Agendabundel
Tekst van het document
Bij bestaande cliënten waar een verlenging of herindicatie aan de orde is, ziet de procedure er vaak anders uit; dan is de zorgaanbieder aanwezig bij het gesprek met de Wmo-consulent (driegesprek). Zowel vanuit cliënten als vanuit zorgaanbieders wordt daar positief over gedacht; op deze manier is alle benodigde kennis direct aanwezig. Dat maakt een goed gesprek en een efficiënte afwikkeling mogelijk.
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
36
Vanuit cliënten komt de suggestie om ook bij cliënten die verhuizen vanuit een andere gemeente (en waarbij de hulpvraag dus in grote lijnen duidelijk is) direct een zorgaanbieder uit te nodigen bij het eerste gesprek, om het proces om hulp te krijgen te versnellen. Aanbevelingen: 8.1 Onderzoek in welke gevallen het mogelijk is om processtappen te vereenvoudigen of in elkaar te schuiven. Werk waar mogelijk (en waar het toegevoegde waarde heeft) met een driegesprek (cliënt consulent - zorgaanbieder) in plaats van volgtijdelijke gesprekken. 8.2 Versimpel waar mogelijk de communicatie richting cliënten (aantal brieven, gebruikte terminologie).
Conclusie 9: Gemeenten vullen de werkwijze op onderdelen op hun eigen manier in; dat leidt tot verschillende uitgangssituaties voor zorgaanbieders om mee te werken en tot verschillende wijzen van indicatiestelling voor cliënten. Er zijn verschillen tussen de gemeenten in de uitvoering. Dat gaat soms om praktische verschillen zoals het gebruik van verschillende formats van het ondersteuningsplan voor zorgaanbieders en de mate waarin informatie wordt gedeeld in het ondersteuningsplan (een samenvatting of het geheel). Een belangrijk verschil in de invulling van de werkwijze in de verschillende gemeenten zit echter niet zozeer in dit soort praktische punten, als wel in 'cultuurverschillen' die leiden tot een andere manier van omgaan met het indicatieproces. Het beeld bij de zorgaanbieders (op uitvoerend niveau) is dat er grote verschillen zijn in de beoordeling door consulenten van de trede waarin iemand valt. Ook in de gesprekken met de consulenten en het contractteam komen deze verschillen naar voren. In de gemeente Westland wordt de resultatenmatrix en de handleiding strikt gevolgd bij het indiceren. In de andere gemeenten durven de consulenten meer ruimte te nemen om te indiceren wat zij denken dat goed is en om oplossingen te vinden die misschien niet direct zijn beschreven in de procedures, maar wel goed te onderbouwen zijn.
Dit maakt het ook makkelijker om om te gaan met cliënten die niet precies passen in de matrix (diversiteit, uitzonderingsgevallen). In de gemeente Delft wordt dan bijvoorbeeld gewerkt met een kortdurende beschikking in het geval van een begeleidingsvraag waarin de hulpvraag niet vlot duidelijk wordt. Daarmee ondervang je dat een foutieve indicatie en beschikking later weer veel herstelacties vragen; volgens betrokkenen werkt het prettig en bevordert het samenwerking en afstemming tussen consulenten en aanbieder. Werken met een indicatie voor kortere tijd ondervangt tevens het probleem dat aanbieders soms al veel tijd moeten steken in het verhelderen van de zorgvraag voordat ze echt met een cliënt aan de slag gaan en daarvoor vergoed worden. Alhoewel vanuit de gemeentelijke organisatie wordt aangegeven (vanuit de beleidsmedewerkers en het contractteam) dat de tijd voor het schrijven van een zorgplan is verdisconteerd in het tarief, geven zorgaanbieders aan hier in complexe gevallen niet mee uit te komen. De consulenten geven in gesprek aan dat ze meer inzicht zouden willen hebben in hoe om te gaan met het op- en afschalen van de behoefte aan ondersteuning.
Is het goed om te werken met een doorkijk naar de toekomst op basis waarvan je getrapt treden kan afgeven voor de zorgzwaarte in de beschikking? Consulenten hebben niet per definitie de expertise om indicaties te kunnen stellen naar de toekomst in het verloop van de behoefte aan ondersteuning (als dat überhaupt al mogelijk is). In de gemeente Westland wordt hiervoor regelmatig de expertise van een arts gevraagd. Met een kortdurende
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
37
beschikking zou hier ook nadere invulling aan gegeven kunnen worden om bij te kunnen stellen in de behoefte. Ook hier verschilt de wijze waarop dat in de verschillende gemeenten wordt vormgegeven. Overigens geven de zorgaanbieders aan dat hoewel het stellen van doelen en resultaten complex is in de indicatiestelling omdat de eventuele vooruitgang van een cliënt niet goed in te schatten is, zij nog niet hebben meegemaakt dat een indicatie werd gestopt of gekort omdat doelen niet werden behaald. Als doelen te ambitieus bleken, dan gaat de zorgverlener in gesprek met de consulent. Deze afstemming op casusniveau loopt goed. Aanbevelingen: 9.1 Zorg voor standaardisering waar nodig (de wijze waarop consulenten resultaatgebieden toekennen bij een bepaalde ondersteuningsvraag, de manier waarop consulenten zorgplannen beoordelen, vaste formats voor bijvoorbeeld een ondersteuningsplan) 9.2 Houd ruimte voor verschillen waar dat kan, en leer (op uitvoeringsniveau, beleidsniveau en bestuurlijk niveau) van elkaars ervaringen om te zien welke werkwijzen vanuit de andere gemeenten nuttig zijn om mee te nemen in de eigen werkwijzen en systemen. 9.3 Maak inzichtelijk hoe met het indicatieproces wordt omgegaan in de vier gemeenten en welke leerpunten daaruit komen voor verbetering van de eigen praktijk.
Een goede mogelijkheid daarvoor zou kunnen zijn om in een gezamenlijke, periodieke intervisie met (in ieder geval) de consulenten vanuit verschillende gemeenten een serie dossiers te beoordelen en op basis daarvan het indiceringsproces en de monitoring op cliëntniveau onder de loep te nemen.
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
38
Bijlage 1: Overzicht gevoerde gesprekken In het kader van deze evaluatie zijn (groeps-)gesprekken gevoerd met de volgende groepen en personen: Wethouders en beleidsmedewerkers gemeenten: Karin Schrederhof, José van Dijk (Delft) (21 februari 2020) Hans Horlings (t), Roel Winkels (Midden-Delfland) (11 februari 2020) Larissa Bentvelzen, Wouter van de Berg (Rijswijk) (12 februari 2020) Piet Vreugdenhil, Lianne Cino (Westland) (19 februari 2020) Wmo-consulenten (18 februari 2020): Danielle Kobus (Delft) Jeroen van der Bijl (Delft) Marco Mout (Rijswijk) Mirjam Somsen (Rijswijk) Miranda Wijsman (Westland) Nick van Rijk (Westland) Gemeentelijk managers (18 februari 2020): Jasper Hartelust (Delft) Ria van der Gaag (Wmo-consulent Midden-Delfland; verving tijdelijk teamleider Gerard Kroes) Lucia van de Brande (Westland) Contractteam H4 (24 februari 2020): Roel Winkels - (Midden Delfland) David van Maaren - (Rijswijk) Siham Groenendijk - (Rijswijk) Jori van der Lugt - (Westland) Beleidsmedewerkers H4 (25 februari 2020): - Jose van Dijk - (Delft) Suzanne Berg - (H4) Roel Winkels - (Midden-Delfland) Lianne Cino - (Westland) Zorgaanbieders, uitvoerend medewerkers (3 maart 2020): Ronald Huizer en Miriam Post-Vlemmings (Axxicom) Sophie Janssen (Boba autisme groep) Merel Meijer en Marjolein Kok (Directzorg) Laura Dijkstra (Doel GGZ Delfland) Hanneke Brinkboer en Karin Beckerman (Florein) Cindy
Duyvestijn (Florence) Katja van den Hoek (Fonteynenburg) Silvia vd. Pauw Kraan en Ilma Dekker (Gemiva-SVG) Marja Reuver en Marten Damen (IDB maatwerk) - Jimmy Voogd (Impegno)
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
39
-
Marjon Vegter (Jados | Stumass) Henrike Spoelman (Stichting Klimkoord) Kim van Weelden (Limor) Joke Orta (Middin) Janelee Pique (Stichting Perspektief) Annemieke de Peinder (Stichting Philadelphia Werk en begeleiding) Monica Visee en Leny Hooiveld (Pieter van Foreest) Jet van Riel en Marja Mudde (Reakt) Astrid Gort en Yvonne Botterhuis (T Zorg)
Zorgaanbieders, management (10 maart 2020): Estrella van Ruijven en Martijn Mesker (Stichting Anton Constandse) Jeroen van Anrooij (Boba) Corrie Pichel (Directzorg) Anja van Driel (GGZ Delfland) Cindy Lunes (Florein) Rienke Labeur (Florence) Karin van de Pouwkraan (Florein) Barry Kristians (Fonteynenburg) Elisabeth Krijtenberg (Humanitas ! Homerun) Gerdine Maaskant (IDB Maatwerk) Jeanette van der Zwan en Amber Blokdijk (Impegno) Dave Gasper (Jados) Paula Zandstra (Stichting Klimkoord) Stephanie van Pruissen (Pieter van Foreest) Jaap van Gemmert en Sanne Meeuwsen (T Zorg) Piet van Mil (Zorgkwekerij Maasdijk) Adviesraden Sociaal Domein en cliënte^/belangenorganisaties (10 maart 2020): Babak Mousavi Gourabi (ASD Delft) Miranda van Velden (ASD Westland ! kerngroep jeugd) Lia Perrenet (ASD Westland ! jeugd) Annemiek Korenmans (Cliënt en adviseur Platform Gehandicapten Westland) Diana Rang (seniorenraad en commissie zorg en welzijn) Tonny Vijverberg (commissie zorg en welzijn ! seniorenraad) Ineke Bezemeer - ASD Midden-Delfland Daarnaast zijn voor dit onderzoek 32 individuele gesprekken gevoerd met Wmo-cliënten. Deze gesprekken waren als volgt verdeeld: Delft
Midden-Delfland
Rijswijk
Westland
ORH, nieuwe cliënt ORH, bestaande cliënt Begeleiding, nieuwe cliënt Begeleiding, bestaande cliënt ORH + Begeleiding, nieuw ORH + Begeleiding, bestaand
2 1 1 2
2 2 1 2 1
1 2 1 2 2
2 2 2 2
Totaal
8
8
8
8
2
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
40
Bijlage 2: Achtergrondgegevens en resultaten CEO's Aantal Wmo-cliënten per gemeente (situatie 1-1-2020)
Begeleiding 'nieuw' Begeleiding 'oud' Hulp bij huishouding 1 ORH 'nieuw' Hulp bij huishouding 7 ORH 'oud'
Delft
Midden-Delfland
Rijswijk
Westland
1.320 76 2.010 88
90 15 300 71
440 4 1.099 31
258 359 506 1.256
Resultaten Cliëntervaringsonderzoek % (helemaal) eens met stelling
Delft
Delft
2018
2019
MiddenDelfland
Rijswijk
Westland
Westland
2018
2018
2019
2018 De medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar oplossingen gezocht
747o
75X
767o
757o
777o
83X
Ik vind de kwaliteit van de ondersteuning die ik krijg goed
787o
77X
867o
797o
847o
89%
De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag
807o
80ĩí
877o
797o
857o
87X
Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil
747o
73X
807o
797o
807o
82%
Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik mij beter redden
787o
77X
807o
827o
867o
87X
Door de ondersteuning die ik krijg, heb ik een betere kwaliteit van leven
707o
72X
807o
737o
787o
84X
Bron: Waarstaatjegemeente.nl, Rapportage CEO 2019 Westland en Rapportage CEO Delft 2019. Cliëntervaringsonderzoeken over 2018 zijn uitgevoerd in 2019, onderzoek over 2019 is uitgevoerd in 2020 Gemeente Delft, CEO 2019: vragen gesteld aan groep die bekend is met zowel oude als nieuwe situatie (bestaande cliënten die in 2019 een nieuwe indicatie hebben gekregen) (1^=130)
Ja
Deels 1 Neutraal
Nee
Vindt u dat de situatie voor u is verbeterd, als u het vergelijkt met de oude situatie?
397o
297o
327o
Is er in de nieuwe situatie beter gekeken naar uw persoonlijke situatie dan daarvoor?
357o
337o
327o
Kunt u in de nieuwe situatie meer zelf bepalen hoe u de zorg wilt ontvangen dan in de oude situatie?
367o
367o
287o
Was u tevreden over de informatie over de verandering in ondersteuning die u vanuit de gemeente heeft gekregen?
547o
317o
147o
Was u tevreden over de informatie over de verandering in ondersteuning die u vanuit de zorgaanbieder heeft gekregen?
567o
297o
157o
7820.100 | Evaluatie resultaatsturing Wmo
41
1 advies ASDW op evaluatie Wmo resultaatsturing (20-0292020)
asdw Adviesraad Sociaal Domein Westland
Gemeente Westland Het College van Burgemeester en Wethouders Postbus 150 2670 AD NAALDWIJK
Betreft:
Advies ASDW Rapport Evaluatie resultaatsturing WMO
Naaldwijk, 12 oktober 2020
Geacht College, Met uw brief van 21 juli jl. heeft u de Adviesraad Sociaal Domein Westland (hierna ASDW) gevraagd een advies uit te brengen over het rapport Evaluatie resultaatsturing WMO zoals opgesteld door Companen. De ASDW heeft kennisgenomen van dit rapport. Het betreft de evaluatie van de resultaatssturing zoals die door de H4 gemeente in 2018 is geïntroduceerd in de gezamenlijke Inkoopvisie Ondersteuning. Het rapport geeft de gemeente per onderzoeksvraag een aantal concrete aanbevelingen voor de toekomst. De ASDW ziet het niet als haar taak hieraan een aanbeveling toe te voegen dan wel een prioritering aan te geven in de aanbevelingen. De ASDW verneemt wel graag van u welke aanbevelingen u gaat opvolgen, op welke manier dat gaat gebeuren en hoe dit vorm krijgt in het gemeentelijk beleid dan wel de volgende gezamenlijke Inkoopvisie Ondersteuning van de H4. Over die voornemens voorzien wij u te zijner tijd graag van een inhoudelijk advies. Vanuit het cliëntperspectief valt ons in het rapport het volgende op: ^
^
^
^
Aangegeven wordt dat met 32 cliënten is gesproken van de in totaal 7.923 cliënten in de H4 gemeenten. De ASDW vindt dat dit onvoldoende is om uit te gaan van een representatief cliëntbeeld. Gezien het feit dat het gaat over de evaluatie van de resultaatsturing gaan wij er vanuit dat dit gaat over de cliënt ervaringen. Ten aanzien van het geschetste proces vinden wij dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met de bedenktijd van cliënt, aangezien gesproken wordt over het direct ondertekenen van het zorg- of ondersteuningsplan na het gesprek. Er wordt ingegaan op een drie-gesprek tussen cliënt, consulent en zorgaanbieder. Wij vinden dat er in dit proces onvoldoende aandacht is voor de betrokkenheid van een mantelzorger of cliëntondersteuner om de cliënt, indien die dat wenst, te ondersteunen bij dit gesprek. Wij vragen u hier rekening mee te houden. Tenslotte wordt aangegeven dat de termijn plannen als knellend worden ervaren door de gemeente en de zorgaanbieders. Is het perspectief van de cliënt hierop ook onderzocht?
Adviesraad Sociaal Domein Westland - p/a Zalmsteek 23, 3192 MC Hoogvliet-Rt www. asd- westland. nl Pagina 1 van 2
asdiv Adviesraad Sociaal Domein Westland
Graag vernemen wij uw reactie op deze vier genoemde punten. Met vriendelijke groet, namens de Adviesraad Sociaal Domein Westland,
Nico van der Knaap Voorzitter ASD W
Adviesraad Sociaal Domein Westland - p/a Zalmsteek 23, 3192 MC Hoogvliet-Rt www. asd- westland. nl Pagina 2 van 2
1 reactie college op Advies ASDW Rapport Evaluatie resultaatsturing WMO (20-0277695)
GEMEENTE WESTLAND Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174 F (01 74) 673 600 E info@gemeentewestland nl I www gemeentewestland nl
Adviesraad Sociaal Domein Westland secretariaat@asd-westland.nl
UW BRIEF
UW KENMERK
ZAAK-/PROJECTNR
12-10-2020
DOCUMENTNR
BIJLAGE(N)
20-0277695
CONTACTPERSOON
CLUSTER
TELEFOONNUMMER
J. Kools-van Elk
Beleid
(0174) 673 092
ONDERWERP
DATUM VERZONDEN
0 5 NOV 2020
reactie college op Advies ASDW Rapport Evaluatie resultaatsturing WMO
Geachte Adviesraad Sociaal Domein Westland, Hartelijk dank voor uw advies op het rapport Evaluatie resultaatsturing H4 gemeenten. Hieronder gaan we in op de door u gemaakte opmerkingen. 1.
Cliëntbeeld in het rapport.
Door het onderzoeksbureau Companen zijn interviews gehouden met 32 cliënten binnen de H4 ge meenten. Daarnaast is gebruik gemaakt van het kwantitatieve cliëntervaringsonderzoek (CEO), waarvoor een veelvoud van dat aantal cliënten (286) in Westland is benaderd. Doel van de interviews was om het beeld dat uit het CEO naar voren komt aan te vullen en te dui den. Het CEO geeft aan hoeveel mensen een bepaalde mening zijn toegedaan; de interviews ge ven een beeld van de achtergrond van deze meningen Voor dat doel is het niet nodig om een groot aantal interviews te houden. Bij kwalitatief onderzoek gaat het er immers niet om een repre sentatief beeld te vormen (zoals dat wel geldt voor het CEO), maar om een zo breed mogelijke schakering van meningen te horen. Uit de interviews kwam een consistent beeld naar voren. Dat bevestigt voor de onderzoekers dat de groep geïnterviewden breed genoeg was om conclusies te kunnen trekken uit de gevoerde gesprekken. Daarnaast bevestigde de input van uw Adviesraad, het Platform Gehandicapten Westland en de Seniorenraad het beeld dat in het onderzoeksrapport wordt aangegeven. 2.
Rekening houden met bedenktijd cliënt
ALG HS 001
Het college onderkent dit punt en zal hier rekening mee houden in de efficiencyverbeteringen van het meldingenproces. 3. Betrokkenheid mantelzoraer en cliëntondersteuner bii keukentafelqesprek De gemeente zal met de organisaties die clientondersteuners kunnen faciliteren bespreken hoe de beschikbaarheid van een cliëntondersteuner en/of de aanwezigheid van een mantelzorger bij het keukentafelgesprek nog beter onder de aandacht kan worden gebracht. Als u hiervoor nog suggesties heeft, dan vernemen we die graag.
PAGINA 2
4. Termijn als knellend ervaren: is dat ook bii cliënten onderzocht? Ja, dat is onderzocht in de interviews met cliënten. In de interviews is over dit onderwerp niets opzienbarends naar voren gekomen. Alleen vanuit de zorgaanbieders en gemeenten is dit signaal dus gekomen. Hoewel u in uw advies heeft aangegeven niet in te zullen gaan op de prioritering van de aanbeve lingen, gaan wij er van uit dat de door u genoemde onderwerpen voor u relevant zijn. Wij zullen dat meenemen in onze afweging van prioritering.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris, de burgemeester,
'indler
20-0277695
0 Schrijven college d.d. 02-11-20 inzake afgehandelde moties sinds november 2019 t.b.v. raad 10 november 2020 1 getekende raadsbrief (20-0282268)
GEMEENTE WESTLAND
Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk
Aan de raad van de gemeente Westland
T 14 0174 F (01 74) 673 600 E info@gemeentewestland nl I
UW BRIEF
UW KENMERK
ZAAK-/PROJ ECTNR
DOCUMENTNR
www.gemeentewestland.nl
BIJLAGE(N)
20-0282268 CONTACTPERSOON
AFDELING/TEAM
DOORKIESNUMMER
CGM
DT/BGS
(0174) 67 2565
van Ze ijl
ONDERWERP
DATUM VERZONDEN
0 2 NOV 2020
Afgehandelde moties sinds november 2019
Geachte raad, Met deze brief informeren wij u over de moties die sinds november 2019 zijn afgehandeld. »
PvdA/GL, d.d. 21 maart 2017: Aanmelden bij een website, bereken uw recht. Brief ter afdoening verzonden 10 december 2019 (19-0058243).
*
CDA/GBW/GL, d.d. 7 november 2017: Sportcomplex De Lier. Memo ter afdoening verzonden 16 januari 2020 (20-0003324).
«
GBW/VVD/CDA, d.d. 7 november 2017: Sport Monster. De resultaten van de toekomstverkenning zijn in de commissie MO op 4 februari 2019. Hiermee wordt de motie als afgehandeld beschouwd.
«
CDA/WV/LPF/GBW/ VVD/CU-GP/D66/GL, d.d. 7 november 2017: Kwekers in de Kunst. Op 23 maart 2020 hebben wij u geïnformeerd over de oplossing met Kwekers in de Kunst, waarbij beide partijen in goed overleg overeenstemming hebben bereikt (20-0043543). De motie beschouwen we hiermee als afgedaan.
»
GBW/LPF/PvdA/WV/GL/066, d.d. 20 februari 2018: Dagopvang mensen met Parkinson. Brief ter afdoening verzonden 1 juni 2020 (20-0189351).
*
WV, d.d. 16 april 2019: Verkeershandhaving. Brief ter afdoening verzonden 16 juli 2020 (20 0196961).
»
GBW/WV/GL/VVD/Dôe/PvdA, d.d. 19 februari 2019: Kern Monster. De visie centrum Monster is op 22 september 2020 vastgesteld. De motie beschouwen we hiermee als afgedaan.
»
WV, d.d. 16 april 2019: Verdere ondersteuning mantelzorgers. Brief ter afdoening verzonden 3 september 2020 (20-0200017).
GEMEENTE WESTLAND
066/PvdA/G B W/G L, Strandpaviljoens Westlandse kust. Het totaal aantal strandpaviljoens en het aantal jaarrond strandpaviljoens zijn op 8 juli 2020 door de raad vastgesteld. De motie beschouwen we hiermee als afgedaan. WV/GBW, d.d. 18 juni 2019: Centrumplan Ter Heijde. Brief ter afdoening verzonden 19 december 2019 (19-0255835). GBW/WV/PvdA, 16 juli 2019: Verkenning (on)mogelijkheden resultaatgericht indiceren thuishulp herzien. Brief ter afdoening verzonden 4 september 2019 (19-0207385). WV/GBW/066/PvdA, d.d. 12 november 2019: Problematiek rondom medicinale cannabis. Afschrift van brief aan de Tweede Kamer (19-0278602) is verzonden aan de leden van de commissie Bestuur. GBW/WV/GL/PvdA d.d. 12 november 2019: Geef Wateringen duidelijkheid. Brief ter afdoening verzonden 17 juli 2020 (20-0186308). GL/CDA/WV/GBW/PvdA/066/VVD d.d. 12 november 2019: Kleinschalig toerisme. Het college is in gesprek gegaan met Bezoek Westland en n.a.v. dit gesprek is een subsidiebeschikking voor 2020 afgegeven. Hiermee is uitvoering gegeven aan de motie VVD/CU-SGP/LPF/CDA/D66 d.d. 10 december 2019: H-10 raden gelijktijdig informeren. Brief ter afdoening verzonden 5 maart 2020 (20-0037285). GBW/PvdA/GL, d.d. 10 december 2019: Kleine aanbieders. Brief ter afdoening is verzonden 17 juni 2020 (20-0157196). WV, d.d. 10 december 2019: Campagne 0 euro schade in Westland bij jaarwisseling 2019 2020.
Tijdens de raad is reeds door burgemeester het volgende aangegeven: De slogan zal dit jaar aan de berichtgeving worden toegevoegd waar dat nog mogelijk is. Volgend jaar bekijken of we de campagneboodschap kunnen veranderen. Hiermee is de motie gelijk afgedaan. 066/PvdA/GL, d.d. 21 januari 2020: Trap op Trap af. Brief ter afdoening verzonden 5 maart 2020 (20-0037604). WV/GBW, d.d. 21 januari 2020: Voorsorteren compensatie OZB-heffing voor ANBI en SBBIinstellingen. Brief ter afdoening verzonden 13 maart 2020 (20-056424). GBW/LPF, d.d. 18 februari 2020: Illegaal vuurwerk moet onder wapenwet vallen. Brief ter afdoening verzonden 1 juli 2020 (20-0183914). WV/CDA, d.d. 26 mei 2020: Vaststellen Verkeersveiligheidsplan Westland. Brief ter afdoening verzonden 16 juli 2020 (20-00196961). CDA/WV/GBW/Dôe/GL/PvdA/LPF, d.d. 26 mei 2020: Nut en noodzaak VCO. Brief ter afdoening verzonden 25 augustus 2020 (20-0176222).
PAGINA 3
GEMEENTE WESTLAND
»
WV/PvdA/CU-SGP/ D66/GBW/LPF/GL/CDA, d.d. 8 juli 2020: Aanpak schuldhulpverlening en ondersteuning. Brief ter afdoening verzonden 27 augustus 2020 (20-0214730).
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Westland,
c
u•f-
A.C. Spindler
BR. Arends
0 Schrijven college d.d. 06-11-20 inzake Voortgangsrapportage IGJ en IJenV 'kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd 1 Voorstel: Voorstel_53228.docx
Commissie MO 4 januari 2021
BEHANDELD DOOR
afdeling/team BE/SAM documentnr 20-0286302
VOORBLAD COMM ISS IE
ONDERWERP EN BEHANDE LING
o n d e r we r p
S c h r i j ve n c o l l e g e d . d . 0 6 - 1 1 - 2 0 i n za k e V o o r t g a n g s r a p p o r t a g e I G J e n I J e n V ' k we t s b a r e k i n d e r e n o n v o l d o e n d e b e s c h e r m d
ve r t r o u we l i j k
Nee
p o r t e f e u i l l e h o u d e r W et h o u d e r V r e u g d e n h i l , P . A . bijlagen
Voorstel: Voorstel_53228.docx voortgangsrapportage IGJ en IJ enV oktober 2020 (20-0286458) beleidsreactie tweede kamer voortgangsrapportage (20-0286469)
agendapunt
0.
VOORGESTELD BESLUIT RAAD
ALG 006
ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)
PAGINA 1 VAN 1
GEMEENTE WESTLAND
Aan de raad van de gemeente Westland
UW BRIEF
UW KENMERK
ZAAK-/PROJECTN R
DOCUMENTNR
BIJLAGE(N)
20-0286302
2 DATUM VERZONDEN
CONTACTPERSOON
AFDELtNG/TEAM
DOORKIESNUMMER
M
Beleid/ SAM
(0174) 67 3352
Veldhoven
ONDERWERP
Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl
- 5 NOV. 2020
tussenrapportage vervolgtoezicht inspecties 'Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd'
Geachte raad, Op 15 oktober 2020 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de Tussenrapportage "Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd" gepubliceerd. Wij werden hier een dag van tevoren van op de hoogte gebracht. Dit rapport is een vervolg op het rapport uit november 2019, waarin de Inspecties oordeelden dat jeugdigen met een Jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel onvoldoende bescherming kregen en Gecertificeerde Instellingen (Gl) hun wettelijke opdracht onvoldoende konden uitvoeren. Hierbij informeren wij u over de stand van zaken in onze regio, De ínhoud wordt onderschreven door de Gľs Jeugdbescherming-west (JB-west), William Schrikker Stichting Jeugdbescherming à Jeugdreclassering (WSS) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (LJ&R). Conclusies Tussenrapportage Inspectie In vervolg op haar eerste onderzoek volgt IGJ in 2020 en 2021 de activiteiten die moeten leiden tot een verbetering op korte en op de langere termijn.
In de Tussenrapportage doet IGJ verslag van de eerste bevindingen, IGJ stelt enerzijds een positieve beweging voor de langere termijn vast en concludeert tegelijkertijd dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering per mei 2020 op de volgende punten nog niet op orde zijn gebracht: * De beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp voor kinderen met complexe problematiek is volgens IGJ eerder verslechterd dan verbeterd; * Er zijn teveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wachten op een vaste jeugdbeschermer. IGJ verwacht dat de Gecertificeerde Instellingen, gemeenten, lokale teams en zorgaanbieders onmiddellijk na het uitbrengen van deze Tussenrapportage starten met een ‘onorthodoxe actiegerichte aanpak’ en dat zij hierin ondersteund worden door het Rijk (doorbraakaanpak). De kern van de door de inspectie beoogde doorbraakaanpak is een individuele benadering (o.b.v. casuïstiek). Indien de doorbraakaanpak niet direct tot stand komt, of indien deze onvoldoende leidt tot passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en hun ouders, gaan de inspecties over tot een interventie. »
Het vervolgtoezicht dat uiterlijk 4 maanden na het uitbrengen van de Tussenrapportage wordt uitgevoerd bestaat uit twee onderdelen: Het toetsen van de doorbraakaanpak; De Inspecties toetsen kort na het uitbrengen van dit voortgangsbericht of de doorbraakaanpak
»
in de jeugdhulpregio’s in gang is gezet en of deze aanpak leidt tot het gewenste resultaat. De aanpak moet zijn gericht op de kinderen die wachten op een jeugdbeschermer en op de kinderen met een maatregel die wachten op passende hulp. Het toetsen of kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer en passende hulp hebben.
Situatie in Westland/Haaglanden Evenals in 2019 heeft IGJ de rapportage als een generiek document uitgebracht, waardoor regionale verschillen niet herleidbaar zijn. Ook de aanbevelingen zijn algemeen van aard. Wij hebben u vorig jaar gemeld(Corsa 19-0281908) de conclusies van het toenmalige rapport van de Inspecties te onderschrijven en bevestigd dat de jeugdbeschermingsketen beter kan worden georganiseerd. Overigens waren niet alle bevindingen van de Inspecties in even grote mate van toepassing voor Haaglanden. In vervolg op het rapport van de Inspectie en in lijn met landelijke afspraken tussen de gemeenten, de VNG en het Rijk heeft de gemeente Den Haag als accounthoudende gemeente voor Jeugdbescherming West het voortouw genomen in het maken van een Verbeterplan voor JBwest. Dit is niet alleen voor Haaglanden gedaan, maar voor alle bij JB-west betrokken regio’s (Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid Holland Zuid). Belangrijk onderdeel van dit verbeterplan waren de financiële afspraken met alle betrokken regio’s. Met het verbeterplan is JB-west in staat gesteld de geïnventariseerde knelpunten op te lossen, te weten: te hoge caseload voor jeugdbeschermers en te hoge administratieve lasten. Eind april 2020 zijn deze afspraken definitief geworden, per 1 juli 2020 zijn ze in werking getreden. Hierover hebben wij u gerapporteerd op 10 juli 2020(Corsa 20-0180657).
Samengevat zijn de volgende afspraken gemaakt: » Per 1-1-2021 worden de tarieven van de vier betrokken jeugdhulpregio’s geüniformeerd en de verantwoordingseisen geharmoniseerd; » Per 1-7-2020 tot 1-1-2022 wordt via een tijdelijke regeling het bedrag vergoed dat gemoeid is met een verlaging van de caseload voor de jeugdbeschermers, waarmee ook tijd vrijkomt voor hun noodzakelijke coördinatiewerkzaamheden; * In de periode tot 1-1-2022 willen we met het Rijk en betrokken ketenpartners in de regio’s een model voor hervorming van de veiligheids-Z(jeugd)beschermingsketen creëren, alsmede concrete stappen zetten. De Inspecties beoordelen vanuit een landelijk perspectief alle Gľs. Vanuit de accounthoudende rol die Den Haag vervult voor JB-West ligt de focus op de regionale Gl JB-West, maar Den Haag spreekt ook met de landelijke Gľs WSS en het LJ&R over knelpunten en de maatwerkoplossingen per organisatie voor onze regio. Voor deze organisaties geldt derhalve dat, net als voor JB-West, de tarieven per 1-1-2021 in de vier regio’s worden geüniformeerd en de verantwoordingseisen worden geharmoniseerd. Gezien de nog beperkt verstreken tijd sinds het eerste Inspectierapport zijn nog niet alle problemen opgelost. Naast een wel opgelost vraagstuk rond tarieven speelt vooral ook in belangrijke mate arbeidsmarktproblematiek een rol, evenals beschikbaarheid van zorg.
Evenwel herkennen wij ons regionaal niet in de constatering van IGJ dat jeugdbeschermers niet binnen gestelde termijnen beschikbaar zouden zijn. Navraag afgelopen week bevestigt dat de drie Gľs momenteel geen jeugdigen hebben die wachten op een vaste jeugdbeschermer. Wij herkennen wel dat er sprake is van een beperkte beschikbaarheid van zorg; onder andere een tekort aan intensief ambulant aanbod, passende pleegzorg en gezinshuizen. Er zijn wachtlijsten in de GGZ. Het bieden van perspectief op een passende plek of passend aanbod voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel staat hierdoor onder druk. Hier spelen meerdere factoren een
PAG IN A 3
GEMEENTE WESTLAND
rol, zoals de eerder genoemde arbeidsmarktvraagstukken, de algehele (financiële) druk in het jeugddomein alsmede de traag vorderende transformatie. Voor bepaalde zorgvormen bestaan nog steeds wachttijden. Voor een zo effectief mogelijke toedeling hebben wij in Haaglanden het project ‘Zorglogistiek bij de zogenaamde ‘Experttafel Complexe Zorg’ opgezet: een project met als inzet het vermijden dat kinderen tussen wal en schip vallen. Een groot deel van de casuïstiek die aan deze tafels wordt besproken en is geprioriteerd is afkomstig van de Gľs. Meer in zijn algemeenheid, dus niet specifiek gekoppeld aan knelpunten vanuit de Gľs met betrekking tot wachtlijsten voor zorg, hebben we recentelijk de knelpunten met betrekking tot het zorgaanbod met de partijen verbonden aan de Experttafel Complexe Zorg besproken. Op basis daarvan hebben we geconcludeerd dat voor noodzakelijk maar schaars benodigd aanbod (zoals specialistisch aanbod rond autisme) de inzet van een tijdelijke projectleider gewenst is die naast aard en omvang van het gevraagde aanbod ook concrete voorstellen opstelt over hoe deze te realiseren. Deze projectleider wordt momenteel geworven. Breder investeren dan alleen in één schakel Het treffen van maatregelen bij één schakel, in dit geval de Gl, verbetert nog niet de gehele keten.
Om die reden is de afgelopen járen in onze gemeente en in de regio geïnvesteerd in de werkwijze Beter Samenspel; een intensievere samenwerking tussen de Gľs en de lokale teams. Ook investeren we in de samenwerking tussen Veilig Thuis, Crisisdienst en de lokale teams. Daarbij wordt tevens uitvoering gegeven aan de actiepunten uit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. In de bredere Veiligheidsketen is op basis daarvan onder andere geïnvesteerd in toepassing van de aangescherpte meldcode huiselijk geweld en het trainen van lokale teams daarin. Verder juichen we toe dat het ministerie van Justitie en Veiligheid landelijk een kwartiermaker heeft aangesteld die nog voor het einde van het jaar met een scenario moet komen om de jeugdbeschermingsketen te verkorten en te vereenvoudigen. Vanuit Den Haag en Veilig Thuis zijn sinds de zomer 2020 twee verkenners actief: met alle betrokken ketenpartners verkennen zij welke maatregelen we kunnen inzetten voor het verbeteren van de jeugdbeschermingsketen in onze regio. Deze verkenning vormt de start voor een plan van aanpak voor onze regio. Dit plan wordt getoetst aan het landelijk scenario. Hoewel IGJ vanuit hun opdracht smal toetst en specifiek kijkt naar de jeugdbescherming, zien wij onze opgave breder en verwachten wij de gewenste verbeteringen ook van een beter functionerende keten.
Daarvoor hebben we stappen gezet, bijvoorbeeld in het scholen van professionals in de meldcode en het bieden van handelingsperspectief, als in de inrichting van het stelsel, bijvoorbeeld de investering in de jeugdbeschermingsorganisatie of de inrichting van het project Zorglogistiek, maar geldt ook dat we niet van vandaag op morgen klaar zijn. Het blijft een ontwikkeling van lange adem. Dat geldt ook voor de specifieke vraag die voorligt met betrekking tot de vereenvoudiging van de jeugdbescherming waarbij een herziening van taken en rollen van de verschillende actoren in die keten is voorzien. Tot slot
De patstelling waarover IGJ rapporteert heeft te maken met de kosten die met de verdere verbetering van de uitvoering van de jeugdbescherming zijn gemoeid en de caseload waarmee jeugdbeschermers maximaal zouden mogen worden belast. Het is correct dat dit onderwerp van gesprek is tussen Rijk en gemeenten en dat de zienswijzen uiteenlopen. Dit onder meer omdat de verwachting is dat beoogde verbeteringen in de keten jeugdbeschermers ook zullen ontlasten. Tegelijkertijd is hier pas in meer definitieve zin iets van te zeggen bij verdere concretisering van de verbeterde jeugdbeschermingsketen. Daar wachten we niet op. Om deze reden zijn de afgelopen periode verbeteracties in gang gezet en is extra in de regionale jeugdbeschermingsorganisatie geïnvesteerd. Dit schetsten wij u bovenstaand en reeds in onze brief van 10 juli 2020. Tevens zullen wij in de regio zo spoedig mogelijk de gevraagde doorbraakaanpak vormgeven en onderzoeken daarbij welke aanpak
PAGINA 4
daarvoor binnen of buiten de regio beschikbaar is zoals de werkwijze Beter Samenspel, Expertiseteam Complexe Zorg en het Haagse ‘Doorbraaklab’.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,---------------------- de burgemeester—
A.C. Spindler
1 voortgangsrapportage IGJ en IJ enV oktober 2020 (20-0286458)
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Spon
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd
Pagina 2 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
Samenvatting Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De overheid nam onvoldoende haar verantwoordelijkheid om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd. De inspecties stelden dat de noodzakelijke hulp voor deze kwetsbare kinderen en hun ouders zonder vertraging moest worden verleend en dat hulp, opgelegd door een rechter, per direct beschikbaar moest zijn. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen1 maximaal onder druk stond. In 2020 en 2021 volgen de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In deze rapportage doen we verslag van de eerste bevindingen van de inspecties.
Beweging in gang voor structurele verbetering jeugdbeschermingsketen De inspecties zien dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet. Zowel instellingen als gemeenten hebben de ambitie om structurele verbetering en innovatie van de jeugdbeschermingsketen te realiseren. Vanuit het Rijk is een versnelling ingezet om de jeugdbeschermingsketen structureel te veranderen en te transformeren naar een netwerk. De inspecties zijn zich bewust van de complexiteit van de opdracht van instellingen, gemeenten en ministeries. De inspecties onderschrijven het belang om de jeugdbeschermingsketen structureel anders in te richten en begrijpen dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd kan zijn. Het is hard nodig dat de positieve beweging naar een duurzame jeugdbescherming en jeugdreclassering, die voor de langere termijn is ingezet, verder wordt uitgewerkt, gefaciliteerd en geïmplementeerd. Deze ontwikkeling blijven de inspecties de komende tijd volgen.
1 Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld. 2https:ZZwww.riiksoverheid.nlZdocumentenZrapportenZ2019Z11Z07Zkwetsb are-kinderen-onvoldoende-beschermd
Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde De inspecties stellen tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering ruim een half jaar na het uitbrengen van het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd2 nog niet op orde zijn gebracht. Er is onvoldoende gebeurd om de acute, ernstige situatie die de inspecties constateerden in november 2019 op korte termijn op te lossen. In mei 2020 - een half jaar na het uitbrengen van het rapport - waren er nog bijna 800 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel3 zonder vaste jeugdbeschermer. Voor een groot deel van de gezinnen geldt dat contacten tussen medewerkers van een gecertificeerde instelling en kinderen en hun ouders niet tijdig plaatsvond en plannen van aanpak niet tijdig opgesteld. De beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp voor kinderen met complexe problematiek (waaronder kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel) is eerder verslechterd dan verbeterd. De verbeterplannen die de jeugdhulpregio's met de gecertificeerde instellingen hebben opgesteld, leiden onvoldoende tot de verbeteringen op korte termijn. Tussen gemeenten en Rijk is sprake van een patstelling over de noodzakelijke financiële middelen. Doorbraak is nu nodig Nu is in ieder geval een doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel.
De overheid moet haar verantwoordelijkheid serieus nemen, zodat een maatregel daadwerkelijk leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging van een kind, respectievelijk de kans op recidive vermindert. Vanwege de schaarste aan mensen, middelen en hulp moeten soms pijnlijke keuzes gemaakt worden. Dat is ingewikkeld, maar niets doen is geen optie. De inspecties verwachten dat de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders onmiddellijk na het uitbrengen van deze tussenrapportage starten met een onorthodoxe actiegerichte aanpak en dat zij hierin ondersteund worden door het Rijk. De aanpak moet ertoe leiden dat de genoemde partijen die doorbraak gezamenlijk forceren. Hiervoor is nodig dat
3 Hiermee worden zowel de kinderbeschermings- als de jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld.
Pagina 3 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
de kinderen met een maatregel als uitgangspunt worden genomen. De professionals bij gecertificeerde instellingen, zorgaanbieders en gemeenten moeten de professionele ruimte krijgen om voor deze kinderen met elkaar te doen wat nodig is. De aanpak moet ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd.
Indien de doorbraakaanpak niet direct tot stand komt, of indien deze onvoldoende leidt tot passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en hun ouders, gaan de inspecties over tot een interventie.
Vervolgtoezicht Het vervolgtoezicht richt zich op de verwachting: Voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een gedragen koers en tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Het vervolgtoezicht bestaat uit twee onderdelen: » Het toetsen van de doorbraakaanpak. De inspecties toetsen kort na het uitbrengen van dit voortgangsbericht of de doorbraakaanpak in de jeugdhulpregio's in gang is gezet. Vervolgens monitoren de inspecties periodiek en op maat of deze aanpak leidt tot het gewenste resultaat. De aanpak moet zijn gericht op de kinderen zonder jeugdbeschermer en op de kinderen die wachten op passende hulp. » Het toetsen of kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer en passende hulp hebben. De inspecties toetsen dit uiterlijk vier maanden na het uitbrengen van dit voortgangsbericht, of eerder, zodra de accounthoudende wethouder aangeeft dat bovengenoemde verwachting is gerealiseerd. Om te constateren of kinderen en hun gezinnen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig passende hulp krijgen, voeren de inspecties in elk geval gesprekken met kinderen, ouders en met jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders om te beoordelen of tijdige en passende hulp is ingezet.
De inspecties kijken tijdens het vervolgtoezicht naar de rol van alle betrokkenen in het jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsstelsel (gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders en het Rijk). Gelet op het belang van het kind gaan de inspecties ervan uit dat de gemeenten en het Rijk hun verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen zodat de gecertificeerde instellingen, de jeugdhulpaanbieders en de lokale teams gezamenlijk aan de gestelde norm kunnen voldoen.
Inhoudsopgave
Samenvatting................................................... 3 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd.......5 Jeugdbescherming: een overheidsverantwoordelijkheid........................ 5 Structurele beweging is in gang gezet ............. 5 Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde........................................................ 6 Verbeterplannen leiden onvoldoende tot verbeteringen op de korte termijn................... 6 Financiën...................................................... 6 Beschikbare hulp........................................... 7 Personeel...................................................... 7 Complexiteit en zwaarte doelgroep.................. 8 Een doorbraak is nu nodig voor kinderen met een maatregel .................................................... 8 De verwachting van de inspecties ................... 8 Vervolgtoezicht van de inspecties.................... 9 Toelichting op aanpak toezicht........................ 9
Pagina 4 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd Tussenrapportage vervolgtoezicht In november 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna; de inspecties) een rapport en signalement uitgebracht met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar. De inspecties oordeelden in het rapport dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd en noodzakelijk geachte hulp kon niet of niet tijdig worden ingezet. De inspecties stelden dat de noodzakelijke hulp voor deze kwetsbare kinderen en hun ouders zonder vertraging moest worden verleend en dat hulp, opgelegd door een rechter, per direct beschikbaar moest zijn. Daarnaast oordeelden de inspecties in het signalement dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die in hun ontwikkeling werden bedreigd. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Daarmee kon niet langer worden gewacht. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond.
In 2020 en 2021 volgen de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel4 en tot structurele verbeteringen in de jeugdbeschermingsketen op de langere termijn. In deze tussenrapportage doen de inspecties verslag van de eerste bevindingen.
Jeugdbescherming: een overheidsverantwoordelijkheid Net als in 2019 richten de inspecties zich in het vervolgonderzoek op de uitvoering van de wettelijke taken door de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De reden hiervoor is als volgt. Deze taken vormen de kern van de overheidsverantwoordelijkheid om kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd te beschermen, als ouders hier onvoldoende voor bij
machte zijn. De overheid grijpt hiermee direct in de rechten van de ouders in. De overheid neemt de verantwoordelijkheid van ouders (gedeeltelijk) over om de veiligheid en ontwikkeling van het kind zeker te stellen, te zorgen voor herstel en de bedreiging weg te nemen. Na het opleggen van een jeugdreclasseringsmaatregel draagt de overheid de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de jeugdige, gericht op het voorkomen van recidive, de re-integratie en het borgen van de veiligheid van de jeugdige en zijn omgeving. In 2019 hebben de inspecties vastgesteld dat deze kinderen niet tijdig hulp krijgen, waardoor hun ontwikkelingsbedreiging zelfs kan verergeren, of de kans op recidive vergroot. Dit is een situatie die niet langer mag voortduren: de overheid grijpt verstrekkend in het persoonlijke leven van kinderen en ouders in, en vervolgens gebeurt er een tijd lang niets om de geconstateerde ontwikkelingsbedreiging en de structurele onveiligheid weg te nemen.
Structurele beweging is in gang gezet De inspecties zien dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet. Gemeenten en gecertificeerde instellingen zijn gezamenlijk het gesprek aangegaan. Zij hebben gezamenlijk verbeterplannen opgesteld. Zij willen gezamenlijk werken aan een transformatie die ertoe leidt dat kwetsbare kinderen en hun gezinnen duurzaam worden geholpen. Zowel instellingen als gemeenten hebben de ambitie voor structurele verbetering en innovatie van de jeugdbeschermingsketen. Vanuit het Rijk is een versnelling ingezet voor een structurele verandering van de jeugdbeschermingsketen en de keten te transformeren naar een netwerk. De inspecties zijn zich bewust van de complexiteit van de opdracht voor instellingen, gemeenten en ministeries. De in het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd en het signalement Jeugdbeschermingsketen in gevaar genoemde knelpunten grijpen op elkaar in en versterken elkaar. De inspecties onderschrijven het belang om de jeugdbeschermingsketen structureel anders in te richten en begrijpen dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd kan zijn.
De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK). 4 Hiermee worden zowel de kinderbeschermings- als de jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld.
Pagina 5 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde De inspecties stellen tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering ruim een half jaar na het uitbrengen van het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd nog niet op orde zijn gebracht. Er is onvoldoende in gang gezet om de acute, ernstige situatie die de inspecties constateerden in november 2019 op korte termijn op te lossen. De inspecties constateerden in november 2019 dat de gecertificeerde instellingen te maken hadden met wachtof instroomlijsten en/of dat zij werkten met een minimale variant waarin (in de eerste periode) vooral werd ingezet op het wegnemen van acute onveiligheid, maar niet op de uitvoering van een plan van aanpak om de structurele onveiligheid weg te nemen. Op 1 mei 2020 hadden bijna 800 kinderen5 met een jeugdbeschermingsmaatregel geen vaste jeugdbeschermer, als gevolg van personeelsproblemen (tekorten, verloop, verzuim). Naar schatting 407 van de kinderen met een maatregel wordt niet tijdig gezien. Naar schatting 607 heeft niet tijdig een vastgesteld plan van aanpak. Mede als gevolg van de personeelstekorten, het verloop en het verzuim is er schaarste bij de gecertificeerde instellingen.
Nagenoeg iedere gecertificeerde instelling is genoodzaakt concessies te doen op kwaliteit, om te zorgen dat ze in ieder geval acute onveiligheid kunnen opheffen en vervolgens zicht op de veiligheid van de kinderen kunnen houden. Aan het wegnemen van de structurele onveiligheid, de ontwikkelingsbedreiging voor een kind of een gezin komt de jeugdbeschermer dan niet of pas veel later toe. In het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd stelden de inspecties dat jeugdbeschermers onvoldoende geschikte hulp konden vinden voor kinderen en gezinnen met een maatregel en dat de 2de, 3de of 4de beste optie werd ingezet. Wat betreft de tekorten aan specialistische hulp is de situatie eerder slechter dan beter geworden. Dit komt mede doordat (grote) aanbieders hun specialistische jeugdhulp afbouwen terwijl het gewenste kleinschalige aanbod voor deze specialistische jeugdhulp niet elders wordt opgebouwd en sprake is van toenemende financiële problemen bij aanbieders, waarvan de verwachting is dat deze door de coronacrisis versterkt zullen worden. De kwaliteit en beschikbaarheid van (hoog) gespecialiseerd jeugdhulpaanbod voor jeugdigen met complexe problematiek staat onder druk. Dit betreft de noodzakelijke jeugdhulp voor kwetsbare kinderen met de meest complexe problematiek, waaronder kinderen met
een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties komen tijdens toezichtbezoeken op plekken waar kinderen met ernstige gedrags- en/of psychische problemen zijn geplaatst en waar onvoldoende deskundigheid is om deze kinderen daadwerkelijk te helpen. Ondanks de vaak goede intenties leidt dit tot verdere verergering van problemen van een kind en een nieuwe verlies ervaring. Het gaat dan vaak op de eerdergenoemde 2de, 3de of 4de beste optie.
Verbeterplannen leiden onvoldoende tot verbeteringen op de korte termijn De verbeterplannen die de gecertificeerde instellingen met de jeugdhulpregio's in de eerste helft van 2020 hebben opgesteld, voorzien - hoewel dit de intentie was slechts beperkt in maatregelen die de jeugdbescherming en jeugdreclassering op de korte termijn verbeteren. Alle regio's en gecertificeerde instellingen hebben een terugkoppeling ontvangen van de inspecties gericht op hun situatie. Hieronder geven de inspecties op hoofdlijnen de bevindingen weer aan de hand van de vier factoren zoals benoemd in het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd.
C omplexiteit e n zwaarte
L 1 doelgroep
Uitvoering
Personeel:
jeugdbescherming
tekorten, verloop
(On)voldoende passende hulp
(on)voldoende
Financiële (on)zekerheid gecertificeerde instellingen
Financiën Vijf gecertificeerde instellingen hebben sinds de publicatie van Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd extra financiële (incidentele of structurele)
5 Cijfers van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS)
NIDOS is niet bij dit onderzoek betrokken. Onderzoek naar de opvang en begeleiding van
zijn hierin niet meegenomen. In 2020 loopt na een aanwijzing een intensief toezichttraject
AMV's hebben de inspecties in 2018 onderzocht.
bij de WSS h ttps:ZZwww.igi.nlZactueelZnieuwsZ2020Z02Z12Zaanwiizing-voor-william-
https://www. igj.nl/actueel/n ieuws/2018/12/20/opvang-en-begeleiding-al leenstaande-
schrikker-stichting-jeugdbescherming.
minderjarige-vreemdelingen-behoeft-verbetering.
Pagina 6 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
middelen gekregen van de jeugdzorgregio's om beter uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke taak. Verreweg de meeste gecertificeerde instellingen en gemeenten geven aan dat onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de gewenste caseloadverlaging en verbeteringen door te voeren, oftewel om de transformatie doelen te bereiken. In alle regio's kampen gemeenten met financiële tekorten in het sociaal domein. De verwachting is dat dit in deze (corona)periode erger wordt. Gemeenten en instellingen geven aan dat het ontbreken van financiële middelen bij gemeenten en gecertificeerde instellingen ertoe leidt dat de verbeterplannen niet in zijn geheel gerealiseerd kunnen worden. Gemeenten hebben daarom een beroep gedaan op de ministeries om middelen ter beschikking te stellen. Volgens de kamerbrief van 20 maart 20206, de verbeterplannen en hierover door de inspecties gevoerde gesprekken met de accounthoudende wethouders en bestuurders van de gecertificeerde instellingen is het de bedoeling dat gemeenten de jeugdbescherming en jeugdreclassering op orde brengen binnen de bestaande financiële kaders. Er is op dit moment sprake van een patstelling tussen het Rijk en de gemeenten, over wie de kosten voor de noodzakelijke verbeteringen moet betalen.
Beschikbare hulp De beschikbaarheid van passende hulp blijft een groot knelpunt. In alle gesprekken komt naar voren dat er sprake is van tekorten, met name voor de specialistische jeugdhulp; Deze hulp is niet beschikbaar, er wordt de 2de, 3de of 4de beste hulp ingezet of er is sprake van (lange) wachtlijsten. De inspecties zien dit probleem in alle regio's terug, de mate waarin is verschillend en in sommige regio's is dit zeer acuut. Doordat de beschikbaarheid van passende hulp een groot knelpunt is, moeten jeugdbeschermers veel tijd besteden aan het zoeken naar beschikbare en passende hulp. In de tussentijd moeten zij actief de veiligheid in het gezin blijven monitoren en kinderen en hun ouders gemotiveerd houden voor de beoogde hulp. Het proces om tot een beschikking voor jeugdhulp te komen en vervolgens het vinden van een aanbieder die de noodzakelijke hulp voor een kind kan bieden, is in de ene regio stroperiger en lastiger dan in de andere regio. Wat betreft de beschikbaarheid van passende hulp zijn in de verbeterplannen afspraken gemaakt over de inbreng van gecertificeerde instellingen bij de inkoop van passende hulp en worden overlegtafels ingezet om casuïstiek te bespreken en kinderen of gezinnen toe te leiden naar hulp. Binnen enkele regio's worden
6 https://vna.nl/sites/default/files/202003/perspectief voor de jeuad.pdf. p19-20. https://vng.nl/sites/default/files/2020-03/20200320 brief-parlementover-ieugdhulp-ib-en-ir.pdf
bijvoorbeeld experttafels, expertteams, zorgmakelaars etc. ingezet om vanuit de inhoud een passend hulpaanbod voor (complexe)casuïstiek te kunnen doen. Andere initiatieven om de professionals te helpen bij het vinden van passende en beschikbare hulp zijn: professionals uit het jeugdhulpveld die elkaar ondersteunen met zoeken, het ontwikkelen van apps die de beschikbaarheid aangeven en meer zicht bieden op de sociale kaart. Maatregelen of acties om te komen tot een uitbreiding van het jeugdhulpaanbod voor kinderen en ouders met complexe problematiek komen in de verbeterplannen echter in zeer beperkte mate voor. Sterker: jeugdhulpregio's tekenen aan dat door de extra financiële injecties aan de gecertificeerde instellingen geen geld over is voor innovatie, transformatie, versterking van de lokale teams en een extra investering in (specialistische) jeugdhulp.
Personeel In november 2019 noemden de inspecties de gecertificeerde instellingen de intensive care voor kwetsbare kinderen die ernstig in hun veiligheid en/of ontwikkeling bedreigd worden. De uitvoering van de maatregelen, die de kinderrechter heeft opgelegd, vraagt om de beste en meest ervaren professionals. De verzuim- en verloopcijfers lijken ten opzichte van november 2019 iets verbeterd, maar zijn nog steeds zorgelijk. Wel lijkt sprake van een positieve invloed van de corona-crisis op het verloop en verzuim. Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage binnen de gecertificeerde instellingen is 6,70Zo (excl. WSS). Bij 12 van de 15 gecertificeerde instellingen is er sprake van een verzuimpercentage boven de 5,80Zo (het gemiddelde in de zorg in Nederland). De arbeidsmarktproblematiek treft de gecertificeerde instellingen hard. De animo om bij de gecertificeerde instellingen te gaan werken is niet groot7. Een groot deel van de instroom van medewerkers bestaat daardoor uit onervaren professionals. Enkele gecertificeerde instellingen geven aan dat zij als opleidingsinstituut fungeren voor het sociaal domein. Werken met de meest complexe doelgroep vraagt training, kennis en vaardigheden. De onervaren professionals stromen in, volgen een interne opleiding en doen ervaring op.
Vaak vertrekken zij na ongeveer twee jaar om in het jeugddomein met een minder complexe doelgroep te gaan werken. Het blijft voor veel
7 Zie ook https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/35/kleinere-groei-aantalwerknemers-zorg-en-welznn-in-eerste-kwartaal-2020
Pagina 7 van 11
Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020
gecertificeerde instellingen heel moeilijk om ervaren personeel te vinden en vooral om personeel te behouden. Er ontstaan in diverse regio's samenwerkingsverbanden om professionals voor de JB-keten te behouden, maar dit is pril en op korte termijn geeft dit op dit punt geen verbetering.
Complexiteit en zwaarte doelgroep Bij veel gezinnen is er sprake van onderliggende problematiek bij de ouders (waaronder psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek, problemen bij/tussen ouders, schulden). Deze onderliggende problematiek vraagt om samenwerking met hulpverlening aan volwassenen en om passende expertise bij de gecertificeerde instelling. De inspecties zien in de verbeterplannen van twee regio's veelbelovende initiatieven in het vormgeven van een nauwere samenwerking met de GGZ voor volwassenen. Deze initiatieven dreigen spaak te lopen of kunnen niet breder worden ingezet dan in pilotvorm, onder andere door het ontbreken van middelen voor deze initiatieven in verband met financieringssystemen die niet op elkaar aansluiten. In de gesprekken is door de jeugdregio's en de gecertificeerde instellingen expliciet aandacht gevraagd voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling bij complexe echtscheidingen. Volgens de gecertificeerde instellingen bestaat tussen de 60 tot 80oZo van de casuïstiek uit deze doelgroep. Deze problematiek vraagt van de jeugdbeschermer specifieke expertise en meer tijd. Daarnaast geeft het een extra belasting voor de jeugdbeschermer doordat er meer dan bij andere casuïstiek, sprake is van juridisering, agressie en klachten. In de verbeterplannen zien de inspecties enkele lokale initiatieven op scholing en inzet van specifieke methoden.
De verlaging van de caseload zou ertoe moeten leiden dat jeugdbeschermers voldoende tijd en ruimte hebben om met de complexe doelgroep om te gaan.8 Zoals hierboven benoemd geven verreweg de meeste gecertificeerde instellingen en jeugdhulpregio's aan de gewenste caseloadverlaging niet te kunnen realiseren.
Een doorbraak is nu nodig voor kinderen met een maatregel Een 8-jarig kind waar gisteren een jeugdbeschermingsmaatregel over is uitgesproken, heeft geen baat bij verbeteringen op de langere termijn. Er is vandaag sprake van onveiligheid en/of een ontwikkelingsbedreiging, de overheid draagt de verantwoordelijkheid 8 Kamerbrief 20 maart 2020: Conform de aanbevelingen van de inspecties is het aan gemeenten en gecertificeerde instellingen om (financiële) afspraken te maken over het verbeteren van de caseload naar het gewenste basisniveau, waarbij rekening wordt gehouden met de toegenomen complexiteit van de problematiek van ouders en kinderen.
deze op te heffen. Verbeteringen voor een kind met een maatregel zijn nu nodig. Kinderen die te maken hebben met een maatregel hebben zonder vertraging recht op passende hulp die de onveiligheid en de ontwikkelingsbedreiging opheft of de kans op recidive verkleint. Dat is een moeilijke opgave in tijden van schaarste: schaarste aan voldoende deskundig personeel in de jeugdbescherming, schaarste aan beschikbare tijd en middelen, schaarste aan specialistische hulp. Uitvoering van de verbeterplannen gaat deze schaarste niet (volledig) wegnemen. Er is sprake van een langdurige crisissituatie in de jeugdbescherming, die doorbroken moet worden. Dat is ingewikkeld, maar niets doen is geen optie. Daarom is nu in ieder geval een doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel. De overheid moet haar verantwoordelijkheid serieus nemen, zodat het uitspreken van een maatregel door de rechter en het (gedeeltelijk) overnemen van de verantwoordelijkheid van ouders door de overheid daadwerkelijk leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging van een kind, respectievelijk vermindering van de kans op recidive. Vanwege de schaarste aan mensen, middelen en hulp kan dit leiden tot pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden.