CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

27) Getekend voorstel en besluit Brijnlozing

Gemeenteraad 13 december 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de verordening brijnlozing in bodem Westland 2024-20252.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VA ee

RAADSVOORSTEL

ONDERWERP

Verordening brijnlozingen in bodem Westland 31 december 2023 — 31 december 2025 AANLEIDING De gemeente is bevoegd gezag voor het verlenen van maatwerkvoorbrijnlozingen voor de gietwatervoorziening. Bij het bereiden van gietwater doorde onizilting van grondwater met behulp van omgekeerde osmoseontstaatbrijn als bijproduct. Op dit momentzijn tuinders voor tenminste een deel van de gietwatervoorziening afhankelijk van grondwater en daarmeeook van brijniozingen. Hetis inmiddels duidelijk dat grondwateronttrekkingen uit het eerste watervoerende pakket (waarvoor Hoogheemraadschap van Delfland bevoegd gezagis) en brijnlozingen in de diepere ondergrond knelpunten met zich meebrengen: a) De grondwateronttrekkingen voor gietwater dragen bij aan schades door bodemdaling in de omgeving van DeLier. b) Met name langs de kust en waarkleilagen in de bodem niet goed ontwikkeld zijn dragen grondwateronttrekkingen voor gietwater bij aan verzilting van het grondwater, doordatbij deze onttrekkingen zouter grondwater wordt aangetrokken. c) Brijnlozingen in de diepere ondergrond kunnen daarbijdragen aan het oplopen van concentraties van stoffen en zijn daarmee mogelijk in strijd met het ‘prevent andlimit’-beginsel van de Europese Kaderrichtlijn water(KRW)/Grondwaterrichtlijn.

Voordat de gemeente bevoegd gezag werd in 2013 is in het Activiteitenbesluit opgenomendatalle glastuinbouwbedrijven die toen al toestemming hadden om brijn te lozen en aan bepaalde voorwaarden voor hemelwateropvangcapaciteit voldeden, tot 1 juli 2022 brijn in de bodem mochten blijven lozen. Hierbij was hetuitgangspuntdat hetbetreffende bedrijf de maatregelen neemt of heeft genomen zodat het na die datum geen brijn meer hoeft te lozen. Begin 2022 gaf de provincie Zuid-Holland vanuit haar regisserende en codrdinerende rol aan dat ze verkende of aanvullend beleid nodig is ter bescherming van het grondwater. Dit werd later bekrachtigd in een brief waarin ze aangaf dat ze ernaar streefde om "op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid te geven overhet nieuwebrijnbeleid" (Provincie Zuid-Holland 24 april 2022). Dit provinciale beleid is relevant voor de beleidsontwikkeling voor brijnlozingen door de gemeente. In afwachting van nog te ontwikkelen beleid voor het in de bodem lozen van brijn stelde de gemeente op 15 februari 2022 een verordening vast die het voor tuinders, die toestemming hadden om tot1 juli 2022 brijn te lozen, mogelijk maakte om de op 1 juli 2022 geldende voorwaarden voor maatwerkte verlengentot 31 december 2023. Daarnaast werden voor deze tuinders voorwaarden opgenomen m.b.t.

het meten en registreren van lozingen, de samenstelling van het brijn en het afdichten bij eventuele beéindiging. Helaasis het nieuwe brijnbeleid van de provincie op dit moment nog niet duidelijk. Daarom wordt voorgesteld om hethuidige brijnbeleid dat geldig is tot 31 december 2023 door bijgevoegde verordening voort te zetten tot en met 31 december 2025. DOELSTELLING Deze verordeningfaciliteert de verlenging van het huidige maatwerk voorbrijnlozingen tot en met 31 decem-

EA a= 8

ber 2025.

Door deze verordening wordt voorkomen dat de gietwatervoorziening voor een groot aantal tuinders in het Westland vanaf 31 december 2023 in gevaar komt. Naar verwachting komtde provincie uiterlijk in 2024 met nieuw beleid voor brijnlozingen. De verlenging tot en met 31 december 2025 geeft de gemeente de tijd om in de eerste helft voor 2025 het gemeentelijk beleid voor brijnlozingen verder in te vullen en de tuinders op tijd te informeren.

_ ARGUMENTATIE 1.1 De huidige verordening brijnlozingen in bodem Westland, die het voor Westlandse tuinders met maatwerk onder voorwaarden mogelijk maakt om brijn te lozen, loopt op 31 december2023af. De huidige verordening brijnlozingen in bodem Westland loopt 31 december 2023 af. Daarom heeft de Omgevingsdienst Haaglanden in het verleende maatwerkvoor brijnlozingen de einddatum van 31 december 2023 opgenomen. Het is aan de gemeente als bevoegd gezag voor maatwerk m.b.t. brijnlozingen om te bepalen of en hoe zij nieuw maatwerk wil verlenen. Zonder verdere actie zijn kwekers die brijn lozen vanaf 31 december 2023in overtreding. 1.2 Het brijnbeleid dat de provincie in voorbereiding heeft laat op zich wachten tot na oktober 2023. Het is onwenselijk om voordie tijd nieuw gemeentelijk brijnbeleid in te voeren. Naar verwachting komt de provincie in 2024 metinstructieregels voor brijnbeleid. Deze instructieregels bepalen het speelveld voor het maatwerk voorbrijniozingen waarvoor de Gemeente Westland bevoegd gezag is. Het is onwenselijk om het huidige brijnbeleid te wijzigen voordat de instructieregels bekend zijn: als wij nu ander beleid invoeren en de provincie kort daarna metinstructieregels komt, wordentuinders in korte tijd geconfronteerd met beleidsveranderingen die mogelijk niet goed metelkaar te rijmen zijn.

1.3 Door het verlengen van de huidige tijdelijke briinverordening tot en met 31 december 2025 kan worden voorkomendat er vanaf 31 december 2023 veleillegale situaties door brijnlozingen ontstaan. Gelet op het bovenstaande wordt een verordening voorgesteld die het mogelijk maakt het nu geldende maatwerk tot en met 31 december 2025 te verlengen. Voor het vervolg wordt voorgesteld dat de gemeente, zodra het beleid vanuit de provincie bekend is, inzet op het vormgeven van nieuw brijnbeleid. De inzet van het nieuwebrijnbeleid is het waarborgen van een gezonde leefomgeving en een duurzame gietwatervoorziening. RISICO’S EN KANTTEKENINGEN

Risico’s 1. Als de voorgestelde verordening niet wordt vastgesteld en er geen individueel maatwerk van krachtis, moet de gemeente het verbod op brijnlozingen handhaven. Om dit af te dwingen kan door iedereen een handhavingsverzoek worden ingediend. Hiermee kan de gietwatervoorziening voor een groot aantal tuinders in het Westland direct in gevaar komen. 2. Dezetijdelijke verordening stelt nog geen extra voorwaardendie erop gericht zijn om brijnlozingen afte bouwen. Daardoor is er tot en met 31 december 2025 geen beleid actief dat gericht is op vermindering van het volume geloosde brijn.

FINANCIEN nv.t.

EXTERN OVERLEG

Glastuinbouw Nederland, de Omgevingsdienst Haaglanden en Provincie Zuid-Holland zijn geconsulteerd en kunnen zich vinden in de verlenging van het huidige beleid tot en met 31 december2025 in afwachting van nieuw Provinciaal beleid. Bij het uitwerken van het nieuwe gemeentelijk beleid voor het in de bodem lozen van brijn dat per 1 januari 2026 moet gaan gelden worden o0.a. Glastuinbouw Nederland, Provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst Haaglanden weergeconsulteerd. VERVOLGTRAJECT

Nadatprovinciaal beleid voorbrijnlozingen in 2024 door PSis vastgesteld zal de gemeente Westland bij voorkeur met en andere tuinbouwgemeenten in het Haaglandengebied optrekken bij het formuleren van nieuw maatwerkbeleid voorbrijniozingen in het Westland per 1 januari 2026. De planning om te komentot een nieuw uniform brijnbeleid is als volgt: oktober 2024

provinciaal brijnbeleid vastgesteld

maart 2025

afronding consultatie en concept voor nieuw brijnbeleid. Partners zijn geconsulteerd om

tot een gedragen en uitvoerbaar brijnbeleid te komen. Q3 2025

vaststelling van nieuw brijnbeleid per 1 januari 2026.

Burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,

de burgemeester,

Ve

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland;

gelezenhet voorstel van Burgemeester en Wethouders van 31 oktober 2023 Gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet. Gelet op artikel 2.2 lid 1, 3, 3.90 (vijfde lid) en 4 van het Besluit algemene regels voorinrichtingen milieubeheer (Barim of Activiteitenbesluit milieubeheer). gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de raadscommissie Ruimte 28 november 2023 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;

Overwegendedat,

e Lozingenvan brijn in de bodem verboden zijn, maar er maatwerk mogelijk is en dit in de nabije toekomst ook mogelijk blijft na invoering van de Omgevingswet. e De gemeente, behoudens situaties waarbij een (hogere) wettelijke regeling anders bepaald, bevoegd gezag is voor het bepalen van regels ten aanzien van maatwerk met betrekking tot brijnlozingen in de bodem. e Het overgangsrecht voorbrijniozingen op basis van artikel 3.90 lid 7 van het Barim als ook eerder verleende individuele maatwerken op 1 juli 2022 zijn afgelopen. e Bestaande toestemmingen voor bedrijven die zich in 2022 hebben gemeld voor maatwerk voor het lozen van brijn in de bodem afloopt op 31-12-2023. e Het college meertijd nodig heeft om tot goed maatwerk te komen rond de lozing van brijn. e De gemeenteraadhet ontstaan van een illegale situatie rond brijniozingen wil voorkomen. e De gemeenteraad daarom eentijdelijke brijnverordening vaststelt. BESLUIT: De Verordening brijnlozingen in de bodem Westland 31 december 2023 — 31 december 2025 vastte stellen

Tekst van de regeling

AFDELING I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Brijnwaterof brijn: het residu van omgekeerde osmose. Over het algemeen bevatdit water een hoog gehalte aan zouten (chloride). b. Lozen: het in de bodem brengen van brijnwater in het 2de watervoerend pakket.

WESTLAND

c. Verordening: de Verordening brijniozingen in bodem Westland geldend van 31 december2023 tot en met 31 december 2025.

AFDELING II. MAATWERKVOORSCHRIFTEN EN ONTHEFFINGEN Artikel 2. Tijdelijke verlenging maatwerk tot en met 31 december 2025 1. Artikel 2.2 lid 2 van het Besluit algemene regels voorinrichtingen milieubeheer (Barim) is binnen het grondgebied van Westland tot en met 31 december 2025 niet van toepassing als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Van rechtswege wasreedsontheffing verleend tot 1 juli 2022 op basis van artikel 3.90 lid 7 van het Barim, of er was op 30 juni 2022 een andere maatwerkontheffing van kracht op basis van artikel 2.2 lid 3 van het Barim, en b. In deinstallatie ten behoeve van het lozen vanbrijn is een watermeter aanwezig, voorzien van een telwerk of een andereinrichting voor het doorlopend registreren van de door de meter stromende hoeveelheid water. Een watermeter is door een daartoe bevoegd deskundige en volgens de richtlijnen van de fabrikant gelnstalleerd, on-

derhouden en geinspecteerd, en c. De ontheffinghouder houdt maandelijks of in perioden van vier weken de stand van de watermeter voor het lozen vanbrijn bij en registreert dit en stelt deze meetgegevensvolledig, jaarlijks en op aanvraag beschikbaar aan het bevoegd gezag en op aanvraag geanonimiseerd beschikbaar voor wetenschappelijke doeleinden op het gebied van watercirculariteit, bodemdaling en innovatie in de glastuinbouwsector, in de breedste zin, en d. De ontheffinghouder geeft, indien de voor gietwater beschikbare capaciteit van de regenwaterbassins nog niet bekend is bij de Omgevingsdienst Haaglandenof als deze is veranderd nadat de maatwerkontheffing werd verleend, binnen 1 maand de voor gietwater beschikbare capaciteit van de regenwaterbassins door aan de Omgevingsdienst Haaglanden. 2. De voorwaarden die gelden onderdein het eerste lid onder a genoemde ontheffingen blijven ongewijzigd van toepassing, en 3. Indien de voorwaarden zoals genoemd onderheteerste lid onder b tot en met d nog niet van toepassing waren, worden deze aanvullend van toepassing, en 4. De ontheffinghouder heeft van Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), namenshetcollege van B&W, maatwerk verleend gekregen om ook na 30 juni 2022 brijn te mogenblijven lozen.

ODH kan toestemming voorbrijnlozingen tot en met 31 December 2025 verlengen indien aan de voorwaardenin artikel 2 lid 1,2,3,4 en 5 wordt voldaan, en 5. De maatwerkbeschikking waaruit blijkt dat het eerste lid onder a genoemde van toepassing is, moet in ieder geval tot en met 31 december 2025 op de locatie aanwezig zijn voor inzage door het bevoegd gezag. Artikel 3. Monitoring van hette lozen brijn 1. Indien in de afgelopen drie jaar nog geen monster vanhetbrijn genomenis voor analyse wordt binnen 3 maanden een monster van hetbrijn genomen, direct nadat de installatie minimaal 24 uur aaneengesloten heeft gefunctioneerd. Het monsternamepuntbevindt zich na de omgekeerde osmose-installatie en eventuele voorzuiveringen, en 2. Een medewerkervan een onafhankelijk adviesbureau bemonstert het brijn volgens de meest recente NEN-, NVNof VPR-normen. Een onafhankelijk en voor de vereiste bepalingen geaccrediteerd laboratorium meetvan dit monster, eveneens volgens de meest recente NEN-, NVN- of VPR- normen, de concentraties van de volgende parameters: e gechloreerde koolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2- dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen(tri), trichloormethaan (chloroform), en

WESTLAND

e bestrijdingsmiddelen. Organische parameters, gehalogeneerd: PCB-28, PCB-52, PCB- 101, PCB-118, PCB-138, PCB-153, PCB-180, som PCB’s (6) en som PCB's (7); Organochloorbestrijdingsmiddelen: 2,4-DDD, 4,4-DDD, 2,4-DDE, 4,4-DDE, 2,4-DDT,4,4- DDT, aldrin, dieldrin, endrin, telodrin, isodrin, heptachloor, heptachloorepoxide (cis en trans), alfa~endosulfan, alfa, beta en gamma HCH, penta- en hexachloorbenzeen, hexachloorethaan, hexachloorbutadieen, som DDD/ DDE/ DDT’s, som drins, som HCH’s en som OCB’stotaal; GCMS onderzoek organofosfor: pirimifos-methyl, tolclofos-methyl, en e zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink), en nitraat, en 3. voor een correcte analyseis het uitvoerend laboratorium vooraf (doorde ontheffinghouder) op de hoogte gebracht van het hoge zoutgehalte van het te analyseren monster, en 4. de resultaten worden doorde ontheffinghouder verzonden aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), en met het toezenden van de eerste analysegegevens worden, voor zover nog niet eerder aangeleverd, tevens de volgende gegevens ter goedkeuring aan het bevoegd gezag toegezonden: e een kaart met de codrdinaten per bron, de exacte plaats en de afwerking van bronnenen putten ten opzichte van maaiveld, en e de bodemprofielen, en e de registratienummers van watermeters, bijbehorendeijkrapporten en plaatsen van inbouw, en 5.

van hette lozen brijn worden de streefwaarde in pg/l voor diep grondwater (>10 m-mv;incl. achter- grondwaarde) uit de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 voor geen van de zware metalen evenals voorde detectielimiet voor CKWsenbestrijdingsmiddelen overschreden, en het gehalte aan nitraat van het te lozen brijn bedraagt niet meer dan 50 mg NOs/I (11.3 mg N/I). Artikel 4. Dichten van de bronnen en depeilputten bij beéindiging lozing 1. Bronnen en eventuele peilputten met een diameter groter dan 5 cm worden binnen één maand nade definitieve beéindiging van een lozing gedicht, en 2. Bij het dichten van bronnen eneventuele peilputten wordt gestreefd naar herstel van het oorspronkelijke bodemprofiel. De uitvoering geschiedt door een daartoe bevoegde deskundige conform de op het moment van herstel vigerende protocollen, en 3. Tenminste twee weken vddr de aanvang van de werkzaamhedenbedoeld onderlid én wordt het bevoegd gezag daarvan schriftelijk in kennis gesteld via toezicht@odh.nl, en 4. Binnen één maandna het dichten van de bronnen enpeilputten wordt middels een door de deskundige als bedoeld in lid twee opgesteld rapport, aangetoond dat bronnen enpeilputten afdoende zijn gedicht. Dit rapport wordt binnen één week nahet opstellen daarvan toegezonden aan toezicht@odh.nl.

AFDELING III. TOEZICHT OP NALEVING Artikel 5. Toezicht 1. Met het toezicht op de naleving van deze verordening, alsmede met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn, behalve van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde ambtenaren, ook belast:

WESTLAND

a. de door of namens burgemeester en wethoudersaan te wijzen ambtenaren. b. de door of namens burgemeester en wethoudersin overleg met de besturen van de andere desbetreffende openbare lichamen aangewezen ambtenarenals bedoeldin artikel 8.3 lid 1 van de Waterwet.

Artikel 6. Bestuurlijke boete

1. Voor de overtredingen van het bepaalde in het tweedeartikel van deze Verordening, dan wel het bepaalde in de artikelen 3.90 en 3.91 van het Besluit algemene regels voorinrichtingen milieubeheer, of het handelen in strijd met de voorwaardenof voorschriften verbonden aan de toepassing van het verlenen van maatwerk op basis van voornoemde bepalingen, kan het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. 2. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 10.000 per geconstateerde overtreding van het bepaalde onder het eerste lid van dit artikel. AFDELING IV SLOTBEPALINGEN Artikel 7. Hardheidsclausule 1. Het college van burgemeester en wethouders kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing ervan zalleiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hierbij wordt gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen.

Artikel 8. Inwerkingtreding enciteertitel

1. Deze verordening treedt in werking op 31 december 2023 en geldt van 31 december 2023 tot en met 31 december 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening brijnlozingen in bodem Westland 31 december 2023 — 31 december 2025. Aldus besloten doorde raad in zijn openbare vergadering van 13 december 2023,

de griffier

de voerzitter

P. van Oosten

B.R. Arends

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=4fd59661-f6ba-46a4-ace5-0cd44a640464