CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Bodemrapport (21-0171739)

Commissie Ruimte en Wonen 22 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningaanvraag 'Zwetkade Noord nabij 1 te Wateringen' (reconstructie N211).39.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5.3

Nieuwe watergangen Ter plaatse van de nieuw te graven watergangen zijn plaatselijk tot een diepte van maximaal 2,3 m –mv. sporen tot sterke bijmengingen aan baksteen en sporen/resten beton(granulaat), kolengruis, glas, slakken, slib en sintels aangetroffen. In de grond zijn over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie, PAK, PCB en pesticiden aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan zware metalen, naftaleen en xylenen aangetoond. De in het grondwater gemeten concentraties aan PFAS en GenX liggen beneden de INEV’s. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wisselt de bodemkwaliteitsklasse van de boven- en ondergrond tussen ‘altijd toepasbaar’ en ‘industrie’. Ter plaatse van nieuwe watergang 10 is de ondergrond niet toepasbaar. Wat betreft de indicatieve toetsing van PFAS en GenX wisselt de bodemkwaliteit tussen ‘altijd toepasbaar’ en ‘wonen/industrie’. Ter plaatse van de nieuwe watergang 14 (boring NW-1403 en NW-1405) zijn in de boven- en ondergrond bestaande uit klei met resten sporen baksteen, kolengruis, sintels en slakken matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan minerale olie, PCB, bestrijdingsmiddelen en andere zware metalen aangetoond. In de onderliggende zintuiglijk schone veenlaag (1,5-2,0 m -mv.) overschrijden de gemeten gehalten de achtergrondwaarden

Blad 81 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

niet. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De verontreinigde kleilaag met bodemvreemde bijmengingen bevindt zich op een diepte van 0,0 tot 1,0 à 1,5 m –mv. Op basis van de analyseresultaten kan gesteld worden dat sprake is van meer dan 25 m 3 sterk met PAK verontreinigde grond en dat daarmee sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Mogelijk is de verontreiniging te relateren aan de stortplaats Dorpskade te Wateringen (ZH5950002/AA06300166) die zich direct ten oosten van de nieuwe watergang bevindt. Omdat het verontreinigde stortmateriaal is toegepast voor 1 januari 1987 is sprake van een historische verontreiniging. Ter plaatse van de stortplaats werden geen sterk verhoogde concentraties aan PAK aangetoond in het grondwater. Daarom is vermoedelijk sprake van een immobiele verontreiniging met PAK in de grond. Aanvullend onderzoek wordt binnen de scope van de voorgenomen werkzaamheden niet noodzakelijk geacht. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond ter plaatse van nieuwe watergang 14 ‘Niet Toepasbaar’. Wat betreft indicatieve toetsing van PFAS en GenX voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen/industrie’.

Hoewel nieuwe watergang 27 eveneens op de rand van de stortplaats Dorpskade te Wateringen (ZH5950002/AA06300166) ligt, zijn hier analytisch geen sterke verontreinigingen aangetoond. Hetzelfde geld voor nieuwe watergang 06 die gelegen is binnen de contour van de beschikte verontreiniging van de locatie die bekend staat als Zwethkade-Noord (ZH178302700/AA06300022). Hier zijn eveneens geen sterke verontreinigingen aangetoond. Ter plaatse van nieuwe watergang 17 zijn in het verleden sterk verhoogde concentraties aan zware metalen gemeten. Tijdens het huidige onderzoek zijn deze concentraties niet bevestigd ter plaatse van watergang 17.

5.4

Voorbelasting en nieuwe aarden wal De voorbelasting/ophoging en de nieuwe aarden wal zijn samen onderzocht als vier deellocaties. Voorbelasting 01 Ter plaatse van Voorbelasting 01 zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan kwik en minerale olie aangetoond. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (als ontvangende grond) voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ en is de grond plaatselijk ‘Niet Toepasbaar’. Wat betreft PFAS en GenX voldoet de grond indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’. Voorbelasting 02 Ter plaatse van Voorbelasting 02 overschrijden geen van de gemeten gehalten de achtergrondwaarden. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (als ontvangende grond) voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’. Wat betreft PFAS en GenX voldoet de grond indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’.

Blad 82 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Voorbelasting 03 Ter plaatse van Voorbelasting 03 zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan PCB en minerale olie aangetoond. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (als ontvangende grond) voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ en voldoet de grond plaatselijk aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Wat betreft PFAS en GenX voldoet de grond indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’. Voorbelasting 04 Ter plaatse van Voorbelasting 04 zijn over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aan PCB, zware metalen, PAK en pesticiden aangetoond. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (als ontvangende grond) voldoet deze grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ en voldoet de grond plaatselijk aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Wat betreft PFAS en GenX voldoet de grond indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’. Ter plaatse van boring O-4VB13 zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, molybdeen, kwik en pesticiden, matig verhoogde gehalten aan nikkel, cadmium en lood en sterk verhoogde gehalten aan koper, zink en barium aangetoond in grond met sporen baksteen, resten kolengruis en sporen slakken. Op basis van de bodemvreemde bijmengingen is mogelijk sprake van een antropogene bron voor barium.

De verontreinigingen zijn aangetoond binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408). Aangezien er op deze locatie vooralsnog geen graafwerkzaamheden zijn voorzien, vormen de aangetoonde verontreinigingen geen belemmering voor de werkzaamheden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

5.5

Bestaande aarden wal Ter plaatse van de bestaande aarden wal zijn over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aan PCB, zware metalen, minerale olie, PAK en pesticiden aangetoond. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, voldoet deze grond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ en voldoet de grond plaatselijk aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Wat betreft PFAS en GenX voldoet de grond indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’. Ter plaatse van boring AW-01 zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie, kobalt, molybdeen, kwik en pesticiden, een matig verhoogd gehalte aan PAK en sterk verhoogde gehalten aan nikkel, koper, zink, lood en barium aangetoond in grond met sporen baksteen, resten glas en sporen beton. Op basis van de bodemvreemde bijmengingen is mogelijk sprake van een antropogene bron voor barium. De verontreinigingen zijn aangetoond binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408). Uit nadere bestudering van de AHN (actueel hoogtebestaand Nederland) blijkt dat de bestaande aarden wal niet aanwezig is ter hoogte van boring AW-01, zoals was aangegeven op de tekening van de opdrachtgever.

De aarden wal loopt langs de N211 verder richting het oosten en buigt pas later af richting het zuiden (zie figuur 5.1 op de volgende pagina). Er hoeft dus geen sterk verontreinigde grond te worden afgevoerd. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Blad 83 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

X

Figuur 5.1: AHN3 met ligging boorpunt AW-01 (rode X) en bestaande aarden wal (rode pijl)

5.6

Bermen N211 Ter plaatse van de bermen is zowel in de fractie >20 mm als de fractie <20 mm geen asbest aangetoond. De interventiewaarde en de grenswaarde voor nader onderzoek worden niet overschreden. Nader onderzoek is niet nodig. Op basis indicatieve toetsing van de gemeten gehalten aan PFAS en GenX is de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’ van toepassing. Op basis van het voorgaand onderzoek kan wat betreft de overige parameters indicatief uit worden gegaan van de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’.

5.7

Te dempen watergangen Watergang 04, vakken A en B Voor watergang 04 wordt de sliblaag van vak A en B beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib in vak A voldoet aan klasse A voor toepassing in oppervlaktewater en de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameter minerale olie. Het slib in vak B voldoet aan de klasse ‘altijd toepasbaar’ in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem in vakken A en B wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem.

Blad 84 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Watergang 07 Voor watergang 07 wordt de sliblaag beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib voldoet aan klasse A voor toepassing in oppervlakte water en de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameter minerale olie. De vaste waterbodem wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en is altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. Watergang 12, vakken A en B Voor watergang 12 wordt de sliblaag van vak A en B beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib in vak A voldoet aan klasse A voor toepassing in oppervlakte water en de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameter minerale olie. Het slib in vak B voldoet aan de klasse ‘altijd toepasbaar’ in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem in vakken A en B wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. Watergang 13 Voor watergang 13 wordt de sliblaag van beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen.

Het slib voldoet aan klasse A voor toepassing in oppervlaktewater en de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameter zink en minerale olie. De vaste waterbodem bestaande uit klei wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en is niet verspreidbaar op aangrenzende percelen op basis van de parameter molybdeen. Op basis van molybdeen voldoet de vaste waterbodem bestaande uit veen voldoet verder aan klasse B voor toepassing in oppervlaktewater en klasse ‘Wonen’ voor toepassing op landbodem. De vaste waterbodem bestaande uit klei wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en is altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. Watergang 15 Voor watergang 15 wordt de sliblaag beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib voldoet aan de klasse ‘Altijd Toepasbaar’ voor toepassing in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem.

Blad 85 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Watergang 16 Voor watergang 16 wordt de sliblaag beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib voldoet aan de klasse ‘Altijd Toepasbaar’ voor toepassing in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Op basis van molybdeen voldoet de vaste waterbodem aan klasse A voor toepassing in oppervlaktewater en klasse ‘Wonen’ voor toepassing op landbodem. Watergang 18, vakken A en B Voor watergang 18 wordt de sliblaag van vakken A en B beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib voldoet aan de klasse ‘Altijd Toepasbaar’ voor toepassing in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem van vakken A en B wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Op basis van molybdeen voldoet de vaste waterbodem aan klasse A voor toepassing in oppervlaktewater en klasse ‘Wonen’ voor toepassing op landbodem.

Watergang 21, vakken A, B en C Voor watergang 21 wordt de sliblaag van vakken A en B beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Het slib in vak A voldoet aan klasse A voor toepassing in oppervlakte water en de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameters zink en minerale olie. Het slib in vak B voldoet aan de klasse ‘altijd toepasbaar’ in oppervlaktewater en op landbodem. De sliblaag van vak C wordt beoordeeld als verspreidbaar op aangrenzende percelen, maar niet verspreidbaar in oppervlaktewater op basis van de parameter nikkel. Het slib in vak C voldoet aan ‘Altijd toepasbaar’ voor toepassing in oppervlaktewater en voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie voor toepassing op land op basis van de parameters kobalt, nikkel en zink. De vaste waterbodem van vakken A en B wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. De vaste waterbodem van vak C wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen. Op basis van molybdeen voldoet de vaste waterbodem van C aan klasse A voor toepassing in oppervlaktewater en klasse ‘Wonen’ voor toepassing op landbodem.

Watergang 25 Voor watergang 25 wordt de sliblaag beoordeeld als niet verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen op basis van de parameters koper en zink. Het slib voldoet aan de klasse ‘Niet/Nooit Toepasbaar’ voor toepassing in oppervlaktewater en op landbodem.

Blad 86 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

De vaste waterbodem wordt beoordeeld als verspreidbaar met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en altijd toepasbaar in oppervlaktewater en op landbodem. Uit de analyseresultaten blijkt dat sprake is van een interventiewaardeoverschrijding met koper en zink in de sliblaag. Waarschijnlijk is de verontreiniging te relateren aan de stortplaats Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408), waar de watergang zich direct ten oosten van bevindt. In deze watergang zijn in het verleden eveneens sterk verhoogde gehalten aan zink is aangetoond. Verder onderzoek naar de overschrijding van de interventiewaarden voor koper en zink wordt niet noodzakelijk geacht, omdat de sterk verontreinigde sliblaag in horizontale (binnen de deellocatie) en verticale richting (tot op de vaste waterbodem) reeds voldoende in beeld zijn en slechts een klein gedeelte van de watergang uitgebaggerd en vervolgens gedempt wordt. PFAS en GenX Op basis van analyseresultaten voor PFAS en GenX geld voor alle onderzochte watergangen dat de sliblaag verspreidbaar is met betrekking tot verspreiding in oppervlaktewater en aangrenzende percelen en voor toepassing op land voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’.

Het slib van de onderzochte watergangen is op basis van het tijdelijk handelingskader niet toepasbaar in oppervlaktewater, behalve wanneer dit in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam wordt toegepast.

5.8

Asfalt en fundatie N211 en fietspad Asfalt Asfalt mag warm worden hergebruikt indien het PAK(10)-gehalte kleiner is dan de grenswaarde uit het Besluit Bodemkwaliteit (< 75 mg/kg droge stof). Uit de PAK-detector proef en de GCMSanalyseresultaten blijkt dat géén van alle mengmonsters deze grenswaarde overschrijdt. Voor het fietspad geldt dat er in de asfaltkernen op basis van de PAK-detector proef geen teer is aangetroffen. Aangezien het asfalt van het fietspad tussen 2010 en 2015 dateert is dit conform CROW 210 afdoende om het asfalt als teervrij te beschouwen. Het totale volume aan asfalt op de onderzoekslocatie is geschikt voor warm hergebruik. Dit volume bedraagt voor de N211 31.050 ton asfalt en voor het fietspad 585 ton asfalt. Dit is op basis van de bij ons bekende asfalt oppervlakte en de gemiddelde dikte van de asfaltkernen. Er is uitgegaan van een soortelijke massa van 2.500 kg/m3. Fundatie Het fundatiemateriaal van zowel de N211 als het fietspad voldoet indicatief aan de eisen voor een niet-vormgegeven bouwstof of IBC-bouwstof en is op basis van samenstellingswaarden toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. In de asbest mengmonsters ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in puin (fundatiemateriaal) zijn in 3 mengmonsters asbestgehalten boven de detectiegrens aangetroffen (O-AFM01, W-AFM01, W-AFM02).

Blad 87 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Echter, het gewogen gehalten aan asbest in totale fractie blijft (ruimschoots) onder de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds.). Hoewel het onderzoek een indicatief karakter heeft, wordt op basis van de huidige onderzoeksresultaten niet verwacht dat er sprake is van gehalten aan asbest boven de interventiewaarden (100 mg/kg ds.). Binnen de scope van de voorgenomen werkzaamheden wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.

5.9

Hypotheses Wat betreft de op basis van het vooronderzoek gestelde hypotheses kan geconcludeerd worden dat deze in grote lijnen zijn bevestigd. Over het algemeen zijn maximaal licht verhoogde gehalten en concentraties in de grond en het grondwater aangetoond. Deze verontreinigingen zijn te relateren aan de aanwezigheid van kassen in het verleden en depositie vanuit het verkeer op de N211. De aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de grond (nieuwe watergang 14, voorbelasting 4 en de bestaande aarden wal) en zware metalen de sliblaag van watergang 25 zijn allen te relateren aan de nabijgelegen stortplaatsen. Wel lijken de sterk verhoogde gehalten aan PAK ter plaatse van watergang 14 net iets buiten de contour van de beschikte verontreiniging te zijn aangetoond en zijn er ook in de bovengrond sterk verhoogde gehalten aangetoond. De oorzaak hiervan is onduidelijk, maar nader onderzoek is in het kader van de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden niet noodzakelijk. Wat betreft asbest kan de hypothese dat de berm verdacht is op de aanwezigheid van asbest verworpen worden. Er is geen asbest boven de detectie grens aangetoond. In de fundatie van de N211 is wel in beperkte mate asbest aangetoond. De hypothese dat de fundatielaag verdacht is op de aanwezigheid van asbest dient te worden aanvaard.

De aangetoonde gehalten dienen als indicatief beschouwd te worden. Aangezien de gehalten echter ver onder de grens voor nader onderzoek en de restconcentratienorm liggen wordt een aanvullend onderzoek, binnen de scope van de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden, niet noodzakelijk geacht.

Blad 88 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

6

Conclusies De provincie Zuid-Holland is voornemens de N211 te Wateringen her in te richten. In het kader van deze werkzaamheden zijn in de periode maart tot en met juli diverse milieukundige onderzoeken uitgevoerd. Conform de CROW 210 is bepaald of het aanwezige asfalt teerhoudend is. Met een verkennend (water)bodemonderzoek is overeenkomstig is de NEN5740/NEN5720 de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. De bermen van de N211 zijn conform de NEN5707+C2 op asbest onderzocht. De fundatielaag is indicatief op asbest onderzocht. Tot slot is de milieukundige kwaliteit van de fundatielaag indicatief vastgesteld.

6.1

Vooronderzoek Uit het vooronderzoek komen de volgende relevante punten naar voren: • Ter plaatse/langs de onderzoekslocatie bevinden zich drie stortplaatsen waar beschikte verontreinigingen aanwezig zijn (Dorpskade, Zwethkade-Noord en Lotsweg). • Tijdens voorgaand onderzoek zijn ter plaatse van de berm van de N211 maximaal licht verhoogde gehalten en concentraties in de grond en het grondwater aangetoond. • Ter plaatse van de berm van de N211 is plaatselijk puin aanwezig. • Ter plaatse van de Middenzwet 7 zijn sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater aangetoond.

6.2

Grond Algemeen Over het algemeen zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen aangetoond. Op basis van indicatieve toetsing aan het besluit wisselt de bodemkwaliteitsklasse over het algemeen tussen ‘Altijd toepasbaar’ en ‘Industrie’. Plaatselijk is de grond ‘Niet toepasbaar’. Wat betreft indicatieve toetsing van PFAS en GenX wisselt de bodemkwaliteit tussen de bodemkwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’ en ‘wonen/industrie’. Dorpskade te Wateringen (ZH5950002/AA06300166) Ter plaatse van de nieuwe watergang 14 (nabij de kruising tussen de Dorpskade en de N211) zijn op een diepte van 0,0 tot 1,0 à 1,5 m –mv. in een laag klei met resten sporen baksteen, kolengruis, sintels en slakken matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan minerale olie, PCB, bestrijdingsmiddelen en andere zware metalen aangetoond. Op basis van de analyseresultaten kan gesteld worden dat sprake is van meer dan 25 m 3 sterk met PAK verontreinigde grond en dat daarmee sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Mogelijk is de verontreiniging te relateren aan de stortplaats Dorpskade te Wateringen (ZH5950002/AA06300166) die zich direct ten oosten van de nieuwe watergang bevindt. Aanvullend onderzoek wordt binnen de scope van de voorgenomen werkzaamheden niet noodzakelijk geacht.

Hoewel nieuwe watergang 27 eveneens op de rand van de stortplaats Dorpskade te Wateringen (ZH5950002/AA06300166) ligt zijn hier analytisch geen sterke verontreinigingen aangetoond.

Blad 89 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Zwethkade-Noord (ZH178302700/AA06300022 Nieuwe watergang 06 is gelegen binnen de contour van de beschikte verontreiniging van de locatie die bekend staat als Zwethkade-Noord (ZH178302700/AA06300022). Hier zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408) Ter plaatse van boring O-4VB13 (tussen de Noordhoornseweg en de N211) zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, molybdeen, kwik en pesticiden, matig verhoogde gehalten aan nikkel, cadmium en lood en sterk verhoogde gehalten aan koper, zink en barium aangetoond in grond met sporen baksteen, resten kolengruis en sporen slakken. Op basis van de bodemvreemde bijmengingen is mogelijk sprake van een antropogene bron voor barium. De verontreinigingen zijn aangetoond binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408). Aangezien er op deze locatie vooralsnog geen graafwerkzaamheden zijn voorzien (er wordt alleen grond toegepast), vormen de aangetoonde verontreinigingen geen belemmering voor de werkzaamheden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Ter plaatse van boring AW-01 (tussen de N211 en de Lotsweg) zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie, kobalt, molybdeen, kwik en pesticiden, een matig verhoogd gehalte aan PAK en sterk verhoogde gehalten aan nikkel, koper, zink, lood en barium aangetoond in grond met sporen baksteen, resten glas en sporen beton. Op basis van de bodemvreemde bijmengingen is mogelijk sprake van een antropogene bron voor barium. De verontreinigingen zijn aangetoond binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg (ZH060700002/AA184200088 en ZH184209380/AA184200408). Uit nadere bestudering van de AHN (actueel hoogtebestand Nederland) blijkt dat de bestaande aarden wal niet aanwezig is ter hoogte van boring AW-01, zoals was aangegeven op de tekening van de opdrachtgever. De aarden wal loopt langs de N211 verder richting het oosten en buigt pas later af richting het zuiden. Er hoeft dus geen sterk verontreinigde grond te worden afgevoerd. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

6.3

Grondwater Algemeen In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan naftaleen, xylenen, barium, nikkel en molybdeen aangetoond. De gemeten concentraties aan PFAS en GenX liggen beneden de INEV’s. Watergang 17 (tussen de Middenzwet en de N211) De in het verleden aangetoonde sterk verhoogde concentraties aan zware metalen (nikkel, zink en cadmium) gemeten. Ter plaatse van dit gedeelte van de onderzoekslocatie word een nieuwe watergang gegraven (nr. 17). Tijdens het huidige onderzoek zijn hier maximaal licht verhoogde concentraties aan barium aangetoond. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Blad 90 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

6.4

Asfalt- en funderingsonderzoek Asfalt Het onderzochte asfalt van de N211 en het fietspad is niet teerhoudend. Het totale volume aan asfalt op de onderzoekslocatie is geschikt voor warm hergebruik. Dit volume bedraagt voor de N211 31.050 ton asfalt en voor het fietspad 585 ton asfalt. Dit is op basis van de bij ons bekende asfalt oppervlakte en de gemiddelde dikte van de asfaltkernen. Er is uitgegaan van een soortelijke massa van 2.500 kg/m3. Fundering Met betrekking tot bepaling van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de fundering is gebruik gemaakt van de bepaling van de voor bouwstoffen geldende maximale samenstellingsen emissiewaarden zoals opgenomen in tabel 1 en 2 van bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. Het fundatiemateriaal voldoet aan de eisen voor een niet vormgegeven bouwstof of IBCbouwstof en is op basis van samenstellingswaarden toepasbaar. Het fundatiemateriaal aanwezig op de gehele onderzoekslocatie kan daarom elders worden hergebruikt.

6.5

Asbest Visuele inspectie Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een visuele inspectie uitgevoerd conform NEN 5707. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen of andere bijzonderheden aangetroffen. Ter plaatse van de (puinhoudende) wegbermen en fundering is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Voor de opzet van het verkennend asbestonderzoek in grond (puinhoudende wegbermen) zijn de richtlijnen uit de NEN 5707, strategie par. 6.4.5 gevolgd. Voor de vaststelling of de fundering asbesthoudend is zijn de richtlijnen uit de NEN 5897+C2 (‘Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclingsgranulaat’) en onderzoeksstrategie uit paragraaf 6.5.3.2 gevolgd. Hierbij is de fundering van de gehele onderzoekslocatie als één geheel beschouwd met een oppervlakte van circa 28.000 m 2 . Van het materiaal uit de asbestgaten is per overeenkomstige bodemlaag 1 mengmonster samengesteld. Deze zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest volgens de NEN 5898 (NEN 5707: 10 kg monster (berm); NEN 5897: 25 kg monster (fundatie)). In de asbest mengmonsters ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in grond (puinhoudende wegbermen) zijn geen asbestgehalten boven de detectiegrens aangetroffen.

In de asbest mengmonsters ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in puin (fundatiemateriaal) zijn in 3 mengmonsters asbestgehalten boven de detectiegrens aangetroffen O-AFM01, W-AFM01, W-AFM02). Echter, het gewogen gehalten aan asbest in totale fractie blijft (ruimschoots) onder de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds.). Hoewel het onderzoek een indicatief karakter heeft, wordt op basis van de huidige onderzoeksresultaten verwacht dat er geen sprake is van gehalten aan asbest boven de interventiewaarden

Blad 91 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

(100 mg/kg ds.). Binnen de scope van de voorgenomen werkzaamheden wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.

6.6

Waterbodem Over het algemeen is het vrijkomende slib, dat moet worden weggebaggerd om de bestaande watergangen te kunnen dempen, verspreidbaar op de aangrenzende percelen. Een uitzondering wordt gevormd door de sliblaag in watergang 25 (tussen de N211 en de Lotsweg). Hier wordt de interventiewaarde voor koper en zink overschreden. Deze sliblaag is niet verspreidbaar in oppervlaktewater of aangrenzende percelen en niet toepasbaar in oppervlaktewater of op landbodem Aanvullend onderzoek naar de overschrijding van de interventiewaarde voor koper en zink in de sliblaag wordt niet noodzakelijk geacht, omdat de sterk verontreinigde laag in horizontale (binnen de deellocatie) en verticale richting (tot op de vaste waterbodem) reeds voldoende in beeld zijn en slechts een klein gedeelte van de watergang uitgebaggerd en vervolgens gedempt wordt.

6.7

Aanbevelingen De onderzoeksresultaten vormen gedeeltelijk een belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Landbodem De graafwerkzaamheden binnen de contouren van de beschikte verontreinigingen en de aangetoonde sterke verontreinigingen (nieuwe watergang) dienen te worden uitgevoerd door een BRL 7000, SIKB 7001 gecertificeerde aannemer en onder milieukundige begeleiding (BRL 6000, SIBK protocol 6001). Daarnaast dienen deze werkzaamheden afgestemd te worden met het bevoegd gezag Wbb, gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Voor graafwerkzaamheden in de landbodem ter plaatse van de aangetoonde sterke verontreinigingen en binnen de contouren van de reeds beschikte verontreinigingen dient een deelsaneringsplan/BUS-melding te worden opgesteld en te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag Wbb ter beoordeling. De te ontgraven aarden wal bevindt zich gedeeltelijk binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg. Echter is de wal bij de aanleg van de N211 toegepast op de verhoging van de weg, die over de stortplaats is aangebracht. Hoewel de wal zich dus binnen de contouren van de verontreiniging bevindt, maakt ze geen deel uit van de sterk verontreinigde stortplaats. Tijdens het huidige onderzoek zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond in de grond van de aarden wal. Er wordt dus niet met sterk verontreinigde grond gewerkt.

Dit geldt ook voor het gedeelte van de onderzoekslocatie binnen de contouren van de beschikte verontreinigingen waar alleen grond zal worden toegepast. Ook hierbij is formeel sprake van saneringsmaatregel, maar wordt niet met sterk verontreinigde grond gewerkt. Aanbevolen wordt om met het bevoegd gezag af te stemmen over de noodzaak van een deelsaneringsplan/BUS-melding en over het uitvoeren van de werkzaamheden door een BRL 7000, SIKB 7001 gecertificeerde aannemer en onder milieukundige begeleiding (BRL 6000, SIBK protocol 6001).

Blad 92 van 93

N211 Wippolderlaan Milieukundige (water)bodem- asbest-, verhardingsonderzoeken reconstructie N211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 16 juli 2020 revisie 01 Provincie Zuid-Holland

Waterbodem Bij toepassing van de baggerspecie in oppervlaktewater geldt in het generieke kader het standstill-beginsel. Dit houdt in dat de ontvangende waterbodemkwaliteit niet mag verslechteren. Wanneer toepassen of verspreiden niet mogelijk of wenselijk is, dient de baggerspecie te worden afgevoerd naar een geschikte verwerkingslocatie. Sinds juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) van kracht geworden. Hierin wordt het baggeren beschouwd als een vorm van lozen. Dit betekent dat wanneer besloten wordt om te baggeren, hiervan melding gedaan dient te worden in het kader van het Blbi bij Hoogheemraadschap Delfland. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden in de sliblaag van watergang 25, waarbij uitgekomen slib elders wordt verspreid of toegepast, is in beginsel sprake van sanerende handelingen. Aanbevolen wordt een melding te doen via de procedure van het Besluit lozen buiten inrichtingen (BLBI) en niet via de Wet bodembescherming omdat er geen saneringswerkzaamheden plaatsvinden op de naastgelegen stortplaats. Geadviseerd wordt om dit af te stemmen met het Hoogheemraadschap Delfland. De melding dient voorafgaand aan de werkzaamheden, inclusief een werkplan, te worden ingediend bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Het uitgekomen verontreinigd slib dient te allen tijde te worden afgevoerd naar een verwerker.

Voorlopige veiligheidsklasse CROW 400 Op basis van toetsing van de analyseresultaten van de huidige onderzoeksresultaten aan de CROW400, is de voorlopige veiligheidsklasse ‘Veiligheisklasse rood – niet vluchtig’ van toepassing ter plaatse van stortplaats Lotsweg en is de ‘Basishygiëne’ van toepassing voor de overige locaties. De definitieve veiligheidsklasse dient te worden vastgesteld door de aannemer voorafgaand aan de werkzaamheden. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de drie verontreinigde stortplaatsen, wordt aanbevolen om rekening te houden met de aanwezigheid van asbest (aangetoond bij de Lotsweg en Zwethkade-Noord). Hoewel er tijdens het huidige onderzoek zintuiglijk geen aanleiding was om de aanwezigheid van asbest te verwachten (puin of asbest verdacht plaatmateriaal), zouden asbestnesten aanwezig kunnen zijn. Tot slot Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.

Antea Group Capelle aan den IJssel, juli 2020

Blad 93 van 93

Rapport Diverse milieukundige onderzoeken reconstructie N-211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 30 juni 2020 revisie 00

Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek

Blad 28 van 31

Rapport Diverse milieukundige onderzoeken reconstructie N-211 te Wateringen projectnummer 0405082.151 30 juni 2020 revisie 00

Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Asbestonderzoek conform de NEN 5897 (geen bodem) valt buiten de scope van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.

Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.

Blad 29 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=f5e7f410-477f-4000-bf2f-ede917fc705e