Advies Auditcommissie P&C-stukken
Tekst van het document
AUDITCOMMISSIE WESTLAND
Postadres: Postbus 150 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174 E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl
Gemeenteraad Westland Postbus 150 2670 AD NAALDWIJK
UW BRIEF
UW KENMERK
ZAAK-/PROJECTNR.
DOCUMENTNR.
BIJLAGE(N)
0 CONTACTPERSOON
CLUSTER
TELEFOONNUMMER
DATUM VERZONDEN
T. van der Kleij
Griffie
06-20307369
17 juni 2026
ONDERWERP
Advies Auditcommissie P&C-stukken
Geachte leden van de gemeenteraad , Op 10 juni jl. heeft de Auditcommissie gesproken over de Jaarstukken 202 5, de 1e afwijkingenrapportage 2026 en actualisatie van het Meerjareninvesteringsplan ( hierna: MIP). Daarnaast hebben wij kennisgenomen van de Kaderbrief 2026, hoewel wij daar geen apart advies over uitbrengen, In deze brief adviseren wij u over deze documente n ter voorbereiding op de raadsbehandeling van 8 juli 2026. Jaarstukken 2025 en accountantsverslag De raadsaccountant heeft een goedkeurende controleverklaring verstrekt ten aanzien van de getrouwheid en de rechtmatigheid. Op basis van de afgelopen vier jaar constateren wij dat een zichtbare verbeterslag in het jaarrekeningproces en kwaliteit van het jaarverslag is gemaakt. De jaarrekening 2025 sluit met een aanzienlijk positief bruto-rekeningresultaat van €26,9 miljoen. Dit resultaat ligt € 1,4 miljoen hoger dan de prognose bij de 2e Afwijkingenrapportage 2025 (€25,5 miljoen). Het positieve resultaat is voor een belangrijk deel (€13,5 miljoen) ontstaan door bijstellingen van de algemene uitkering op basis van de mei - en septembercirculaire. Het resterende voordeel is ontstaan door een combinatie van meevallers op verschillende programma’s. Wij constateren dat dit positieve resultaat zich heeft voorgedaan ondanks de bijstellingen die in de loop van het jaar zijn doorgevoerd.
Dit geeft aan dat het financieel voorspellend vermogen van de organisatie nog steeds aandacht vraagt. Hoewel de account ant constateert dat het voorspellend vermogen is verbeterd ten opzichte van eerdere jaren, blijft verdere versterking van de kwa-
*G24-000654*
GRF 005
liteit van ramingen en de sturing op investeringen noodzakelijk.
PAGINA 2
R e c h t ma t i g h e i d De rechtmatigheidsverantwoording voldoet aan de afspraken met de raad, hoewel de verantwoordingsgrens is overschreden met €9,6 miljoen aan niet -acceptabele rechtmatigheidsfouten. Een belangrijk deel van de geconstateerde onrechtmatigheden betreft afwijkingen van de Europese aanbestedingsregels, waaronder door de concessie Fletcher hotel. Dit aandeel ligt hoger dan bij veel andere gemeenten. De daling van de verantwoordingsgrens vraagt om blijvend scherpe interne beheersing. Interne beheersing Op het gebied van de interne beheersing ziet de accountant een positieve ontwikkeling in de derde lijn (VIC). Tegelijkertijd is sprake van structurele opvolgingsproblemen, met name in de uitvoering van IT-bevindingen. Wij achten het van belang dat deze structurele problemen met voortvarendheid worden aangepakt. Financiële positie Wij constateren dat de financiële positie van de gemeente robuust is, met voldoende buffers voor toekomstige risico’s en beleidsambities. Dit wordt onderschreven door de accountant. Het weerstandsvermogen is fors gestegen en wordt als uitstekend beoordeeld (weerstandsratio 14,01). De solvabiliteitsratio bedraagt 39,2%, waarmee de gemeente ruim boven de kritieke ondergrens van 20% uitkomt. De netto schuldquote bedraagt 84,7% en de geco rrigeerde netto schuldquote 80,4%, beide ruim binnen de gestelde normen.
Deze kengetallen geven aan dat de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en voldoende weerbaar is voor toekomstige risico’s. De schuldpositie is per ultimo 2025 met € 33,3 miljoen gedaald ten opzichte van 2024. De toename van de langlopende schuld ten opzichte van de begroting is grotendeels verklaarbaar door investeringen in grondexploitaties (zoals Flora Campus) en aangepaste kasstromen. Grondexploitaties De accountant heeft ook extra aandacht besteed aan de waardering van de grondexploitaties. Het risicoprofiel is toegenomen, onder meer door het nieuwe project Zuidgeestlaan en hogere kostenramingen. Er is een verschuiving zichtbaar , de risico’s zitten minder in deelnemingen en meer in de eigen grondexploitaties. Wij zullen de ontwikkeling van deze risico’s nauwlettend volgen. Kostendekkendheid afval en riolering Bij uitvoering van de controle werkzaamheden door de accountant hebben wij specifiek aandacht (speerpunt) gevraagd voor de kostendekkendheid van rioolheffing. Wij constateren dat zowel de rioolheffing (88,7%) als de afvalstoffenheffing (79,9% basisdekking) structureel niet volledig kostendekkend zijn. Dit is niet nieuw, maar vraagt wel aandacht. Bij de afvalstoffenheffing is in 2025 een forse dotatie van € 7 miljoen aan de reserve gedaan .
Bij de rioolheffing adviseert de accountant expliciet een aparte voorziening voor planmatig onderhoud te vormen. In beide gevallen ontbreekt een helder meerjarenperspectief over de houdbaarheid van de huidige systematiek en de gevolgen voor de tariefontwikkeling. Wij achten een dergelijke doorrekening gewenst.
G24-000654
PAGINA 3
Ravijnjaar 2026–2027 In eerdere jaren is herhaaldelijk gewaarschuwd voor het zogenoemde ‘ravijnjaar’ in 2026 en 2027. Uit de Jaarstukken 2025 en de toelichting van de accountant blijkt dat de gemeente zich hier goed tegen heeft weten te wapenen , o.a. door besparingsmaatregelen, een incidentele verhoging van de OZB en een extra bijdrage vanuit het Rijk. Daarmee is momenteel geen sprake meer van een acuut dreigend financieel ravijn. Wij blijven de structurele ontwikkelingen nauwlettend volgen, mede in het licht van de omvangrijke investeringsagenda (o.a. Flora Campus Westland en het nieuwe Westlandtheater) en de beleidsontwikkelingen binnen het sociaal domein. Kwaliteit van de rechtmatigheidsverantwoording Wij constateren dat de tekst van de rechtmatigheidsverantwoording in de Jaarstukken summier is voor een gemeente van deze omvang en bovendien op twee plaatsen (pagina 228 en 317) vrijwel identiek is opgenomen. De toelichting op de onrechtmatigheden is bepe rkt en er wordt geen informatie gegeven over de samenstelling en de reden van aanvaardbaarheid van de circa € 9,1 miljoen aan acceptabele rechtmatigheidsfouten. Wij achten het wenselijk dat in de Jaarstukken 2026 een meer gedetailleerde, heldere en niet -duplicerende toelichting wordt opgenomen, zodat de raad een volledig en transparant beeld krijgt.
A d v i e s A u d i t c o mmi s s i e Wij adviseren uw raad: in te stemmen met het raadsvoorstel voor vaststelling van de Jaarstukken 202 5; -
de aanbevelingen van de Auditcommissie en accountant, zoals o.a. verwoord in het accountantsverslag en deze brief, met prioriteit op te volgen in de verbetering van het proces, interne beheersing en kwaliteit van de Jaarstukken 2026. Daarbij adviseren wij om specifiek prioriteit te geven aan: o
het versterken van het financieel voorspellend vermogen en de sturing op investeringen;
o
het aanpakken van de structurele opvolgingsproblemen in de interne beheersing, met name IT-bevindingen;
o
het verbeteren van de kostendekkendheid van de rioolheffing en afvalstoffenheffing over de volle breedte (naast het instellen van een egalisatievoorziening of voorziening voor planmatig onderhoud), inclusief het ontwikkelen van een helder meerjarenperspectief op de houdbaarheid van de huidige systematiek en de gevolgen voor de tarief-
o
ontwikkeling; het verbeteren van de kwaliteit en detaillering van de rechtmatigheidsverantwoording in de Jaarstukken 2026 (gedetailleerde toelichting op acceptabele fouten, voorkomen van duplicatie).
1e Afwijkingenrapportage De 1e Afwijkingenrapportage 2026 is van technische aard en bevat in beginsel mutaties als gevolg van exogene en onontkoombare ontwikkelingen en financieel -technische aanpassingen. Er is geen nieuw beleid in opgenomen. De rapportage geeft inzicht in de fina nciële mutaties op jaarschijf 2026 ten opzichte van de in november 2025 vastgestelde Programmabegroting 2026 -2029. Echter constateren wij dat op meerdere plaatsen keuzes en uitbreidingen zijn opgenomen die niet strikt als exogeen onontkoombaar kunnen worden gekwalificeerd. Voorbeelden hiervan zijn de G24-000654
PAGINA 4
voorgestelde uitbreiding van formatie en de post WHC € 250.000 (blz. 15). Het college heeft tijdens de bespreking toegelicht dat het hier gaat om afwijkende situaties ten opzichte van de begroting met financiële gevolgen en heeft erkend dat de term “exogeen onontkoombaar” in dit geval niet altijd passend is. Daarnaast is aange geven dat bij vastgesteld beleid de benodigde formatie of kosten in sommige gevallen onvoldoende waren ingeschat. De commissie acht het onwenselijk dat nieuwe beleidskeuzes of uitbreidingen die structurele financiële gevolgen hebben, via de afwijkingenrapportage worden verwerkt. Dergelijke keuzes dienen separaat en expliciet aan de raad te worden voorgelegd . Daarnaast achten wij het wenselijk dat potentiële afwijkingen die voortvloeien uit vastgesteld beleid proactief worden benoemd in de risicoparagraaf van de begroting of Kaderbrief, in plaats van deze achteraf in een afwijkingenrapportage te verantwoorden. Advies Auditcommissie Wij adviseren uw raad: -
in te stemmen met het raadsvoorstel voor vaststelling de 1e Afwijkingenrapportage 2026; het college te verzoeken om in toekomstige afwijkingenrapportages en in de risicoparagraaf van de begroting explicieter onderscheid te maken tussen exogene/technische mutaties en nieuwe keuzes en de implicaties voor de meerjarenraming helder te onderbouwen .
Bijstelling meerjareninvesteringsplan Met de invoering van de nieuwe systematiek is een transparanter en realistischer beeld ontstaan van de investeringsprojecten. De MIP actualisatie van juli 2026 leidt tot een verdere aanscherping van dit beeld. Wij waarderen de verdere doorontwikkeling van de systematiek. Met name het onderscheid tussen MIP-A (projecten die voldoen aan de criteria van projectopdracht, heldere scope en actuele raming) en MIP-B (projecten in de voorbereidende fase) brengt meer scherpte en duidelijkheid. Tevens constateren wij dat de MIP -actualisatie nog niet het volledige investeringsprogramma weergeeft. Een aantal vervangingsinvesteringen uit MIP -B is nog niet verwerkt. De bijbehorende kapitaallasten bedragen €0,064 mln . in 2027, €0,821 mln. in 2028, €3,767 mln. in 2029 en €7,009 mln. in 2030. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij naar de Kaderbrief 2026, pagina 6. Daarnaast vragen wij aandacht voor de volgende punten: Hoewel de huidige opzet van het MIP als positief wordt ervaren, mi ssen wij op onderdelen -
voldoende detail om het budgetrecht goed te kunnen uitoefenen ; Niet overal worden plaatsnamen vermeld. Wij adviseren om dit toe te voegen voor een hel-
-
der overzicht van alle investeringen . Dit geldt ook voor de Jaarstukken 2025 ; In de rapportage staan administratieve verwerkingen van subsidies die nog moeten worden vastgesteld in het MIP. Wij achten het van belang dat duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen echte investeringen (die geactiveerd worden op de balans) en kapitaallasten die voortvloeien uit bijdragen aan derden. Dit onderscheid is relevant voor een correct beeld van de werkelijke inv esteringslasten.
-
Wij benadrukken het belang van een goede afstemming tussen de investeringsplanning en de beschikbare capaciteit binnen de organisatie, alsmede van strikte projectbeheersing en voortgangsrapportages bij majeure projecten. G24-000654
PAGINA 5
Advies Auditcommissie Wij adviseren uw raad: in te stemmen met de voorgestelde bijstelling van het MIP; -
-
het college te verzoeken om in toekomstige MIP -rapportages meer projectniveau-inzicht te bieden en een duidelijker onderscheid te maken tussen echte investeringen en kapitaallasten voortvloeiend uit bijdragen aan derden ; plaatsnamen toe te voegen in de MIP-rapportage en in het investeringenoverzicht in de Jaarstukken 2025.
Hoogachtend, de Auditcommissie Westland, Peter Voskamp, voorzitter Janice de Jong Suzanne van Erven André van den Berg Ted van der Kleij, secretaris
G24-000654