2.6a) aanmeldnotitie vormvrije MER-beoordeling (21-0323083)
Tekst van het document
NTE WEST EE
N LA D
W-AV-2021-1973
GEM
aanvraagnummer
registratienummer besluit
Aanmeldnotitie vormvrije MER-beoordeling oprichten woonunits arbeidsmigranten aan Burg. v.d. Goeslaan / Oostbuurtseweg in De Lier
Opdrachtgever Tradiro Park BV De Lier
D-H LLA N O
D
UI
Z
21-0357269
2021_pdf_S_21-0323083_1
behoort bij besluit aanvraag omgevingsvergunning
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aanmeldnotitie vormvrije MER-beoordeling oprichten woonunits arbeidsmigranten aan Burg. v.d. Goeslaan / Oostbuurtseweg in De Lier
Opdrachtgever Tradiro Park BV De Lier
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Colofon
Titel
: Aanmeldnotitie vormvrije MER-beoordeling oprichten woonunits arbeidsmigranten aan Burg. v.d. Goeslaan / Oostbuurtseweg, De Lier
Opdrachtgever Contactpersoon
: Tradiro Park BV, De Lier : Dhr. Siu Kin Shek
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging
: dhr. ing. A.P. Wubben : mw. E.J. den Hollander : mw. E.J. den Hollander : ing. A.P. Wubben
Projectnummer Rapportnummer Planstatus
:20130 :20130AQT306MER EdH : ontwerp
Datum vrijgave
Status
Versie 14 november 2021
Ontwerp
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
© 2021 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
I. TOELICHTING INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING
1
2
INLEIDING ................................................................................................... 5 1.1
AANLEIDING ....................................................................................................................... 5
1.2 1.3
WAT HOUDT EEN M.E.R.-BEOORDELING IN? ................................................ 5 LEESWIJZER ........................................................................................................................ 6
M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT .................................................................. 7 2.1 2.2
3
PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT ................................................. 9 3.1 3.2
4
5
IS DE ACTIVITEIT M.E.R.-(BEOORDELINGS) PLICHTIG? .............................................. 7 PROCEDURE ........................................................................................................................ 7 PLAATS VAN HET PROJECT .................................................................................................... 9 KENMERKEN VAN HET PROJECT ............................................................................................ 10
KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN ...................................................... 13 4.1
BODEM EN WATER .............................................................................................................. 13
4.2
RISICO’S OP ZWARE ONGEVALLEN OF RAMPEN EN RISICO’S VOOR DE MENSELIJKE GEZONDHEID13
4.3
NATUUR............................................................................................................................. 14
4.4
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ................................................................................... 14
4.5
WEGVERKEERSLAWAAI........................................................................................................ 15
4.6 4.7
LUCHTKWALITEIT ............................................................................................................... 15 RISICO’S VOOR MENSELIJKE GEZONDHEID ........................................................................... 15
4.8
SLOOP- EN AANLEGWERKZAAMHEDEN .................................................................................. 16
4.9
CUMULATIE VAN PROJECTEN ................................................................................................ 16
4.10
MITIGERENDE MAATREGELEN/ZORGPLICHT ........................................................................... 16
CONCLUSIE ................................................................................................. 17
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
4
5
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Tradiro Park BV (hierna te noemen: aanvrager) is sinds 2 maart 2021 eigenaar/ exploitant van de percelen aan Burg. V.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg, gevestigd De Lier, kadastraal bekend sectie A nummers 4978, 4980 en 6394. Deze percelen zijn nu bebouwd met kassen. Aanvrager wenst hier 172 woonunits te bouwen voor 688 arbeidsmigranten. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 woningen of 100 hectare of meer. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing plan m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D11.2 de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: - een oppervlakte van 100 hectare of meer; - een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De beoogde ontwikkeling betreft het oprichten van 172 woonunits met een bruto vloeroppervlak van circa 4.600 m² en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Het bevoegd gezag dient op basis van een aanmeldnotitie m.e.r-beoordeling in een besluit op te nemen of voor een activiteit tevens een milieueffectrapportage opgesteld dient te worden. Ingeval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit. Voor de realisatie van de woonunits zijn een bodemonderzoeksrapport, een watertoets, een onderzoek bedrijven- en milieuzonering en externe veiligheid, een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, een onderzoek luchtkwaliteit, een ecologisch onderzoek en een stikstofonderzoek uitgevoerd. 1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn (85/337/EEG) milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
5
6
1.3
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:
• • • •
beschrijft in hoofdstuk 2 de m.e.r.-(beoordelings-)plicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten; beschrijft in hoofdstuk 3 de plaats en kenmerken van het project; licht in hoofdstuk 4 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 5 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
6
7
2
2.1
M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT
Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De realisatie van woonunits voor arbeidsmigranten is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (172 woonunits) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (een oppervlakte van 100 ha of meer).
Conform de m.e.r.-regelgeving leidt dit tot de noodzaak tot het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (stedelijk ontwikkelingsproject minder dan 100 hectare). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een notitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.beoordeling of m.e.r.-procedure nodig
2.2
Procedure De voorliggende notitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij. ... ' De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Op 7 juli 2017 is het Besluit M.E.R. opnieuw gewijzigd. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage onder D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden.
Dit is een “vormvrije” m.e.r.beoordeling Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elk initiatief waarbij een vormvrije m.e.r.-
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
7
8
beoordeling aan de orde is de volgende procedure- stappen doorlopen moeten worden: door de initiatiefnemer moet een (aanmeldings-)notitie worden opgesteld; het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzagelegging van het ontwerpbesluit; -
het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen;
-
het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen bij deze notitie.
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
8
9
3 3.1
PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT Plaats van het project
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van De Lier, aan de noordoostzijde. Het plangebied bevindt zich aan de Burg. V.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg, gevestigd De Lier (kadastraal bekend sectie A nummers 4978, 4980 en 6394), waar momenteel kassen staan (zie figuur 1). De oostzijde van het plangebied grenst aan de Oostbuurtseweg, de westzijde aan de Burg. V.d. Goeslaan (zie figuur 2).
Figuur 1: huidige bebouwing (Bron; Google)
Figuur 2: nieuwe bebouwing (Bron:Bas1s) 20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
9
10
Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen ligt op circa 7 kilometer van het plangebied. Het dichtstbijzijnde onderdeel van Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op circa 1,8 kilometer ten oosten van het plangebied. Op basis van de archeologische waarden- en beleidskaart kan er geconcludeerd worden dat het plangebied een verwachtingszone III heeft. In het plangebied zijn geen elementen aanwezig die cultuurhistorisch waardevol zijn, zoals beschermde monumenten. Systematiek Deze notitie is opgesteld om, vooruitlopend op het ruimtelijke plan, een besluit te nemen over de noodzaak voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op basis van de omvang van de ontwikkeling, de ligging van het project en de reeds uitgevoerde sectorale onderzoeken (zie de paragrafen 4.1 t/m 4.10 van deze notitie) voor de ruimtelijke procedure wordt in deze notitie een beoordeling gegeven van de kenmerken, de plaats en de potentiële effecten van de ontwikkeling. 3.2
Kenmerken van het project
De beoogde ontwikkeling betreft de nieuwbouw van 172 woonunits voor arbeidsmigranten. Deze bestaan uit 1 tot 3 bouwlagen. Deze percelen zijn nu bebouwd met kassen en bedrijfsruimte. Aanvrager wenst hier 172 woonunits te bouwen voor 688 arbeidsmigranten. Elke verblijfsruimte van 4 arbeidsmigranten is ongeveer 68 m² groot, heeft 4 bedden, een woonkamer, een badkamer en een toiletvoorziening. Er komen diverse gemeenschappelijke functies, zoals een receptie, een beheersruimte, een wasserette, een sportvoorziening (fitness), een polyvalente ruimte en een fietsenstalling. Verder komen er 2 beheerdersruimten, recreatie en sportvelden. Er is voor gekozen om de woonfuncties uit deze hoek te halen en juist de faciliteiten zoals receptie, fietsenberging, beheerdersruimte, wasserette e.d. zaken hier te situeren onder één “dak”. In het kader van tijdelijkheid en de investering willen we blijven werken met het stapelen van “units” en vervolgens er een schijngevelconstructie/open massa overheen te zetten wat refereert naar de kassen van het Westland. Passanten zien dan op deze hoek een gebouw/kunstwerk. Langs de randen worden bomen geplant en aangevuld struiken en beplanting. Op het terrein zal voornamelijk gewerkt worden met struiken en beplanting. Definitieve groenplan wordt ingediend bij de aanvraag omgevingsvergunning. De figuren 3 en 4 zijn een impressie van de beoogde ontwikkeling.
Figuur 3: Beoogde situatietekening(Bron: Bas1s) 20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
10
11
Figuur 4: Impressie van de beoogde woningen(Bron: Bas1s)
Verkeer Parkeren Er zijn 172 units aanwezig op het park voor 4 personen per unit, dat zijn 688 personen in totaal. Vervoer voor de arbeidsmigranten wordt veelal geregeld door de uitzendbranche. Hierbij wordtuitgegaan van 1 auto per 4 arbeidsmigranten. Op basis hiervan is gekozen om een norm van 0,3parkeerplaats per arbeidsmigrant aan te houden. Dit betekent dat er 688 x 0,3 = 206,4 (afgerond207) parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. Er is voldoende parkeer- gelegenheid (namelijk 211 parkeerplaatsen) aanwezig op het terrein. Zie hiertoe ook onderstaand figuur 5. Mobiliteit Vanuit het woonpark zijn er ruim 700 uitzendkrachten werkzaam binnen een straal van 5 km van de locatie.Indien deze uitzendkrachten woonachtig zijn op dit park zullen zij per fiets naar het werk gaan. Uitgangspunt is dat te allen tijde minimaal 50% van de inwoners op de fiets naar de werkgelegenheden in de omgeving zullen gaan. De andere inwoners zullen met de auto (personen auto van zowel eigen vervoer als auto’s van Tradiro) gaan. Sporadisch worden inwoners gehaald en gebracht met bedrijfsbussen (ter grootte van een bestelbus).
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
11
12
Figuur 5: Impressie Woonpark met functies en toelichting(Bron: Bas1s)
Verkeersgeneratie Voor het in kaart brengen van de gevolgen voor de verkeersgeneratie wordt voor dit initiatief een inschatting gedaan op basis van ervaringscijfers. Het initiatief leidt tot de onderstaande berekening: • 688 bewoners; • 30% daarvan heeft een eigen voertuig (206); • 100% van de personen met een eigen voertuig gebruikt dat voor woon-werkverkeer (206); • 40% van de bewoners maakt gebruik van collectief vervoer (275, 4 personen per busje, dus 69 busjes); • 30% van de bewoners gaat per fiets of OV naar de werklocatie (206, maar die worden hier verder buiten beschouwing gelaten). Dat leidt tot (206x2) + (69x2) = 550 voertuigbewegingen per etmaal (inschatting). Tot slot leidt het plan tot verkorting van het woon- werkverkeer en tot de bevordering van duurzaam fietsverkeer.
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
12
13
4
KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In het plangebied zijn momenteel kassen gelegen. Deze zullen worden gesloopt.
4.1
BODEM EN WATER
Bodem Bij een planologische wijziging moet de geschiktheid van de bodem meegewogen worden. In dit geval is sprake van een strijdige functie, aangezien er woningen worden gerealiseerd op een perceel wat momenteel als “Agrarisch – glastuinbouw” is bestemd. Voor de functiewijziging naar wonen dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Dit bodemonderzoek wordt voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning bouwen uitgevoerd. Geconcludeerd kan worden dat er geen aanzienlijke negatieve effecten ten aanzien van het aspect bodem te verwachten zijn Water Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen primaire- of regionale waterkeringen aanwezig. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Ook ligt het gebied niet in een drinkwaterbeschermingsgebied. Het hoogheemraadschap hanteert het stand-stil principe. Dit houdt in dat een (ruimtelijke) ontwikkeling niet mag leiden tot een verslechtering van het watersysteem en er bij toename aan verhard oppervlak extra watercompensatienodig is. Ten opzichte van de huidige situatie is er geen sprake van een toename aan verharding door de realisatie van de woningen omdat het momenteel al grotendeels bebouwd is. Op basis van het onderzoek dient er geen extra waterberging gerealiseerd te worden.
Door de grote afname aan verhardoppervlak is er voldoende ruimte gecreëerd om te voldoen aan Klimaat 2050. Het maaiveld in de nieuwe situatie wordt glooiend aangelegd waarbij het vloerpeil van de wooneenheden op ca. -1,00 m NAP wordt aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de 1 m drooglegging. Er zijn positieve effecten op de waterhuishouding. 4.2
RISICO’S OP ZWARE ONGEVALLEN OF RAMPEN EN RISICO’S VOOR DE MENSELIJKE GEZONDHEID
Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk bij bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. 20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
13
14
Uit de professionele risicokaart Nederland blijkt dat in de nabijheid van het plangebied er geen transporten van gevaarlijke stoffen over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen plaatsvinden. Wel bevindt het plangebied zich in het toxische invloedsgebied van de N223. De afstand bedraagt 880 m (vanwege het transport van toxische vloeistoffen, stofcategorie LT2). Het plangebied is daarmee gelegen binnen het invloedsgebied van de N223. Langs de N223 is geen PR=10-6 contour aanwezig. De normenvoor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de planlocatie. Het groepsrisico is berekend met RBMII. Door de ontwikkeling in het plangebied neemt het groepsrisico toe van 0,015 tot 0,04 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico blijft onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van artikel 8 van het Bevt is een verantwoording van het groepsrisico niet vereist. De normenvoor het groepsrisico in het Bevt vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling.
Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de N223 moet op grond van artikel 7 van het Bevt in de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit worden in gegaan op: • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp met gevaarlijke stoffen op de N223, en; • voor zover het plan of de vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zichop de weg een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet. Deze aspecten zijn in deze rapportage beschouwd. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. 4.3 NATUUR Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden endier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 Het plangebied bevindt zich op circa 7 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura-2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbeschermingis niet noodzakelijk; Door de aard van de werkzaamheden en ligging ten opzichte van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, is een stikstofdepositieberekening noodzakelijk. Deze is inmiddels uitgevoerd door Aqua-Terra Nova met als kenmerk 2013AQT302RS, d.d. 14 mei 2021. Op basis van de nieuwe wetgeving en de berekening die gemaakt is voor de gebruiksfase is er geen vergunning nodig voor de beoogde activiteiten. Het plangebied bevindt zich op circa 1,8 km van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. Soortenbescherming Door middel van een quickscan ecologie is het plangebied onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien werkzaamheden in de periode maart t/m juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van broedende vogels voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden.
Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden.
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
14
15
Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Ook kan ervoor gekozen wordenom in de periode te werken wanneer vleermuizen in winterslaap (november t/m maart) zijn. Indien er werkzaamheden aan de watergang plaatsvinden moet dit buiten de kwetsbare periode voor aquatische fauna uitgevoerd worden. De voorkeursperiode voor de uitvoering is begin september t/m eind oktober. 4.4
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Cultuurhistorie
Ter plaatse van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Ook in de directe nabijheid zijn geen waardevolle objecten aanwezig. Het planvoornemen heeft dan ook geen nadelige invloed op cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied.
Archeologie
De archeologische beleidskaart van de gemeente is een archeologisch verwachtingsmodel, waaraan grenzen zijn gekoppeld tot waar voorgenomen bodemingrepen worden vrijgesteld van de verplichting tot archeologisch onderzoek. Hierin wordt duidelijk dat er in het plangebied sprake is van 'verwachtingszone III'. Voor 'verwachtingszone III ' geldt dat er voor bodemingrepen minder dan 50 cm diep en met een oppervlakte kleiner dan 250 m², geen verplicht archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden bij het verlenen van een omgevingsvergunning van een bodemverstorende activiteit. ADC Archeo Projecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel vaneen verkennend booronderzoek. Het doel van dit onderzoek is de bodemopbouw en de aard, omvangen diepte van eventuele verstoringen in beeld te krijgen. Aan de hand van de gegevens van het veldonderzoek kan de gespecificeerde verwachting worden aangevuld 4.5
WEGVERKEERSLAWAAI
Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden door de Burg. Van der Goeslaan en de Woudseweg (na aftrek van op grond van artikel 110 van de Wet geluidhinder). De geluidsbelasting vanwege de Burg. Van der Goeslaan ligt ook hoger dan de dan de hoogst toelaatbare waarde van 53 dB voor buitenstedelijk gebied. Omdat het in het onderhavige geval om een tijdelijke situatie gaat met tijdelijke bouwwerken, zijn de grenswaarden uit de Wet geluidhinder echter niet van toepassing. Tijdelijk bouw is dus mogelijk 4.6 LUCHTKWALITEIT Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Hierin worden grenswaarden genoemd die in onderstaande tabel zijn weergegeven. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer
Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)
fijn stof (PM2,5)
Toetsing van Grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan concentratie 50 µg / m³ jaargemiddelde concentratie 25 µg /m³
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
15
16
De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van in totaal 172 woonunits. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast blijkt uit de NSL-monitoringstool dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. 4.7 RISICO’S VOOR MENSELIJKE GEZONDHEID Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.
4.8 SLOOP- EN AANLEGWERKZAAMHEDEN De sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het Bouwbesluit 2012. De hinder van de werkzaamheden zal zo beperkt mogelijk zijn. Hiermee wordt rekening gehouden met de naastliggende bebouwing. Verder worden afvalstoffen vervoerd naar een erkende verwerker. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. 4.9 CUMULATIE VAN PROJECTEN Voor zover bekend leiden de ontwikkelingen in de buurt, gezien de beperkte effecten, niet tot cumulatie vaneffecten. 4.10 MITIGERENDE MAATREGELEN/ ZORGPLICHT Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen.
20130/Aqua-Terra Nova 306c MER EdH 14 november 2021
16
17
5
CONCLUSIE
Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk. Er zijn geen potentiële effecten. Gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met de mitigerende maatregelen, geen belangrijke negatieve milieugevolgen aan de orde kunnen zijn die het opstellen van een MER nodig maken.
20130/Aqua-Terra Nova 306b MER EdH 14 november 2021
17