CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Vlotlaan Monster Bijlagen

Gemeenteraad 22 februari 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Vlotlaan Monster19.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Opzettelijk doden

Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub A

Rugstreeppad

Algemene amfibieën

en zoogdieren* Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats Artikel 3.10 (Wnb bijlage A) Lid 1, sub B *= Vrijgesteld in de provincie Zuid-Holland in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

3.4

AANBEVELINGEN TEN AANZIEN VAN DE WET NATUURBESCHERMING

3.4.1

AANVULLENDE INVENTARISATIES PROJECTGEBIED

Het projectgebied herbergt mogelijk functies voor de rugstreeppad. Of en waar deze zich in het projectgebied bevinden is nog onbekend. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar de aanwezigheid van de rugstreeppad.

3.4.2

MITIGERENDE MAATREGELEN

Om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de volgende maatregelen te worden genomen. Er is mogelijk voortplantingswater en geschikt landbiotoop in het projectgebied aanwezig voor de rugstreeppad. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad zullen (indien individuen aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden. Om de plannen voor het projectgebied te realiseren zal mogelijk struweel worden verwijderd. Het is aan te bevelen het verwijderen van bomen en struweel buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart 14

-

-

-

-

3.4.3

augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige gebouwbewonende vleermuizen met een jaarrond beschermd nest worden verstoord door trillingen en hard geluid. Indien als gevolg van de werkzaamheden de bestaande bebouwing wordt aangetast of er gebruik wordt gemaakt van zwaar materiaal direct naast de bestaande bebouwing dient er een aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen uitgevoerd te worden. Indien er tijdens het broedseizoen wordt gewerkt dient er aanvullend onderzoek naar broedvogels met jaarrond beschermde nesten uitgevoerd te worden. Het is aan te bevelen om nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming te voorkomen. In het geval dat er additionele nachtelijke verlichting wordt toegepast is het wenselijk gebruik te maken van een richtarmatuur zodat strooilicht naar de omgeving wordt voorkomen.

Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van de algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.

ONTHEFFING W ET NATUURBESCHERMING

De noodzaak voor een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming kan op voorhand niet worden uitgesloten. Uit aanvullende onderzoeken zal moeten blijken of er beschermde functies of dieren in het projectgebied voorkomen en welke negatieve effecten met de werkzaamheden mogelijk gepaard gaan. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde soorten en verstoring niet voorkomen kan worden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hier kunnen voorwaarden in de vorm van mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.

15

4

GEBIEDSBESCHERMING

Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden liggen op circa 350 meter van het projectgebied en betreffen Solleveld & Kapittelduinen (afbeelding 3). Op circa tien meter van het projectgebied ligt een gedeelte van het NNN. Dit betreft een ecologische verbindingszone.

Afbeelding 3: Projectgebied ten opzichte van beschermde natuur (pzh.maps.arcgis.com)

4.1

EFFECTEN Het projectgebied bevindt zich in de nabijheid van beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op echter op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten. Indirecte negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen als gevolg van de geplande werkzaamheden niet op voorhand worden uitgesloten. In artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming is een partiele vrijstelling geïntroduceerd van de Natura 2000-vergunningsplicht voor de gevolgen van de stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten (o.a. bouwen, slopen, vernieuwen, veranderen en vergroten) van de bouwsector worden buiten beschouwing gelaten. Voor de realisatiefase is derhalve geen vergunning benodigd. De nieuw te bouwen bebouwing in het projectgebied kan tijdens de gebruiksfase mogelijk leiden tot een jaarlijkse toename in stikstofemissie. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden verwacht. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan hierover uitsluitsel bieden.

16

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

5.1

CONCLUSIES Het braakliggende terrein en het oppervlaktewater in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als leefgebied voor de rugstreeppad. In het projectgebied is tevens een potentieel jaarrond beschermd nest aanwezig. De geplande werkzaamheden kunnen leiden tot de aantasting en vernieling van geschikt voortplantingswater en landbiotoop van de rugstreeppad. Daarnaast kunnen individuen van de rugstreeppad worden verstoord en gedood. De functie van het aanwezige potentieel jaarrond beschermd nest kan worden aangetast indien werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd. Tevens kunnen nesten van algemene broedvogels worden vernield en kunnen individuen van algemene broedvogels worden verstoord en gedood. In het projectgebied kunnen mogelijk algemene, provinciaal vrijgestelde amfibieën en zoogdieren aanwezig zijn. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht in het projectgebied voor te komen. Directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden als gevolg van de geplande werkzaamheden niet verwacht. Indirecte negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen als gevolg van de geplande werkzaamheden niet op voorhand worden uitgesloten.

In artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming is een partiele vrijstelling geïntroduceerd van de Natura 2000-vergunningsplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. De gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten (o.a. bouwen, slopen, vernieuwen, veranderen en vergroten) van de bouwsector worden buiten beschouwing gelaten. Voor de realisatiefase is derhalve geen vergunning benodigd. De nieuwbouw in het projectgebied kan tijdens de gebruiksfase mogelijk leiden tot een jaarlijkse toename in stikstofemissie. Er wordt geen significant effect op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden verwacht. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan hierover uitsluitsel bieden. Er vinden geen kapwerkzaamheden plaats. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.

5.2

AANBEVELINGEN De geplande werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring en vernieling van leefgebied van de rugstreeppad. Derhalve is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad nodig alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. In tabel 3 zijn de uit te voeren onderzoeken en onderzoeksperiodes weergegeven. Indien de aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies voor beschermde soorten bevat en verstoring niet kan worden voorkomen, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Het is aan te bevelen de werkzaamheden zo in te richten dat een overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart - augustus) plaats te laten vinden, wordt verstoring van broedgevallen voorkomen. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Aanvullend onderzoek dient dan uit te wijzen of de potentieel jaarrond beschermde nestlocatie wordt gebruikt door een soort waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn.

Als gevolg van de werkzaamheden kan het jaarrond beschermd nest worden verstoord. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige gebouwbewonende vleermuizen worden verstoord door trillingen en hard geluid. Indien als gevolg van de werkzaamheden de bestaande bebouwing wordt aangetast of er gebruik wordt gemaakt van zwaar materiaal direct naast de bestaande bebouwing dient er een aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen uitgevoerd te worden. Het is aan te bevelen om nachtelijke verlichting zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming te

17

voorkomen. Indien er additionele nachtelijke verlichting wordt toegepast is het wenselijk gebruik te maken van een richtarmatuur zodat strooilicht naar de omgeving wordt voorkomen. Tabel 3: Te verwachten beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort / soortgroep

Aanvullend onderzoek

Onderzoeksperiode

Algemene broedvogels

Nesten, indien niet buiten het broedseizoen

maart - augustus

gewerkt wordt Broedvogels met jaarrond

Nesten, indien niet buiten het broedseizoen

beschermd nest

gewerkt wordt

Rugstreeppad

Voortplantingsbiotoop

1 februari - 1 september april t/m augustus

18

6

LITERATUUR

BIJ12 (2017) Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument rugstreeppad versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, (2011) Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn. Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020) Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. Internet NDFF www.gbif.org www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.pzh.maps.arcgis.com www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl

19

Bijlage 1: Foto-impressie

20

Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige soorten Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in de directe omgeving van het projectgebied Soortgroep Naam Bescherming

Afstand

Amfibieën

Wnb A

< 5km*

Wnb A

< 1km*

HR IV & Bern II

< 4km*

Amfibieën

bruine kikker

1

Wnb A

< 1km*

Amfibieën

gewone pad1

Wnb A

< 1km*

alpenwatersalamander

Amfibieën

bastaardkikker

Amfibieën

boomkikker

1

1

Amfibieën

kleine watersalamander

Wnb A

< 1km*

Amfibieën

meerkikker1

Wnb A

< 1km*

Amfibieën

rugstreeppad

HR IV & Bern II

< 1km*

Ongewervelden

grote vos

Wnb A

< 5km

Reptielen

muurhagedis

HR IV & Bern II

< 5km

Reptielen

zandhagedis

HR IV & Bern II

< 1km*

Vleermuizen

gewone baardvleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

gewone dwergvleermuis

HR IV

< 2km*

Vleermuizen

gewone grootoorvleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

laatvlieger

HR IV & Bern II

< 3km*

Vleermuizen

meervleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

rosse vleermuis

HR IV & Bern II

< 3km*

Vleermuizen

ruige dwergvleermuis

HR IV & Bern II

< 2km*

Vleermuizen

watervleermuis

HR IV & Bern II

< 3km*

Vogels

boerenzwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

boomkruiper

Cat. 5

< 2km*

Vogels

boomvalk

Cat. 4

< 5km

Vogels

bosuil

Cat. 5

< 4km*

Vogels

buizerd

Cat. 4

< 5km

Vogels

ekster

Cat. 5

< 3km*

Vogels

gierzwaluw

Cat. 2

< 3km*

Vogels

grote bonte specht

Cat. 5

< 3km*

Vogels

huismus

Cat. 2

< 3km*

Vogels

huiszwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

kerkuil

Cat. 3

< 4km*

Vogels

koolmees

Cat. 5

< 2km*

Vogels

oeverzwaluw

Cat. 5

< 4km*

Vogels

pimpelmees

Cat. 5

< 2km*

Vogels

ransuil

Cat. 4

< 5km

Vogels

sperwer

Cat. 4

< 5km

Vogels

spreeuw

Cat. 5

< 3km*

Vogels

torenvalk

Cat. 5

< 5km

Vogels

zwarte kraai

Cat. 5

< 2km*

Zoogdieren

bosmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

eekhoorn

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

1

egel

Wnb A

< 4km*

Zoogdieren

haas1

Wnb A

< 5km

1

Zoogdieren

hermelijn

Wnb A

< 4km*

Zoogdieren

huisspitsmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

1

konijn

Wnb A

< 5km*

Zoogdieren

1

Wnb A

< 5km

Wnb A

< 5km

Wnb A

< 5km

Zoogdieren Zoogdieren

ree

rosse woelmuis veldmuis

1

1

21

Soortgroep

Naam

Bescherming

Afstand

Zoogdieren

vos1

Wnb A

< 1km*

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

1

wezel

Wnb A woelrat1 * = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O.Logisch B.V. 1 = Vrijstelling in de provincie Zuid-Holland in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Zoogdieren

< 5km

22

Bijlage 3: Kaart nest en leefgebied

23

NATUURONDERZOEK VLOTLAAN MONSTER Rugstreeppad

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V Leimuiden, 1-9-2022

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Rho Adviseurs I. Penning Adviseur Planvorming Weena 505 3013 AL Rotterdam (Delftse Poort) 010-2018536 iris.penning@rho.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

ing. D. Withagen

Auteur: Kwaliteitscontrole:

Y. Coolen, MSc. ing. J. Koorevaar

Projectcode: Status: Datum:

RAAM22A0 Concept 1-9-2022

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.

2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel .................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4

2 2.1 2.2

Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 5 Rugstreeppad .......................................................................................................................... 5 Overzicht inventarisaties........................................................................................................... 5

3 3.1 3.2

Resultaten................................................................................................................................... 6 Rugstreeppad .......................................................................................................................... 6 Beschermde functies projectgebied .......................................................................................... 6

4 4.1 4.2

Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................... 7 Conclusie................................................................................................................................. 7 Aanbevelingen t.a.v. de Wet natuurbescherming ....................................................................... 7

Bijlage 1: Kaart locatie herpetoplaten .................................................................................................... 8 Bijlage 2: Kaart resultaten rugstreeppad ............................................................................................... 9

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens de realisatie van nieuwbouw uit te laten voeren aan de Vlotlaan te Monster. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2022 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan Wet natuurbescherming1. Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor de rugstreeppad. In opdracht van Rho Adviseurs is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de rugstreeppad. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming.

1.2

WETTELIJK KADER Wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Er wordt onderscheid gemaakt in soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Er kan mogelijk zonder een ontheffing middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt.

Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten en aan de voorwaarden in de gedragscode wordt voldaan. De rugstreeppad is een Europees beschermde soort. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.5 (Habitatrichtlijn) van de Wet natuurbescherming. Europees beschermde soorten – Habitatrichtlijn (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1 Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2022). Quickscan Wet natuurbescherming Vlotlaan te Monster (Projectcode: RANA2245). 11 maart 2022.

4

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

RUGSTREEPPAD De aanwezigheid van de rugstreeppad is onderzocht middels inventarisaties gebaseerd op het Kennisdocument rugstreeppad 2. In de periode van 12 juli tot en met 19 augustus 2022 zijn vijf bezoeken aan het projectgebied gebracht om de aanwezigheid van koorzang, larven en individuen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Tijdens de eerste inventarisatie zijn tien herpetoplaten geplaatst in voor de soort geschikt habitat. De herpetoplaten worden door de rugstreeppad gebruikt als schuilplaats. Tijdens de inventarisaties is onder andere naar individuen gezocht onder deze herpetoplaten. De locaties van de platen zijn in bijlage 1 op kaart weergegeven. De inventarisaties zijn uitgevoerd tijdens de voor de soort gunstige weersomstandigheden. In paragraaf 2.2 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De rugstreeppad kent een lange voortplantingsperiode. Koorzang en larven kunnen vanaf april tot en met juli worden waargenomen. De inventarisaties hebben plaatsgevonden aan het einde van de voortplantingsperiode.

2.2

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. J. Koorevaar en ing. F.M. Emmen. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum

Tijd

Hoofdgroep

Activiteit

Weersomstandigheden

12-07-2022

22:30 – 23:30

Amfibieën

Inventarisatie rugstreeppad

Geheel bewolkt, 3 Bft, 21 °C

20-07-2022

22:30 – 23:30

Amfibieën

Inventarisatie rugstreeppad

Zwaar bewolkt, 4 Bft, 20 °C

28-07-2022

22:30 – 23:30

Amfibieën

Inventarisatie rugstreeppad

Zwaar bewolkt, 4 Bft, 17 °C

04-08-2022

22:30 – 23:30

Amfibieën

Inventarisatie rugstreeppad

Vrijwel geheel bewolkt, 3 Bft, 19 °C

19-08-2022

22:30 – 23:30

Amfibieën

Inventarisatie rugstreeppad

Vrijwel geheel bewolkt, 3 Bft, 19 °C

2

BIJ12 (2017) Kennisdocument rugstreeppad, versie 1.0, BIJ12 juli 2017.

5

3

RESULTATEN

3.1

RUGSTREEPPAD Tijdens alle inventarisaties zijn er volwassen individuen van de rugstreeppad in het projectgebied waargenomen. Deze zijn foeragerend in landbiotoop aangetroffen. In totaal zijn er achttien waarnemingen van de rugstreeppad gedaan. Het maximaal aantal waargenomen individuen in een enkele inventarisatie bedroeg zes. De waarnemingen zijn weergegeven op kaart in bijlage 2. De inventarisaties hebben plaatsgevonden aan het einde van de voortplantingsperiode. Tijdens de habitatscan in februari werden ondiepe waterplassen vastgesteld. Tijdens de inventarisaties bestond het enige oppervlaktewater op het terrein uit een ondiepe waterplas met een oppervlakte van minder dan 1m2. Het water was als voortplantingswater ongeschikt. Er is geen koorzang waargenomen. Larven of juveniele individuen zijn niet aangetroffen.

3.2

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming Nederlandse naam Artikel 3.5 en HR IV Rugstreeppad

Wetenschappelijke naam Epidalea calamita

Functie Landbiotoop

6

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIE Binnen het projectgebied zijn tijdens alle inventarisaties meerdere volwassen individuen van de rugstreeppad aangetroffen. Dit toont aan dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het landbiotoop van de rugstreeppad. Tijdens de inventarisaties is er geen koorzang waargenomen en zijn er geen larven aangetroffen. De ondiepe waterplas in het projectgebied is als voortplantingswater ongeschikt. Het is mogelijk dat de waterplas in de periode voorafgaand aan de inventarisaties wel geschikt was als voortplantingswater. In dat geval zouden er tijdens de inventarisaties echter juveniele individuen moeten zijn waargenomen. Dit is niet het geval. Het gebruik van het projectgebied door de rugstreeppad als voortplantingsbiotoop is in 2022 uitgesloten.

4.2

AANBEVELINGEN T.A.V. DE WET NATUURBESCHERMING Door de ingreep gaat landbiotoop van de rugstreeppad verloren. Individuen kunnen tijdens de ingreep worden verstoord en gedood. Hiermee worden de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Het is daarom noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen om overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 te voorkomen. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen. Om te voorkomen dat individuen van de rugstreeppad tijdens de werkzaamheden worden gedood, wordt aanbevolen om mitigerende maatregelen te treffen. Het projectgebied dient voorafgaand aan de ingreep uitgerasterd te worden. Individuen die zich in het projectgebied bevinden dienen vervolgens te worden gevangen en uitgezet in een geschikt alternatief gebied. Om overtredingen te voorkomen dienen de maatregelen uitgevoerd en begeleid te worden door een deskundige op het gebied van de rugstreeppad. Na aanvang van de werkzaamheden dienen door een ecoloog regelmatig controles uitgevoerd te worden naar de effectiviteit van de uitrastering.

7

Bijlage 1: Kaart locatie herpetoplaten

8

Bijlage 2: Kaart resultaten rugstreeppad

9

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

16 maart 2022 20211702 MSc W. Timmerman

PROJECT OPDRACHTGEVER

ONDERWERP

BP Herontwikkeling Westlandse Druif Vastgoedprofs Berekening stikstofdepositie

MEMO STIKSTOFBEREKENING WESTLANDSE DRUIF INLEIDING In 2019 zijn de activiteiten van het themapark de Westlandse Druif beëindigd. In 2021 is het complex door de initiatiefnemer aangekocht. Het voornemen betreft de herontwikkeling naar een mix van bedrijvigheid en maatschappelijke functies. Een deel van de gebouwen worden gesloopt en het oostelijke deel wordt plaats gemaakt voor bedrijvigheid. De nieuwe gebouwen worden gasloos en kent derhalve geen gebouwemissies van stikstof. In de gebruiksfase is er wel sprake van verkeersbewegingen met mogelijk relevante stikstofeffecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen (zie figuur 1). Met het programma AERIUS Calculator (versie 2021) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen qua stikstofdepositie in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekening is opgenomen als bijlage bij deze memo.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS calculator)

TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: - verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; - vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; - legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. - Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

- Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Wet stikstofreductie en natuurverbetering De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is per 1 juli 2021 van kracht en regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Eventuele stikstofeffecten van de aanlegfase behoeven daarom niet meer te worden berekend en beoordeeld.

Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van aanlegwerkzaamheden op Natura-2000 gebieden, zoals verdroging, verstoring etc. Vanwege de afstand van de locatie tot het Natura 2000-gebied van circa 330 meter en de tussenliggende bebouwing kunnen dergelijke andersoortige effecten echter op voorhand worden uitgesloten.

2/5

UITGANGSPUNTEN Referentiesituatie Als referentiesituatie voor de Wet natuurbescherming geldt de situatie ten tijde van de aanwijzing van het betreffende Natura 2000-gebied. Voor Solleveld & Kapittelduinen betreft het de datum 7 december 2004. De Westlandse Druif was destijds planologisch legaal aanwezig en (net) in gebruik. De daarmee samenhangende stikstofemissies kunnen daarom gelden als referentiesituatie. In de referentiesituatie werd het terrein gebruikt door de Westlandse Druif. De gebouwen waren aardgas verwarmd. Verder had de Westlandse Druif een verkeer aantrekkende werking. Hieronder worden deze bronnen verder uitgewerkt. In de tabel hieronder is het Gasverbruik en het aantal bezoekers van de Westlandse Druif weergegeven. Tabel 1 Gasverbruik en bezoekers Westlandse Druif Jaar 2019

Gasverbruik

Bezoekers 84.000 m3

2018

11.105 9.192

2017

94.488 m3

12.033

2016

91.850 m3

13.834

Gebouw emissies In 2019 was het gasverbruik van de Westlandse Druif totaal 84.000 m³, dat een afname ten opzichte van de vorige jaren (2016 > 91.850m3 en 2017 > 94.488m3). Uitgaande van 2019 komt het totale gasverbruik van de Westlandse Druif op (afgerond) 84.000 m³ per jaar. Uitgaande van 8,9 Nm³ rookgas per kuub aardgas (bron: Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator, 2021) is dit 747.600 Nm³ rookgas in het maatgevende jaar. Met een emissieconcentratie van 70 mg NOx/Nm³ rookgas was de uitstoot 52,3 kg NOx per jaar. Deze emissie is in AERIUS Calculator ingevoerd als puntbron met een emissiehoogte van 6 meter ter plaatse van het emissiepunt van het ketelhuis in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Verkeersgeneratie Het aantal bezoekers van de Westlandse Druif was in 2019 11.105 bezoekers volgens de jaarrekening van het museum Westlandse Druif. Op basis van de slechte verbinding met het openbaar vervoer is uitgegaan dat 80% van de bezoekers met de auto komt. Hierbij is uitgegaan van 2,5 persoon per auto. Per auto zijn dit twee vervoersbewegingen (af- en aanrijden). Dit komt neer op 7.107/ mvt/jaar en 19,5 mvt/etmaal voor bezoekers. Voor werknemers is uitgegaan van 5% extra auto’s bovenop de verkeersgeneratie van de bezoekers. De totale verkeersgeneratie is daarmee 20,4 mvt/etmaal (weekdag gemiddelde). Voor de bevoorrading is uitgegaan van 1 mvt/etmaal zwaar verkeer.

Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt een deel van het terrein ingericht als bedrijventerrein waarbij de huidige bebouwing wordt gesloopt. Het westelijke deel van het terrein blijft de bebouwing behouden en krijgt een andere maatschappelijke bestemming. De mogelijke stikstofbronnen zijn gebouw emissies en de verkeersgeneratie. Hieronder worden deze bronnen verder uitgewerkt. Gebouw emissies Een deel van de bebouwing (3.200 m2) blijft behouden. In totaal wordt 8.300 m2 van de bebouwing gesloopt en worden voorzien van een bedrijfsbestemmingen. Voor de bebouwing die behouden blijft veranderd het gasverbruik niet. De nieuwe

3/5

bedrijven krijgen geen gasaansluiting. De totale afname aan bebouwing met een gasvoorziening is 72 %. In totaal blijft 28 % van de gebouw emissies behouden. Dit is in totaal 14,6 kg NOx per jaar. Deze emissie is in AERIUS Calculator ingevoerd als puntbron met een emissiehoogte van 8 meter. Gezien het gebouw met de stookinstallaties wordt gesloopt komt het nieuwe emissiepunt ter plaatse van het gebouw te liggen. Gezien de plaats van de stookinstallaties nog niet bekend is, is het emissie punt worst case aan de zijde van het Natura 2000-gebied geprojecteerd. Verkeersgeneratie Het totaal bedrijfsoppervlakte bedraagt 6.500 m2. Uitgaande van het kencijfer van een bedrijfsverzamelgebouw, rest bebouwde kom, weinig stedelijk is 8,7 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Dit is in totaal 566 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Hierbij wordt uitgaan van 15% vrachtverkeer (14% middelzwaar verkeer, 1% zwaar verkeer). Het verkeer gaat op de ‘s-Gravenzandseweg op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aanen afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor AERIUS 2019A (juli 2020), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De verkeersintensiteit op deze weg bedroeg 13.908 per etmaal in 2020 (bron: Nsl-monitoringstool viewer). De beoogde ontwikkeling voegt daar maximaal 2,9% aan toe.

RESULATATEN EN CONCLUSIE AERIUS Calculator geeft in de projectberekening aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr voor de gebruiksfase (2022) ten opzichte van de referentiesituatie. Op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Natura 2000-gebieden zijn er qua stikstofdepositie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit plan. De berekening is als bijlage bij deze memo gevoegd.

4/5

Bijlage 1

5/5

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho Adviseurs -, -Herontwikkeling Westlandse Druif Herontwikkeling Westlandse Druif

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S53ng9hZUr18 14 maart 2022, 13:14 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2019 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 1.765,91 mol/ha/j 4358015

Referentie situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Referentie situatie - Referentie Beoogde situatie - Beoogd

Emissie NH3 0,1 kg/j 1,5 kg/j

1.765,92 mol/ha/j 4358015 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

Emissie NOx 53,4 kg/j 55,0 kg/j Gebied Solleveld & Kapittelduinen Solleveld & Kapittelduinen

2/8

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bebouwing

 Verkeersnetwerk

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx - 14,6 kg/j 1,5 kg/j

40,4 kg/j

3/8

Projectberekening

Referentie situatie (Referentie), rekenjaar 2019 Emissiebronnen 2 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bebouwing

 Verkeersnetwerk

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx - 52,3 kg/j 0,1 kg/j

1,1 kg/j

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Solleveld & Kapittelduinen

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

6/8

Projectberekening

Beoogde situatie, Rekenjaar 2022 2 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Bebouwing Uittreedhoogte Locatie 70878, 448566 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

8,0 m 0,014 MW

NOx

14,6 kg/j

7/8

Projectberekening

Referentie situatie, Rekenjaar 2019 2 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Bebouwing Uittreedhoogte Locatie 70966, 448595 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

6,0 m 0,014 MW

NOx

52,3 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S53ng9hZUr18 (14 maart 2022)

8/8

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN

19 december 2022 20211702/47756/ Martijn van Delden

PROJECT OPDRACHTGEVER

20211702 BP Herontwikkeling Westlandse Druif Verkade Beheer B.V.

VERKEERSGENERATIE EN VERKEERSAFWIKKELING Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Voor het plangebied wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. De gemeente Westland is volgens het CBS een ‘matig stedelijke’ gemeente en het plan ligt in het gebied ‘rest bebouwde kom’. De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De CROW-kentallen gaan uit van weekdagintensiteiten. De gemiddelde werkdagintensiteit is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,33 welke CROW 381 noemt voor werkfuncties. Beoogde situatie De totale bedrijfsoppervlakte bedraagt 6.500 m2 . Tabel 1 Verkeersgeneratie plangebied in mvt/etmaal

Functie Bedrijfsverzamelgebouw Totaal

Functie CROW-381 Bedrijfsverzamelgebouw

Aantal / m2 2

6.500 m bvo

Kengetal

Verkeersgeneratie 2

7,35 per 100 m bvo

weekdag 477,8

werkdag 635,4

478

636

De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeersgeneratie van 478 mvt/weekdag en 636 mvt/werkdag.

Verkeerstoedeling Het plangebied wordt via de Vlotlaan ontsloten. Op basis van de navigatietool van Google Maps en expert judgement is een inschatting gemaakt van de toedeling van het verkeer vanaf het plangebied (zie onderstaande afbeelding). De verwachting is, gelet op de ligging van kernen in de omgeving, dat het grootste aandeel weggebruikers via het oosten het plangebied bereikt.

2/3

Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Het plangebied zal in eerste instantie op de Vlotlaan worden ontsloten, waarna het op de rotonde ’s-GravenzandsewegEmmastraat zich opsplitst in 30% in westelijke richting en 70% in oostelijke richting. Voor het beoordelen van de verkeerskundige effecten zijn werkdagintensiteiten maatgevend. In tabel 2 is per wegvak de verdeling van de verkeersgeneratie van het plangebied weergegeven. Tabel 2 Verkeersintensiteiten in de autonome situatie in mvt/etmaal (bron: NSL-monitoringstool)

Wegvak

Autonome situatie (2022)

Planbijdrage

Autonome situatie + plan

Vlotlaan

2.500

636

3.136

’s-Gravenzandseweg (N211) Emmastraat (N211)

13.900 15.000

191 445

14.091 15.445

1

Verkeersafwikkeling Vlotlaan De Vlotlaan is, conform Duurzaam Veilig, gecategoriseerd als erftoegangsweg. Een erftoegangsweg kan normaal gesproken een verkeersintensiteit tussen de 4.000 en 6.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. Gezien de huidige inrichting van de Vlotlaan en de lage intensiteit op de weg zal de verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. ’s-Gravenzandseweg De ’s-Gravenzandseweg kent in de autonome situatie een verkeersintensiteit van circa 13.900 mvt/werkdag. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal dit toenemen met circa 191 mvt/werkdag. Gezien de huidige verkeersintensiteit en de relatief lage verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling, kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling op de ’s-Gravenzandseweg niet zal leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. Emmastraat De Emmastraat kent in de autonome situatie een verkeersintensiteit van circa 13.900 mvt/werkdag. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal dit toenemen met circa 445 mvt/werkdag. Gezien de huidige verkeersintensiteit en de relatief lage verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling, kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling op de Emmastraat niet zal leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling.

Verkeersveiligheid Vlotlaan Gezien de huidige verkeersintensiteit en de relatief lage verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling, kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling op de Vlotlaan niet zal leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid. ’s-Gravenzandseweg en Emmastraat Gezien de aanwezigheid van vrijliggende fietspaden kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een verslechtering van de verkeersveiligheid.

1 Geen intensiteiten bekend. Gezien de functies en de beperkte mogelijkheden voor doorgaande verkeer, wordt aangenomen dat de intensiteit circa 2.500

mvt/etmaal bedraagt.

3/3

bedrijventerrein workyard vlotlaan, monster

bezonningsstudie

WnS Architecten Herenstraat 12 2291 BG Wateringen

19 december 2022

T 0174 - 44 15 17 E info@wnsarchitecten.nl

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

tekening

Plangebied

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

01 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

Inleiding Door RHO Adviseurs is op 25 maart 2022 een concept bestemmingsplan opgezet als nieuwe voorstel voor het bedrijventerrein aan de Vlotlaan in Monster. Voor de onderbouwing van de bouwhoogte ontvangt de gemeente hier graag een bezonningsstudie, waarin de juridische planologische situatie van nu, ten opzichte van de juridische planologische situatie wordt weergegeven. Onderstaand wordt de onderbouwing omschreven.

Conclusie De resultaten van de bezonningsstudie laten zien dat het verhogen van de maximale bouwhoogte tijdens de donkere ochtenduren een nadelige schaduwwerking vormt voor de woningen aan de Tweetandschelp 52 t/m 46 en de woning aan de ‘s-Gravenzandseweg 22. De woningen ervaren echter geen hinder tijdens de middag- en avonduren waardoor de bezonningsstudie voor de woningen voldoet aan de lichte TNO-richtlijn.

Invloed wijzigingen De belangrijkste wijzigingen in het bestemmingsplan die schaduwwerking verrichten op de omgeving bevinden zich aan de ‘s-Gravenzandseweg (N211). De bouwhoogte langs de ‘s-Gravenzandseweg (N211) heeft momenteel een maximale goothoogte van 3,5m en een maximale bouwhoogte van 6.0m. In het nieuwe bestemmingsplan wordt voorgesteld om de maximale bouwhoogte te verhogen naar 11,5m.

In de avonduren vormt er een nadelige schaduwwerking voor de woningen aan de ‘s-Gravenzandseweg 20 en 20A. De woningen ervaren geen hinder tijdens de ochtend- en middaguren, waardoor de bezonningsstudie voor de woningen voldoet aan de lichte TNO-richtlijn.

Het bebouwingsvlak in het voorgestelde bestemmingsplan blijft binnen de contouren van de huidige bebouwingsvlak. Het voorgestelde bebouwingsvlak is zelfs slanker dan in het huidige bestemmingsplan, waardoor er meer daglicht langs de bebouwing kan schijnen.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat het verhogen van de maximale bouwhoogte voldoet aan de lichte TNO-richtlijn. Daarnaast blijkt uit de bezonningsstudie dat er geen enkel moment is dat de zonnepanelen worden belemmerd op de daken van de woningen aan de Tweetandschelp 52 t/m 46.

Model Voor de bezonningsstudie is uitgegaan van de worstcase scenario. Het bebouwingsvlak is in het model geheel bebouwd tot de maximale bouwhoogte. Voor de bestaande scenario is de maximale goothoogte gehandhaafd, gevolgd door een dakhelling van 45° tot de maximale bouwhoogte. Bezonningsberekening voorwaarden De bezonningsberekening voldoet aan de voorwaarden van de lichte TNO-norm, te weten: 19 februari         9:00 uur, 12:00 uur en 15:00 uur 21 juni                6:00 uur, 9:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur (zomertijd) 21 oktober         9:00 uur, 12:00 uur en 15:00 uur (zomertijd)

tekening

Omschrijving

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

02 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

tekening

Bestemmingsplan bestaand

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

03 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

09:00

12:00

15:00

18:00

21 Oktober GMT+2 (zomertijd)

21 Juni GMT+2 (zometijd)

19 Februari GMT+1

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

06:00

tekening

Bezonningsstudie bestaand

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

04 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

19

48

28

37

34

36

30

32

astr

38

17

42

aat

Enkelbestemmingen

dseweg

11 weg

Stations eweg

nzands

's-Grave

21

lp

36 23

401

40

46

44

6

20

sch

T

eet

G

403-403D

Tw 54

Tuin

V-VB

Verkeer - Verblijfsgebied

WA

Water

W

Wonen

1

WA

z

en

av

Gr

's-

wetgevingzone - wijzigingsgebied 1

402-507

Functieaanduidingen

g

we

se

d an

Waarde - Archeologie

Gebiedsaanduidingen

6

(b≤2)

WR-A G

11,5

412-521

Mos

(b≤1)

(b≤1)

bedrijf tot en met categorie 1

(b≤2)

bedrijf tot en met categorie 2

(b≤3.1)

bedrijf tot en met categorie 3.1

(b≤3.2)

bedrijf tot en met categorie 3.2

11,5

sel pad

T

(b≤3.1) 622

G

(swr-1)

(sg-gti)

10

523

3,5

3,5 6

(sv-1)

specifieke vorm van groen - groene terreininrichting

536

(sv-1)

specifieke vorm van verkeer - 1

(swr-1)

specifieke vorm van waarde - 1

550

M (sg-gti) (h)

548 546

G

1

Bouwvlakken

G

7

WA

9

535 (fz)

(h)

horeca

552

106 104

(h) (sg-gti)

554

BT 11,5

feestzaal

534 556

108

(fz) 532

G

W (b≤3.2)

bouwvlak 202-568

(sv-1)

220 9A

V-VB

53

24

232

(h)

eg

Maatvoeringen

218

11,5

maximum bouwhoogte (m)

7

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

230

212-216

w se

r

T

10

31-101

te

Maatschappelijk

WR-A

20A

(b≤1)

ns

Groen

W (b≤1)

Mo

G M

Dubbelbestemmingen

10

and

44 46

48

50

52 56

9

Bedrijventerrein

25

elp

42

BT

venzan

's-Gra

15

38

ijt sc he Ta p

elp

29A

Emm

19

29

103-133

Plangrens

9

40

32

Plangebied

5

5

7

g

zandsewe

's-Graven

3B-3C

13

34

h tsc Har

45-77

3A 1

elp sch and eet Tw

25

43

elp

dsch

etan

Twe

28

30

39

27

16

3

26

31

41

18

24

elp

35

20

22

24

26

23

29

h tsc Har

33

H

52

54

p

hel

sc art

22

21

27

50

elp ch rts Ha

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

44

46

228

WA

226

G WA

9

G

210-224

201-578

207 209 211

G

246-252

213 215

Bedrijventerrein Vlotlaan Monster

308-318

217-661

1

bestemmingsplan PROJECT

20211702

FORMAAT

A2

SCHAAL

1:1000

Vastgesteld

KAART

1/1

Ontwerp

GETEKEND

f.t.

Voorontwerp

IDN

NL.IMRO.1783.PM-CO01

Concept

25-03-2022 info@rho.nl www.rho.nl

tekening

Bestemmingsplan nieuw

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

05 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

09:00

12:00

15:00

18:00

21 Oktober GMT+2 (zomertijd)

21 Juni GMT+2 (zometijd)

19 Februari GMT+1

Op dit ontwerp is het auteursrecht, conform DNR2011, van toepassing.

06:00

tekening

Bezonningsstudie nieuw

bladnr.

project

Bezonningsstudie bedrijventerrein Vlotlaan te Monster

datum

06 19-12-2022

projectnr. schaal

2119 getekend

MB

Bedrijvencampus Vlotlaan Monster Stikstofdepositieberekening

Bedrijvencampus Vlotlaan Monster Stikstofdepositieberekening

GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Rho Adviseurs T.a.v. I. Penning

Kerkewijk 156

Postbus 150

3904 JJ Veenendaal

3000 AD Rotterdam

T. 0318 – 50 56 37

I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS Projectnummer:

K22485

Datum:

5 januari 2023

Titel:

Stikstofdepositieberekening Monster, Bedrijvencampus Vlotlaan

Projectleider:

M. Ottink

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................... 4

1.2

Wettelijk kader ............................................................................................................................ 4

2

Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ....................................................................... 6

2.2

Uitgangspunten .......................................................................................................................... 6 2.2.1 Referentiesituatie ..........................................................................................................6

3

2.2.2

Gebruikersfase ..............................................................................................................7

2.2.3

Realisatiefase ................................................................................................................7

Conclusie ..................................................................................................................... 8

Separate bijlagen: -

Bijlage 1 – Realisatiefase

-

Bijlage 2 – Inzet materieel realisatiefase

1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Per saldo is er geen sprake van een toename van depositie. In deze rapportage is de berekening uiteengezet. 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om het voormalige themapark de Westlandse Druif te her ontwikkelen tot een mix van bedrijvigheid en maatschappelijke functies. In de beoogde situatie wordt een deel van het terrein ingericht als bedrijventerrein waarbij de huidige bebouwing wordt gesloopt. Binnen het westelijke deel van het terrein blijft de bebouwing behouden, waarbij dit een andere maatschappelijke bestemming krijgt. Voor het initiatief is reeds een berekening voor de gebruikersfase opgesteld. Deze berekening gaat dan ook in op de realisatiefase, waarbij rekening wordt gehouden met sloop en nieuwbouw. In totaal wordt 8.300 m2 van de bebouwing gesloopt, waarvoor in de plaats bedrijfsunits terugkomen. In onderstaande afbeelding is de planlocatie nader aangeduid.

Afbeelding 1 - Globale aanduiding planlocatie (bron: Google Maps)

1.2

Wettelijk kader

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was.

Stikstofdepositieberekening

4

Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 11 oktober 2022, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. Rekenpunten veegbesluit Op 25 november heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden (hierna: het wijzigingsbesluit) vastgesteld.

Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd, bijvoorbeeld omdat habitattypen op het moment van aanwijzen aanwezig bleken te zijn, maar destijds niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Deze habitattypen en soorten zijn door middel van het wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. De betreffende habitattypen, leefgebieden en grenzen moeten direct nadat het wijzigingsbesluit is genomen worden betrokken bij toestemmingverlening. In de huidige versie van AERIUS Calculator, versie 2021, zijn deze wijzigingen nog niet verwerkt. De handreiking “rekenen met nieuwe habitatkartering in AERIUS calculator 21-v1.0” biedt een tussentijdse oplossing om rekening te houden met de nieuwe habitatkartering, gebruik makend van AERIUS Calculator versie 2021 en in afwachting van de actualisatie naar AERIUS Calculator versie 2022. In AERIUS Calculator 2022 zullen de wijzigingen als gevolg van het wijzigingsbesluit wel verwerkt zijn. In het, voor dit project gemaakte, AERIUS model zijn de rekenpunten toegevoegd volgens het gmlbestand van het RIVM “RIVM-AERIUS_Rekenpunten-veegbesluit_20221124”, zoals beschreven in de Handreiking rekenen met nieuwe habitatkartering in AERIUS calculator 21-v1.0.

Stikstofdepositieberekening

5

2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden

In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Solleveld & Kapittelduinen, op circa 330 meter afstand van de planlocatie ligt.

Afbeelding 2 - Ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator)

2.2

Uitgangspunten

Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2021.1 (beschikbaar sinds 21 juni 2022). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1

Referentiesituatie

Op de planlocatie bevindt zich nu wel een bron die zorgt voor stikstofemissie. Een deel van de bebouwing zal worden gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling. De emissies behorende bij deze bebouwing is meegenomen als referentiesituatie binnen de berekening. In totaal wordt 8.300 m2 van de totale aanwezige bebouwing (11.500 m2) gesloopt. Voor de totale bebouwing komt het totale gasverbruik van de Westlandse Druif uit op (afgerond) 84.000 m3 per jaar, gebaseerd op gasverbruik uit 2019. Uitgaande van 11,55 Nm³ rookgas per kuub aardgas (bron: Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator, 2021) is dit 970.200 Nm³ rookgas in het maatgevende jaar. Met een emissieconcentratie van 150 mg NOx/Nm³ rookgas was de uitstoot 145,53 kg NOx per jaar. Gezien 72% van de bebouwing wordt gesloopt, is deze 72% van de totale emissie te gebruiken binnen de berekening. Dit komt uit op een emissie van 104,78 kg NOx per jaar.

Stikstofdepositieberekening

6

Naast de emissie van de bebouwing is er sprake van verkeersgeneratie binnen de referentiesituatie. Hierbij is uitgegaan van een totale verkeersgeneratie, welke na de voorgenomen ontwikkeling niet meer plaats zal vinden, van 2.000 mvt/per jaar licht verkeer, en 300 mvt/per jaar zwaar verkeer. De bronlijn loopt vanaf de planlocatie in noordoostelijke richting via de Vlotlaan, en sluit vervolgens aan op de rotonde met de Emmastraat en de ’s-Gravenzandseweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2019. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de referentiesituatie wel stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied, met een hoogste bijdrage van 0,04 mol/ha/jaar. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1. 2.2.2

Gebruikersfase

Voor de gebruikersfase is reeds een berekening uitgevoerd en beoordeeld. Zodoende is deze fase niet opgenomen in de berekening. 2.2.3

Realisatiefase

Om het plan te kunnen realiseren zijn er bouwwerkzaamheden nodig. Hoewel wordt getracht om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te bouwen, is het niet mogelijk om een volledig stikstofemissieloze realisatiefase te bewerkstelligen. Er wordt gebruik gemaakt van machines, maar er is ook een verkeersaantrekkende werking door bouwverkeer. De bronlijn loopt vanaf de planlocatie in noordoostelijke richting via de Vlotlaan, en sluit vervolgens aan op de rotonde met de Emmastraat en de ’s-Gravenzandseweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2023. Bouwverkeer Om de bouw mogelijk te maken zal er sprake zijn van bouwverkeer. Voor de bouwperiode wordt er gerekend op 150 vrachten ‘zwaar vrachtverkeer’ om materiaal naar de bouw te vervoeren. Daarnaast zal bouwend personeel zorgen voor 1.000 ritten met ‘licht verkeer’. De aantallen zijn verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer). Inzet mobiele werktuigen Om de realisatie mogelijk te maken, zal gebruik gemaakt worden van mobiele werktuigen. Er is gerekend op de inzet van werktuigen zoals in bijlage 2 is opgenomen. De verschillende fasen zoals in de bijlage, zijn als één geheel in de berekening opgenomen. Naast de inzet van deze mobiele werktuigen zal er ook gebruik worden gemaakt van elektrisch materieel.

Bij elektrisch materieel vindt geen stikstofemissie plaats, waardoor deze niet zijn ingevoerd in de berekening. Conclusie De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1. Er zijn wel rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, met een hoogste bijdrage van 0,04 mol/ha/jaar.

Stikstofdepositieberekening

7

3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Door de inzet van de referentiesituatie is er geen sprake van een toename hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Stikstofdepositieberekening

8

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

Stikstofdepositieberekening

9

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=d854dcd5-f4ca-4847-a0fa-46ebf3b592a4