CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Kralingerpad te De Lier

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Kralingerpad te De Lier39.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

KRALINGERPAD TE DE LIER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.GTGWKRALINGERPDobp-VA01 vastgesteld

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

10

2.1

Beleidskader

10

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

20

2.3

Gebiedsvisie

28

Hoofdstuk 3

Onderzoek

33

3.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

33

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

33

3.3

Bedrijven en milieuzonering

34

3.4

Geluid

40

3.5

Luchtkwaliteit

41

3.6

Externe veiligheid

44

3.7

Water

48

3.8

Bodem

56

3.9

Ecologie

58

3.10

Cultuurhistorische aspecten

65

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

69

4.1

Planvorm

69

4.2

Bestemmingsregeling

71

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

73

5.1

Economische uitvoerbaarheid

73

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

Regels Hoofdstuk 1

75 Inleidende regels

76

Artikel 1 Begrippen

76

Artikel 2 Wijze van meten

86

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

87

Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw

87

Artikel 4 Groen

105

Artikel 5 Maatschappelijk

106

Artikel 6 Water

107

5

Artikel 7 Waarde - Archeologie

108

Hoofdstuk 3

110

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel

110

Artikel 9 Algemene bouwregels

111

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

112

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

113

Artikel 12

Overige regels

114

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

115

Artikel 13

Overgangsrecht

115

Artikel 14

Slotregel

116

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Lier Bijlage 16 Bijlage 17

M.e.r. beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Bedrijven en Milieuzonering onderzoek Geluidsonderzoek Luchtkwaliteitsonderzoek Externe Veiligheidsonderzoek Watertoets Bodemonderzoek Aanvullend bodemonderzoek Ecologie QS Stikstofdepositie Archeologisch onderzoek Bezonningsstudie Nota beantwoording reactie 3.1.1 BRO overleg WRO nota beantwoording inspraakreactie Kralingerpad te De Nota beantwoording zienswijze Staat van Wijzigingen

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten Wegencategorisering en vaarwegen

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Rijk Zwaan is een toonaangevend en wereldwijd opererend groenteveredelingsbedrijf met 3.300 medewerkers in meer dan 30 landen. De hoofdlocatie van Rijk Zwaan is gevestigd aan De Burgemeester Crezéelaan 40 in De Lier, waar 800 medewerkers werken. Het bedrijf ontwikkelt, met behulp van zaadveredeling, hoogwaardige groentegewassen voor de professionele voedingstuinbouw, die steeds betere en gewenste eigenschappen hebben en daardoor duurzaam kunnen worden geproduceerd. Rijk Zwaan staat aan de basis van de wereldwijde voedselvoorziening en groenteconsumptie en draagt bij aan innovaties in de topsector tuinbouw en uitgangsmateriaal door onderzoek, technologische innovaties en nationale en internationale samenwerking. Rijk Zwaan heeft de afgelopen 25 jaar een continue groei doorgemaakt en investeert flink in vernieuwing en inrichting van haar onderzoeksfaciliteiten. Voor de verdere groei heeft het veredelingsbedrijf behoefte aan uitbreiding van faciliteiten voor de opslag en bewerking van zaden, verwerking van vruchten en uitbreiding van het hoofdkantoor met een ruimte voor multifunctioneel ontmoeten. De gemeente Westland (hierna Westland), het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna HHD) en bewoners werken al vele jaren samen aan maatregelen om de wateroverlast in de dorpskern De Lier te voorkomen.

Specifiek de Oranjewijk is een knelpunt omdat deze wijk laaggelegen is en de woningen niet zijn onderheid en ze verzakken. De wijk heeft de afgelopen jaren regelmatig te kampen gehad met wateroverlast na hevige regenval en aanpassingen aan de woningen zijn zeer kostbaar. Voor een robuuste en toekomstbestendige waterafvoer uit de Oranjewijk is de verbreding van de watergang langs het Kralingerpad noodzakelijk. De voorliggende ontwikkelingen van Rijk Zwaan bieden de mogelijkheid om werk met werk te maken in de volgebouwde Kralingerpolder, waardoor een win-win situatie ontstaat. Rijk Zwaan heeft na overleg met Westland en HHD de gronden achter de begraafplaats verworven, waardoor het bedrijf haar gewenste groei kan realiseren en samen met het HHD en Westland de watergang langs het Kralingerpad kunnen verbreden van ca. 2 m naar de gewenste ca. 10 m. Deze verbreding is cruciaal, zonder deze verbreding kunnen andere knelpunten in de Kralingerpolder niet worden uitgevoerd en doormiddel van de verbreding worden grote maatschappelijke kosten in de Oranjewijk voorkomen. De activiteiten van Rijk Zwaan in het nieuw te bouwen bedrijfsgebouw met bedrijfsgebonden kantoren en multifunctioneel ontmoeten, sluiten aan bij de thema's kennis en innovatie, duurzaamheid en gezondheid die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Westland.

De activiteiten hebben een toegevoegde waarde voor het glastuinbouwgebied en de Westlandse economie. Veredelingsbedrijven, zoals Rijk Zwaan, passen binnen de bestemmingsplandefinitie voor glastuinbouwbedrijven. Daarnaast heeft de provincie haar beleid voor bedrijfsgebonden kantoren in de omgevingsverordening verruimd conform de insteek van de Omgevingswet. Bedrijfsgebonden kantoren kunnen worden toegestaan tot 50% van het bruto bedrijfsoppervlak van het betreffende bedrijf. Op 16 juni 2017 heeft Rijk Zwaan een verzoek ingediend tot wijziging van het geldende bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. Het doel van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van de uitbreiding van Rijk Zwaan. Het bestemmingsplan geeft het bedrijf de flexibiliteit om gefaseerd te kunnen uitbreiden binnen de gestelde normen en uitgangspunten en om af te wijken van het huidige bebouwingspercentage voor 'bedrijfsgebouwen'.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is globaal gelegen tussen de hoofdlocatie Rijk Zwaan Burgermeester Crezéelaan 40 en het Kralingerpad en ligt achter de locatie van de Algemene Begraafplaats De Lier, Burgemeester Crezéelaan 28 De Lier. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 6 ha.

7

Ligging plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: Glastuinbouwgebied Westland, vastgesteld 19 december 2012; Verzamelplan Glastuinbouw, vastgesteld 8 december 2020; Parapluplan parkeernormen, vastgesteld 20 februari 2018.

Uitsnede bestemmingsplankaart ruimtelijkeplannen.nl

8

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Kralingerpad te De Lier" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

9

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale

10

gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.

Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.

11

De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld.

Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.

Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden:

12

in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.

Bedrijventerreinenvisie Westland De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op: het anticiperen op actuele en toekomstige marktontwikkelingen om voldoende ruimte te behouden voor groei van bedrijvigheid (inspelen op de vraag van bedrijven, kantoren en detailhandel); het zijn van een toetsingskader voor de actualisering van bestemmingsplannen en de ruimtelijke onderbouwing van andere ruimtelijke besluiten; het verschaffen van duidelijkheid over parkmanagement op bedrijventerreinen. Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan.

Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten. In de loop der tijd zijn daarop uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen. De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren. Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m² bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m² per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein.

Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven. Detailhandelsstructuurvisie gemeente Westland 'Kleine Kernen Kordaat' In de Detailhandelsstructuurvisie “Kleine kernen kordaat” 2008 is het beleid vervat dat elke Westlandse

13

kern, in ieder geval voor wat betreft het dagelijks winkelaanbod, over voldoende detailhandelsvoorzieningen dient te beschikken. De omvang van die voorzieningen is gerelateerd aan de omvang van de betreffende kern. Voorts is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk detailhandelsomzet voor het Westland te behouden. Het weglekken van deze omzet naar omliggende gemeenten, dient, zoveel als reëel mogelijk is, te worden voorkomen. In onze detailhandelsstructuurvisie worden de volgende twee hoofdlijnen benoemd: 1.

2.

Streven naar een situatie waarin de Westlandse kernen zelf voldoende detailhandelsvoorzieningen hebben. De omvang van die detailhandel heeft een sterke relatie met het lokale inwonertal, maar wordt ook bepaald door marktverhoudingen. Het behoud van zoveel mogelijk omzet in Westland zelf. Het weglekken van omzet naar omliggende gemeenten willen we, zoveel als reëel mogelijk is, voorkomen.

Kantorenvisie De Westlandse dienstensector ontwikkelt zich de afgelopen jaren sterk, mede als gevolg van de toename van bedrijventerreinen en door de schaalvergroting in de glastuinbouw. Dienstverleners verbeteren het productieproces en verhogen de efficiëntie van ondernemers. In de glastuinbouw is dit goed zichtbaar. Met minder werknemers wordt meer geproduceerd omdat de bedrijfsprocessen steeds beter georganiseerd worden. Een tweede grote vraag naar kantoorruimte komt van bestaande Westlandse kantoorgebruikers die, vaak als gevolg van fusies, nieuwe kantoorpanden bouwen. Wat betreft de vraag naar nieuwe kantoorruimte, richt de visie zich op kantoorlocaties. Kansrijke locaties voor concentratie van kantoren zijn: Tiendweg met in het verlengde Flora Holland; Centrum Naaldwijk; ABC Westland; Knooppunt Westerlee. Daarbij heeft volgtijdelijke ontwikkeling de voorkeur, waarbij de locatie Tiendweg prioriteit verdient. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. Regionale Kantorenstrategie Haaglanden De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren.

14

Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het voorgaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het beleid voor bedrijfsgebonden kantoren is verruimd in de verordening conform de Omgevingswet. Bedrijfsgebonden kantoren kunnen worden toegestaan tot 50% van het bruto bedrijfsvloeroppervlak van het betreffende bedrijf. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen.

Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

15

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten.

Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bijvoorbeeld met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

16

figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland

Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.

figuur 5: de '3ha kaart'

Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal.

Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft. Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande

17

landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Het gebied tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is aangeduid als 'maatwerkgebied glastuinbouw'. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving. Er zijn al plannen voor een groenzone (onderdeel van Natuurnetwerk Nederland). 2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.

figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening)

Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;

18

het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf op 1 januari 2022 naar verwachting in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel.

De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het

19

Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling voor de nieuwbouw op het perceel Kralingerpad te De Lier is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ruimtelijke aspecten

Huidige situatie Zaad Technologisch Centrum Rijk Zwaan is een internationaal zaadhandel en zaadveredelingsbedrijf en kan zich als familiebedrijf uitsluitend handhaven in de top 4 van groentezaadbedrijven door het leveren van topkwaliteit en topservice. De zaden en rassen die wereldwijd worden ontwikkeld en geproduceerd, worden naar De Lier getransporteerd en in De Lier geschoond, bewerkt, gedroogd, getest, verpakt en opgeslagen, voordat zij naar de professionele klanten gaan. Vanwege de groei en ruimtegebrek in De Lier worden gebouwen gehuurd op bedrijventerreinen in Maasdijk en Maasland. Voor de verdere groei van Rijk Zwaan is uitbreiding noodzakelijk van de opslag- en bewerkingsfaciliteiten uit Maasdijk en De Lier. Hierbij is het van belang dat de nieuwe verwerkingsruimte binnen korte afstand ligt van de onderzoeksen testfaciliteiten van het bedrijf. De activiteiten zijn zodanig met elkaar verbonden dat korte afstanden grote logistieke voordelen hebben, zoals efficiënt transport van zaadmonsters en personeel. Daarnaast is er een nauwe relatie met het hoofdkantoor, zoals uitwisseling van personeel, kennis, ICT en middelen. Vanwege de risicospreiding, zoals brandveiligheid en minder voorraadconcentratie, wil Rijk Zwaan een tweede Zaad Technologisch Centrum (hierna ZTC 2) realiseren in een vrijstaand gebouw dat los staat van het huidige ZTC.

Extractie van vruchten Vruchten voor zaadteelt die in Nederland worden geproduceerd, worden vanaf verspreid liggende bedrijven getransporteerd naar de hoofdlocatie De Lier en worden in gebouw De Plantage bewerkt. Hier worden de zaden uit de vruchten gehaald; dit proces heet extractie. Vanwege de groei in Nederlandse productielocaties is het gebouw te klein en daarnaast is het huidige gebouw De Plantage nodig voor veredelingsactiviteiten. Rijk Zwaan wil daarom de activiteiten uit gebouw De Plantage op korte termijn verplaatsen en uitbreiden in een nieuw extractiegebouw. De huidige extractie van vruchten is ondergebracht bij de onderzoeksafdeling, zodat medewerkers flexibel kunnen worden ingezet. De medewerkers van De Plantage zijn in het voorjaar werkzaam in de opkweek van planten en in het oogstseizoen staan zij aan de machines voor extractie. Gelet op deze flexibele inzet is het noodzakelijk dat de toekomstige locatie en uitbreiding in de directe omgeving van de opkweekkassen ligt. Deze ruimtebehoefte valt samen met de behoefte van ZTC 2 en wordt daarom aan het gebouw ZTC 2 toegevoegd.

Bedrijfsgebonden kantoren en multifunctioneel ontmoeten Door de groei van het bedrijf en vernieuwing van de onderzoeks- en logistieke faciliteiten zijn ook de ondersteunende diensten verder uitgebreid en geprofessionaliseerd, zoals supply chain, marketing, ICT en facilitaire en juridische afdelingen. Deze diensten zijn centraal gevestigd in het hoofdkantoor De

20

Zwaan in De Lier en hebben dringend behoefte aan meer werkruimte. De huidige kantoren bestaan uit een combinatie van kleine en grote kantoorruimtes, zoals kamers voor 1 tot 4 personen en kantoortuinen. In de kantoren streeft Rijk Zwaan naar een netto kantooroppervlak van ca. 8 m2 per persoon. Door de personele groei is de netto kantoor oppervlakte per medewerker afgenomen naar 5 á 6 m2 per medewerker. Daarnaast zijn diverse vergaderzalen omgebouwd tot werkkamers, waardoor er op dit moment een tekort aan vergader- en overlegruimtes bestaat. Voor de uitbreiding van haar kantoorruimte is in oktober 2019 een omgevingsvergunning verleend. Op het voorerf van de huidige hoofdlocatie is een kantoorgebouw van ca. 3.000 m2 brutovloeroppervlak bedrijfsgebonden kantoorruimte vergund, waarvan ca. 2.000 m2 netto kantooroppervlak. Vanwege de groeiverwachtingen zal dit kantoorgebouw na 2030 te klein zijn en heeft Rijk Zwaan daarom behoefte aan een groter gebouw. Gelet op de voorliggende ontwikkeling is besloten om het gebouw op het voorterrein niet te realiseren en de ontwikkeling van een bedrijfsgebonden kantoorgebouw met mogelijke uitbreiding op het plangebied te realiseren. Daarnaast is behoefte aan ruimtes waar multidisciplinaire teams kunnen samenkomen en ontmoeten. Dit betreft medewerkers uit diverse disciplines en gebouwen van Rijk Zwaan zowel nationaal als internationaal.

Brutovloeroppervlak Het nieuwe bedrijfsgebouw ZTC 2 is nodig voor het transport, verwerken, behandelen, drogen, testen, verpakken en opslaan van zaden met behulp van bewerkings- en verpakkingsmachines, drooginstallaties en geconditioneerde magazijnen. De machines en droog- en opslagfaciliteiten nemen veel ruimte in en een medewerker kan, afhankelijk van het proces, meerdere machines tegelijk bedienen. Voor deze zaadverwerkings- en opslagruimtes is de ruimtebehoefte ca. 22.500 m2 brutovloeroppervlak in 2030 en ca. 34.500 m2 in 2040. In de extractieruimte wordt een groot deel van de ruimte ingenomen voor opslag van vruchten, pallets en kisten, extractiemachines, watertechniek en drogen en opslag van zaden. Voor de verplaatsing en groei van extractie is een brutovloeroppervlak van ca. 5.000 m2 in 2030 nodig en in 2040 ca. 8.000 m2. De ruimte voor multifunctioneel ontmoeten zal worden ingevuld in de oppervlaktes die benodigd zijn voor het ZTC2. De totale behoefte in 2030 in een nieuw ZTC2 komt uit op een brutovloeroppervlak van ca. 27.500 m2 en in 2040 groeit dit naar ca. 42.500 m2. Op basis van de personele groeiverwachting heeft Rijk Zwaan tot 2030 behoefte aan bedrijfsgebonden kantoren van ca. 5.500 m2 brutovloeroppervlak. Op basis van de huidige verwachtingen is in 2040 een bruto oppervlakte van ca. 8.500 m2 kantoren gewenst.

De netto kantooroppervlakte per medewerker zal door de nieuwbouw, zowel in de nieuwe als in de bestaande kantoortuinen uitkomen op ca. 8 á 10 m2 per medewerker. Tabel verwachte ruimte behoefte

De bedrijfsgebouwen en kassen van Rijk Zwaan in de Kralingerpolder hebben gezamenlijk een bruto vloeroppervlakte van ca. 265.000 m2. Hiervan is ca. 4.600 m2 brutovloeroppervlak in gebruik voor bedrijfsgebonden kantoren, dit is ca 1,7 % van het brutovloeroppervlak van de gezamenlijke bedrijfsgebouwen en kassen. Na realisatie van de voorliggende planontwikkeling is het totale brutovloeroppervlak naar verwachting ca. 316.000 m2, waarvan ca 4,1 % bedrijfsgebonden kantoren in 2040. Geconcludeerd wordt dat het gewenste brutovloeroppervlak van de bedrijfsgebonden kantoren in het plangebied voldoet aan de randvoorwaarde van de provincie van maximaal 50 % bedrijfsgebonden kantoren van de totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf. Knelpunten Kralingerpolder De urgentie voor het oplossen van de wateroverlast in de kern De Lier is hoog, met name in de Oranjewijk, door de jaarlijks terugkerende wateroverlast bij hevige regenval. Een deel van de woningen in de Oranjewijk is niet onderheid en verzakt door bodemdaling, waardoor het risico op wateroverlast jaarlijks terugkeert. Diverse oplossingen zijn tot op heden niet uitvoerbaar en haalbaar gebleken. Een

21

robuuste waterverbinding tussen die kern De Lier en het poldergebied van Midden-Delfland is noodzakelijk om de wateroverlast in de toekomst te voorkomen en technische knelpunten in de Kralingerpolder te kunnen oplossen. Deze robuuste waterverbinding kan alleen worden gerealiseerd bij ruimtelijke ontwikkelingen in de Kralingerpolder, omdat de polder is volgebouwd. De hoofdlocatie van Rijk Zwaan grenst aan de kern De Lier in de Kralingerpolder en ligt in de nabijheid van de Oranjewijk. Rijk Zwaan is daarom verzocht om bij nieuwe ontwikkelingen mee te werken aan de verbreding van de watergang langs het Kralingerpad van ca. 2 m naar de berekende ca. 10 m. Samen met Rijk Zwaan en Delfland is de planontwikkeling in combinatie met het verbreden van de watergang langs het Kralingerpad ingeschat als een haalbare optie, die voor partijen een win-win-situatie oplevert en een oplossing biedt voor de noodzakelijk verbetering van de waterstructuur en problemen in de Oranjewijk. In vervolg op het positieve advies van B&W van Westland heeft Rijk Zwaan in 2019 het voormalige glastuinbouwbedrijf aangekocht. De opstallen zijn gesloopt en de locatie ligt braak ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling. Toekomstige situatie Het plangebied ligt tussen de Algemene Begraafplaats De Lier, het Kralingerpad en de hoofdlocatie van Rijk Zwaan en heeft een oppervlakte van ca. 6 ha.

Voor de toekomstige activiteiten en het bouwplan van Rijk Zwaan is in dit bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' opgenomen, met daar bovenop een functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -zaadteelt en zaadveredelingsbedrijf'. Tevens is een bouwvlak met een oppervlakte van ca. 3,3 ha opgenomen met een maximale bouwhoogte van 15 m en een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan voor een 'multifunctioneel centrum' met een maximale bouwhoogte van 18 m. De functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf- zaadteelt en zaadveredelingsbedrijf komt overeen met de functieaanduiding op de hoofdlocatie van Rijk Zwaan en het deel van het plangebied met de bestemming Bedrijf zoals omschreven in de staat van bedrijfsactiviteiten in het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland. De activiteiten zoals transport, bewerken, drogen, testen en geconditioneerde opslag van zaden, extractie van vruchten en bedrijfsgebonden kantoren zijn passend binnen deze functieaanduiding. Het effect van deze activiteiten op de omgeving is onderzocht in een onderzoek bedrijven -en milieuzonering. De afstanden van de activiteiten tot omliggende gevoelige functies voldoen aan de geldende afstanden uit de VNG brochure. Deze afstanden en de maximale bouwmogelijkheden van de woning Burgerdijkseweg 7 binnen het bestemmingsplan garanderen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De maximale bouwhoogte van 15 m past bij de huidige bouwhoogte van ZTC 1. Het effect van de maatvoering is onderzocht in een bezonningsstudie. Uit dit onderzoek komt naar voren dat, ten opzichte van de planologische bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan, er geen substantieel verschil en invloed is op de omliggende woningen, begraafplaats en bedrijven. Het bouwvlak is bepaald aan de hand van de stedenbouwkundige randvoorwaarden en gewenste afstandsmaten. Vastgesteld is dat de bouwcontour passend is in de omgeving van het glastuinbouwgebied, specifiek de locatie van Rijk Zwaan, en dat de bouwcontour geen nadelige invloed heeft op de omgeving t.o.v. de huidige bouwmogelijkheden. De logistieke functies worden op eigen terrein gerealiseerd. De logistiek voor het vrachtverkeer van en naar het bedrijfsgebouw bevindt zich aan de noord-oostzijde, zodanig dat geen hinder wordt veroorzaakt voor de omgeving. Parkeren is voorzien op het bestaande en nieuwe parkeerterrein. Het huidige parkeerterrein is berekend op de verkeerstoename tot 2030. Om werk met werk te maken wordt bij de eerste bouwfase al een extra parkeerterrein gerealiseerd op de locatie van de huidige watersilo's. Dit nieuwe parkeerterrein is opgenomen in het plangebied. Het Perdiksepad wordt onttrokken aan de openbaarheid voor een veilige bedrijfsvoering.

Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor vervanging van het voetpad en de bomen. Het Perdiksepad is een historisch kerkepad en blijft visueel behouden. In overleg kan het pad voor bijvoorbeeld historische dagen (maximaal 1 of 2 dagen per jaar) worden opengesteld. De bedrijfswoning op de kavel blijft voorlopig behouden, maar zal op termijn gesloopt moeten worden. De bestaande in-/uitrit aan de Burgerdijkseweg zal alleen worden gebruikt in geval van calamiteiten en door fietsers. Deze in-/uitrit verliest daardoor zijn huidige verkeersfunctie waardoor de landelijke

22

Burgerdijkseweg wordt ontlast van vrachtverkeer en het woongenot langs de Burgerdijkseweg wordt verbeterd. Voor extractie van vruchten is een grote hoeveelheid water nodig en om een duurzame watervoorziening te realiseren wordt zoveel mogelijk hemelwater gebruikt. Hiervoor zijn hemelwater silo's of waterbassins nodig. Daarnaast worden de watersilo's achter het parkeerterrein verplaatst ten behoeve van een toekomstig parkeerterrein. Totaal is een bruto grondoppervlakte van ca. 3.700 m2 gewenst voor de verplaatsing en uitbreiding van de hemelwateropvang. De watersilo's of waterbassins met een maximale bouwhoogte van 4 m worden gerealiseerd aan de zijde van de Burgerdijkseweg. Hierdoor blijft de uitstraling aan deze zijde gelijk aan de uitstraling van het voormalige glastuinbouwbedrijf en is de invloed van het bouwplan op de woning Burgerdijkseweg 7 nihil. Voor een optimale ruimte benutting van het kavel wordt het bedrijfsgebouw ZTC 2 in twee lagen uitgevoerd met een maximale bouwhoogte van 15 m. De begane grond van het ZTC 2 heeft een bouwhoogte van ca 9 m ten behoeve van de benodigde vrije hoogte voor de grote machines en opslag. De eerste verdieping van het ZTC 2 heeft een bouwhoogte van ca 6 m voor de vrije hoogte van compactere machines en opslag.

Aan de zijde grenzend aan de begraafplaats worden de bedrijfsgebonden kantoren in vier bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 15 m gerealiseerd met een open ruimte voor hoog opgaand groen en water. Hierdoor blijven de ruimte en rust rondom de begraafplaats behouden en wordt het zicht op de begraafplaats afgeschermd. Als derde gebouwcomponent wordt een multifunctionele ontmoetingsruimte (MFO) toegevoegd in het ruimtelijke hart van het gebouw en de locatie. Deze ontmoetingsruimte wordt niet (traditioneel) tussen de kantoor bouwdelen geplaatst, maar als architectonische koppeling op de verdieping van ZTC 2 en vormt daarmee de verbinding tussen de verschillende functies. Het geheel levert zo een duidelijke hiërarchie in bouwmassa's en biedt een hoge ruimtelijk kwaliteit. Op deze manier geeft de MFO boven de kassen uit een goed overzicht over 'de wereld van Rijk Zwaan' en tegelijkertijd geen overlast voor de begraafplaats. Binnen het MFO vormt een meerlaagse oplossing voor ontmoeten, vergaderruimten en facilitaire voorzieningen ook een ruimte-efficiënte invulling. Voor meerlaags gebruik is meer dan 6m nodig. Vanwege de architectonische koppeling en het meerlaags gebruik in MFO is het wel noodzakelijk dat plaatselijk het dak van dit MFO met 18m boven de algehele bouwcontour van 15m uit steekt.

Deze uitzondering wordt vervolgens in architectuur én terugliggende bouwmassa netjes ingepast in het geheel, zodat het geheel passend is in haar context. De gebouwen worden duurzaam en energiezuinig ontworpen. De wateropgave wordt gerealiseerd door de verbreding van de watergang langs het Kralingerpad naar ca. 12 m en de aanleg van een nieuwe brede watergang tussen de begraafplaats en het plangebied van ca 5 m breed en een beperkte verbreding van de huidige watergang bij de bestaande silo's op de hoofdlocatie van Rijk Zwaan. De aansluiting op een nieuwe duiker, zorgt er voor dat de knelpunten van meerdere duikers langs de ventweg worden opgelost. De watergang langs het Perdiksepad wordt gedempt voor een veilige kavelstructuur, uitgezonderd het deel langs de woning Burgerdijkseweg 7. Dit deel van de watergang blijft behouden, zodat er geen invloed is van dempingen op de woning. Uit onderzoek komt naar voren dat de wateraspecten geen invloed hebben op de begraafplaats. Vanwege de functie van de watergang langs het Kralingerpad krijgt deze de bestemming hoofdwatergang. Het plangebied wordt ontsloten via de rotonde en de ventweg langs de Burgemeester Crezéelaan. Afgaande op de huidige verkeersbewegingen en cijfers levert de toevoeging van bewegingen geen problemen op.

De bestaande doorgang naar het plangebied wordt verbreed door het dempen van de watergang en het verplaatsen van de parkeerplaatsen van de begraafplaats en brandweer. Hierdoor ontstaat een toegangsweg van ca. 7 m breed. De aanpassingen maken het mogelijk dat de vrachtwagens elkaar goed kunnen passeren en er een veilige toegang wordt gerealiseerd.

23

Toekomstige ruimtelijke en functionele structuur Voorlopig Ontwerp eerste bouwfase, Impressie RoosRos Architecten

Aanzicht Perdiksepad 2.2.2

Verkeer

Personen verkeer en parkeren Het plan voorziet in een gefaseerde bouw van een bedrijfsgebouw met bedrijfsgebonden kantoren en een ruimte voor multifunctioneel ontmoeten. Na oplevering van de eerste fase wordt verwacht dat ca. 210 personen per dag in de nieuwbouw werken of deze bezoeken. Van deze 210 aanwezigen per dag zijn op dit moment 195 personen werkzaam of bezoeker in de bestaande gebouwen op het terrein van Rijk Zwaan. De eerste bouwfase biedt ruimte aan de verwachte groei tot 2030. Op basis van de huidige inzichten groeit het aantal medewerkers en bezoekers naar totaal 365 personen per dag in 2030. Uitgaande van een worst-case situatie dat ca. 80 % van de medewerkers en bezoekers met de auto komt neemt het personenverkeer toe met 136 auto's per dag in 2030. De tweede fase van de nieuwbouw zal naar verwachting na 2030 worden gerealiseerd en de verwachting is dat dit leidt tot een toename van ca. 88 auto's per dag in 2040.

24

Tabel aantal medewerkers en bezoekers en auto's (80%) per dag (worst-case)

Tabel verwachte ruimtebehoefte

Voor het aspect parkeren voor bedrijfsgebonden kantoren met ontmoetingsruimtes wordt de geldende norm aangehouden van 2 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlak (conform plan bouwdeel G, Rijk Zwaan 2019). Dit betekent dat 110 parkeerplaatsen nodig zijn tot 2030 en nog eens 60 parkeerplaatsen tot 2040. Wanneer voor het bedrijfsgebouw de norm per 100 m2 bvo wordt gehanteerd, zou een overdimensionering voor parkeren ontstaan. Voor het bedrijfsgebouw wordt daarom uitgegaan van het werkelijk aantal medewerkers die in het nieuwe gebouwen werkzaam zullen zijn. Een groot deel van de medewerkers is nu werkzaam in de bestaande gebouwen en kassen, zoals het ZTC en De Plantage (totaal 35). Uitgaande van 65 medewerkers in 2030 en 75 medewerkers in 2040, waarvan 80% met de auto komt, zijn respectievelijk 52 parkeerplaatsen in 2030 nodig en nog 8 parkeerplaatsen in 2040. Totaal betekent dit dat voor het project 162 parkeerplaatsen tot 2030 nodig zijn en 68 voor de situatie in 2040. In 2010 is voor de nieuwbouw van het hoofdkantoor en ZTC op het voorterrein van Rijk Zwaan al rekening gehouden met de mogelijke toekomstige uitbreiding van een kantoor aan de voorzijde van het Rijk Zwaan complex.

In deze periode zijn twee grote parkeerterreinen gerealiseerd door de aankoop van de naastgelegen gemeentegrond en is een overschot van 122 parkeerplaatsen aangelegd voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast is het parkeerterrein aan de voorzijde in 2019 uitgebreid met 49 parkeerplaatsen voor de ontwikkeling van een toekomstig kantoor. Dit laatste plan is vooralsnog niet doorgegaan, vanwege de voorliggende ontwikkeling. Totaal heeft Rijk Zwaan een overschot van 171 parkeerplaatsen. Hieruit volgt dat voor de planontwikkeling in 2030 aan de normen wordt voldaan. Voor de verwachte uitbreiding na 2030 is een extra parkeerterrein nodig van ca 59 parkeerplaatsen. Voor de periode na 2030 wordt al in de eerste bouwfase een nieuw parkeerterrein aangelegd op de plaats van de huidige watersilo's grenzend aan het huidige parkeerterrein. De ruimte voor dit nieuwe parkeerterrein is opgenomen in het plangebied en de huidige watersilo's worden verplaatst naar de zijde Burgerdijkseweg van het plangebied. Parkeren is hierdoor ook voor de lange termijn voldoende geborgd. Tabel berekening overschot parkeren na nieuwbouw 2010 voorzijde Rijk Zwaan complex

25

In totaal werken op de hoofdlocatie Burgemeester Crezéelaan 40 De Lier ca. 800 medewerkers waarvan een deel parttime werkt en een deel seizoensmedewerker is. Naast de hierboven beschreven 450 parkeerplaatsen op het voorterrein zijn er nog 150 parkeerplaatsen nabij de gebouwen De Zaailing, De Plantage en De Focus aanwezig. Het terrein is zoals eerder benoemd in 2019 uitgebreid met 49 parkeerplaatsen. In totaal zijn er op het terrein van Rijk Zwaan 649 parkeerplaatsen. Op dagelijkse basis komt een deel van de medewerkers (wort-case ca. 20%) op de fiets. In de praktijk blijkt dat op een werkdag een deel van het parkeerterrein (25%) leeg is; ca 162 plaatsen. Daarnaast zijn ca. 35 medewerkers verhuist van locatie De Serre naar de nieuwbouwlocatie De Hybride, aan de Zijtwende die in 2020 is opgeleverd. Hierdoor is een overschot in de praktijk van ca. 190 parkeerplaatsen. Rijk Zwaan stimuleert dat medewerkers op de fiets komen, door middel van een eigen fietsplan. Verdeeld over het terrein staan meerdere fietsenstallingen. Ook binnen het plangebied worden voorzieningen voor fietsers gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat de planontwikkeling tot 2030 geen extra parkeerdruk oplevert op de bestaande parkeerterreinen van Rijk Zwaan en dat de toegang en parkeren is berekend op de verkeerstoename voor personenvervoer tot 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=0dac0146-1c04-49b4-b976-47c427e80d73