2e herziening Honderdland fase 2_Toelichting (21-0347528)
Tekst van het document
Gelet op het bepaalde onder 4 moet worden aangenomen dat de logiesfunctie zeker een beperkende invloed kan hebben op de bedrijven op het bedrijventerrein. 6. Het belang van van hygiënische, veilige en geschikte huisvesting voor de arbeidsmigranten. De gemeente stelt hoge kwaliteitseisen voor bedrijven die huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten realiseren en/of exploiteren. Het hanteren van selectiecriteria voor uitzendondernemingen is van belang om waarborgen in te bouwen voor het hanteren en realiseren van goede kwaliteitseisen, betaalbaarheid voor de doelgroep, goed beheer, tegengaan van arbeidsuitbuiting, etc. Tevens streeft de gemeente daarmee een duidelijk en gelijk speelveld na voor marktpartijen in hun relatie met de gemeente. In de Woonvisie 2020-2030 zijn daarom selectiecriteria opgenomen. De selectiecriteria voor uitzendondernemingen zijn: 1. Lid Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) of Nederlandse Bond Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) 2. Beschikt over het certificaat SNF-normen (Stichting Normering Flexwonen, certificering) 3. Beschikt over het SNA-keurmerk (Stichting Normering Arbeid, certificering) 4. Kent de voorafgaande drie jaar aantoonbare omzet in het Westland; minimaal drie klanten en gemiddeld minimaal 200 arbeidsmigranten gedurende deze jaren bij tuinders geplaatst: aan te tonen via accountantsverklaring 5.
Omzet in Westland is minimaal 30% van totale omzet; aan te tonen via accountantsverklaring 6. Eigen verklaring – uitsluitingsgronden (toets op betrouwbaarheid) 7. Een visie op de huisvestingsmarkt voor arbeidsmigranten, de rol en verantwoordelijkheid van de uitzender en op innovaties in huisvesting In het rapport van de commissie Roemer (Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten 30 oktober 2020) is opgenomen dat doordat er sprake is van onderbetaling en veelal slechte huisvesting door huisvesters de woon- een leefomstandigheden van arbeidsmigranten ondermaats is. De commissie beveelt onder andere de invoering van een verplicht certificeringsstelsel (SNF normen) en een inhoudelijke controle door de Kamer van Koophandel bij inschrijving aan. De provincie is tevens aan het onderzoeken in hoeverre de aanbevelingen van de commissie Roemer kunnen worden opgenomen in de Omgevingsverordening. Dit thema is dus breed gedragen. De voorwaarden in de Woonvisie en in het rapport Roemer zijn veelal geen ruimtelijke afwegingen. Dat betekent dat het opnemen hiervan in een bestemmingsplan geen mogelijkheid is. Het toestaan van een logiesgebouw in een bestemmingsplan leidt er dan ook toe dat een omgevingsvergunningaanvraag een gebonden beschikking is, waarbij niet aan certificering zou kan worden getoetst. Dit maakt het onwenselijk om een positieve logiesbestemming op te nemen.
Bij een uitgebreide procedure zou een toets mogelijk zijn om te kunnen beoordelen of een exploitant is gecertificeerd. 7.
Het belang van de huidige inwoners van de kern Maasdijk.
Onder punt 4 van de toetsingscriteria in de Woonvisie 2020-2030 wordt het draagkrachtbeginsel genoemd. Het gaat er hierom dat de kernen niet onevenredig veel worden belast. In de kern Maasdijk is
26
er al sprake van een groot aantal arbeidsmigranten in verhouding met de hoeveelheid inwoners. In de kern Maasdijk bestaat 9,3% van de inwoners uit ingeschreven arbeidsmigranten. Na de realisatie van het vergunde logiesgebouw loopt dit percentage op naar 15%. Dit zijn alleen de ingeschreven arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er ook arbeidsmigranten die niet zijn ingeschreven.
Dit legt druk op de woonkern, aangezien de arbeidsmigranten naar de voorzieningen in de kern trekken. In het rapport van de commissie Roemer komt ook naar voren dat de problematiek rondom arbeidsmigranten zorgt voor problemen in de wijk. De aanwezigheid van een grote groep arbeidsmigranten in relatief kleine kernen heeft grote invloed op de sociale samenhang in een wijk: buurtbewoners herkennen hun buren niet meer en de arbeidsmigranten, die er vaak maar tijdelijk wonen, voelen zich begrijpelijkerwijs niet betrokken bij de wijk en voelen zich daar ook niet verantwoordelijk voor. Dit is misschien – gelet op aard van de problematiek – niet direct een ruimtelijk belang dat in dit besluit kan worden meegewogen, maar wel een belangrijk gegeven voor de inwoners van Maasdijk zodat dit belang niet onbenoemd mag blijven.
Conclusie Wanneer de belangen onder 3, 4, 5 en 6 te weten: een goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten, een ongestoorde bedrijfsvoering voor de bedrijven op het bedrijventerrein, de behoefte aan bedrijventerreinen met zwaardere milieucategorieën en de (on)mogelijkheid te toetsen aan certicering van de exploitant afgezet tegen het louter financiële belang van Westbrick, kan niet anders worden geconcludeerd dat de belangen genoemd onder 3, 4, 5 en 6 zwaarder wegen dan het louter financiële belang van Westbrick.Voorgesteld wordt dan ook om aan de gronden van Westbrick de bestemming “Gemengd” toe te kennen, waarbinnen geen logiesmogelijkheid voor arbeidsmigranten wordt mogelijk gemaakt.
27
Hoofdstuk 4 4.1
Planvorm
4.1.1
Inleiding
Juridische planbeschrijving
Een bestemmingsplan bepaalt hoe de gronden gebruikt mogen worden, of er ergens gebouwd mag worden en wat voor bebouwing dat mag zijn. Het gaat om het toelaten van bepaalde gebruiksmogelijkheden (toelatingsplanologie). De grondgebruiker mag de functie die het bestemmingsplan geeft uitoefenen. De grondgebruiker kan niet worden verplicht om een aangewezen bestemming daadwerkelijk te realiseren, maar de grondgebruiker mag ook geen andere functie uitoefenen die in strijd is met de gegeven bestemming. Ook mag er niet in strijd met het bestemmingsplan gebouwd worden. Het is belangrijk om voor de toekomstige en bestaande bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen die zo veel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient, met andere woorden, flexibel en doelmatig te zijn, en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover, dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Het karakter van een partiële herziening is dat het bestemmingsplan waarvan wordt afgeweken in stand blijft, maar dat ten aanzien van de regels en/of de verbeelding wijzigingen plaatsvinden.
Het gaat derhalve niet om een nieuwe bestemming maar om een herziening van de bestemming op onderdelen, zoals het wijzigen van de bouwregels, het toevoegen van een functie aan de bestemmingsomschrijving of het toevoegen of wijzigen van een aanduiding. Het geldende bestemmingsplan Honderdland fase 2 blijft ook na de herziening van kracht. Een partiële herziening is dus iets anders dan een 'postzegel' bestemmingsplan waarbij de geldende regeling, zowel verbeelding als regels, in zijn geheel verdwijnt in ruil voor het nieuwe bestemmingsplan.
4.1.2
Waaruit bestaat deze herziening
De partiële herziening bestaat uit: de planverbeelding; de planregels; een toelichting.
4.1.3
Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008). Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
28
4.1.4
Aanvullingen geoorloofde afwijking van de SVBP 2012
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
4.1.5
Systematiek van de planregels
Opbouw planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Overgangs- en slotregels. De regels uit het bestemmingsplan Honderdland fase 2 blijven van toepassing, maar worden op enkele punten aangepast en aangevuld. Inleidende regels Begrippen (Begrippen) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Bestemmingsregels De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: doeleindenomschrijving (gebruiksregels); bouwregels; nadere eisen; afwijkingsregels. Gebruiksregels De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen. Afwijkingsregels In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik.
Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels". Aanleggen of slopen De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling: het aanlegverbod of sloopverbod zelf; de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies;
29
de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.
Overgangs- en slotregels In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; en het onderdeel "Citeertitel".
4.1.6
Systematiek van de planverbeelding
Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.BTHONDERDLF2h02-vo01 De dataset bestaat uit: het GML-bestand van de planverbeelding; het XML-geleideformulier; de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.
Leeswijzer verbeelding Wegwijzer via internet Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan. Analoge verbeelding Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien.
Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.
30
Bestemmingsvlak en bouwvlak Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder). Aanduidingen Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
4.2
Bestemmingsregeling
De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming). 4.2.1
Begrippen
De begrippen "horeca", "horecabedrijf", "hotel", "kortstondig zakelijk verblijf", "bed & breakfast", zijn opgenomen overeenkomstig het "Parapluplan Horeca/Hotel Westland" . 4.2.2
Bestemming "Gemengd"
In deze bestemming wordt meer concreet gemaakt welke vormen van nachtverblijf, toelaatbaar zijn op deze gronden. Een logiesgebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten valt niet binnen deze bestemming. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting voor het parkeren, overeenkomstig het Paraplubestemmingsplan Parkeernomen opgenomen in deze regel.
31
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het exploitatieplan, zoals vastgesteld op 22 januari 2019, Honderdland fase 2 is onverkort van toepassing op de gronden van dit bestemmingsplan.
5.2
Procedure
Uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat het nieuw te nemen besluit niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb hoeft te worden voorbereid. Op de vaststelling van het nieuwe besluit is dus de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing (dus geen mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Hierbij geldt evenwel dat de bezwaarfase wordt 'overgeslagen' op grond van artikel 7:1 lid 1 aanhef en onder e van de Awb. Belanghebbenden zullen tegen het nieuwe besluit direct in beroep kunnen bij de Afdeling. Het nieuw te nemen besluit betreft de vaststelling van een bestemmingsplan, zodat daartegen niet eerst beroep bij de rechtbank wordt ingesteld (zie artikel 2 van bijlage II bij de Awb).
32