CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2f) Ontwerp wijzigingsbesluit Omgevingsverordening [25-0186140]

Commissie Ruimte en Wonen 10 februari 2026, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 03-12-25 inzake zienswijze herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland 202543.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

§ 7.3.17 Werelderfgoed Artikel 7.64 (aanwijzing en geometrische begrenzing van werelderfgoed) 1

Werelderfgoed Hollandse Waterlinies is de locatie bekend als de vroegere verdedigingslinies van Holland en bestaat onder andere uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die van Muiden naar Woudrichem loopt en eindigt bij Werkendam en die is gelegen op het grondgebied van de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant als bedoeld in artikel 7.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en waarvan de geometrische begrenzing van het Zuid-Hollandse deel is vastgelegd in bijlage II.

2

Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, onderverdeeld in Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 1, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2 en Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone, is de locatie bekend als een serie van archeologische monumenten van de vroegere Romeinse rijksgrens, die van Katwijk aan Zee tot in Remagen over de grens met Duitsland loopt over het grondgebied van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland en de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts als bedoeld in artikel 7.3, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en waarvan de geometrische begrenzing van het Zuid-Hollandse deel is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.65 (kernkwaliteiten werelderfgoed) In aanvulling op artikel 7.4, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn kernkwaliteiten van de werelderfgoederen Nieuwe Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes de in het belang

36

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed in bijlage IX, onder E beschreven essentiële kenmerken van het aanwezige landschap en cultureel erfgoed.

Artikel 7.66 (geen aantasting kernkwaliteiten werelderfgoederen) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op de werelderfgoederen Hollandse Waterlinies of Neder-Germaanse Limes, laat het omgevingsplan geen activiteiten toe die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 7.65, aantasten.

Artikel 7.67 (aanwijzing en geometrische begrenzing van gebieden met archeologische waarden binnen de Neder-Germaanse Limes) 1

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 1, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

3

Het gebied Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

4

Het gebied Neder-Germaanse Limes verwachtingszone, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.67a (motivering behoud en versterking kernkwaliteiten) Een motivering van een omgevingsplan voor een locatie binnen Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 1, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone en Werelderfgoed Hollandse Waterlinies bevat: a. b.

een beschrijving van de wijze waarop de kernkwaliteiten van het werelderfgoed worden behouden of versterkt; en een beschrijving van de wijze waarop de cultuurhistorische waarde wordt behouden of versterkt.

Artikel 7.68 (bescherming archeologische waarden binnen de Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2) 1

Een omgevingsplan voor Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes kernzone 2, bevat regels die de bekende archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op activiteiten waarbij de grond dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. b. c.

3

door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast; het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

In afwijking van het tweede lid kan het omgevingsplan het behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’ toelaten, als behoud ‘in situ’ niet mogelijk blijkt en andere zwaarwegende belangen volgens het bevoegd gezag prevaleren.

Artikel 7.68a (bescherming archeologische waarden binnen de Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone) 1

Een omgevingsplan voor Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes bufferzone, bevat regels die de verwachte archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op activiteiten waarbij de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. b. c.

37

door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast; het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

3

In afwijking van het tweede lid kan het omgevingsplan het behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’ toelaten, als behoud ‘in situ’ niet mogelijk blijkt en andere zwaarwegende belangen volgens het bevoegd gezag prevaleren.

Artikel 7.68b (bescherming archeologische waarden binnen de Neder-Germaanse Limes verwachtingszone) 1

Een omgevingsplan voor Neder-Germaanse Limes verwachtingszone, bevat regels die de verwachte archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval de voorwaarde van archeologisch onderzoek bij activiteiten waarbij de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, en de voorwaarde dat gehandeld wordt in overeenstemming met de uitkomsten van dat onderzoek, tenzij: a. b.

het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

§ 7.3.18 Archeologie Artikel 7.69 (aanwijzing en geometrische begrenzing gebieden met bekende archeologische waarden) Gebieden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.70 (bescherming bekende archeologische waarden) 1

Een omgevingsplan voor een gebied met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde bevat regels die de bekende archeologische waarden beschermen.

2

De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in ieder geval in een verbod op activiteiten waarbij de grond dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij: a. b. c.

3

door archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast; het activiteiten betreft die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten, of de grond al eerder is geroerd.

In afwijking van het tweede lid kan het omgevingsplan het behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’, toelaten als behoud ‘in situ’ niet mogelijk blijkt en andere zwaarwegende belangen volgens het bevoegd gezag prevaleren.

§ 7.3.19 Traditionele windmolens Artikel 7.71 (aanwijzing en geometrische begrenzing molenbiotopen) 1

Molenbiotopen zijn de locaties rondom traditionele windmolens, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Bijzondere molenbiotopen zijn de locaties binnen de molenbiotopen van incomplete, heropgebouwde of verplaatste traditionele windmolens, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.72 (bescherming molenbiotoop) 1

Een omgevingsplan voor een molenbiotoop als bedoeld artikel 7.71, eerste en tweede lid, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en neemt de volgende waarden in acht: a.

b.

38

binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen bebouwing of beplanting toegelaten, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wieken; binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting:

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

○

○

2

1°. voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken; 2°. voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken.

In afwijking van het eerste lid is bebouwing mogelijk ten behoeve van: a.

b.

een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop als bedoeld in artikel 7.71, tweede lid, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast.

§ 7.3.20 Landgoederen en kastelen Artikel 7.73 (aanwijzing en geometrische begrenzing landgoed- en kasteelbiotopen) 1

Landgoedbiotopen zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Kasteelbiotopen zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.74 (bescherming landgoed- en kasteelbiotoop) 1

Een omgevingsplan voor een landgoedbiotoop of kasteelbiotoop kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover: a. b.

2

geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop; of de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop.

Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop wordt beschreven. Naast de analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed of het kasteel gaat deze paragraaf in op de wijze waarop de kenmerken en waarden van de landgoedbiotoop of kasteelbiotoop beschermd of versterkt worden. Het gaat in ieder geval om de volgende kenmerken en waarden: a.

de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; b. de basisstructuur waaraan het landgoed of de kasteellocatie bewust direct is gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een buitenplaats ook indirect door zichtlijnen; c. het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen. Naast deze kenmerken en waarden kunnen er voor zowel de landgoedbiotoop als de kasteelbiotoop afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn. 3

Afwijking van het eerste lid is alleen mogelijk als sprake is van het noodzakelijk continueren van bouw- en gebruiksrechten uit het voorgaande omgevingsplan of als sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. De motivering van het omgevingsplan bevat hierover een verantwoording.

§ 7.3.21 Energie

39

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

Artikel 7.74a (weging van het energiebelang bij grote ontwikkelingen) 1

Dit artikel is van toepassing op het toelaten van: a. 200 of meer woningen; b. industrieterreinen of bedrijventerreinen; c. elektriciteitsopslagsystemen; d. elektrolysers; e. wind- en zonneparken; f. kleine modulaire kerncentrales.

2

Een omgevingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling, als bedoeld in het eerste lid, mogelijk maakt die bestaande of te ontwikkelen energie-infrastructuur benut voor het functioneren van die ontwikkeling, houdt rekening met de gevolgen voor energiesystemen.

3

Er wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen en de duiding van de gevolgen voor energiesystemen in ieder geval rekening gehouden met: a. het effect van de locatiekeuze van een ruimtelijke ontwikkeling op een efficiënt en duurzaam energiesysteem dat als geheel een zo klein mogelijk ruimtebeslag heeft; b. het minimaliseren van het benodigde ruimtebeslag van de ontwikkeling van energie-infrastructuur voor transport van elektriciteit die nodig is voor het mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling.

4

Bij de duiding van de gevolgen voor energiesystemen worden de opvattingen van de netbeheerder die is belast met het beheer van de energie-infrastructuur betrokken.

5

In een omgevingsplan wordt om het ruimtebeslag van de energie-infrastructuur, bedoeld in het derde lid, zo klein mogelijk te houden gemotiveerd hoe rekening is gehouden met de leidende principes voor een duurzaam energiesysteem, zoals het waar mogelijk: a. inzetten op energiebesparing; b. efficiënt benutten van de energie-infrastructuur; en c. benutten van hernieuwbare bronnen, bij voorkeur lokaal.

6

Voor zover het de activiteit in het eerste lid, onder c, betreft wordt tevens gemotiveerd in welke mate de ontwikkeling aantoonbaar maatschappelijke toegevoegde waarde heeft.

Artikel 7.75 (aanwijzing en geometrische begrenzing locaties windenergie) Locaties voor windenergie zijn de locaties waarvan de geometrisch begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.76 (windenergie) 1

Een omgevingsplan laat windturbines alleen toe binnen de locaties voor windenergie.

2

In het omgevingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale omstandigheden, ten behoeve van de ruimtelijke inpassing van de locatie in de omgeving, of ten behoeve van de uitbreiding van deze locatie mits de locatie een samenhangende eenheid vormt in het landschap. Daarbij geldt dat de locatie voor windenergie kan worden uitgebreid met een capaciteit van: a. b.

3

40

maximaal 5 MW één windturbine; of meer dan 5 MW in het geval gedeputeerde staten op grond van artikel 9c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 van oordeel zijn dat het project met toepassing van artikel 5.55 van de Omgevingswet kan worden uitgevoerd door het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente, en dat bevoegde bestuursorgaan daarmee heeft ingestemd. de capaciteit van meer dan 15 MW in het geval gedeputeerde staten op grond van artikel 6.2, tweede lid, van de Energiewet hebben besloten dat het project kan worden mogelijk gemaakt door een bestuursorgaan van de gemeente en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente daarmee hebben ingestemd.

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan voor een gebied buiten het bestaand stads-en dorpsgebied kleine windturbines met een ashoogte tot 15 m toelaten en kan een omgevingsplan voor een gebied binnen het bestaand stads- en dorpsgebied of voor een locatie binnen het glastuinbouwgebied als bedoeld in artikel 7.53, eerste lid, kleine en middelgrote windturbines met een ashoogte tot 45 m toelaten, voor zover dat passend is bij de lokale situatie.

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

4

Een omgevingsplan dat een bouwactiviteit toelaat voor een windturbine en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind verzekert de sloop van de bouwwerken na het beëindigen van die opwekking.

Artikel 7.76a (zonnevelden) 1

Dit artikel is van toepassing op een nieuw zonneveld met een oppervlakte van meer dan 500 m2 buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

2

Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een nieuw zonneveld, laat het omgevingsplan dit alleen toe op de volgende locaties: a. b. c. d.

e. f.

agrarische bouwpercelen; locaties met een functie verkeersinfrastructuur of een locatie ten dienste daarvan; slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, bergingsgebieden en voormalige stortplaatsen; glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; een locatie waar een stedelijke functie is toegedeeld, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd; een windpark.

3

In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan in zoekgebieden voor zon uit Regionale Energie Strategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld zonnevelden toelaten mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd.

4

Het omgevingsplan dat voorziet in een zonneveld kan in ondergeschikte mate voorzieningen voor energieopslagsystemen toelaten.

45

Het omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede en derde lid, bevat, in aanvulling op paragraaf 7.3.7, een motivering over: a. b.

56

de bijdrage die wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing; het combineren met andere relevante opgaven.

Een omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede en derde lid, verzekert: a.

b.

de realisatie en de instandhouding van inrichtingsmaatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het behouden en versterken van de biodiversiteit; dat het zonneveld en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden gesloopt.

Artikel 7.76b (voorkomen belemmeringen voor open bodemenergiesystemen) In een omgevingsplan worden voor bodemenergie geen regels gesteld die het aanleggen en het gebruik van open bodemenergiesystemen belemmeren, behalve als hier bestuurlijke afspraken tussen de gemeente en provincie over zijn gemaakt.

§ 7.3.22 Provinciale vaarwegen Artikel 7.77 (vrijwaringszone provinciale vaarwegen) 1

Een omgevingsplan voor een gebied binnen de vrijwaringszone provinciale vaarwegen, bedoeld in artikel 2.7, houdt rekening met het voorkomen van belemmeringen voor: a. b. c. d. e.

41

de vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten; en het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg.

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

2

Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het eerste lid wordt advies gevraagd aan de vaarwegbeheerder.

3

De breedte van de vrijwaringszone provinciale vaarweg gemeten vanuit de oever, bedraagt: a. b. c.

10 m aan weerszijden van een recht vaarwegvak; 15 m in een buitenbocht; 25 m in een binnenbocht.

§ 7.3.23 Recreatietoervaartnet Artikel 7.78 (aanwijzing en geometrische begrenzing recreatietoervaartnet) Het recreatietoervaartnet is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.79 (bescherming recreatietoervaartnet) Een omgevingsplan voor het recreatietoervaartnet houdt rekening met het voorkomen van belemmeringen van de recreatieve bevaarbaarheid van de vaarweg en is zo mogelijk gericht op verbetering en versterking van de bevaarbaarheid of de recreatieve waarden van de vaarweg.

§ 7.3.23a Hoofdfietsnetwerk en lange afstands wandelpaden Artikel 7.79a (aanwijzing hoofdfietsnetwerk en geometrische begrenzing hoofdfietsnetwerkrecreatief en utilitair fietsnetwerk en lange afstands wandelpaden) 1

Het hoofdfietsnetwerk is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II. Het hoofdfietsnetwerk is de locatie die bestaat uit het: a. recreatief fietsnetwerk waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II; en b. utilitair fietsnetwerk waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

2

Lange afstands wandelpaden zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.79b (behoud en verbetering hoofdfietsnetwerk en lange afstands wandelpaden) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk en de lange afstands wandelpaden.

§ 7.3.24 Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur) Artikel 7.80 (aanwijzing vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening) De vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening zijn locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage II.

Artikel 7.81 (beschermingszone drinkwatervoorziening)

42

1

Een omgevingsplan waarin een leiding, behorend tot de vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening, bedoeld in artikel 7.80, aanwezig is, wijst een zone van minimaal 5 m aan weerszijden van de leiding aan als beschermingszone drinkwatervoorziening.

2

Het omgevingsplan laat nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermingszone drinkwatervoorziening slechts toe voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de drinkwatervoorziening.

3

Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het tweede lid, wordt tijdig advies gevraagd aan het drinkwaterbedrijf dat beheerder is van de leiding.

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

§ 7.3.25 Ontheffing en afwijken Artikel 7.82 (ontheffingsbevoegdheid gedeputeerde staten) Gedeputeerde staten kunnen op verzoek ontheffing verlenen van de regels in afdeling 7.3.

Artikel 7.83 (indieningsvereisten ontheffing) Een verzoek om een ontheffing, wordt ingediend met gebruikmaking van het daarvoor door gedeputeerde staten vastgestelde e-formulier en gaat vergezeld van de daarin aangegeven bescheiden en bevat, als het verzoek is gedaan door het college van burgemeester en wethouders, een motivering dat het verzoek is gedaan in overeenstemming met de gemeenteraad.

Artikel 7.84 (motivering omgevingsplan) De motivering van een omgevingsplan dat ook wordt gebaseerd op een verleende ontheffing, bevat een afschrift van de beschikking van die ontheffing en de in artikel 7.83 bedoelde bescheiden.

Artikel 7.85 (intrekking ontheffing) Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken als binnen twee jaar na verlening van de ontheffing, geen omgevingsplan is vastgesteld met gebruikmaking van die ontheffing.

Artikel 7.86 (afwijkingsmogelijkheid - balansregeling) Een omgevingsplan kan voorzien in activiteiten waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de bepalingen in afdeling 7.3 van deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelen van deze bepalingen. P Artikel 7.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.87 (profiel van vrije ruimte) In een Bij waterschapsverordening wordt het profiel van vrije ruimte voor ten behoeve van een toekomstige versterking of uitbreiding van een waterkering, die in beheer is bij het waterschap, regionale waterkering aangewezen en geometrisch begrensd. Q Artikel 7.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.90 (beoordelingsregels omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit) 1

Dit artikel is van toepassing op een waterschapsverordening die bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning de volgende wateronttrekkingsactiviteiten te verrichten: a. b.

2

Een waterschapsverordening bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in het eerste lid alleen wordt verleend als de activiteit verenigbaar is met de dragende functie van het watersysteem.

3

Een waterschapsverordening bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in het eerste lid, onder b, alleen wordt verleend als, in het in de bodem te brengen water, stoffen voorkomen: a.

43

het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening; het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening.

in lagere concentraties dan in bijlage XIX, onder A, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor die stoffen is aangegeven; of

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

b.

4

als bedoeld in bijlage XIX, onder B, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als die stoffen niet zijn aangegeven in bijlage XIX, onder A, van dat besluit, en die stoffen in zulke geringe hoeveelheden en concentraties aanwezig zijn dat gevaar voor verslechtering van de kwaliteit van het grondwater is uitgesloten.

Een waterschapsverordening kan, in afwijking van het derde lid, bepalen dat de omgevingsvergunning kan worden verleend en kan voor één of meer stoffen een hogere concentratie als bedoeld in dat onderdeel toestaan voor een in de omgevingsvergunning aan te geven periode, als: a.

b.

de bodemgesteldheid of de bodemsoort zodanig is dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van het grondwater, als water in de bodem wordt gebracht waarin die stoffen voorkomen in hogere concentraties; of aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die het gevaar voor verontreiniging van het grondwater, dat ontstaat door het in de bodem brengen van water waarin die stoffen voorkomen in die hogere concentraties, opheffen.

R Voor artikel 7.93 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.92 (peilafwijkvergunning in veenweide- en weidevogelgebied)

44

1

De waterschapsverordening bepaalt dat in een peilbesluitgebied dat voor meer dan 10% bestaat uit veenweidegebied als bedoeld in artikel 7.5a, eerste lid of uit belangrijk weidevogelgebied als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, het is verboden om zonder omgevingsvergunning de waterstand te verlagen ten opzichte van de in het peilbesluit voorziene waterstanden of bandbreedten waarin de waterstanden mogen variëren.

2

De waterschapsverordening bepaalt dat het verlenen van de omgevingsvergunning er in ieder geval niet toe mag leiden dat de in artikel 7.5a, tweede lid, genoemde maatschappelijke functies en belangen nadelig worden beïnvloed.

3

De waterschapsverordening bepaalt dat het bevoegd gezag in afwijking van het tweede lid een omgevingsvergunning kan verlenen als: a. sprake is van zwaarwegende belangen die het waterschapsbestuur dient te behartigen gelet op het aan het bestuur toegedeelde beheer van het watersysteem; b. in de motivering van de omgevingsvergunning wordt verwezen naar het peilbesluit, waarbij inzicht wordt gegeven in de nadelige gevolgen van de afwijkende waterstand voor de in het gebied aanwezige maatschappelijke functies en belangen, alsmede in de afwenteling van deze gevolgen op aangrenzende gebieden; en c. aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die erop gericht zijn om de nadelige gevolgen en de afwenteling daarvan zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

4

De waterschapsverordening bepaalt dat bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma en het regionaal waterprogramma.

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

S Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE I BEGRIPPEN Begrippen Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: 1% letaliteitsgrens

grens van het gebied rondom een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico's, waarbinnen in geval van de grootste beschouwde calamiteit 1% van de aanwezige personen die aan het gevaar worden blootgesteld, naar verwachting komt te overlijden;

aandachtsgebied met verhoogd groepsrisico:

aandachtsgebied waarbinnen het berekende groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt, of waarbinnen een kwalitatieve inschatting van het groepsrisico aannemelijk maakt dat de oriëntatiewaarde wordt overschreden;

aandachtsgebied:

brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied of gifwolkaandachtsgebied;

achtergrondwaarden:

waarden als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;

adviescommissie detailhandel Zuid-Holland:

onafhankelijk adviesorgaan waarvan het reglement door gedeputeerde staten is vastgesteld bij besluit van 26 mei 2015 en dat de gemeentelijke onderbouwing van een nieuwe detailhandelsontwikkeling op kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de ontwikkeling, zoals woon- en leefklimaat, objectief valideert;

afhaalpunt voor niet-dagelijkse artikelen: ruimte ten behoeve van de levering en retournering van vooraf elders bestelde artikelen, niet zijnde levensmiddelen of middelen voor de persoonlijke verzorging, zonder het tonen van artikelen in een showroom, etalage of op een andere manier;

45

agrarisch bedrijf:

bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen, houtteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren;

agrarisch bouwperceel:

aaneengesloten terrein waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, een bedrijfswoning met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, biomassavergistingsinstallaties, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd;

akkerbouwbedrijf:

bedrijf dat alleen of overwegend is gericht op het telen van akkerbouwgewassen in de open grond;

ambachtelijk bedrijf:

het kleinschalig en bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, geheel of overwegend door middel van handwerk;

anorganische meststoffen:

meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

badseizoen:

badseizoen als bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

baggerspecie:

baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

46

bebouwde kom:

gebied van een gemeente zoals bedoeld bij of krachtens artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

bebouwing:

één of meerdere gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

bedrijventerrein:

terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet- commerciële dienstverlening en industrie;

berekend groepsrisico:

groepsrisico zoals berekend door het rekenpakket SafetiNL, RBM II of CAROLA, volgens het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid, genoemd in artikel 8.7 van de Omgevingsregeling;

bestaand stads- en dorpsgebied:

stedelijk gebied als bedoeld in bijlage I, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

BIJ12:

uitvoeringsorganisatie voor de samenwerkende provincies;

bodembedreigende stof:

stof die de bodem kan verontreinigen en stoffen of mengsels als omschreven in artikel 3 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels die de bodem kunnen verontreinigen;

bollenteeltbedrijf:

bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, zo nodig met het gebruik van ondersteunend glas;

bouwmarkt:

detailhandelsvestiging waarvan het hoofdassortiment bestaat uit bouwmaterialen, evenals materialen die voor het verrichten van bouw- en verbouwwerkzaamheden nodig zijn;

bronaanpak:

het saneren van de bodem overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregels, bedoeld in paragraaf 7.3.5.2, in verband met de aanwezigheid van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem, die zich zowel in de onverzadigde als de verzadigde zone kan bevinden, met als oogmerk een inbreng van de verontreinigende stof vanuit de bodem naar het grondwater te voorkomen of beperken;

carcinogeen:

de eigenschappen beschreven in 3.6.1.1 van deel 3, bijlage I, EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;

compensatiewoning:

woning op grond van de Ruimte-voor-Ruimteregeling genoemd op blz. 55 van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 die met de volgende identificatienummers is gepubliceerd: - NL.IMRO.0537.svISG2016-va01 (gemeente Katwijk); - NL.IMRO.0534.visieISG2016-VA01 (gemeente Hillegom); - NL.IMRO.1525.ISG2016-0003 (gemeente Teylingen); - NL.IMRO.0553.ISG2016-VA01 (gemeente Lisse); - NL.IMRO.0575.SVISG2016-VA01 (gemeente Noordwijk); - NL.IMRO.0576.ISG2016-0003 (gemeente Noordwijkerhout);

detailhandel in volumineuze goederen:

detailhandel waarbij het hoofdassortiment bestaat uit omvangrijke goederen waarvoor een grote uitstallingsruimte nodig is, zoals auto’s, boten en caravans;

detailhandel:

bedrijfsmatig te koop aanbieden, uitstallen ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstverlening:

bedrijfsmatig verlenen van commerciële- en niet-commerciële diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord wordt gestaan en geholpen;

drijvend voorwerp:

drijvend voorwerp als bedoeld in artikel 1.01, onder D, onderdeel 1°, van het Binnenvaartpolitiereglement;

drinkwaterbedrijf:

drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;

duurzaam beheer van populaties van in geheel aan handelingen dat gericht is op het beïnvloeden het wild levende dieren: van de omvang van die populatie en de demografie op dusdanige wijze wordt beïnvloed dat er ook op de lange termijn sprake blijft van een levensvatbare populatie die niet in het voortbestaan wordt bedreigd;

47

gedeputeerde staten:

gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

geitenhouderij:

bedrijf of een onderdeel daarvan waar geiten worden gehouden;

gemakswinkel:

winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen;

gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf:

bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, in zowel de volle grond als onder glas en dat ten minste 3.000 m2 glas duurzaam in gebruik heeft;

glastuinbouwbedrijf:

volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, geheel of hoofdzakelijk overdekt; waarbij onder kweken wordt verstaan veredeling, selectie, opkweek en verzorging, en waarbij onder licht wordt verstaan licht afkomstig uit natuurlijke of kunstmatige bron;

groepsrisico:

de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico's;

greenportwoning:

woning (ook genoemd Offensiefwoning en landgoedachtige woning), waarvan in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 is aangegeven dat die in het buitengebied, buiten het bestaand stads- en dorpsgebied, kan komen. Het betreft greenportwoningen zoals genoemd op blz. 55 van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 die met de volgende identificatienummers is gepubliceerd: - NL.IMRO.0537.svISG2016-va01 (gemeente Katwijk); - NL.IMRO.0534.visieISG2016-VA01 (gemeente Hillegom); - NL.IMRO.1525.ISG2016-0003 (gemeente Teylingen); - NL.IMRO.0553.ISG2016-VA01 (gemeente Lisse); - NL.IMRO.0575.SVISG2016-VA01 (gemeente Noordwijk); - NL.IMRO.0576.ISG2016-0003 (gemeente Noordwijkerhout);

grondwatergevoelig gebouw:

grondwatergevoelig gebouw als bedoeld in artikel 7.27;

grondwatergevoelige locatie:

grondwatergevoelige locatie als bedoeld in artikel 7.28;

grondwaterregister:

grondwaterregister als bedoeld in artikel 13.4b eerste lid, onder c van de Omgevingswet;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

48

grote ruimtevragers:

bedrijfsfuncties die zijn gehuisvest in een samenhangend gebouwencomplex op een bouwwerkperceel van 3 ha of meer;

hoofdinfrastructuur:

weg of spoorweg van nationaal belang, met bijbehorende voorzieningen, en overige spoorwegen;

hoofdtak intensieve veehouderij:

bedrijfsonderdeel intensieve veehouderij dat qua economische bedrijfsomvang als agrarische hoofdactiviteit kan worden aangemerkt;

houtgewas:

bomen, heesters, struik-, veld- en tuingewassen en andere houtgewassen, de wortels inbegrepen;

intensieve veehouderij:

bedrijf waar slacht-, leg-, of pelsdieren in gebouwen worden gehouden of gefokt, met uitzondering van bedrijven waar aan vrijwel alle dieren ten minste een aanmerkelijk deel van het jaar de mogelijkheid wordt geboden van vrije weidegang of vrije uitloop;

kantoor:

gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig verrichten van administratieve werkzaamheden op financieel, ontwerptechnisch, juridisch, of ander daarmee gelijk te stellen gebied;

kas:

bouwwerk van bijna alleen maar glas of ander lichtdoorlatend materiaal met een bouwhoogte van 1 m of meer voor de bedrijfsmatige teelt van gewassen;

kort verblijf:

kortdurend en in ieder geval niet langer dan vijftien minuten, innemen van een ligplaats voor het in of uit laten stappen van passagiers, het laden of lossen van pleziervaartgerelateerde goederen of , het te water laten of uit het water halen van een pleziervaartuig;

kringloopwinkel:

detailhandelsvestiging waarbij gebruikte huisraad, kleding, fietsen en overige kringloopgoederen om niet worden ingezameld en worden gerepareerd en verkocht;

kunstwerk:

bruggen, viaducten, tunnels, duikers, sluizen en soortgelijke technische werken in spoorbouw, wegenbouw of waterbouw;

kwaliteitscriteria:

in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde actuele kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast;

kwaliteitsklasse wonen:

kwaliteitsklasse wonen als bedoeld in artikel 4.2.1, onder b, van de Regeling bodemkwaliteit;

kwaliteitsklasse:

indeling in een categorie voor de kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;

kwetsbaar gewas:

onder ‘landbouw’ en ‘vollegrondsgroenteteelt’ beschreven teelten, met uitzondering van weide-, hooi- of graszaadpercelen waarvan het grasgewas minimaal zes maanden oud is en granen en graszaad in de periode waarin het gewas afrijpt;

landbouw:

akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande;

landgoed:

ruimtelijk functionele eenheid bestaande uit bos, overige natuur en woonbebouwing, al dan niet in combinatie met agrarische bedrijfsgronden;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

49

lange hond:

hond die door zijn daarvoor voldoende lichaamsbouw in staat is in open veld een gezonde, volwassen haas te achtervolgen, in te halen en te grijpen;

ligplaats:

plaats in of boven het water om door een vaartuig ter verblijf van meer dan vijftien minuten te worden ingenomen;

maaiveld:

hoogteligging van de gronden ter plaatse van en direct grenzend aan een voorgenomen ontgronding;

maatgevende hoogwaterstand:

het door gedeputeerde staten vastgesteld hoogwaterpeil dat op basis van de overschrijdingsfrequentie van de waterstand en de omgevingswaarde veiligheid regionale waterkering van het type waterkering als maatgevend wordt beschouwd. Voor regionale boezemkeringen wordt dit bepaald door het maatgevend boezempeil, de scheefstand van de boezem door opwaaiing en de werking van boezemgemalen. Voor regionale waterkeringen langs vrij afstromende wateren wordt de maatgevende hoogwaterstand berekend door hydrologische analyse met eventueel gebruik van afvoernormen, modellen of metingen;

milieucategorie:

milieucategorie zoals omschreven in de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2009);

milieuzonering geluid en geur:

zonering met gebruiksruimte voor geluid en geur zoals omschreven in de Handreiking milieuzonering nieuwe stijl van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

motorrijtuig:

motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994;

nadeelcompensatie:

nadeelcompensatie als bedoeld in afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

nazorgvoorzieningen:

voorzieningen ter bescherming van het milieu als bedoeld in artikel 8.49, tweede lid, onder a, van de Wet milieubeheer;

netto-verkoopvloeroppervlakte:

oppervlakte van het gedeelte van een winkel dat toegankelijk is voor het publiek en waar de producten voor verkoop en verhuur zijn uitgestald;

neventak intensieve veehouderij:

bedrijfsonderdeel intensieve veehouderij dat qua economische bedrijfsomvang niet als agrarische hoofdactiviteit kan worden aangemerkt;

oever:

onderdeel van het oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in onderdeel A van de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, bestaande uit een aanwezige natuurlijke overgang van water naar land of een aangebrachte oeverconstructie met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering;

onderhoud aan de provinciale weg:

het uitvoeren van alle werken of werkzaamheden die nodig zijn voor de instandhouding van de provinciale weg op zodanige wijze dat deze voldoet aan de eisen die daaraan, gelet op zijn functie voor het openbaar verkeer, redelijkerwijs te stellen zijn;

onderhoudsplichtige:

natuurlijke persoon of rechtspersoon die op grond van een wettelijk voorschrift, een besluit, een vergunning, ontheffing of concessie, eigendomsrecht, overeenkomst of op een andere manier verantwoordelijk is voor het onderhoud van oevers of werken op, aan, over of boven een vaarweg;

onttrekken van grondwater:

wateronttrekkingsactiviteit, inhoudende het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

openbaar verkeer:

scheepvaartverkeer als bedoeld in artikel 1.1 van de Scheepvaartverkeerswet, of verkeer over de weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994;

openlucht tuinbouwbedrijf:

volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen in de open lucht, eventueel met gebruik van rolkassen; waarbij onder kweken wordt verstaan: veredeling, selectie, opkweek en verzorging;

oriëntatiewaarde:

een referentiewaarde waaraan het berekende groepsrisico wordt getoetst en waarmee het kwalitatief benaderde groepsrisico wordt vergeleken;

overige delen van de vaarweg

deel van de provinciale vaarweg waar zich geen vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone bevindt;

peilbesluit:

besluit als bedoeld in artikel 2.41 van de Omgevingswet;

profiel van vrije ruimte:

ruimte ter weerszijden van en boven een primaire of regionale waterkering die naar het oordeel van de beheerder benodigd is ten behoeve van een toekomstige versterking van de waterkering;

provinciale vaarweg:

vaarweg in beheer bij de provincie;

provinciale weg:

weg in beheer bij de provincie;

provincie:

provincie Zuid-Holland;

regionale vaarweg:

vaarweg in beheer bij een waterschap of gemeente;

regionale waterkering:

een bij deze verordening aangewezen en indicatief geometrisch begrensde waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvoor omgevingswaarden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, niet zijnde een primaire waterkering of een andere dan primaire waterkering die in beheer is bij het Rijk als bedoeld in de artikelen 2.0b en 2.0h van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

reprotoxisch:

de voortplantingstoxiciteit, bedoeld in 3.7.1.1 van deel 3, bijlage I, van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;

risicobeoordeling grondwaterkwaliteit:

risicobeoordeling als bedoeld in paragraaf 3.4.2 om bij verontreiniging van het grondwater de risico’s voor het grondwater en het gebruik dat afhangt van het grondwater te bepalen;

risicogebied externe veiligheid:

locatie als bedoeld in artikel 5.16 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

ruimtelijke kwaliteit:

kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde;

ruimtelijke ontwikkeling:

het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan;

schip:

schip als bedoeld in artikel 1.01, onder A, onderdeel 1º, van het Binnenvaartpolitiereglement;

significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft:

verontreiniging van het grondwater, bedoeld in artikel 3.131, onder c, die volgt uit het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2;

significante grondwaterverontreiniging: verontreiniging van het grondwater, bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, die volgt uit het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2;

50

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

51

snelle motorboot:

snelle motorboot als bedoeld in artikel 1.01, onderdeel A, onder 170, van het Binnenvaartpolitiereglement;

spoorweg:

spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet;

stedelijke functies:

functies die kenmerkend zijn voor het stads- en dorpsgebied en die daar van oudsher zijn gevestigd en geclusterd, zoals wonen, werken, detailhandel, cultuur, onderwijs en recreatie;

stedelijke ontwikkeling:

stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

stekbedrijf:

bedrijf dat nagenoeg geheel is gericht op het vermeerderen van vaste planten tot het stadium van uitgangsmateriaal en dat ten minste 3.000 m² glas duurzaam in gebruik heeft;

stiltegebieden:

gebieden ter voorkoming of beperking van geluidbelasting als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

stoffen:

chemische elementen, verbindingen daarvan of mengsels van die elementen of verbindingen;

terreinbeherende organisatie:

publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie die het beheer van natuur- of recreatiegebieden als doelstelling heeft;

toestel:

toestel dat bij gebruik anders dan door menselijke energie geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig of motorrijtuig daaronder niet begrepen;

toevalsvondst van verontreiniging van het grondwater:

onverwachte vondst van verontreiniging van het grondwater met onaanvaardbare risico’s op verspreiding naar het omliggende grondwater;

tuincentrum:

detailhandelsvestiging waarvan het hoofdassortiment bestaat uit boomkwekerijproducten, planten, bloembollen, bloemen, attributen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen, balkons en terrassen waaronder tuinmeubilair, en de daarbij benodigde hulpmaterialen;

vaarstrook:

deel van de provinciale vaarweg dat alleen bestemd is voor varend verkeer;

vaarweg:

voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water in de zin van artikel 1.01, onder D, onder 5°, van het Binnenvaartpolitiereglement;

vaarwegbeheer:

overheidszorg gericht op de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van een vaarweg en bijbehorende werken;

vaarwegbeheerder:

openbaar lichaam dat is belast met het vaarwegbeheer op grond van de Omgevingswet of waaraan de uitvoering van het vaarwegbeheer is opgedragen;

vaste stof:

stof, anders dan gas of vloeistof;

veiligheidsstrook:

parallel aan de vaarstrook en aan weerszijden daarvan richting oever gelegen deel van de provinciale vaarweg dat als buffer dient tussen varende en liggende schepen;

veiligheidszone:

deel van een provinciale vaarweg met een relatief hoog risico op ongevallen;

vergelijkbare veiligheid:

bescherming van personen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen op een bepaalde locatie gelijkwaardig aan de bescherming van personen buiten die locatie;

vollegrondsgroenteteelt:

teelt in open grond van groentegewassen;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

52

volwaardig agrarisch bedrijf:

agrarisch bedrijf dat naar aard, omvang en redelijkerwijs te verwachten continuïteit en gelet op de arbeidsbehoefte als zodanig moet worden aangemerkt; de omvang omvat ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit de verwachten redelijk inkomen;

voorafgaand onderzoek:

voorafgaand onderzoek als bedoeld in artikel 7.29, eerste en tweede lid;

voormalige stortplaats:

stortplaats als bedoeld in artikel 8.52 van de Wet milieubeheer;

waterscooter:

waterscooter als bedoeld in artikel 1.01, onderdeel A, onder 180, van het Binnenvaartpolitiereglement;

weg:

openbare weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 of artikel 1 van de Wegenwet, met alle bij de weg of het afwikkeling van het verkeer behorende of zich in of nabij de weg bevindende of rechtstreeks verbonden voorzieningen of werken;

wegbeheer:

de publiekrechtelijke zeggenschap over en de verantwoordelijkheid voor de weg met inbegrip van de plicht tot onderhoud en de bevoegdheid tot het treffen van maatregelen en het al dan niet toestaan van handelingen van derden of gedogen van situaties die van invloed zijn op de toestand of het gebruik van de weg;

weidelijkheid:

fatsoenlijk en respectvol omgaan met het landschap, de in het wild levende dieren en de mensen met wie de jager in contact komt, overeenkomstig de door de Jagersvereniging opgestelde gedragscode;

woningvoorraad:

verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie en eventueel één of meer andere gebruiksfuncties volgens de BAG die op de peildatum een BAG status ‘in gebruik’ (niet ingemeten), ‘in gebruik’, ‘buiten gebruik’ of ‘verbouwing’ hebben;

zichtlijn voor de scheepvaart:

het vrije zicht dat twee elkaar tegemoetkomende schepen, varend in de as van de vaarweg, moeten hebben op een onderlinge afstand van vijf maal de lengte van het maatgevende schip, afhankelijk van de CEMT-klasse van de vaarweg, met een maximum van 600 m;

zonneveld:

samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit of warmte met behulp van zon wordt geproduceerd;

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

T Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE II GEOMETRISCHE BEGRENZING VAN LOCATIES Kaarten De geometrische begrenzingen die in gebruik zijn in deze verordening zijn op de volgende kaarten weergeven: Kaart 1: Provincie Zuid-Holland -Ambtsgebied van de provincie Zuid-Holland Kaart 2: Stiltegebieden - stiltegebieden Kaart 3: Grondwaterbeschermingsgebieden - grondwaterbeschermingsgebieden - waterwingebieden - grondwaterbeschermingszones - boringsvrije zones - gebied voor aanvullende strategische voorraden Kaart 4: Gesloten stortplaatsen beperkingengebieden gesloten stortplaatsen

Kaart 5: Provinciale en regionale vaarwegen provinciale vaarwegen provinciale vaarwegen, vaarstrook provinciale vaarwegen, veiligheidsstrook provinciale vaarwegen, veiligheidszone provinciale vaarwegen, overige delen beperkingengebied provinciale vaarweg vrijwaringszone provinciale vaarweg regionale vaarwegen

Kaart 6: Provinciale wegen provinciale wegen beperkingengebied provinciale weg

Kaart 7: Natuurnetwerk Nederland natuurnetwerk Nederland

53

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

natuurnetwerk Nederland: bestaande en nieuwe natuur natuurnetwerk Nederland: waternatuur natuurnetwerk Nederland: blijvend agrarisch gebied binnen Natura 2000-gebied natuurnetwerk Nederland: ecologische verbinding natuurnetwerk Nederland: zoekgebied natuur natuurnetwerk Nederland: prioritaire nieuwe natuur natuurnetwerk Nederland: Buijtenland van Rhoon

Kaart 8: Regionale wateren - beheer Hoogheemraadschap van Delfland Hoogheemraadschap van Rijnland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Waterschap Hollandse Delta Waterschap Rivierenland gebied met grondwaterbeheer Rotterdam

Kaart 9: Regionale wateren - peilbesluitgebieden peilbesluitgebieden

veenweidegebied

Kaart 10: Regionale waterkeringen - veiligheid regionale waterkeringen regionale waterkering handhaven (theoretisch) profiel legger regionale waterkering klasse I (gemiddelde overschrijdingskans 1/10 jaar) regionale waterkering klasse II (gemiddelde overschrijdingskans 1/30 jaar) regionale waterkering klasse III (gemiddelde overschrijdingskans 1/100 jaar) regionale waterkering klasse IV (gemiddelde overschrijdingskans 1/300 jaar) regionale waterkering klasse IVa (gemiddelde overschrijdingskans 1/500 jaar) regionale waterkering klasse V (gemiddelde overschrijdingskans 1/1000 jaar)

gemiddelde overschrijdingskans per jaar (omgevingswaarde)

Kaart 11: Regionale waterkeringen - kans op overstroming

54

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

regionale wateren gemiddelde kans op overstroming (omgevingswaarde) gebieden met afwijkend maaiveld criterium 12,5 procent gebieden met afwijkend maaiveld criterium 20 procent afwijkende maaiveld criteria (norm)

Kaart 12: Houtopstanden A-locatie bos bosreservaat groen erfgoed, cultuurhistorisch bosje of klein landschapselement groen erfgoed, eendekooi groen erfgoed, kansrijk gebied groen erfgoed groen erfgoed, landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen

Kaart 13: Ontgrondingen Maasvlakte

Kaart 14: Externe veiligheid risicogebied externe veiligheid Botlek – Vondelingenplaat risicogebied externe veiligheid Europoort en Landtong risicogebied externe veiligheid Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2 risicogebied externe veiligheid Zeehavens Dordrecht risicogebied externe veiligheid Eemhaven en Distripark risicogebied externe veiligheid Waalhaven veiligheidszone Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas uitzondering veiligheidszone Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas risicogebieden externe veiligheid niet-basisnet transportroutes in verband met groepsrisico

Kaart 15: LiB-5 contour Schiphol gebied binnen LiB-5 contour Schiphol gebied binnen voormalige bebouwingscontour 2003 binnen LiB-5 contour Schiphol

Kaart 16: Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategoriënbeschermingscategorieën gebieden met beschermingscategorie 1 natuurnetwerk Nederland gebieden met beschermingscategorie 1, beschermd grasland in de bollenstreek

55

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

gebieden met beschermingscategorie 1, kroonjuweel cultureel erfgoed gebieden met beschermingscategorie 2 gebieden met beschermingscategorie 2, belangrijk weidevogelgebied gebieden met beschermingscategorie 2, groene bufferkansrijk weidevogelgebied gebieden met beschermingscategorie 2, groene buffer gebieden met beschermingscategorie 2, recreatiegebied gebieden met beschermingscategorie 3 gebieden met beschermingscategorie 3, buitengebied

Kaart 17: Stedelijke ontwikkelingen stationsomgeving beschermingsgebied onbebouwde ruimte

grote buitenstedelijke bouwlocatie grote buitenstedelijke bouwlocatie - woningbouwlocatie grote buitenstedelijke bouwlocatie - bedrijventerrein zachte capaciteitbedrijventerreinlocatie grote buitenstedelijke bouwlocatie - bedrijventerrein harde capaciteit grote buitenstedelijke bouwlocatie - andere stedelijke ontwikkeling grote buitenstedelijke bouwlocatie (norm) Kaart 18: Detailhandel, kantoren bedrijventerrein met locaties locatie voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) kantorengebied categorie 1 kantorengebied categorie 2 kantorengebied categorie 3

Kaart 19: Bedrijventerreinen bedrijventerrein bedrijvengebied watergebonden bedrijventerreinbedrijvengebied cluster voor grote ruimtevragers campussen Kaart 20: Teeltgebieden glastuinbouwgebied glastuinbouwgebied Westland-Oostland glastuinbouwgebied Glasparel en Knibbelweg Oost glastuinbouwgebied Tinte

56

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

maatwerkgebied glastuinbouw boom- en sierteeltgebied boom- en sierteeltgebied PCT-terrein boom- en sierteeltgebied – maatwerk bollenteeltgebied compensatiegebied bollenteelt

Kaart 21: Werelderfgoed Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, kernzone 1 Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, kernzone 2 Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, bufferzone Neder-Germaanse Limes, verwachtingenzone

Kaart 22: Archeologie gebied met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde

Kaart 23: Cultureel erfgoed molenbiotoop bijzondere molenbiotoop landgoedbiotoop kasteelbiotoop

Kaart 24: Energie locatie voor windenergie

Kaart 25: Recreatietoervaartnet recreatietoervaartnet

Kaart 26: Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden hoofdfietsnetwerk recreatief fietsnetwerk utilitair fietsnetwerk lange afstand wandelpaden

Kaart 27: Drinkwatervoorziening infrastructuur

57

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening Kaart 28: bijzonderBijzonder provinciaal landschap bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland Kaart 29: Groenblauwe netwerk groenblauwe netwerk natuurnetwerk Nederland gebieden met beschermingscategorie 2, recreatiegebied gebieden met beschermingscategorie 2, groene buffer grote groene eenheden binnen stedelijk gebied recreatief fietsnetwerk groenblauwe ontwikkellijnen

Geometrische begrenzingen De volgende geometrische begrenzingen zijn onderdeel van deze verordening: A-locatie bos

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_a571370a9b874c4b8454f8f8a0bd3a05/nld@2024-1218;1

afwijkende maaiveld criteria

/join/id/regdata/pv28/2024/norm_2e88a7797ea44c27bdfe6299e3f5505f/nld@202412-18;1

bedrijventerrein

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_c4b29de58bd244279a4f67d0885958c4/nld@2025-0217;2

bedrijvengebied

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_c4b29de58bd244279a4f67d0885958c4/nld@2025-1014;3

beperkingengebied provinciale vaarweg /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_ed40fdb8bb354eda980e9ab5699990fe/nld@2025-0217;2

58

beperkingengebied provinciale weg

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_99e6e960d8c244b2b6bc0e9413fb457a/nld@2025-0217;2

beperkingengebieden gesloten stortplaatsen

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_1e9a5023560b4c658838f618b164f60d/nld@2024-1218;1 /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_1e9a5023560b4c658838f618b164f60d/nld@2025-1014;2

beschermingsgebied onbebouwde ruimte

/join/id/regdata/pv28/2025/gebiedsaanwijzing_f7c023c71e7c4e428d773831d7371483/nld@2025-1028;1

bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland

/join/id/regdata/pv28/2025/gebiedsaanwijzing_7d70f472ba2e4391bd93d156b86314fb/nld@2025-0212;1

bijzondere molenbiotoop

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_670d032719de42d5abac45b01b7e38b1/nld@202412-18;1

Provinciaal blad 2025 nr. 17940

29 oktober 2025

bollenteeltgebied

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_67f612fa149445de9dc905e982049c21/nld@2025-0217;2

boom- en sierteeltgebied

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_51c87d44c9694dfa9b3fb2c4fbd3956e/nld@2024-1218;1

boom- en sierteeltgebied PCT-terrein

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_ccb690043b664d4d99c3582a66a825d3/nld@2024-1218;1

boom- en sierteeltgebied – maatwerk

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_46db6310522c425e850f905922ed1ccf/nld@2024-1218;1

boringsvrije zones

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_82192d8ca7ba4291942a9afae8267ef0/nld@2024-1218;1

bosreservaat

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_0c757fb422b84228904a1c3f577cc569/nld@2024-1218;1

campussen

/join/id/regdata/pv28/2025/gebiedsaanwijzing_cc391df5750f4a30894417c5b7575f9d/nld@2025-1028;1

cluster voor grote ruimtevragers

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_e9baee8db22e4565880d260d4ffcdfed/nld@2024-1218;1

compensatiegebied bollenteelt

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_9770ab66eee0441c873cd8d0c98748c8/nld@2024-1218;1

gebied binnen LiB-5 contour Schiphol

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_50b56987a71d4d62a39cbd71559986be/nld@2024-1218;1

gebied binnen voormalige bebouwingscontour 2003 binnen LiB-5 contour Schiphol

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_7a1f7eea3415472088bc76791b47b57d/nld@2024-1218;1

gebied met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_0bccf69b35394836b299b3a10829cca7/nld@2024-12-18;1

gebied met grondwaterbeheer Rotterdam /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_141931bbe9e64918855f098939fa4d4a/nld@2024-1218;1 /join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_141931bbe9e64918855f098939fa4d4a/nld@2025-1014;2 gebied voor aanvullende strategische voorraden

/join/id/regdata/pv28/2024/gebiedsaanwijzing_9cecf605831b419d9aec08987fd6c218/nld@2024-1218;1

gebieden met afwijkend maaiveld criterium 12,5 procent

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=74427090-1c5d-4196-adba-c22b6f5390e3