Bestemmingsplan Kralingerpad te De Lier_Bijlagen
Tekst van het document
In totaal werken op de hoofdlocatie Burgemeester Crezéelaan 40 De Lier ca. 800 medewerkers waarvan een deel parttime werkt en een deel seizoensmedewerker is. Naast de hierboven beschreven 450 parkeerplaatsen op het voorterrein zijn er nog 150 parkeerplaatsen nabij de gebouwen De Zaailing, De Plantage en De Focus aanwezig. Het terrein is zoals eerder benoemd in 2019 uitgebreid met 49 parkeerplaatsen. In totaal zijn er op het terrein van Rijk Zwaan 649 parkeerplaatsen. Op dagelijkse basis komt een deel van de medewerkers (wort-case ca. 20%) op de fiets. In de praktijk blijkt dat op een werkdag een deel van het parkeerterrein (25%) leeg is; ca 162 plaatsen.
3
Figuur 1. Overzicht parkeersituatie Rijk Zwaan
De nieuwe gebouwen zullen in eerste instantie plaats bieden aan de 195 medewerkers die werkzaam zijn in de huidige gebouwen en 15 medewerkers die werkzaam zijn in Maasdijk. Daarnaast zullen ca. 35 medewerkers verhuizen van locatie De Serre naar de nieuwbouwlocatie De Hybride, aan de Zijtwende die in 2020 wordt opgeleverd. Hierdoor is een overschot in de praktijk van ca. 190 parkeerplaatsen. Geconcludeerd wordt dat de planontwikkeling tot 2030 en tot 2040 geen extra parkeerdruk oplevert. Toegang Het plan wordt ontsloten via de rotonde en de ventweg langs de Burgemeester Crezéelaan. De in- en uitrit van het plan sluit aan op de bestaande ontsluiting van het huidige parkeerterrein van Rijk Zwaan. De bestaande toegang zal worden verbreed door het dempen van de watergang langs de begraafplaats en het verplaatsen van de parkeerplaatsen van de begraafplaats en brandweer. Voor de uitwerking hiervan bestaan verschillende scenario’s. De aanpassingen maken het mogelijk dat de vrachtwagens elkaar goed kunnen passeren en dat er een veilige toegang wordt gerealiseerd voor vracht- en personenauto’s.
3. Conclusie Het aspect mobiliteit vormt gezien het bovenstaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4
Rijk Zwaan – Externe veiligheid Locatie Kralingerpad De Lier Datum Betreft Werknummer
17-07-2020 Externe veiligheid Rijk Zwaan - Locatie Kralingerpad De Lier 620.104.50
1. Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.
Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de regionale brandweer speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen.
1
Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Besluit externe veiligheid buisleidingen onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen.
Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen.
2. Onderzoek Het bedrijf Rijk Zwaan aan de Burgemeester Crezéelaan 40 in De Lier heeft onlangs een perceel aangekocht direct ten zuidwesten van de bestaande eigendommen. Op het perceel stond een kassencomplex (reeds gesloopt). Rijk Zwaan wil hier haar bedrijfsbebouwing (inclusief bedrijfsgebonden kantoren) uitbreiden. Om de gewenste ontwikkeling van het perceel in juridischplanologische zin mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Onderdeel hiervan is een onderzoek externe veiligheid. In de omgeving van het plangebied volgens de risicokaart een aantal risicobronnen aanwezig. Op de volgende afbeelding is de globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de risicokaart weergegeven.
2
Afbeelding 1: Uitsnede risicokaart en globale ligging plangebied (roze ovaal)
2.1. Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Ten noorden van de locatie Rijk Zwaan is de Burgemeester Crezéelaan gelegen. Deze weg is niet opgenomen op de risicokaart, maar uit tellingen in 2017, in opdracht van de Omgevingsdienst Haaglanden, blijkt dat sprake is van het vervoer van stoffen behorende tot categorie GF3. Naast LPG vindt er vervoer van propaan plaats vanwege de aanwezigheid van propaantanks in De Lier en omgeving. Het plangebied ligt buiten het verantwoordingsgebied, maar binnen het invloedsgebied (355 m) van deze stofcategorie. Een motivering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is noodzakelijk. Het plangebied ligt buiten het verantwoordingsgebied, maar wel binnen het invloedsgebied voor de toxische stoffen die over de N223 en A20 vervoerd worden. Een motivering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is noodzakelijk. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Hieronder worden de risicoscenario’s plasbrand, BLEVE en een toxische wolk beschreven. Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario voor de Burgemeester Crezéelaan is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE. Bij een warme BLEVE kan door een incident op de weg of bij het tankstation kan een brand ontstaan waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt dan de druk in de tank met LPG toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. Een koude BLEVE treedt op zonder of voordat de LPG-tankwagen (maximaal) is opgewarmd door een externe brand. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke
3
verzwakking van de tankwand. De maximale druk en temperatuur worden in dit scenario niet bereikt. De hittestraling van een BLEVE is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. Plasbrand Door een incident met een benzinetankwagen op de weg kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de benzine in korte tijd uitstroomt. De brandbare vloeistof vormt een plas en kan direct een korte, hevige brand veroorzaken en tevens secundaire branden in de omgeving. Aanwezigen binnen de vloeistofplas hebben geen mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Aanwezigen in de nabijheid van de vloeistofplas hebben nauwelijks mogelijkheden tot zelfredzaamheid vanwege de grote hittestraling. Buiten deze zone kan geschuild of gevlucht worden. Zowel de huidige als de geplande bebouwing in het plangebied bevindt zich buiten de directe zone van de plasbrand. De aanwezigen in de gebouwen zouden bij een incident het gebouw aan de zuidzijde moeten verlaten, om vervolgens via de interne wegen op het bedrijventerrein op de Burgerdijksweg uit te komen. Toxische gassen wegtransport Door een incident op de weg met een tankwagen kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt.
De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Uit het voorgaande blijkt dat ontvluchting in het geval van een plasbrand en BLEVE voor aanwezigen die zich op grotere afstand van het incident bevinden mogelijk is, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. Het plan wordt ontsloten via de rotonde en de ventweg langs de Burgemeester Crezéelaan. De in- en uitrit van het plan sluit aan op de bestaande ontsluiting van het huidige parkeerterrein van Rijk Zwaan.
Deze toegang zal worden aangepast, zodat vrachtwagens elkaar goed kunnen passeren. De wegenstructuur binnen het plangebied dient te voldoen aan de door de brandweer gestelde minimumeisen betreffende uitvoering en inrichting. De aanwezigheid van effectieve bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. Brandkranen dienen nabij de entrees van het gebouw en de opstelplaatsen gerealiseerd te worden. Risicocommunicatie naar de toekomstige werknemers / gebruikers van de gebouwen is tevens belangrijk. Bij indiensttreding kunnen werknemers op de externe veiligheidsrisico’s gewezen
4
worden en kan onderhavige rapportage genoemd worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. 2.2. Aardgastransportleiding Uit de risicokaart is gebleken dat de ontwikkellocatie niet is gelegen binnen de risicocontour van een buisleiding. De dichtstbijzijnde buisleiding (gasleiding Gasunie met een maximale werkdruk van 40 bar) is gelegen op een afstand van circa 200 meter; het invloedsgebied van deze buisleiding reikt niet over het plangebied. 2.3. Explosievenkaart Uit de explosievenkaart van de gemeente Westland blijkt dat de onderzoekslocatie niet in een zone valt welke verdacht is voor aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven. Het aspect explosieven levert geen problemen op voor de voorliggende ontwikkeling.
3. Conclusie Het aspect externe veiligheid leidt niet tot belemmeringen voor de voorliggende ontwikkeling. Bij de uiteindelijke planvorming / vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden.
5
Rijk Zwaan – Watertoets Locatie Kralingerpad De Lier Datum Betreft Werknummer
01-09-2021 Watertoets Rijk Zwaan - Locatie Kralingerpad De Lier 620.104.50
1. Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en Rijksbeleid Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).
Waterwet In de Waterwet zijn acht oude waterwetten samengebracht. De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000
1
m3/jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water (actueel) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten.
In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel” (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid.
In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod.
2
Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. Waterbeheerder en gemeentelijk beleid Waterbeheerplan Hoogheemraadschap van Delfland 2016 - 2021 Op 19 november 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld. In het Waterbeheer-plan heeft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van het Hoogheemraadschap in de planperiode 2016-2021. Het waterbeheerplan is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het waterbeheerplan staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop; de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater.
Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Handreiking watertoets Delfland heeft een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor elk van de volgende ruimtelijke planvormen: stedenbouwkundige plan; structuurvisie; bestemmingsplan; beheersverordening; omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing; en tot slot de nieuwe planfiguren van de Crisis- en herstelwet, zoals het projectuitvoeringsbesluit. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. Waterplan Westland Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland.
Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: "Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie", worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw
3
Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
2. Onderzoek Plangebied en ontwikkeling Rijk Zwaan heeft gronden aan de zuidwestzijde van haar bestaande eigendommen in De Lier aangekocht en wil deze bij het bedrijfsperceel betrekken. Op de gronden worden bedrijfsbebouwing gerealiseerd. Het plangebied wordt omringt door watergangen. Een groot deel van het plangebied ligt in een waterpeil van -1,85 m NAP. De watergang en omliggende gronden liggen in een waterpeil van -2,18 m NAP. De verschillende waterpeilen worden binnen het plangebied gescheiden door twee stuwen. Er is sprake van veel wateroverlast in De Lier dat een groot probleem vormt. Zowel de gemeente Westland als het Hoogheemraadschap van Delfland willen graag de bestaande watergangen verleggen. Waterproblematiek vormt deels aanleiding voor dit bestemmingsplan. Waterkwantiteit Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken bij de plaats waar het valt. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater.
Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. Het plangebied bestond geheel uit kassen en was dus geheel verhard. Inmiddels zijn deze kassen gesloopt. Op dit gebied worden bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Om de watercompensatie te berekenen is de watersleutel van het Hoogheemraadschap van Delfland ingevuld. Hieruit blijkt dat er 1.240 m2 extra te realiseren water nodig is en dat er, samen met het huidig aanwezige water (2.306 m2), binnen het plangebied 3.546 m2 water aanwezig moet zijn. De ingevulde watersleutel is als bijlage 1 opgenomen. Een overzicht van de oude en nieuwe situatie met betrekking tot verharding is opgenomen als bijlage 4. De bestaande waterproblematiek wordt in het gebied door dit plan aangepakt. De watergang langs het Kralingerpad wordt verbreed van ca. 2 m naar 12 m. De watergang langs de begraafplaats van 3 meter breed wordt gedempt en er wordt een nieuw watergang van 5 meter breed aangelegd.
Naast dat hierdoor wordt voldaan aan de waterbergingseis, is dit ook een langgekoesterde wens van het Hoogheemraadschap wat leidt tot een forse verbetering van de waterhuishouding in de bredere omgeving. De watergang langs het Perdiksepad wordt gedempt, uitgezonderd het deel langs de woning Burgerdijkseweg 7. Dit deel van de watergang blijft behouden, zodat er geen invloed is van dempingen op de woning.
4
Er komt een drain te liggen op de locatie van de gedempte watergang te noorden en oosten van de begraafplaats. Deze moet ervoor zorgen dat het grondwater niet te hoog komt. Een belangrijk punt is hierbij dat de drain niet aan de noordwestzijde aan takt op de duiker of de watergang. Enkel aan de zuidoostkant ter hoogte van de huidige stuw 114426 (die komt te vervallen). Het waterschap geeft aan dat stuw 114426 komt te vervallen of moet worden verplaatst omdat de watergang iets naar het oosten terug wordt gegraven. Het waterschap wil dat de nieuwe stuw (noodoverlaat) 5 cm boven streefpeil komt te staan zodat er enkel bij forsere buien afvoer zal plaatsvinden via deze route. De doorstroombreedte is uitgelegd op 2 meter. De duiker onder de parkeerplaats van Rijk Zwaan wordt een rond 600 mm op de reguliere aanlegdiepte t.b.v. lucht. De verdere uitwerking en aanleg wordt afgestemd in een overleg dat gepland is op 2 september a.s. met het Hoogheemraadschap van Delfland. In totaal wordt 1.766 m2 water gedempt en 4.021 m2 nieuw water gegraven. Er wordt dus voldaan aan de waterbergingseis. In bijlage 2 is een overzichtstekening van het water opgenomen. De berekening uit deze bijlage is hieronder opgenomen.
Uitsnede berekening bijlage 2 Veiligheid en waterkeringen Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de keur beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Het projectgebied blijkt niet gelegen in de kern- en beschermingszone van een waterkering te liggen.
5
Uitsnede Leggerkaart Hoogheemraadschap Delfland Waterkwaliteit In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRWopgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild.
In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de waterkwaliteit. Er verandert weinig aan de functie en bestemming van het gebied, waardoor er in praktijk geen achteruitgang te verwachten is. Verder bestaat het voornemen het regenwater wat op de daken valt te gebruiken voor de bedrijfsvoering.
6
Riolering Het plan dient te voldoen aan de Leidraad Riolering West Nederland en de Leidraad aan- en afkoppelen verhard oppervlak en de Beslisboom Aan- en afkoppelen verharde oppervlakten (2003). Volgens de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Het huishoudelijk afvalwater zal middels een drukrioolstelsel aangesloten worden op het gemeentelijk rioolsysteem. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering. De put van de rioolpersleiding moet worden verplaatst naar het noorden, doordat de watergang langs het Kralingerpad wordt verbreed naar bijna 12 m. De put zou anders midden in de watergang komen te staan. Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke. Volksgezondheid Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd.
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente tot aan het eindgemaal dat in beheer is van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het beheer en onderhoud van de watergangen ligt bij de grondeigenaar en het Hoogheemraadschap van Delfland. De watergangen worden voorzien van een groenstrook tot wel 5 meter. Er is rekening gehouden met onderhoudsstroken langs de watergangen. Ten minste 1 zijde van de watergang heeft een onderhoudsstrook van 1 meter, waarbij de watergangen varend onderhouden kunnen worden. De watergangen die vanaf de kant onderhouden worden hebben een onderhoudsstrook van 4 meter. De onderhoudsstroken zijn op de dwarsprofielen in bijlage 2 opgenomen. Grondwater en (zoet)watertekort Aan grondwater en zoetwater wordt geen wijziging doorgevoerd/verwacht; er wordt voldaan aan de waterbergingseisen van het Hoogheemraadschap door het graven van voldoende oppervlaktewater. De grondwaterstand verandert met de beoogde woningbouw niet. Wanneer er ondergronds veel gebouwd wordt (denk bijvoorbeeld aan een parkeergarage) kan dit invloed hebben op de grondwaterstroming en op de drooglegging.
Bij de beoogde ontwikkelingen worden geen ondergrondse constructies gemaakt. De drooglegging binnen dit plan is minimaal 1 meter. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van
7
het terrein door creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of watervasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of watervasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of watervasthoudende maatregelen zoals de aanleg van wadi’s, groene daken en het afkoppelen van hemelwaterafvoer (regenton). Watervergunning Er is een vergunning aangevraagd en verleend voor een aantal watergangen te dempen en te graven, (nieuwe) oeverbeschoeiing aan te brengen, een stuw te verwijderen, een nieuwe stuw te plaatsen, een stortebed aan te brengen en een duiker aan te leggen. Deze activiteiten worden gedaan in het kader van het bouwrijp maken van het terrein en het verbeteren van de waterhuishouding Kralingerpolder en Oranjebuurt. De watervergunning is opgenomen als bijlage 3.
3. Conclusie Door het voorliggend plan worden watergangen worden verlegd en verbreed. Zo wordt bijgedragen aan het oplossen van de waterproblematiek in het gebied. Het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland. De opmerkingen zijn verwerkt in het bestemmingplan. Tevens is er een watervergunning aangevraagd en verleend. Het aspect water levert geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.
8
Bijlage 1 Watersleutel
9
18-12-2020
Watersleutel
Watersleutel
Versie 07-2020
Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 18-12-2020
RZ Zaadteelt & Zaadhandel
16 88 5 0 44
Plan Kralingerpad
Watersysteem Kralingerpolder
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
27.4
mm/etmaal
GPG2013KRN I
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
52619
52482
onverhard glasgebied
m²
7380
7517
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
0
onverhard landelijk
m²
0
0
huidig aanwezig water
m²
2306
2306
oppervlakte plangebied
m²
62305
62305 1
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-1.35
-1.15
maatgevend peil
NAP m
-1.85
-1.85
m
0.5
0.7
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal
Ontwikkeling
extra te realiseren
1240
-197
huidig aanwezig
2306
2306
totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050 1437
3546
2109
1437
5.7%
3.4%
2.3%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
539.4
Ontwikkeling -85.5
Klimaat 2050 624.9
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
Bijlage 2 Overzichtstekening water
10
6
8
verbreding binnen plangebied: (hoog)
165.5
te handhaven opp.water binnen plangebied: (hoog) 2.5
7
b.o.k.-2.25m
7a
8
nieuwe duiker + 2x inspectieput,
6
238.1
7
272.6
5
verbreding & aanpassing peil: (hoog)
te dempen opp.water binnen plangebied: (hoog)
te dempen opp.water binnen plangebied: (hoog)
7a
77.1
137.9
134.5
nieuw te graven water aangrenzend aan plangebied: (hoog)
4
Te dempen opp. water (hoog): 1278+488= Te graven opp. water (hoog): 672+253+83= Balans (hoog):
1a
nieuw te graven water binnen plangebied: (laag)
3
1
nieuwe stuw plaatsen
2
bestaande stuw verwijderen te dempen opp.water binnen plangebied: (laag)
Te dempen opp.water (laag: Te graven opp. water (laag): Balans (laag)
311.1
te handhaven opp.water binnen plangebied: (laag)
3.37
5.00
2.90
0.59
3.57
4.49
2.90
0.59
3.37
5.00
0.35
-1.36
-1.46
-2.48
te dempen -1.85
erfgrens
-1.85
-0.80
Indien woning gesloopt gaat worden i.c.m. verbreding watergang & vervanging sifon kan volstaan worden met tijdelijke middelzware beschoeiing Anders zware beschoeiing zonder 1:3 onderwater-talud
erfgrens nieuw
-0.80
2.50
erfgrens
2.50
-1.46
ntb drains t.b.v. bewaking grondwaterstand begraafplaats
-1.46
DWARSPROFIEL 4 (nieuwe situatie)
SCHAAL 1:100
SCHAAL 1:100
-1.15
-1.85 -1.15
b.o.k. -2.25
-1.85 -2.58
electrakabel
DWARSPROFIEL 4 (bestaande situatie)
erfgrens
4.49
-0.52
voorm. kasgevel
-0.52
nieuwe erfgrens
0.26
DWARSPROFIEL 5 SCHAAL 1:100
persriool
4.58 1.08
-0.56 fietspad
-0.61
1.92
1.69
-0.61
-1.34
inspectieput
-1.125
-1.125
-1.85
-1.85
-1.77
oude situatie
-1.96
-2.18
varend onderhoud
45.00
b.o.k. -2.25 -2.58
-2.58 0.40
-2.18
45.00
b.o.k. -2.25
0.40
-1.96
onderhoud water vanaf fietspad
inspectieput -1.125
0.20
0.97
0.20
1.69
0.40
-0.56 fietspad
1.92
0.20
1.08
DWARSPROFIEL 6 SCHAAL 1:100
DWARSPROFIEL 1a (bestaande situatie)
DWARSPROFIEL 1a (nieuwe situatie)
SCHAAL 1:100
SCHAAL 1:100
VEK Adviesgroep B.V. 1.01
4.13
1.35
Jupiter 433, Postbus 644
4.13
4.68 0.81
2.18
2675 ZW Honselersdijk 1.59
0.92
0.81
2.18
1.59
adviesgroep -0.44 fietspad
-0.44 fietspad
-0.48
-1.125
-0.48
-1.125 -1.85
-1.34 onderhoud water vanaf fietspad
-1.98
bestaande beschoeiing verwijderen -1.85
-1.46
-1.76
oude situatie
-2.55
-2.18
Tel. 0174-389666 www.vek.nl info@vek.nl
opdrachtgever
-1.46
Rijk Zwaan Zaadteelt & Zaadhandel De Lier
-2.55
-2.18 betreft
DWARSPROFIEL 2
DWARSPROFIEL 8 (bestaande situatie)
DWARSPROFIEL 8 (nieuwe situatie)
SCHAAL 1:100
SCHAAL 1:100
Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water schaal
DWARSPROFIEL 2 (nieuwe situatie)
(bestaande situatie)
SCHAAL 1:100
datum 1.00
2.14
0.92
1.90
0.84
1.45
1.04
0.81
2.14
0.92
1.90
0.84
1.45
1.04
0.99
1.46
0.96
0.67
3.78
2.50
0.81
0.95
0.67
3.78
getekend
1.03
Revisie
-1.15
-1.80
-1.85
-1.36
-1.47
-1.59
-2.18
Perdiksepad -1.36 -1.39
Perdiksepad -1.36
-1.36
-1.20
-1.40
-1.54
-1.40 -1.32
Perdiksepad
-1.20
-1.125
erfgrens
1.00 -1.46
erfgrens
afmeting
5.00
-1.125
-1.66
-2.16
-1.35
-1.32
Perdiksepad
-1.20
1:1000/100 11-06-2021 PvO 009 A1
datum gecontroleerd
11-06-2021 PvO
project nr.
0122.001
-1.85 -2.25 tekening nr.
-2.16
WT02
-3.18
DWARSPROFIEL 7 (bestaande situatie)
DWARSPROFIEL 7 (nieuwe situatie)
SCHAAL 1:100
SCHAAL 1:100
DWARSPROFIEL 7a (bestaande situatie)
DWARSPROFIEL 7a (nieuwe situatie, hoger peil)
SCHAAL 1:100
SCHAAL 1:100
Deze tekeningen zijn auteursrechtelijk beschermde werken welke toebehoren aan VEK Adviesgroep BV. Deze werken mogen derhalve niet zonder toestemming van VEK Adviesgroep worden geopenbaard en verveelvoudigd, behoudens de uitzonderingen genoemd in de Auteurswet. Deze tekening is niet geschikt voor de uitvoering.
file name: wt02 0122.001 r009
-3.18
Bijlage 2 Watervergunning
11
WATERVERGUNNING 2021-001870/D2021-06-001583 1
Procedure Datum vergunning: 17 juni 2021 Datum aanvraag: 27 januari 2021 OLO nummer: 5699295 Procedure: reguliere procedure titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht Procedure verlengd/ opgeschort: ja, met 84 dagen omdat de aanvraag niet volledig was Aanvulling aanvraag: e-mail met nieuwe tekening op 11 juni 2021 Aanvrager: Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V., Burgemeester Crezéelaan 40, 2678KX De Lier Gemachtigde: VEK Adviesgroep B.V. , Jupiter 433, 2675LX Honselersdijk Locatie activiteit: Burgerdijkseweg 5, De Lier Betreft: Dempen en graven, (nieuwe) oeverbeschoeiing, verwijderen en plaatsen van een stuw, aanbrengen van een stortebed en aanleggen van een duiker
2
Aanvraag
2.1
Aanleiding Aanvrager wil een aantal watergangen dempen en graven, (nieuwe) oeverbeschoeiing aanbrengen, een stuw verwijderen, een nieuwe stuw plaatsen, een stortebed aanbrengen en een duiker aanleggen. Deze activiteiten worden gedaan in het kader van het bouwrijp maken van het terrein en het verbeteren van de waterhuishouding Kralingerpolder en Oranjebuurt.
2.2
Handelingen waarvoor vergunning wordt aangevraagd Volgens artikel 3.1 lid 1 van de Keur Delfland is het verboden zonder vergunning waterstaatswerken aan te leggen of te wijzigen. Volgens artikel 3.1 lid 2 van de Keur Delfland is het verboden zonder vergunning gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden, vaste substanties of voorwerpen te laten staan, of te laten liggen, of de waterstand op een ander peil te brengen of houden dan het peil dat in het peilbesluit is vastgesteld.
3
Overwegingen Toetsing De volgende documenten zijn gebruikt ter toetsing van de aangevraagde werkzaamheden: Keur Delfland; Waterbeheerplan Delfland 2016-2021; Beleidsregel Dempen en graven (2019); Beleidsregels Werken in het profiel van wateren (2009); Beleidsregels Kunstwerken in wateren (2009). Waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, ecologie De aangevraagde activiteiten voldoen aan het beleid en hebben geen effect op de waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit of ecologie. Dit blijkt uit het feit dat er meer water wordt gegraven dan er wordt gedempt, respectievelijk 4021 m² en 1781 m². Een deel van het te compenseren water wordt gecompenseerd in het aangrenzende (lager gelegen) peilgebied, maar dat heeft geen nadelige gevolgen voor de
Watervergunning
2021-001870/D2021-06-001583
waterhuishouding. Het te graven water voldoet aan de minimale afmetingen voor nieuw aan te leggen wateren en er wordt (nieuwe) oeverbeschoeiing aangebracht. Tevens wordt er een nieuwe verbindingssloot gegraven en een duiker aangelegd om de aan- en afvoer te kunnen garanderen. Uit berekening is gebleken dat de duiker voldoet aan de eisen voor dimensionering en tevens wordt de duiker voorzien van twee inspectieputten om onderhoud en inspectie te kunnen uitvoeren. De bestaande stuw wordt verwijderd en er wordt een nieuwe stuw geplaatst, waardoor het huidige peilgebied gehandhaafd blijft. Om uitspoeling van grond ter plaatse van de stuw te voorkomen wordt er een stortebed aangebracht. Er mag geen puin-/steenbestorting worden toegepast, omdat er niet kan worden aangetoond dat er wordt voldaan aan het Besluit bodemkwaliteit. Om risico’s tijdens de uitvoering te voorkomen, zijn in deze vergunning voorschriften opgenomen. Onderhoud In de Keur en de Legger zijn de standaard bepalingen opgenomen voor het onderhoud van waterstaatswerken. Maatschappelijke functievervulling door watersystemen De aangevraagde werkzaamheden hebben geen gevolgen voor de maatschappelijke functievervulling door watersystemen zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Waterwet. Andere belangen Bij Delfland zijn geen andere belangen bekend die moeten worden meegewogen in deze procedure.
Conclusie Gelet op de overwegingen en met het opnemen van voorschriften kan de gevraagde vergunning worden verleend. 4 4.1
Voorschriften Algemene voorschriften
4.1.1 Algemeen 1. De start- en einddatum van de vergunde werkzaamheden moeten ten minste één week van tevoren worden gemeld aan Delfland. 2. Tijdens de werkzaamheden moet ter plaatse een (kopie) exemplaar van deze vergunning aanwezig zijn. 3. Er moet minimaal één persoon worden aangewezen die in het bijzonder belast is met het toezien op de naleving van deze vergunning, waarmee door of namens Delfland in spoedgevallen overlegd kan worden. 4. Alle krachtens deze vergunning te verrichten werkzaamheden worden, indien eenmaal aangevangen en zover redelijkerwijs mogelijk, onafgebroken en met spoed voortgezet. 5. Direct nadat de werken voltooid zijn, moeten alle daarbij gebruikte werktuigen, materialen en (hulp)werken, en ook de resterende (nietgebruikte) materialen en het afval worden opgeruimd en afgevoerd. 6. Calamiteiten, schade aan waterstaatkundige voorzieningen, verstoring van de waterhuishouding of andere bijzondere omstandigheden waardoor niet aan de vergunning kan worden voldaan, moeten direct worden gemeld en schriftelijk bevestigd aan Delfland. Aanwijzingen van Delfland moeten direct worden opgevolgd. 7. Alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen moeten worden getroffen, om te voorkomen dat het watersysteem schade lijdt ten gevolge van het gebruik van de vergunning en bij onvoorziene voorvallen. 8.
Een adreswijziging van de vergunninghouder moet binnen twaalf weken worden gemeld aan Delfland. 9. Delfland kan de vergunninghouder verplichten de werken waarvoor vergunning is verleend, te wijzigen of te verwijderen of verplaatsen, indien dit ____ 2/6
Watervergunning
2021-001870/D2021-06-001583
noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheers- of onderhoudshandelingen door of namens Delfland of anderszins in het belang van de waterstaat. 4.1.2 Uitvoeringstermijn De vergunde werkzaamheden moeten zijn uitgevoerd binnen één jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning. 4.2
Oppervlaktewateren
4.2.1 Oppervlaktewaterlichaam algemeen 1. Tijdens de uitvoering van de werken mag de doorstroming van het water niet verder worden verminderd dan vergund. 2. Nieuwe oeverlijnen moeten erosiebestendig worden afgewerkt. 4.2.2 Graven en dempen 1. Het graven moet eerder dan of gelijktijdig met het dempen worden uitgevoerd. 2. Het oppervlaktewaterlichaam moet op de volgende maatvoering worden gebracht: Watergang 1 (dwarsprofiel 1): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 6,16 m
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
1 m is NAP - 3,18 m
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 2,18 m
Watergang 2 (dwarsprofiel 1a): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 11,85 m
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
1 m is NAP - 3,18 m
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 2,18 m
Watergang 3 (dwarsprofiel 2): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 11,79 m
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
1 m is NAP - 3,18 m
____ 3/6
Watervergunning
2021-001870/D2021-06-001583
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 2,18 m
Watergang 4 (dwarsprofiel 4): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 5 m
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
0,73 m is NAP - 2,58 m
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 1,85 m
Watergang 5 (dwarsprofiel 8): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 5,48 m
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
0,70 m is NAP - 2,55 m
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 1,85 m
Watergang 6 (dwarsprofiel 7a): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Breedte op de oeverlijn
minimaal 2,5 meter
Lengte
Conform tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021
Leggerdiepte
0,40 m is NAP - 2,25 m
Taluds
1 : 1 of flauwer
Schouwpeil
NAP - 1,85 m
3. Er moet ten minste 4021 m² land tot oppervlaktewater worden gegraven en er mag niet meer dan 1781 m² oppervlaktewater worden gedempt. 4. Langs de watergangen 1, 4, 5 en 6 moet een beschermingszone van 4 m breed en 3,5 m hoog worden vrijgehouden, gemeten vanaf de insteek van de watergang. De breedte van de beschermingszone (het vlakke beloop) mag in het geval dat er een maaiveldhoge beschoeiing op de oeverlijn staat, ook worden gemeten uit de beschoeiing. Deze beschermingszone wordt gehanteerd om onderhoud aan de watergang te kunnen uitvoeren. 5. Langs de watergangen 2 en 3 moet een beschermingszone van 1 m breed en 2 m hoog worden vrijgehouden, gemeten vanaf de insteek van de watergang. De breedte van de beschermingszone (het vlakke beloop) mag in het geval dat er een maaiveldhoge beschoeiing op de oeverlijn staat, ook worden gemeten uit de beschoeiing. Deze beschermingszone wordt gehanteerd om onderhoud aan de watergang te kunnen uitvoeren. ____ 4/6
Watervergunning
2021-001870/D2021-06-001583
6. Bij de aansluiting van watergang 6 (dwarsprofiel 7a) op het bestaande water dient een graduele overgang over een lengte van 10 meter te worden aangelegd om te voorkomen dat een drempel moet worden onderhouden. 7. Voordat met de demping wordt begonnen moet aanwezige bagger worden verwijderd. 8. De vergunninghouder moet zorgen dat dieren in het te dempen water worden overgezet naar een water binnen hetzelfde peilgebied of kunnen ontsnappen voordat het water wordt gedempt. 9. Op de plaats van de demping moeten maatregelen worden getroffen om wateroverlast en/of watertekort bij de aangrenzende percelen te voorkomen. 4.2.3 Duiker 1. Voordat de duiker wordt aangelegd, moet ter plaatse van de duiker de bagger worden verwijderd. 2. De duiker moet voldoen aan de volgende maatvoering (conform dwarsprofiel 6, tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021): Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
type
rond
lengte
maximaal 42 m
inwendige doorsnede
minimaal Ø 0,6 m
hoogte binnenonderkant
NAP - 2,25 m (= 0,4 m beneden het schouwpeil)
inspectieputten
2
uitsteeklengte
0,3 m
3. De duiker moet zodanig aangelegd worden dat vervormen of verzakken van de duiker wordt voorkomen. 4. Er mogen geen objecten voor of in de duiker worden geplaatst, zodat de duiker goed blijft doorstromen. 5. De verbindingen tussen duikerelementen moeten waterdicht zijn. 6. De duiker moet inwendig gladwandig (niet geribbeld) zijn. 4.2.4 Stuwen 1. De stuw moet voldoen aan de volgende maatvoering: Onderdeel
Beschrijving / maatvoering
Type stuw
Vaste stuw
Overstortbreedte
1m
Minimale drempelhoogte
NAP - 1,85 m
Maximale drempelhoogte
NAP - 1,85 m
2. Er mogen geen materialen worden toegepast die kunnen uitlogen naar het water. 3. Uitspoeling van bodem en oevers en lekkage van de stuw onderlangs en achterlangs moet worden voorkomen. 4. Bij het aanbrengen van het stortebed mag er geen gebruik worden gemaakt van puin-/steenbestorting. 5. De stuw moet zodanig worden uitgevoerd dat deze niet door onbevoegden kan worden bediend. 6. De stuw moet voor bediening en onderhoud en inspectie altijd bereikbaar zijn. 7. Aan de hoge zijde van de stuw moet een peilschaal worden aangebracht met een schaalverdeling ten opzichte van het schouwpeil. ____ 5/6
Watervergunning 4.3
2021-001870/D2021-06-001583
Werken
4.3.1 Oeverbeschoeiingen 1. De oeverbescherming wordt in de doorgaande oeverlijnen aangelegd. 2. Er mag geen demping van het oppervlaktewaterlichaam plaatsvinden. 3. De ruimte achter de oeverbescherming moet geheel worden aangevuld. 4. Eventuele lozingspijpen moeten tot buiten de oeverbescherming uitsteken. 5. De oeverbescherming moet stevig worden aangebracht zodat vervorming of wijken van de constructie wordt voorkomen. 6. In de waterkering wordt geen verankering toegepast. 7. De oeverbescherming moet gronddicht worden afgewerkt, zodat geen grond of puin in het oppervlaktewaterlichaam geraakt. 8. Er mogen geen materialen worden gebruikt die oppervlaktewaterlichamen kunnen verontreinigen. 9. Vóór de aanvang van de werken moet de vergunninghouder de rooilijn van de werken aangeven. 10. De achter de oeverbescherming gelegen strook moet als een vlakke, begaanbare strook worden aangelegd en gehouden.
5
Besluit Dijkgraaf en hoogheemraden besluiten: a. onder verbinding van de voorschriften, op de locatie zoals vermeld in hoofdstuk 1 Procedure, een watervergunning te verlenen aan Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V., Burgemeester Crezéelaan 40, 2678KX De Lier, voor het dempen en graven, (nieuwe) oeverbeschoeiing aanbrengen, het verwijderen en plaatsen en hebben van een stuw inclusief het aanbrengen van een stortebed en het aanleggen en hebben van een duiker. b. de volgende documenten deel te laten uitmaken van de vergunning, voor zover betrekking hebbende op de onder lid a) genoemde werken: tekening ‘Waterwetvergunning Dempen en graven opp. water’, tekening nr. WT02, d.d. 11-06-2021.
6
Ondertekening namens Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland, de Afdelingsmanager Regulering en Planadvisering,
B.M. van Egmond
____ 6/6
Bijlage 4 Overzicht van de verharding in de oude en nieuwe situatie
12
te dempen opp.water binnen plangebied: (hoog) en (laag)
Totaal verhard infra/bebouwing: Totaal verhard glas: Totaal bestaand water: - te handhaven - te dempen :
bestaand water volledig op grond derden = buiten plangebied
te dempen opp.water binnen plangebied: (hoog)
verhard glas:
te handhaven opp.water binnen plangebied: (laag)
D nieuwe sloot C update B correcties A aanpassingen
18-12-2020 06-10-2020 14-05-2020 22-4-2020
PvO PvO PvO PvO
rev revisie
datum
door
tek
PvO
mm
03-03-2020 schaal 1:2000 datum
opdrachtgever
VEK Adviesgroep B.V.
Plan Kralingerpad
Jupiter 433, Postbus 644 2675 ZW Honselersdijk
betreft
Bestaande situatie project nr.
0122.001
Tel. 0174-389666
adviesgroep
www.vek.nl info@vek.nl tekening nr.
A3
S1b
maat Deze tekeningen zijn auteursrechtelijk beschermde werken welke toebehoren aan VEK Adviesgroep BV. Deze werken mogen derhalve niet zonder toestemming van VEK Adviesgroep worden geopenbaard en verveelvoudigd, behoudens de uitzonderingen genoemd in de Auteurswet. Deze tekening is niet geschikt voor de uitvoering.
file name: s1 0122.001 r007 v20201218
verhard glas (silo's):
te handhaven opp.water binnen plangebied: (hoog)
toegangsweg uitbr.p.plaats
rondweg+manoeuvreerruimte vrachtwagens
te handhaven opp.water binnen plangebied:
watersilo's of bassin:
17.7
Bouwvlak bedrijfsgebouwen:
verhoogd maaiveld: NAP-1.15 16.9
Water te handhaven: Water te dempen (hoog): Water te dempen (laag): Totaal water bestaande situatie: Te graven obv watersleutel: (bij 30cm max. toelaatbare peilstijging)
+ te handhaven opp.water binnen plangebied: +
+
D nieuwe sloot C update B meer verharding A aanpassingen
18-12-2020 12-10-2020 14-05-2020 22-04-2020
PvO PvO PvO PvO
rev revisie
datum
door
tek
PvO
mm
03-03-2020 schaal 1:2000 datum
opdrachtgever
VEK Adviesgroep B.V.
Plan Kralingerpad
Jupiter 433, Postbus 644 2675 ZW Honselersdijk
betreft
Beoogde situatie project nr.
0122.001
Tel. 0174-389666
adviesgroep
www.vek.nl info@vek.nl tekening nr.
A3
S1c
maat Deze tekeningen zijn auteursrechtelijk beschermde werken welke toebehoren aan VEK Adviesgroep BV. Deze werken mogen derhalve niet zonder toestemming van VEK Adviesgroep worden geopenbaard en verveelvoudigd, behoudens de uitzonderingen genoemd in de Auteurswet. Deze tekening is niet geschikt voor de uitvoering.
file name: s1 0122.001 r007 v20201218
Totaal verhard infra/bebouwing: Totaal verhard glas: Totaal water (bestaande situatie): Totaal onverhard Plangebied
De Lierseweg 2 2291 PD Wateringen Telefoon 0174 67 15 15 mail@ingenieursbureau-mol.nl www.ingenieursbureau-mol.nl
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b De Lier Projectnummer: A4837
Opdrachtgever:
Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V. T.a.v. mevrouw M. Vollebregt Postbus 40 2678 ZG De Lier
Status rapport:
Definitief
Rapport opgesteld: 28 maart 2019
Gecontroleerd: 28 maart 2019
De heer ing. O.M. Eversteijn
Mevrouw ing. L. Poldervaart
K.v.K. nummer 27169976 ABN AMRO IBAN nummer NL25ABNA0429674414 Rabobank IBAN nummer NL75RABO0373200579
Projectnummer: A4837
2
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................3
2
VOORONDERZOEK .................................................................................................................4 2.1 LOCATIEBESCHRIJVING..........................................................................................................4 2.2 HISTORISCHE INFORMATIE .....................................................................................................5 2.2.1 Archieven gemeente ...................................................................................................5 2.2.2 Bodemloket .................................................................................................................6 2.2.3 Kaartmateriaal .............................................................................................................6 2.3 GEO(HYDRO)LOGISCH ONDERZOEK .......................................................................................7 2.4 BODEMKWALITEITSKAART GEMEENTE WESTLAND ..................................................................7 2.5 ARCHEOLOGIE ......................................................................................................................7 2.6 EXPLOSIEVEN .......................................................................................................................7 2.7 FINANCIEEL – JURIDISCHE ASPECTEN
....................................................................................8 2.8 CONCLUSIES EN ONDERZOEKSHYPOTHESE ............................................................................8
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................................9
4
RESULTATEN ........................................................................................................................ 12 4.1 VELDWERK ........................................................................................................................ 12 4.2 LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................................... 14 4.2.1 Grond........................................................................................................................ 16 4.2.2 Grondwater .............................................................................................................. 17 4.3 BESPREKING RESULTATEN .................................................................................................. 18 4.4 OVERWEGING RESULTATEN ................................................................................................ 22 4.5 AFWIJKINGEN TEN OPZICHTE VAN DE NORM......................................................................... 23
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 24 5.1 5.2
CONCLUSIES...................................................................................................................... 24 AANBEVELINGEN ................................................................................................................ 25
6
ALGEMENE OPMERKINGEN .............................................................................................. 26
7
REFERENTIES ...................................................................................................................... 27
BIJLAGEN A. B1 t/m B4 C. D. E. F. G. H.
Ligging onderzoekslocatie en kadastrale gegevens Overzichtstekeningen onderzoekslocatie Toetsingsresultaten Analysecertificaten Boorstaten Foto-overzicht Verantwoording veldwerkzaamheden Historische informatie
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
1
3
INLEIDING
In opdracht van Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V. is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Burgerdijkseweg 5b te De Lier een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740/A1. Mevrouw M. Vollebregt is de contactpersoon namens de opdrachtgever. Namens Ingenieursbureau Mol zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer O.M. Eversteijn. Het terrein wordt onderzocht in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en het aanvragen van een omgevingsvergunning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is drieledig, namelijk 1. aantonen dat op het onverdachte deel van de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden; 2. het bepalen van aard van de heterogeen verdeelde verontreinigde stof onder het verharde deel aan de voorzijde van de locatie. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen; 3. vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatische grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden.