8 Archeologisch onderzoek (20-0274425)
Tekst van het document
antea'group
QL
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek
projectnummer 405082.93 definitief revisie 06 16 september 2020
N211 Wippolderlaan
Understanding today. Improving tomorrow.
antea'group
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek N211 Wippolderlaan projectnummer 405082.93 definitief revisie 06 16 september 2020
Auteurs M.L. Craane C.I. Nater (actualisatie)
Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2509 LP Den Haag
datum vrijgave İ18 sept 2020
beschrijving revisie 06 definitief
goedkeuring J. Verhoeven
vrijgave G. Muijs
antea'group
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
3
2
Beschrijving onderzoekslocatie
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen
4 4 5 5 13
3
Bekende waarden
16
3.1 3.2
Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden
16 20
4
Archeologische verwachting
21
4.1 4.2
Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting
21 22
5
Conclusies en advies
25
5.1 5.2
Conclusies (Selectie)advies
25 25
Literatuur en geraadpleegde bronnen
26
Lijst met afbeeldingen
27
Bijlagen 1 2
Archeologische perioden AMZ-cyclus
Kaartbijlagen 405082.93-ARCHIS Gegevens uit ARCHIS
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
405082.93 3998820100 Zuid-Holland Westland, Midden-Delfland en Den Haag Wateringen, Den Hoorn en Den Haag Wippolderlaan Z N211
Coördinaten tracé 78988/447839 79456/447116 81138/447816 80600/448216 Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering mei 2016 & januari 2017, actualisatie mei 2019 â juli 2020 Projectteam J. Verhoeven (projectleider) M.L. Craane (KNA-archeoloog) C.I. Nater (KNA-archeoloog) Vrijgave conform KNA H.J.L.C. Koopmanschap (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Westland, Midden-Delfland, Den Haag en Provincie Zuid-Holland Deskundige Bevoegd gezag N.L.A. Conradi Beheer documentatie Antea Group
Houd«»
. ųsnocowiu,.
C**r,ļ,mu*
P*lrmĩcJŞS
600
800
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart 1:25.000 met ligging plangebied (niet op schaal).
Blad 1 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Samenvatting In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft Antea Group in mei 2016 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de N211 (Wippolderlaan) tussen de Middenzwet en de aansluiting met de Rijksweg A4. In verband met wijzigingen in de voorgenomen werkzaamheden is dit bureauonderzoek in mei 2019 en mei 2020 geactualiseerd. Daarbij is ook nieuwe informatie over archeologie in het onderzoek meegenomen. Bovendien is het rapport geactualiseerd conform de eisen van de KNA 4.1. Het merendeel van het plangebied ligt in de gemeente Westland. Een klein stuk aan de oostkant bevindt zich in de gemeente Midden-Delfland. Geconcludeerd kan worden dat het grootste gedeelte van het plangebied dat is gelegen in de gemeente Westland (het plangebied ten noorden van de Zweth) vrijgesteld is van archeologisch onderzoek en dat er dus ook geen vervolgonderzoek hoeft plaats te vinden. Alleen daar waar de verstoringen dieper dan 4 m -mv reiken (ter plaatse van de onderdoorgang), en op de twee molenlocaties, worden eventueel aanwezige archeologische waarden wel bedreigd. Het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland (het plangebied ten zuiden van de Zweth) kent een middelhoge archeologische verwachting, maar een archeologisch booronderzoek uit 2012 heeft uitgewezen dat de bodem ter hoogte van het plangebied minimaal tot 200 cm -mv is verstoord.
De geplande werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de N211 zullen niet dieper reiken dan dat. Voor dit gedeelte van het plangebied is daarom geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Voor het merendeel van het plangebied is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Alleen ter plaatse van de tunnel en de molenlocaties worden archeologische resten mogelijk wel bedreigd. De aanwezigheid van archeologische resten is sterk afhankelijk van het feit of de oorspronkelijke bodemopbouw in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in rond iedere molenlocatie en ter hoogte van de bekende historische bebouwing aan de zuidwestkant een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Indien hieruit blijkt dat de bodemopbouw niet (diep) verstoord is, is waarschijnlijk een vervolgstap in de vorm van een archeologische begeleiding nodig. Omdat het niet mogelijk is om te boren tot de geplande verstoringsdiepte, adviseren we om ter plaatse van de aan te leggen onderdoorgang een archeologische begeleiding uit te voeren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van resten van historische erven/bebouwing.
Voor overige delen van het plangebied adviseren we vrijgave voor het aspect archeologie ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden.
Blad 2 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
1
antea'group
Inleiding In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft Antea Group in mei 2016 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de N211 (Wippolderlaan) tussen de Middenzwet en de aansluiting met de Rijksweg A4. Om de doorstroming te verbeteren zal de weg met een rijstrook worden uitgebreid en zullen de kruisingen ongelijkvloers worden gemaakt. In verband met wijzigingen in de voorgenomen werkzaamheden is dit bureauonderzoek in mei 2020 geactualiseerd. Daarbij is ook nieuwe informatie over archeologie in het onderzoek meegenomen. Bovendien is het rapport geactualiseerd conform de eisen die worden gesteld vanuit de KNA 4.1. Het merendeel van het plangebied ligt in de gemeente Westland. Een klein stuk aan de oostkant bevindt zich in de gemeente Midden-Delfland. Conform de vigerende bestemmingsplannen geldt voor een gedeelte van het plangebied een dubbelbestemming archeologie. Voor dat gedeelte geldt dat bij bodemingrepen van 100 m2 of meer die de bodem dieper dan 40 cm beneden maaiveld zullen verstoren, archeologisch onderzoek verplicht is. Met dit aspect dient dan ook voorafgaand aan eventuele bodemverstorende werkzaamheden rekening te worden gehouden. Middels dit bureauonderzoek zal worden onderzocht of verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is of dat met deze onderzoeken het aspect archeologie voldoende is onderzocht.
Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek, dat onderdeel is van de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de Wabo procedure (omgevingsvergunning), is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.
Blad 3 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
2
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarvoor de ruimtelijke procedure wordt gevoerd waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Het plangebied betreft de N211 (Wippolderlaan) tussen de Middenzwet in Wateringen (gemeente Westland) in het zuidwesten, de Middenweg (gemeente Westland) in het noordwesten en de aansluiting met de rijksweg A4 in Den Hoorn (gemeente Midden-Delfland) in het oosten (zie afbeelding 1). Om de doorstroming te verbeteren zal de weg met een rijstrook worden uitgebreid en zullen de kruisingen ongelijkvloers worden gemaakt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie wordt ingewonnen voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting en is groter dan het plangebied zelf. In dit geval wordt een straal van circa 500 m aan weerszijden van het tracé gehanteerd. Dit wordt voldoende geacht om relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Dit omdat dit onderzoeksgebied een vergelijkbare situatie kent als het plangebied met betrekking tot de hoogteligging, geomorfologie en historische situatie. 79000
7920C
79000
79200
79400
75600
79600
79800
80200
80200
80100
8-9800
81000
81200
81400
81600
81000
81200
81400
81600
Afbeelding 2. De omtrek van het plangebied (rood omlijnd) met daarbinnen het wegontwerp van de N211 (in groen) op een recente luchtfoto.
Blad 4 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
2.2
antea'group
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik als weg, groenstrook en sloot. Consequenties toekomstig gebruik Om de doorstroming te verbeteren zal de weg met een rijstrook worden uitgebreid en daarnaast zullen de kruisingen ongelijkvloers worden gemaakt. Ook zal er een benzinestation worden geamoveerd. Na realisatie bestaat de noordzijde van de N211 uit drie rijstroken en de zuidzijde uit drie doorgaande rijstroken en een in- en uitvoegercombinatie. De voorgenomen werkzaamheden brengen bodemverstoringen met zich mee. Het gaat om de volgende bodemingrepen: ^ Voor de verbreding van de weg wordt aan beide zijden van de weg (over een breedte van 3,5 m) tot 1 m -mv ontgraven. De ontgravingsdiepte voor de verdieping van de weg is gemiddeld 2,35 m -mv. Daar komt nog een constructiedikte van 1 m en een grondverbetering van 1 m bij. Dit betekent dat voor de onderdoorgang gemiddeld 4,35 m -mv moet worden ontgraven. Er wordt tot maximaal 6,50 m -mv ontgraven. De onderdoorgang komt ter plaatse van de kruising van de Veilingroute (N222) en de Wippolderlaan (N211). Aan beide zijden van de onderdoorgang wordt maaiveld weer bereikt op ongeveer 300 meter vanaf het midden van de onderdoorgang. Totaal wordt er ca. 41.000 m3 ontgraven t.b.v. de onderdoorgang. ^ Ter plaatse van de bestaande watergangen bedraagt de ontgravingsdiepte maximaal 2 m -mv.
^ Ter plaatse van het huidige benzineverkooppunt wordt eventueel een wadi aangebracht. Dit is nog helemaal niet zeker, maar dit zou dus eventueel voor de gehele locatie van de verzorgingsplaats ongeveer 1 m -mv ontgraving betekenen.
2.3
Archeologisch beleid Het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan Harnaschpolder Noord uit 2016. Voor dit gedeelte van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3. Daarbij is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen van 100 m2 of meer die de bodem dieper dan 0,4 m -mv zullen verstoren. Voor het gedeelte van het plangebied binnen de grenzen van de gemeente Westland zijn drie bestemmingsplannen relevant. Het gedeelte van het plangebied ten westen van de Veilingroute valt binnen de contouren van het bestemmingsplan Glastuingebied Westland uit 2012. Voor zover het plangebied hierbinnen valt, geldt er een dubbelbestemming Waarde - Archeologie (specifieke vorm van waarde - 1). Hiervoor geldt enkel een meldingsplicht voor werkzaamheden. De strook aan de zuidkant van de Wippolderlaan valt onder het bestemmingsplan Zwethstrook uit 2010. Hierbinnen geldt geen dubbelbestemming archeologie. Het overige gedeelte van het plangebied binnen de grenzen van de gemeente Westland is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Wateringen uit 2013. Voor dat gedeelte van het plangebied geldt geen dubbelbestemming archeologie.
Blad 5 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Voor een heel klein gedeelte van het plangebied dat binnen de gemeente Den Haag valt, geldt het bestemmingsplan Wateringseveld - Zuid (vastgesteld 17-9-2009). Hierbij is geen dubbelbestemming archeologie van toepassing. Het gebied is daarom niet onderzoeksplichtig. Om die reden is er ook geen contact geweest met het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Den Haag.
2.4
Landschappelijke situatie Geologie1 Voor de algemene ontstaansgeschiedenis van de bodem in de omgeving van het plangebied is onderstaande tekst overgenomen uit de toelichting op de beleidskaart van de gemeente MiddenDelfland en de gemeente Westland2: "Tot circa 9.500 v.Chr. bestond het onderzoeksgebied uit een glooiend dekzandlandschap (Formatie van Kreftenheye). Temperatuurstijgingen aan het einde van het Pleistoceen veroorzaakten een algemene vernatting, waardoor het Basisveen ontstond. Rond 4.000 v.Chr. nam de snelheid van de zeespiegelstijging af. Er ontstonden strandwallen (Laagpakket van Zandvoort (Oude Duin- en Strandzanden)) met lage duinen op de plaats van de kustbarrières (op de lijn Wateringen - Naaldwijk), die de openingen bij de riviermonden grotendeels afsloten. De basis van deze strandwallen ligt op circa 10 tot 12 m -NAP, de bovenkant op 2 tot 3 m -NAP. De kustlijn verschoof geleidelijk westwaarts, waarbij steeds nieuwe strandwallen ontstonden, die van oost naar west jonger worden (de oudere zijn minder compleet bewaard dan de jongere). Op deze strandwallen, die van elkaar werden gescheiden door strandvlaktes, vormden zich her en der lage duintjes. De vorming van strandwallen met duinen is zeer belangrijk geweest voor de bewoningsmogelijkheden in het Westland.
Sporen van de oudste kustlijn zijn sinds de jaren negentig van de 20e eeuw op verschillende plekken in de regio teruggevonden. Deze duintjes behoren tot de Laag van Ypenburg (Oude Duinen) en boden nagenoeg allemaal gunstige bewoningsmogelijkheden tijdens het Midden Neolithicum. Uit de jongere duinfase (Laag van Voorburg) zijn bij Naaldwijk resten bewaard gebleven van een haakwal die zich langs de noordelijke oever van de Maas heeft gevormd. Deze haak- of ook wel strandwal bood gunstige bewoningsmogelijkheden vanaf de Late IJzertijd. Rond 2.000 v.Chr. lag de kustlijn ongeveer op de lijn Loosduinen - Monster. De strand- en duinafzettingen zijn tegenwoordig vrijwel overal bedekt door recentere afzettingen. Door de vorming van de strandwallen ontstond een lagunair gebied dat geleidelijk dichtslibde en verzoette. Door inbraken vanuit zee, bijvoorbeeld via de Maas, overstroomde geregeld delen van het landschap achter de duinen. Het landschap werd ook aangetast door erosie van de Maas en de daarin uitkomende zijrivieren. Deze rivieren schuurden uit tot eb- en vloedkreken, waarlangs oeverwallen ontstonden. Buiten deze rivieren werden kleidekken afgezet (Laagpakket van Wormer (afzetting van Calais)). In perioden waarin de zee het land minder vaak overstroomde, begroeide het oppervlak met riet, zeggen en broekbossen. Op de droge oeverwallen langs de geulen ontstonden moerasbossen.
1 Op verzoek van de gemeente Westland is in dit rapport de nieuwe terminologie gebruikt. De oude code is tussen haakjes achter de oude code weergegeven bij de eerste vermelding om aansluiting te houden bij het beleidsdocument van de gemeente Midden-Delfland. 2 Kerkhof et al. 2010, Kerkhof et al. 2011-2012.
Blad 6 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Vanaf circa 3.200 v.Chr. vond grootschalige veengroei plaats in het gebied (Hollandveen Laagpakket (Hollandveen)). De basis van deze laag ligt op circa 5,5 m -NAP. Het grootste deel van dit veengebied is later bedekt geraakt of geërodeerd als gevolg van het ontstaan van latere afzettingen. In de droogmakerijen (zoals de Wateringveldsepolder) lag dit veen aanvankelijk aan het oppervlak, maar is het afgegraven. Na eeuwen van ongestoorde veengroei nam rond 1500 v.Chr. de invloed van de zee opnieuw toe. Hierdoor sedimenteerden in de omgeving van het plangebied de dekafzettingen van de Hoekpolder Laag. Ten zuiden van het plangebied ontstond een uitgebreid krekensysteem, dat later verlandde, en zo de geulafzettingen van de Hoekpolder Laag vormde. In die delen van het onderzoeksgebied waar geen kleiafzettingen ontstonden, bleef het Hollandveen Laagpakket aan het oppervlak liggen. Na 1000 v.Chr. nam de zee-invloed in het gebied af, waardoor het Hollandveen weer kon groeien op de Afzettingen van de Hoekpolder Laag (afzettingen van Duinkerke 0). Rond 300 v.Chr. kon er bewoning plaatsvinden in het uitgestrekte veengebied dat zich had ontwikkeld op de dek- en geulafzettingen van de Hoekpolder Laag. Geschikte woonlocaties waren vooral gebonden aan het voorkomen van watervoerende riviertjes die het veengebied doorsneden.
Als gevolg van processen van erosie zullen de resten van dergelijke nederzettingen die niet bedekt zijn geraakt door latere kleisedimenten, zijn verdwenen. Rond 500 v.Chr. vonden nieuwe zee-inbraken in het onderzoeksgebied plaats. Als gevolg hiervan ontstond, ook ter hoogte van het plangebied, de Gantel Laag (afzettingen van Duinkerke I). Als gevolg van de toegenomen zee-invloed werd het uitgestrekte veengebied aanvankelijk beter ontwaterd. Tijdens de late ijzertijd zullen locaties nabij deze watervoerende geulen dan ook aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Rond 100 na Chr. waren deze geulen verland, waardoor ze relatief hoog lagen en tijdens de Romeinse tijd aantrekkelijk waren voor bewoning. Eventuele archeologische resten uit deze periode zullen voornamelijk bewaard zijn gebleven op de kleiafzettingen, omdat de resten in het veen als gevolg van latere erosieprocessen zijn verdwenen. Rond de 3e eeuw na Chr. trad weer vernatting op in de omgeving van het plangebied, waardoor het Hollandveen ging groeien en het gebied nagenoeg onbewoonbaar werd. Pas in de 10e eeuw werden de lokale omstandigheden droger, waardoor het Hollandveen stopte met groeien, het veengebied beter toegankelijk werd en kon worden ontgonnen. Rond 950 na Chr. werden dergelijk ontginningen uitgevoerd met behulp van bestaande en gegraven waterlopen. Men woonde in de nabijheid van deze sloten en riviertjes.
De huizen werden gebouwd op kunstmatige woonplatforms (terpen), zodat men droog kon wonen. Waar het veen werd ontgonnen begon het te oxideren en kwamen de oudere kleiafzettingen weer aan het oppervlak te liggen. Hierdoor nam de geologische situatie weer steeds meer haar oude vorm aan. Rond 1100 na Chr. woonde men in het veengebied nog steeds nabij watervoerende geulen op terpen. In de kleigebieden woonde men vooral in de overgangszones tussen veen en klei, op de dekafzettingen van de Gantel Laag. In het tweede kwart van de 12e eeuw na Chr. vonden nieuwe overstromingen plaats, waarbij de Laag van Poeldijk werd gevormd. Dit had veel invloed op de lokale infrastructuur en het bewoningpatroon. Om verdere overstromingen tegen te gaan bouwde de inwoners van het onderzoeksgebied dijken. Onder andere hierdoor werd men steeds minder afhankelijk van de lokale geologische omstandigheden. Het bewoningpatroon raakte daardoor steeds meer gebonden aan de infrastructuur."
Blad 7 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bovenstaande schetst de gehele geologische geschiedenis van het plangebied. De verschillende geologische afzettingen die na elkaar zijn ontstaan hadden een conserverende of juist erosieve invloed op hun voorgangers. Hierdoor zijn de verschillende geologische situaties uit het verleden in meerdere of mindere mate bewaard gebleven in de ondergrond. Er is daarom sprake van een gestapeld landschap. Ter hoogte van het plangebied is er sprake van een (al dan niet afgegraven) Hollandveenpakket. In de 19e eeuw werd ten behoeve van de turfwinning een deel van het veengebied afgegraven, waardoor de afzettingen van het Laagpakket van Wormer weer boven kwamen te liggen. Deze afzettingen zijn ontstaan rond 4000 v. Chr., toen het in de 5000 jaren ervoor gegroeide basisveen werd weggeslagen door de grote invloed van de zee. In het algemeen waren deze gebieden in die periode vaak te nat voor bewoning en de bewoning vond daarom voornamelijk plaats op de overgangen van nat naar droog. In het West-Nederlandse kustgebied waren de relatief hoge duinen en strandwallen favoriet. Bovenstaande blijkt ook uit boringen die nabij het plangebied gezet zijn.
In sommige boringen is nog een dunne laag Hollandveen aangetroffen (tot 0,7A,2 m -mv), met daaronder het Laagpakket van Wormer (klei; tot 4^5 m -mv).3 Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart (afbeelding 3) is het grootste gedeelte van het plangebied gelegen in een vlakte van getijafzettingen. Dit is het laagpakket van Wormer dat als gevolg van turfwinning boven kwam te liggen. Ter hoogte van de kruising met de Veilingroute en op de grens van de gemeentes Westland en Midden-Delfland is het plangebied gelegen ter hoogte van een (voormalige) storthoop of opgespoten terrein. Deze lagen zijn ontstaan door menselijk handelen om het gebied bewoonbaar te maken. De uiterst oostelijke punt van het plangebied is gelegen ter hoogte van een ontgonnen veenvlakte. Dit houdt verband met het Hollandveenpakket dat op enkele locaties deels maar niet geheel is afgegraven. Voor de relevantie voor de archeologie wordt verwezen naar tabel 1. Op het AHN (afbeelding 4) is de verhoging ter hoogte van het oostelijk deel van het plangebied ook duidelijk te zien. Verder blijkt hieruit dat het plangebied in een laaggelegen gebied ligt ten opzichte van de omgeving. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een nog lagergelegen gebied, dat vermoedelijk is afgegraven.
3
www.dinoloket.nl, B37E2945, B37E2949, B37E2959.
Blad 8 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
SäRS* Ņ'į-ľvţMJļ/
Legenda , , . , , , ________ kustdumen met bijbehorende [ | vlakten en laagten
getij-kreekbedding, zee-erosiegeul
I--------------ļ vlakte ontstaan door afgraving I--------------1 en/of egalisatie vanduinen of
vlakte van getij-afzettingen
strandwallen
vakte van getij-riviermondafzettingen
'------------- ingesloten strandvlakte |________ strandwal |
strandwalrest-dijk
200
400
600
800
1000 m
| getij-inversierug ĵ plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland
Afbeelding 3. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).
Blad 9 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
•Handen
Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer).
Bodem en grondwater De bodemkaart voor het plangebied laat een gevarieerd landschap zien (afbeelding 5). Van west naar oost komen de volgende bodemsoorten voor: tochteerdgronden, poldervaaggronden en leekVwoudeerdgronden (beide heldergroen), een ophoging en waardveengronden. De tochteerdgronden, poldervaaggronden en de leekVwoudeerdgronden zijn allen zeekleigronden die voorkomen in de vlakte van getijafzettingen/laag van Wormer. De waardveengronden zijn veengronden die onderdeel uit maken van het hollandveen laagpakket. In geen van deze bodemtypes (behalve natuurlijk de locatie die is aangemerkt als ophoging) is sprake van een dik ophogingspakket. Voor de relevantie voor de archeologie wordt verwezen naar tabel 1. De grondwatertrap ligt tussen II en V (afbeelding 6). Bij grondwatertrap II ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) minder dan 40 cm beneden maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) tussen de 50 en 80 cm beneden maaiveld. Bij grondwatertrap V ligt de GHG ook minder dan 40 cm beneden maaiveld en de GLG dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Bij een continue hoge grondwaterstand blijven organische resten doorgaans goed bewaard, terwijl bij een wisselende grondwaterstand resten snel vergaan.
Blad 10 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Legenda kalkarme poldervaaggronden; klei
| tochteerdgronden; klei
kalkarme poldervaaggronden; klei
waardveengronden op zeggeveen, rietzeggeveen of (mesotroof) broekveen
kalkarme drechtvaaggronden; zware klei
| bebouwing
tochteerdgronden/kalkrijke leek'/woudeerdgronden; klei
opgehoogd of opgespoten 1:20.000
Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).
Blad 11 vai 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Legenda | Grondwatertrap
Ml* H -.40 L «50 Mū* H «40 L 50-80 H Ila ^ H «25 L 50-80 H
s H 25-40 L 50-80
« ĩlb - H 25-40 L 50-80 « Hl s H «40 L 80-120
m Iūa = H «25 L 80-120 rn m* : H 25-40 L 80-120 M Qlb - H 25-40 L 80-120 IV s
H»40L 80-120
IVc
H 80-120 L 80-120
IVu ~ H 40-80 L 80-120
m V = H «40 L ?-120 u bV s H «40 L »120 buitendijks m sV - H «40 L »120 schijnspiegels » Va - H «25 L >120
u bVa s H «25 L »120 buitendijks H sVa = H «25 L ï»120 schijnspiegels B V* s H 25-40 L »120
m Vb = H 25-40 L »120 U bVb s H 25-40 L »120 buitendijks m sVb » H 25-40 L :*120 schijnspiegels VI = H 40-80 L ;*120 bVl * H 40-80 L >120 buitendijks 5^=11 40-80 L »120 schijnspiegels VU = H 80-140 L »120 bVH» H 80-140 L »120 buitendijks sVU - H 80-140 L >120 schijnspiegels
U VU* * H »140 L »160 U VIL - H >140 L >160
1200 1500 m
Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de grondwatertrappenkaart.
Hieronder is voor de overzichtelijkheid de landschappelijke situatie uit de voorgaande paragrafen samengevat en aangevuld met de archeologische verwachting. Geologie Laagpakket van Wormer
Geomorfologie Vlakte van getijafzettingen
Hollandveen laagpakket
Storthoop of opgespoten terrein (ophoging niet natuurlijk) Ontgonnen veenvlakte
Bodem Tochteerdgronden, poldervaaggronden en leek/woudeerdgronden Ophoging (niet natuurlijk)
Grondwatertrap II (bij poldervaaggronden) -V
Archeologie Laat-neolithicum /bronstijd (circa 4-5 m -mv)4
II
n.v.t.
Waardveengronden
II
IJzertijd Z Romeinse tijd (direct onder de bouwvoor, indien veraard veen nog aanwezig is)5
Tabel 1. Landschappelijke situatie en archeologisch implicaties.
4 www.dinoloket.nl. 5 www.dinoloket.nl.
Blad 12 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
2.5
antea'group
Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Een uitgebreide beschrijving van de bewoningsgeschiedenis van de gemeentes waarin het plangebied is gelegen, is te vinden in de toelichting op de beleidskaart van de gemeente MiddenDelfland en die van de gemeente Westland.6 In deze paragraaf zal alleen de relevante historische situatie van het plangebied worden beschreven. Op de kaart van Kruikius uit 1712 (afbeelding 7) zijn in/nabij het plangebied twee molens ingetekend, namelijk de Oud Wateringer Velt-Molen en de Nieuw Wateringer Velt-Molen. Verder is op de kaart de Zwet te zien. Deze situatie blijft vrijwel ongewijzigd op de kadastrale minuut 1811-1832 (afbeelding 8). Ook daarop zijn de molens en de Zweth te zien. Verder is er alleen sprake van perceelsgrenzen en enkele gebouwen langs de Zweth. Op de kaart die in Hisgis is opgenomen, die hierop gebaseerd is, is ook bebouwing weergegeven ter hoogte van de tunnelbak (afbeelding 9). Het gaat om drie huizen en erven van veenbazen.
rw
vv *
i
400
608,,-
800
Rass
Afbeelding 7. Het plangebied op de kaart van Kruikius (kaartblad Wateringen en Delft) uit 1712 (bron: www.tudelft.nl). In groen de locatie van de oude (links) en nieuwe Wateringer Velt Molen (rechts).
6 Kerkhof et. al 2010 & Kerkhof 2012.
Blad 13 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Afbeelding 8. Globale weergave van het plangebied (rode lijn) op de kadastrale minuut uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). In groen de locatie van de oude (links) en nieuwe Wateringer Velt Molen (rechts).
400
500
O
Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rode lijnen) op de kadastrale minuut uit 1832 (bron: hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland). Hierop is bebouwing te zien die op de originele kaarten minder goed zichtbaar is.
Blad 14 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Op de topografische kaart uit 1900 is de situatie veelal ongewijzigd (afbeelding 10). Op de topografische kaart uit 1990 verschijnt voor het eerst de N211 als stippellijn. De wijk ten noordoosten van de weg is dan nog in aanbouw. Daarvoor bestond het landschap waar het plangebied in is gelegen uit een polderlandschap, verdeeld in een strokenverkaveling, bedoeld voor agrarische doeleinden. Dit is pas veranderd toen de wijk ten noordoosten van de weg werd gerealiseerd. Hierdoor is de percelering, en daarmee dus het polderlandschap aan het maaiveld, nu geheel verdwenen. Ter hoogte van de huidige bocht in de N211 direct ten noorden van de Zweth was vanaf 1934 1939 sprake van een stoomgemaal. Dit is later vervangen door een motorgemaal ten zuiden van de Zweth, dat in elk geval tot 1960 nog op de kaarten is weergegeven.
Aİ\ O
mms*
Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (rood omlijnd i op de topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl).
Mogelijke verstoringen Er zijn twee historische bodemingrepen bekend. Het is niet bekend wat de omvang en de diepte van deze verstoringen is geweest. De eerste bekende verstoring betreft de verstoring door de droogmakerij. Door het afgraven van het veen zijn mogelijke archeologische vindplaatsen aan de onderzijde van het veen verdwenen en zijn mogelijke vindplaatsen in de top van de onderliggende laag (laagpakket van Wormer) verstoord. Op grotere diepte zijn mogelijk nog wel oudere vindplaatsen intact. In het archeologisch beleid van de gemeente Westland wordt hier ook naar verwezen (zie paragraaf 4.1). De tweede bekende verstoring betreft de aanleg van de huidige N211. Deze zal gepaard zijn gegaan met de nodige bodemverstorende werkzaamheden.
Blad 15 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
3
Bekende waarden
3.1
Archeologische waarden Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Ter hoogte van het plangebied is geen sprake van een geregistreerd AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied daarentegen zijn 2 terreinen van zeer hoge archeologische waarde gesitueerd met daarin vindplaatsen uit het neolithicum, Romeinse tijd en late middeleeuwen. De gegevens over deze AMK-terreinen staan weergegeven in tabel 2. AMK-terrein 16190/16452 betreft een terrein met sporen uit het neolithicum en de Romeinse tijd. Het andere AMK-terrein betreft een terrein met sporen van een laatmiddeleeuwse huisterp, waarbij aardewerk en botresten zijn aangetroffen. AMKnr
Waarde
Complex
Van
Tot Middeleeuwen laat: 1050 1500 nC
16189 zeer hoge archeologische waarde
Huisterp
Middeleeuwen laat: 1050 1500 nC
16190/ zeer hoge archeologische 16452 waarde
Nederzetting, onbepaald
Neolithicum: 5300 - 2000 vC Neolithicum: 5300 - 2000 vC
16190/ zeer hoge archeologische 16452 waarde
Nederzetting, onbepaald
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
16190/ zeer hoge archeologische 16452 waarde
Percelering/verkaveling Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Tabel 2. AMK-terreinen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).7
Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Binnen het onderzoeksgebied zijn 18 waarnemingen gedaan, waarvan waarnemingen 13287, 13370, 21908, 24704, 29746 en 59653 het dichtst bij het tracé zijn gelegen. Deze dateren uit verschillende periodes en laten dan ook de grote verscheidenheid zien aan periodes waarvan complexen in de omgeving van het plangebied worden aangetroffen. Net als bij de AMKterreinen geven deze een indicatie van het archeologisch potentieel van het plangebied en zijn meegenomen in het opstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Zaakid
Archis2
Complex
Begin
Eind
2760572100
12599 Nederzetting, onbepaald
Romeinse tijd midden: 70 - 270 nC
Romeinse tijd midden: 70 - 270 nC
3087650100
13287 Huisterp
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC Bronstijd: 2000 - 800 vC
2765335100
13370 Huisterp7 8
Neolithicum: 5300 - 2000 vC
2008754100
21908 Huisterp
Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC
2008754100
21908 Onbekend
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
2834752100
24704 Huisterp
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC
7 Conform de vigerende KNA worden alle AMK-terreinen, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen het onderzoeksgebied weergegeven. In de tekst wordt alleen ingegaan op de relevant meldingen voor het onderhavige onderzoek. 8 In de beoordeling door de Provincie Zuid-Holland is aangegeven dat dit complex-type voor deze periode zeer onwaarschijnlijk is. Deze gegevens zijn echter direct overgenomen uit Archis en kunnen daarom niet worden gewijzigd.
Blad 16 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
Zaakid
Archis2
antea'group
Complex
Begin
Eind
2865898100
29746 Onbekend
Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC
Nieuwe tijd B: 1650 - 1850 nC
2877537100
31574 Huisterp
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
2877537100
31574 Onbekend
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
2884373100
32692 Nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
3184250100
57224 Huisplaats, onverhoogd
Romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
3062815100
59653 Onbekend
IJzertijd: 800 - 12 vC
IJzertijd: 800 - 12 vC
2077775100 407266 Nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC
Romeinse tijd vroeg: 12 - 70 nC
2039267100 407268 Nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC
2090094100 412397 Huisterp
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Nieuwe tijd: 1500 - heden
2348306100 441531 Nederzetting, onbepaald
Romeinse tijd vroeg: 12 - 70 nC
Romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC
2359314100 443075 Nederzetting, onbepaald
IJzertijd laat: 250 - 12 vC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
2359314100 443075 Percelering/verkaveling Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
4027388100
Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC
Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC
2763748100
- Onbekend 13104 Huisterp
2066880100 400694 Onbekend
IJzertijd
Nieuwe tijd laat
3051020100
Paleolithicum
Nieuwe tijd laat
55262 Onbekend
Tabel 3. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS)
Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Binnen het plangebied en in de directe omgeving ervan is een groot aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie tabel 4). De voor het plangebied belangrijkste onderzoeken worden hieronder kort beschreven. Deze onderzoeken geven een indicatie van de onderzoeksgeschiedenis van het plangebied en of de waarnemingen en de archeologische monumenten die in de omgeving van het plangebied voorkomen ook daadwerkelijk in het plangebied kunnen worden (of al zijn) aangetroffen. Onderzoeksmelding 2042328100 is vanaf 1992 uitgevoerd door RAAP ten behoeve van de aanleg van de N211. Het onderzoek is begonnen als een booronderzoek, maar werd gevolgd door proefsleuvenonderzoek en opgraving van diverse vindplaatsen, waarbij bewoningssporen uit diverse periodes zijn aangetroffen.9 Binnen het plangebied is volgens het rapport ook een aantal vindplaatsen aangetroffen (WA-15 t/m WA-21). Het gaat hierbij om opgeboorde verhoogde kavels die waarschijnlijk verband houden met kleine woonterpjes uit de 18719e eeuw (WA-16, WA-20, WA-21), waarvoor vervolgonderzoek werd geadviseerd. WA-17 en WA-19 houden verband met de hiervoor kort genoemde aanwezige molens nabij het plangebied.
Hiervoor werd geen vervolgonderzoek aanbevolen.10 Onderzoeksmelding 2158678100 betreft een bureauonderzoek dat in 2006 is uitgevoerd door RAAP ter hoogte van de bocht in de N211 ter hoogte van de Laan van Wateringseveld.
9 Kolen en Bosman 1993. 10 Nadere informatie is uit Archis niet te herleiden.
Blad 17 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Onderzoeksmelding 2276776100 betreft een bureau- en booronderzoek dat in 2012 is uitgevoerd door de Gemeente Delft voor de aanleg van een 380 kV leiding die op het grondgebied van de gemeente Midden-Delfland kruist met het onderhavige wegtracé. In afbeelding 11 staan de locaties van de masten (boringen) weergegeven. Mastlocatie M2 staat direct ten zuiden van de N211 en nog binnen de grenzen van het plangebied en de boring ter hoogte van die mast stuitte op 2 m beneden maaiveld op een ondoordringbare grindlaag, en daarboven was sprake van een pakket geroerde grond. Daaruit en uit 7 andere boringen die nabij de A4 en die binnen 1 km van het plangebied zijn gezet blijkt dat de aanleg van de A4 voor een bodemverstoring tot 70-210 cm beneden maaiveld heeft gezorgd.11
Legenda
19: gcu lafiťltinpen
Afbeelding 11. Mastlocaties uit onderzoek 2276776100 (Backx et al. 2012).
Onderzoeksmelding 2360204100 betreft het bureauonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de archeologische beleidskaart van Westland, 2264300100 dat ten behoeve van de beleidskaart van Midden-Delfland. Onderzoeksmelding 3987107100 betreft een bureauonderzoek over een groot gebied dat deels overlapt met onderhavig plangebied. Uit deze studie komt naar voren dat er binnen dit gebied een bodemsanering heeft plaatsgevonden (afbeelding 12). Het terrein aan de Zwethkade-Noord is alleen afgegraven over een smalle strook in het zuidoostelijke deel van dat terrein. Dit deel ligt waarschijnlijk net naast het huidige plangebied en vormt dus geen reden om aan te nemen dat de bodemopbouw binnen het plangebied verstoord is.12
11 Backx et al. 2012, vriendelijke mededeling van GdeBruijn@middendelfland.nl d.d. 2 juni 2016. 12 Koeman, 2016.
Blad 18 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
81.000
82.000
Legenda ~| Tracé Wateringen |
0 | Transformatorstation
E2 80 000
100 200
400 m
Zoekgebied transformatorstation Bodemsanering
81.000
82.000
Afbeelding 12. Terreinen waar bodemsaneringen hebben plaatsgevonden (bron: Koeman, 2016).
Blad 19 van 28
447.000
448.000
80.000
antea'group
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
Zaakid
OMnr
antea'group
Uitvoerder
Type onderzoek
2015282100
3823 RAAP Archeologisch Adviesbureau
Archeologisch: (veld)kartering
1987
2025294100
3927 Gemeente Schipluiden
Archeologisch: proefputten/proefsleuven
2003
2038092100
4480 Afdeling Archeologie, Dienst Stadsbeheer, Gemeente Archeologisch: begeleiding Den Haag
2003
2042328100
5406 RAAP Archeologisch Adviesbureau
Archeologisch: booronderzoek
1992
2092670100
5799 Gemeente Delft
Archeologisch: (veld)kartering
2002
2092670100
5799 Gemeente Delft
Archeologisch: booronderzoek
2002
2092670100
5799 Gemeente Delft
Archeologisch: proefputten/proefsleuven
2002
2052712100
7484 Gemeente Delft
Archeologisch: booronderzoek
2004
2090094100
9549 Gemeente Rijswijk, Sectie Archeologie
Archeologisch: begeleiding
2005
2090094100
9549 Gemeente Rijswijk, Sectie Archeologie
Archeologisch: proefputten/proefsleuven
2005
2030137100 10151 RAAP Archeologisch Adviesbureau
Archeologisch: booronderzoek
1996
2033483100 11275 Gemeente Rijswijk, Sectie Archeologie
Archeologisch: booronderzoek
1905
2071423100 12912 Gemeente Rijswijk, Sectie Archeologie
Archeologisch: booronderzoek
2005
2158678100 22928 RAAP Archeologisch Adviesbureau
Archeologisch: bureauonderzoek
2007
2189766100 27395 Vestigia BV
Archeologisch: booronderzoek
2008
2276776100 39615 Gemeente Delft
Archeologisch: booronderzoek
2012
2348306100 49281 BAAC BV
Archeologisch: booronderzoek
2011
2359314100 50737 BAAC BV
Archeologisch: proefputten/proefsleuven
2012
2360204100 50851 Gemeente Delft
Archeologisch: bureauonderzoek
2012
2432879100 60211 Archeopro
Archeologisch: booronderzoek
2013
2063242100
9447 Gemeente Delft
Archeologisch: bureauonderzoek
2005
2045844100
6010 Vestigia BV
Archeologisch: bureauonderzoek
2003
2022094100
2090 particulier
Verwervingswijze niet te bepalen
9999
2008754100
1500 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Archeologisch: opgraving
1989
2264300100 37879 Gemeente Delft
Archeologisch: verwachtingskaart
2009
2087673100
Archeologisch: booronderzoek
2004
7805 Vestigia BV
3987107100
- Archeodienst Gelderland BV
Archeologisch: bureauonderzoek
2016
3997110100
- Archeodienst Gelderland BV
Archeologisch: bureauonderzoek
2016
Tabel 4. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).
3.2
Jaar uitvoering
Ondergrondse bouwhistorische waarden In de atlas leefomgeving13 zijn geen ondergrondse bouwhistorische waarden gekarteerd ter hoogte van het plangebied.
13
www.atlasleefomgeving.nl.
Blad 20 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
4
Archeologische verwachting
4.1
Bestaande verwachtingskaarten In het bespreken van de bestaande archeologische verwachtingskaarten zoomen wij in van het grote naar het kleine schaalniveau. IKAW De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed opgestelde kaart waarop aan de hand van eerder gedane archeologische waarnemingen en de bodemkundige gegevens is aangegeven wat de kans is in een bepaald gebied archeologie aan te treffen: laag, middelhoog of hoog. Zoals de naam al aangeeft gaat het hier - vanwege schaal en extrapolatie - slechts om een ruwe indicatie. Op de IKAW kent het grootste gedeelte van het plangebied geen verwachting. Alleen het gedeelte ten zuiden van de Zweth heeft een middelhoge archeologische verwachting. Omdat beide gemeente een eigen verwachtingskaart en beleidskaart hebben is de verwachting uit de IKAW echter niet richtinggevend. Provinciale verwachtingskaart Op de cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland bevindt zich ten oosten van het plangebied de molenbiotoop van de Schaapweimolen. Daarnaast geeft het voor de zuidkant van de Zweth een hoge kans op archeologische sporen aan. Voor de noordkant geldt een lage kans. De twee molens die op de historische kaarten zijn aangegeven, zijn niet in de cultuurhistorische atlas opgenomen.
Gemeentelijke verwachtingskaart Op de beleidskaart van de gemeente Westland (afbeelding 13) is het plangebied gelegen in verwachtingszone IV. Hiervoor gelden geen archeologische voorwaarden vanwege de zeer lage archeologische verwachting. Het gebied waarin het plangebied was gelegen was namelijk een droogmakerij. De oorspronkelijk aanwezige afzettingen van het Hollandveen Laagpakket zijn afgegraven. Eventuele vindplaatsen die zich in en op dit veen bevonden zijn daardoor verdwenen. Er worden soms nog wel toevalvondsten gedaan. Dit vondstmateriaal is echter secundair terecht gekomen op de kleiafzettingen onder het veen en bevindt zich dus niet in situ. Daarom is het niet zinvol om hier een archeologisch onderzoek uit te voeren. De meldingsplicht van eventuele toevalsvondsten die tijdens de werkzaamheden worden gedaan blijft echter wel van kracht. 9!ŭ*2Sİ Legenda Rijksmonument: monumentenvergunning via RCE I Bekende archeologische vindplaats: vrijstelling tot 0 m2 ã 30 Historische stads- of dorpskern: vrijstelling tot 50 m2 Ă 30 cm -mv
ľ
verwachtingszone I: vrijstelling tot 100 m2 * 50 cm -mv
ifšfSÉ
verwachtingszone II: vrijstelling tot 250 m2 Ä 50 cm -mv
HHí
verwachtingszone III: vrijstelling tot 500 m2 s 50 cm -mv H Verwachtingszone IV: geen voorwaarden
Afbeelding 13. De locatie van het plangebied (globaal, in rood) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Westland (bron: archeologie-delft.nl).
Blad 21 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
De beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland (afbeelding 11) is gebaseerd op vijf periodespecifieke verwachtingskaarten. Voor de periode vanaf de vroege prehistorie tot en met het begin van de late middeleeuwen geldt voor het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland een lage archeologische verwachting. Voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt voor dat gedeelte een middelhoge archeologische verwachting. Op de beleidskaart is de hoogste verwachting overgenomen en geldt er dus een middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied binnen de gemeente MiddenDelfland. Hierbij geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte van 100 m2 of meer die de bodem dieper dan 40 cm beneden maaiveld zullen verstoren. Legenda
Bekende archeologische vindplaats Beschermd monument van zeer hoge waarde AMK-terrein van zeer hoge waarde AMK-terrein van hoge waarde Beleidsadvieskaart Hoge verwachting:geen vrijstelling Hoge verwachting: maximale verstoringsoppervlakte:50 nr Maximale verstoringsdiepte:0.40 m -MV Middelhoge verwachting: maximale verstoringsoppervlakte:IOO Maximale verstoringsdiepte:0.40 m -MV Middelhoge verwachting: bij geplande verstoringen boven 200 archeologisch veldonderzoek middels proefsleuven Lage verwachting: maximale verstoringsoppervlakte: 200 nv Maximale verstoringsdiepte:0.40 m -MV 2000 I Meter
Afbeelding 14. De locatie van het plangebied (globaal, in rood) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland (bron: archeologie-delft.nl).
Voor de Zwethstrook, het stuk land dat gelegen is tussen de Zweth en de N211 in, geldt dat er daar vanaf 1760 veen is afgegraven. De kans dat er nog archeologische vindplaatsen binnen dat gebied aanwezig zijn, wordt daarom niet aanwezig geacht. Om die reden is er op die strook geen dubbelbestemming van toepassing.14
4.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Westland Voor het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Westland geldt volgens de beleidskaart geen archeologische verwachting. In dit bureauonderzoek is echter informatie aan het licht gekomen waardoor wij moeten afwijken van de verwachting zoals al verwoord in het beleid van de gemeente Westland. Daarom volgt hier een gespecificeerde verwachting. Datering Neolithicum: middelhoge archeologische verwachting op de top van de strandwallen. Voor de overige perioden geldt een lage archeologische verwachting. Nieuwe tijd: middelhoge archeologische verwachting voor de resten van de twee molens die langs de Zweth gestaan hebben.
14 Bestemmingsplan Zwethstrook, 2010.
Blad 22 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Complextype Uit het neolithicum kunnen resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk (en/of periodiek) werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat neolithicum kunnen op de strandwallen of de flanken ervan, resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Uit de nieuwe tijd kunnen resten van de twee molens worden aangetroffen. Omvang Van puntvondsten tot vindplaatsen van enkele vierkante meters, waarbij vindplaatsen zich niet hoeven te beperken tot onderhavig plangebied. Diepteligging Resten uit de prehistorie worden verwacht op de top van het zand, onder het Hollandveen. Resten van de molens kunnen direct onder de moderne bouwvoor worden aangetroffen. Locatie Rondom de kruising van de N222 en de N211, omdat alleen daar diep genoeg gegraven wordt om prehistorische resten tegen te komen. Verder kunnen resten van de molens worden aangetroffen langs de Zweth.
In de rest van het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht. Uiterlijke kenmerken Neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en -bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spieker, opstallen, schuren), greppels, waterputten (met of zonder houten beschoeiingen) en afvalkuilen. Nieuwe tijd: resten van de twee molens. Mogelijke verstoringen De aanleg van de bestaande weg heeft reeds voor verstoringen gezorgd. Ook was er in het verleden sprake van een droogmakerij waarbij het veen (grotendeels) is afgegraven. De daarmee geassocieerde bewoningslagen, die zich in de top van het veen kunnen hebben bevonden, zijn dus niet meer aanwezig. In de onderliggende lagen (vanaf 4 m -mv) zou mogelijk nog wel sprake kunnen zijn van archeologische sporen.
Blad 23 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Midden-Delfland Hieronder volgt de gespecificeerde verwachting voor het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland. Datering Op basis van de archeologische verwachtingskaarten die zijn opgenomen in de toelichting op de beleidsadvieskaart van de gemeente Midden-Delfland, geldt voor de periode neolithicum tot het begin van de late middeleeuwen een lage archeologische verwachting. Voor de periode late middeleeuwen nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Complextype Bewoningssporen en ontginningssporen. Omvang Van puntvondsten tot vindplaatsen van enkele vierkante meters, waarbij vindplaatsen zich niet hoeven te beperken tot onderhavig plangebied. Diepteligging Mogelijk is een gedeelte van het plangebied opgehoogd. De exacte diepte van eventuele archeologische lagen zal alleen middels een booronderzoek kunnen worden aangetoond. Locatie Binnen het gehele deel van het plangebied dat is gelegen binnen de grenzen van de gemeente Midden-Delfland. Vooral op de locaties waar molens hebben gestaan kunnen hiervan nog resten worden aangetroffen. Uiterlijke kenmerken Paalsporen, greppels/sloten, kuilen, resten van de vroegere molens. Mogelijke verstoringen Uit het booronderzoek t.b.v. het 380 kV tracé is gebleken dat de aanleg van de A4 voor een bodemverstoring ter hoogte van het plangebied van minimaal 200 cm -mv heeft gezorgd.
Dit heeft betrekking op het gedeelte van het plangebied dat is gelegen binnen de grenzen van de gemeente Midden-Delfland.
Blad 24 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
5
Conclusies en advies
5.1
Conclusies Geconcludeerd kan worden dat het grootste gedeelte van het plangebied dat is gelegen in de gemeente Westland (het plangebied ten noorden van de Zweth) vrijgesteld is van archeologisch onderzoek en dat er dus ook geen vervolgonderzoek hoeft plaats te vinden. Alleen daar waar de verstoringen dieper dan 4 m -mv reiken (ter plaatse van de onderdoorgang), en op de twee molenlocaties, worden eventueel aanwezige archeologische waarden wel bedreigd. Het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland (het plangebied ten zuiden van de Zweth) kent een middelhoge archeologische verwachting, maar een archeologisch booronderzoek uit 2012 heeft uitgewezen dat de bodem ter hoogte van het plangebied minimaal tot 200 cm -mv is verstoord. De geplande werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de N211 zullen niet dieper reiken dan dat. Voor dit gedeelte van het plangebied is daarom geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.
5.2
(Selectie)advies Voor het merendeel van het plangebied is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Alleen ter plaatse van de tunnel en de molenlocaties worden archeologische resten mogelijk wel bedreigd. De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in rond iedere molenlocatie en ter hoogte van de bekende historische bebouwing aan de zuidwestkant een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Indien hieruit blijkt dat de bodemopbouw niet (diep) verstoord is, is waarschijnlijk een vervolgstap in de vorm van een archeologische begeleiding nodig. Omdat het niet mogelijk is om te boren tot de geplande verstoringsdiepte, adviseren we om ter plaatse van de aan te leggen onderdoorgang een archeologische begeleiding uit te voeren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van resten van historische erven/bebouwing. Voor overige delen van het plangebied adviseren we vrijgave voor het aspect archeologie ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden (afbeelding 15 (indicatieve weergave)).
Blad 25 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
1
|
| Archeologische begeleiding t oarer, derzaek verkor ne-defase
IJ Vrijgave Afbeelding 15. De advieskaart voor het vervolgonderzoek. De advieslocaties zijn hier indicatief aangegeven.
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Oosterhout, september 2020
Blad 26 van 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Literatuur en geraadpleegde bronnen Backx, J.P. & Penning, B. (2012) TennetT380 kV. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek middels grondboringen in het plangebied Randstad 380 kVZuidring. DAR 99. Delft: Erfgoed Delft en Omstreken. Bestemmingsplan Zwethstrook. Bestemmingsplan voor de groenschakel tussen Veilingroute, Wippolderlaan en Zweth, als onderdeel van het project Zwethzone, in de kern Wateringen, 2010. Konijnenburg Groep, Den Haag/Breda/Utrecht/Maastricht. Kerkhof, M. (2012) Toelichting bij de archeologische beleidskaart van de gemeente Westland. Delft: Erfgoed Delft Kerkhof, M., Bult, E.J., Penning, B. (2010) Midden-Delfland. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Delft: Erfgoed Delft. Koeman, S.M., 2016. Archeologisch bureauonderzoek: Net op zee Hollandse Kust zuid, Deel: onshore tracés. Archeodienst Rapport 819. Archeodienst, Zevenaar. Kolen, J.C.A. & Bosman, W. (1993) Wateringen/Naaldwijk, zuidwestelijke randweg Den Haag (S11/N54) en veilingroute (S55); Een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. RAAP-rapport 57. Amsterdam: Stichting RAAP. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Kaarten Bodemkaart van Nederland, 1:50000, STIBOKA, kaartblad Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen Minuutplan ca.
1830 (http://www.watwaswaar.nl) Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Topografisch-militaire kaarten 1879, 1900 ( www.watwaswaar.nl) Internet www.ruimtelijkeplannen.nl zoeken.cultureelerfgoed.nl http://www.middendelfland.nl/monumenten/archeologiebeleid_41613/ https://www.tudelft.nl/library/collecties/kaartenkamer/kaartencollectie/historischekaarten/kruikiuskaart-1712/ www.dinoloket.nl hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland
Blad 27 va 28
Antea Group Archeologie 2016/56 Bureauonderzoek projectnummer 405082.93 9 september 2020 revisie 06 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart 1:25.000 met ligging plangebied (niet op schaal)....... 1 Afbeelding 2. De omtrek van het plangebied (rood omlijnd) met daarbinnen het wegontwerp van de N211 (in groen) op een recente luchtfoto.................................................................................... 4 Afbeelding 3. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: archis.cultureelerfgoed.nl)................................................................................................................. 9 Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer)................................................................ 10 Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: archis.cultureelerfgoed.nl)............................................................................................................... 11 Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de grondwatertrappenkaart.......12 Afbeelding 7. Het plangebied op de kaart van Kruikius (kaartblad Wateringen en Delft) uit 1712 (bron: www.tudelft.nl).
In groen de locatie van de oude (links) en nieuwe Wateringer Velt Molen (rechts)..............................................................................................................................................13 Afbeelding 8. Globale weergave van het plangebied (rode lijn) op de kadastrale minuut uit 1811 1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). In groen de locatie van de oude (links) en nieuwe Wateringer Velt Molen (rechts)....................................................................................................... 14 Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rode lijnen) op de kadastrale minuut uit 1832 (bron: hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland). Hierop is bebouwing te zien die op de originele kaarten minder goed zichtbaar is.................................................................................................................. 14 Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)..............................................................................................................15 Afbeelding 11. Mastlocaties uit onderzoek 2276776100 (Backx et al. 2012)..................................18 Afbeelding 12. Terreinen waar bodemsaneringen hebben plaatsgevonden (bron: Koeman, 2016).
.......................................................................................................................................................... 19 Afbeelding 13. De locatie van het plangebied (globaal, in rood) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Westland (bron: archeologie-delft.nl)................................................................ 21 Afbeelding 14. De locatie van het plangebied (globaal, in rood) op de archeologische beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland (bron: archeologie-delft.nl).................................................... 22 Afbeelding 15. De advieskaart voor het vervolgonderzoek. De advieslocaties zijn hier indicatief aangegeven...................................................................................................................................... 26