7 Natuurtoets (20-0274424)
Tekst van het document
o
antea’group
Natuurtoets N211 Wippolderlaan
projectnummer 0405082.121 definitief revisie 04 21 juli 2020
Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. uitvoeringsprojecten
Understanding today. Improving tomorrow.
antea'group
Natuurtoets N211 Wippolderlaan Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. uitvoeringsprojecten projectnummer 0405082.121 definitief revisie 04 21 juli 2020
Auteurs L. de Jong, MSc.
Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollandplein 1 2596 AW 'S-GRAVENHAGE
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave İ23 juli 2020
beschrijving revisie 04 definitief
goedkeuring J. Verhoeven
vrijgave G. Muijs
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Projectvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 1 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.2.1 2.3.2.2
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Provinciaal beleid Natuurnetwerk Nederland Belangrijke weidevogelgebieden
4 4 6 6 6 6 7
3
Methodiek
8
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
8 8 9 9
4
Resultaten
10
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.1.1
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Belangrijke weidevogelgebieden
10 13 13 14 16 16 16 17
5
Toetsing
18
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2
Effectbepaling project Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Belangrijke weidevogelgebieden
18 18 19 19 20 20 21
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
6
antea'group
Bronnen
22
Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 1: Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
Luchtfoto NL 2018 10
Wàtermgse Veld
i uyder velt
^
Wateringen ^
fe
EAufca but^
Essdlanden
Ŵ’
v 12 Dmi Hjmq Z
Pcuhrij h
oorn
Globale ligging van het projectgebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2019.
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Conclusies en advies Provincie Zuid-Holland is voornemens om de N211 (Wippolderlaan) aan te passen. De N211 is de provinciale weg die de A4 verbindt met (de kust achter) het Westland, de agglomeratie Den Haag en vice versa. Het project kan worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde gebieden In het projectgebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Wel komen ook mogelijk beschermde gebieden (N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het projectgebied. De bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitattypen is beoordeeld (zie Antea Group, 2016). Voor het voornemen is in 2017 een Wnb vergunning verleend. Ten opzichte van het wegontwerp dat destijds aan de Wnb-vergunning ten grondslag heeft gelegen zijn enkele optimalisaties in het ontwerp doorgevoerd. Deze ontwerpoptimalisaties voorzien niet in een andere verkeerskundige werking van de reeds eerder ontworpen en middels Wnb vergunde situatie, en daarmee dus ook niet tot een andere stikstofbijdrage op Natura-2000 gebieden. Zie ook Tabel 01. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
Ja
Effecten?
Ja Nee, een Wnb vergunning is reeds verleend
Nee
Ja
Ja
Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het project uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Nee
Conclusies: Beschermde soorten Uit voorgaand onderzoek en de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Vleermuizen (vliegroutes en foerageergebied); Algemene broedvogels (aangetroffen nestplaats en zeer waarschijnlijk overige nestplaatsen). In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies.
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Vogels: Algemene broedvogels
Vleermuizen: Meervleermuis Ja, de Zweth vormt een essentiële vliegroute. De watergang ten zuiden van de N211 vormt geen essentiële vliegroute
Essentieel leefgebied in projectgebied?
Ja, tijdens het broedseizoen.
Nader onderzoek nodig?
N.v.t
Nee
Is er sprake van een overtreding?
Nee, mits maatregelen worden genomen om verstoren van broedgevallen te voorkomen
Nee, mits verstoring van De Zweth als vliegroute wordt voorkomen
Ontheffing noodzakelijk
Nee
Nee
Vervolgstappen
Nee
Nee
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Provincie Zuid-Holland is voornemens om de N211 (Wippolderlaan) aan te passen. De N211 is de provinciale weg die de A4 verbindt met (de kust achter) het Westland, de agglomeratie Den Haag en vice versa. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven. In Figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het projectgebied. Bron: Provincie Zuid-Holland.
1.2
Projectvoornemen De provincie Zuid-Holland gaat de N211 in de gemeente Westland aanpassen om de toenemende capaciteitsproblemen van en naar de A4, het Westland en Den Haag aan te pakken. Het project N211 Wippolderlaan komt voort uit de MIRT Verkenning Haaglanden. In mei 2012 is bestuurlijk bepaald dat de provincie Zuid-Holland het project gaat realiseren. In 2012 is de provincie Zuid-Holland gestart met de voorbereidingsfase van het project. In deze fase zijn er een aantal varianten ontworpen ten behoeve van het afwegingsproces en het informeren van de omgeving Z omwonenden. Uit deze gesprekken hebben bewoners een aantal varianten voorgedragen en deze zijn meegenomen in het afwegingsproces. Uit het afwegingsproces blijkt dat de "verschoven Haarlemmermeer" en de "geoptimaliseerde Haarlemmermeer" de beste variant is voor respectievelijk de aansluiting Laan van Wateringse Veld en de aansluiting N222 Z Veilingroute - Wateringsveldseweg.
Blad 1 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Het project heeft als doel het uitbreiden van de N211 Wippolderlaan naar 2x3 rijstroken en het realiseren van 2 ongelijkvloerse aansluitingen. De belangrijkste aanpassingen aan de N211 zijn: ^ Een ongelijkvloerse kruising van de N211 met de Wateringveldseweg/Veilingroute; ^ Aan te passen wegvak N222a Veilingroute aansluitend aan de N211c; ^ Een ongelijkvloerse kruising van de N211 met de Laan van Wateringse Veld; ^ Aanpassen van de Laan van Wateringseveld; ^ Aan te passen wegvak Wateringseveld aansluitende aan N211c (gemeentelijk weg); ^ Verbreding van de N211 van 2 x 2 naar 2 x 3 rijstroken; ^ Het amoveren van de verzorgingsplaats (benzineservicestation en fastfoodrestaurant) aan de zuidzijde van de N211; ^ Aanleg nieuwe brug over de Zweth ten behoeve van aan te leggen bypass richting Laan van Wateringse Veld komende vanaf de afrit A4 noordwest van de Harnasch Knoop.
^ Het verleggen van kabels en leidingen (met name de gasleiding en CO2 leiding gesitueerd langs het projectgebied); ^ Het aanpassen van de waterhuishouding en het compenseren van toename verhard oppervlakte; ^ Het herinrichten van de Zwethzone met compensatie van natuur en recreatie welke door capaciteitsuitbreiding van de weg verdwijnt; ^ Het plaatsen (en eventueel te verplaatsen) van geluidsschermen en geluidswallen; ^ Realisatie van de volgende kunstwerken: ^ Verbreding kunstwerk N211c over de Zweth (37E52); ^ Verbreding kunstwerk N211 over de Molensloot (37E53); ^ Nieuw te realiseren bruggen over de molensloot (2) toeritten N211; ^ Nieuw te realiseren brug over de molensloot verbindingsweg; ^ Nieuw te realiseren viaduct verbindingsweg over de N211; ^ Nieuw te realiseren verdiepte ligging N211 t.b.v. passage N211-N222 Veilingroute/Wateringveldseweg. ^ Behoud van het kunstwerk Dorpskade (in beheer bij gemeente Westland); ^ 3 fietsbruggen nabij de Molensloot. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden de bestaande bermen verlegd en worden de watergangen langs de weg verlegd. De aanwezige begroeiing en de aanwezige knotwilgen worden (deels) verwijderd. De bebouwing behorende bij het benzineservicestation wordt gesloopt.
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
Blad 2 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
1.4
antea'group
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 vai 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
2
antea'group
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen vergunningsplichtige bomen worden gekapt in voorliggend projectgebied. De wet geldt niet voor uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.
Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie.
Blad 4 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn.
Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag. In de provincie ZuidHolland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de ondergrondse woelmuis en de tweekleurige bosspitsmuis niet vrijgesteld.
De provincie heeft de vrijstellingslijst van het Rijk beoordeeld of de door het Rijk vrijgestelde soorten in aanmerking komen voor een provinciale vrijstelling. Zo is per soort gekeken naar o.a de verspreiding en talrijkheid van de soort in de provincie Zuid-Holland. Hieruit blijkt dat de soorten ondergrondse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis (en molmuis), niet of nauwelijks voorkomen in Zuid-Holland zodat een provinciale vrijstelling voor die soorten niet opportuun is (Provincie Zuid-Holland, 2016). Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
Blad 5 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000
antea'group
Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Provinciaal beleid
2.3.2.1
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe1. In de Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.5 en Artikel 6.24.
Het 'nee, tenzij'-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zuid-Holland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Zuid-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de projectgrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.
1 Naast 'de route' van de Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een kleinschalig ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het project.
Blad 6 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
2.3.2.2
antea'group
Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelleefgebieden zijn verspreid over de provincie Zuid-Holland gelegen. Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen (Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019). Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in Artikel 1.1 van de Omgevingsverordening een significante fysieke aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013).
Blad 7 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
3
antea'group
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het project; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en 'andere' beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt met het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2014-2019 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd. In 2016 heeft ten behoeve van het voornemen reeds een terreinbezoek plaatsgevonden en is een Natuurtoets opgesteld (Antea Group, 2017). Naar aanleiding van de toets is nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde planten, vissen, vleermuizen en grondgebonden
Blad 8 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
zoogdieren (ECO-Logisch, 2016). De bevindingen van deze onderzoeken zijn meegenomen in voorliggende rapportage.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 7 mei 2019 is vanaf circa 10:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij overwegend bewolkt weer met een temperatuur van circa 11 T. Tijdens het terreinbezoek is het projectgebied te voet belopen en is de watergang aan de zuidzijde bemonsterd met een RAVON visnet.
In verband met een uitbreiding van het projectgebied is aanvullend een terreinbezoek uitgevoerd op 13 november 2019 vanaf circa 10:00 uur door een deskundig ecoloog van Antea Group bij half bewolkt, wisselvallig weer en een temperatuur van circa 8 T. Tijdens het terreinbezoek is het projectgebied te voet belopen.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het project uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 9 vai 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
4
antea'group
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het projectgebied ligt ten noorden en ten zuiden van de N211 te Wateringen en grenst aan de oostzijde aan de A4 en aan de westzijde aan de Shell te Wateringen (gemeente Westland, Provincie Zuid-Holland). Het gebied bestaat grotendeels uit openbaar groen afgewisseld met sloten. Vrijwel in het midden van het projectgebied is een brug over de N211 gevestigd, vanuit hier is het projectgebied deels te overzien. Vanaf de naastgelegen parkeerplaats is de locatie grotendeels te voet toegankelijk. Aanliggend zijn een restaurant en een hoveniersbedrijf gevestigd. De oostzijde van het projectgebied is middels een wandelpad toegankelijk vanaf de hiervoor genoemde parkeerplaats. Langs het wandelpad komen algemene plantensoorten voor, waaronder brandnetels, fluitekruid en boterbloem. Langs het wandelpad ligt een sloot, in de sloot zijn vrijwel geen waterplanten aangetroffen. Langs het wandelpad zijn knotwilgen aanwezig, welke een lijnvormige structuur vormen. Verderop kruist het wandelpad een fietspad en is een fietstunnel langs het kanaal de Zweth aanwezig naar de noordzijde van de N211. Aan deze zijde van de fietstunnel is een bedrijventerrein gevestigd. Langs de rand van het bedrijventerrein loopt het openbaar groen en de watergang door binnen het projectgebied. Het kanaal is voor het overgrote deel voorzien van een steile, verharde oever.
Het uiterst oostelijke deel van het projectgebied is via een fietspad bereikbaar, welke wederom is omgeven door openbaar groen. Het fietspad ligt voor een groot deel parallel aan het kanaal en heeft een afsplitsing naar een erf. De vegetatie bestaat hier plaatselijk uit een smalle bosschage en diverse gecultiveerde planten, echter bestaat de vegetatie grotendeels uit kort gemaaid gras. Het fietspad loopt door nabij de uitrit van de A4. Ten noordoosten van het projectgebied (naast het bedrijventerrein) ligt een hoogspanningsstation. De vegetatie naast het hoogspanningsstation bestaat grotendeels uit kort gemaaid gras. Aan de westzijde van het projectgebied is openbaar groen met een poel aanwezig. deze zijde van het projectgebied wordt in grotere mate voor recreatie gebruikt, in dit deel van het projectgebied zijn diverse fiets- en wandelpaden aanwezig. De poel wordt gebruikt door diverse algemene vogelsoorten. In en drijvend op de poel zijn vrijwel geen waterplanten aangetroffen. Het recreatiegebied wordt begrensd door de kruising N211 - N222. Ten noorden van het projectgebied is een bedrijventerrein gelegen, waar deze grenst aan het projectgebied bestaat de vegetatie uit kort gemaaid gras en een bomenrij. In de bomen zijn geen nesten aangetroffen. Het aangrenzende water heeft verharde oevers.
De grasstrook en het aangrenzende water wordt gebruikt door enkele algemene vogelsoorten, zoals ganzen. Het uiterst westelijke deel van het projectgebied betreft enkele sloten welke met een smalle groenstrook zijn gescheiden van de weg.
Blad 10 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Het water in het projectgebied is aan de west- en oostzijde van de Dorpskade bemonsterd met een Ravon visnet. Tijdens de bemonstering zijn geen soorten aangetroffen. De bodem is slibrijk en het water is troebel. Derhalve kan gesteld worden dat het een voedselrijk water betreft. Gebaseerd op de aangetroffen structuren in het landschap, staan deze waterelementen zeer waarschijnlijk met elkaar in verbinding. De oevers van de aangetroffen wateren zijn grotendeels verhard. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het projectgebied.
,,
.. # Wandelpad met sloot en rij knotwilgen'
Overzicht oostzijde projectgebi
ÉSSf
SÍŵ
~
'fcvľ4āS^íSH Detail knotwili
Wandelpad ' richting De i Zweth '' ' ÜS»1' ' -v' ‘ . .
De Molensloot met fietspad en viaduct
Watergang noordoostzijde
Blad 11 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
;s hoogspa Wl
ergang westzijde en
Recreatiegebied westzijde )rojeċtgebied
H I »
^ĵtļÊT'
sįļ
Vs Bemonstering watergang ten oosten)* van de Dorpskade
bemonstering watergang ten wêštien van de Dorpskade
%'m
Blad 12 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
špfiäi Vegetatie rondom hoogspanningsstation en . De Zweth en naastgelegen fietspad oevers van de Zweth İL\ \ iìŵ
Noordelijke grens projectgebied bedrijventerrein
Figuur 4.1. Impressie van het projectgebied.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde 'andere soorten' uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1.
Blad 13 vai 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een 'X' (NDFF, 2014-2019).__________________________________________________________
Soort
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders
Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Slechtvalk Sperwer Steenuil Eekhoorn Eikelmuis Vleermuizen** Geen waarnemingen Geen waarnemingen
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X
X Grote vos X Insecten - Libellen Gevlekte witsnuitlibel Geen waarnemingen Vissen Geen waarnemingen Planten Geen waarnemingen Overige soortgroepen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. Aangezien het projectgebied een beperkte omvang heeft, grotendeels gecultiveerd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt, het water in het projectgebied niet helder is, vrijwel geen waterplanten bevat en veelal een verharde oever heeft, op basis van eerder onderzoek (niet onder de Wet natuurbescherming beschermde) vissoorten zijn aangetroffen, en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan Wateringen loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: (land/wate^zoogdieren (eekhoorn en eikelmuis), reptielen, amfibieën, vissen, vlinders (grote vos), libellen (gevlekte witsnuitlibel) en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze
Blad 14 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het projectgebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (vleermuizen) en flora. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Deze soorten komen weliswaar voor in het projectgebied (vlakbij het projectgebied is een huismus waargenomen aan de rand van de watergang, een ooievaar is overvliegend waargenomen), echter is van aantasting geen sprake aangezien geen bomen of gebouwen verwijderd welke geschikt zijn als nestplaats voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het projectgebied zijn een torenvalk, een ekster en koolmezen waargenomen. Verwacht wordt dat in de directe omgeving echter voldoende gelijkwaardig habitat aanwezig is. Bovendien worden met het projectvoornemen geen nesten aangetast.
Nabij de begrenzing van het projectgebied is een nestlocatie aanwezig van de boerenzwaluw. Het betreft een nestlocatie van meerdere individuen in de bebouwing nabij Zwetkade Noord 1. Ten behoeve van de werkzaamheden aan de Zweth wordt op circa 20 meter afstand van deze bebouwing gewerkt. Van aantasting van het nest is echter geen sprake. De effectbeoordeling ligt daarom in lijn met de effectbeoordeling van overige (algemene) vogelsoorten, zie hoofdstuk 5. Er zijn ook geen overige categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie en de waterelementen in het projectgebied bieden een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Zo zijn binnen het projectgebied onder andere diverse ganzen en eendensoorten, een fazantenpaartje en meerkoeten (broedend) waargenomen. Gevolgen van het project op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders.
Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende projectgebied zijn in de knotwilgen langs het wandelpad (oostzijde projectgebied) ruimtes en kieren aanwezig. De knotwilgen zijn op basis van de beperkte uitvlieghoogte in combinatie met het tochtige karakter van de holtes niet optimaal geschikt als verblijfplaats van vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden niet verwacht. De knotwilgen vormen een lijnvormige structuur en zijn daarmee potentieel geschikt als vliegroute. Ook het kanaal De Zweth is geschikt als vliegroute. Door deze aspecten zijn vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen, niet uit te sluiten van het projectgebied.
Blad 15 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Op basis van voorgaand onderzoek (ECO-Logisch, 2016) is een essentiële vliegroute aangetoond langs de Zweth voor de meervleermuis, en een niet-essentiële vliegroute langs de knotwilgen. Ook is in het projectgebied potentieel foerageergebied aanwezig. In het projectgebied worden geen gebouwen gesloopt, met uitzondering van de bebouwing van het tankstation. In verband met het ontbreken van ruimtes en kieren is de bebouwing echter niet geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Gevolgen van het project op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden gezien het sterk verstoorde en gecultiveerde karakter van het projectgebied en de biotoopspecifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht. Ook tijdens de eerder uitgevoerde plantinventarisaties zijn (nieuw) beschermde plantensoorten niet aangetroffen (ECO-Logisch, 2016). Effecten op deze soorten zijn uitgesloten.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied.
Soort
Beschermingsregime
Algemene broedvogels
Artikel 3.1
Vleermuizen
Artikel 3.5
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden
Aanwezigheid Ja
Ja
Toelichting Diverse algemene broedvogels aangetroffen tijdens terreinbezoek. Van de meerkoet is een nest aangetroffen. Watergang aan de zuidzijde van de N211 vormt niet-essentiële vliegroute. Het kanaal de Zweth vormt een essentiele vliegroute voor de meervleermuis. Een deel van het projectgebied is potentieel geschikt als foerageergebied.
Het projectgebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen ligt op circa 6 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 4.2).
Blad 16 va 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Figuur 4.2. locatie projectgebied (rood omkaderd) en dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden. Bron: AERIUS
4.3.1.1
Natuurnetwerk Nederland en Belangrijke weidevogelgebieden In het projectgebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op circa 800 meter ten zuiden van het projectgebied gelegen (zie figuur 4.3). Het natuurdoeltype is N05.01 Moeras, opgevolgd door N10.02 Vochtig Hooiland en N14.02 Hoog- en laagveenbos. Op circa 200 meter ten zuiden van het projectgebied ligt een weidevogelgebied.
Figuur 4.3. locatie projectgebied (rood omkaderd) en dichtstbijzijnde Natuurdoeltype en weidevogelgebied. Bron: Natuurnetwerk Nederland, Zuid-Holland.
Blad 17 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
5 In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het project gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). In paragraaf 5.3 wordt het project getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling project Met het projectvoornemen worden de aanwezige kruisingen ongelijkvloers gemaakt, en wordt in beide richtingen van de N211 een rijstrook toegevoegd. De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: De watergangen worden gedeeltelijk gedempt; De vegetatie in het projectgebied wordt deels verwijderd; De passeerhoogte onder het viaduct en de verlichtingssituatie verandert.
Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het projectgebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor vogels en vleermuizen (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.
Blad 18 va 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
5.2.1
antea'group
Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het projectgebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten (enkele voorbeelden zijn vermeld in paragraaf 4.2.2) met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het projectgebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het projectgebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het projectgebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Bij in acht name van bovenstaande maatregelen worden broedvogels niet verstoord en is er geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden kunnen dan onbelemmerd doorgaan. Dit advies is ook van toepassing op de boerenzwaluw. De nestlocatie wordt niet aangetast door het voornemen. Bij naleving van dit advies is ook geen sprake van verstoring van de boerenzwaluw, omdat het een trekvogel betreft die alleen tijdens de broedperiode in Nederland aanwezig is.
5.2.2
Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Op basis van voorgaand onderzoek (ECOlogisch, 2016) is een essentiële vliegroute aangetoond langs de Zweth voor de meervleermuis, en een niet-essentiële vliegroute langs de knotwilgen. Ook is in het projectgebied potentieel foerageergebied aanwezig. Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het voorgenoemde onderzoek is - indien gestelde voorwaarden uit de natuurtoets uit 2017 (Antea Group) worden toegepast - geen sprake van aantasting van essentieel leefgebied. Deze voorwaarden zijn onderstaand samengevat.
2 Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 19 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Voorkomen verstoring De Zweth als vliegroute meervleermuis Om effecten op de functie van De Zweth als essentiële vliegroute voor de meervleermuis te voorkomen dienen maatregelen genomen te worden enerzijds in het ontwerp anderzijds in de uitvoering. Onderstaand advies is opgenomen in het ruimtelijk ontwerp en het verlichtingsplan. Tevens wordt ten behoeve van de realisatie een ecologisch werkprotocol opgesteld. Ontwerp De functionaliteit van De Zweth als vliegroute voor de meervleermuis dient geborgd te worden in het ontwerp. Dit houdt in dat de volgende randvoorwaarden worden opgenomen: Ruimte tussen het wateroppervlakte en de onderkant brug minimaal 1 meter; Geen (extra) verlichting op het kanaal (door (geluid)schermen te plaatsen langs de brug wordt verlichting tegen gegaan, tevens kan gebruik gemaakt worden van speciale gerichte, of vleermuisvriendelijke, armaturen). Uitvoering Tijdens de realisatiefase mag geen sprake zijn van verlichting van De Zweth tijdens de vleermuisactieve perioden. Tevens dient de onderdoorgang ook tijdens de realisatiefase geschikt te blijven voor de meervleermuis. De werkwijze dient te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Voor het verleggen van de watergang ten zuiden van de N211 zijn geen effecten aan de orde omdat de watergang niet wordt gebruikt als essentiële vliegroute. Het nader vleermuisonderzoek is uitgevoerd in 2016.
Natuurgegevens zijn in de regel, wanneer sprake is van Europees beschermde soorten, tot 3 jaar geldig. In voorliggend geval is er echter geen noodzaak tot het actualiseren van het onderzoek aangezien er geen aanleiding is dat de functie van de rij knotwilgen voor vleermuizen veranderd is. De Zweth vormt een uniek lijnvormig element en dient als essentiële vliegroute in de ruime omgeving. De rij knotwilgen is van beperkte omvang en vormt in de ruime omgeving geen uniek lijnvormig element. Uitgesloten kan worden dat de rij knotwilgen van essentieel belang is voor vleermuizen.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt op circa 6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen'. Dit gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van de Habitatrichtlijn. Aanwijzing tot Natura 2000-gebied vindt plaats op basis van het voorkomen van specifieke soorten en/of habitattypen. Voor deze soorten en habitattypen worden doelen benoemd met betrekking tot aantal, oppervlakte en kwaliteit van het habitat of leefgebied, de zogenaamde instandhoudingsdoelen. De bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitattypen is beoordeeld (zie Antea Group, 2016). Voor het voornemen is in 2017 een Wnb vergunning verleend. Ten opzichte van het wegontwerp dat destijds aan de Wnb-vergunning ten grondslag heeft gelegen zijn er thans enkele optimalisaties in het ontwerp doorgevoerd. Zo is het wegontwerp nu dat de N211 niet over de N222 gaat maar er onderdoor. Ook is meer rekening gehouden met behoud van de zuidelijk gelegen Zwethzone door het wegontwerp te optimaliseren middels andere bochtstralen, steilere taluds en maken van combinatie wal-scherm in plaats van volledige grondwallen. Deze ontwerpoptimalisaties voorzien niet in een andere verkeerskundige werking van de reeds eerder ontworpen en middels Wnb vergunde situatie, en daarmee dus ook niet tot een andere stikstofbijdrage op Natura-2000 gebieden.
Blad 20 van 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
5.3.2
antea'group
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Belangrijke weidevogelgebieden Voor wat betreft de NNN is bij directe sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het projectgebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het projectgebied liggen wel NNN-gebieden. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het project kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het projectgebied heeft geen effect op de directe omgeving van het projectgebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het project niet in de weg. De provincie Zuid-Holland hanteert aanvullende beschermde weidevogelgebieden. Gezien het reeds verstoorde karakter, de afstand tot nabijgelegen weidevogelgebieden en de omvang van het projectgebied zijn effecten echter uitgesloten.
Blad 21 va 22
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
6
antea'group
Bronnen Antea Group, 2017. Natuurtoets bestemmingsplanwijziging project N211 Wippolderlaan. Revisie 02 d.d. 12 april 2017 Antea Group, 2017. Reconstructie N211 Wippolderlaan (ontwerp). Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. ä Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. ECO-Logisch, 2016. Natuuronderzoek N211 Wateringen. d.d. 20 oktober 2016 Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig: NDFF Globespotter PDOK viewer Natuurbeheerplan Zuid-Holland Ruimtelijk verordeningen Zuid-Holland
Blad 22 van 22
Bijlagen
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 1: Wettelijk kader - Wet natuurbescherming Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het 'nee, tenzij' - principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd. Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de 'andere soorten' geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb ('andere soorten') zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082.121 21 juli 2020 revisie 04 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtliin 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtliin 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.