bestemmingsplan (21-0158117)
Tekst van het document
79
1.
niet dichter tot het hart van de weg wordt gebouwd dan de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot aan het hart van de weg, zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan; 2. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 3. dit niet op verkeerskundige bezwaren stuit. c. het bouwen van een bedrijfsbouwwerk en een laad- en losruimte dichterbij het hart van de weg mits: 1. dit noodzakelijk is in bedrijfsmatig opzicht; 2. aangetoond is dat alle (vracht-)wagens, bij categorie 1 en 2 wegen, op eigen terrein kunnen keren, dit ter beoordeling aan de verkeersdeskundige; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit past binnen de stedenbouwkundige structuur; 5. dit niet op verkeerskundige bezwaren stuit. 5.2.2
Afwijken van afstanden tot (hoofd-)watergangen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1.2 ten behoeve van: a. het bouwen van een bouwwerk of aanleggen van een werk dichterbij een watergang mits: * een daartoe strekkende watervergunning van de waterbeheerder aanwezig is; * dit ten aanzien van bedrijfsgebouwen, -bouwwerken en -werken noodzakelijk is in bedrijfsmatig opzicht. 5.2.3
Afwijken van afstandsmaten tot kruisingen en aansluitingen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1.3 ten behoeve van situaties waarin een afwijkende situering uit stedenbouwkundig oogpunt de voorkeur verdient en de verkeersveiligheid voldoende is gewaarborgd, dit ter beoordeling van de verkeerskundige. 5.3
Algemene regels voor ondergronds bouwen
5.3.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden geen beperkingen. 5.3.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter onder peil; b. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw, aan-, uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw bij een woning, een bedrijfsgebouw en/of een kas, met uitzondering van rioolwaterbuffers; c. ondergrondse bouwwerken worden, voor zover binnen de bestaande bebouwing gelegen, bij het berekenen van het bebouwingspercentage en/of bebouwingsoppervlak niet meegerekend; d. ondergrondse bouwwerken worden, voor zover buiten de bestaande bebouwing gelegen, bij het berekenen van het bebouwingspercentage en/of bebouwingsoppervlak uitsluitend meegerekend bij een bouwdiepte van minimaal 1,50 meter. 5.4
Afwijken van de algemene regels voor ondergronds bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3.2 onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 5.5
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
80
b. ter waarborging van de ontwikkeling van de glastuinbouw; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; g. ter waarborging van de waterhuishouding.
5.6
Algemene regels voor bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels, tenzij bij de bestemmingsregels anders is bepaald: 5.6.1 a.
Bedrijfswoningen de maatvoering van bedrijfswoningen bedraagt: maximale maximale goothoogte bouwhoogte hoofdgebouw 7 meter van de woning
10 meter
- aan, uitbouw en bijgebouw
aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw
vrijstaand bijgebouw erker
- ondergronds bouwwerk
b.
_____________ _______ _______________ maximale maxim specifieke oppervlakte ale regeling inhoud 1.000 m3 500Zo van het zij- 300 m3* * de inhoud telt en achtererf, mee in de max. mits niet groter inhoud voor een dan de woning oppervlakte van het hoofdgebouw (footprint)
3 meter, 3 meter, of 0,30 meter of 2/3® van de boven de eerste bouwhoogte van verdieping het hoofdgebouw (bovenkant vloer) met een max van van het 5 meter hoofdgebouw met een max van 4 meter 3 meter 5 meter
bij aaneengebouwde hoofgebouwen bedraagt de diepte vanaf de achtergevel max. 3 meter
3 meter, max. 2^ van of 0,30 meter de breedte van boven de eerste het verdieping hoofdgebouw (bovenkant en 1,50 meter vloer)van het diep (zowel hoofdgebouw voor- als met een max van zijgevel)** 4 meter
** bij aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt de afstand tot de aaneengebouwde zijde min. 1 meter, tenzij erkers aaneengebouwd worden
binnen de gevels van het hoofdgebouw, aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw***
*** de inhoud telt voor 500Zo mee in de max. inhoud voor een woning
indien de bestaande vergunde maten ten dienste van de bestemming (m.u.v. voormalige
81
c. d.
e. f. g. h. i.
5.6.2
bedrijfsgebouwen- en bouwwerken) meer bedragen dan de maten als genoemd onder a., dan mag maximaal tot en met de bestaande maten worden teruggebouwd; de afstand van het hoofdgebouw tot aan de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 3 meter; de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot de bestemmingsgrens bedraagt, voor zover deze grenst aan gronden die op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan de bestemming " Agrarisch-Glastuinbouw“ hebben, minimaal 12,50 meter; de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot een wkk-installatie en/of (natte) koeltoren bedraagt minimaal 65 meter; de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot een windturbine van een derde bedraagt minimaal 4x de as-hoogte; de afstand van een aan-, uitbouw en bijgebouw tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd; een aan-, uitbouw en bijgebouw dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van een erker; een vrijstaand bijgebouw dient in zijn geheel maximaal 15 meter van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouw zijnde bij woningen de maatvoering van bouwwerken, geen gebouw zi nde bedraagt: maximale oppervlakte maximale bouwhoogte overkapping 3 meter 50 m2 erfafscheiding voor de 1 meter voorgevelrooilijn
b. c. d. e. f.
g.
achter de 2 meter voorgevelrooilijn windturbine 15 meter de afstand van een overkapping tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd; een (vrijstaande) overkapping dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de afstand van een vrijstaande overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter; een vrijstaande overkapping dient in zijn geheel maximaal 15 meter van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de afstand van een windturbine tot de - niet aan een weg of watergang, die deel uitmaakt van de vaarwegen, zoals als opgenomen in Bijlage 1 , gelegen erfscheiding bedraagt minimaal 0,5x de bouwhoogte; de afstand van een windturbine tot hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een (bedrijfs-)woning van een derde bedraagt minimaal 4x de as-hoogte.
5.7
Afwijken van de algemene regels voor bedrijfswoningen
5.7.1
Afwijken voor bedrijfswoningen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.6.1 van de planregels voor: a. de goothoogte van het vrijstaand hoofdgebouw tot maximaal 10 meter, mits; * dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; * dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. b. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw dichterbij de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" mits: * de aan te houden afstand ertoe zou leiden dat herbouw of vergroting van een woning onmogelijk zou zijn; * de bestaande afstand - zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan niet wordt verkleind; « dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; * dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen.
82
c.
d.
e.
f. g.
h. * « * * i.
5.7.2
de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw dichterbij de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw", mits op die gronden direct aansluitend een watergang, -berging of andere natuurlijke perceelscheiding is gelegen, waarvan voldoende vaststaat dat het om een blijvende situatie gaat, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. de afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 3 meter van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw", bezien vanaf de zijkant van het hoofdgebouw, mits op die gronden een bedrijfswoning is gesitueerd of anderszins verzekerd is dat in de toekomst geen kas of ander bedrijfsonderdeel binnen een afstand van 12,50 meter van het te herbouwen hoofdgebouw, aanof uitbouw wordt gebouwd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. de afstand van een aan- of uitbouw tot minimaal 1 meter van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw", bezien vanaf de zijkant van het hoofdgebouw, mits op die gronden een bedrijfswoning is gesitueerd of anderszins verzekerd is dat in de toekomst geen kas of ander bedrijfsonderdeel binnen een afstand van 12,50 meter van het te herbouwen hoofdgebouw, aanof uitbouw wordt gebouwd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw", indien aaneengebouwd wordt gebouwd.
de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot maximaal 12,50 meter van een wkk-installatie of (natte) koeltoren, mits uit onderzoek voldoende is gebleken dat door te nemen maatregelen deze afstand tot aan het hoofdgebouw, aan- of uitbouw niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw dichterbij een wkk-installatie of (natte) koeltoren, mits: de aan te houden afstand ertoe zou leiden dat herbouw of vergroting van een woning onmogelijk zou zijn; de bestaande afstand - zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan niet wordt verkleind; dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; de woning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. de afstand van een vrijstaand bijgebouw groter dan 15 meter van het hoofdgebouw, mits hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige . Afwijken voor bouwwerken, geen gebouw zijnde
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.6.2 van de planregels voor: a. de afstand van een vrijstaande overkapping groter dan 15 meter tot het hoofdgebouw, mits hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. b. de afstand van een windturbine dichterbij het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een bedrijfswoning van een derde, mits uit onderzoek gebleken is dat door te nemen maatregelen deze afstand tot aan een woning of ander geluidsgevoelige bestemming niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt. 5.8 a. b.
Ondergrondse bouwwerken De regels van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken. In aanvulling op het bepaalde onder a. mogen ondergrondse ruimten slechts worden gerealiseerd voor zover deze zijn gelegen tussen de buitenwerkse gevels van het bovengronds gelegen hoofdgebouw.
83
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1 lid 1 onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. b.
c.
d. e. f.
g. h. i. j. k. l. 6.2
het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; het gebruik van niet-bebouwde grond en/of water als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; het gebruik van niet-bebouwde grond als opslag, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken als seksinrichting; als opslagplaats voor bagger- en grondspecie, anders dan in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; als opslagplaats voor materialen, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind, vloeibare afvalstoffen of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; als opslagplaats van gebruiksklare of
onklare voer- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; als opslagplaats voor bedrijf gerelateerde goederen en/of materialen vóór de voorgevelrooilijn; als opslagplaats voor bedrijf gerelateerde goederen en/of materialen achter de voorgevelrooilijn, hoger dan 4 meter; als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; voor privé gebruik van gronden met de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw", met uitzondering van het niet strijdige privé gebruik als omschreven in artikel 3, lid 3.4.1, onder a; het houden van paarden in niet-hobbymatig verband. Geen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. b. c.
het gebruik van niet-bebouwde grond voor evenementen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; het gebruik van niet-bebouwde grond voor standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland.' leidingen en voorzieningen ten behoeve van de glastuinbouwbedrijven.
84
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afWijkingsmogelijkheden
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd - tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds afwijking kan worden verleend - afwijking van de regels in het plan te verlenen voor: a.
b.
c. d.
e.
f.
g.
h.
7.2
afwijkingen van voorgeschreven maten, waaronder percentages, met ten hoogste 10oZo. Het moet hierbij primair gaan om het oplossen van knelpunten waar het bestemmingsplan niet in voorziet en waartegen in planologisch opzicht geen bezwaar bestaat en niet om de bouwmogelijkheden bij voorbaat al te vergroten; het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes met een goothoogte van ten hoogste 3 m ten behoeve van openbare nutsbedrijven of voor andere naar doelstelling daarmee vergelijkbare gebouwtjes mits de inhoud van deze gebouwtjes niet groter is dan 60 m3 zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen, toiletgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten; het bouwen van een tweedelijns dakkapel aan de achterzijde boven een bestaande dakkapel; het bouwen van straatmeubilair of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en keermuren met een bouwhoogte van ten hoogste 6 meter; geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing daaraan van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen indien bij de definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd als op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken, met dien verstande dat de
veranderingen ten hoogste 2 m mogen bedragen; afwijkingen van het bestemmingsplan, ten einde de uitvoering van een bouwplan mogelijk te maken, indien op grond van een definitieve uitmeting of in verband met de verkaveling of situering blijkt, dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van zo ondergeschikte aard blijft, dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast; overschrijding van bouwgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch of ruimtelijke kwaliteit i.p.v. esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen. het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden. Afwijking niet verlenen
Afwijking wordt in ieder geval niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
85
Artikel 8 8.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
86
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1 1.
2. 3. 4.
9.2 1. 2.
3.
4.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 9.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1.1 met maximaal 100Zo; Lid 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Lid 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
87
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Vogelaer 19 te Honselersdijk'
88
l Li,LULL]-. IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl WESTLAND
I www.gemGentewestland.iil
, V'. V;:,;-' , f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
*
ŗ4Ç
\ s.
'J
■'ļi' ^ 7
7**4.
1 ^3-M 1LJL
-K
:W
y™
,.íļ
' JļĮ
üįf
ŠMPŴ 4 rf‘^ o
\ nri
Ai