20220824 Uitvoeringsagenda Bodem verkenning
Tekst van het document
Pagina 1 van 10
Uitvoeringsagenda Bodem verkenning Onlangs is de bodemverkenning opgesteld, waarin een aantal ontwikkelingen in worden geschetst inzake de urgenties en taken van de gemeente Westland. In deze uitvoeringsagenda gaan we nader in op de Westlandse taken en ambities met de horizon op 2040. Een overzicht van focuspunten en activiteiten wordt geformuleerd met betrekking tot de in de verkenning gestelde vragen b en c. Vraag a is in de verkenning aan de orde geweest. a) De belangrijkste keuzes voor de gemeente m.b.t. de ondergrond voor de periode tot 2040, en hoe deze keuzes leiden tot een duurzame ontwikkeling van Westland; b) De rol die we willen nemen om te voorkomen dat beslissingen op korte termijn in de weg gaan zitten van belangrijke (maatschappelijke) functies die de bodem heeft voor de lange termijn. (Afstemmingen in de tijd); c) Hoe we ervoor zorgen dat de gemeentelijke verkenning voor de ondergrond vorm krijgt in de ruimtelijke plannen. De Westlandse acties en maatregelen zijn gebaseerd op zowel de nationale basisprincipes van beschermen, beheren, benutten en verbeteren (uitgewerkt in 9 speerpunten) als op de urgenties en dilemma’s per ondergrond-laag uit de bodemverkenning. 9 speerpunten Beschermen/beheren van de bodem en ondergrondwaarden: 1.
Bewust omgaan met (zoet) grondwater: beschermen van het grondwater door vanuit de bodem in de glastuinbouwsector gewasbeschermingsmiddelen-en en nutriënten (stikstof en fosfaat) uit te logen en door eventueel aanwezige (resistente) bodemverontreiniging. 2. Gezonde leefomgeving: schone bodem schoonhouden en bodemecologie in stand houden voor een toekomstbestendige leeflaag en waterberging. 3. Beschermen en beheren van de identiteit van het gebied, te weten archeologische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Benutten van de ondergrond: 4. Voldoende zoet (giet) water vanuit eigen gebied: bergen en borgen van voldoende gebiedseigen (zoet)water, door ondergrondse opslag van water en strategische waterreserve. 5. Benutten van bodemenergie. 6. Prioriteren van activiteiten in de drukke ondergrond: duurzaam benutten van de ondergrondse ruimte en de draagkracht voor de bouw en infrastructuur. Denk aan stedelijke (woning)bouwopgaven, circulair bouwen, ondergrondse (afval)inzameling en parkeervoorzieningen, mobiliteitstransitie, vervangingsopgave infra- en kunstwerken, en voldoende ondergrondse groeiruimte voor bomen. Verbeteren en/of ontwikkelen van de bodemkwaliteiten: 7. Actie ondernemen ten einde bodemverzilting en bodemdaling tegen te gaan en het vergroten van bewustwording hierover. 8. Bodembiodiversiteit en een vitale bodem stimuleren. 9.
Werken aan een goede sponswerking van de bodem en de gewenste vergroening van Westland (ruimtelijke klimaatadaptatie). De speerpunten 4, 5, 6, 7 en 9 zijn het meest urgent en actueel voor de gemeente Westland en zijn af te leiden uit de klimaat-stresstesten, de glastuinbouw en de ruimtedruk.
Pagina 2 van 10
Monitoring bodem-doelen Op het ogenblik onderneemt de gemeente reeds vanuit onder andere milieu, water, klimaat en energie een aantal activiteiten en maatregelen gericht op de ondergrond. Deze vormen de basis voor de monitoring op de ondergrond en zijn gedekt vanuit de verschillende opgaven van de gemeente. De uitvoeringsagenda voor de ondergrond focust zich met name op de bundeling van deze activiteiten zonder een nieuw programma (met programmabudget) te starten. Middels jaarlijkse rapportage wordt het college en de gemeenteraad op de hoogte gehouden van de voortgang op de doelen. Middels een bodemcoördinator worden de activiteiten en de voortgang vanuit de gestelde doelstelling getoetst en bewaakt. Deze rol is op het ogenblik belegd bij de milieuafdeling van Beleid. Signalering naar directie, college en raad is vanuit deze rol te verwachten.
Bestuurlijk Opdrachtgever Ambtelijk Opdrachtgever Ambtelijk Opdrachtnemer Programmamanager Ruimte
Michiel Ferwerda Marjorie van Breda Lisette Bakker Marco Rook
Bodem-beleidsteam: Bodem-milieu beleid Harold Verhey waterkwaliteit + grondwateren gietwater beleid Hermen Smit Bodem-energie beleid Jeroen Straver
Pagina 3 van 10
Inhoud 1.
Optimaal gebruik ondergrond zonder onherstelbare schade..............................................................4
2.
Gemeentelijke rol en stakeholders ....................................................................................................4
3.
Programma onderdelen voor de ondergrond.....................................................................................5
4.
3.1
Registratie, monitoring en onderzoek .......................................................................................5
3.2
Maatregelen: beleidsontwikkeling / gebiedsontwikkeling ........................................................8
3.3
Bewustwording en maatschappelijke verantwoordelijkheid.....................................................9
Vervolg: financiën en rapportage.....................................................................................................10
Pagina 4 van 10
1.
Optimaal gebruik ondergrond zonder onherstelbare schade
In het Westland anno 2022 zijn bodemdaling en verzilting van bodem en (grond)water de voornaamste aandachtspunten voor een duurzame ontwikkeling van de ondergrond zoals geschetst in de omgevingsvisie. De belangrijkste keuzes van de gemeente m.b.t. de ondergrond voor de periode tot 2040 moeten dan ook gericht zijn op het zoveel mogelijk ‘neutraliseren’ van deze twee bedreigingen. Daarnaast wordt de Westlandse ondergrond intensief gebruikt voor grondwateronttrekking, voor warmteopslag en is de ondiepe ondergrond essentieel voor een gezonde en veilige leefomgeving (o.a. ecologie, water-absorptie). Het intensieve gebruik vraagt een zorgvuldige afweging met betrekking tot mogelijk negatieve gevolgen op de bodemdaling en verzilting, maar ook op het niet uitsluiten van mogelijk andere functies, de negatieve gevolgen van interferenties, drukte in de ondergrond en andere (onherstelbare) schade. Doel is om de Westlandse ondergrond zo optimaal mogelijk te gebruiken, zonder (onherstelbare) schade op de langere termijn. Ofwel een optimale balans tussen beschermen, beheren, benutten en verbeteren.
2.
Gemeentelijke rol en stakeholders
Met de invoering van de Omgevingswet zien we de komende jaren een belangrijke transitie op het beleidsterrein van de bodem. Stond vroeger het saneren van verontreinigde locaties en het beheer van (voormalige) stortplaatsen centraal, nu zien we een verandering waarbij de bodem en ondergrond een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van maatschappelijke problemen zoals klimaatadaptatie en de energietransitie. Verder veranderen taken en verantwoordelijkheden, mede door de aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet. Ook komen groten bodemverontreinigingen voortaan onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en krijgen gemeenten meer ruimte voor het maken van lokale afwegingen. De gemeente dient in het omgevingsplan normen en kaders op te stellen, waarbij ook beleid van het hoogheemraadschap, de provincie, het rijk en Europa met betrekking tot bodem- en grondwater in acht dient te worden genomen. Daarnaast moet de gemeente in het omgevingsplan aandachtsgebieden aanwijzen waar bodemonderzoek verplicht is (bijv. risico-gebieden). Verder vervult de gemeente een proactieve(re) rol bij toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de ondergrond, vanuit het adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’.
Kennis en een (verdere) bewustwording van de eigenschappen van de complexe ondergrond, de belangrijke rol die de ondergrond speelt in de kwaliteit van onze leefomgeving, en hoe deze het beste te beheren, benutten en verbeteren is essentieel. De rollen en taken in de ondergrond zijn sterk versnipperd. De implementatie van de omgevingswet creëert nieuwe onduidelijkheden over waar verantwoordelijkheden beginnen en eindigen. Het gaat om vergunningverlening, controle, monitoring en probleemoplossing. Deze duidelijkheid moet vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geïmplementeerd zijn en vraagt verdere afstemming. Vanuit de provincie Zuid-Holland en ODH worden daarom informatie en overdrachtsbijeenkomsten georganiseerd.
Pagina 5 van 10
3.
Programma onderdelen voor de ondergrond
Het programma voor de ondergrond richt zich op 3 soorten activiteiten, welke nader worden toegelicht: 1. Registratie, Monitoring en Onderzoek 2. Koers voor gebiedsontwikkeling en beleidsontwikkeling 3. Maatschappelijke betrokkenheid
3.1
Registratie, monitoring en onderzoek
De gemeente kan middels de omgevingswet lokale keuzes maken in het beheer van de ondergrond, met de inachtneming van de wettelijke kaders op gebied van milieu en veiligheid. Deze lokale keuzevrijheid geeft echter ook de verantwoordelijkheid om dit op een open en verantwoorde manier te doen en bewoners te informeren over de huidige staat van de ondergrond. Goede registratie, monitoring en communicatie van de verschillende functies en de staat van de ondergrond is daarmee essentieel. Ook het borgen van een gezonde ondergrond met een optimale functionele benutting, vraagt sturing en duidelijkheid op het stimuleren of beperken van specifieke functies. Monitoring op de ontwikkeling van de specifieke bodem-thema’s is essentieel om de effecten van gebruik en maatregelen te kunnen meten en specifieke maatregelen te bepalen. We zien dit ook terug bij de andere milieuthema’s zoals geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid, welke door openbare digitale kaartlagen steeds gemakkelijker worden ontsloten. Daarnaast zal er nog veel onderzocht moeten worden welke gevolgen bepaalde functies op de langere termijn hebben of naast elkaar kunnen plaats vinden en hoe we de schade kunnen beperken / herstellen.
Voor wat betreft de registratie, monitoring en onderzoek zijn onder andere de volgende onderwerpen prioriteit: - Voor bodemdaling betekent dat het (verder) in kaart brengen van bodemdalingsgevoelige woonwijken, de oorzaken en de registratie van schade aan huizen en infrastructuur. Nederland kampt van nature met een bodemdaling door de kanteling van aardplaten. Grondwateronttrekking en de gaswinning leiden zeer waarschijnlijk in een (beperkt) aantal gebieden tot een versnelde bodemdaling met grote gevolgen zoals wateroverlast. Inzicht in gevolgen en de kritische grenzen zijn nodig om duidelijke kaders te stellen met betrekking tot het gebruik. Tegelijkertijd vraagt beperking van grondwateronttrekking (en gaswinning) direct onderzoek en ondersteuning van alternatieve voor onder andere gietwater. - De mate van verzilting is afhankelijk van verschillende factoren. Behalve een zeespiegelstijging die zorgt voor zoute kwel landinwaarts, zijn er nog twee factoren die de verzilting in het Westland versterken. Enerzijds de grote mate van bodemafdekking waardoor slechts weinig zoet (hemel)water de grond kan infiltreren. Anderzijds de grondwateronttrekking uit het 1ste watervoerend pakket ten behoeve van de glastuinbouw, waarbij het zoute restwater wordt teruggebracht in het 2de watervoerend pakket.
Het beperken van de verzilting is wenselijk en kan op diverse manieren worden gerealiseerd. De effectiviteit van de maatregelen en de urgentie moeten onderbouwd worden met de feitelijke verziltings-cijfers, welke lokaal sterk kunnen verschillen. Er zijn landelijke onderzoeken en pilots gaande rond de verziltingsproblematiek die met name optreedt in de kustprovincies. Ook kan actieve infiltratie van hemelwater (COASTAR) bijdragen aan verzoeting en uitbreiding van het grondwater.
Pagina 6 van 10
-
-
-
-
Eén van de maatschappelijke opgaven die een grote invloed heeft op de ondergrond is de energietransitie. Op dit moment zijn er al vele energiesystemen aanwezig in de Westlandse ondergrond, zoals WKO-en geothermie doubletten, en in de komende jaren staan er meerdere op stapel. (Alhoewel de ondergrond die dieper ligt dan 500 meter, valt onder Mijnbouwwet en dus een Nationale aangelegenheid is, hebben deze energiesystemen directe invloed op alle lagen waardoor de ondergrondse energie infrastructuur loopt.) Daarom zijn registratie, monitoring, handhaving en essentieel. Net zoals het opstellen van stappenplannen voor opruiming (in verband met de ‘hernieuwbaar-omkeerbaar-beheersbaar’ principes) en in het geval noodsituaties (bijvoorbeeld lekkages). Dit is ook noodzakelijk om ‘wildwest praktijken’ en ongeoorloofde acties te voorkomen zoals slechte afdichtingen van de doorlatende lagen bij doorboring en illegale WKO’s. Ditzelfde geldt voor de interferentie tussen wateropslag en warmte-opslag in de ondergrond. Met name tuinders leggen dure installaties aan, waarbij beide functies nadelige gevolgen (blijvende schade) voor elkaar op kunnen leveren. De gemeente zal duidelijk moeten zijn in de bestemmingen in de ondergrond, om toekomstig gebruik te willen borgen. Op het ogenblik loopt onderzoek naar de mogelijkheden van functiecombinaties in de Westlandse ondergrond.
In 2021 is in samenwerking met onder andere de Omgevingsdienst Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland, een start gemaakt met de uitvoering van een Westlandse Gebiedsgenese. Daarbij gaat het om een bundeling van informatie van het natuurlijke systeem met 3D-weergave. De te ontwikkelen dwarsdoorsneden en ontwikkelprincipes geven aan op welke manier het onderliggende landschap gebruikt kan worden. Zoals bij de opgaven op het gebied van verstedelijking, klimaatverandering, ruimtelijke kwaliteit, circulaire economie en energietransitie. Er wordt ingezoomd op een aantal specifieke gebieden, te weten FloraHolland, Oranjebuurt (De Lier), Wateringen Noord, Polanen (Monster) en de Oranjebuitenpolder om de resultaten direct te verankeren in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen (verwachte oplevering mei 2022). De bodemkwaliteitskaarten zijn in 2021 vastgesteld. Deze moeten actueel worden gehouden. De regionale PFAS-kaart wordt begin 2022 vastgesteld.
De registratie is niet altijd een primaire taak van de gemeente. Via samenwerking met onder andere de omgevingsdienst Haaglanden, het hoogheemraadschap van Delfland en de provincie Zuid-Holland moet er de juiste informatieverzameling plaatsvinden, zodat gedegen analyses gedaan kunnen worden. Waardoor de beslissingen voor het nemen van concrete maatregelen zorgvuldig en deugdelijk onderbouwd kunnen worden genomen. Zoals gezegd is de monitoring een onderbouwing voor het nemen van (beleids- / ruimtelijke) maatregelen en dus heeft de gemeente er baat bij dat de registratie en monitoring gedegen wordt uitgevoerd en beschikbaar is. Lopende projecten A. Registratie, Onderzoek, VTH en Monitoring milieu Invoeren van een registratie op grond(water)onttrekking (hoogheemraadschap)en brijnlozing glastuinders (gemeente): met de nieuwe brijnverordening wordt er een registratie opgestart om data te verzamelen wat de ontwikkeling is van de onttrekking en lozing (welke afgezet kan worden tegen de bodemdaling en kwaliteit grondwater). (speerpunt 1, 2, 4 en 7; 1ste & 2de laag; bodem & water; Glas)
water
klimaat energie
Pagina 7 van 10
Bodemkwaliteitskaarten: in 2019 zijn de bodemkwaliteitskaarten vastgesteld, waarbij er inzicht is gekomen in de hotspots voor specifieke verontreinigingen, zoals lood en PFAS (speerpunt 2; 1ste laag; bodem) Monitoring bodemdaling: In met name De Lier wordt er extra gemeten op de bodemdaling. Het is van belang te weten welke bodemlagen de bodemdaling versnellen, waardoor er gerichte maatregelen genomen kunnen worden. (bodemdaling ligt onder andere bij de provincie) (speerpunt 7; 1e en 2de laag; water; glas) Monitoring verzilting / verontreiniging brijnlozingen: in de nieuwe brijnverordening wordt het controleren van het brijn op (hoge concentraties) stoffen verplicht. Bij te hoge concentraties, is lozing niet toegestaan. (monitoring nog in overleg met provincie) (speerpunt 4 + 7, 1e en 2e laag; bodem & water; glas, woningen & infra) Advisering inzake opsporingsvergunning, winningsplannen en winningsvergunning geothermie: de gemeente adviseert het ministerie EZK inzake de bij het Rijk aangevraagde vergunningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de lokale omstandigheden, ambities en risico’s. Monitoringstool is het aantal adviezen aan het ministerie. (speerpunt 5; 1ste, 2de & 3de laag; bodem & water) Advisering inzake vergunning WKO-systemen. Monitoringstool is het aantal adviezen aan de provincie.
(speerpunt 5; 2de laag; bodem & water; glas) Advisering vergunning aardgasonttrekking: huidige vergunning is aardgaswinning tot in ieder geval 2025. Monitoringstool: aantal uitgebrachte adviezen aan ministerie EZK. (speerpunt 5; 1ste, 2de & 3de laag; bodem & water) AVOI en ondergrondse registratie Kabels en Leidingen: monitoringstool aantal verleende AVOI vergunningen (speerpunt 6; 1ste laag; infra): Warmte-ateliers en koppeling met kabels en leidingen: gemeente Westland stuurt op bundeling van graafwerkzaamheden ivm betaalbaarheid en overlast en stimuleert een open-warmtenet tbv efficiëntie in ondergrond. Monitoringstool: aantal gehouden ateliers en gesloten convenanten. (speerpunt 6; 1ste laag; infra) Aantal geothermieprojecten in Westland in GIS systeem bijhouden en monitoren in hoeverre de ondergrond wordt benut met diepe geothermie (dieper dan 2 km) systemen. (speerpunt 5; 3de laag; bodem & water) Monitoren van mogelijke opslag systemen (HTO) in de bodem van Westland. Er lopen (landelijk) pilots. De ontwikkeling (aantal pilots in Westland en mogelijke initiatieven monitoren en jaarlijks (kort) rapporteren. (speerpunt 5; 2de laag; bodem & water)
Pagina 8 van 10
Toezicht plan bodem 2019-2022, ODH dat toeziet op bodemsanering en grondtransport met vooruitblik naar Ow en het rapport Samen met de bodem in Haaglanden (BH9897-101) wat de mogelijke prioriteiten (mede) als gevolg van de Ow en de wens van samenwerken inventariseert/onderzoekt (speerpunt 6; 1ste, 2de en 3de laag; bodem & water Onderzoek funderingsonderzoek is in 2020 afgerond (speerpunt 7; 1ste en 2de laag; bodem & water; woningen & infra) Uitvoering gebiedsgenese/ monitoren 3D-ordening (speerpunt 6; 1ste en 2de laag) Onderzoek naar de co-existentie van wateropslag versus energieopslag: in Westland wordt het 1e WVP gebruikt voor energieen wateropslag. Beiden van groot belang voor de glastuinbouwsector, maar veelal niet verenigbaar op eenzelfde locatie. Middels onderzoek wordt gekeken hoe de interferentie is tussen beide functies en in hoeverre vergunningen risicoloos gegeven kunnen worden voor zowel water als warmteopslag. (Speerpunt 6; 1ste en 2de laag, glas) Waterbank Westland: Westland ondersteunt een innovatieve pilot van tuinders uit de Broekpolder (samen met PZH en HHD) inzake het realiseren van een zoetwaterbel in de ondergrond (middels hemelwaterinfiltratie) zodat er voldoende gietwater geborgd wordt voor de tuinbouw.
(speerpunt 4; 2de laag; water; glas) Alternatieven voor grondwateronttrekking/ gietwatervoorziening: in samenwerking de glastuinbouwsector, PZH, GPWH en HHD wordt een routekaart ontwikkeld voor de afbouw van grondwateronttrekking en het realiseren van alternatieve gietwatervoorzieningen. (speerpunt 4; 2de laag; water; glas) Onderzoek naar de balans in het gebruik van de watervoerende lagen: hoeveel (grond)water kan er onttrokken worden zonder dat er bodemdaling/verzilting optreedt (speerpunt 7; 1ste en 2de laag; bodem & water)
3.2
Maatregelen: beleidsontwikkeling / gebiedsontwikkeling
Om de veiligheid en duurzame benutting van de ondergrond ten behoeve van de samenleving te borgen, is het stellen van kaders, voorwaarden (en eventuele reserveringen in de toekomst) noodzakelijk. Op een aantal onderwerpen zijn deze kaders in onderzoek, zoals op de gietwatervoorzieningen, grondwateronttrekking en brijnlozingen. Ook op andere onderwerpen en in ander uitwerkingen lijken aanscherpingen van beleid en invulling van gebiedsinrichting nodig om op de langere termijn een duurzame en veilige leefomgeving te borgen. Doel is daarmee niet het beperken van de benutting, maar het zodanig inrichten dat het geoptimaliseerd kan worden binnen de gestelde kaders. Omdat er plaatselijk veel variatie is in de Westlandse (ondiepe) ondergrond (en in benutting van de ondergrond), is vaak maatwerk per gebieds- of wijkontwikkeling nodig. Voor een groot aantal onderwerpen is afstemming met andere stakeholders noodzakelijk (onder andere de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Delfland, de omgevingsdienst Haaglanden en Glastuinbouw Nederland).
Pagina 9 van 10
De te verwachten maatregelen op de korte termijn (waarbij de gemeente bevoegd gezag is): - maatwerk voor brijnlozingen; - Afvoer en infiltratie van hemelwater; - Klimaatadaptief bouwen (deels ook m.b.t. ondergrond); - Natuur-inclusief bouwen (deels ook m.b.t. ondergrond). Daarnaast heeft de gemeente een adviesrecht als het gaat om de vergunningverlening voor aardwarmte (bevoegd gezag is het ministerie van EZK). Ook werkten de gemeente, het hoogheemraadschap en de provincie met de sector om tot een duurzame gietwatervoorziening te komen.
B. Maatregelen Gebiedsontwikkeling milieu Beleid op brijnlozing en grondwateronttrekking: verlenging maatwerk voor brijnlozing voor 1,5 jaar verlengd om tot onderbouwd voorstel te komen. (speerpunt 1 en 4; 1ste & 2de laag; water; glas) Hemelwaterontkoppeling bij nieuwbouw en renovatie: in nieuwe WRP worden uitgangspunten voor ontkoppeling hemelwater meegenomen voor bestaande bouw. (speerpunt 1, 8 en 9; 1ste laag; water; woningen) Opstellen groen(blauw)structuur Westland: mbt waterberging, afvoer (speerpunt 1 en 4; 1ste laag; bodem & water) Maatregelen klimaatadaptief bouwen in Programma van standaarden, waarin o.a. (mogelijk) vergroten ondergrondse wateropslag in het 1ste watervoerend pakket (speerpunt 4 en 7; 2de laag; bodem & water; glas) Pilot Waterbank Westland (COASTAR): mogelijkheden voor diepte infiltratie hemelwater ter borging gietwatervoorziening glastuinbouw (speerpunt 4; 2de laag; glas) Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur: vastgesteld in 2020 (speerpunt 6; 1ste en 2de laag) Verhogen infiltratiecapaciteit bodem: halfverharding parkeerplaatsen, ontharden tussenbermen / Inzet steenbreek tbv ontharding (zeer beperkte mogelijkheden ivm budgetten) (speerpunt 7, 8 en 9; 1ste laag; bodem; woningen, bedrijven) Uniforme beleidsregels rondom bodemsanering, grondtransport binnen de regio Haaglanden.
Deze worden samengesteld en uitgewerkt als uitwerking van het rapport Samen met de bodem in Haaglanden.
3.3
water
klimaat energie
groen
Kabels en leidingen groen
Bewustwording en maatschappelijke verantwoordelijkheid
De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de ondergrond voor wat betreft de openbare ruimte en een handhavingsplicht bij bedrijven en inwoners. De gemeente spreekt gebruikers aan op het omgaan met de ondergrond middels voorlichting en handhaving.
Pagina 10 van 10
C. Bewustwording en bewoner-activiteiten milieu
water
klimaat energie
Promoten van het belang van zo min mogelijk bodemafdekking bij particulieren en bedrijven, via Steenbreek en campagne Westland woont duurzaam (speerpunt 7, 8 en 9; 1ste laag; bodem; woningen, bedrijven) Onderzoek en presentatie lekstromen tuinbouw: samenwerking vanuit Emissieloze kas, gericht op het in kaart brengen van mogelijke lekstromen. (speerpunt 2; 1ste laag; glas) Als voortvloeisel van de uitvoering in het kader van het rapport Samen met de bodem in Haaglanden zal communicatie ook zeker een belangrijke rol gaan spelen om meer bewustwording te creëren.
4. Vervolg: financiën en rapportage De benoemde activiteiten hebben geen invloed op de begroting. Deze zijn reeds geborgd via andere programma’s en opgaven. Wel is het mogelijk dat bij invoering van de Omgevingswet, de gemeente extra budget nodig heeft voor de opdrachtverlening aan de omgevingsdienst. Vooralsnog wordt er van een warme overdracht uitgegaan, waarbij moet worden opgemerkt dat er in het kader van de Omgevingswet een andere werkwijze wordt verlangd van zowel gemeente als de omgevingsdienst. Een extra FTE voor de bodemtaken (in het kader van de Omgevingswet) is op het ogenblik incidenteel (2 jaar) reeds opgenomen in de begroting. Voorgesteld is om de rapportage op de benoemde activiteiten jaarlijks aan het college te rapporteren.