Bestemmingsplan Digitalisering Analoge Bestemmingsplannen Kernen
Tekst van het document
DIGITALISERING ANALOGE BESTEMMINGSPLANNEN KERNEN bestemmingsplan NL.IMRO.1783.DABKRNENWESTLNDabp-VA01 vastgesteld
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
8
1.3
Geldend bestemmingsplan
12
1.4
Leeswijzer
13
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
14
2.1
Beleidskader
14
2.2
Beschrijving bestaande en toekomstige situatie
24
Hoofdstuk 3
Onderzoek
40
3.1
Bedrijven en milieuzonering
40
3.2
Geluid
40
3.3
Luchtkwaliteit
40
3.4
Externe veiligheid
41
3.5
Water
44
3.6
Bodem
51
3.7
Ecologie
51
3.8
Cultuurhistorische aspecten
54
3.9
Milieueffectrapportage
54
3.10
Parkeren
55
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
56
4.1
Planvorm
56
4.2
Bestemmingsregeling
58
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
66
5.1
Economische uitvoerbaarheid
66
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
66
Regels Hoofdstuk 1
67 Inleidende regels
68
Artikel 1 Begrippen
68
Artikel 2 Wijze van meten
81
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
82
Artikel 3 Bedrijf
82
Artikel 4 Detailhandel
84
Artikel 5 Groen
86
Artikel 6 Horeca
87
Artikel 7 Maatschappelijk
89
5
Artikel 8 Tuin
91
Artikel 9 Verkeer
92
Artikel 10
Verkeer - Verblijfsgebied
93
Artikel 11
Water
94
Artikel 12
Wonen
95
Artikel 13
Leiding - Gas
98
Artikel 14
Waarde - Archeologie - 1
100
Artikel 15
Waterstaat - Waterkering
102
Hoofdstuk 3
Algemene regels
103
Artikel 16
Anti-dubbeltelregel
103
Artikel 17
Algemene bouwregels
104
Artikel 18
Algemene gebruiksregels
106
Artikel 19
Algemene aanduidingsregels
107
Artikel 20
Algemene afwijkingsregels
108
Artikel 21
Overige regels
110
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
111
Artikel 22
Overgangsrecht
111
Artikel 23
Slotregel
112
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Landelijk Gebied (Molensloot-West) Wijkpark Juliahof Vreeburgh Heenweg Tuinveld Nieuwe Vaart Nota van beantwoording vooroverleg Nota van beantwoording zienswijze
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Staat van horeca-activiteiten Wegencategorisering en vaarwegen Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Digitaliseringsverplichting ruimtelijke plannen Per 1 januari 2010 dienen alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal gemaakt, gebruikt en beschikbaar gesteld worden. Als er sinds 1 januari 2010 verschillen zijn tussen het papieren en het digitale plan, dan geldt het digitale plan. Bovendien moeten deze plannen voldoen aan de RO standaarden. In Westland zijn de meeste vigerende bestemmingsplannen herzien/vervangen voor digitale bestemmingsplannen. Uit inventarisatie is gebleken dat een aantal van de analoge bestemmingsplannen nog niet zijn herzien/vervangen en dus ook niet digitaal te raadplegen zijn. Ze staan wel ruimtelijkeplannnen.nl met pdf documenten van de toelichting, voorschriften en planverbeelding. Nu op 1 juli 2018 de verplichting om bestemmingsplannen en beheersverordeningen binnen tien jaar te actualiseren is komen te vervallen en door de invoering van de Omgevingswet is het nog niet duidelijk of en wanneer er een bestemmingsplan/omgevingsplan in procedure wordt gebracht voor deze analoge plannen. Om ook voor deze plannen te voldoen aan de digitaliseringsverplichting, is het consoliderend bestemmingsplan Digitalisering Analoge Bestemmingsplannen (hierna DAB) Kernen opgesteld. Gelet op het consoliderende karakter van het plan, blijven de bestaande rechten en plichten in stand.
Het 'DAB kernen' zorgt voor een betere ontsluiting van de geconsolideerde plannen op www.ruimtelijkeplannen.nl waardoor de klantvriendelijker naar de burgers sterk verbetert. Het plan is beter vindbaar en op kavel niveau beter leesbaar. In het 'DAB Kernen' zijn de volgende analoge bestemmingsplannen en uitwerkingsplannen meegenomen: Landelijk gebied (De Lier); Bestemmingsplan Wijkpark (Wateringen); Juliahof (Wateringen); Vreeburgh ('s-Gravenzande); 's-Gravenzande Heenweg; Tuinveld ('s-Gravenzande); Tuinveld fase 3 ('s-Gravenzande); Tuinveld, Uitwerkingsplan fase 2b ('s-Gravenzande); Tuinveld, Uitwerkingsplan 2e fase ('s-Gravenzande); Tuinveld uitwkering 1e fase ('s-Gravenzande); Nieuwe Vaart ('s-Gravenzande). Tevens zijn de regels behorende bij de parapluplannen voor Parkeernormen, Wonen en Horeca/hotel in dit bestemmingsplan verwerkt.
7
1.2
Ligging plangebied
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Landelijk gebied (Molensloot-West)
Uitnsede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Wijkpark
8
Uitnsede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Juliahof
Uitnsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebeid Vreeburgh
9
Uitsnede luchfoto en rumtelijkeplannen.nl plangebied 's-Gravenzande Heenweg
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Tuinveld
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Tuinveld fase 3
10
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Tuinveld, Uitwerkingsplan fase 2 b
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Tuinveld Uitwerkingsplan 2e fase
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Tuinveld uitwerking 1e fase
11
Uitsnede luchtfoto en ruimtelijkeplannen.nl plangebied Nieuwe Vaart
1.3
Geldend bestemmingsplan
In het plangebied zijn momenteel onderstaande bestemmingsplannen van kracht, welke met dit plan (gedeeltelijk) worden geconsolideerd. Hieronder is aangegeven welke bestemmingsplannen het betreft en worden overschreven: Bestaand bestemmingsplan
Onherroepelijk
Landelijk gebied
25 oktober 1994
Bestemmingsplan Wijkpark
4 augustus 2010
Juliahof
9 juli 2009
Vreeburgh
25 augustus 2009
's-Gravenzande Heenweg
2 april 2009
Tuinveld
14 mei 2007
Tuinveld fase 3
14 november 2014
Tuinveld, Uitwerkingsplan fase 2b
1 juni 2012
Tuinveld Uitwerkingsplan 2e fase
18 maart 2011
Tuinveld uitwerking 1e fase
29 juli 2009
Nieuwe Vaart
6 april 2009
Voor alle bestemmingsplannen geldt eveneens het paraplubestemmingsplan Parkeernormen, Parapluplan Wonen Westland en Parapluplan horeca/hotel Westland.
12
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Digitalisering Analoge Bestemmingsplannen Kernen" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
13
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale
14
gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.
Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040:
15
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld.
Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.
Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld;
16
de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.
Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
Bedrijventerreinenvisie Westland De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op: het anticiperen op actuele en toekomstige marktontwikkelingen om voldoende ruimte te behouden voor groei van bedrijvigheid (inspelen op de vraag van bedrijven, kantoren en detailhandel); het zijn van een toetsingskader voor de actualisering van bestemmingsplannen en de ruimtelijke onderbouwing van andere ruimtelijke besluiten; het verschaffen van duidelijkheid over parkmanagement op bedrijventerreinen. Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan.
Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten. In de loop der tijd zijn daarop uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en
17
explosiegevaarlijke stoffen. De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren. Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m² bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m² per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein. Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven. Binnen het plangebied bevinden zich diverse functies die in strijd zijn met deze nota. Voor deze gevallen zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij vigerende regelgeving.
Detailhandelsstructuurvisie gemeente Westland 'Kleine Kernen Kordaat' In de Detailhandelsstructuurvisie “Kleine kernen kordaat” 2008 is het beleid vervat dat elke Westlandse kern, in ieder geval voor wat betreft het dagelijks winkelaanbod, over voldoende detailhandelsvoorzieningen dient te beschikken. De omvang van die voorzieningen is gerelateerd aan de omvang van de betreffende kern. Voorts is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk detailhandelsomzet voor het Westland te behouden. Het weglekken van deze omzet naar omliggende gemeenten, dient, zoveel als reëel mogelijk is, te worden voorkomen. In onze detailhandelsstructuurvisie worden de volgende twee hoofdlijnen benoemd: 1.
2.
Streven naar een situatie waarin de Westlandse kernen zelf voldoende detailhandelsvoorzieningen hebben. De omvang van die detailhandel heeft een sterke relatie met het lokale inwonertal, maar wordt ook bepaald door marktverhoudingen. Het behoud van zoveel mogelijk omzet in Westland zelf. Het weglekken van omzet naar omliggende gemeenten willen we, zoveel als reëel mogelijk is, voorkomen.
Kantorenvisie De Westlandse dienstensector ontwikkelt zich de afgelopen jaren sterk, mede als gevolg van de toename van bedrijventerreinen en door de schaalvergroting in de glastuinbouw. Dienstverleners verbeteren het productieproces en verhogen de efficiëntie van ondernemers. In de glastuinbouw is dit goed zichtbaar. Met minder werknemers wordt meer geproduceerd omdat de bedrijfsprocessen steeds beter georganiseerd worden. Een tweede grote vraag naar kantoorruimte komt van bestaande Westlandse kantoorgebruikers die, vaak als gevolg van fusies, nieuwe kantoorpanden bouwen. Wat betreft de vraag naar nieuwe kantoorruimte, richt de visie zich op kantoorlocaties. Kansrijke locaties voor concentratie van kantoren zijn: Tiendweg met in het verlengde Flora Holland; Centrum Naaldwijk; ABC Westland; Knooppunt Westerlee. Daarbij heeft volgtijdelijke ontwikkeling de voorkeur, waarbij de locatie Tiendweg prioriteit verdient. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het
18
convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan.
In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving. De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. Regionale Kantorenstrategie Haaglanden De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren. Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties.
19
2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.
20
Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen.
Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland
Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.
21
figuur 5: de '3ha kaart'
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. 2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening)
Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast. 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en
22
ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit
23
te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen.
Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.
2.2
Beschrijving bestaande en toekomstige situatie
2.2.1
Landelijk gebied (Molensloot-West)
2.2.1.1 Bestaande planverbeelding en regels Op grond van het bestemmingsplan Landelijk gebied De Lier 1994 heeft het perceel waar de woningen van Molensloot-West fase 5 a en b zijn gerealiseerd de agrarische bestemming. Voor de bouw van de woningen is op 1 februari 2006 vergunning verleend middels een vrijstelling ex artikel 19, lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Bij deze vergunningen zijn twee ruimtelijke onderbouwingen gemaakt voor de uitwerking van Molensloot-West fase 5a en b. Het bouwplan voor Molensloot-West fase 5 a betrof het oprichten van 21 woningen en in Molensloot-West fase 5 b betrof het bouwplan het oprichten van 46 woningen.
24
Uitsnede analoge planverbeelding Landelijk gebied (Molensloot-West) 2.2.1.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
Uitsnede planverbeelding Landelijk gebied (Molensloot-West)
25
Het plangebied dat binnen het bestemmingsplan Landelijk Gebied is uitgewerkt met een artikel 19 lid 2 procedure voor de bouw van de woningen zoals hierboven aangegeven, is opgenomen in dit bestemmingsplan (Bijlage 1). De woningen hebben de bestemming Wonen en Tuin en het Groen, Water en Verkeer-Verblijfsgebied zijn als dusdanig bestemd. Bij de aanduiding gestapeld binnen de woonbestemming is gestapelde woningbouw toegestaan. Tevens zijn de nutsvoorzieningen bestemd als Bedrijf-nutsvoorziening en is de maixmale goot- en bouwhoogtes op de planverbeelding opgenomen. De bestaande parkeervoorziening is geregeld met een aanduiding parkeergarage. 2.2.2
Wijkpark
2.2.2.1 Bestaande planverbeelding en regels
Uitsnede analoge planverbeelding Wijkpark Wateringen In het bestemmingsplan Wijkpark zijn de enkelbestemmingen Bedrijf, Groen, Tuin, Verkeer, Water en Wonen opgenomen. Tevens liggen er in het gebied twee dubbelbestemmingen te weten WaardeArcheologie en Waterstaat- Waterkering. Op de planverbeelding zijn de diverse functieaanduidingen, bouwaanduidingen en maatvoering opgenomen.
26
2.2.2.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
Uitsnede planverbeelding Wijkpark Wateringen Het bestemmingsplan Wijkpark is in dit bestemmingsplan overgenomen met de bestemmingen Bedrijf, Bedrijf-nutsvoorziening, Groen, Tuin, Verkeer, Verkeer-Verblijfsgebied, Water en Wonen (Bijlage 2). Tevens ligt er een dubbelbestemming Waarde-Archeologie-1 en Waterstaat- Waterkering op een gedeelte van het plangebied. De maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de planverbeelding opgenomen. De bestaande garage is met een aanduiding bestemd en gestapelde woningbouw is alleen mogelijk op de daarvoor aangewezen gronden. Een aantal percelen binnen het plangebied van Wijkpark zijn in het Verzamelplan Kernen (vastgesteld 16 februari 2021) meegenomen en gedigitaliseerd. Deze percelen zijn in dit bestemmingsplan dan ook niet meegenomen. 2.2.3
Juliahof
2.2.3.1 Bestaande planverbeelding en regels
27
Uitsnede analoge planverbeelding Juliahof Wateringen In het bestemmingsplan Juliahof zijn de enkelbestemmingen Maatschappelijk, Verkeer, Woongebied en Wonen opgenomen. Er zijn twee dubbelbestemmingen opgenomen binnen het plangebied voor Waarde-Archeologie en Waterstaat- Waterkering. Tevens zijn er diverse bouw- en functieaanduidingen op de plankaart opgenomen.
28
2.2.3.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
Uitsnede planverbeelding Juliahof Wateringen In het bestemmingsplan is het vigerende plan Juliahof opgenomen met de enkelbestemmingen Bedrijf-nutsvoorziening, Groen, Maatschappelijk (met de daarbij behorende bouw- en functieaanduidingen), Tuin, Verkeer-Verblijfsgebied, Water en Wonen (met de daarbij behorende bouwen functieaanduidingen). Binnen het plangebied zijn de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie-1 en Waterstaat-Waterkering opgenomen. Op de planverbeelding zijn de maximale goot- en bouwhoogtes aangegeven (Bijlage 3).
29
2.2.4
Vreeburgh
2.2.4.1 Bestaande planverbeelding en regels
Uitsnede analoge planverbeelding Vreeburgh 's-Gravenzande Het bestemmingsplan Vreeburgh heeft de enkelbestemmingen Woondoeleinden, Erven, Tuinen, Maatschappelijke doeleinden, Garage en bergplaatsen, Groenvoorzieningen, Verkeersdoeleinden, Verblijfsgebied en Water. Er ligt binnen het plangebied een dubbelbestemming voor Waarde-Archeologie. Op de planverbeelding zijn de maximale hoogtes en bebouwingspercentages aangegeven. Tevens ligt er binnen het plan een zone waarbinnen zich mogelijk convectionele explosieven bevinden.
30
2.2.4.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
Uitsnede planverbeelding Vreeburgh 's-Gravenzande In het bestemmingsplan is het vigerende bestemmingsplan Vreeburgh 's-Gravenzande opgenomen met de enkelbestemmingen Wonen (met de daarbij behorende bouw- en functieaanduidingen), Groen (met de aanduiding speeltuin en geluidsscherm), Bedrijf-nutsvoorziening, Maatschappelijk, Tuin, Verkeer, Verkeer-Verblijfsgebied en Water. Binnen het plangebied ligt een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 en is een gebiedsaanduiding Veiligheidszone-munitie opgenomen. Op de planverbeelding zijn de maximale goot- en bouwhoogtes aangegeven (Bijlage 4). 2.2.5
Heenweg
2.2.5.1 Bestaande planverbeelding en regels
31
Uitsnede analoge planverbeelding 's-Gravenzande Heenweg In het bestemmingsplan 's-Gravenzande Heenweg liggen de enkelbestemmingen Woondoeleinden, Bedrijfsdoeleinden, Horecadoeleinden, Detailhandelsdoeleinden, Maatschappelijke doeleinden, Erven, Garages, Tuinen, Groenvoorzieningen, Verblijfsgebied en Water. Binnen het plangebied zijn twee dubbelbestemmingen aangegeven voor Archeologisch waardevol gebied en Primaire Waterkeringsdoeleinden. Op de planverbeelding zijn de maximale goothoogte en bebouwingsoppervlaktes aangegeven. 2.2.5.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
32
Uitsnede planverbeelding 's-Gravenzande Heenweg Het bestemmingsplan 's-Gravenzande Heenweg is opgenomen in het bestemmingsplan met de enkelbestemmingen Bedrijf, Bedrijf-nutsvoorziening, Detailhandel, Groen, Horeca, Maatschappelijk, Tuin, Verkeer-Verblijfsgebied en Wonen met de daarbij behorende bouw- en functieaanduidingen. Tevens ligt er over een gedeelte van het plangebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1. Op de plankaart zijn de maximale goot- en bouwhoogtes opgenomen (Bijlage 5). 2.2.6
Tuinveld
2.2.6.1 Bestaande planverbeelding en regels Bestemmingsplan Tuinveld
33
Uitsnede analoge planverbeelding Tuinveld 's-Gravenzande Het bestemmingsplan Tuinveld betreft een plan met een uit te werken woongebied. Binnen het plangebied zijn de enkelbestemmingen Bedrijven, Tuin, Verkeer, Wonen, Woongebied, uit te werken en Water. Tevens ligt er binnen het plangebied en gastransportleiding die als dusdanig is bestemd. Op de planverbeelding zijn diverse bouw- en functieaanduidingen opgenomen. Uitwerkingsplan Tuinveld fase 3
Uitsnede analoge planverbeelding Tuinveld fase 3 's-Gravenzande Het Uitwerkingsplan Tuinveld fase 3 betreft een uitwerking van een deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan Tuinveld. Binnen het plangebied gelden een aantal enkelbestemmingen te weten,
34
Groen, Verkeer en Woongebied. Tevens ligt er binnen het plangebied een dubbelbestemming Leiding-Gas. Op de planverbeelding zijn diverse bouw- en functieaanduidingen opgenomen. Uitwerkingsplan Tuinveld fase 2b
Uitsnede analoge planverbeelding Tuinveld, Uitwerkingsplan fase 2b 's-Gravenzande Het uitwerkingsplan Tuinveld fase 2b betreft ook een uitwerking van het bestemmingsplan Tuinveld. Binnen dit plan zijn de enkelbestemmingen Groen, Tuin, Verkeer-Verblijf, Wonen en Wonen-Gestapeld opgenomen. Op de planverbeelding zijn bouwaanduidingen, functieaanduidingen en is maatvoering opgenomen. Uitwerkingsplan Tuinveld 2e fase
Uitsnede analoge planverbeelding Tuinveld, Uitwerkingsplan 2e fase 's-Gravenzande Het uitwerkingsplan Tuinveld 2e fase betreft een uitwerking van het bestemmingsplan Tuinveld. Binnen dit plan zijn de enkelbestemmingen Groen, Tuin, Verkeer-Verblijf, Water, Wonen en Wonen-Gestapeld
35
opgenomen. Tevens ligt er binnen het plangebied een dubbelbestemming Leiding-Gas. Op de planverbeelding zijn bouwaanduidingen, functieaanduidingen en is maatvoering opgenomen. Uitwerkingsplan Tuinveld 1e fase
Uitsnede analoge planverbeelding Tuinveld uitwerking 1e fase 's-Gravenzande Het uitwerkingsplan Tuinveld 1e fase betreft een uitwerking van het bestemmingsplan Tuinveld. Binnen dit plan zijn de enkelbestemmingen Groen, Tuin, Verkeer-Verblijf, Water, Wonen en Wonen-Gestapeld opgenomen. Tevens ligt er binnen het plangebied een dubbelbestemming Leiding-Gas. Op de planverbeelding zijn bouwaanduidingen, functieaanduidingen en is maatvoering opgenomen.
36
2.2.6.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
Uitsnede planverbeelding Tuinveld 's-Gravenzande (incl. uitwerkingsplannen fase 3, fase 2b, 2e fase en 1e fase) Het vigerende bestemmingsplan Tuinveld 's-Gravenzande en de verschillende uitwerkingsplannen voor fase 3, fase 2b, 2e fase en 1e fase zijn in dit bestemmingsplan opgenomen. De enkelbestemmingen Wonen, Water, Verkeer-Verblijfsgebied, Verkeer, Tuin, Groen en Bedrijf-nutsvoorziening zijn binnen dit plan van toepassing met de daarbij behorende bouw- en functieaanduidingen zoals speeltuinen, parkeergarages, parkeerterreinen en gestapelde woningbouw. Er ligt binnen het gebied een dubbelbestemming voor de aanwezige gasleiding en de Waterstaat-Waterkeringszone. Op de planverbeelding zijn de maximale bouw- en goothoogtes aangegeven (Bijlage 6).
37
2.2.7
Nieuwe Vaart
2.2.7.1 Bestaande planverbeelding en regels
Uitsnede analoge planverbeelding Nieuwe Vaart 's-Gravenzande In het bestemmingsplan Nieuwe Vaart liggen de enkelbestemmingen Woondoeleinden, Maatschappelijke doeleinden, Erven, Tuinen, Groenvoorzieningen, Verblijfsgebied en Water. Binnen het plangebied is de dubbelbestemming Primaire waterkeringsdoeleinden opgenomen. Op de planverbeelding zijn de maximale goothoogte aangegeven en is er een zone aangegeven waarbinnen mogelijk convectionele explosieven aanwezig zijn. 2.2.7.2 Nieuwe situatie planverbeelding en regels
38
Uitsnede planverbeelding Nieuwe Vaart 's-Gravenzande In dit bestemmingsplan is als laatste het vigerende bestemming Nieuwe Vaart 's-Gravenzande opgenomen. Voor dit plan zijn de enkelbestemmingen Groen, Tuin, Verkeer-Verblijfsgebied, Water en Wonen van toepassing. Op de planverbeelding zijn de de bestemming bijbehorende bouw- en functieaanduidingen en de maximale goot- en bouwhoogtes aangegeven. En er ligt een dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering in het gebied die als dusdanig is bestemd (Bijlage 7).
39
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Bedrijven en milieuzonering
3.1.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2
Onderzoek/conclusie
Dit bestemmingsplan betreft een consoliderend plan, wat niet voorziet in de vestiging van nieuwe bedrijven, dan wel in de uitbreiding of wijziging van bestaande bedrijven. Er is geen nader onderzoek nodig.
3.2
Geluid
3.2.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.2.2
Onderzoek/conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan omdat dit een consoliderend plan betreft. Een akoestisch onderzoek voor dit bestemmingsplan is niet nodig.
3.3
Luchtkwaliteit
3.3.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m³
2010 t/m 2014
40
fijn stof (PM10)1)
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/m³
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³
vanaf 2015 vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing
(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.3.2
Onderzoek/conclusie
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar digitaliseerd de bestaande, vigerende analoge plannen. Er vinden geen voor de luchtkwaliteit relevante wijzigingen van toegestane functies plaats die niet al in het vorige bestemmingsplan of vrijstellingen/projectbesluiten ruimtelijk zijn vastgelegd. De Wet luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor uitvoering van het consoliderend bestemmingsplan.
3.4
Externe veiligheid
3.4.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe
41
veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.4.2
Onderzoek/conclusie
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar.
Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend.