CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2e) Ontwerp wijzigingsbesluit Omgevingsprogramma [25-0186137]

Commissie Ruimte en Wonen 10 februari 2026, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 03-12-25 inzake zienswijze herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland 202549.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Detailhandel is een belangrijke drager voor de aantrekkelijkheid en levendigheid van deze centra. Doordat de functie van detailhandel in deze centra terugloopt, dreigt ook de vitaliteit en aantrekkelijkheid, en daarmee de sociaalmaatschappelijke functie van deze centra terug te lopen. De belangrijkste (ruimtelijke) opgaven liggen voor alle betrokken partijen (overheden en markt) dan ook bij deze categorie centra. Het winkelbestand in deze centra zou daarom bij voorkeur niet moeten uitbreiden, zich primair moeten richten op de eigen bewoners en geen of heel beperkte regionale ambities nastreven. Mocht het eigen inwonertal in aanzienlijke mate toenemen, dan kan het winkelaanbod hierop afgestemd worden. Soms kan ook intensivering op een plek aan de orde zijn, gevolgd door sanering of transformatie elders. Een belangrijke opgave ligt in het terugdringen van winkelleegstand, o.a. door transformatie naar andere functies. Toevoeging van andere publieksfuncties, zowel maatschappelijk als commercieel van aard, kan de aantrekkelijkheid van deze centra verhogen. Het gaat hierbij om een maatwerkopgave per centrum. Overige centra De overige centra (circa 450 centra, en niet specifiek benoemd) vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van kleine kernen, wijken en buurten.

Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging. Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Beperkte groei van het aanbod in de overige centra is ook mogelijk indien dit aanbod geen gelijke tred houdt met een sterke bevolkingsgroei die recent heeft plaatsgevonden, of aanstaande is, bij achterstand in het voorzieningenniveau of bij feitelijke en planologische saldering van aanwezige detailhandel uit hetzelfde verzorgingsgebied. Indien het draagvlak van een verzorgingsgebied te klein is voor een compleet winkelcentrum, kan een supermarkt de functie van centrale aankoopplaats vervullen. Herallocatie overig centrum Een winkelconcentratie kan op een andere centrale en goed bereikbare locatie binnen hetzelfde verzorgingsgebied geaccommodeerd worden indien bij de achterblijvende locatie sprake is van sanering van detailhandel. Hier zou sprake van kunnen zijn op het moment dat meerdere locaties worden samengevoegd op een nieuwe locatie of bij opheffing en verplaatsing van een slecht functionerende aankoopplaats. Herallocatie zal in de praktijk alleen aan de orde zijn bij ‘overige centra’. Er gelden wel een aantal voorwaarden.

Voor de achterblijvende locatie dient er zicht te zijn op zowel feitelijke als planologische sanering van detailhandel. Indien er als gevolg van de verplaatsing bovengemeentelijke effecten optreden, of er is per saldo sprake van een toename van het winkelareaal, gelden dezelfde toelichtingsvereisten voor het omgevingsplan zoals beschreven onder ‘toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen’. Dagelijks aanbod (supermarkt) buiten winkelconcentratie in kleine kern Leefbaarheid in en van kleine kernen hangt in veel gevallen samen met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van dagelijks winkelaanbod. In deze sector zien de provincie een tendens naar schaalvergroting van supermarkten. In sommige gevallen zal het echter niet mogelijk zijn een toekomstbestendige supermarkt in een winkelconcentratie van een kleine kern onder te brengen omdat

72

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

er geen geschikte ruimte te vinden is voor de benodigde omvang van de supermarkt. Via lokaal maatwerk wordt daarom de mogelijkheid geboden voor de vestiging of uitbreiding van een toekomstbestendige supermarkt in een kleine kern net buiten het winkelconcentratiegebied. Er moet dan aangetoond worden dat de supermarkt niet in of aansluitend aan het winkelconcentratiegebied gerealiseerd kan worden. Ook dient aangetoond te worden dat de leefbaarheid in de kern onder druk staat vanwege het ontbreken van een toekomstbestendige supermarkt. De omvang van het totale aanbod aan dagelijkse goederen dient wel in overeenstemming te zijn met het draagvlak van het verzorgingsgebied ( de kleine kern) en er dienen geen (blijvende) negatieve effecten op te treden op de bestaande detailhandelsstructuur. PDV-locaties voor woongerelateerde detailhandel Naast de reguliere detailhandelsstructuur zijn er zijn 31 opvanglocaties aangewezen waar zich grootschalige detailhandel in meubelen (inclusief In ondergeschikte mate woninginrichting) en detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi’s kan vestigen. Deze zogenaamde PDV-locaties (Perifere Detailhandels Vestigingen) zijn aangeduid in de Omgevingsverordening. De PDV-locaties verschillen nogal in functioneren en verschijningsvorm.

Een aantal van deze locaties heeft een regionale aantrekkingskracht en andere bedienen vooral een lokale markt. Sommige zijn als ‘woonboulevard’ ontwikkeld en vormen een stedenbouwkundig geheel. Andere locaties zijn in feite gemengde bedrijventerreinen waar woongerelateerde detailhandel zich heeft gevestigd. Er is in Zuid-Holland een overschot aan woongerelateerde detailhandel waardoor veel PDV-locaties niet optimaal functioneren. Voor de meeste PDV- locaties is kwantitatieve versterking daarom niet gewenst. GDV-locaties: Megastores en Alexandrium 2 In Zuid-Holland zijn twee locaties voor Grootschalige Detailhandels Vestigingen (GDV) aangewezen: Alexandrium II en een deel van Haaglanden Megastores. Een GDV-locatie heeft meerdere grootschalige vestigingen, waarbij de branchebeperkingen van het perifere detailhandelsbeleid niet gelden. In de jaren 90 ontstond behoefte om goed bereikbare locaties buiten de bestaande centra aan te wijzen voor grootschalige detailhandel zonder branchebeperkingen. Door de forse toename in online bestedingen en de afname van het aantal winkels en vloeroppervlak, is de behoefte aan dit soort locaties sterk afgenomen. De provincie gaat nu juist uit van behoud en versterking van de bestaande ruimtelijke detailhandelsstructuur en handhaaft het aantal GDV-locaties in Zuid-Holland daarom tot de bestaande twee.

Er is op dit moment geen aanleiding om beleid en regels voor de GDV-locaties aan te passen. In Bijlage IX (onderdeel C) van de Omgevingsverordening is een tabel opgenomen waarin duidelijk wordt welke centra tot welk type centra van de provinciale detailhandelsstructuur behoort. Daarnaast zijn in de tabel de PDV- en GDV-locaties opgenomen. Functioneren detailhandelsstructuur Het functioneren van de detailhandelsstructuur staat op onderdelen onder druk. Er zijn echter ook locaties en gebieden waar de detailhandel op dit moment goed functioneert en kansen bestaan voor versterking. De provincie heeft inzicht gegeven in de ontwikkelingsmogelijkheden voor de detailhandel in Zuid-Holland, door een berekening te maken die dit indicatief in beeld brengt. Tabel: Kwantitatieve ontwikkelingsmogelijkheden op sub regionale schaal tot 2030 in winkelvloeroppervlak (wvo). Momentopname 24 mei 2022.

73

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

Bovenstaande tabel laat de kwantitatieve ontwikkelingsmogelijkheden (exclusief huidige leegstand) tot 2030 op sub regionale schaal zien. Het betreft modelmatige marktruimteberekeningen op basis van een aantal traceerbare cijfers/bronnen (huidige aanbod, vraag, koopstromen, omzetcijfers, marktaandeel online) en modelmatige aannames voor de toekomst (bevolkingsprognose, marktaandeel online,). Het model houdt bewust geen rekening met beleidsmatige ambities, keuzes of ingrepen (beleidsneutraal). De tabel is bedoeld om kwantitatief gevoel te krijgen wat het doorzetten van een aantal ontwikkelingen betekent voor de kwalitatieve en ruimtelijke provinciale beleidsopgave in centrumgebieden en daarbuiten. De tabel heeft niet als doel als ‘norm’ te dienen voor de lokale haalbaarheid van bepaalde detailhandelsontwikkelingen. Op basis van specifieke lokale omstandigheden zou voor een specifieke branche of winkel een meer locatie-specifieke berekening of afweging kunnen worden gemaakt. Daarbij dient echter wel steeds kritisch te worden gekeken naar de uitgangspunten om te voorkomen dat men zich rijk rekent en rekening wordt gehouden met (verdringings)effecten elders. Deze tabel maakt duidelijk dat in de dagelijkse sector (levensmiddelen en persoonlijke verzorging) voor uitvoering van de harde en zachte plannen er een overaanbod is voor dagelijks winkelaanbod.

Alleen in het sterk verstedelijkte gebied van de MRDH is er beperkte uitbreidingsruimte mogelijk. De uitbreidingsruimte is voor een groot deel gebaseerd op de toename van het aantal inwoners in 2030 en het effect van het online boodschappen doen. De niet-dagelijkse sector (mode & luxe, vrije tijd, in en om het huis, overig) laat een wisselend beeld zien, zowel tussen regio’s als productgroepen. In totaal is er nu voor uitvoering van plannen een uitbreidingsruimte van 81.500 m2 wvo op provinciale schaal. De uitbreidingsruimte is ten opzichte van 2018 met zo’n 60.000 m2 toegenomen. Ook hier is deze uitbreidingsruimte gebaseerd op een verwachte toename van de bevolking (+7,5%) tot 2030. Als deze toename niet van de grond komt, is er geen ruimte voor uitbreidingsruimte. Daarnaast is er nog een planvoorraad van bijna 330.000 m2 wvo. Na uitvoering van harde en zachte plannen laat alleen de regio MRDH nog een positieve ontwikkelingsruimte zien tot 2030, voor niet-dagelijkse artikelen. In de overige gebieden is dan sprake van overaanbod voor alle productgroepen. Het gegeven dat momenteel in sommige regio’s voor sommige branche ontwikkelingsruimte aanwezig is, wil niet wil zeggen dat het locatiebeleid voor detailhandel niet van toepassing is.

Toevoeging van detailhandel dient plaats te vinden op de juiste plek, in beginsel in de centra zodat er synergievoordelen behaald kunnen worden door geclusterd aanbod om deze gebieden en de kernen te versterken. Toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de centra Aan nieuwe detailhandelsontwikkelingen verbindt de provincie voorwaarden op het gebied van toelaatbaarheid. Ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard, moeten in de toelichting op het omgevingsplan onderbouwd worden via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet o.a. inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand, de gevolgen voor de

74

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in het verzorgingsgebied, ontwrichting van het voorzieningenniveau alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering. Daarnaast kan een advies van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland nodig zijn. Dit advies is nodig bij nieuwe ontwikkelingen binnen de centra vanaf 2000 m2 bruto vloeroppervlak (binnensteden Rotterdam en Den Haag vanaf 4000 m2 bruto vloeroppervlak) en buiten de centra vanaf 1000 m2 bruto vloeroppervlak. De adviescommissie valideert objectief de onderbouwing van de nieuwe detailhandelsontwikkeling. Het gaat dan om de (regionale) kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de nieuwe detailhandel (zoals woon- en leefklimaat, ruimtelijke kwaliteit en leegstand). Regionale afstemming Vanwege de mogelijke bovenlokale ruimtelijke effecten van grootschalige detailhandelsontwikkelingen, vindt de provincie het van belang dat nieuwe grootschalige ontwikkelingen in regionaal verband worden afgestemd. Hierbij dienen gemeenten het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied in kaart te brengen. Binnen dit verzorgingsgebied dient dan inzichtelijk gemaakt te worden in welke gemeenten ruimtelijke effecten op zouden kunnen treden als gevolg van de nieuwe ontwikkeling en met welke gemeenten hier dan afstemming over plaats zou moeten vinden.

De Adviescommissie Detailhandel kan hierbij een advies uitbrengen over de door gemeenten in kaart gebrachte ruimtelijk relevante verzorgingsgebieden. De provincie beoordeelt vervolgens de toelichting op het omgevingsplan waarin de uitkomsten van deze regionale afstemming zijn opgenomen. Realiseren juiste kantoor op de juiste plek De provincie Zuid-Holland streeft naar voldoende kantoren in Zuid-Holland waarbij vraag en aanbod in balans zijn. Het is belangrijk dat de kantoren van de goede kwaliteit zijn. Ook moeten de kantoren op de juiste locatie staan of op een juiste locatie komen te staan. Dit vraagt aan de ene kant om een aantal sterke kantorenclusters. Aan de andere kant vraagt het om (beperkte) ruimte voor kleine kantoren in een lokaal gebied. Met sturing via ruimtelijk beleid (bv. Omgevingsverordening en kantorenstructuur), regionale afstemming (bv. regionale kantorenvisies), monitoring (bv. behoefteraming, kwalitatieve monitor en dashboard), en onderzoek en kennisdeling werkt de provincie naar een goede kwantitatieve en kwalitatieve match van vraag en (plan- en bestaand) aanbod. Ook gaat de provincie ongewenste nieuwbouw tegen door omgevingsplannen te beoordelen. Hiermee streeft de provincie naar een welvarend Zuid-Holland met voldoende toekomstbestendige ruimte voor ondernemen ten behoeve van een toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat.

Nieuwe kantorenontwikkelingen concentreren zich bij voorkeur op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken. Daarnaast is er een opgave om kantoren te reduceren (zowel fysiek als qua plancapaciteit) op minder kansrijke locaties en wordt waar mogelijk de transformatie van leegstaande kantoren naar andere functies (wonen) mogelijk gemaakt. Provinciale Kantorenstructuur De provincie hanteert onderstaande hoofdstructuur voor kantoren. Deze hoofdstructuur is gebaseerd op de ‘behoefteraming kantoorruimte provincie Zuid-Holland’ uit 2018 en is geactualiseerd naar aanleiding van de behoefteraming kantoorruimte provincie Zuid-Holland uit 2023. Het saldo per gemeente voor nieuwbouwvraagramingen kantoren hebben betrekking op de tijdsperiode 20232035. De strategie dient binnen de kaders van de meest recente behoefteraming kantoren te zijn (bijlagen VIII t/m XIII behoefteraming kantoren 2023). Locaties

Reikwijdte

Strategie (binnen kader meest recente behoefteraming kantoren)

Grootstedelijke toplocaties / centrumlocaties

(Inter)nationaal: Grootstedelijke toplocaties (eersteklas, moderne kantoorlocaties in het topsegment) aangevuld met direct omliggende centrumlocaties in Rotterdam en Den Haag. Hier zijn meerdere (inter)nationale hoofdkantoren te vinden

Groei

Den Haag CID (Nieuw Centraal, Nieuw Centrum, Beatrixkwartier, Utrechtsebaan, Nieuw-Laakhaven HS en binnenstad) Rotterdam CBD (Central District, incl. Centrum – Blaak).

75

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

CID Den Haag en CBD Rotterdam zijn zeer dominant binnen de provinciale kantorenmarkt qua omvang en opnamevolume.

29 oktober 2025

CID Den Haag en CBD Rotterdam zijn zeer dominant binnen de provinciale kantorenmarkt qua omvang en opnamevolume. Op deze locaties bevinden zich bovendien meerdere (inter)nationale hoofdkantoren. Provinciaal: Het gaat hier om OV-knooppuntlocaties die zowel per intercity én per auto uitstekend bereikbaar zijn (<5 min snelweg) en multifunctionaliteit (mix van functies, incl. voorzieningen). Daarnaast betreft het centrum/(intercity)stationslocaties in de grotere kantoorgemeenten in ZuidHolland. Feitelijk gaat het daarmee om locaties, die na de grootstedelijke toplocaties in Den Haag en Rotterdam, de meeste toekomstpotentie hebben. De kwaliteit en het onderscheidend vermogen van deze locaties is dan ook bovengemiddeld.

Afname en/of behoud, én beperkte groei op enkele locaties

Snelweglocaties, ov-knooppuntlocaties en overige, zoals Brainpark (Rotterdam), Fascinatio (Capelle aan den IJssel), Vijfsluizen (Vlaardingen), Amstelwijck (Dordrecht), Plaspoelpolder (Rijswijk), Rokkeveen Campus / Afrikaweg-Boerhaavelaan (Zoetermeer), Meerburgpolder (Zoeterwoude), Stationsomgeving Zwijndrecht, Bleizo (Lansingerland), Vierzicht (Leiderdorp), Stationsgebied Gorinchem, Stationspark (Sliedrecht) et cetera.

Regionaal: Het gaat om snelweglocaties, ovknooppuntlocaties (zonder intercity bereikbaarheid) en overige locaties met een gemeentegrens overschrijdend profiel. Gemiddeld genomen zijn op deze locaties vooral bedrijven met een regionale reikwijdte gevestigd. Daarbij gaat het om een mix van kleinschalige en (middel)grote eindgebruikers (vaak in een multi-tenant omgeving). Deze locaties kenmerken zich momenteel veelal door bovengemiddelde leegstand, beperkte multifunctionaliteit en/of zijn terug te vinden in gemeenten met een beperkte kantorenvoorraad. Het onderscheidend vermogen van deze locaties is vaak beperkt.

Fors verdunnen

Kleinschalige kantoorruimte (in omgevingsplannen) in kleinere kantoorgemeenten en/of op bedrijventerreinen.

Lokaal: In deze categorie vinden we vooral kantoorgebruikers met een gemiddeld lokale reikwijdte. Het gaat vaak om kleinere (of middelgrote) eindgebruikers op bedrijventerreinen of in de kleinere kantoorgemeenten.

Verdunnen met ruimte voor lokaal maatwerk

OV-knooppuntlocaties en centrum/ (intercity)stationslocaties (Beperkte) Groei op: Leiden Centraal (en (deel) binnenstad), Rotterdam Alexander, Kop van Zuid (Rotterdam). Spoorzone Delft (en (deel) binnenstad). Spoorzone Gouda (en (deel) binnenstad) Behoud of afname op: Dordrecht stationsomgeving (en (deel) binnenstad), Alphen aan den Rijn stationsomgeving, Schiedam stationsomgeving

(afname planaanbod én bestaand aanbod)

Voor bijzondere locaties die geen onderdeel uitmaken van de reguliere kantorenmarkt zoals science locaties (Bio Science Park (Leiden), TU Delft Campus Zuid (Delft), Estec en Space Business Park (Noordwijk) en Erasmus Hoboken en Woudenstein (Rotterdam), Internationale Zone en (Oude) Waalsdorperweg (Den Haag) en World Horti Center (Westland), wordt geadviseerd vooral te kijken naar de groeiontwikkeling in combinatie met de specifieke functies/doelgroepen voor deze locaties. Ze opereren veelal op (inter)nationale schaal en passen daarmee in de top van de kantorenstructuur. Bedrijfskantoren (solitaire kantoorpanden op bedrijventerreinen) maken wel onderdeel uit van de behoefteraming, maar niet van de structuur voor de reguliere kantorenmarkt. De bovenstaande tabel betekent niet dat harde plancapaciteit op de snelweglocaties, ov-knooppuntlocaties en overige en de kleinschalige kantoorruimte niet meer gerealiseerd kan worden. Omgevingsplannen kunnen worden uitgevoerd. Aanpassing daarvan is pas aan de orde indien de locaties niet zijn opgenomen in een actuele regionale visie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten. Nieuwbouwvraagramingen kantoren

76

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

De cijfers in de bovenstaande tabel zijn de cijfers per regio voor uitbreidingsvraag en vervangingsvraag met een minimaal en maximaal scenario. Deze scenario’s zijn voornamelijk gebaseerd om trends en ontwikkelingen waarbij de verwachte kantoor quotiënt (kantoorruimte per werkzame persoon) een belangrijk rol speelt. Door de grote invloed van deze quotiënt op de ruimtevraag is er continue monitoring van de provincie naar welke richting de kantorenmarkt beweegt. In deze methodiek is gekozen voor een hoofdstructuur, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende locaties en daar bijhorende strategieën. Regionale kantorenvisies Met regionale visies voor kantoren stemmen gemeenten in regionaal verband het planaanbod af op de vraag. De schaal van deze regionale visies is afgestemd op de markt voor de desbetreffende functie. De provincie is betrokken bij de totstandkoming van deze visies en committeert zich aan de afspraken in de door haar aanvaarde regionale visies. Het is gewenst de regionale visies actueel te houden. De regio’s, gemeenten, experts en andere partners zijn in het voortraject nauw betrokken geweest bij het opstellen van nieuwe behoefteramingen kantoren, die door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld. Vervolgens heeft Gedeputeerde Staten de uitvraag aan de regio’s voor ‘actualisatie regionale kantorenvisies’ vastgesteld.

In deze uitvraag staan behoefteramingcijfers per gemeente en de regio. De provincie acht het wenselijk dat regionale visies voor kantoren afgestemd worden op deze behoefteramingen. Aanvullend kan het Programma ruimte ook kwalitatieve- en locatiecriteria formuleren als uitgangspunten voor de regionale visies. In de uitvraag aan de regio’s heeft de provincie Zuid-Holland de regio’s gevraagd om in te gaan op: 1. Visie op kwaliteit en kwantiteit van de bestaande kantorenvoorraad, inclusief aanpak leegstand

77

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

2.

3. 4.

Gevolgen van de visie op de bestaande kantorenvoorraad voor toekomstige kwaliteit en kwantiteit en benodigde plancapaciteit, met inachtneming van het kwantitatieve kader zoals opgenomen in de Behoefteraming kantoren Zuid-Holland (Cushman & Wakefield, 2023) Speciale kantorenlocaties vanuit ruimtelijk beleid Visie op duurzaamheid (bijvoorbeeld energieverbruik van kantoren).

De provincie heeft een verwijzing naar de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in de Verordening ruimte. De onderbouwing conform de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van Gedeputeerde Staten, kan daarnaar worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau volgens de provincie geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Naast het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de provincie de ruimte beter benutten door in te zetten op transformeren, herstructureren en verdichten bij voorkeur binnen de invloed gebieden van de stations en haltes van Stedenbaan. De provincie hanteert een vijfjaarstermijn voor de actualisatie van de regionale kantorenvisies. Op dit moment heeft Gedeputeerde de geactualiseerde regionale kantorenvisies van alle regio’s aanvaard tot 1 juli 2025. Heroverwegen van onbenutte plancapaciteit De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de regionale visie wonen, kantoren, bedrijventerreinen en –indien van toepassing – detailhandel.

De provincie gaat er vooralsnog vanuit dat de samenwerkende gemeenten zelf hun verantwoordelijkheid nemen en zo nodig bestaande plancapaciteit voor stedelijke ontwikkelingen die niet (langer) in overeenstemming is met een regionale visie, zullen weg- of herbestemmen. In het overleg met gemeenten of bij de beoordeling van omgevingsplannen, zal de provincie hier aandacht voor vragen. Mocht het provinciaal belang dat noodzakelijk maken, dan kan de provincie alsnog overwegen om generieke of specifieke maatregelen te treffen, gericht op het schrappen van onbenutte plancapaciteit. De provincie kan in dat geval regels in de verordening opnemen, een (proactieve) aanwijzing geven of een inpassingsplan maken. Behoefteramingen en monitoring De kantorenbehoefteramingen zijn de basis voor het beleid en de kantorenstructuur. Middels monitoring zal gekeken worden in hoeverre de behoefteramingen nog aansluiten op de ontwikkelingen in de kantorenmarkt. Indien nodig zullen onderdelen van het provinciaal beleid hierop worden aangepast. Onderzoeken en kennisdeling Belangrijke onderwerpen waar de provincie meer inzicht in wil hebben zijn duurzaamheid/energie, kantoren in nieuwe gebiedsontwikkelingen, en kantoorontwikkelingen naar aanleiding van COVID19.

Goede monitoring en rapportages kunnen hier bij helpen maar eventueel kan ook aanvullend onderzoek nodig zijn om deze ontwikkelingen in de kantorenmarkt beter in beeld te krijgen. Middels het organiseren en bijwonen van bijeenkomsten zal de provincie samen met haar partners meer inzicht krijgen in de meest urgente opgaves en oplossingen, zodat er samen naar een nog gezondere kantorenmarkt kan worden toegewerkt. EEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4.1.7.1 Het ondersteunen van de uitvoering van de Human Capital Agenda Zuid-Holland Wat gaat de provincie doen? De aanwezigheid van voldoende en goed geschoold personeel is een belangrijke randvoorwaarde voor een goed functionerende regionale economie en het slagen van de maatschappelijke transities (energie, circulair, digitalisering). De provincie draagt bij aan het versterken van human capital door de Human Capital Agenda 2.0 Zuid-Holland (HCA) uit te voeren waarbij de provinciale subsidieregeling geld beschikbaar stelt voor deelakkoorden human capital.

78

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

Rol Presterend

Uitwerking Met een provinciale subsidieregeling ondersteunt de provincie partijen die samenwerken aan het realiseren van de (kwantitatieve) doelstellingen van de Human Capital Agenda 2.0 Zuid-Holland. Vooral het zogenaamde loopvermogen, de coördinatie en ontwikkelkosten, die niet aan reguliere taken of scholingsmiddelen kunnen worden toegewezen, komen voor subsidie in aanmerking. Tevens stimuleert de provincie kennisuitwisseling tussen uitvoerders van kwartiermakers en projectleiders van de gesubsidieerde projecten (learning community). Ook stimuleert de provincie de samenwerking met en tussen de arbeidsmarktregio’s, UWV, opleiders (mbo, hbo), brancheorganisaties en bedrijven om de leercultuur in de provincie te bevorderen, leven lang ontwikkelen (LLO) te stimuleren en onderlinge verbindingen tot stand te brengen. FFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Beleidsdoel 4-24.2 Erfgoed en cultuur GGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4-24.2 Erfgoed en cultuur HHH Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Maatregelen van 4-24.2 Erfgoed en cultuur III Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Beleidsdoel 5-15.1 Gezonde natuur JJJ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5-15.1 Gezonde natuur Zuid-Holland heeft landschappen met natuurwaarden die in heel Europa bijzonder zijn: de duinen, de delta en het veenweidegebied. De provincie streeft naar vitale natuur en fraaie landschappen die beginnen bij de voordeur en zich uitstrekken tot de kernen van onze natuur- en groengebieden, verbonden met water en erfgoed. Door overal natuur- en landschapswaarden te versterken, wordt gewerkt aan het behoud en herstel van de biodiversiteit en aan een aantrekkelijke omgeving. De biodiversiteit, de belangrijkste graadmeter voor de kwaliteit van de natuur, daalde de afgelopen decennia sterk. Om te zorgen voor een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitats in de provincie, is het hebben van voldoende natuur van goede kwaliteit een vereiste. Dit is niet

79

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

alleen belangrijk voor de natuur zelf, maar ook voor onze gezondheid, voedselzekerheid, om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en om de bijdrage van natuur aan brede welvaart en leefbaarheid zeker te stellen. Het beschermen van biodiversiteit is daarom vastgelegd in de Vogelen Habitatrichtlijn (VHR). Per 2030 geldt de opgave om het VHR-doelbereik met 30% te verhogen. Om de gunstige staat te behalen, is realisatie, beheer en bescherming van een robuust netwerk van natuurgebieden nodig, evenals het wegnemen van drukfactoren. Ook buiten dezeSpecifiek voor Natura 2000-gebieden geldt dat dit door het Rijk aangewezen natuurgebieden met specifieke natuurdoelen (instandhoudingsdoelen) zijn gezonde, aantrekkelijke landschappen en steden. Deze instandhoudingsdoelstellingen zijn omschreven in termen van belangbehoud, waarbij de provincienatuurwaarden verbindt met andere functies, zoals landbouwverbetering van kwaliteit en behoud en wonenuitbreiding van oppervlak. Tegelijkertijd heeft de provincieaandachtDe provincie is verantwoordelijk voor gezond evenwicht in populatiesde realisatie van planten en dieren, waardoor ingrijpen soms nodigdeze doelen. Uit de KRW volgt dat de (waterkwaliteits-)eisen vanuit Natura 2000 leidend zijn voor de KRW-doelen. Dit betekent dat per 2027 de hydrologische situatie in de Natura 2000gebieden op orde is.

Realisatie begrensde natuur Realisatie van natuur is een belangrijk middel om specifieke soorten en habitatten te beschermen en in de zogenoemde ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen. Dit wil de provincie bereiken door een robuust netwerk van natuurgebieden, bestaande uit kerngebieden met verbindingszones daartussen te realiseren. Met het Rijk zijn in het Natuurpact hiervoor het aantal hectaren afgesproken. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet eind 2027 gereed zijn. Hier geeft de provincie invulling aan met uitvoeringsprogramma’s die per gebied zijn opgesteld. De nieuwe natuur richten zij in door middel van zelfrealisatie of verwerving, in samenwerking met terreinbeherende organisaties, waterschappen, agrariërs, inwoners en ondernemers. Op deze manier werkt de provincie samen aan een samenhangend en verbindend netwerk van duurzaam behouden natuurgebieden, die populaties van planten en dieren duurzaam in stand kunnen houden. Daarnaast realiseert de provincie in het Buijtenland van Rhoon een gebied met 600 hectare akkernatuur en natuurinclusieve landbouw, inclusief recreatieve voorzieningen en recreatieve poorten. Versterken natuur en landschapswaarden Ook buiten de NNN en N2000 wilde provincie de natuur- en landschapswaarden herstellen en versterken. Een belangrijke reden hiervoor is de biodiversiteit die sterk onder druk staat.

Zo verdwijnen kwetsbare planten, neemt de diversiteit en biomassa van insecten af, is de trend in aantallen van veel vogelsoorten al jaren negatief en staat het onderwaterleven onder steeds grotere druk. Daarnaast is een gezonde (beleefbare) natuur belangrijk voor de mens en draagt dit bij aan klimaatdoelen (CO2-vastlegging, waterberging, verminderen hittestress) en aan verbetering van de waterkwaliteit. De betrokkenheid en inbreng van onder andere gemeenten, waterschappen, (agrarische) ondernemers, natuurorganisaties en inwoners is hierbij van groot belang. Daarom werkt de provincie aan: • Soortenbeleid: de provincie stelde 40 icoonsoorten vast die staan voor de diverse kenmerkende natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. De provincie versterkt het leefgebied van deze soorten, ook buiten natuurgebieden. Hiermee geeft zijinvulling aan haar wettelijke taak om planten en dieren te beschermen en de staat van instandhouding te verbeteren. • Bos en bomen: De provincie geeft invulling aan de Motie de Spade de grond en de Motie Duurzaam Bos- en bomenbeleid en maakt een start met de doelen voor bosuitbreiding van 400 ha zoals genoemd in het Ruimtelijk voorstel en ZH-PLG, zoals klimaat en biodiversiteit.

• Boerenlandvogels: met de acties vanuit het actieplan boerenlandvogels en het aanvalsplan grutto en de inzet van agrariërs via het agrarisch natuurbeheer, draagt de provincie bij aan het doel om de neerwaartse trend in aantallen van boerenlandvogels te keren. • Groenblauwe dooradering: De provincie realiseert groenblauwe dooradering (10% in 2050 en de helft van het gat tussen de bestaande GBDA en de 10% als tussendoel in 2030). Hiermee draagt zij bij aan de doelen genoemd in het ZHPLG, waaronder biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaat. • Agrarisch natuur- en landschapsbeheer: middels de openstelling van de subsidieregeling ANLb kan de provincie agrariërs ondersteunen bij de uitvoering van natuur en landschapsbeheer bij het behalen van de natuurdoelen in het landelijk gebied. • Overgangsgebieden: De provincie werkt verder uit of en in welke vorm overgangsgebieden een mogelijk middel zijn om efficiënt ZHPLG-doelen te behalen, waaronder de instandhoudingsdoelen binnen de N2000-gebieden, door wegnemen van drukfactoren buiten de begrenzing.

80

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

•

Voor het programma LIFE IP All4Biodiversity, is een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld voor stakeholders. Het 6-jarige programma eindigt in maart 2026 en maakt onderdeel uit van de aanpak van de Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Zo heeft All4Biodiversity een toolbox ontwikkeld alsmede een training gebiedsgericht werken. De toolbox en de training maken onderdeel uit van de basiskwaliteit natuur waarvan Deltaplan recent een rapport uitbracht. In de toolbox wordt ingegaan op het concept Basiskwaliteit Natuur, een stappenplan met gemeenschappelijke visie tot maatregelen en monitoring. Het programma LIFE IP All4Biodiversity werkt nu aan de implementatie en het gebruik van de Toolbox en de training in projecten PPLG landelijk waaronder het ZHPLG, in het bijzonder voor het gebied de Mient Kooltuin/Groene Zone.

Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZHPLG) Gezien de opgaven op natuurherstel, water en bodem en duurzame landbouw introduceerde het Rijk het Nationaal Programma Landelijk gebied. Zij vroeg alle provincies om hier een provinciale aanpak voor te maken. Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZHPLG) is de volgende stap naar een duurzame toekomst voor het landelijk gebied. Het is een aanpak om te komen tot een landelijk gebied waar de kwaliteit van het water op orde is, waar flora en fauna kunnen voortbestaan, en dat een bijdrage levert aan de strijd tegen klimaatverandering. Het landelijk gebied biedt ook ruimte voor agrarische ondernemers met duurzame verdienmodellen. De transitie van het landelijk gebied is noodzakelijk. De provincie is zorgvuldig in haar aanpak en werkt in gezamenlijkheid en op een lerende manier naar de toekomst toe. In het ZHPLG neemt de provincie bestaande doelen op het gebied van natuurherstel, water, klimaat en stikstof als uitgangspunt. De doelen op zich zijn niet nieuw en vloeien voort uit (inter)nationale verplichtingen, die vastliggen in wetgeving en bestuursakkoorden. De kracht van het ZHPLG is de samenhangende aanpak, die toekomstbestendig en gebiedsgericht is. Samenhangend doordat de provincie de doelen op gebied van water, natuur en klimaat in 1 keer aanpakt.

Dit zodat partners en ondernemers, niet eerst voor het ene doel aan de slag hoeven, en dan voor het andere. Tevens is het ZHPLG toekomstbestendig; De provincie richt zich op de middellange termijn maar houdt ook rekening met de uitdagingen in de verdere toekomst. De crux van het programma is dat zij de doelen gebiedsgericht aanpakt. Een aantal doelen zal hiervoor nog regionaal concreet moeten worden. Zonder een zorgvuldige aanpak in de 3 kerngebieden Veenweiden, Zuid-Hollandse Delta en Kust en Duinen, maar ook in de 16 deelgebieden bereikt de provincie de doelen niet. Dit vergt de komende jaren veel van de provincie. Er is een actief gebiedsproces waarbij de provincie alle partners, ondernemers, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties nodig heeft. Hiervoor werkt de provincie met een programmatische gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat zij met gebiedspartners in fasen toewerkt naar een steeds concretere invulling van de opgave: verkenning, planuitwerking en realisatie. De provincie organiseert hiervoor onder andere keukentafelgesprekken, dialoogsessies in deelgebieden en ze heeft regiegroepen op kerngebiedsniveau. Dit gebeurt langjarig en hierbij is de provincie gebiedspartner en gebiedsautoriteit.

Partner doordat de provincie nauw samenwerkt, en daarnaast geeft zij richting aan de te behalen doelen en is transparant over haar rol, taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast is het ZHPLG nauw verweven met de ontwikkeling van de Ruimtelijk Voorstel/Toekomstbestendig Zuid-Holland. Natuurbeheer & kwaliteitsimpulsen Natura 2000 / Natuurnetwerk Nederland Per 2027 geldt de opgave om de hydrologische situatie in de Natura 2000 gebieden (en daarbuiten) op orde te hebben. In 2024 zet de provincie verdere stappen richting het halen van deze gestelde doelen en werkt zij aan de verhoging van de natuurkwaliteit in de Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden. De provincie doet dat door het ecologische systeem op orde te brengen. Dit vergt inzet in de natuurgebieden en daarbuiten. Programma Natuur Programma Natuur is een gezamenlijk programma van Rijk en provincies. In dit programma worden maatregelen uitgevoerd voor natuurversterking, in samenspraak met andere overheden, natuurbeheerders en maatschappelijke partners. Als onderdeel van het overkoepelende Programma Natuur richt het Uitvoeringsprogramma Natuur (UPN) zich op natuurmaatregelen in en rond Natura 2000-

81

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met de focus op stikstofgevoelige en met stikstof overbelaste natuurwaarden. Beschermen natuur en soorten • Vergunningverlening, toezicht en handhaving op activiteiten die die natuur betreffen: met de naleving van de wettelijke taak op vergunningverlening, toezicht en handhaving, worden in het wild levende plant- en diersoorten beschermd. Omgevingsdiensten Haaglanden en Omgevingsdienst en Zuid-Holland Zuid hebben namens de provincie het mandaat voor de uitvoering van deze taken. Door het zorgvuldig verlenen van vergunningen kan de balans tussen soortbescherming en andere belangen worden gewaarborgd. Met de inzet van toezicht en handhaving wordt er gecontroleerd om men zich aan de regels houdt en wordt er ingegrepen bij overtredingen. Specifiek is er vanuit deze taak aandacht voor de effecten van de woningbouw- en energieopgaven op de beschermde soorten in de stedelijke omgeving. • Planologische bescherming: De provincie heeft regels vastgelegd met betrekking tot de (on)mogelijkheden voor ontwikkelingen in de natuur en recreatiegebieden in Zuid-Holland. Deze regels hebben als doel de gebieden alsmede de kwaliteit en samenhang van deze gebieden te behouden en te beschermen.

• Faunabeheer: Binnen het faunabeheer streeft de provincie naar het voorkomen dan wel beperken van de schade en risico’s veroorzaakt door in het wild levende dieren. Waar nodig worden maatregelen getroffen om conflicten tussen de aanwezigheid van dieren en andere belangen (veiligheid, schade aan gewassen of aan flora en fauna) te voorkomen én om draagvlak te behouden voor natuur. • Invasieve exoten: Ter bescherming van de inheems flora en fauna wordt er ingezet op het bestrijden en beheer van invasieve exoten. Daarbij wordt bestrijding ingezet op de nog uitroeibare soorten. Bij de wijdverspreide invasieve exoten wordt er ingezet op plekken waar er een biodiversiteitsbelang in het geding is. Het provinciale biodiversiteitsbelang ligt vooral in de hiertoe aangewezen Natura 2000-gebieden, de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, ter bescherming van vogel- en habitatrichtlijn soorten of rode lijst soorten buiten deze gebieden. Natuurmonitoring De provincie volgt de ontwikkeling van de natuur via monitoring en onderzoek, zodat zij over volledige, consistente en goed toegankelijk informatie beschikt om te kunnen (bij) sturen en verantwoorden.

Datagedreven ZH-PLG In het kader van het datagedreven ZH-PLG ontwikkelt de provincie digitale informatieproducten die het ZH-PLG en de daarmee samenhangende opgaven faciliteren. De provincie ondersteunt de gebiedsprocessen en draagt bij aan de maatschappelijk gewenste transparantie. Ook buiten deze natuurgebieden zijn gezonde, aantrekkelijke landschappen en steden van belang voor het halen van het VHR-doelbereik. De provincie verbindt hierbij natuurwaarden met andere functies, zoals landbouw en wonen. Tegelijkertijd heeft de provincie aandacht voor gezond evenwicht in populaties van planten en dieren, waardoor ingrijpen soms nodig is. Natuurinclusieve transitie Om stappen te zetten richting een natuurinclusieve samenleving in 2050 ondersteunt en stimuleert de provincie de uitvoering van de Groeiagenda natuurinclusief Zuid-Holland 2024-2027. Deze agenda is gericht op draagvlak, adaptatie en internalisering van het thema natuurinclusief. Met als doel om natuurbelangen integraal mee te nemen in andere opgaven, zoals bijvoorbeeld waterkwaliteit, landbouw en verstedelijking. Stikstof De stikstofreductie, zowel van ammoniak als van stikstofoxiden, heeft als doel om de depositie van stikstof op de natuurgebieden te verminderen en daarmee bij te dragen aan natuurherstel.

De provincie heeft een concrete reductiedoelstelling om de stikstofemissie te verminderen, met als doel een emissieplafond van 2,9 kiloton ammoniak per jaar in 2035 te bereiken. Momenteel bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie 5,4 kiloton. De ammoniak reductieopgave in de landbouw is onderdeel van het ZH-PLG. Daarnaast is het voor de provincie belangrijk om maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk te blijven maken. Om de stikstofproblematiek op te lossen werkt de provincie samen met regionale partners.

82

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

Deze inzet wordt in 2024 verder vormgegeven en verloopt langs de volgende lijnen: • Ammoniak (NH3) reductie voor natuurherstel; • Stikstofoxiden (NOx) reductie voor natuurherstel; • Ontwikkelingen mogelijk houden middels vergunningverlening, waaronder helpen bij de legalisatie van PAS-melders. De provincie werkt aan een transitie naar toekomstbestendige landbouw, verdienmodellen voor de sector, grondpositie, voedselbeschikbaarheid, ontwikkeling van de rol van de boer als natuurbeheerder en dragen bij aan de stikstofreductie- opgave. Zij werkt daarbij zo veel mogelijk samen met de boeren, hun belangenorganisaties en met natuurbeherende organisaties. KKK Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Maatregelen van 5-15.1 Gezonde natuur LLL De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5.1.1.1 Realiseren begrensde natuur Wat gaat de provincie doen? Realisatie van natuur is een belangrijk middel om specifieke soorten en habitatten te beschermen en in de zogenoemde ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen. Dit wil de provincie bereiken door een robuust netwerk van natuurgebieden, bestaande uit kerngebieden met verbindingszones daartussen te realiseren. De provincie wil dat de tot doel gestelde hectaren in het Natuurpact, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vóór eind 2027 zijn gerealiseerd. Hier wordt invulling aan gegeven door middel van uitvoeringsprogramma’s die per gebied zijn opgesteld. De nieuwe natuur wordt ingericht door middel van zelfrealisatie of verwerving, in samenwerking met terrein beherende organisaties, waterschappen, natuurorganisaties, inwoners en ondernemers. Op deze manier wordt samengewerkt aan een samenhangend en verbindend netwerk van duurzaam behouden natuurgebieden. De provincie vult deze rol in door de regie te nemen op de realisatie en als verbinder tussen partijen te bewegen.

Rol Presterend

Uitwerking Natura 2000-gebieden zijn door het Rijk aangewezen natuurgebieden met specifieke natuurdoelen en brengen een wettelijke en Europese verplichting tot realisatie met zich mee. Het NNN is door het Rijk ingevoerd om Vogel- en Habitatrichtlijn soortenHabitatrichtlijnsoorten te beschermen door leefgebieden te behouden en uit te breiden. De provincie is verantwoordelijk voor de realisatie van deze doelen die betrekking hebben op behoud, verbetering van kwaliteit en uitbreiding van oppervlak van de leefgebieden van soorten. Met het Rijk zijn in het kader van Natuurpact hectaren in te richten NNN afgesproken die eind 2027 gereed moeten zijn. Met de uitvoeringsprogramma's, Krimpenerwaard, Gouwe Wiericke en, Natuurnetwerk-Zuid Holland (NNZH), Buijtenland van Rhoon en Natura 2000, werkt geeft de provincie aan het beschikbaar krijgen en inrichten van gronden voor realisatie van de nieuwe natuurhier invulling aan. Dit betreft niet altijd gehele nieuwe verbindingen of gebieden, maar kan ook om cruciale laatste onderdelen (percelen) gaan waardoor de instandhoudings-doelstellingen nu niet bereikt worden. Daarnaast realiseert de provincie in het Buijtenland van Rhoon een gebied met 600 hectare akkernatuur en natuurinclusieve landbouw, inclusief recreatieve voorzieningen en recreatieve poorten.

83

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

MMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5.1.1.2 Versterken natuur- en landschapswaarden Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de natuur- en landschapswaarden zowel binnen als buiten begrensde natuurgebieden behouden en versterken. De natuur- en landschapswaarden van een gebied kunnen worden gemeten aan de hand van de biodiversiteit. De provincie heeft 40 icoonsoorten vastgesteld die zij wil beschermen, deze soorten staan voor de diverse natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. Ook andere soorten liften mee op maatregelen ter verbetering van het leefgebied van icoonsoorten. Door de leefgebieden van deze icoonsoorten op orde te brengen, zal het beter gaan met de ZuidHollandse natuur. Een deel van de icoonsoorten en karakteristieke leefgebieden wordt beschermd door begrensde natuurgebieden. Andere soorten komen ook of juist voor op het platteland of in de stad. Ook daar werkt de provincie er aan deze soorten en hun leefgebied te versterken. Bijvoorbeeld door te werken aan de groenblauwe dooradering en het realiseren van bijenlandschappen. De provincie wil kansen benutten en creëren voor de uitbreiding van bos en bomen.

Bossen leveren veel ecosysteemdiensten en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan veel van de provinciale opgaven zoals recreatie, gezondheid (onder andere door versterken immuunsysteem en verminderen van stress), CO₂-opslag, biodiversiteit, klimaatadaptatie (tegengaan hittestress en opvang overmatige neerslag). Deze bosuitbreidingsambitie is ook onderdeel van het ZH-PLG en komt voort uit afspraken in het kader van het klimaatakkoord. De provincie wil de natuur- en landschapswaarden zowel binnen als buiten begrensde natuurgebieden behouden en versterken. Voor het behalen van de wettelijke verplichting tot het behouden of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van soorten genoemd in de Vogel- en Habitatrichtlijn is ook buiten de begrensde natuurgebieden geschikt leefgebied nodig. Daarom werkt de provincie aan: • Soortenbeleid: de provincie stelde 40 icoonsoorten vast die staan voor de diverse kenmerkende natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. De provincie versterkt het leefgebied van deze soorten, ook buiten natuurgebieden. Hiermee geeft zij invulling aan haar wettelijke taak om planten en dieren te beschermen en de staat van instandhouding te verbeteren.

• Bos en bomen: De provincie geeft invulling aan de Motie de Spade de grond in en de Motie Duurzaam Bos- en bomenbeleid en start met realisatie van de doelen voor bosuitbreiding van 400 ha zoals genoemd in het Ruimtelijk voorstel, zoals klimaat en biodiversiteit. • Boerenlandvogels: met de acties vanuit het actieplan boerenlandvogels en het aanvalsplan grutto en de inzet van agrariërs via het agrarisch natuurbeheer, zet de provincie in op herstel van de populaties van boerenlandvogels. • Groenblauwe dooradering: De provincie werkt aan de realisatie van groenblauwe dooradering (10% in 2050 en de helft van het gat tussen de bestaande GBDA en de 10% als tussendoel in 2030). Hiermee draagt zij bij aan de een breed palet aan doelen waaronder biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaat.

Rol PresterendRechtmatig

Uitwerking Algemeen Een goed functionerend natuurlijk systeem is een belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde en duurzame economie, ruimtelijke ontwikkeling en leefomgeving. Daarom zet Zuid-Holland provincie breed in op een goede kwaliteit van de natuur en het landschap. Zuid-Holland wil het tij keren voor de boerenlandvogels zoals de grutto, kievit, veldleeuwerik en patrijs en richt haar inspanningen op het verbeteren van de leefomgeving van akker- en weidevogels. Daarom werkt de provincie, naast de realisatie van begrensde natuur en weidevogelkerngebieden, ook aan het versterken van natuur- en landschapswaarden binnen het landelijk gebied.

84

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

De provincie werkt met haar partners toe naar een provincie dekkend en fijnmazig systeem van natuur. Hiermee worden de bestaande natuur-, recreatie- en andere groengebieden ondersteund en verbonden en de natuur versterkt in met name het landelijk gebied. Het versterken van natuuren landschapswaarden levert een belangrijke bijdrage aan de doelen van het ZH-PLG op het vlak van natuur, klimaat, water en landbouw. Om dit proces te ondersteunen worden subsidieregelingen gericht op icoonsoorten, landschapselementen en bosuitbreiding opengesteld. Daarnaast wordt er een bosmakelaar ingezet en afspraken gemaakt over bosuitbreiding in recreatiegebieden. Een aaneengesloten afwisseling van water en begroeiing wordt gezien als groenblauwe dooradering. Deze landschapselementen zijn de drager van natuurwaarden in het landelijk gebied en bepalen de regionale identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid. Dit netwerk bevordert een natuurlijke verbinding in het landelijk gebied, waardoor planten en dieren kunnen migreren. Deze is nodig voor het benutten en verrijken van natuur voor VHR- en KRW-doelsoorten. De ambitie is gericht op biodiversiteitsherstel, verbetering van de waterkwaliteit, vastleggen CO₂, klimaatadaptatie, stikstof en het bereiken van een goede Basiskwaliteit Natuur (BKN) in landelijk gebied.

Boerenlandvogels Zuid-Holland is een belangrijke provincie voor boerenlandvogels zoals de grutto, kievit, veldleeuwerik en patrijs. Omdat Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft voor met name de weidevogels stelt de provincie een stijging van het aantal broedparen van de grutto, als vlaggenschip en indicatorsoort voor de weidevogels, met circa 3.500 broedparen als doel. En voor akker- en bollenvogels een stijging van circa 300 paar patrijzen. Uitgangspunt is hierbij een stijging ten opzichte van het jaar 2019. Deze aantallen kunnen indicatief vertaald worden naar een kwantitatieve opgave van 11.000 extra hectare inzet in het agrarisch natuurbeheer voor weidevogels en 1.900 extra hectare voor akkervogels. Hierbij moet worden opgemerkt dat indien er meer kwaliteit wordt gerealiseerd op bestaand oppervlak agrarisch natuurbeheer of weidevogelreservaat, het benodigd extra aantal hectaren lager zal uitvallen. De extra nationale middelen die per 2026 beschikbaar komen voor Agrarisch Natuurbeheer zullen worden ingezet om hierin samen met boeren stappen te zetten. Waar nodig onderzoekt de provincie de mogelijkheden voor de inzet van aanvullend instrumentarium. Tot slot onderzoekt de provincie hoe de monitoringsinspanningen in verhouding kunnen worden gebracht met de beleidsvragen.

Bos en Bomen De provincie wil kansen benutten en creëren voor de uitbreiding van bos en bomen. Bossen leveren veel ecosysteemdiensten en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan veel van de provinciale opgaven zoals recreatie, gezondheid (onder andere door versterken immuunsysteem en verminderen van stress), CO₂-opslag, biodiversiteit en klimaatadaptatie (tegengaan hittestress en opvang overmatige neerslag). Deze bosuitbreidingsambitie is ook onderdeel van het Ruimtelijk Voorstel en komt voort uit afspraken in het kader van het klimaatakkoord. De 400 ha bosuitbreiding in 2030, is globaal onder te verdelen in 150 ha binnen NNN, 150 ha binnen recreatiegebieden en 100 ha daarbuiten. Groenblauwe dooradering Een aaneengesloten afwisseling van water en begroeiing wordt gezien als groenblauwe dooradering. Deze landschapselementen zijn de drager van natuurwaarden in het landelijk gebied en bepalen de regionale identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid. Dit netwerk bevordert een natuurlijke verbinding in het landelijk gebied, waardoor planten en dieren kunnen migreren. Deze is nodig voor het benutten en verrijken van natuur voor VHR-soorten en KRW-doelen. De ambitie is gericht op biodiversiteitsherstel, verbetering van de waterkwaliteit, vastleggen van CO₂, klimaatadaptatie, stikstofvermindering en het bereiken van een goede Basiskwaliteit Natuur (BKN) in landelijk gebied.

Icoonsoorten De provincie heeft 40 icoonsoorten vastgesteld, waarop zij zich bij haar inspanning focust. De icoonsoorten staan voor de diverse natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. Door de leefgebieden van deze icoonsoorten op orde te brengen, zal het beter gaan met de Zuid-Hollandse natuur. Icoonsoorten worden ook gebruikt om uit te leggen waarom bepaalde ingrepen in de fysieke leefomgeving worden gedaan ter versterking van de biodiversiteit. De provincie stuurt op het structureel benutten van kansen in de fysieke leefomgeving om het leefgebied van icoonsoorten te verbeteren en de biodiversiteit te bevorderen. Zij maakt hier middelen (zoals capaciteit, informatie

85

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

en/of financiën) voor vrij. Ook wordt de verbetering van het leefgebied van de icoonsoorten, waar mogelijk en zinvol, integraal meegenomen bij ruimtelijke projecten of relevante beleidsvelden van de Provincie Zuid-Holland. Maatregelen gericht op icoonsoorten bevorderen niet alleen het leefgebied van die ene soort; het geldt als een paraplu voor de leefomstandigheden van vele andere soorten. Door icoonsoorten integraal te koppelen aan andere opgaven kan de biodiversiteit worden versterkt. Denk hierbij aan natuurinclusieve (land)bouw, waarbij binnen de icoonsoorten de prioriteit ligt bij Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR) buiten natuurgebieden, aangevuld met de typische ZuidHollandse soorten zoals de zandhommel of begeleidende soorten die typisch Zuid-Hollands zijn maar geen VHR-soort zijn.

Faunavoorzieningen bij provinciale infrastructuur Voor het duurzaam voortbestaan van populaties is uitwisseling met soortgenoten uit de omgeving van belang. Infrastructuur zorgt voor versnippering van de leefgebieden. Met faunapassages kan dit ten dele worden verholpen, waardoor de connectiviteit tussen de gebieden voor diverse icoonsoorten wordt verbeterd. Een groenblauw netwerk van voldoende kwaliteit maakt dit mogelijk. De provincie werkt dus actief aan faunavoorzieningen in gebieden waar het Natuurnetwerk Nederland provinciale infrastructuur kruist. Daarbij draagt de provincie waar mogelijk ook bij aan de passeerbaarheid van fauna waar geen Natuurnetwerk Nederland ligt, maar waar wel een faunapassage gewenst is vanuit natuur of (verkeers-)veiligheid. LIFE IP All4Biodiversity Met het programma LIFE IP All4Biodiversity, is een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld voor stakeholders. Het 6-jarige programma eindigt in maart 2026 en maakt onderdeel uit van de aanpak van de Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Zo heeft All4Biodiversity een toolbox ontwikkeld alsmede een training gebiedsgericht werken. De toolbox en de training maken onderdeel uit van de basiskwaliteit natuur waarvan Deltaplan recent een rapport uitbracht. In de toolbox wordt ingegaan op het concept Basiskwaliteit Natuur, een stappenplan met gemeenschappelijke visie tot maatregelen en monitoring.

Het programma LIFE IP All4Biodiversity werkt nu aan de implementatie en het gebruik van de Toolbox en de training in projecten PPLG landelijk waaronder het ZHPLG, in het bijzonder voor het gebied de Mient Kooltuin/Groene Zone. NNN Na sectie '5.1.1.2 Versterken natuur- en landschapswaarden' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

5.1.1.3 Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZHPLG) Wat gaat de provincie doen? Voor de opgaven op het vlak van natuurherstel, water en bodem en duurzame landbouw werkt de provincie met een programmatische gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat zij met gebiedspartners in fasen toewerkt naar een steeds concretere invulling van de opgave door verkenning, planuitwerking en realisatie. De provincie organiseert hiervoor onder andere keukentafelgesprekken, dialoogsessies in deelgebieden en ze heeft regiegroepen op kerngebiedsniveau. Dit gebeurt langjarig en hierbij is de provincie gebiedspartner en gebiedsautoriteit. Partner, omdat de provincie nauw samenwerkt, en gebiedspartner, omdat zij richting geeft aan de te behalen doelen en transparant is over haar rol, taken en verantwoordelijkheden. In het kader van het datagedreven ZH-PLG ontwikkelt de provincie digitale informatieproducten die het ZH-PLG en de daarmee samenhangende opgaven faciliteren. De provincie ondersteunt de gebiedsprocessen en draagt bij aan de maatschappelijk gewenste transparantie.

Rol Samenwerkend

86

Provinciaal blad 2025 nr. 17921

29 oktober 2025

Uitwerking Gezien de opgaven op het vlak van natuurherstel, water en bodem en duurzame landbouw introduceerde het Rijk het Nationaal Programma Landelijk gebied. Zij vroeg alle provincies om hier een provinciale aanpak voor te maken. Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZHPLG) is de volgende stap naar een duurzame toekomst voor het landelijk gebied. Het is een aanpak om te komen tot een landelijk gebied waar de kwaliteit van het water op orde is, waar flora en fauna kunnen voortbestaan, en dat een bijdrage levert aan de strijd tegen klimaatverandering. Het landelijk gebied biedt ook ruimte voor agrarische ondernemers met duurzame verdienmodellen. De transitie van het landelijk gebied is noodzakelijk. De provincie is zorgvuldig in haar aanpak en werkt in gezamenlijkheid en op een lerende manier naar de toekomst toe. In het ZHPLG neemt de provincie bestaande doelen op het gebied van natuurherstel, water, klimaat en stikstof als uitgangspunt. De doelen op zich zijn niet nieuw en vloeien voort uit (inter)nationale verplichtingen, die vastliggen in wetgeving en bestuursakkoorden. De kracht van het ZHPLG is de samenhangende aanpak, die toekomstbestendig en gebiedsgericht is. Samenhangend doordat de provincie de doelen op gebied van water, natuur en klimaat in één keer aanpakt.

Dit zodat partners en ondernemers, niet eerst voor het ene doel aan de slag hoeven, en dan voor het andere. Tevens is het ZHPLG toekomstbestendig; De provincie richt zich op de middellange termijn maar houdt ook rekening met de uitdagingen in de verdere toekomst. De crux van het programma is dat zij de doelen gebiedsgericht aanpakt. Een aantal doelen zal hiervoor nog regionaal concreet moeten worden. Zonder een zorgvuldige aanpak in de 3 kerngebieden Veenweiden, Zuid-Hollandse Delta en Kust en Duinen, maar ook in de 16 deelgebieden bereikt de provincie de doelen niet. Er is een actief gebiedsproces waarbij de provincie alle partners, ondernemers, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties nodig heeft. OOO De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

5.1.2.1 Actieve soortenbeschermingBeschermen natuur en soorten Wat gaat de provincie doen? De provincie streeft er naar stabiele populaties van kenmerkende plant- en diersoorten van de ZuidHollandse landschappen te behouden. Zij doet dat door de druk op natuur en biodiversiteit waar mogelijk te verlagen, bijvoorbeeld door de eliminatie en beheer van invasieve exoten en versterking van leefgebied. Voor het versterken van leefgebieden is het instrument icoonsoorten ontwikkeld. De provincie heeft 40 icoonsoorten vastgesteld die staan voor de diverse natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. Door de leefgebieden van deze icoonsoorten op orde te brengen, zal het beter gaan met het hele Zuid-Hollandse ecosysteem (water, bodem, natuur). Met actieve natuurbescherming draagt de provincie bij aan het in stand houden en versterken van beschermde flora en fauna en de biodiversiteit. Door de basiscondities voor ecosystemen op orde te brengen kunnen ze goed functioneren en voorzien ze in de ecosysteemdiensten waar wij als mens afhankelijk van zijn. Denk daarbij aan essentiële functies als bestuiving van voedselgewassen, natuurlijke plaagbestrijding, schone lucht, inspiratie en ontspanning. De provincie zorgt hiermee voor het nakomen van de landelijk of Europees gestelde doelen.

Voor de soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn richt de provincie haar beleid op het behouden of verkrijgen van een gunstige staat van een instandhouding. De provincie wil de gunstige staat van instandhouding van de beschermde flora en faunasoorten bereiken en behouden. Daarvoor is bescherming van de gebieden en flora en fauna soorten nodig. Met deze bescherming wil de provincie handelingen die beschermde gebieden en de populatie van beschermde soorten kunnen aantasten, voorkomen of in ieder geval beperken. Naast het beperken van handelingen zet de provincie ook in op de eliminatie en beheer van invasieve exoten. De provincie wil dat de gunstige staat van instandhouding in de planvormingsfase wordt meegenomen. Op deze wijze kan eventuele aantasting van deze status in de besluitvorming worden meege-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=4ddaf05d-70c9-4d69-9d0f-b0e0755b904e