veranderen de eisen aan onderwijsgebouwen. Het gaat dan om groei, krimp, nieuwe onderwijsconcepten en duurzaamheid. Daarom is dit IHP kaderstellend, maar voor wat betreft de leerlingenaantallen en opgaven dynamisch. De manier van werken wordt vastgelegd. Bij elke nieuwe periode van vier jaar overleggen gemeente en partners tijdig om te komen tot een nieuw uitvoeringsplan. Deze worden verder uitgewerkt in afzonderlijke business cases per huisvestingsproject. Bij het vaststellen van een uitvoeringsplan kan het college dus specifieker uitwerken van de in dit IHP beschreven scenario’s, maatregelen en prioritering binnen de kaders zoals gesteld door de gemeenteraad.
4. Strategische keuzes, wettelijke kaders en een onderbouwd investeringsprogramma Door alle partners nauw te betrekken bij het tot stand komen van dit IHP maken zij samen strategische keuzes en afspraken die aansluiten op de wettelijke kaders. Het zorgt voor een duidelijk en onderbouwd inzicht in de benodigde bekostiging en de gevolgen op de meerjarenbegroting van gemeente, onderwijs- en opvangpartners. Een meerjarige planning en een gedeelde langetermijnvisie op de instandhouding van bestaande onderwijshuisvesting helpt gemeente en besturen bij het bepalen hoe ze hun beschikbare middelen kunnen inzetten. Door belangen en wensen transparant te maken ontstaat helderheid over investeringen, haalbaarheid en beperkingen.
5. Samenhangende en integrale afweging
Klik op de playbutton
Dit IHP geeft op gemeentelijk niveau en op kernniveau een meerjarige kijk op de ontwikkeling van het onderwijs. Bij de samenhangende afspraken kunnen ook verbindingen worden gelegd met andere beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen. Zowel bij de gemeente (aansluiting bij andere belangrijke veranderingen om de integraliteit van de uit te voeren maatregelen te waarborgen) als bij schoolbesturen (afweging van investeringen in onderwijs en (huisvestings) onderhoud). Schoolbesturen maken onderling afspraken over de ontwikkeling in leerlingenaantallen en gevolgen hiervan voor de huisvesting. Gemeente, onderwijs- en kinderopvangpartners maken afspraken over de financiering van de in dit IHP genoemde huisvestingsmaatregelen.
6. Vereenvoudigde en gestructureerde aanvraagprocedure Eenmaal vastgesteld, is de uitvoering van alle maatregelen bekend en hoeft de gemeente niet te ‘wachten’ op (onverwachte) jaarlijkse huisvestingsvragen van schoolbesturen. De aanvragen worden nog wel formeel conform de geldende verordening behandeld maar omdat aan de voorzijde overeenstemming is over de (meerjarige-) huisvestingsplannen kan de inhoudelijke procedure eenvoudiger worden doorlopen.
Inhoudelijk IHP 1. Kwaliteitseisen
Binnen het IHP is het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting het beoordelingsinstrument voor de huidige gebouwkwaliteit van de Westlandse schoolgebouwen. Naast deze eisen zal er bij uitwerking van het uitvoeringsplan in de business-cases verder onderzocht worden welke eisen vanuit zorgplicht, ruimtelijke eisen, gebouwconditie (NEN2767), technische-, onderwijsinhoudelijke- en financiële- gegevens uitgangspunten geeft voor de uit te voeren maatregel.
2. Onderwijshuisvestingsbeleid Gemeenten en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor investeringen en onderhoud in de huisvesting van primair en speciaal onderwijs. In de uitwerking van de scenario’s, de voorkeursmaatregelen en prioritering is in het IHP bepaald hoe er met investeringen wordt omgegaan. In het IHP leggen gemeenten en schoolbesturen hun gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst vast en bepalen hun gezamenlijke ambitie hoe dit te bereiken en hiervoor gezamenlijk tot plannen te komen en deze te financieren. Er is zowel gemeentelijk als per kern aandacht voor de doelstellingen die de schoolbesturen hebben geformuleerd. Doordat de wetgeving wijzigt, wijzigt ook de wijze van regie op onderwijshuisvesting waardoor de schoolbesturen en gemeente gezamenlijk meer aan het stuur komen.
3. Afspraken tussen Schoolbesturen -
We stellen het kind centraal Er wordt door gemeente en schoolbesturen gezamenlijk regie gevoerd over het Uitvoeringsplan door middel van een regiegroep. Per project wordt gekeken welke partij het beste de uitwerking kan oppakken We maken robuuste scholen We investeren in kwaliteit De school in onderdeel van haar omgeving We werken samen met onze partners en Rapportage Integraal huisvestingsplan | 5
realiseren aanbod die aansluit op de vraag We geven vervolg aan de strategie voor passend- en speciaal onderwijs en een gedeelde ambitie als het gaat om Passend Onderwijs in brede zin. We formuleren in relatie tot het ondersteuningsplan met elkaar wat we verstaan onder inclusief onderwijs We integreren de opgave van de wet Meer Ruimte voor Scholen
4. Maatregelen
• Mogelijke maatregelen zijn:
- Zorgplicht nieuwbouw en uitbreiding. - Renovatie: Transformatie; - Renovatie: Upgrade; - Verduurzamen • De maatregelen worden bepaald op basis van: - de kwantitatieve gegevens zoals de leerlingenprognoses, exploitatie gegevens, omvang van de huidige gebouwen en de kwalitatieve gegevens uit het (online) kwaliteitsonderzoek, krijgt elk schoolgebouw een totaalscore toegekend; - Voor elk gebouw is een maatregel bepaald die noodzakelijk is om op efficiënte wijze het verschil op te heffen om te komen tot een robuuste huisvesting; - Het IHP is dynamisch. De uitvoerings plannen kunnen op basis van actualiteit en businesscases aangepast worden. Wanneer er geen maatregel voor een schoolgebouw is benoemd kan dat bij een volgende actualisatie wel het geval zijn.
5. Scenario’s en prioritering
• In dit IHP staat, op basis van criteria en afwegingskader, per schoolgebouw aangegeven wanneer deze in aanmerking komt voor het uitvoeren van een maatregel met bijbehorende strategie. Voor het eerste uitvoeringsplan 2023–2026 is deze prioritering en het soort maatregelen leidend. Toch kan hierbinnen gefundeerd worden afgeweken. Verandering van randvoorwaarden vereist een nieuwe businesscase op basis waarvan gemeente en betrokken partners besluiten over scenario en prioritering. Dit wordt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen gemeente en schoolbesturen (OOGO) overeengekomen en waar het de kaders van de raad raakt, opnieuw aan de raad voorgelegd;
6 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
• Voor besluitvorming over de daaropvolgende drie uitvoeringsplannen zal de in het IHP gehanteerde methodiek en prioritering geëvalueerd worden. Eventueel gewenste aanpassingen van de methodiek worden meegenomen in het tweede uitvoeringsplan (2027–2030).
6. Gebiedsstrategieën
• Schoolbesturen van het primair onderwijs hebben op basis van de afspraken en gegevens per kern een analyse gemaakt van knelpunten per onderwijslocatie in relatie tot de andere locaties in de kern en gewenste oplossingen en maatregelen geformuleerd. Ze hebben op basis hiervan een uitvoeringsstrategie opgesteld. Met het definitief vaststellen van de gebiedsstrategieën (zoals beschreven in dit IHP) worden deze leidend voor de verdere uitvoering. Ook hiervan kan voor de achtereenvolgende uitvoeringsplannen gefundeerd worden afgeweken op basis van de meest actuele cijfers en ontwikkelingen (businesscases); • Met de schoolbesturen van het speciaal onderwijs en i.v.m. passend onderwijs ook de reguliere schoolbesturen zijn soortgelijke gesprekken gevoerd, gericht op gemeentelijk niveau en de eigen specifieke situatie van elke school. Hiervoor moet eerst de pijler uit het LEA leiden tot een gezamenlijke strategie voordat de huisvesting hierop kan worden aangepast.
7. Investeringsstrategie
• In het uitvoeringsplan staan investeringen benoemd die het kader zijn voor het onderwijsdeel in de verdere uitwerking van de locatie in een businesscase. Hierin staat een verdere specificering van de exact te nemen maatregel (haalbaarheidsstudie), alsmede een project specifieke financiële onderbouwing over de bekostiging door gemeente, schoolbestuur en andere partners; • Op basis van het investeringsplan is de ambitie om het investeringsniveau te hanteren waarbij er naast nieuwbouw en renovatie ook het kwalitatief aanpassen van schoolgebouwen wordt meegenomen in het uitvoeringsplan. Hierdoor kan er door gerichte investeringen het snelst een kwaliteitsniveau worden bereikt voor alle schoolgebouwen. Dit beperkt de noodzaak om alleen te investeren in nieuwbouw wat kapitaalintensief is maar vooral een lange doorlooptijd heeft. • Voor de schoolbesturen gelden de wettelijke-
kaders wat betreft rechtmatigheid en doelmatigheid van beschikbare middelen. • Verduurzamen van schoolgebouwen wordt op termijn wettelijk vastgelegd. Het zal hierin de ambitie van de kantorenmarkt volgen is de verwachting. Dit IHP geeft ook inzicht in de verscherpte kwaliteitseisen voor schoolgebouwen als het gaat om de verduurzaming van het gebouwenbestand en houdt hier rekening mee.
8. Vervolg
• Het IHP wordt vastgesteld voor zestien jaar met vier afzonderlijke uitvoeringstrajecten: 2023-2026, 2027-2030, 2031-2034 en 2035-2038; • De doorlooptijd van de financiering is gebaseerd op deze zestien jaar en vier uitvoeringstranches. Deze periode wordt bij elke tussentijdse vaststelling weer vastgesteld voor 16 jaar. Het is hiermee een doorlopend uitvoeringsplan hetgeen telkens wordt geactualiseerd maar niet meer opnieuw hoeft te worden opgesteld;
Niet ad hoc en ieder voor zich, maar structureel en samen Werken met dit nieuwe IHP is een heel andere uitwerking van de gemeentelijke huisvestingstaken. Niet langer via een verordening ‘wachten’ op (onverwachte, jaarlijkse) huisvestingsaanvragen van schoolbesturen, maar uitgaan van een breed inzoomen op gezamenlijke verantwoordelijkheid, meerjarige onderhoudsplanning en het combineren van beschikbare middelen bij gemeente en schoolbesturen. Door goed onderhoud en tussentijdse aanpassingen zal (dure) nieuwbouw minder noodzakelijk zijn en ondersteunen de gebouwen het onderwijs.
(vervangende) nieuwbouw. Het is in deze wetgeving onduidelijk wie verantwoordelijk is voor renovatie. In nieuwe wetgeving rond de (verplichte) vaststelling van een gemeentelijk IHP is de verantwoordelijkheidsverdeling voor renovatie van gebouwen een belangrijk onderdeel. Ons nieuwe IHP loopt dus vooruit op deze wetgeving. Ook het op basis van deze nieuwe IHP verdergaand regie geven aan de schoolbesturen doormiddel van het gezamenlijk uitvoeren van het IHP maakt hier onderdeel van uit.
• Sinds medio 2021 is het, door nieuwe wetgeving, eenvoudiger geworden om nieuwe scholen op te richten. De rol van de gemeente wordt daarmee beperkt tot het verzorgen van huisvesting na (landelijke) goedkeuring van aanvragen. De onderliggende informatie in het IHP, in combinatie met vastgestelde meerjarige afspraken met en door de Westlandse schoolbesturen over de sturing op de gezamenlijke opgave, maakt een robuuste spreiding en aanbod van onderwijs in de de gemeente ook mogelijk op het moment dat nieuwe scholen zich willen vestigen.
Het IHP: • G eeft een breed gedragen inzicht in de behoefte en kwaliteit van de onderwijshuisvesting 2023-2038; • I s kaderstellend voor het overleg met de schoolbesturen over aanvraag en uitvoering van huisvestingsprojecten; • F ungeert als basis voor het uitvoeringsplan en aansluitend voor de gemeentelijke meerjarenbegroting.
• Op basis van het IHP wordt het uitvoeringsplan gemaakt. Dit plan geeft een kader voor de betreffende college periode. Voor de hierin genoemde projecten wordt een businesscase gemaakt waardoor de kaders van de ontwikkeling vooraf bekend zijn en ook de te betrekken partners worden aangehaakt. Deze businesscases hebben ook betrekking op de omliggende gebouwen en de invloed op het realiseren van een efficiënt gebouwenbestand, conform de uitgangspunten geformuleerd in dit IHP.
IHP loopt vooruit op wetgeving
• In de huidige wetgeving is geregeld dat het onderhoud (binnen en buiten) een verantwoordelijkheid is van de schoolbesturen en dat de gemeente verantwoordelijk is voor Rapportage Integraal huisvestingsplan | 7
2 Leeswijzer Dit IHP schetst eerst kort de aanleiding, gezamenlijke aanpak en de integrale benadering met het gemeentelijke beleid (hoofdstuk 3). De (wettelijke) kaders van dit beleid, de relevante landelijke- en lokale ontwikkelingen en de ambities van de kindpartners staan beschreven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 legt uit hoe de resultaten van de analyse en de visie leiden tot een strategie en aanpak. Hoofdstuk 6 laat de uitkomsten van het overleg over de gebiedsstrategie van het onderwijsaanbod zien. Dit leidt tot een overzicht van maatregelen per kern en gebouw. Hoofdstuk 7 beschrijft de indicatieve financiële consequenties van de maatregelen en de te kiezen investeringsstrategie.
3 Een geactualiseerd IHP Bijlage 1 geeft de inventarisatie weer van het onderzoek naar alle schoolgebouwen voor het PO, SBO en (V)SOin de gemeente Westland In Bijlage 2 wordt een doorkijk gegeven hoe dit kan leiden tot een uitvoeringsplan waarbij een planning in tranches wordt gemaakt op basis van prioritering, benodigde maatregelen en het resultaat van de gebiedsoverleggen. Op basis van deze uitvoeringsplanning wordt het eerste uitvoeringsplan gemaakt waarna per project een businesscase wordt opgesteld die inzicht geeft in de totale brede opgave voor de betreffende kern en waarin dan ook de mogelijkheden om tot een sleutelverdeling van kosten te komen tussen gemeente en onderwijspartners en eventuele bijkomende financiële voordelen door het combineren met andere ontwikkelmogelijkheden.
Westland ambieert groei om te voldoen aan lokale vraag naar woningen wat tot uiting komt in diverse woningbouwprojecten. Om Westland leefbaar te houden is het noodzaak ook het voorzieningenniveau op peil te houden. Groei van het aantal inwoners betekent groei van de behoefte aan onderwijs. Naast de toenemende vraag is er ook verandering in de vraag. Om in een passende onderwijsbehoefte te voorzien is de Lokale Educatieve Agenda (LEA) opgesteld. Een plan dat is samengesteld door de schoolbesturen PO en VO, kinderopvangorganisaties, samenwerkingsverbanden, de gemeente en andere kindpartners. Een volgende stap is het realiseren van een samenhangend langetermijnplan voor de huisvesting van de Westlandse scholen. Dit Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) gaat over de huisvesting van de huidige scholen, hun dislocaties en de oprichting van nieuwe scholen voor Primair Onderwijs (PO), Speciaal Basisonderwijs (SBO) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) in het Westland. Het kijkt vooruit tot 2038 en maakt stappen concreet in vier perioden van telkens vier jaar.
3.1 Aanleiding Het eerder voorgelegde IHP 2018-2033 is gehanteerd als kader voor het opstarten van nieuwe onderwijshuisvestingsprojecten. Nieuwe inzichten leiden tot de noodzaak het IHP te herijken en te kiezen voor een nieuwe, meer integrale werkwijze. De aanleiding hiervoor is: - De mogelijkheid om voor te sorteren op een wijziging van de wetgeving rondom onderwijshuisvesting waarin: o het IHP verplicht wordt gesteld; o de gemeente ook de mogelijkheid wordt geboden te kiezen voor renovatie als alternatief voor nieuwbouw; o meer mogelijkheden worden gecreëerd voor het investeren in vastgoed door schoolbesturen. - De kindpartners hebben een visie ontwikkeld die breder inzetten van onderwijshuisvesting mogelijk maakt maar ook leidt tot meer inhoudelijke samenwerking in en tussen scholen in een kern of gebied. - De LEA maakt een betere verbinding mogelijk tussen inhoudelijke kwaliteitsverbetering en een gezamenlijke strategie rond het kind. Dit geeft noodzaak en kansen om beter toegeruste huisvesting te ontwikkelen die aansluit op de inhoudelijke visie. - Door de verbeterde samenwerking kan er beter worden gestuurd op een robuuste huisvesting, passend en efficiënt. - De mogelijkheid om het risico van desinvesteringen te verkleinen door vernieuwingsopgaven en capaciteitsuitbreidingen integraal te onderzoeken, te bespreken en vast te stellen.
3.2 Gezamenlijke aanpak 3.2.1 Kwaliteit van onderwijs Klik op de playbutton
Schoolbesturen zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Huisvesting speelt een belangrijke rol in de kwaliteit van het onderwijs en de gemeente Westland is daar verantwoordelijk voor. De gemeente vindt het belangrijk dat elk kind zijn of haar talenten volledig kan ontwikkelen en subsidieert scholen, instellingen en organisaties die dit mogelijk maken. De gemeente en schoolbesturen en overige kindpartners hebben de afgelopen jaren intensief overlegd om ook de Lokale Educatieve Agenda te actualiseren. Vertegenwoordigers vanuit de
8 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Rapportage Integraal huisvestingsplan | 9
4 Uitgangspunten 3.2.3 Integrale benadering kinderopvang en de samenwerkingsverbanden zijn deelnemer aan de invulling en uitvoering van deze gezamenlijke onderwijsagenda. Dit IHP laat ruimte om ook op gebied van onderwijshuisvesting de samenwerking te versterken door projecten meer integraal voor te bereiden. In hoofdstuk 4.4 is dit nader toegelicht.
3.2.2 Kwaliteit van onderwijshuisvesting In navolging op het voorgaande IHP 2018-2033 zijn diverse projecten beschikt en opgestart. Deze projecten vormen samen met de bestaande schoolgebouwen de basis voor het creëren van een een robuust huisvestingsaanbod per kern. De gemeente Westland heeft in het verleden vaker gebruik gemaakt van een integraal huisvestingsplan om haar beleid ten aanzien van haar wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting te structureren. Het plan geeft inzicht in de behoefte en kwaliteit van de schoolgebouwen, en is kaderstellend voor het overleg met de schoolbesturen. Dit IHP en het komende Uitvoeringsplan met de scope van 4 jaar dient als onderlegger voor de gemeentelijke meerjarenbegroting. Deze actualisatie die mede door de schoolbesturen is ontwikkeld vanuit hun visie op onderwijshuisvesting, zal een extra impuls geven zodat de strategie inhoudelijk en kwalitatief aansluit bij de behoefte van alle scholen. Daarbij is het ook een instrument waarmee op kwaliteit en betaalbaarheid wordt gestuurd om een zo robuust mogelijk scholenbestand te realiseren. Passend in de omgeving en rekening houdend met de maatschappelijke ontwikkelingen in de verschillende kernen.
Gezamenlijke ambities De gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties hebben een brainstorm gehouden op het gebied van onderwijs, zorg, samenwerking en een professionele en kwalitatieve werk- en leeromgeving geformuleerd. Dit heeft geleidt tot de ontwikkeling van de Lokaal Educatieve Agenda Onderwijs 2022-2025 en hierdoor ook tot een gezamenlijke visie op een robuuste onderwijs gebouwenbestand in het Westland.
Het ontwikkelen van onderwijshuisvesting is geen losse activiteit, maar onderdeel van de ontwikkeling van het Westland en de kern/wijk waar de school staat. Dit IHP voorziet in een integrale werkwijze die past bij de diverse ontwikkelingen in de kernen. Onderwijshuisvesting zal met vaststelling van dit IHP meer en meer de rol krijgen als wijkvoorziening in plaats van de klassieke gangenschool zonder flexibiliteit in onderwijsconcept. Het gaat in het bijzonder de leefwereld van het kind van 0—12 jaar. De overgang van opvang naar het basisonderwijs en de al of niet via speciaal onderwijs doorgaande leerlijn naar het VO. Hierin kan een IKC (0-12) of een Tienercollege (0-16) een belangrijke rol spelen. Maar de belevingswereld van het kind stopt niet bij het onderwijs. De beleving op school en in de buitenlucht, de activiteiten en de mogelijkheid om te bewegen en te sporten zijn net zo belangrijk. Daarnaast biedt de school ook de buitenruimte en een mogelijkheid voor het ontplooien van activiteiten in de avond. De connectie met instellingen en verenigingen in de buurt zijn tevens belangrijk om een kwalitatief goede (leer) omgeving voor het kind te creëren. In dit IHP geven we deze bouwstenen, maar in de 4-jaarlijkse uitvoeringsplannen, wat volgt als deze ambitie wordt omarmt, is uitgewerkt op welke wijze dat georganiseerd kan worden.
Het IHP legt de basis voor de werkwijze, toont de ambities, de financiële verwachting en de te verwachten investeringen voor de komende 4 jaar.
Uitgangspunt voor het IHP zijn de wettelijke kaders, de te verwachten aanpassingen van het wettelijk kader, het ambitieniveau en beleidsuitgangspunten. Een overzicht. 4.1 (Wettelijk) kader Zorgplicht De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting op haar grondgebied. Dit staat in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de Expertise Centra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). De gemeente heeft deze wet vertaald in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Westland 2015.
Jaarlijkse aanvragen Schoolbesturen kunnen jaarlijks aanvragen bij de gemeente indienen voor: • (Vervangende) nieuwbouw; • Uitbreiding; • Eerste inrichting (inventaris en leermiddelen); • Schade als gevolg van constructiefouten; • Schade als gevolg van bijzondere omstandigheden.
Eigendom De onderwijswetgeving gaat er van uit dat het (juridisch) eigendom van schoolgebouwen bij het schoolbestuur ligt, tenzij het schoolbestuur en gemeente anders zijn overeengekomen. Op schoolgebouwen die zijn bekostigd met overheidsmiddelen rust een economisch claimrecht ten gunste van de gemeente. Dit houdt in dat een schoolbestuur zijn gebouwen niet mag bezwaren of verkopen en dat het schoolbestuur bij beëindiging van het onderwijsgebruik het onderwijsgebouw en -terrein om niet overdraagt aan de gemeente.
Gebouwonderhoud De verantwoordelijkheid voor het volledige gebouwonderhoud, als ook aanpassingen aan een schoolgebouw, ligt volledig bij de schoolbesturen (voortgezet onderwijs sinds 2005, primair onderwijs sinds 2015). De schoolbesturen ontvangen voor deze verantwoordelijkheid rechtstreeks bekostiging van het rijk. Het is in een eerder onderzoek onder de schoolbesturen in het Westland aangetoond dat deze bekostiging onvoldoende is. Mede hiervoor zijn de maatregelen uitgebreid ook om de exploitatie en onderhoudssituatie te verbeteren.
Kwaliteitseisen onderwijshuisvesting Er zijn verschillende wettelijke eisen en richtlijnen waaraan schoolgebouwen moeten voldoen: • Beschikbaarheid vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling (zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO1 ); • Bouwbesluit; • Wet Milieubeheer; • Onderwijswetgeving: schoolbesturen moeten hun gebouwen behoorlijk onderhouden.
Duurzaamheid, van BENG naar ENG en aardgasvrij Duurzaamheid is een centraal thema in de samenleving. Duurzame ontwikkeling sluit aan op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Het streeft naar evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Voor alle nieuwbouw geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie-neutrale gebouwen (BENG). Er komt een nieuwe beoordelingsrichtlijn (NTA 8800) voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw. BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit Europese richtlijnen. De BENG-eisen vervangen en verscherpen de huidige energieprestatie coëfficiënt (EPC) uit de omgevingsvergunning. Als resultaat van het Klimaatakkoord zet Nederland in op een energiezuinige samenleving, met in 2050 een reductie van 80% CO2 ten opzichte van het referentiejaar 1990. Vanuit de Energieagenda krijgen gemeenten de regierol in deze transitie van de warmtevoorziening, om te komen tot lokale (onder andere wijkgerichte) en regionale energietransitie plannen. Elke gemeente dient daarvoor uiterlijk 2021 een plan in te dienen voor een transitie naar aardgasvrije verwarming van de gebouwde omgeving - dus ook scholen.
De gemeente heeft hiervoor in samenwerking met de regio Rotterdam Den Haag de RES 1.0 opgesteld. Lokaal is dit vertaald in de Warmtevisie Westland. Per onderwijshuisvestingsproject wordt onderzocht welke concrete maatregelen in het kader van de (warmte)transitie mogelijk zijn. Nieuwe energie-eisen, voorbereidt op de toekomst In dit geactualiseerde IHP hanteren we de aangescherpte energie-eisen en realiseren hiermee energieneutrale scholen. Dit sluit aan bij de landelijke, lokale en regionale ambitie voor de energietransitie.
1) https://wetten.overheid.nl/BWBR0008562/2014-01-01
10 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Rapportage Integraal huisvestingsplan | 11
4.4 Afspraken tussen kindpartners Ook wordt binnen Westland ingezet op het circulair aanbesteden van opdrachten. Dit is onderdeel van de omgevingsvisie 2.0, Visie op Westland.
We integreren de opgave van de wet Meer Ruimte voor Scholen De Wet Meer Ruimte voor Scholen maakt het eenvoudiger om een school te starten. Dit betekent dat er vaker een schoolbestuur zich zal melden voor de opstart van een nieuwe school. Dit vraagt om ook op kleinere schaal, dus mogelijk minder robuust, de mogelijkheid om scholen te huisvesten binnen de gemeentegrenzen.
Status nieuwe IHP De onderwijswetgeving gaat momenteel uit van een jaarcyclus en voorziet niet in de mogelijkheid van een financiële meerjarenplanning. In de praktijk blijkt echter dat zowel gemeente als schoolbesturen hieraan juist wel behoefte hebben. Ondanks dat een IHP nog geen juridische status heeft, is het op verschillende manieren wel mogelijk om aan een door de gemeenteraad vastgesteld IHP consequenties te verbinden voor de fasering van de uitvoering en de investeringskosten. Dit kan door het IHP juridisch te verankeren in de gemeentelijke verordening. Met de voorgenomen wetswijziging wordt deze werkwijze wel wettelijk vastgelegd. Met dit IHP loopt de gemeente Westland hier op vooruit en is men voorbereid op toekomstige wetgeving en heeft men hier een gedragen visie op kunnen vormen.
4.3 Lokale Educatieve Agenda
We staan voor goede begeleiding in de kinderopvang en het basisonderwijs om onze kinderen de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. Om te definiëren wat bijdraagt aan een vitale locatie, werken wij vanuit onze gezamenlijke kindvisie.”
4.3.1 Onderwijshuisvesting
4.3.2 Pijlers Onderwijshuisvesting
In het LEA is Onderwijshuisvesting als volgt benoemd. Het voorzien in voldoende adequate en toekomstbestendige schoolaccommodaties is één van de doelen in de maatschappelijke opgave in Westland. Adequate en passende onderwijshuisvesting is een middel om te faciliteren dat kinderen optimaal en eenduidig begeleid worden in hun ontwikkeling en gestimuleerd worden om hun talenten te ontwikkelen. In 2022 wordt de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan voor de periode 2022-2037 opgeleverd. In het plan wordt op basis van de leerlingenprognoses, kwaliteitsmeting, inhoudelijke argumenten, gebiedsgerichte strategieën en de betaalbaarheid van de exploitatie van de onderwijsgebouwen besloten over de nieuwbouw, grotere verbouwingen, aanpassingen en verduurzamingsprojecten. Dit leidt tot een uitvoeringsplan waarbij de uitwerking van de projecten gezamenlijk met besturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente wordt gemaakt. Bij voorbeeld in de vorm van integrale kindcentra, samenwerk- en ontmoetingsscholen en tienercolleges. Zowel gemeente als schoolbesturen hebben hierbij als doel om energie-neutrale scholen, (en waar dit niet kan bijna energieneutrale scholen), te ontwikkelen die een brede maatschappelijke rol vervullen. Hierin wordt een ononderbroken leerlijn aangeboden en vindt passend onderwijs plaats waar inclusiviteit de norm is.
In de toekomstige situatie ontstaan schoolgebouwen waarbij meerdere functies in een gebouw samengevoegd worden en die elkaar versterken.
Het programma onderwijshuisvesting van het LEA geeft de volgende pijlers: • Duurzaamheid: gezonde schoolgrootte met zo min mogelijk dislocaties, natuurlijker gebouwen met een groene omgeving die ook meer bewustzijn bij de kinderen stimuleren. • Bewegen: goede facilitering van sport en spel, onderwijs dat ‘bewegen’ vormgeeft. • Fysieke ruimte: voldoende m2 beschikbaar stellen voor BSO, passend onderwijs en bewegend leren, maar ook meer ruimte binnen de regelgeving, meer beleving in het gebouw. • Maatschappelijk: buurtfunctie, oud en jong in het gebouw: breder aanbod in de school. • Continuïteit bieden: van 0-12 en van 12-20 en ook consequent blijven in de invulling daarvan. • Ruimte voor differentiatie richting het individuele kind: dus diversiteit van de kinderen vraagt om andere soorten ruimte dan enkel een klaslokaal. • Integreren van het gebouw en het gebruik ervan in de leefomgeving scheelt kosten en geeft een gezamenlijke verantwoordelijkheid met omwonenden. • Vereersveiligheid en parkeermogelijkheden voor halen en brengen: aandachtspunt bij het ontwikkelen van scholen en nieuwbouwwijken.
4.2 Nieuw (wettelijk) kader Wetsvoorstel op initiatief van; PO/VO-Raad en VNG De PO-raad, VO-raad en VNG hebben samen voorstellen uitgewerkt en aangeboden aan het kabinet. Zij stellen voor om drie, onderling met elkaar samenhangende wetswijzigingen door te voeren: 1. Neem in de wet de voorziening ‘renovatie’ op als alternatief voor vervangende nieuwbouw (upgrade/renovatie is een ingreep die de levensduur van een schoolgebouw met minimaal twintig jaar verlengt en het gebouw weer laat voldoen aan de geldende eisen van het Bouwbesluit). De voorziening renovatie krijgt een juridische status; uitgangspunt is dat schoolbesturen en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn en bijdragen in de financiering. Gemeente en schoolbestuur kunnen hierdoor, als een gebouw aan het einde van de levensduur is, het schoolgebouw renoveren in plaats van slopen en herbouwen. Dit is duurzamer en maakt betere afstemming van de onderhoudsplanning van schoolbesturen en een efficiënte exploitatie mogelijk; 2. Hef het verbod op voor schoolbesturen in het primair onderwijs om te investeren in huisvesting (zoals al eerder is gedaan voor het voortgezet onderwijs); 3. Neem in de wet op dat gemeenten een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) vaststellen, waarvan de eerste vier jaar juridisch verplichtend zijn.
Zo krijgen schoolbesturen en gemeenten meerjarig inzicht krijgen in de benodigde investeringen. De voormalig (demissionair) minister Slob heeft op 21 december 2021 de tweede kamer een brief gestuurd waarin ze het beleidskader heeft uitgelegd om tegemoet te komen aan het voorstel van PO/ VO Raad en VNG en dit in nieuwe wetgeving vast te leggen. 12 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Hierbij kan gedacht worden aan sport, een bibliotheek maar ook een huis van de buurt-functie of jeugdhulp. Samenvoeging geschiedt alleen als er een duidelijke toegevoegde waarde voor het kind is aangetoond. In businesscases wordt samen met de schoolbesturen, de kinderopvangorganisatie en andere partners de mogelijkheden per gebied onderzocht. Schoolgebouwen en schoolpleinen worden voor zowel schoolbestuur en gemeente breder inzetbaar. Dat gaat bijdragen aan een gezondere exploitatie van het schoolgebouw. De financiële middelen die worden uitgespaard worden 1 op 1 ingezet voor andere onderwijsdoeleinden.
De onderwijspartners, kinderopvang en gemeente (kindpartners) zijn ter voorbereiding op het IHP samen in gesprek om duidelijke doelstellingen te formuleren op welke wijze het investeren in onderwijshuisvesting succesvol is. De doelen zijn hieronder geformuleerd maar dat wil niet zeggen dat er niet meer, eventuele lokale, doelen kunnen worden behaald gaandeweg de uitvoering.
We stellen het kind centraal We stellen het kind centraal in onze huisvestingsstrategie. Het aanbod van onderwijsconcepten, het maatwerk per leerling en de daarbij behorende zorg en de ligging en omgeving van de schoolgebouwen zijn factoren die daar een rol bij spelen. Dit komt tot uiting in de diversiteit van uit te voeren maatregelen, de strategie per kern en de ondersteuning van het passend- en speciaal onderwijs.
We nemen samen regie op het Uitvoeringsplan
Om hier richting aan te geven zullen deze pijlers worden meegenomen en beoordeeld worden in de businesscase die voor afgaand aan elk project wordt opgesteld. In dit IHP richten we ons op de investeringen in het onderwijsgedeelte.
Na vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan zal per kern een strategie worden bepaald. Een strategie waarbij de vernieuwingsopgaven en noodzakelijke uitbreidingen in capaciteit goed op elkaar zijn afgestemd. Het Uitvoeringsplan voorziet in de projecten die in tranches van 4 jaar te verwachten zijn. De gemeente en schoolbesturen treden in overleg op welke wijze regie wordt gevoerd over de betreffende opgave. Ieder vanuit haar eigen verantwoordelijkheid. Voor deze samenwerking wordt een regiegroep opgericht met vertegenwoordiging van gemeente en schoolbesturen. Door samen op te trekken kunnen investeringen gekoppeld worden, waardoor het kan lonen investeringen naar voren te halen en andere investeringen uit te stellen. Na vaststelling van het uitvoeringsplan worden businesscases opgesteld. De businesscase is een kernbrede verkenning naar aanleiding van een project. Vragen als: hoe groot moet de school worden? voor welke functionaliteiten moet de school geschikt zijn? en wat is de impact op andere scholen?, worden in de businesscase fase beantwoord. Na helderheid over de opgave (businesscase) wordt de raad gevraagd krediet vast te stellen.
Middels het Uitvoeringsplan is reeds ruimte gecreëerd, maar aanvullend benodigd krediet is niet uit te sluiten aangezien in de businesscase-fase helder wordt welke ruimtelijke investeringen nodig zijn naast de investering in het schoolgebouw.
Rapportage Integraal huisvestingsplan | 13
We maken Robuuste scholen Robuuste scholen zijn scholen die passend zijn voor het leerlingaanbod zowel per schoolgebouw als voor het aanbod per kern. Dit betekent dat er in hoofdlocaties geïnvesteerd wordt en tijdelijke huisvesting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dat vergt flexibiliteit en samenwerking. Ook het afstemmen van het onderwijsaanbod met diversiteit in concepten speelt hierin een rol. Robuust bouwen betekent dat we flexibel en duurzaam bouwen. We willen kunnen meebewegen, mee-ademen, met wat zich aandient tijdens het ‘leven’ van het gebouw en wat we niet (goed / helemaal) kunnen voorspellen. Het gaat hierbij om verschillende ontwikkelingen: • Voortschrijdend inzicht en veranderende opvattingen rondom het leefklimaat en de veiligheid van gebouwen en buitenruimtes en de duurzaamheid • Maatschappelijke opdracht aan het onderwijs wijzigt en / of een andere samenstelling van de populatie wat kan leiden tot andere onderwijsconcepten met ander ruimtegebruik. Denk aan inclusiviteit / passend onderwijs in de brede zin van het woord. • Verschuivingen in de pedagogisch-didactische uitgangspunten die kunnen leiden tot ander ruimtegebruik. • Buitenruimtes serieus nemen als onderdeel van onderwijsruimte. • Verschillende werkruimtes voor ambulante medewerkers. • Demografische ontwikkelingen met meer of minder leerlingen tot gevolg.
Werken vanuit een drietrapsraket: zorgen voor ademruimte in het gebouw maar ook modulair bouwen, lokalen erbij, daarna dislocatie / gebouwen ruil. Bij minder ook: anders kunnen benutten van ruimtes. • De gebouwen geschikt en toegankelijk maken voor andere maatschappelijke organisaties
We investeren in kwaliteit Deze actualisatie geeft inzicht in de kwaliteit van alle schoolgebouwen. Dit geeft de mogelijkheid te sturen op kwaliteit in plaats van enkel te kijken naar de leeftijd van een gebouw. Immers, oude gebouwen zijn niet per definitie slecht. Op deze manier bereiken we eerder een goede basiskwaliteit voor alle scholen. Daarmee wordt voorkomen dat het gebouw waarin je werkt of les krijgt een negatieve factor is in de ontwikkeling van de leerlingen. Elk gebouw moet voldoende zijn qua kwaliteit, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Een fris binnenklimaat is hierbij van groot belang. Om die 14 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
reden zal het kader Frisse Scholen B voor alle nieuwbouwscholen worden gehanteerd en waar haalbaar ook bij renovatie. De functionaliteit is afgestemd op het onderwijsconcept en ondersteunt het personeel in de diverse taken die ze hebben. Door de toe te passen maatregelen moet het voor de schoolbesturen mogelijk zijn de schoolgebouwen te beheren en te exploiteren zoveel als mogelijk binnen de rijksbekostiging die zij daarvoor ontvangen. Het nemen van maatregelen is daarvoor een goede impuls, maar lost niet per definitie de discrepantie tussen rijksbekostiging en exploitatie op. Per maatregel worden de effecten op de exploitatie in beeld gebracht wat ook ruimte biedt voor een gesprek over de bijdrage van schoolbesturen op basis van de exploitatiebesparing. We realiseren dit niet alleen bij de nieuwbouwprojecten, maar ook bij de bestaande gebouwen.
We verduurzamen onze scholen Uitgangspunt voor nieuwbouw en (voor zover het gebouw het technisch en financieel-economisch toelaat) bij renovatie een energieneutraal gebouw (ENG). Nieuwbouw en renovatie zijn natuurlijke momenten om te investeren verduurzamen en daarmee meer kosten efficiënt dan investeringen tijdens de exploitatieperiode. Nieuwbouw gaat bijvoorbeeld minimaal 50 jaar mee. Een gebouw dat in 2025 wordt gerealiseerd zal dus op zijn vroegst in 2075 afgeschreven zijn, terwijl er in 2050 al sprake moet zijn van 95% CO2 neutrale voorzieningen. Hierbij is ook het exploitatievoordeel voor de gebruikers een bron om deze meerkosten (gedeeltelijk) te dekken. In de nieuwe wetgeving wordt het mogelijk om af te wijken van het investeringsverbod voor schoolbesturen zoals dat momenteel nog geldt. De schoolbesturen zijn bereid de investeringsruimte te nemen die hen wettelijke gegeven is.
als het welzijnsbeleid. Maar ook de verbinding met verenigingen en andere organisaties zijn daarvoor nodig. Voordat overgegaan wordt tot een investering zal dit nader worden onderzocht in de businesscase fase. Die fase vraagt tijd en om die reden is het IHP van groot belang om tijdig inzicht te krijgen in de te verwachten projecten.
We werken samen met onze partners en realiseren aanbod die aansluit op de vraag Met onze partners kijken we bij en investering op welke wijze de kansen en knelpunten van de opgave kunnen worden meegenomen. Dat kan door die concepten te ontwikkelen waar behoefte aan is en aanvullend op het aanwezige aanbod. Samen met de omgeving te kijken of er voorzieningen kunnen worden gedeeld. Met de betreffende schoolbesturen door het combineren van vraag naar diverse onderwijsvormen een samenwerkingsschool op te zetten of dit in de doorgaande leerlijn te realiseren in bijvoorbeeld een tienercollege. Hierbij is een breed kindaanbod door bijvoorbeeld een brede school of IKC een gegeven.
We geven vervolg aan de strategie voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en Cluster IV De differentiatie binnen het SBO en Cluster IV wordt veelal op grond van de ondersteuningsvraag of de specifieke beperking vormgegeven. Dit is nodig omdat eigenlijk alle kinderen die binnen deze vorm van het onderwijs deelnemen eigen ontwikkelbehoeften hebben. Het Samenwerkingsverband PO Westland (SPOW) heeft onderzoek gedaan naar de totstandkoming van een Sentrum “de rode paprika”. Inmiddels is het Sentrum als innovatiegroep van betrokken professionals actief.
In het originele plan werd er voor een fysieke vorm van Sentrum gepleit. In een fysiek Sentrum worden kinderen van het SO en SBO, samen met de schil aan ondersteunende begeleiders, in een gebouw ondergebracht. Inmiddels is er besloten om geen fysiek Sentrum in te richten, maar om de kennis en expertise in de scholen te brengen. Docenten en professionals uit de jeugdketen ontmoeten elkaar en werken aan onderwijsvernieuwing waarbij gezocht wordt naar meer inclusie en dwarsverbanden tussen de doelgroepen. Met de afspraken in het LEA wordt een vervolgstap in de oprichting van een Sentrum. Dit betreft dan de ontwikkeling van een denktank waar vanuit vormen van gemengd onderwijs worden ontwikkeld en op bestaande locaties worden uitgevoerd. Mede op basis van het lopende onderzoek “Passend Netwerk” van het SPOW wordt er een onderwijsaanbod ontwikkeld passend bij de opgave. Het LEA stelt onder het 3e programma “Voor iedereen een passende plek en passende ondersteuning” als 6e pijler een gedeelde ambitie voor als het gaat om Passend Onderwijs in de breedste zin.
Hierin formuleren we in relatie tot het ondersteuningsplan met elkaar wat we verstaan onder inclusief onderwijs: hoe willen we dat Passend Onderwijs op de scholen in Westland vorm krijgt? En wat is nodig vanuit besturen, gemeente en SWV om dit te realiseren? De actualisatie van het IHP houdt in dit geval in dat we een gebouwgerelateerde maatregelen opnemen in het plan en een budget om dit te realiseren, maar dat we de uiteindelijke ingreep pas doen als de bovenstaande strategie bekend is.
De school is onderdeel van haar omgeving De plaats waar een school staat, het aanbod in de school maar ook van haar omgeving is voor elke school zo optimaal mogelijk. Of de school speelt een rol in het aanbod voor een kern, zoals doormiddel van het Huis van de Buurt, of in de omgeving van de school bevinden zich voldoende voorzieningen. Dit kan betekenen een bibliotheekvoorziening in de school, maar ook door welzijnsvoorzieningen te binden aan een school. Maar ook voldoende sportvoorzieningen en een gebouw dat bewegen stimuleert. Hiervoor is een intensieve samenwerking nodig met diverse disciplines binnen de gemeente. Met zowel sport, openbare ruimte, stedenbouw en verkeer Rapportage Integraal huisvestingsplan | 15
5 De werkwijze KWALITEITSKADER HUISVESTING
Om te komen tot dit IHP hebben gemeente en schoolbesturen een onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit en instandhouding van de onderwijshuisvesting. De resultaten van dit onderzoek zijn in beeld gebracht en op basis hiervan zijn prioriteiten gesteld (Bijlage 2). Er is een overzicht gemaakt van gewogen prioritering en er is per schoolgebouw aangegeven wanneer het in aanmerking komt voor het uitvoeren van een maatregel met bijbehorende strategie en investering (bijlage 3). Voor het eerste uitvoeringsplan (2023-2026) is dit in principe leidend, maar bij de voorbereiding van de genoemde projecten kan hierbinnen nog afgeweken worden. Bij de voorbereiding van de daaropvolgende drie uitvoeringsplannen, vindt evaluatie plaats van zowel de prioritering als gekozen maatregel/voorkeurscenario. Hierin kunnen vervolgens, op basis van een aanvullende methodiek, aanpassingen plaatsvinden.
1. Waarom
Kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het Funderend Onderwijs
‘Bouwen aan de wereld van morgen’ Werkversie 2021
Daarnaast is er een Efficiëntiemeting. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie over huisvestingsbehoefte, leerlingenprognoses en exploitatiekosten (onder andere energie en onderhoud).
5.1 Methodiek: Gezamenlijke aanpak De gemeente en schoolbesturen hebben het proces om te komen tot uitvoering van het IHP met elkaar vastgesteld. Hierin worden gezamenlijk de stappen doorgenomen De methodiek van dit IHP werkt als volgt: 1. Inventariseren en prioriteren Als basis van de inventarisatie wordt er een Kwaliteitsmeting gedaan. De kwaliteit van de bestaande schoolgebouwen is aan de hand van het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting geanalyseerd. Dit is een instrument om de basiskwaliteit van schoolgebouwen vast te stellen bij nieuwbouw en bestaande bouw. Het laat daarmee ook zien waar deze basiskwaliteit uitstijgt boven de wettelijke minimumeisen uit het Bouwbesluit. Dit kwaliteitskader is ontwikkeld door Ruimte OK met en door het onderwijsveld en de onderwijskoepels PO/VO raad en de VNG. Er is gebruik gemaakt van een systematische Excel-invulvragenlijst en een online enquête voor de gebruikers van de gebouwen. Deze enquête is in de basis ontwikkeld in samenwerking met de TU Eindhoven en gebaseerd op de NEN 8021:2014. De uitkomsten hiervan zijn voorgelegd aan de schoolbesturen.
16 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Prioritering De verkregen informatie is verwerkt tot een totaallijst welke als Bijlage 1 is toegevoegd. Het geeft een overzicht van de scores op zorgplicht, kwaliteit en efficiëntie waarmee in de verdere uitwerking doelgericht oplossingen kunnen worden ontwikkeld om te voldoen aan deze drie aspecten. 2. Maatregelen Met de opgehaalde inzichten is vervolgens per gebouw bepaald welke maatregelen nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen. Dit kan naar gelang de inzichten uit de inventarisatie nieuwbouw zijn maar ook renovatie gelijk aan nieuwbouw (transformatie) of een gerichte investering wat leidt tot een upgrade van het gebouw. Een gebouw met een hoge prioriteit hoeft dus niet altijd nieuwbouw te hebben. Het beschikbare onderwijshuisvestingsbudget bepaalt hoe snel alle gebouwen op het gewenste kwaliteitsniveau komen, waarbij de volgorde van aanpak hoofdzakelijk wordt bepaald door de prioriteitenlijst; 2) https://www.ruimte-ok.nl/sites/default/files/2021-05/ Kwaliteitskader_Huisvesting_2021.pdf
3. Gebiedsoverleg In gebiedsoverleggen worden de gebouwen met hun prioriteit bekeken in de context van een gebied. Het kan hierbij dat de volgorde van uitvoering veranderd omdat ontwikkelingen in een bepaalde kern de versnelling van een investering vraagt of omdat er meerdere knelpunten beter gezamenlijk kunnen worden opgepakt in plaats van door individuele investeringen over een langere periode. In het IHP is elke kern besproken in zo’n gebiedsoverleg en is er dus naar de huidige inzichten een plan voor elk gebouw gemaakt. Dit is de laatste stap van het IHP, de uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsplan. Het gebiedsoverleg leidt tot het opstellen van een Uitvoeringsplan. Het IHP bestrijkt zestien jaar, verdeeld over vier afzonderlijke uitvoeringsplannen van telkens vier jaar (2023-2026, 2027-2030, 2031-2034 en 2035-2038). De uitvoeringsplannen zijn dynamisch, omdat ook de vraag dynamisch is. Het eerste uitvoeringsplan (2023-2026) wordt gedeeld en voor akkoord voorgelegd aan de raad. Dit uitvoeringsplan en de daaropvolgende drie uitvoeringsplannen (2027–2038) worden 2-jaarlijks geëvalueerd en geoptimaliseerd; 4. Begroten De budgetten volgend uit het uitvoeringsplan worden opgenomen in de meerjarenbegroting, middels de gemeentelijke begrotingscyclus.
Deze wordt aangeboden aan de gemeenteraad om hiermee de investeringsbegroting vast te stellen voor de komende 4 jaar zodat de geprioriteerde projecten kunnen worden voorbereid. 5. Businesscase Voor de projecten in het uitvoeringsplan wordt een businesscase gemaakt. Hierin worden alle aspecten voor het ontwikkelen van de maatschappelijke (kind)voorziening bij de voorbereiding betrokken. Dat betekent ook de mogelijkheid voorzieningen in een kern te integreren, de gevolgen voor de capaciteit in een kern maar ook de ruimtelijke en verkeerskundige inpassing. Hiermee kan de raad tot ontwikkeling van een volledig en integraal project besluiten;
2. Wat
3. Waar en welke?
4. Wanneer?
5. Uitwerking Businesscase
6. Uitvoering
6. Krediet en uitvoering. De uitkomsten van de businesscase worden voorgelegd aan de raad met de vraag het benodigde krediet voor de uitvoering te voteren. Waarna de uitvoering kan starten. Rapportage Integraal huisvestingsplan | 17
5.2 P lanvorming en uitwerking aanpak Planvorming per vier jaar Planvorming geschiedt telkens voor periode van vier jaar (2023-2026) met een meerjaren doorkijk over een periode van totaal 16 jaar (2027-2038). Hiermee is de aanpak in lijn met de te verwachten wetgeving (op basis van akkoord PO/VO raad en VNG). Het op basis van dit IHP te ontwikkelen uitvoeringsplan wordt besproken tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg, vastgesteld door de gemeenteraad en gehecht aan de verordening.
Sturing op (continue verbeterde) data Deze aanpak heeft als voordeel dat de investeringen in maatregelen starten vanuit een nulmeting, gezamenlijk worden opgesteld en het resultaat gemeten kan worden. Ook worden ook de leerlingenprognoses bij elke actualisatie scherper en kan er dus een telkens ook een verbeterde investeringsstrategie worden bepaald. Daarnaast worden afwijkingen in de gegevens gesignaleerd voor ze worden doorgevoerd. Er gaat dus een continu lerend effect vanuit.
Uitvoeringsplan Het uitvoeringsplan volgt idealiter de termijnen van het college, zoals nu het geval zal zijn. Halverwege deze periode wordt de voortgang gerapporteerd en wordt de data die de onderbouwing van de strategie vormt geactualiseerd voor de meerjarenplanning. Hiermee is het geheel opstellen van een nieuw IHP niet meer nodig, maar worden de Uitvoeringsplannen geactualiseerd. Wel wordt het IHP geactualiseerd als aanvullende beleidswensen ontstaan of de aanpak om een wijziging vraagt.
2021
Raad: vaststellen werkwijze IHP Raad begroting 2023: uitvoeringsplan 1e tranche 2023-2026 (uitvoering 2022 is lopend op basis van recente beschikkingen)
2024
Actualiseren IHP EN UVP
2026
Voorjaarsnota uitvoeringsplan 2027-2030
2028
Actualiseren IHP EN UVP
2030
Voorjaarsnota uitvoeringsplan 2031-2034
2032
Actualiseren IHP EN UVP
2034
Voorjaarsnota uitvoeringsplan 2035-2038
18 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
Deze rapportage leidt tot een uitvoeringsplan voor een periode van 4 jaar. Deze is gereed voor de begroting 2023 ter besluitvorming voor het eerste volledige begrotingsjaar van de nieuwe gemeenteraad. Onderdeel hiervan is het maken van een businesscase per investering of een combinatie van diverse aan elkaar gerelateerde investeringen. Dit plan bevat: - De geplande projecten 2023-2026 - Organisatorisch structuur - Financiële onderbouwing - Besluitvormingsproces Het uitvoeringsplan wordt gaandeweg verrijkt en bijgesteld als de businesscases ter besluitvorming aan de Raad worden voorgelegd voor het voteren dan wel bijstellen van krediet. Dit IHP is dus niet een compleet en uitgewerkt Uitvoeringsplan, maar een notitie waar uitleg wordt gegeven over bovengenoemde werkwijze en processen en wordt een budgetraming bepaald. Het Uitvoeringsplan bevat een budgetbepaling en de businesscase geeft aan welk investeringskrediet daarbij hoort. Deze bevat namelijk naast de onderwijscomponent ook de investering van overige partners en in het openbaar gebied.
- Kinderopvang, VVE en Buitenschoolse opvang, al dan niet in IKC vorm; - Andere maatschappelijke partijen; - Beheer- en exploitatie afspraken en kostenverdeling; - Gebiedsontwikkeling en het combineren van projecten; - Verkeerskundige inpassing onderwijslocaties; - Stedenbouwkundige- en bestemmingsvoorwaarden; - Verduurzamen en verbeteren bestaande gebouwen; - Investeringsplan; - Eigen bijdrage in verband met exploitatie besparende investeringen en specifieke wensen; Door structureel de plannen in een vast format voor te bereiden, is eenvoudig terug te vinden welke besluiten er zijn genomen en op welke wijze de kaders en financiële onderbouwing tot stand zijn gekomen. Elke businesscase geeft zo informatie voor een volgende. De businesscase is de eerste stap in de projectvoorbereiding. Door deze aanpak worden faalkosten en tussentijdse aanpassingen zoveel mogelijk voorkomen en het ontwerpproces versneld.
Verordening De werkwijze als genoemd in dit IHP is een manier van werken om projecten meer integraal en meer vroegtijdig voor te bereiden. Voor de procedure en beschikken van projecten wordt de huidige verordening gehanteerd. Het voornaamste verschil met de verordening is dat projecten integraal worden voorbereid en de betreffende scholen al eerder in kaart hebben gebracht welke randvoorwaarden er geregeld moeten zijn om het gebouw te realiseren. Dit zorgt dat na het beschikken van een project de doorlooptijd kan worden beperkt en de risico’s eerder inzichtelijk zijn.
Businesscase Deze rapportage bevat minimaal volgende elementen: - Koppeling met gemeentelijk beleid en eventueel gedetailleerdere gebiedsvisies daar waar die beschikbaar zijn, bijvoorbeeld omgevingsvisie 2.0, Visie op Westland - Gebouweigenschappen (afweging nieuwbouw/ renovatie); - Technische en kwalitatieve opname; - Functionele beschrijving onderwijsvorm en -visie; - Demografische- en leerlingontwikkeling; - Speel- en sportvoorzieningen;
Rapportage Integraal huisvestingsplan | 19
6 Gebiedsoverleg Gemeente en schoolbesturen zijn in overleg getreden over de opgave van de scholen per kern. De opgave per kern dient ertoe om indicatief een beeld te geven van: • de vervangingsopgave van de scholen; • de leerlingenontwikkelingen en de te verwachten capaciteitsopgaven; • beide met als doel de integrale opgave per kern te verhelderen en te voorzien in een indicatie van de korte-, middel- en lange termijnkosten voor onderwijshuisvesting. Het aantal leerlingen als genoemd per school zijn gebaseerd op een leerlingenprognose van 2021. De definitieve leerlingenprognoses worden uitgevoerd tijdens de uitwerking van de businesscase. De nieuwe werkwijze laat ruimte voor verdergaande samenwerking met de schoolbesturen en andere disciplines binnen de gemeente. Dit moet leiden tot verscherpt beeld van het aantal toekomstig te verwachten leerlingen door:
• verder in te zoomen op de woningbouwontwikkelingen, samenstelling van de wijk en ontwikkeling van bestaande wijken; • de kennis van de schoolbesturen- en directies te benutten in het opmaken van de uitgangspunten voor een prognose. Dit hoofdstuk voorziet in een eerste concept analyse welke definitief zal worden uitgewerkt tijdens de businesscase fase. De businesscase fase start met een prognose voor de kernen waar een onderwijshuisvestingsproject staat gepland. De huisvestingscapaciteit wordt daarmee ten allen tijde voldoende onderbouwd, onderschreven door zowel gemeente als schoolbesturen.
Beschrijving van de kern De capaciteit laat een tekort aan ruimte zien vanaf 2023 bij voornamelijk De EWM. Dit komt mede door de woningbouwontwikkeling in Den Haag en de regiofunctie van de school. Met EWM is besproken de capaciteitsopgave te koppelen aan de nieuw te bouwen school, ofwel in het onderzoek mee te nemen of de gewenste capaciteit bij de nieuwe school in Monster Noord.
De geactualiseerde leerlingenprognose geeft het volgende beeld: Leerlingenprognoses
Lokalen
Blinkerd 15 Eerste Westlandse Montessorischool 16 Willemschool 7 Zeester 11 Totaal 20 | Rapportage Integraal huisvestingsplan
bouwjaar
prioriteit
Blinkerd
2018
41
Doorexploiteren
Eerste Westlandse Montessorischool
2008
46
Doorexploiteren/uitbreiding icm BC Monster Noord
Willemschool
2007
21
Verduurzamen
Zeester
2016
45
Doorexploiteren/uitbreiding icm BC Monster Noord
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2030
2035
2040
312
326
323
331
336
340
343
346
339
332
+2
+2
+2
+2
+2
+2
+2
+2
+2
+2
370
389
396
408
421
431
437
453
452
447
-
-
-
-
-1
-2
-2
-2
-2
-2
166
140
133
137
141
144
148
158
155
153
-
+1
+2
+2
+1
+1
+1
+1
+1
+1
277
301
290
276
281
280
282
291
291
290
-
-2
-1
-
-
-
-
-1
-1
-1
1.125
1.156
1.142
1.152
1.179
1.195
1.210
1.248
1.237
1.222
maatregel
of eigen locatie Monster Noord Strandwacht
Nieuwbouw <1970
2
Vervangingsopgave, planvorming op basis van visie SBO
dislocatie Herman Broerenschool
2016
ISK
<1970
2 gymzalen
Monster In Monster zijn vanaf de vernieuwingsslag van begin 2000 de meeste scholen vervangen voor nieuwbouw. Echter, vanwege de toenemende woningbouw zal een omvangrijke vraag naar onderwijshuisvesting ontstaan. Om in die vraag te voorzien wordt ingezet op de ontwikkeling van een nieuwe school in Monster Noord, waarvan de omvang nader wordt bepaald.
Maatregel per gebouw
1
Vervangingsopgave Herplaatsen, geen onderdeel IHP budget Capaciteit tekort. Accommodatieplan sport
Primair onderwijs