Bedrijventerrein Bovendijk_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
!
"
Bijlagen bij de toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bovendijk Bijlage 2 Onderzoek milieuzonering DGMR Bovendijk Bijlage 3 Notitie Luchtkwaliteit Bijlage 4 Onderzoek Externe Veiligheid Bijlage 5 Waterstudie Bovendijk Kwintsheul Bijlage 6 Bodemonderzoek gronden Heulweg 72-90 Bijlage 7 Nader bodemonderzoek gronden Heulweg 72-90 Bijlage 8 Bodemonderzoek Heulweg 92 Bijlage 9 Bodemonderzoek inprikkers Bovendijk Kwintsheul Bijlage 10 Nader bodemonderzoek inprikkers Bovendijk Kwintsheul Bijlage 11 Eco-effectscan Bovendijk Kwintsheul Bijlage 12 Stikstofberekening Bovendijk Bijlage 13 Archeologisch onderzoek Bovendijk (2006) Bijlage 14 Archeologisch onderzoek Bovendijk Kwintsheul (2022) Bijlage 15 Inspraak en overleg
6 27 42 88 102 131 431 443 698 804 841 865 895 943 985
5
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bovendijk
6
MER-notitie Bovendijk Kwintsheul
I. TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.2 4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5
Inleiding ..................................................................................................... 5 Aanleiding ................................................................................................... 5 Initiatiefnemer en bevoegd gezag .................................................................. 5 Leeswijzer ................................................................................................... 5 M.E.R.-(beroordelings)plicht .......................................................................... 6 Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? .................................................. 6 Procedure.................................................................................................... 6 Kenmerken en plaats van de activiteit ............................................................ 8 Kenmerken van het project ........................................................................... 8 Beschrijving van het project .......................................................................... 8 Cumulatie met andere projecten .................................................................... 9 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen .............................................................. 9 Productie van afvalstoffen .............................................................................
9 Verontreiniging en hinder .............................................................................. 9 Risico van ongevallen en veiligheid ................................................................. 9 De plaats van het project ............................................................................ 10 Kenmerken van het potentiële effect ............................................................ 11 Luchtkwaliteit ............................................................................................ 11 Geluid, milieuhinder en externe veiligheid ..................................................... 11 Geluid (industrielawaai) .............................................................................. 11 Geluid (wegverkeerslawaai) ......................................................................... 11 Milieuhinder (bedrijven en milieuzonering) .................................................... 12 Externe veiligheid....................................................................................... 13 Water ....................................................................................................... 14 Bodem ...................................................................................................... 15 Ecologie en stikstofdepositie ........................................................................
17 Cultuurhistorie en archeologie...................................................................... 18 Klimaat en duurzaamheid ............................................................................ 19 Conclusie .................................................................................................. 20
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Westland is voornemens om het bestaande bedrijventerrein Bovendijk te Kwintsheul uit te breiden. Hierbij wordt een bestaand/bestemd glastuinbouwgebied bestaande uit diverse separate percelen getransformeerd tot bedrijventerrein (t/m milieucategorie 3.2). Deze voorgenomen ontwikkeling is strijdig met de vigerende bestemming en om deze ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk een ruimtelijke procedure te volgen. Onderhavige rapportage gaat in op de mogelijke milieu effecten (M.E.R.) van deze ruimtelijke ontwikkeling.
1.2
Initiatiefnemer en bevoegd gezag Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling vindt plaats op basis van informatie, die door de initiatiefnemer (de gemeente Westland) wordt ingediend en wordt beoordeeld. Op basis van de voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling kan het bevoegd gezag besluiten of er sprakH LV YDQ µEHODQJULMNH QDGHOLJH JHYROJHQ YRRU KHW PLOLHX¶ GLH KHW GRRUORSHQ YDQ HHQ m.e.r.- procedure noodzakelijk maken.
1.3
Leeswijzer In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde: ‡ de m.e.r.-(beoordelings)plicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten (hoofdstuk 2); ‡ beoordeling aan de hand van de kenmerken en de plaats van de activiteit (hoofdstuk 3); ‡ beoordeling aan de hand van de kenmerken van de milieugevolgen (hoofdstuk 4); ‡ conclusies (hoofdstuk 5).
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
5
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
2 2.1
M.E.R.-(beroordelings)plicht Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het kleinschalige woningbouwproject is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 16.1 YDQ KHW %HVOXLW P H U µ'H DDQOHJ ZLM]LJLQJ RI XLWEUHiding van een stedelijk RQWZLNNHOLQJVSURMHFW PHW LQEHJULS YDQ GH ERXZ YDQ ZLQNHOFHQWUD RI SDUNHHUWHUUHLQHQ¶ 'H omvang van de voorgenomen ontwikkeling (max. 6 woningen) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (2000 woningen of 100 ha).
Conform de m.e.r.-regelgeving leidt dit tot de noodzaak tot het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (stedelijk ontwikkelingsproject minder dan 2000 woningen). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een notitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig
2.2
Procedure De voorliggende notitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij.... ' De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: x De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); x de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); x de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elk initiatief waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden: door de initiatiefnemer moet een (aanmeldings-)notitie worden opgesteld; het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerp-besluit;
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
6
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
-
het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen; het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag.
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is deze aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen bij het betreffende bestemmingsplan en maken daar integraal onderdeel van uit.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
7
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
3 3.1
Kenmerken en plaats van de activiteit Kenmerken van het project
3.1.1 Beschrijving van het project Het project is een EHRRJGH XLWEUHLGLQJ YDQ KHW EHVWDDQGH EHGULMYHQWHUUHLQ µ%RYHQGLMN¶ WH Kwintsheul. In figuur 3.1 is het volledige plangebied weergeven met een gele contour. In de bestaande situatie bevinden zich binnen het gebied diverse percelen zoals een glastuinbouwbedrijf, een bedrijfsgebouw, onbebouwd terrein en een parkeerterrein voor vrachtwagens gelegen. In de bestaande bestemde situatie is het plangebied grotendeels EHVWHPG DOV ³$JUDULVFK-*ODVWXLQERXZ´ %HVWHPPLQJVSODQ *ODVWXLQERXZ :HVWODQG XLW ³$JUDULVFK GRHOHLQGHQ ,´ %HVWHPPLQJVSODQ %XLWHQJHELHG XLW HQ ³$JUDULVFK GRHOHLQGHQ´ %HVWHPPLQJVSODQ .ZLQWVKHXO YRRU KHW RYHULJH GHHO DOV ³%HGULMI´ ,Q GH nieuwe situatie wordt het volledige plangebied ingericht als bedrijventerrein (zie figuur 3.2). Hiervoor worden de bestaande kassen gesloopt, als dat nog niet is gebeurt, het gebied deels heringericht en bouwrijp gemaakt. Het projectgebied waar een bestemmingswijziging voor nodig is bedraagt ca. 37.386 m². Het totale gebied omvat ca. 131.600 m².
Figuur 3.1 locatie plangebied (bron: Google maps)
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
8
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
Figuur 3.2 nieuwe bestemmingsindeling
3.1.2 Cumulatie met andere projecten Er is geen cumulatie met andere projecten bekend. 3.1.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de bouw worden onder andere reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (hout en grond) naast niet natuurlijke materialen als beton. Er zijn in het plangebied geen bosschages aanwezig, de realisatie van dit initiatief heeft hier geen negatieve of positieve invloed op. Een alternatieve locatie zal niet leiden tot minder gebruik van (natuurlijke) hulpbronnen. 3.1.4 Productie van afvalstoffen Het gebruik van het plangebied in de nieuwe situatie als bedrijventerrein zorgt voor de productie van gebruikelijke afvalstoffen. Deze zullen volgens de landelijke normen worden ingezameld en verwerkt. Er is geen specifiek plan of beleid voor afvalstoffen die vrijkomen bij de realisatie van het bedrijventerrein. 3.1.5 Verontreiniging en hinder De ontsluiting en de ligging van de wegen naar en in het gebied zullen gaan wijzigen. Door de nieuwe toegevoegde bestemmingen zal een wijziging in de verkeersstromen optreden. Deze wijzigingen en de mogelijke effecten staan beschreven in hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1. 3.1.6 Risico van ongevallen en veiligheid De uitbreiding betreft een bedrijventerrein met milieucategorie 3.1 en 3.2. Hiervoor worden in het plan specifieke gebieden aangewezen.
De potentiële effecten hiervan worden beschreven in paragraaf 4.2 geluid, milieuhinder en externe veiligheid..
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
9
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
3.2
De plaats van het project +HW JHELHG OLJW LQ ZDW EHNHQG VWDDW DOV ³GH :HVWODQGVH ]RRP´ Het gebied ligt ten noord oosten van de kern Kwintsheul en nabij de grens met de gemeente Den Haag.
Figuur 3.4 ligging plangebied, het gearceerde gebied betreft plangebied
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
10
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
4
Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen ontwikkeling heeft invloed op de milieukwaliteit. In dit hoofdstuk wordt het milieueffect van de voorgenomen ontwikkeling beschouwd en is per milieuaspect een conclusie opgenomen.
4.1
Luchtkwaliteit Buro Blauw heeft in opdracht van Aqua-Terra Nova de effecten op de luchtkwaliteit berekend als gevolg van de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Bovendijk UDSSRUW ³8LWEUHLGLQJ EHGULMYHQWHUUHLQ DDQ GH BRYHQGLMN LQ .ZLQWVKHXO´ BL2022.10904.01C01 d.d. 16 juni 2022). Hierin is onder meer een schatting van het aantal (zware) verkeersbewegingen opgenomen en is een schatting gemaakt voor de uitstoot van het toekomstig bedrijventerrein op basis van geaccepteerde kentallen. Op basis hiervan is voor een aantal gevoelige bestemmingen rondom het plangebied een berekening gemaakt van de te verwachten luchtkwaliteit. Conclusie Met betrekking tot de toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en de grenswaarde NO2 voor uurgemiddelden wordt niet overschreden De grenswaarden voor de jaargemiddelde concentratie PM10 wordt niet overschreden en de grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde PM10 wordt niet vaker dan het maximum van 35 keer overschreden.
Daarmee is de bijdrage aan de PM10 achtergrondconcentratie NiBM (Niet in Betekenisvolle Bijdrage) De jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt niet overschreden Het uitbreidingsplan voldoet hiermee aan de luchtkwaliteitseisen zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer en zijn er geen significante negatieve effecten voor de milieukwaliteit.
4.2
Geluid, milieuhinder en externe veiligheid
4.2.1 Geluid (industrielawaai) In het algemeen is een geluidsbelasting op de gevel van een bestaande woning tot een maximum van 55 dB(A) toegestaan. Op andere geluidsgevoelige objecten kan die norm anders zijn. De wet kent de aanname dat het gebruik van een autoweg waarvoor als verkeersmaatregel een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt, geen ongeoorloofde geluidsbelasting teweeg brengt. De maximale snelheid op het bedrijventerrein is 30 km/h, zodat geen ongeoorloofde geluidsbelasting te verwachten valt. De verkeersproductie geeft geen aanleiding hier niet van uit te kunnen gaan. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk. 4.2.2 Geluid (wegverkeerslawaai) Het plangebied is geen gezoneerd industrieterrein. Op het bedrijventerrein kunnen zich dan ook geen grote lawaaimakers vestigen. In de huidige situatie zijn dergelijke inrichtingen hier ook niet aanwezig. Conclusie Er worden in dit bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De maximale snelheid op de aan te leggen infrastructuur is 30 km/h. Er is dan ook geen akoestisch onderzoek uitgevoerd voor wegverkeerslawaai. Geconcludeerd wordt dat ook
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
11
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
4.2.3 Milieuhinder (bedrijven en milieuzonering) Door DGMR is op 1 juni 2022 een onderzoek uitgevoerd naar milieuzonering voor het plangebied, rapportnummer M.2022.0148.00.N001. Voor het plangebied is voor een deel al eerder HHQ EHVWHPPLQJVSODQ YDVWJHVWHOG ³%RYHQGLMN HQ %RYHQGLMN .ZLQWVKHXO´ in augustus 2018. Twee bestemmingen hebben hierdoor al een milieucategorie van 3.1 (BP 3.1) en een bestemming milieucategorie 3.2 (BP 3.2). Uit de toelichting op deze bestemmingsplannen blijkt dat met deze milieucategorieën in dit geval sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In onderstaande figuur zijn deze weergegeven.
Figuur 4.1 het plangebied met uitbreiding en milieu categorie indeling conform bestemmingsplan
Figuur 4.2 inrichting van het plangebied met milieuzonering, woningen en functiegrenzen
Uit de analyse blijkt dat rondom het plangebied zowel bedrijven als woningen gevestigd zijn, ZDDUGRRU VSUDNH LV YDQ KHW JHELHGVW\SH µJHPHQJG JHELHG¶ :RQLQJHQ ]LMQ HHQ JHYRHOLJH functie en kunnen een beperking vormen voor de gebruiksmogelijkheden van het 22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
12
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
bedrijventerrein. De woningen zitten aan de wegen Bovendijk (hoofdweg voor plangebied) en Heulweg. Op het bedrijventerrein is beoogd bedrijvigheid met een milieucategorie 3.1 en 3.2 toe te staan. De richtafstanden die een goed woon- en leefklimaat en voldoende gebruiksmogelijkheden voor de bedrijven geven zijn 30 meter voor milieucategorie 3.1 en 50 meter voor milieucategorie 3.2. Uit de analyse blijkt verder dat de richtafstanden voor het overgrote deel van het terrein worden gerespecteerd. Aan de zuidzijde continueert dit bestemmingsplan het bestaande toegelaten gebruik. In het bestemmingsplan voor dit gebied is onderbouwd dat daarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de noordzijde wordt op twee locaties niet voldaan aan de richtafstanden. De gemeente gaat voor deze locaties aanvullende voorwaarden opnemen in het bestemmingsplan waardoor ook hier een aanvaardbaar woon en leefklimaat wordt gewaarborgd. Conclusie Met de beoogde milieuzonering en de aanvullende voorwaarden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen en hebben de bedrijven voldoende gebruiksmogelijkheden. Er zijn geen verdere nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect milieuhinder.
4.2.4 Externe veiligheid Door Aqua-Terra Nova is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsaspecten van de voorgenomen ontwikkeling (Onderzoek Externe Veiligheid, uitbreiding Bedrijventerrein Bovendijk te Kwintsheul, rapportnummer 22040AQT303a PB EV, d.d. 14 juni 2022). Dit onderzoek heeft zich gericht op het effect van de toegelaten categorie bedrijven (3.2) op een deel van het plangebied en op externe veiligheidsaspecten buiten het plangebied. Ten aanzien van het plangebied zelf is het volgende geconstateerd: Binnen het plangebied worden bedrijfsactiviteiten t/m milieucategorie 3.2 toegelaten. Als uitgangpunt is aangenomen dat de vestiging van Bevi-inrichtingen binnen het plangebied niet zal worden toegestaan. Indien wel wordt overwogen om Bevi-inrichtingen toe te laten wordt geadviseerd om dit alleen toe staan onder de voorwaarde dat de PR=10 -6 contour op het eigen perceel is gelegen en (indien nodig) het groepsrisico is berekend en verantwoord. Het plangebied is gelegen buiten de berekende plaatsgebonden risicocontouren (PR=10-6) en veiligheidsafstanden voor het plaatsgebonden risico van Bevi inrichtingen en overige risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van Bevi inrichtingen. Verder bevindt het plangebied zich niet in de directe nabijheid van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg.
Er lopen 2 aardgasleidingen door het gebied, maar hierop is de Bevb niet van toepassing. Wel wordt geadviseerd om voor deze 2 buisleidingen de omvang van de belemmerende strook te bepalen op basis van informatie van Westland Infra en deze aan te geven op de verbeelding met als belemmerende voorwaarde dat de realisatie van bebouwing in deze strook niet is toegestaan tenzij hiervoor goedkeuring wordt verleend door Westland Infra Conclusie De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebondenen groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, water en het spoor. De normen voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico in het Bevi, Bevb en Bevt vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
13
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
4.3
Water Door AquaTerraNova is een waterstudie uitgevoerd naar het effect op de waterhuishouding en de waterkwaliteit van de voorgenomen ontwikkeling. Dit is vastgelegd in rapport ³Waterstudie Bedrijventerrein Bovendijk, Uitgangssituatie 2008´, rapportnummer 217132/Aqua-Terra Nova 304c /AW, d.d. 26 februari 2021. In dit onderzoek is als uitgangspunt de situatie zoals deze was in 2008 beschouwd. Dit omdat de indeling en bebouwing van het terrein een aantal keren van samenstelling en gebruik. Uit de waterstudie blijkt dat de verharding van het totale terrein toeneemt en dat er daardoor water zal moeten worden aangelegd ter compensatie. Het totale wateroppervlak dat in het gebied zal moeten worden gerealiseerd bedraagt respectievelijk: -
1523 m² (gemeente Westland) 52 m² (EP Bovendijk) 883 m² (Van der Knaap Groep) Totaal komt dit neer op 2.485 m² aan wateroppervlakte. Voor deze compensatie zijn 2 mogelijke gebieden aangewezen. Zie de verbeelding hieronder.
Figuur 3.3 watercompensatie optie 1
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
14
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
Figuur 3.4 watercompensatie optie 2
Ten aanzien van het stand-still beginsel wordt met name naar 3 onderdelen gekeken: o Kans op wateroverlast mag niet toenemen; dit zal in de nieuwe situatie niet gebeuren aangezien de toegenomen verharding wordt gecompenseerd met extra waterberging; o structuur van het watersysteem mag niet verslechteren; de omzetting van het gebied biedt mogelijk kansen voor verbetering van de waterstructuur, bijvoorbeeld door opheffing van het peilgebied V-A. o beheerbaarheid van het watersysteem mag niet achteruit gaan; de watergangen zijn secundaire watergangen, de aanliggende perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor onderhoud. Hiermee wordt volstaan aan de compenserende waterberging en voldoet het plan aan de WULWV µYDVWKRXGHQ EHUJHQ HQ DIYRHUHQ¶ Het realiseren van de nieuwe watergangen en waterpartijen biedt een kans om natuurvriendelijke oevers te creëren waarmee kan worden bijgedragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en flora en fauna in de polder. Het afstromend hemelwater vanaf het plangebied kan een gering positief effect op de waterkwaliteit in de watergang hebben, indien het hemelwater direct of indirect naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Door de infiltratie van hemelwater in de bodem kan door de bodempassage eveneens een kwaliteitsverbetering plaatsvinden van het grondwater. Verder geldt dat het gebruik van uitlogende materialen niet is toegestaan.
Conclusie Uit de waterstudie blijkt dat er aanvullend water in het plangebied moet worden gegraven teneinde de toename aan verharding te compenseren en om te kunnen voldoen aan waterveiligheidsnormen. Dit aanvullende water biedt kansen om de waterkwaliteit maar ook de ecologie in en om het gebied te verbeteren en een positieve bijdrage te leveren aan de leef kwaliteit in het gebied. 4.4
Bodem Het plangebied bestaat uit verschillende percelen die worden samengevoegd tot 1 samenhangend gebied. Op deze verschillende percelen zijn in het recente verleden een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd waarvan de resultaten in deze paragraaf worden behandeld.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
15
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
Uitgevoerde onderzoeken (allen BMA Milieu): 1. ³$FWXDOLVHUHQG ERGHPRQGHU]RHN %HGULMYHQWHUUHLQ %RYHQGLMN .ZLQWVKHXO Gemeente Westland, rapportnummer ABO.2018.0177, d.d. 28 januari 2019; 2. ³1DGHU ERGHPRQGHU]RHN %HGULMYHQWHUUHLQ %RYHQGLMN .ZLQWVKHXO *HPHHQWH :HVWODQG´ UDSSRUWQXPPHU 1%2 019.0026, d.d. 9 april 2019; 3. ³Milieukundig bodemonderzoek Heulweg 92 Kwintsheul, gemeente Westland´, rapportnummer MBO.2018.0158 d.d. 12 februari 2019; 4. ³0LOLHXNXQGLJ ERGHPRQGHU]RHN %RYHQGLMN +HXOZHJ DFKWHU -90) Kwintsheul *HPHHQWH :HVWODQG´ UDSSRUWQXmmer MBO.2021.0267, d.d. 8 maart 2022; 5. %ULHIUDSSRUW ³$DQYXOOHQG ERGHPRQGHU]RHN %RYHQGLMN +HXOZHJ DFKWHU -93) te .ZLQWVKHXO´ UHIHUHQWLH BRF.2021.0267, d.d. 3 mei 2022 1) Dit onderzoek had betrekking op een tweetal te realiseren insteekwegen vanaf de rijbaan Bovendijk (aan weerszijden van Bovendijk 30) tot aan de eerste watergang. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Wateringen, sectie C, nummer 4046. De resultaten van dit onderzoek (asbest en minerale olie) vormden milieu hygiënisch gezien vooralsnog een belemmering voor de toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein en de daarmee gepaard gaande realisatie van een tweetal insteekwegen. Op basis hiervan is een nader onderzoek uitgevoerd. 2) Dit betreft nader onderzoek van het actualiserend onderzoek.
Uit dit nader onderzoek is gebleken dat de omvang van de sterke minerale olieverontreiniging in de bovengrond wordt geschat op maximaal enkele m³ . Er is daarom geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en derhalve geldt geen saneringsnoodzaak. In verband met de voorgenomen graafwerkzaamheden (realiseren insteekweg) wordt wel aanbevolen de aangetoonde verontreiniging te saneren. 3) Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijziging van deze locatie. Doel is vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Hieruit blijkt dat de resultaten van dit onderzoek (met name asbest boven de interventiewaarde) milieu hygiënisch gezien vooralsnog een belemmering vormen voor de voorgenomen herinrichting van de locatie naar bedrijventerrein. 4) Dit onderzoek is uitgevoerd vanwege herinrichting in combinatie met de overdracht. Doel is vaststellen kwaliteit van de bodem. In de bodem zijn lichte verontreinigingen aangetroffen die passend zijn bij het voormalig gebruik van de locatie maar die geen belemmeringen vormen voor toekomstig gebruik, mogelijk met uitzondering van de toegangsweg/gedempte watergang t.h.v. Heulweg 92 en de gedempte watergang t.h.v. Heulweg 82. 5) Dit briefrapport is opgesteld als gevolg van een schrijven van de Omgevingsdienst Haaglanden met als onderwerp onvoldoende uitgevoerde rapportage.
Hierop is een aanvullend onderzoek uitgevoerd door BMA Milieu waaruit geen verontreiniging is gebleken (met Arseen)
Conclusie Alleen ter plaatse van Heulweg 92 te Kwintsheul blijken verontreinigen met Asbest voor te komen die aanleiding geven tot nadere maatregelen. De hygiënische kwaliteit van de bodem is hier onvoldoende, wat een belemmering kan zijn voor de voorgenomen herontwikkeling. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bebouwing op deze gronden slechts mogelijk gemaakt indien uit bodemonderzoek is gebleken dat er geen belemmeringen voor de bouw zijn en de grond voldoende schoon is.
Alle mogelijk bij bouwactiviteiten vrijkomende of aan te voeren grond is voor hergebruik onderhevig aan wettelijke bepalingen (Besluit Bodemkwaliteit). De gemeente waar de grond wordt toegepast is in dergelijke gevallen het bevoegd gezag.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
16
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
4.5
Ecologie en stikstofdepositie Ecologie Door Aqua-Terra Nova is een Eco-effectscan uitgevoerd om onder andere de gevolgen van de ruimtelijke ingrepen op de aanwezige flora en fauna inzichtelijk te maken. Hiervoor is rapportage ³(FR-HIIHFWVFDQ %RYHQGLMN WH .ZLQWVKHXO´ UDSSRUWQXPPHU 22040/AQT301aFF/MV, d.d. 14 juni 2022 opgesteld. Uit de rapportage blijkt dat voor gebiedsbescherming: Het plangebied zich op circa 4,5 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied µ6ROOHYHOG HQ .DSLWWHOGXLQHQ¶ bevindt. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Het plangebied bevindt zich op circa 280 m van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. -
Verder blijkt dat er zich in het gebied geen beschermde soorten bevinden. Wel moeten maatregelen gericht op soortenbescherming in acht worden genomen. Deze zijn hieronder opgenomen. Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels en hun eventuele nesten zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Indien werkzaamheden in de periode maart t/m juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van broedende vogels voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden. Indien het terrein verzwaard gaat worden met zand ter voorbereiding van bouwwerkzaamheden is het mogelijk om broedgevallen van onder andere kleine plevier en scholekster te voorkomen. Dit kan onder andere door het plangebied regelmatig te betreden (minimaal 1 keer per week en evt. met hond) of door het terrein af te bakenen met afschriklinten en/of roofvogelvliegers.
Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden. Vleermuizen Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Indien dit niet mogelijk is, dient uitstraling van verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Ook kan ervoor gekozen worden om in de periode te werken wanneer vleermuizen in winterslaap zijn. De winterslaap van vleermuizen duurt grofweg van november t/m maart, maar is afhankelijk van soort en weersomstandigheden. Indien er bij de werkzaamheden nieuwe verlichting wordt geplaatst, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen zoveel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen door straatverlichting kan aanzienlijk worden beperkt door amberkleurig UV-vrije LED-armaturen, lagere lichtmasten en de toepassing van een scherpe afsnede van de lichtinval. Aquatisch fauna De werkzaamheden aan de watergang moeten buiten de kwetsbare periode voor aquatische fauna uitgevoerd worden. De voorkeursperiode voor de uitvoering is begin september t/m eind oktober. Dit is ná de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van vissen en amfibieën.
Indien dit niet mogelijk is wordt aanbevolen om de werkzaamheden in de minder kwetsbare periode van november/februari uit te voeren. In deze periode is aquatische fauna in winterrust en zijn ze minder mobiel.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
17
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
Bij het dempen van de watergang moet het water één richting worden uitgedreven naar een naastliggende sloot, zodat aanwezige vissen, amfibieën en libellenlarven zich daarnaartoe kunnen verplaatsen. Bij leegpompen van de watergang wordt de aquatische fauna en amfibieën tijdig weggevangen en elders uitgezet. Zie onderstaand staatje.
Indien er tijdens de werkzaamheden uitheemse rivierkreeften aangetroffen worden, dienen deze naderhand en in hetzelfde water terug geplaatst te worden. Indien dit niet mogelijk is, dienen de uitheemse rivierkreeften op humane wijze te worden gedood. Natuurinclusief inrichten De uitbreiding van het bedrijventerrein biedt allerlei kansen voor het milieu en de biodiversiteit. Te denken valt aan platte daken van bedrijfsgebouwen die met grind zouden kunnen worden bedekt om op die manier mogelijkheden te bieden als broedplaats voor o.a. scholekster en visdief. Als er zoveel mogelijk groen kan worden opgenomen in de inrichtingsplannen kunnen er planten worden geplaatst zoals vlinderstruik of vuurdoorn die voor insecten en vogels als voedselbron van belang zijn. Bomen zoals platanen kunnen zorgen voor een koelere omgeving en zo kan zelfs een bedrijventerrein betekenis hebben voor de natuur. Wij adviseren de gemeente om hierover met de ontwikkelaars in gesprek te gaan en te trachten het terrein natuur-inclusiever vorm te geven. Om de natuur voldoende ruimte te geven is het advies om de nieuwbouw natuurinclusief te bouwen. Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden.
Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen. Stikstofdepositie Door Aqua-Terra Nova is een onderzoek uitgevoerd naar stikstofdepositie vanwege de functieverandering van het plangebied. Dit is vastgelegd in rapportage ³6WLNVWRIGHSRVLWLHEHUHNHQLQJ %RYHQGLMN WH .ZLQWVKHXO´ 22040/AQT302b/RS, d.d. 16 juni 2022. Dit onderzoek is gebaseerd op de door de initiatiefnemer aangeleverde inschattingen van de toename van verkeersbewegingen. Conclusie In de beoogde situatie neemt de stikstofdepositie af van 4.083 kg NOx/jaar naar 905 kg NOx per jaar. Er is geen vervolgonderzoek of vergunning nodig voor de beoogde activiteiten op basis van de stikstofuitstoot.
4.6
Cultuurhistorie en archeologie In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.
In dit kader zijn een tweetal onderzoeken uitgevoerd: 1) ³.ZLQWVKHXO HHQ ERXZORFDWLH LQ GH :HVWODQGVH =RRP *HPHHQWH :HVWODQG (HQ ,QYHQWDULVHUHQG 9HOGRQGHU]RHN´ nr. ISSN 1574-3861, d.d. september 2005, uitgevoerd 18 22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
door vakteam Archeologie Delft. 2) ³+HXOZHJ WH .ZLQWVKHXO (HQ EXUHDXRQGHU]RHN HQ LQYHQWDULVHUHQG YHOGRQGHU]RHN LQ GH YRUP YDQ HHQ YHUNHQQHQG ERRURQGHU]RHN´ QU ADC Rapport 5803, d.d. 31 mei 2022, uitgevoerd door ADC Archeoprojecten. 1) Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Westland vanwege de voorgenomen herinrichting. Vanwege de verwachtingen uit het bureauonderzoek is ook een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit het veldonderzoek geven aanleiding tot het geven van het advies om bij daadwerkelijke herinrichting een nader onderzoek in het betreffende gebied uit te voeren. 2) Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Westland vanwege de voorgenomen herinrichting van het gebied en de omzetting van de bestemmingen en mede op basis van et eerder uitgevoerde onderzoek. Op basis van dit onderzoek is het advies om in het bestemmingsplan een dubbelbestemming op te nemen met een vrijstellingsgrens van 100M2 en diepte van 50cm beneden maaiveld. Het advies is verder om indien in het plangebied bodem verstorende activiteiten (graafwerkzaamheden of intensief heien) zullen plaatsvinden die dieper reiken dan 2,85 m ± mv (3,8 m -NAP) dan dient nader onderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of op de duinen inderdaad vindplaatsen aanwezig zijn.
Afhankelijk van de voorgenomen werkzaamheden zal gekeken worden welk type vervolgonderzoek nodig is. Conclusie Op basis van uitgevoerde bureau en veldonderziek is om in het bestemmingsplan een dubbelbestemming op te nemen met een vrijstellingsgrens van 100M2 en diepte van 50cm beneden maaiveld. Het advies is verder om indien in het plangebied bodem verstorende activiteiten (graafwerkzaamheden of intensief heien) zullen plaatsvinden die dieper reiken dan 2,85 m ± mv (3,8 m -NAP) dan dient nader onderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of op de duinen inderdaad vindplaatsen aanwezig zijn. Afhankelijk van de voorgenomen werkzaamheden zal gekeken worden welk type vervolgonderzoek nodig is Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. 4.7
Klimaat en duurzaamheid Bij deze nieuwe ontwikkeling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een gezond werk- en leefklimaat conform wet- en regelgeving. Zo wordt conform de watertoets voldoende waterberging gerealiseerd en wordt het plangebied door groene oevers omzoomd, waarbij gekeken wordt naar de realiseerbaarheid van groene oevers. Aan ondernemers zullen suggesties worden gedaan met betrekking tot klmaatadaptieve maatregelen.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
19
MER-notitie Bedrijventerrein Bovendijk Kwintsheul
5
Conclusie Gelet op de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat alleen voor bodemkwaliteit belemmeringen zijn om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. In de regels is echter een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bebouwing op deze gronden slechts mogelijk gemaakt indien uit bodemonderzoek is gebleken dat er geen belemmeringen voor de bouw zijn en de grond voldoende schoon is.
Beoordeling Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen duidelijke nadelige effecten optreden, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is.
22040/Aqua-Terra Nova 304b/RK MER Rapportage 21 juni 2022
20
Bijlage 2 Onderzoek milieuzonering DGMR Bovendijk
27
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk 2e lezer/secr.
1 juni 2022 Den Haag M.2022.0148.00.N001 JPO|OZU
project betreft versie auteur contactpersoon e-mail/telefoon
Gemeente Westland/uitbreiding bedrijventerrein Kwintsheul BMZ-onderzoek 001 M. (Martijn) Stroeken ing. J.D. (Jasper) Pondman jpo@dgmr.nl/088 346 78 17
Analyse uitbreiding bedrijventerrein Bovendijk, Kwintsheul
1. Inleiding Het bedrijventerrein Kwintsheul wordt uitgebreid. Het betreft een bestaand bedrijventerrein dat uitgebreid wordt naar een gebied waar momenteel met name agrarische bedrijvigheid plaatsvindt. In onderstaande figuur is de plankaart weergegeven.
figuur 1: plankaart
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het gewenst om voldoende afstand tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen, zoals woningen, te realiseren. De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering geeft een systematiek om in ruimtelijke procedures te waarborgen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven voldoende gebruiksmogelijkheden hebben. Daarvoor bevat de VNG-publicatie afstanden die horen bij een categorie bedrijvigheid. De gemeente wil deze systematiek toepassen bij de toedeling van toegelaten milieucategorieën voor de verschillende delen van het terrein.
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
2. Kader Voor de analyse om te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de gevoelige bestemmingen en of de nieuwe bedrijvigheid voldoende gebruiksmogelijkheden hebben, is aangesloten bij de systematiek met richtafstanden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In de volgende paragraaf is deze methodiek beschreven. De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel in de ruimtelijke ordening. Deze publicatie is bedoeld om in nieuwe situaties te onderzoeken of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en kent hiervoor een stappenplan. Milieuzonering zorgt ervoor dat bedrijven of activiteiten een passende locatie krijgen in de nabijheid van milieugevoelige functies en dat deze milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De VNG-publicatie is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming voor de aspecten gevaar, stof, geluid en geur. In de VNG-publicatie staan voor deze milieuaspecten richtafstanden aangegeven per bedrijfscategorie. Deze richtafstanden moeten gemotiveerd worden toegepast bij ruimtelijke inpassingen van milieugevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende activiteiten. Hiermee wordt zoveel mogelijk hinder en gevaar voor omwonenden voorkomen en hebben bedrijven voldoende zekerheid dat zij hun activiteiten kunnen uitoefenen.
Plangebied en gebiedstype De VNG-publicatie kent twee typen omgeving, de rustige woonwijk en rustig buitengebied en gemengd gebied. De definities van deze gebiedstypen zijn hieronder opgenomen.
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
2
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
In de VNG-publicatie zijn richtafstanden opgenomen per milieucategorie. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel en zijn afhankelijk van het gebiedstype. tabel 1: richtafstanden VNG-publicatie Mileucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied [m] 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk [m] 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
In het kader van ruimtelijke ordening geven de afstanden in tabel 1 voor nieuwe bedrijfsontwikkeling aan wanneer sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
3
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
3. Het plangebied Het plangebied is de beoogde uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein ¶Bovendijk· te Kwintsheul. In figuur 2 is het plangebied weergeven. Hierin is het bedrijventerrein aangeduid in het paars. Water is aangeduid met lichtblauw en vegetatie is aangegeven in het groen. Het wordt beoogd om op het bedrijventerrein bedrijfsactiviteiten met een milieucategorie 3.1 en 3.2 toe te staan. Hiervoor zijn specifieke gebieden aangewezen. De gestippelde rode lijn is (de noordelijke) de gewenste grens tussen bedrijvigheid met een milieucategorie van 3.1 en bedrijvigheid met een milieucategorie van 3.2.
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Voor de bestemmingen aangegeven met BP is vrij recent al een bestemmingsplan vastgesteld, namelijk: ¶Bovendijk 38 en 50 Kwintsheul· vastgesteld in augustus 2018. Twee bestemmingen hebben hierdoor al een milieucategorie van 3.1 (BP 3.1) en een bestemming milieucategorie 3.2 (BP 3.2). Uit de toelichting op deze bestemmingsplannen blijkt dat met deze milieucategorieën in dit geval sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
figuur 2: het plangebied, uitbreiding bedrijventerrein Bovendijk in Kwintsheul
4
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
4. Analyse 4.1 Het gebiedstype De locatie van het plangebied ligt voor een groot deel in agrarisch gebied met glastuinbouw, ten noorden van het bestaande bedrijventerrein. De weg ¶Bovendijk· is hoofdinfrastructuur voor het bedrijventerrein en mondt uit op de provinciale weg N211. Via de weg ¶Keurmeester· rijdt het wegverkeer het bedrijventerrein op. Daarnaast ligt het plangebied vlak langs de Heulweg waar zowel woon- als bedrijfsfuncties gevestigd zijn. Ook geldt dat het plangebied een uitbreiding is van het bestaande bedrijventerrein Bovendijk. Dit gebied ligt tussen de Lange Watering en het plangebied in. Daarmee is al bedrijvigheid in de directe omgeving toegestaan. Op basis van bovenstaande argumenten is sprake van het gebiedstype gemengd gebied. In dit geval wil de gemeente bedrijvigheid toestaan van milieucategorie 3.1 en 3.2. De daarmee samenhangende richtafstanden tussen gevoelige bestemmingen en bedrijvigheid zijn daarmee voor milieucategorie 3.1 30 meter en voor bedrijvigheid met een milieucategorie 3.2 is dit 50 meter. Aan de Heulweg ten noorden van het plangebied liggen verschillende woningen. Aan de Bovendijk ten zuiden van het plangebied zijn in de directe omgeving vier woningen gelegen. In de onderstaande figuur zijn de gevoelige bestemmingen weergeven (in het geel).
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Bij de woningen aan de Heulweg is geen bouwvlak opgenomen in het bestemmingsplan. Wel is opgenomen dat de minimale afstand tot de achterzijde van het kavel 12,5 meter is. Indien woningen dichterbij liggen, is dit bestaande gebruik toegestaan, maar is er geen uitbreidingsmogelijkheid meer. In dit geval liggen alle woningen dichterbij de achterzijde van het kavel, zodat de bestaande woningen maatgevend zijn voor het toegelaten gebruik. Aan de zuidzijde zijn wel bouwvlakken opgenomen. Wij hebben rekening gehouden met de mogelijkheid om 4 meter vergunningsvrij uit te bouwen aan de achterzijde.
5
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
figuur 3: luchtfoto plangebied met meest relevante gevoelige bestemmingen (inclusief wegen)
4.2 Toegestaan gebruik
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Glastuinbouwgebied De gebiedsontwikkeling betreft nieuwe bedrijven in een omgeving van gemengd gebied. De bestemming wonen is een gevoelige activiteit in combinatie met de aanwezige bedrijfsmatige activiteiten. Het plangebied ligt grotendeels binnen het vigerende bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland, vastgesteld op 19 december 2012. Een uitsnede uit deze plankaart is in onderstaande figuur weergegeven. Een deel van het plangebied valt samen met het bestemmingsplan ¶Buitengebied·, vastgesteld op 20 april 2000. In dit gebied zijn de bestemmingen wonen en bedrijven toegestaan. Ook is het wonen in een bij het bedrijf behorende bestaande bedrijfswoning toegestaan. Hierdoor zijn zowel woon- als bedrijfsbestemmingen mogelijk gevoelig.
6
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
figuur 4: bestemmingsplan Glastuinbouwgebied, vastgesteld op 20 april 2000
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
In het bestemmingsplan is agrarische bedrijvigheid toegestaan. Dit betekent dat bedrijven in de categorie 1 en 2 al zijn toegestaan.
7
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
Bovendijk 38 en 50, Kwintsheul Aan de westzijde is sinds augustus 2018 het bestemmingplan Bovendijk 38 en 50 Kwintsheul vastgesteld in augustus 2018. Dit bestemmingsplan laat bedrijvigheid met een milieucategorie 3.1 en gedeeltelijk 3.2 toe. In onderstaande figuur is de ligging van dit gebied weergeven.
figuur 5: bestemmingsplan Bovendijk 38 en 50 Kwintsheul, vastgesteld op 15 augustus 2018
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Kwintsheul 1993 Een deel van het plangebied valt onder het bestemmingsplan Kwintsheul 1993. Hier gaat het om een strookje bedrijvigheid waarbij deels goedkeuring aan bedrijvigheid is onthouden.
figuur 6: bestemming: Kwintsheul 1993, vastgesteld 5 maart 1969
8
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
4.3 Analyse richtafstanden VNG
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
De woningen die in figuur 3 zijn afgebeeld zijn voor het plan maatgevende woningen. Het bestemmingsplan geeft geen bouwvlakken. Omdat bij zowel woonkavels als bedrijfskavels de bestemming wonen is toegestaan, is de ligging van de woningen bepaald op basis van OXFKWIRWR·V HQ KHW DOJHPHHQ NDGDVWHU 'H NDGHUV YDQ GH ZRRQEHVWHPPLQJHQ ]LMQ ]R RS de gevel nauwkeurig overgenomen. In de onderstaande figuur zijn de richtafstanden uit de VNG-publicatie van 30 meter (dikke lijn) en 50 meter (dunne lijn) weergeven.
figuur 7: richtafstanden volgens de VNG-publicatie voor mc 3.1 en 3.2 vanaf de gevel
9
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
5. Beschouwing De beoogde milieuzonering voldoet voor het grootste gedeelte van het terrein. Aan de noordzijde is sprake van twee locaties waar niet aan de richtafstanden wordt voldaan. Aan de zuidzijde is dit een groter gebied. De milieucategorie 3.2 is al toegestaan in het zuidelijke gebied. In het bestemmingsplan voor deze locatie is al onderbouwd dat hiermee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit bestemmingsplan beoogt voor dit gebied dan ook enkel het huidige toegelaten gebruik voort te zetten. In het milieuspoor (Activiteitenbesluit milieubeheer of vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) is geborgd dat ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen. Voor dit gedeelte is met de beoogde milieuzonering daarmee sprake van een goede ruimtelijk ordening.
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
In het noordelijke gebied zijn de twee onderstaande gebieden relevant.
figuur 8: overlap richtafstanden
Hier is overwogen om de milieucategorie voor de gebieden met overlap te verlagen naar milieucategorie 2. Het betreft echter een zeer beperkte afwijking van de richtafstand volgens de VNG-publicatie, namelijk 6 en 2 meter. Het aanpassen van de milieucategorie voor enkel deze gebieden geeft in de praktijk moeilijkheden bij de interpretatie van het toegelaten gebruik van een kavel, aangezien bedrijfskavels daarmee meerdere milieucategorieën kunnen bevatten.
10
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
Ook is overwogen om de gebieden een andere bestemming te geven, zoals groen. Dit geeft echter geen logische vorm voor de kavels. Daarom is ervoor gekozen niet op deze manier het gebruik te beperken voor deze gebieden. Om te voorkomen dat bedrijven een te grote milieu-impact hebben op de woningen in de omgeving, zodat daar geen sprake meer is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat beperkt de gemeente de gebruiksmogelijkheden met aanvullende voorwaarden. De gebieden met overlap liggen aan de achterzijde van de kavels. Voor in ieder geval die gebieden met overlap staat de gemeente geen bebouwing toe. Ook zal de gemeente in het bestemmingsplan borgen dat buitenopslag niet is toegestaan. Daarmee worden de gebruiksmogelijkheden van de gebieden met overlap in richtafstand dermate beperkt dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvullend geeft het milieuspoor (Activiteitenbesluit milieubeheer of vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) inperking van de milieu-impact die bedrijven mogen hebben op de omgeving. Daarmee is aanvullend geborgd dat bij de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
6. Conclusie Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein in Kwintsheul hebben we een analyse in het kader van bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Uit de analyse blijkt dat rondom het plangebied zowel bedrijven als woningen gevestigd zijn, waardoor sprake is van het gebiedVW\SH ¶gemengd gebied·. Woningen zijn een gevoelige functie en kunnen een beperking vormen voor de gebruiksmogelijkheden van het bedrijventerrein. De woningen zitten aan de wegen Bovendijk (hoofdweg voor plangebied) en Heulweg. Op het bedrijventerrein is beoogd bedrijvigheid met een milieucatgorie 3.1 en 3.2 toe te staan. De richtafstanden die een goed woon- en leefklimaat en voldoende gebruiksmogelijkheden voor de bedrijven geven zijn 30 meter voor miliuecateogire 3.1 en 50 meter voor milieucategorie 3.2.
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Uit de analyse blijkt dat de richtafstanden voor het overgrote deel van het terrein worden gerespecteerd. Aan de zuidzijde continueert dit bestemingsplan het bestaande toegelaten gebruik. In het bestemmingsplan voor dit gebied is onderbouwd dat daarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de noorzijde wordt op twee locaties niet voldaan. Aangezien het aanpassen van de milieucategorie voor deze locaties of het aanpassen van de bestemming tot praktische bezwaren leidt, beperkt de gemeente het gebruik van deze locaties met aanvullende voorwaarden in het bestemmingsplan. Met de beoogde milieuzonering en de aanvullende voorwaarden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen en hebben de bedrijven voldoende gebruiksmogelijkheden. Daarmee is met de zonering sprake van een goede ruimtelijke ordening.
ir. M.H.J. (Mark) Bakermans DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
11
Notitie bedrijventerrein milieuzonering
Bijlage 1 Titel
k:\doc\m\2022\014800\m2022014800n001.docx 01-06-2022
Omvang
Uitbreiding bedrijventerrein Bovendijk inclusief richtafstanden tot gevoelige functies 1 pagina
12
Bijlage 3 Notitie Luchtkwaliteit
42
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN AAN DE BOVENDIJK IN KWINTSHEUL Toets luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer PM10, PM2,5 en NOx Rapportnummer:
BL2022.10904.01-V01 16 juni 2022
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN AAN DE BOVENDIJK IN KWINTSHEUL Toets luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer PM10, PM2,5 en NOx Rapportnummer:
BL2022.10904.01-V01 16 juni 2022
Nude 54 ± 6702 DN Wageningen telefoon 0317 466699 ± fax 0317 426111 email info@buroblauw.nl ± internet www.buroblauw.nl
Rapportnr. BL2022.10904.01-V01 16 juni 2022 Pagina 2 van 43
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ......................................................................................................3
2.
WETTELIJK KADER ...........................................................................................4
3.
SITUATIE OVERZICHT ......................................................................................7
4.
EMISSIESCHATTINGEN .....................................................................................9 4.1
Inleiding ..................................................................................................9
4.2
Verkeersbewegingen ..................................................................................9
4.3
Bedrijventerrein ........................................................................................9
5.
VERSPREIDINGSBEREKENINGEN ..................................................................... 10 5.1
Rekenmodel ........................................................................................... 10
5.2
Resultaten verspreidingsberekeningen NO 2 ................................................. 11
5.3
Resultaten verspreidingsberekeningen PM10 ............................................... 12
5.4
Resultaten verpereidingsberekenigen PM2.5 ............................................... 13
6.
CONCLUSIES ................................................................................................. 14
7.
LITERATUURLIJST .......................................................................................... 15
BIJLAGEN ............................................................................................................ 16 A.
Scenariobestand Geomilieu NO2.................................................................... 17
B.
Scenariobestand Geomilieu PM10 ................................................................. 26
C.
Scenariobestand Geomilieu PM2.5 ................................................................ 35
VERANTWOORDING .............................................................................................. 43
Rapportnr. BL2022.10904.01-V01 16 juni 2022 Pagina 3 van 43
1.
INLEIDING
Buro Blauw heeft in opdracht van Aqua-Terra Nova B.V. de effecten op de luchtkwaliteit berekend van de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Bovendijk in Kwintsheul YHUGHU DDQJHGXLG PHW ³KHW uitbreidingsSODQ´ . Hierbij zijn de berekende concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5), als gevolg van het plan getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. De doelstelling van dit onderzoek is voor de voorgenomen uitbreiding de PM10, PM2,5 en NO2 concentraties op leefniveau, welke veroorzaakt worden door de verkeersaantrekkende werking van het plan, te toetsen en aan de luchtkwaliteitseisen zoals aangegeven in de Wet milieubeheer. Voor de berekening van de concentraties op leefniveau zijn de achtergrondconcentraties (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) en de verontreinigende emissies van de inrichting gebruikt. Het wegverkeer emitteert stikstofoxiden en fijnstof als gevolg van de verbranding van EUDQGVWRI GRRU YUDFKWZDJHQV HQ SHUVRQHQDXWR¶V In dit rapport worden eerst de relevante luchtkwaliteitseisen besproken in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens een omschrijving van de situatie gegeven. In hoofdstuk 4 wordt de emissieschatting van het wegverkeer als gevolg van het plan gepresenteerd. Hoofdstuk 5 geeft de resultaten van de berekeningen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de conclusie van het onderzoek gegeven.
Rapportnr. BL2022.10904.01-V01 16 juni 2022 Pagina 4 van 43
2.
WETTELIJK KADER
De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld om voor diverse luchtverontreinigende stoffen voorstellen te formuleren van grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu. Het beleid richt zich nadrukkelijk op de bescherming van het leefmilieu en het verbeteren van dit leefmilieu. In Nederland is dit vertaald naar luchtkwaliteitseisen in de Wet milieubeheer. De kern van de luchtkwaliteitseisen bestaan uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. De uitvoeringsregels behorend bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en ministeriële regelingen (MR). Het zijn met name fijnstof (PM10, PM2,5) en NO 2 die in Nederland zorgen voor overschrijdingen van de grenswaarden. Uit epidemiologische studies blijkt dat het wonen nabij (snel)wegen nadelig is voor de gezondheid (1). Er bestaat een direct gezondheidseffect aan de longen als gevolg van blootstelling aan te hoge concentraties fijnstof en NO2. Daarnaast gaat het tevens om de gasvormige componenten benzeen (C6H6), koolmonoxide (CO), ozon (O3) en zwaveldioxide (SO2). Door de inrichting worden fijnstof en NOx geëmitteerd; deze stoffen zijn dus relevant voor dit luchtkwaliteitsonderzoek.
Voor de overige stoffen geldt dat de achtergrondconcentraties in Nederland al lange tijd dermate laag zijn, of door de inrichting niet worden geëmitteerd, dat zij in een luchtkwaliteitsonderzoek niet meegenomen behoeven te worden. De grenswaarde voor de jaargemiddelde NO2 concentratie bedraagt 40 Pg/m3. De grenswaarde bij drukke (snel)wegen als uurgemiddelde die 18 keer per jaar mag worden overschreden bedraagt 200 Pg/m3. [Staatsblad 414, Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer, voorschrift 2.1, 2.2 en 2.3]. De grenswaarde voor de jaargemiddelde PM10 concentratie bedraagt 40 Pg/m3. De grenswaarde als 24-uursgemiddelde die 35 keer per jaar mag worden overschreden bedraagt 50 Pg/m3 [Staatsblad 414, Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer, voorschrift 4.1]. De grenswaarde voor de jaargemiddelde PM2,5 concentratie bedraagt 25 Pg/m3 [Staatsblad 158, Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer, voorschrift 4.3] .