Bestuurlijk rapport RKC onderzoek Jeugdhulp (G21-001698)
Tekst van het document
REKENKAMERONDERZOEK NAAR DE JEUGDHULP IN DE H10-REGIO EN GEMEENTE WESTLAND
MEI 2021
R E K E N K A M E R C O M M I S S I E
W E S T L A N D
Inleiding................................................................................................................................................... 3 Onderzoeksvraag ................................................................................................................................ 4 Aanpak ................................................................................................................................................ 5 Deelvraag 1: belangrijkste oorzaken van de kostenstijging .................................................................... 7 Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10 gemeenten? ........................................................................................................................................ 7 Deelvraag 2: inzicht gemeenteraad op kostenontwikkeling................................................................. 12 In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg?......................................................................................................... 12 Bevindingen deelvraag 2 ...................................................................................................................
13 Reflectie vanuit de RKC ......................................................................................................................... 14 Aanbevelingen ...................................................................................................................................... 15 Bijlage 1: Grafieken Westland ............................................................................................................... 16 Bijlage 2: Normenkader informatievoorziening aan gemeenteraad .................................................... 19
2
Inleiding Sinds de decentralisatie van een aantal taken in het sociaal domein naar de gemeenten in 2015 (Algemene wet bijzondere ziekenkosten naar Wet maatschappelijke ondersteuning / Participatiewet / Jeugdwet) zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van jeugdzorg. Uit onderzoek blijkt dat een flink aantal gemeenten in de afgelopen jaren substantieel meer heeft uitgegeven aan jeugdzorg dan dat zij ontving voor de uitvoering van deze taak. Driekwart van de Nederlandse gemeenten was veel meer geld kwijt aan jeugdzorg dan begroot. Eén op de vijf 1 gemeenten kampt met een tekort van meer dan 40 procent. Gemeenten luidden in mei 2019 gezamenlijk de noodklok: door de tekorten in de jeugdzorg dreigen jongeren met problemen de dupe te worden en dreigen als gevolg van de tekorten bezuinigingen op tal van voorzieningen, langere wachtlijsten en toenemende overlast. Het kabinet stelde in mei 2019 € 350 miljoen extra beschikbaar voor de jeugdzorg in 2019, voor de drie jaar daarna jaarlijks € 190 miljoen.2 Deze problematiek speelt ook in regio Haaglanden: o.a. de gemeenten Den Haag, Westland, Zoetermeer en Delft kampen met tekorten op de jeugdzorg.3 Volgens het H10 Inkoopbureau was er in 2018 sprake van een overschrijding bij de H10-gemeenten van 19%.4 Daarnaast ervaren raadsleden weinig grip te hebben op de jeugdzorg.
Nog geen twee op de tien raadsleden geven aan voldoende grip te hebben op de jeugdzorg.5 Om als raad te kunnen sturen, is kennis van het domein, de regels en de systemen nodig.6 Gemeenteraden krijgen volgens onderzoek van de Raad van Openbaar Bestuur echter moeilijk grip op de jeugdzorg door de grote hoeveelheid van informatie en de complexe materie, als ook de ingewikkelde dynamiek van het veld. 7 Het voorgaande vormde aanleiding voor de H10-rekenkamer(commissie)s om een gezamenlijk onderzoek te doen naar de kostenstijgingen in de jeugdzorg. Het onderwerp blijft een landelijk actueel thema. In 2020 heeft ook onderzoeksbureau AEF, in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, Binnenlandse Zaken & Koninkrijkrelaties, Financiën en Justitie & Veiligheid en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een onderzoek gepubliceerd over de vraag hoeveel middelen gemeenten structureel nodig hebben om de taken voor jeugdzorg uit te kunnen voeren. Uit dit onderzoek blijkt dat het verschil
1
Benchmarkanalyse uitgaven jeugdhulp in 26 gemeenten, Significant in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 19 april 2019, p. 4. 2 Meer geld voor jeugdzorg na noodkreet gemeenten https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/08/gemeentenjeugdzorg-is-zo-niet-meer-vol-te-houden-a3959549, bezocht op 4 oktober 2019. 3
Financiële ellende jeugdhulp wordt voor gemeenten almaar groter, probate zorg is namelijk peperduur, https://www.ad.nl/den-haag/financiele-ellende-jeugdhulp-wordt-voor-gemeenten-almaar-groter-probatezorg-is-namelijk-peperduur~a844287f/, bezocht op 4 oktober 2019. 4
Interview H10 Inkoopbureau, 11 juni 2019 Website Binnenlands Bestuur, ‘Raadsleden missen greep op jeugdzorg’, https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/raadsleden-missen-greep-op-jeugdzorg.9571112.lynkx, bezocht op: 4 oktober 2019. 6 ‘Advies decentrale taak is politieke zaak’, Raad van Openbaar bestuur, 13 februari 2020, p. 38. 7 ‘Advies decentrale taak is politieke zaak’, Raad van Openbaar bestuur, 13 februari 2020, p. 74. 5
2
tussen inkomsten en uitgaven niet houdbaar is.8 Naar aanleiding van dit onderzoek is de VNG met het kabinet in gesprek getreden, maar dit heeft tot op heden nog niet tot extra, structurele middelen geleid.9
Figuur 1 Landelijke kosten en budget voor jeugdzorg tussen 2015-2019. De kosten zijn uitgesplitst in de kosten voor individuele voorzieningen, en de meerkosten voor toegang en voorliggend veld . Uit ‘Stelsel in groei, Een
onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’, AEF, 15 december 2020, p. 12.
Onderzoeksvraag Hebben de gemeenteraden voldoende zicht op de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg? Met dit onderzoek richten de rekenkamer(commissie)s zich op de toegenomen uitgaven voor de jeugdzorg. Daarbij bieden wij inzicht in waar binnen de jeugdzorg, sinds de decentralisaties in 2015, de grootste toenames van de uitgaven voor de H10-gemeenten hebben plaatsgevonden. Tevens is in kaart gebracht welke voortgangsinformatie de colleges aan de gemeenteraden verstrekken en is beoordeeld in hoeverre de gemeenteraden met de beschikbare voortgangsinformatie inzicht hebben op de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg. Deelvragen: 1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10-gemeenten? 2. In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg?
‘Stelsel in groei, Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’, AEF, 15 december 2020, p. 8-9 en 11. 9 ‘VNG roept arbitrage in voor oplossing tekorten jeugdzorg’, VNG, https://vng.nl/nieuws/vng-roept-arbitragein-voor-oplossing-tekorten-jeugdzorg, bezocht op: 23 maart 2021. 8
2
Aanpak In onderstaande figuur is schematisch weergegeven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
Figuur 2 Schematische weergave van de uitvoering van het onderzoek.
Deelvraag 1: analyse van de kostenstijging Om de eerste deelvraag over de kostenstijging te beantwoorden, is onderzoek gedaan naar de centraal ingekochte jeugdzorg en de overige gemeentelijke kosten. Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (Servicebureau) organiseert de centraal ingekochte jeugdzorg. Van deze ingekochte jeugdzorg houdt het Servicebureau een registratie bij in zogenoemde bouwblokken. Hierin staat per toegekende declaratie onder andere de zorgaanbieder, de hoeveelheid zorg en het toegekende bedrag en de gemeente waar de jeugdige woont. Om een eerste beeld te scheppen van de oorzaken van de kostenstijging, is aan de hand van deze bouwblokken gekeken naar de ontwikkeling van: 1. het aantal unieke jeugdigen; 2. het aantal uur gedeclareerde zorg per jeugdige; 3. de gemiddelde kosten per uur geleverde zorg; Wanneer je deze drie kengetallen per jaar berekent en met elkaar vermenigvuldigt, krijg je de totale kosten voor de ingekochte jeugdhulp voor dat jaar. De ingekochte jeugdzorg kent een grote diversiteit, zowel in de verschillende productcategorieën en producten, de duur, de intensiteit, het tarief en het aantal unieke jeugdigen.
Daarom is de analyse aan de hand van de kengetallen niet alleen gedaan voor alle producten samen, maar ook voor de verschillende productcategorie en voor 10 afzonderlijke producten uit deze productcategorieën die het meest hebben bijgedragen aan de totale kostenstijging. 2
Gekeken is naar de via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg. Voor de overige gemeentelijke kosten (o.a. Persoonsgebonden budget en wijkteams) hebben de rekenkamers een informatie-uitvraag gedaan bij de afzonderlijke gemeenten. Deze gegevens zijn verzameld en gezamenlijk geanalyseerd. Voor de analyse van zowel de centraal ingekochte jeugdzorg als de overige gemeentelijke kosten is 2015 als basisjaar genomen: alle volgende jaren zijn met 2015 vergeleken.10 Het onderzoek naar de eerste deelvraag is, onder begeleiding van een klankbordgroep, uitgevoerd door de Rekenkamer Den Haag.
Deelvraag 2: analyse van de informatievoorziening aan de gemeenteraad Het onderzoek naar de tweede deelvraag over de informatievoorziening aan de afzonderlijke gemeenteraden is gedaan door de afzonderlijke rekenkamer(commissie)s. De rekenkamercommissie Westland heeft een analyse gemaakt van de voor de gemeenteraad beschikbare voortgangsinformatie, met als doel om vast te stellen of de gemeenteraad hiermee inzicht heeft in de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg. Hiertoe zijn de agenda’s van de raadscommissie MO en de gemeenteraad in de jaren 2015 t/m 2019 geanalyseerd op rapportages of raadsinformatiebrieven welke inzicht gaven in het verloop van de jeugdhulp. Daarbij zijn ook de reguliere planning & control-producten beoordeeld. Om een oordeel te geven over kwaliteit van de informatievoorziening is gebruik gemaakt van een gezamenlijk door de H10-rekenkamers en rekenkamercommissies vastgesteld normenkader. Dit kader is opgenomen in bijlage 2.
10
In gevallen waar de waarde in 2015 heel laag of juist heel hoog was, leidt dit bij een vergelijking met opvolgende jaren mogelijk tot grote procentuele verschillen: hoewel een stijging van 1 persoon in 2015 naar 10 in 2019 in absolute zin niet zo groot is, is dit een procentuele stijging van 900%. In het feitenrapport is dit zoveel mogelijk geduid.
2
Deelvraag 1: belangrijkste oorzaken van de kostenstijging Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10 gemeenten? De via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg draagt het meest bij aan de kostenstijging. De kosten voor jeugdzorg bestaan uit de via het Servicebureau ingekochte jeugdzorg en overige gemeentelijke kosten. De totale kosten van de jeugdzorg zijn in de periode 2015 tot 2019 gestegen van ruim € 189 miljoen naar ruim € 298 miljoen euro per jaar. Dit is een stijging van ruim € 109 miljoen euro. De centraal ingekochte jeugdzorg heeft hier met 80% van de totale kostenstijging het meest aan bijgedragen. De overige kosten voor jeugdzorg zijn ook gestegen, maar minder dan die van de centraal ingekochte jeugdzorg. Dat blijkt uit een vergelijking van deze kosten die te vinden is in het feitenrapport in paragraaf 3.2. Verdeling in de jeugdzorguitgaven. In onderstaande figuur is de ontwikkeling van de verschillende kosten grafisch weergegeven.
Figuur 3 Ontwikkeling van de kosten die via het Servicebureau H10 zijn ingekocht, de Overige gemeentelijke kosten en de PGB-kosten voor de gehele H10.
Vier productcategorieën zijn verantwoordelijk voor 93% van de kostenstijging van de via het Servicebureau ingekochte jeugdzorg
2
De totale kosten van de jeugdzorg zijn in de periode 2015 tot 2019 gestegen van € 215 miljoen naar ruim € 300 miljoen euro per jaar. Dit is een stijging van ruim € 85 miljoen euro. Vier productcategorieën zijn voor 93% verantwoordelijk voor deze kostenstijging: 1. 2. 3. 4.
Jeugdhulp Ambulant met 38,4% Jeugd GGZ met 26,1% Dagbehandeling met 16,5% Jeugdhulp verblijf inclusief behandeling met 12,3%
Dit blijkt uit een analyse van de inkoopdata van het Servicebureau H10 en de door de gemeenten aangeleverde overige jeugdzorgkosten. Dit is nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. Deze analyse is te vinden in 2.3.2 Kostenontwikkeling naar zorgvorm van het feitenrapport.
Binnen de vier productcategorieën zijn 10 producten verantwoordelijk voor 61% van de totale kostenstijging De totale kosten van deze 10 producten stegen met ruim € 55 mln.11. In onderstaande tabel zijn deze producten opgenomen12.
Product
Kostenstijging
Aandeel totale kostenstijging
€10.674.232
11.78%
€7.001.963
7.73%
€6.956.774 €6.687.812 €6.116.274
7.68% 7.38% 6.75%
€4.408.770
4.87%
€3.770.480 €3.472.327
4.16% 3.83%
€3.101.489
3.42%
€2.866.017
3.16%
€55.056.137
60.75%
45C05 Individuele begeleiding middel 41A03 Dagbehandeling product 45A7 Specialistische jeugdhulp 54002 Specialistische GGZ 43A09 Pleegzorg 45C02 Individuele begeleiding licht 54001 Basis Jeugd-GGZ 41A24 Dagbesteding Zwaar 43A12 JeugdzorgPlus: inspanningsgericht 43C04 VF7 Behandelgroep zwaar Totaal
Tabel 1 De top 10 producten die binnen de vier productcategorieën Jeugd GGZ, Jeugdhulp Ambulant Dagbehandeling en Jeugdhulp verblijf inclusief behandeling verantwoordelijk zijn voor de grootste kostenstijging.
Het product Individuele begeleiding middel is verantwoordelijk voor ruim 11% van de kostenstijging De kosten zijn gestegen van €3 miljoen in 2015 naar €13,7 miljoen in 2019. Daarmee is dit het product dat het meeste bijdraagt aan de totale kostenstijging. 13 14
11
Dit is wederom nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. 12 Dit blijkt uit de analyse die te vinden is in paragraaf 1.1.1 van onderzoeksdeel I. 2
De stijging van de gemiddelde kosten per uur geleverde zorg is op het niveau van de gehele H10 de belangrijkste verklaring voor de kostenstijging
Dit geldt ook voor de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten en Zoetermeer. In de gemeenten Rijswijk, Wassenaar en Westland is een stijging van het aantal unieke jeugdigen de belangrijkste verklaring voor de kostentoename. In de gemeente Midden-Delfland levert een toename van het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige de belangrijkste bijdrage aan de kostenstijging.
13
Dit is wederom nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. 14 Dit blijkt uit de analyse die te vinden is in paragraaf 1.1.1 van onderzoeksdeel I.
2
Opvallend is dat in 6 gemeenten het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige is afgenomen en daarmee een remmend effect heeft gehad op de kostenstijging. Dit geldt voor de gemeenten Delft, Den Haag, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer. In de overige gemeenten heeft het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige wél bijgedragen aan de kostenstijging. Dit geldt voor de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Voorschoten en Westland. Dit blijkt uit de analyse van drie kengetallen in paragraaf 2.3.1 van onderzoeksdeel I. De toename van het aantal jeugdzorgtrajecten heeft vooral plaatsgevonden via de gemeentelijke toegang tot de jeugdzorg
Aantal jeugdzorgtrajecten
Westland 1.400 1.200
Huisarts
1.000
Gemeentelijke toegang
800
Jeugdarts
600
Gecertificeerde Instelling
400 200
Medisch specialist
0
Rechter, Justitie 2015
2016
2017
2018
Jaar
2
Geen of onbekend
Bij de overige vormen van toegang tot jeugdzorg, zoals de huisarts, jeugdarts, gecertificeerd instelling, medisch specialist of rechter, is sprake van een afname of kleine stijging van het aantal jeugdzorgtrajecten 15. Na de harmonisatie worden relatief meer zorgproducten aangeboden waarvoor de gemiddelde kosten per jeugdige hoger zijn. Dit komt doordat voor deze zorgproducten meer uren zorg per jeugdige worden aangeboden en/of doordat de gemiddelde kosten per uur voor deze zorgproducten hoger zijn. Uit een analyse van de tarieven van de verschillende producten is niet zichtbaar dat hier binnen de producten grote veranderingen in hebben plaatsgevonden. Zowel bij producten die vooral vóór en producten die ná de harmonisatie werden gedeclareerd zijn rond 2018 geen substantiële prijsveranderingen zichtbaar16. De gemiddelde hoeveelheid zorg per jeugdige neemt af, maar dit wordt niet veroorzaakt doordat binnen producten minder zorg wordt geboden Dit komt doordat er relatief gezien meer jeugdzorg wordt verstrekt voor zorgproducten waarvoor de gemiddelde hoeveelheid uren zorg per jeugdige laag is17. De stijging voor jeugdzorg met minder kosten per jeugdige is groter dan de stijging voor de jeugdzorg met meer kosten per jeugdige. De kostenstijging komt dus niet door een verschuiving van goedkopere vormen van jeugdzorg naar duurdere vormen van jeugdzorg.
Voor zowel jeugdzorg met minder kosten per jeugdige als voor jeugdzorg met meer kosten per jeugdige is sprake van een stijging. Dit blijkt uit een analyse waarbij de gemiddelde kosten per uur voor alle zorgproducten in categorieën zijn ingedeeld en zijn vergeleken18. In bijlage 1 is een aantal grafieken opgenomen ter ondersteuning van bovenstaande bevindingen.
15
Dit blijkt uit een analyse van CBS-data die te vinden is in paragraaf 2.6 van het feitenrapport. Dit blijkt uit een analyse die te vinden is in paragraaf 2.5.5 Overige verschuivingen. 17 Dit blijkt uit de analyse in paragraaf 2.5.1 Algemeen. 18 Deze analyse is te vinden in paragraaf 2.5.1 Algemeen.
16
2
Deelvraag 2: inzicht gemeenteraad op kostenontwikkeling In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg? Onderstaand zijn de gehanteerde score-niveaus in het normenkader weergegeven: Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad goed zicht op zowel de kostenontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg sinds 2015. In de rapportages wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten zorg en de kosten hiervan waardoor de raad de mogelijkheid heeft om te controleren waar grote kostenontwikkelingen in de jeugdzorg plaats vinden.
Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad enigszins/beperkt zicht op zowel de kostenontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg sinds 2015. Echter, ontbreekt.. - Meerjarige ontwikkeling - Vergelijkbare cijfers - Specificatie naar soort zorg Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad geen zicht op de kostenontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal jeugdigen sinds 2015. Dit wordt veroorzaakt doordat - informatie over de meerjarige kostenontwikkeling ontbreekt, - cijfers over de kosten en het aantal jeugdigen ontbreekt, - cijfers niet worden gespecificeerd naar het soort zorg - rapportages niet consistent zijn
Het onderzoek richt zich op rapportages aan de gemeenteraad over de realisatie van de Jeugdzorg. De gemeente Westland heeft een planning & control-cyclus, waarin middels een Voorjaarsnota en Programmabegroting wordt begroot, middels een 1e actualisatie en Programma-rapportage wordt gerapporteerd en bijgestuurd en middels jaarstukken verantwoording wordt afgelegd. Daarnaast zijn in 2015 kwartaalrapportages 3D’s aan de raad voorgelegd. Ook is een inkoopplan Jeugdhulp 2016 overlegd en is in 2019 een voortgangsrapportage Sociaal Beleidskader uitgebracht. Verder heeft de raad in 2019 een onderzoeksrapport (Kurtosis) ontvangen naar de kostenontwikkeling van de Jeugdhulp. Over de periode 2015 – 2019 zijn de genoemde planning & control-documenten alsmede de aanvullend genoemde documenten beoordeeld o.b.v. het aangereikte normenkader (bijlage 2).
2
Bevindingen deelvraag 2 Kosten In de rapportages wordt de raad op geen enkele wijze geïnformeerd over de meerjarige kostenontwikkeling. Zowel op hoofdlijnen als specificatie naar de soort zorg ontbreekt informatie. Hierdoor is het voor de raad niet mogelijk om te achterhalen wat de oorzaken van de kostenstijgingen zijn.
De bestudeerde stukken geven geen prognoses van de te verwachte kosten. Alleen in het Inkoopplan Jeugd 2016 heeft de raad gedetailleerde informatie ontvangen over de verwachte ontwikkeling van de kosten. Verder is de raad steeds achteraf geïnformeerd over feitelijke afwijkingen (overschrijdingen) van het budget.
Aantal jeugdigen Middels de rapportages van het college heeft de raad geen zicht op de meerjarige ontwikkeling van het aantal jeugdigen in jeugdzorg, gespecificeerd naar soort zorg, doordat de informatie ontbreekt.
Ook voor wat betreft de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de Jeugdzorg is de gemeenteraad niet geïnformeerd. De rapportages aan de raad richtten zich uitsluitend op de reeds geëffectueerde kostenoverschrijdingen.
Gepresenteerde informatie Conclusie met betrekking tot de gepresenteerde informatie: geeft deze duiding, is deze eenduidigheid en jaarlijks? Doordat het college geen eenduidige en consistente wijze in rapporteren hanteert, zowel cijfermatig als inhoudelijk, kan de gemeenteraad de ontwikkelingen in de jeugdzorg niet volgen. En doordat de raad niet jaarlijks op dezelfde wijze informatie ontvangt, heeft de raad onvoldoende zicht op de (meer)jaarlijkse ontwikkelingen.
Resumé De rapportages aan de raad bevatten geen gedetailleerde informatie over de realisatie van de Jeugdhulp. Als enig document bevat het Inkoopplan 2016 deze informatie wel. De gemeenteraad wordt alleen achteraf op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van de totale kosten. Het onderzoeksrapport van Kurtosis biedt op een beperkt aantal onderdelen wel informatie, bijvoorbeeld op het aspect van soort hulpvorm. In de begrotingen en jaarrekeningen staan alleen de verplichte BBV-indicatoren vermeld. 2
Reflectie vanuit de RKC Bij de documentstudie voor de beantwoording van deelvraag 2 is het de RKC opgevallen dat op een aantal momenten in de periode 2015 – 2019 het college weldegelijk handvatten aangereikt heeft gekregen of zelf met voorstellen is gekomen om de informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren.
In 2015 brengt de Rekenkamercommissie Westland een onderzoeksrapport uit over de drie decentralisaties in het sociaal domein, waarbij een voorstel wordt gedaan voor een 3Dmonitor. De raad besluit o.b.v. dat voorstel de daarin genoemde indicatoren voortaan op te nemen in de reguliere planning & control-documenten. De indicatoren zijn minder specifiek dan het normenkader voor het huidige onderzoek. Dit is slechts ten dele in de planning & control-documenten doorgevoerd. Het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning ontvangt en de uitputting van het beschikbare budget zijn wel opgenomen. De overige indicatoren inzake de ontwikkeling van de uitvoeringspraktijk ontbreken.
In februari 2016 legt het college de commissie MO een strategische visie op de informatievoorziening voor de jeugdhulp H10 voor. Deze visie is voorzien van te hanteren regionale indicatoren, maar biedt ook ruimte voor lokaal maatwerk. Deze indicatoren zijn echter niet in de planning & control-documenten doorgevoerd.
In november 2016 legt het college de commissie MO een regionale notitie Resultaatsturing jeugdhulp voor, waarin een jeugdhulpmonitor wordt beschreven. Onduidelijk is of de ontwikkeling van deze monitor is afgerond en of de monitor in bedrijf is.
2
Aanbevelingen Registreren -
-
Draag het college op om het resultaat van de trajecten te registreren. Waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd. Draag het college op om de soort verwijzer te registreren, zodat per zorgproduct uitsplitsingen naar het soort verwijzer gemaakt kunnen worden en hier de raad jaarlijks over te informeren.
Informeren -
-
19
Draag het college op om jaarlijks over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten te informeren, waarbij inzicht wordt gegeven in het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de kosten die hiermee gemoeid zijn, en de soort verwijzers die naar deze producten verwijst.19 Draag het college op om in de planning & control-documenten inzicht te geven in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg. Draag het college op om in de voortgangsrapportages te informeren over de absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg. Draag het college op om consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen te rapporteren. Draag het college op om jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen te rapporteren.
zie Tabel 1.
2
Bijlage 1: Grafieken Westland
2
2
2
Bijlage 2: Normenkader informatievoorziening aan gemeenteraad
Normen voor onderzoeksdeel III: In hoeverre bieden de rapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten voor de jeugdzorg? In het kader van het gezamenlijke onderzoek van de rekenkamer(commissie)s naar de jeugdzorg in H10 zijn in dit document de normen uitgewerkt voor onderzoeksdeel III: de beoordeling van de rapportages die aan de gemeenteraden worden verstrekt. Dit document is bedoeld voor de rekenkamer(commissie)s die deze beoordeling moeten (laten) verrichten. De rekenkamer(commissie)s dienen alle rapportages aan de gemeenteraad vanaf 2015 te verzamelen, die inzicht geven in de kosten voor de jeugdzorg en/of getalsmatig inzicht geven in de jeugdzorg waarvan gebruik wordt gemaakt. Hierbij valt te denken rapportages in het kader van de begrotingscyclus (programmabegroting, voortgangsrapportages en jaarstukken), reguliere voortgangsrapportages en tussentijdse brieven en rapportages over (onder andere) (onderdelen van) de jeugdzorg. Een rapportage, brief of ander product aan de gemeenteraad is relevant voor ons onderzoek wanneer deze cijfermatige informatie bevat zoals geformuleerd onder norm 1 en 2. Het is aan de rekenkamer(commissie)s zelf of zij de informatie aan de gemeenteraad zelf (laten) verzamelen of dat zij hiervoor een informatie-uitvraag bij de ambtelijke organisatie uitzetten.
2
2
2
2
2