CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster

Gemeenteraad 26 juni 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster27.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

HERONTWIKKELING ALOYSIUSSCHOOL TE MONSTER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.MONREMBRANDTSTR5pb-VA01 vastgesteld

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

9

2.1

Beleidskader

9

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

17

2.3

Gebiedsvisie

22

Hoofdstuk 3

Onderzoek

26

3.1

Bedrijven en milieuzonering

26

3.2

Geluid

26

3.3

Luchtkwaliteit

27

3.4

Externe veiligheid

28

3.5

Water

34

3.6

Bodem

43

3.7

Ecologie

44

3.8

Cultuurhistorische aspecten

47

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

48

4.1

Planvorm

48

4.2

Bestemmingsregeling

50

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

52

5.1

Economische uitvoerbaarheid

52

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

52

Regels Hoofdstuk 1

53 Inleidende regels

54

Artikel 1 Begrippen

54

Artikel 2 Wijze van meten

66

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

67

Artikel 3 Tuin

67

Artikel 4 Wonen

68

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

70

Artikel 6 Waarde - Archeologie - 2

71

Artikel 7 Waarde - Archeologie - 3

73

Artikel 8 Waarde - Karakteristiek

75

5

Hoofdstuk 3

Algemene regels

76

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

76

Artikel 10

Algemene bouwregels

77

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

78

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

79

Artikel 13

Overige regels

81

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

83

Artikel 14

Overgangsrecht

83

Artikel 15

Slotregel

84

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10

Nota van beantwoording zienswijzen Staat van wijzigingen Onderzoek bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid Akoestisch onderzoek Waterstudie Onderzoek beschermde soorten Stikstofberekening Bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Inspraak en overleg

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De voormalige Aloysiusschool in Monster gelegen tussen de Rembrandtstraat en Burg. Kamschöerstraat wordt herontwikkeld. Na bijna 65 jaar als schoolgebouw te hebben gefunctioneerd, is onderzocht of herbestemming mogelijk is. Hiervoor zijn in 2019 drie scenario's uitgewerkt, namelijk behoud van de huidige buitenschil, gedeeltelijke sloop en volledige sloop. Het college heeft een voorkeur uitgesproken voor het laatste scenario, wat inhield de sloop van zowel het gebouw als de gymzaal. Na dit collegebesluit hebben een drietal bezwaarmakers het college gevraagd het schoolgebouw op te nemen op de gemeentelijke monumentenlijst. Dit verzoek is afgewezen waarna bezwaar is ingediend. Om tegemoet te komen aan de wensen van bezwaarmakers, is het plan gewijzigd naar (grotendeels) behoud van het schoolgebouw. De locatie wordt verkocht aan Wonen Wateringen voor de ontwikkeling van een woon/zorg-complex.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen tussen de Rembrandtstraat en Burgemeester Kamschöerstraat in Monster. Het perceel is kadastraal bekend als MSR00, sectie G, nummer 8747.

Uitsnede GIS

1.3

Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: Kern Monster, vastgesteld op 25 juni 2013; Paraplubestemmingsplan Parkeernormen, vastgesteld op 20 februari 2018; Paraplubestemmingsplan Wonen Westland, vastgesteld op 1 september 2020; Parpaplubestemmingsplan horeca/hotel Westland, vastgesteld op 13 april 2021.

7

Uitsnede bestemmingsplan 'Kern Monster', bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte

9

worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.

Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.

10

De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld.

Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.

Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd;

11

het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. 2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. Regionale Kantorenstrategie Haaglanden

12

De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren. Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

13

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.

met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

14

figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland

Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.

figuur 5: de '3ha kaart'

Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

15

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen.

Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang

16

is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling voor het realiseren van woon-/zorgwoningen op het perceel Rembrandtstraat 5 te Monster is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Historie

In 1953 ontvangt de Rooms Katholieke parochie definitief goedkeuring voor de bouwvergunning van de Aloysiusschool. Na de start van de bouw in 1954 wordt de school op 19 april 1955 in gebruik genomen en ingezegend. Op 23 mei 1957 wordt de Gymzaal aan de Rembrandtstraat officieel aan de Aloysiusschool toegevoegd en geopend. Het schoolgebouw met fietsenstalling vormt een ensemble met karakteristieke waarde met o.a. het naastgelegen Kerkgebouw van de Protestantse Gemeente en het iets verderop gelegen herontwikkelde politiebureau aan de Doctor Van Den Brinkstraat. Tweemaal volgt er een aanbouw, in 1987 en 2002, waarbij is gekozen voor harmoniserende architectuur. Materiaal, kleur en detaillering sluiten zoveel mogelijk aan bij het bestaande gebouw. Vanaf 2017 heeft door de gemeente Westland een verkenning plaatsgevonden naar een herbestemming van het gebouw. Dit vanwege het feit dat de Aloysiusschool door de nieuwbouw van on-derwijslocaties zijn primaire onderwijsfunctie verliest. De basisschool heeft tot de zomer van 2018 gefunctioneerd als overlooplocatie voor de huisvesting van nieuwe basisscholen en in ieder geval tot eind 2019 is de school nog gebruikt voor huisvesting van schakelklassen (drie groepen). Door nieuwbouw van onderwijslocaties elders in Monster heeft de Aloysiusschool zijn primaire maatschappelijke functie inmiddels daadwerkelijk verloren.

Het gebouw is tijdelijk verhuurd om leegstand te voorkomen. 2.2.2

Ruimtelijke aspecten

Huidige situatie: De locatie van het plangebied is gelegen op tussen de Rembrandtstraat en Burg. Kamschoërstraat in Monster. Het perceel is kadastraal bekend als MSR00, sectie G, nummer 8747. Het perceel wordt omringd door een kerk, woningen en openbaar gebied in de vorm van wegen, parkeerplaatsen en groen. Het voormalige schoolgebouw wordt niet meer gebruikt als school.

17

Uitsnede GIS, bestaande situatie. Toekomstige situatie: Het leegstaande schoolgebouw creëert ruimte voor herontwikkeling tot wonen voor kwetsbare doelgroepen. Het originele schoolgebouw en de fietsenstalling wordt in het nieuwe ontwerp grotendeels behouden. De voormalige gymzaal en aanbouwen worden (gedeeltelijk) gesloopt. Ten behoeve van de woonvorm wordt een nieuw te realiseren gebouw op de plaats van de voormalige gymzaal gerealiseerd.

18

Tekening toekomstige situatie. 2.2.3

Woningbouwprogramma

Voor de herontwikkeling van de Aloysiusschool is het volgende programma samengesteld: Realisatie van circa 18 (zelfstandige) appartementen voor sociale huurwoningen. De beoogde doelgroep is senioren; Realisatie woonconcept van het ouderinitiatief Stichting VEME: circa 14 plaatsen voor jongeren met een verstandelijke- en/of lichamelijke beperking. Het gaat om onzelfstandige wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen; Realisatie woonconcept van het ouderinitiatief Stichting Veste/Klimkoord: circa 10 plaatsen voor jongeren met een gedragsstoornis in het autistisch spectrum (ASS). Het betreft hier een trainingshuis voor deze doelgroep, waar gewerkt kan worden aan zelfredzaamheid en zelfstandig kunnen wonen. Een woonconcept letterlijk tussen thuis wonen bij de ouders en helemaal zelfstandig kunnen wonen; het kenmerkt zich door een in -, door -, en uitstroomproces. Centraal staat naast de tijdelijke woning een ondersteuning en training op adl-activiteiten, zoals dagstructurering, communicatie, huis en financiën op orde, etc. Het gaat om zelfstandige wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen. 2.2.4

Motivatie van de woningbehoefte

Woonvisie Westland 2020 - 2030 Ten behoeve van de Woonvisie Westland 2020-2030 is de Westlandse woningbehoefte tot en met 2030 onderzocht op basis van demografische trends. Door inzet op een mix van nieuwbouw in de sociale

19

koop, betaalbare en (middel)dure en vrije sector koop kan het nieuwbouwprogramma een bijdrage leveren aan het creëren van verhuisketens en daarmee de gewenste doorstroming op de Westlandse woningmarkt bevorderen. De woningbehoefte is vertaald in de benodigde woningbouwprogrammering, die is vergeleken met het huidige planaanbod. Op deze manier is inzicht verkregen op welke punten er een discrepantie is tussen het planaanbod en de (Westlandse) woningbehoefte. Woningbehoefte Sociale huurwoningen Volgens de Woonvisie zullen in de periode 2020-2030 ongeveer 1.800 sociale huurwoningen gebouwd moeten worden op een totaal van ongeveer 8.000 woningen. Sturing hierop vindt onder andere plaats door 30% van het programma van een nieuwbouwproject uit sociale huurwoningen te laten bestaan. En ook uit de onlangs uitgevoerde Woningmarktverkenning Westland 2022-2032 (2022) blijkt dat er minimaal 24% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen moet bestaan. Woningbehoefte Seniorenwoningen Aan extra woningen voor senioren is veel behoefte in het Westland: Op dit moment is 19,2% van de Westlandse bevolking ouder dan 65, 8,2% is ouder dan 75 jaar (Bron: Companen, 2020). Omdat ouderen, volwassenen én jongeren met een hulpvraag blijven steeds langer zelfstandig wonen, streeft de Gemeente Westland naar een aanbod van voorzieningen in de kernen die ontmoeting en zelfredzaamheid bevorderen.

Het aantal oudere alleenstaanden (65-plussers) verdubbelt bijna tot 2040. Het aantal gehuwde/samenwonende 65-plussers die geen kinderen (meer) thuis hebben wonen stijgt met 25%. Over 20 jaar is 35% van het totaal aantal huishoudens in Westland ouder dan 65, nu is dat 27%. Hoewel veel senioren voorkeur zullen hebben om zo lang mogelijk in hun vertrouwde woning en woonomgeving te blijven wonen, zal een deel willen of moeten verhuizen naar een appartement. Van de 65-plussers zoekt 40% in dat geval een huurwoning en 60% (weer) een koopwoning (Bron: Companen, 2020). In 2040 zal Westland ook twee keer zoveel 75-plussers tellen als nu (ruim 12.000). Van de 75-plussers heeft ongeveer de helft geen zorgvraag. Van de andere helft heeft 2/3 alleen behoefte aan ondersteuning, 1/3 heeft behoefte aan zware zorg (Bron: Companen, 2020). Het aantal alleenstaande 75-plussers met een mobiliteitsbeperking zal gaan stijgen met 75% tot 2040, het aantal samenwonende 75-plussers met een mobiliteitsbeperking stijgt met 35% (Bron: Companen, 2020). De uitbreidingsbehoefte voor Westland aan voor ouderen geschikte woningen door huishoudens van 65 jaar of ouder tot 2040 ruim 600 woningen, waarvan 270 nultredenwoningen en 220 geclusterde ouderenwoningen. Monster Het plan speelt in op de lokale woningvraag in Monster, dat een vergrijzende bevolking kent.

Door de (her)ontwikkeling van leegstaand vastgoed en nieuwbouw binnen de bestaande dorpskern draagt dit project bij aan de grote woningbouwopgave in Westland en Haaglanden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed van historische waarde draagt bij aan de karakteristieke woonomgeving binnen de dorpskern. Bewoners met verstandelijke beperking In 2020 heeft de gemeente Westland onderzoek laten doen naar de huisvestingsbehoefte en opgave voor doelgroepen waarbij zorg en wonen samenkomen. In dit rapport staat ondermeer de kwantitatieve opgave voor de Gemeente Westland met een doorkijk naar 2040: Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2019 gestegen van 790 naar 910. De prognose voor 2040 is dat dit getal naar 1.050 is gestegen (Bron: Companen, 2020). Voor deze doelgroep ligt het grootste deel van de woningbehoefte in geclusterd wonen en voor een klein deel in 'gespikkeld wonen' (Bron: Companen, 2020). Het tekort aan geclusterde woningen was in 2019 130 woningen en zal stijgen naar een tekort van 190 woningen in 2040 (Bron: Companen, 2020). Bewoners met lichamelijke beperking

20

Eveneens in het rapport van Companen (2020) staat de doelgroep met een lichamelijke beperking beschreven die een beroep doet op het woningaanbod in het Westland. De grootte van deze groep is bepaald aan de hand van cijfers uit het eerder uitgevoerd onderzoek door ABF voor de gemeente Westland, waarin zowel oudere als jongere mensen met een mobiliteitsbeperking zijn opgenomen (Bron: Companen, 2020). Het aantal huishoudens met een beperking in Westland in een zelfstandige woning stijgt van met 28%, van 5.770 in 2019 naar 7.410 in 2040 (Bron: Companen, 2020). Hoewel er op dit moment voldoende geschikte woningen per kern om de mensen met een mobiliteitsbeperking op te kunnen vangen, is wel dat niet alleen deze doelgroep met een lichamelijke beperking een beroep doet op de geschikte woningvoorraad, maar ook ouderen hebben behoefte aan een geschikte woning (Bron: Companen, 2020). Kwetsbare Jongeren De doelgroep 'jongeren met ASS' valt onder de doelgroep 'kwetsbare jongeren' waaraan tevens aandacht gegeven is in het rapport van Companen (2020). Er bestaat een variëteit aan woonvormen voor jeugdzorg met verblijf, waaronder pleeggezinnen, gezinshuizen of in een 'residentiële setting' zoals een behandelgroep (Bron: Companen, 2020).

Een deel van de Verstandelijk Gehandicapt-cliënten (VG-cliënten) zou goed zou kunnen wonen in een gemengd woonconcept met mensen met GGZ-problematiek, kwetsbare jongeren of ouderen (Bron: Companen, 2020). De vraag naar jeugdzorg met verblijf tot 2040 langzaam gaan stijgen (Bron: Companen, 2020). De jaarlijkse uit- of doorstroom vanuit de jeugdzorg wordt geschat op 50 kwetsbare jongeren. Voor deze jongeren die uit- of doorstromen. De verwachting is dat van de 50 kwetsbare jongeren, er 20 doorstromen door naar 'begeleid wonen' (Bron: Companen, 2020).

2.2.5

Verkeer

Parkeren Uitgangspunt voor het parkeren is de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018. Bij het hanteren van specifieke doelgroepen kan hier goed onderbouwd van worden afgeweken. In voorliggend bestemmingsplan is voldoende ruimte om te voldoen aan de parkeernormering. Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt bij voorkeur via de Rembrandtstraat plaatst. Deze weg heeft de functie van een erftoegangsweg en is daarmee bedoeld voor het ontsluiten van erven. Dit in tegenstelling tot de Burg. kampschöerstraat, welke de functie heeft van een gebiedsontsluitingsweg. Op een gebiedsontsluitingsweg wordt het aantal aansluitingen zoveel als mogelijk beperkt. Uitgaande van landelijke kencijfers zijn er voor de nieuwe situatie zo'n 120 motorvoertuigen per etmaal te verwachten. Algemene richtlijn daarbij is dat tijdens een spitsuur (spitsen zijn tussen 7:00 en 9:00 en 16:00 en 18:00 uur, dus 4 spitsuren per dag) 10% van het verkeer rijdt. Dus tijdens de drukste uren zijn er zo'n 12 motorvoertuigbewegingen per uur te verwachten. Dit komt overeen met gemiddeld 1 beweging per 5 minuten. De voormalige situatie, de school, zorgde ook voor verkeersbewegingen. Het is dus niet zo dat er 120 extra verkeersbewegingen per etmaal bijkomen. In de praktijk zal tijdens de voormalige haal en brengtijden het aantal autobewegingen een stuk minder zijn dan voorheen.

En buiten deze tijden zal het aantal autobewegingen wellicht wat toenemen. Maar gezien de beperkte verkeersaantrekkende werking van het initiatief, zal de toename beperkt zijn en blijft de situatie ruim aanvaardbaar. Ook vanuit oogpunt van verkeersveiligheid.

21

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Beeldkwaliteitsplan

In het Beeldkwaliteitsplan, onderdeel van het bestemmingsplan Woonkern Monster, is de Burgemeester Kampschöerstraat aangemerkt als karakteristiek, op basis van het slingerende verloop van de weg gecombineerd met een bijzondere architectuur van een aantal gebouwen in de straat. De Kampschöerstraat is pas in de 20e eeuw ontstaan en is een verbindingsweg, waarlangs lintbebouwing is gerealiseerd met een dorps karakter. Het overgrote deel van de bebouwing hier bestaat uit vrijstaande of geschakelde woningen met een diverse architectuur. Belangrijk kenmerk is dat de bebouwing hier een individueel karakter heeft. Dergelijke linten vormen een waardevolle structuur maar de bebouwing staat onder druk. Schaalvergroting is een belangrijke bedreiging voor de bebouwing. Dit is zichtbaar o.a. op nummer 10-14. De straat heeft een ontsluitende functie voor Monster en Ter Heijde. De straat heeft op het oog een brede opzet met soms ruime voortuinen bij de woningen. Vanwege de gebiedsontsluitende functie en het parkeren op het wegdek is het beschikbare profiel van de straat is eigenlijk te krap voor de functie die deze straat vervult. De Protestantse kerk ligt in de binnenbocht, maar is heel typisch voor de oriëntatie van de straat, zowel vanuit het zuidoosten als vanuit het noordwesten.

De wegverdraaiing wordt opgevangen door drie gebouwen die een zeer bijzondere architectuur hebben, de kerk en het voormalige politiebureau en de school. De school ligt terug zodat er zicht op kerk is, gezien vanaf het zuiden. Vanaf het noorden is het zicht direct op de kerk, door de brede groenstrook en terugliggende woningen van nr. 9-23. De doorzonwoningen in de nabijheid van school en kerk vormen een soort rustig decor waardoor de bijzondere architectuur extra opvallend is. Ook het voormalige politiebureau is bijzonder en gemeentelijk monument. Hier tegenover wordt het lint begeleid door vrijstaande en 2-onder-1-kapwoningen met bijzondere detaillering en kappen. Architectuur In de Welstandsnota wordt de straat als dorpslint aangeduid. Specifiek geldt dat er een overheersende hoeveelheid kappen is, met voor deze plek zeer kenmerkend, vooral lage goten. Er komt hier en daar een rijke en bijzondere architectuur voor. Er staan in de straat een aantal gebouwen die karakteristiek of zelfs monumentwaardig (en/of monument) zijn. De bebouwing is gevarieerd, één tot twee lagen met een kap met een relatief kleine korrel. Door de opvallend lage goten her en der vallen de forse kappen goed op.

Dit is typisch voor de tijd waarin de straat is gerealiseerd ('20-'30 vorige eeuw) Het appartementengebouw op nummer 10-14 is hierop de negatieve uitzondering, Het pand is modern, maar past niet goed in de context. Door afwijkend materiaalgebruik, bouwvolume, het platte dak, en een enorme opgang, oogt het vrij grootschalig en massaal. De korrelgrootte van de bebouwing die (voormalig) maatschappelijke functies heeft, zijn uitzonderingen op de kleine korrel. Deze hebben een wat grotere maat, maar hebben nog steeds een lage goot en grote kap. Diverse kapvormen (zadel-schild-parabool-mansarde) en gevels zijn representatief en traditioneel opgebouwd verticaal geleed met staande raampartijen en een veelal klassieke opbouw. De detaillering van de panden is over het algemeen zorgvuldig en tot op het kleinste detail. Bijna alle panden hebben pannen op het dak, er komen verschillende dakvormen voor. Belangrijk is de afstemming van maat en schaal van de gebouwen onderling. De woningen hebben een voortuintje begrensd door een haag of muurtje. Openbare Ruimte De inrichting van de Kampschöerstraat is sterk functioneel, dat wil zeggen, gebaseerd op de verkeersfunctie. Er geldt hier een 30 km-regime. De rijbaan is geasfalteerd, evenals de langsparkeervakken. De snelheidsremmende maatregelen ter hoogte van de basisschool en de trottoirs zijn met betonklinkers en -tegels verhard.

Alle bebouwing heeft een groene privéterrein of voortuin, begrensd door een haag of karakteristieke lage muur. Hierdoor is de schaal en het karakter van de straat erg vriendelijk. Door de openbare groenstrook tussen de Doctor van Den Brinkstraat en de Rembrandtstraat is er goed zicht op de Protestantse Kerk en de kerktuin. De kerktuin langs de

22

Kampschöerstraat is recentelijk gedeeltelijk verhard voor de realisatie van bezoekers parkeerplaatsen, die ook door bewoners worden gebruikt wanneer er geen dienst is.

Typering Openbare ruimte: waardevolle combinatie zichtlijn en groenstructuur Beeldkwaliteitseisen De eisen zijn erop gericht om de stedenbouwkundige structuur en de samenhang met de architectuur van de bebouwing aan de Kampschöerstraat te handhaven en waar mogelijk te verbeteren. Dat bete-kent vooral dat de eenheid in architectuur en het samenspel die de bebouwde en onbebouwde ruimte met elkaar aangaan, gehandhaafd moet blijven. In aanvulling op de beschrijving en criteria uit de Welstandsnota (die onder andere ingaan op de architectonische uitwerking van het individuele perceel) gelden de volgende beeldkwaliteitseisen: Bebouwing staat met de voorgevel aan de weg, daar waar de oriëntatie verandert, moeten beide zijden een representatieve kant hebben; Het centrale punt van dit karakteristiek gebied is de kerk. Het lint draait hier als het ware omheen en zorgt voor zicht op bebouwing met een bijzondere architectuur. De accentwerking van de kerk is belangrijk en stedenbouwkundig noodzakelijk om de karakteristieke beleving overeind te houden; Behoud van het dorpse karakter, kleinschaligheid, ritmiek, afwisseling en individualiteit;

23

Er zijn drie belangrijke gebouwen in de straat, school, kerk, (voormalig)politiebureau, nieuwbouw mag niet met bovengenoemde gebouwen concurreren. Er wordt dus een sobere uitwerking van de overige bebouwing gevraagd; De bebouwing is kleinschalig, té grootschalige elementen moeten worden vermeden tenzij daar ruimtelijke aanleiding toe is. De grotere korrel is alleen toegestaan op de bovengenoemde drie plekken: de Aloysiusschool, het politiebureau en de kerk; De huidige rooilijnen dienen te worden gehandhaafd omdat deze nu zorgen voor zichtlijnen die opgevangen worden door de bijzonderste bebouwing in de straat, zowel in (voormalige) functie als in architectuur; Bebouwing heeft een voorterrein of een voortuin. Deze wordt vooral door hagen en/of lage muurtjes begrensd; De groenstructuur tussen de Rembrandtstraat en de Doctor van Den Brinkstraat moet behouden blijven, ook moet de kerktuin onbebouwd blijven. De beide groene politiebureau structuren zorgen voor ruimte in het profiel en bieden zicht op de kerk en het voormalige politiebureau.

2.3.2

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Stedenbouw Het behoud van de Aloysiusschool is een belangrijk aspect voor de inrichting van de buitenruimte van het karakteristieke gebouw. De authentieke vorm uit 1955 is volgens stedenbouw leidend voor de omgeving. Het oude lint dat door de Burgemeester Kampschöerstraat loopt, legt extra aandacht op het schoolplein van de voormalige Aloysiusschool. Doorgaand verkeer wordt langs deze lijn geleid en daarmee valt de nadruk automatisch op deze kant van de school. Van belang is dat dit schoolplein met de ingang van de voormalige school weer tot zijn recht komt door middel van een kwalitatieve (groene) invulling van het schoolplein. Vanwege de verharding van het kerkplein vormt een vergroenen weer tot de authentieke versterking van de zichtlijnen naar de kerk en de school. Het plangebied valt onder een karakteristiek deel van Monster, waarbij het zwaartepunt toegekend wordt aan de Burgemeester Kampschöerstraat vanwege lint en bebouwing ten opzichte van de Rembrandtstraat-zijde Deze laatste status leent zich voor een visueel beeld waar minder verdichting en meer lucht in de straat ontstaat en plaatsgemaakt wordt voor langsparkeren. De karakteristieke elementen van de school dienen zoveel mogelijk behouden te worden; de schoolmuur, de fietsenstalling, het glas-in-loodraam.

De stedenbouwkundige inpassing van de voormalige school sluit goed aan op de kant van de Burgemeester Kampschöerstraat. Aan de Rembrandtstraat vallen de latere uitbreidingen van de school en het bijgebouw van de school uit de toon en staan te dicht op de aanbouw van de kerk. De Z-vorm van de school sluit aan op de stedenbouwkundige inrichting van de Burgemeester Kampschöerstraat, maar de bovenkant van deze vorm, die ligt aan de Rembrandtstraat, doet dit niet en staat haaks op de straat. Verder zorgen de uitbreidingen aan de Rembrandtstraat voor een rommelig blikveld. De voorkeur gaat daarom ook uit naar eenheidsvorming in deze straat. Uitgangspunt is het behoud van het oudste deel van de school aan de Burgemeester Kampschöerstraat, en rekening houdend met het mogelijk slopen van het deel van de school aan de Rembrandtstraat. Zo ontstaat een nadruk op de voorkant van het schoolplein aan de Burgemeester Kampschöerstraat en aandacht voor een rustig woongebied aan de Rembrandtstraat. Bij het realiseren van nieuwbouw aan de Rembrandtstraat dient rekening gehouden te worden met een goede aansluiting op de naburige percelen en panden, de voortdoorzetting van de gevelrooilijn langs de Rembrandtstraat, de perceelsgrenzen en het materiaalgebruik.

Bijzondere aandacht moet er zijn voor de bouwhoogte van maximaal 12 meter aan de Rembrandtstraat, met een terugligging (setback) op de bovenste laag. Dit is noodzakelijk om het programma op te kunnen vangen, maar ook om te zorgen dat het nieuwe gebouw in de Rembrandtstraat past binnen de context van de beoogde beeldkwaliteit. Hierbij wordt een grotere korrelgrootte op de schoollocatie mogelijk gemaakt. Het is van belang dat vanuit de achtertuinen van de Frans Halsstraat, de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt. Hiermee wordt privacy wordt geborgd en het gezichtsveld niet verstoord wordt. Dit houdt in dat er geen buitenruimtes (balkons) richting de Frans Halsstraat gesitueerd worden. De groene binnentuin dient afgesloten te zijn van de straatkant door middel van een gesloten bouwblok aan de Rembrandtstraat, zodat privacy gegarandeerd kan worden voor de kwetsbare doelgroep. Dit binnenterrein dient ook afstand te bieden tussen het oude schoolgebouw en de nieuwbouw van minimaal 8 meter. Zo ontstaat een goede buitenruimte en is de overgang van de goothoogtes minder sterk.

24

Parkeren dient opgelost te worden door middel van privaat ondergrondsparkeren onder het te realiseren nieuwbouwproject aan de Rembrandtstraat. Het private parkeren voor bezoekers van deze locatie dient bij voorkeur op moet op de kavel worden opgelost. Er dient bij de herinrichting van de Rembrandtstraat een extra parkeerplaats gerealiseerd te worden Het langsparkeren aan de Rembrandtstraat blijft intact. De inrit naar de parkeerplaatsen en parkeerkelder past bij de bestaande inritten aan de overzijde van de Rembrandtstraat. Het parkeren op het binnenterrein naast de kerk en nieuwbouw moeten worden ingevuld met een (klimaatadaptieve) inrichting. Wenselijk is verder om de ingang van ondergrondsparkeren uit het zichtveld te halen van de huizen in de Rembrandstraat, hiermee wordt de rust gegenereerd en overlast van koplampen gereduceerd. De volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden worden meegenomen naar de ontwikkelende partij: Gesloten blok met groen binnenterrein, beschut wonen concept; Afstand tussen de nieuwbouw en school minimaal 8m; Voorgevelrooilijn volgt rooilijn Rembrandtstraat en kerk; 1. Goede aansluiting op het naburig perceel en pand: 2. Doorzetting rooilijn vanuit bestaande woningen langs Rembrandtstraat; 3. Perceelgrenzen; 4. Nieuwbouw heeft hoogtes van vier lagen van max 12 m, waarvan de 4de laag een setback rondom van minimaal 3m; 5.

Nieuwbouw aan de achterzijde van de Frans Halsstraat heeft twee lagen van max. 8m (op lijn van Frans Halsstraat 10), met eventueel kap en gepast materiaalgebruik; Openbaar langsparkeren langs Rembrandtstraat, inclusief uitloopstrook/groenstrook; Aan Rembrandtstraat aan kerkzijde; privaat parkeerterrein op binnenterrein met inrit naar het binnenterrein aan Rembrandtstraat aan kerkzijde; Zichtbaar en beleefbaar groen op schoolplein Burgemeester Kampschöerstraat; Behoud waardevolle/kenmerkende elementen schoolplein (lage muur (m.u.v. de inrit naar het binnenterrein en parkeerplaatsen en de netree van de nieuwbouw), fietsenstalling, glas-in-loodramen); Langzaam verkeersverbinding; 1. Goede aansluiting en overgang van privé naar openbaar gebied: 2. Geen achterkanten zichtbaar vanuit omliggende straten; 3. (Woon)voorkanten naar omgeving op begane grond; 4. Behoud zoveel mogelijk de oude schoolmuur, 5.

Parkeren op kavel eventueel gebruik van hagen rondom; Goede herkenbaarheid en nadruk oude school aan de kant van de Rembrandtstraat ter hoogte van de parkeerplaatsen op het binnenterrein: centrale entree Rembrandtstraat, in combinatie met (verticale) accenten en doorzicht naar binnenterrein; Hoekentree Burgemeester Kampschöerstraat, in combinatie met verdraaiing kap ter hoogte van groene tuin; Verschillende type woningen ontwerpen en configureren als architectonisch en stedenbouwkundig samenhangend ensemble: materiaal en kleurgebruik (geisen nader io te stellen naar wensen welstand); Behoud authentieke elementen van de Aloysiusschool; Er dienen voldoende voorzieningen behorende bij het appartementencomplex te worden gerealiseerd, bij voorkeur inpandig, uit het zicht en goed bereikbaar: 1. Bergingen (inclusief ruimte voor scootmobiel en fietsen); 2. Afvalberging; 3. Fietsenparkeerplaats voor bezoekers; Het plan dient te voldoen aan de eisen van het bouwbesluit.

25

Hoofdstuk 3

Onderzoek

3.1

Bedrijven en milieuzonering

3.1.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Kernen In gebieden waar bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies naast elkaar voorkomen en zelfs gewenst zijn, wordt gebruikgemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB) 'functiemenging'. Bij deze lijst wordt per bedrijfsactiviteit bekeken in welke mate deze direct naast woningen toelaatbaar is. Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' wordt verwezen naar de digitaal raadpleegbare brochure. 3.1.2

Onderzoek

Door Aqua Terra-Nova is op 12 juli 2023 een onderzoek naar bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid uitgevoerd, zie Bijlage 3. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er in de bestaande situatie de richtafstand voor geluid van het naastgelegen kerkgebouw voor een klein gedeelte in het plangebied zijn gelegen. Het aspect geluid is daarom nader beschouwd. Hierbij is geconcludeerd dat van de activiteiten op het terrein van het kerkgebouw geen geluidhinder valt te verwachten. Maatschappelijke activiteiten en bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied zullen niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Omgekeerd zal de realisatie van de nieuwe appartementen en woonfunctie voor jongeren geen extra belemmering vormen voor de omliggende bedrijven en maatschappelijke functies. 3.1.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

3.2

Geluid

3.2.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat.

26

3.2.2

Onderzoek

Door Aqua Terra-Nova is op 11 juli 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 4. Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden door de onderzochte wegen (na aftrek van 5 dB op grond van artikel 110 van de Wet geluidhinder). Er wordt dus voldaan aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder. Er is ter plaatse van de nieuwe woningen sprake van een goed- woon- en leefklimaat voor het hinderaspect geluid (wegverkeerslawaai). Omdat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder niet wordt overschreden is een uitgebreid onderzoek naar de geluidwering van de gevels van de woningen op grond van het Bouwbesluit niet noodzakelijk. 3.2.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Geldig

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

60 ìg/m³

2010 t/m 2014

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

vanaf 2015

jaargemiddelde concentratie

48 ìg/m³

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³

fijn stof (PM10)1)

vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011

1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing

(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

27

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=87956d40-0489-4c43-9516-a6c4bc32fe9b