2.2b) Leefomgevingstoets Ontwerp herziening omgevingsbeleid 2025 [25-0186131]
Tekst van het document
Leefomgevingstoets Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025
Inhoud 1. Introductie ...........................................................................................................................3 1.1
Inleiding ...................................................................................................................3
Omgevingseffectrapport (OER) .........................................................................................3 Waarom een leefomgevingstoets? ....................................................................................3 1.2
Overzicht getoetste beleidswijzigingen......................................................................4
1.3
Monitor Leefomgeving ..............................................................................................5
2. Effecten van de beleidswijziging ...........................................................................................9 Beleidskeuze 1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal Bestuur ........................................................9 Beleidskeuze 1.1.3 Openbaar bestuur ...............................................................................9 Onderdeel Beleidskeuze 1.2.1 Maatschappelijke ontwikkelingen .......................................9 Onderdeel Beleidskeuze 3.1.2 Eerlijke energietransitie .................................................... 10 Onderdeel Beleidskeuze 4.1.5 Circulair Zuid-Holland ...................................................... 10 Onderdeel Beleidskeuze 4.1.6 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen .................. 10 Onderdeel Beleidskeuze 4.2.1 Erfgoed beschermen in de omgeving ................................. 11 Onderdeel Beleidskeuze 4.2.2 Rijksmonumenten en historische molens in goede staat .... 11 Onderdeel Beleidskeuze 4.2.3 Provinciale Erfgoedlijnen zichtbaar en beleefbaar .............. 12 Onderdeel Beleidskeuze 4.2.4 Archeologie beschermen en zichtbaar .............................. 12 Onderdeel Beleidskeuze 4.2.5 Cultuurparticipatie en bibliotheken ................................... 13 Onderdeel Beleidskeuze 5.1.1 Nieuwe natuur realiseren .................................................
13 Beleidskeuze 6.1.1 Voldoende en betaalbare huisvesting voor iedereen ........................... 13 Onderdeel Beleidskeuze 6.2.3 Groenblauwe netwerken .................................................. 14 Onderdeel Beleidskeuze 7.1.4 Beschermen en benutten van de kwaliteiten van het bodemen grondwatersysteem ................................................................................................... 14
1. Introductie 1.1 Inleiding
De Omgevingswet vormt een basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In deze benadering staat de leefomgeving centraal en wordt ruimte voor lokaal maatwerk benut. Het omgevingsbeleid van de provincie is een uitwerking van deze benadering. Ons omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma. Het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland wordt regelmatig herzien om het actueel en toepasbaar te houden. In de Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025 (hierna Herziening 2025) worden wijzigingen aan het omgevingsbeleid voorgesteld. In de Nota van Motivering (NvM) lees je op hoofdlijnen wat er wordt gewijzigd aan het omgevingsbeleid. Daarnaast wordt er in de NvM gemotiveerd hoe reacties uit de internetconsultatie en eventuele losse participatietrajecten zijn verwerkt, en hoe het Omgevingseffectrapport (OER) heeft bijgedragen aan de voorgestelde beleidswijzigingen. De NvM en deze leefomgevingstoets (LOT) zijn in de structuur van de Omgevingsvisie opgebouwd. Start met de NvM om wegwijs te raken in de herziening 2025.
Omgevingseffectrapport (OER)
Bij de Herziening 2025 wordt ook een OER opgeleverd. Hierin worden de effecten van de mer(beoordelings)plichtige onderdelen van de Herziening 2025 gerapporteerd. De onderwerpen die niet in het OER zijn meegenomen of mer-(beoordelings)plichtig zijn komen terug in deze leefomgevingstoets.
Waarom een leefomgevingstoets?
De leefomgevingstoets wordt aangeboden bij herzieningen van het Omgevingsbeleid ten behoeve van de besluitvorming. De leefomgevingstoets schetst de verwachte effecten van de beleidswijzigingen op de leefomgeving. Deze aspecten worden ondergebracht in ‘kansen op positieve effecten’ en ‘risico’s op negatieve effecten’ voor de leefomgeving. Met deze informatie kan de provincie verder werken aan de verbetering van de leefomgeving. Zo helpt de leefomgevingstoets het omgevingsbeleid aan te scherpen. Ook biedt het een bouwsteen voor evaluatie van het beleid en monitoring van beleidseffecten.
1.2 Overzicht getoetste beleidswijzigingen
Onderstaande tabel geeft inzicht in de beleidskeuzes waarvan de effecten in het OER zijn onderbouwd of in de leefomgevingstoets zijn getoetst. De onderdelen uit het OER komen niet in dit document terug. Verder wordt in de tabel weergegeven wanneer het gaat om een inhoudelijke of redactionele beleidswijziging. Wanneer beleid redactioneel wijzigt is er geen materiele impact, voor deze beleidswijzigingen zijn de leefomgevingseffecten niet getoetst. Beleidskeuze herziening 2025
OER of LOT
1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal Bestuur 1.1.3 Openbaar bestuur 2.1.1 Stimuleren transitie naar duurzaam, veilig en slim personenvervoer 2.1.2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer 2.1.3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer 2.1.4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen 2.1.5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten 3.1.1 Duurzame opwek elektriciteit 3.1.2 Eerlijke energietransitie 3.1.3 Warmte transitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw 3.1.5 Duurzaam energiesysteem 3.1.6 Kernenergie 4.1.1 Innovatieve economie 4.1.4 Digitale economie 4.1.5 Circulair Zuid-Holland 4.1.6 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen 4.2.1 Erfgoed beschermen in de omgeving 4.2.2 Rijksmonumenten en historische molens in goede staat 4.2.3 Provinciale Erfgoedlijnen zichtbaar en beleefbaar 4.2.4 Archeologie beschermen en zichtbaar 4.2.5 Cultuurparticipatie en bibliotheken 5.1.1 Nieuwe natuur realiseren 5.1.2 Beschermen en versterken bestaande natuur en soorten 5.1.4 Stikstofreductie 5.2.1 Toekomstbestendige landbouw 5.3.1 Waterveiligheid en wateroverlast 5.3.2 Waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid 6.1.1.
Voldoende en betaalbare huisvesting voor iedereen 6.2.1 Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling 6.2.2 Ruimtelijke kwaliteit en landschap 6.2.3 Groenblauwe netwerken 6.2.4 Ontwikkelingen houden rekening met water en bodem 7.1.4 Beschermen en benutten van de kwaliteiten van het bodemen grondwatersysteem 7.3.1 Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling 7.3.2 Klimaatadaptatie
LOT LOT N.v.t.
Inhoudelijk/ redactioneel Inhoudelijk Inhoudelijk Redactioneel
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Redactioneel Redactioneel Redactioneel
N.v.t. OER LOT OER OER N.v.t. N.v.t. N.v.t. LOT LOT LOT LOT LOT LOT LOT LOT OER OER OER OER OER LOT OER OER LOT OER LOT
Redactioneel Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Redactioneel Redactioneel Redactioneel Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk Inhoudelijk
OER N.v.t.
Inhoudelijk Redactioneel
1.3 Monitor Leefomgeving
De leefomgevingstoets gebruikt de indicatoren zoals deze staan weergeven in de Monitor Leefomgeving (hierna MoLo, zie afbeelding 1). De MoLo wordt ieder jaar geactualiseerd en dient als een ‘blik uit het raam’ waardoor je kan zien hoe de leefomgeving in Zuid-Holland ervoor staat.
A FBEELDING 1 M ONITOR LEEFOMGEVING
De MoLo bevat de volgende indicatoren: Thema
Indicator en beoordelingsaspect Innovatie Zuid-Holland: Positie ZH op Regional Innovation Scoreboard (EU), het doel is de meest innovatieve regio van Nederland te zijn.
Economische Vitaliteit
Ondernemersvertrouwen: Stemming niet-financiële bedrijven in NL op basis van vragen over recente ontwikkelingen en verwachtingen van ondernemers (gewogen gemiddelde, indicatie waarin Nederlandse economie zich naar verwachting zal ontwikkelen). Werkloosheidspercentage: Ontwikkeling werkloosheidspercentage, doel is dat dit cijfer tussen de 2 en 5 procent ligt (tussen gewenste en ongewenste krapte arbeidsmarkt). CO2(-equivalenten) uitstoot veenoxidatie: CO2-reductie van minimaal 25
procent in 2030 (0,21Mton/jr. uit veen in 2030). Energiegebruik: Beperking energiegebruik (landelijke doelstelling) met als
Klimaat
doel energiegebruik in ZH met minimaal 7.7% te laten dalen (90% doelstelling reductie energiegebruik). Hittestress: Voorkomen van hitte-eilandeffect voor alle inwoners in ZH in 2050 (momenteel ervaart 80.7% inwoners geen hitte-eilandeffect). Uitstoot broeikasgassen: In 2050 95% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990, tussendoel reductie van 55% in 2030 (momenteel is de uitstoot in ZH 38.7Mton). Wateroverlast: In 2050 is 0% panden in ZH kwetsbaar voor wateroverlast als
gevolg van extreme neerslag (momenteel is dit 15,53%). Cultuurhistorie (Erfgoed): Restauratievolume rijksmonumenten dat in matige tot slechte staat verkeert (uitgezonderd woonhuizen) ligt lager dan 10% (zie Erfgoedmonitor). Landschap & Fysieke Landschapskenmerken: Behouden landschappen en ruimtelijke Openbare Ruimte kwaliteit en/of versterken per gebiedsprofiel (naar indicatoren Monitor Landschap). Waardering van het landschap: Gemiddelde waardering op basis van een enquête op basis van fysieke landschapskenmerken. Beweegvriendelijke omgeving: Mate waarin de publieke ruimte in de fysieke
woonomgeving scoort op beweegvriendelijkheid en daarmee uitnodigt om te bewegen. Doel is dat de score provincie breed uitkomt op 67,7. Geluid – berekend geluid langs provinciale wegen: Een geluidssituatie die
voldoet aan wettelijke normen voor toelaatbare geluidbelasting op Milieukwaliteit & geluidgevoelige objecten (langs N-wegen). Gezondheid Geur: Waar mogelijk woningen en andere geurgevoelige objecten beschermen tegen te veel geurhinder. Levensverwachting in goed ervaren gezondheid: Gemiddeld aantal levensjaren dat mensen naar verwachting in goede gezondheid leven. Doel is dat dit cijfer binnen heel ZH gelijk is aan de score van de regio die binnen ZH het beste scoort.
Thema
Indicator en beoordelingsaspect Luchtkwaliteit – ruimtelijk verdeelde waarden NOx en PM10: In hoeverre
luchtkwaliteit voldoet aan de wettelijke (EU) normen fijnstof en stikstofdioxide. Kwaliteit habitattypen in Natura 2000 gebied: Aandeel van het oppervlak habitattype dat een goede kwaliteit heeft volgens vastgesteld beheerplan. Doel is 90%. Kwaliteit leefgebied/ populatiegrootte vogel- en habitatrichtlijn-soorten in N2000 gebied: Staat van instandhouding van aangewezen soorten binnen
Natuur
N2000-gebieden met als doel een 100% score van goede instandhouding. Kwaliteit NNN: Kwaliteit natuur binnen NNN-gebieden in ZH met als doel dat 90% hoog scoort. Soortenontwikkeling: Toestand grote groep soorten (ca 225) in ZH op basis van de LPI. Doel is dat deze stijgend is. Stikstofoverschrijding gebieden: Depositie van stikstof in de Natura2000-gebieden in ZH moet onder de KDW zitten in minimaal 74% van deze gebieden. Duurzame energieopwekking: Aandeel duurzame energieopwekking in ZH
Natuurlijke Hulpbronnen
Natuurlijke Systemen
Ruimtelijke Economische Structuur
moet naar doel minimaal 24,3% zijn (biomassa, zon, wind, bodem en water, 6,3TWh in 2030). Duurzame Landbouw: Verduurzaming landbouwsector met aandacht voor verbetering biodiversiteit en kringlopen (terugdringen uitstoot stikstof en fosfaat). Duurzame mobiliteit: Uitstoot CO2 door mobiliteit in ZH beperken. Doel is maximaal 3,12Mton CO2 in 2030, een reductie van 2,08Mton (90% van de doelstelling). Grondstoffen gebruik: Overzicht van grondstoffengebruik binnen ZH met als doel in 2050 volledig circulair te zijn en in 2030 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen. Bodem en ondergrond (3D-ondergrond): Status van de bodem en ondergrond in ZH op basis van zeven deelthema’s. Grondwater: Beschikbaarheid voldoende en schoon drinkwater in ZH. Op basis van een aantal deeltesten is het doel dat alle 5 grondwaterlichamen in ZH “goed” scoren. Licht: Huidige situatie qua hoeveelheid licht in de nacht in ZH. Doel is dat de
lichtemissie van 10-10 Watt per cm2 per sterradiaal maximaal 50 is (relatief weinig lichtemissie). Oppervlaktewater: Beschikbaarheid van voldoende en schoon oppervlaktewater voor natuur, landschap en recreatie (binnen KRW-doelen) in ZH. Doel is dat alle 129 oppervlaktewaterlichamen de beoordeling “voldoet” hebben. Bedrijventerreinvoorraadontwikkeling: Voldoende kwantitatief en kwalitatief (plan)aanbod binnen de vier bedrijventerreinregio’s binnen ZH. Hierbij wordt
de geraamde vraag afgezet tegen het beschikbare planaanbod en uitgedrukt in percentages. Doel is dat er sprake is van minder dan 10% afwijking.
Thema
Indicator en beoordelingsaspect Bereikbaarheid weg, spoor, water en fiets: Het realiseren van een zo kort
mogelijke of acceptabele afstand tussen wonen, werken en door burgers relevant gevonden voorzieningen. Capaciteit elektriciteitsnetwerk Zuid-Holland: Schaarste aan capaciteit op het elektriciteitsnetwerk waarbij het doel is dat er in ZH geen wachtrij is voor aansluiting bij de netbeheerders op het onderdeel invoeding en/of afname (capaciteitskaart). Omgevingsveiligheid: aandachtsgebieden en zeer kwetsbare gebouwen: Het
veilig gebruiken van de ruimte en verkleinen van risico’s (in bijzonder externe veiligheidsrisico’s) waarbij wordt gelet op aantal mensen en/of kwetsbare gebouwen in een brand- en/of explosieaandachtsgebied. Veiligheidsrisico's
Verkeersslachtoffers: Aantal verkeersdoden en gewonden binnen ZH. Doel is
dat het aantal verkeersdoden in ZH lager ligt dan 60% van het te verwachten verkeersdoden afgezet tegen landelijk aantal verkeersdoden en gerelateerd aan reizigerskilometers. Waterveiligheid: Waterkeringen moet voldoen aan veiligheidsnorm. Doel is dat minimaal 90% van de regionale keringen binnen ZH voldoet aan de veiligheidsnorm. Eerlijke energietransitie: Meet de deelname van participatie inwoners in
energietransitie. Doel is dat geen tot 2% inwoners ZH geen investeringsruimte hebben om de energetische kwaliteit van woning te verbeteren (CBS). Welzijn
Leefbaarheid: 95% inwoners ZH woont in buurten vallend in de klasse ‘Goed’ of hoger (naar Leefbarometer). Samenstelling woningvoorraad: Aandeel sociale huurwoningen in bestaande woningvoorraad is 30% of meer (VNG). Nabijheid voorzieningen: Gewogen gemiddelde score nabijheid voorzieningen (CBS) in ZH is meer dan 3% hoger ten opzichte landelijk gemiddelde.
Wonen & Woonomgeving
Tevredenheid woonomgeving: Het deel bewoners ZH dat (zeer) tevreden is met de woonomgeving is 80% of meer (CBS). Woningbouw: Gerealiseerde bruto nieuwbouw in ZH ligt niet meer dan 5%
onder de met het Rijk afgesproken te realiseren bruto nieuwbouw voor de provincie (CBS). Tabel 1 Beoordelingskader leefomgevingstoets
2. Effecten van de beleidswijziging De MoLo vormt de basis voor de leefomgevingstoets. Met de MoLo als basis wordt gekeken welke kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten er vallen te verwachten met het wijzigen van het beleid. In alle gevallen geldt dat de effecten van het beleid sterk afhankelijk zijn van de wijze waarop het wordt doorvertaald in de uitvoering. Ook de keuze van in te zetten instrumenten (dwingend karakter of vrijwillig karakter) en de mate waarin de provincie afhankelijk is van andere overheden of derden is bepalend voor de uiteindelijk effecten. De effecten die zich voordoen zullen in de loop van de tijd met monitoring en evaluatie in beeld gebracht worden.
Beleidskeuze 1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal Bestuur
Voor dit onderdeel worden geen leefomgevingseffecten verwacht. Voor dit onderdeel wijzigt er weinig in de Herziening 2025. Er wordt een stuk over participatie toegevoegd, hiervan is de verwachting dat er geen effecten voor de leefomgeving zullen zijn. Kansen op positieve effecten Niet van toepassing. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Beleidskeuze 1.1.3 Openbaar bestuur
Voor dit onderdeel worden geen leefomgevingseffecten verwacht. Deze beleidskeuze geeft inzicht in hoe het openbaar bestuur in Zuid-Holland al jaren is vormgegeven. Kansen op positieve effecten Niet van toepassing. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 1.2.1 Maatschappelijke ontwikkelingen
Voor dit onderdeel worden minimale leefomgevingseffecten verwacht. Met de wijziging wordt brede welvaart als kompas opgenomen in onze visie. Zo wordt ruimte voor ontwikkeling gekoppeld aan duurzaamheid en leefomgevingskwaliteit, zowel economisch, als ecologisch en sociaal. De leefomgevingseffecten zullen indirect kunnen zijn, het gaat bij deze wijziging om hoe we dingen doen en niet wat we letterlijk doen. Kansen op positieve effecten Niet van toepassing. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 3.1.2 Eerlijke energietransitie
In deze herziening wordt participatie uitgewerkt in de visie algemeen en het beleid onder 1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal bestuur. De beleidskeuze Eerlijke energietransitie biedt hierop een aanvulling door uitwerking te geven aan de vormen en mogelijkheden van financiële participatie. Daarnaast heeft de beleidskeuze een grotere reikwijdte gekregen en geldt nu naast wind en zon ook voor opslag, en eventueel mogelijke andere technologieën. Kansen op positieve effecten Een eerlijkere energietransitie, met betere financiële participatie kan gevolgen hebben voor het lokaal opwekken van duurzame energie. Dit geeft kansen op positieve effecten op de indicator ‘Capaciteit elektriciteitsnetwerk Zuid-Holland. Daarnaast zijn er uiteraard ook kansen op positieve effecten op de indicator eerlijke energietransitie. Ook op de indicator ‘Duurzame energieopwekking’ is een kans op positieve effecten, omdat met een eerlijkere energietransitie er ook kans is op realisatie van meer duurzame energieopwekking. Het deelnemen aan de energietransitie zou bovendien bij kunnen dragen aan een grotere tevredenheid van de woonomgeving, omdat positieve effecten mogelijk directer voelbaar worden voor omwonenden. Risico’s op negatieve effecten Behalve positieve effecten op de indicator ‘Capaciteit elektriciteitsnetwerk Zuid-Holland’ zijn er ook risico’s op negatieve effecten.
Op locaties in Zuid-Holland waar meer opwek potentieel zou kunnen leiden tot overbelasting van het netwerk, is er het risico dat dit versneld wordt.
Onderdeel Beleidskeuze 4.1.5 Circulair Zuid-Holland
We introduceren een nieuwe maatregel ‘Ruimte voor de circulaire economie’. Daarmee onderkennen we het belang van ruimte voor circulaire economie, en benoemen we de stappen die de provincie gaat zetten om de toekomst voldoende ruimte te borgen. Met deze beleidsmaatregel zorgen we er ook voor dat ons Omgevingsbeleid voldoende basis biedt, om in de toekomst verdergaande stappen te zetten voor bijvoorbeeld de reservering van locaties en prioritering van circulaire activiteiten op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld via de Omgevingsverordening. Kansen op positieve effecten Door in de toekomst ruimte voor circulaire economie beschikbaar te houden, zijn er kansen op positieve effecten op de indicator ‘Grondstoffen gebruik’. Risico’s op negatieve effecten Ruimte voor circulaire economie zou potentieel ten koste kunnen gaan van ruimte voor andere doeleinden, waaronder andere economische activiteiten. Dit is dus een risico op een negatief effect voor de indicator ‘Bedrijventerreinvoorraadontwikkeling’. Hier is echter wel aandacht voor in beleidskeuze 4.1.6 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen.
Onderdeel Beleidskeuze 4.1.6 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen
Het vernieuwde campusbeleid is bedoeld om innovatiepotentieel van de campussen te vergroten, door meer ruimte voor functiemenging met wonen en voorzieningen te realiseren op campussen van nationaal belang.
De wijzigingen omtrent de maximale benutting milieugebruiksruimte moeten ervoor zorgen dat er voldoende ruimte blijft voor zwaardere bedrijven op de plekken waar er voor hen ook ruimte is. Hiervoor mogen lichtere bedrijven niet nieuw vestigen op plekken waar ruimte is voor zwaardere bedrijven. Kansen op positieve effecten De wijziging op het campusbeleid geeft een kans op een positief effect op de indicator ‘Innovatie Zuid-Holland’. Deze wijziging m.b.t. maximale benutting milieugebruiksruimte biedt kansen op positieve effecten op de indicatoren ‘Ondernemersvertrouwen’ en ‘Bedrijventerreinvoorraadontwikkeling’, omdat de al bestaande regeling voor benutting milieugebruiksruimte effectiever wordt. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 4.2.1 Erfgoed beschermen in de omgeving
De beleidskeuze is geactualiseerd. Met de Biografie van Zuid-Holland als inspirerend instrument versterken we onze proactieve inzet in het beleidsvormingsproces en koppelen we ruimtelijke ontwikkelingen aan het beleven en benutten van erfgoed. We hebben bijzondere aandacht voor ruimtelijke ontwikkelingen in én rond Werelderfgoed, met name Kinderdijk en de NederGermaanse Limes. Dit om het werelderfgoed niet alleen te behouden, maar ook te benutten voor educatie en publieksbereik. Om adviezen voor ruimtelijke plannen verder te verbeteren ontwikkelen we handreikingen voor provinciale kroonjuwelen en actualiseren we de cultuurhistorische atlas van Zuid-Holland. Kansen op positieve effecten Met deze wijzigingen zijn er kansen op positieve effecten op de indicator ‘Cultuurhistorie (Erfgoed). Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 4.2.2 Rijksmonumenten en historische molens in goede staat Provincie Zuid-Holland blijft actief inzetten op het terugdringen van de restauratieachterstand bij rijksmonumenten en het toekomstbestendig maken van ons erfgoed.
De subsidieregeling wordt aangepast om beter aan te sluiten op de noden van agrarisch, industrieel, religieus en klein erfgoed. De provincie beperkt zich tot kleine en middelgrote restauratieopgaven en vraagt het Rijk nadrukkelijk om een landelijke regeling voor grote restauratieprojecten (‘Kanjers’). De aanjager herbestemmen richt zich op complexe opgaven, met aandacht voor thema’s als verduurzaming, leegstand en klimaatadaptatie. We ondersteunen gemeenten, met name de kleinere en new towns, bij de bescherming van wederopbouw- en post 65-erfgoed. In 2025 implementeren we een nieuwe aanpak binnen het IBT om gemeenten beter te begeleiden bij hun erfgoedtaken. Met het molenveld onderzoeken we
hoe subsidies voor groot onderhoud en draaipremies effectief ingezet kunnen worden om historische molens in stand te houden. Kansen op positieve effecten Met deze wijzigingen zijn er kansen op positieve effecten op de indicator ‘Cultuurhistorie (Erfgoed). Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 4.2.3 Provinciale Erfgoedlijnen zichtbaar en beleefbaar
De beleidskeuze is geactualiseerd, de erfgoedlijnen zijn herijkt. De erfgoedlijn Trekvaarten wordt geografisch uitgebreid. Deze uitbreiding hoeft niet vermeld te worden in de omgevingsvisie, omdat in de visie niet de geografische afbakening is opgenomen van de erfgoedlijnen. Ook is besloten de erfgoedlijn Waterdriehoek te transformeren tot de erfgoedlijn Maritiem-industrieel erfgoed. Ten behoeve van de herijking is de Vierde monitor erfgoedlijnen uitgevoerd. Met de aanbevelingen uit deze monitor gaan de provincie en de erfgoedtafels aan de slag. Met deze herziening wordt immaterieel erfgoed en digitalisering erfgoed opgenomen in de omgevingsvisie. Dit wordt samengevoegd met ‘erfgoedlijnen’ onder het kopje ‘Verbinding door erfgoed’. Kansen op positieve effecten De herijking van de erfgoedlijnen zorgt dat deze weer actueel zijn en geeft dus kansen op positieve effecten op de indicatoren ‘Cultuurhistorie (Erfgoed)’, ‘Fysieke Landschapskenmerken’ en mogelijk ook op de indicator ‘Waardering van het landschap’. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 4.2.4 Archeologie beschermen en zichtbaar
Deze beleidskeuze wordt geactualiseerd. De komende jaren wordt toegewerkt naar een nieuw archeologisch depot. In verband met het verdrag van Faro actualiseert de provincie haar beleid op publieksbereik en publieksparticipatie en wordt de mens meer centraal gesteld. Ook zet de provincie in op kennisvergroting, zodat ze beter zicht krijgt op de archeologie in de ZuidHollandse bodem en de invloed van klimaatverandering. De provincie ondersteunt gemeenten bij hun archeologiebeleid en de uitvoering van hun taken. De provincie actualiseert de terreinen van provinciaal belang en de provinciale onderzoek agenda. Participatie, publieksbereik, kennisvergroting, etc. hebben geen directe effecten op de leefomgeving. Kansen op positieve effecten Niet van toepassing. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 4.2.5 Cultuurparticipatie en bibliotheken
1. Met de wijziging van deze beleidskeuze bereidt de provincie zich voor op de wijziging van de Wsob en de nieuwe IBT-taak voor bibliotheekwerk. De provincie vraagt de provinciale ondersteuningsinstelling van Zuid-Holland binnen hun taakuitoefening aansluiting te zoeken bij de focus uit het landelijk bibliotheekconvenant. Ondersteuning openbare bibliotheken Zuid-Holland 2. Cultuurparticipatie Zuid-Holland
De uitkomst van het onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de basisvoorziening wordt benut als input voor het beleidsperspectief c.q. de herijking van het afsprakenkader basisvoorziening cultuurparticipatie. Een op de (toekomstige) behoefte toegesneden ondersteuning van cultuurbeoefening draagt bij aan een sterk ecosysteem voor cultuurbeoefening in Zuid-Holland en heeft een positief effect op de brede welvaart in ZuidHolland. Kansen op positieve effecten Met deze wijziging zijn er kansen op positieve effecten op de indicator ‘Nabijheid voorzieningen’, want bibliotheken zijn voorzieningen. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Onderdeel Beleidskeuze 5.1.1 Nieuwe natuur realiseren
Deze beleidskeuze en bijhorende maatregelen worden inhoudelijk gewijzigd. Het betreft voornamelijk het aanvullen en aanscherpen van doelstellingen voor groenblauwe dooradering, uitbreiding van bosareaal, het versterken natuur- en landschapswaarden en voor boerenlandvogels. Kansen op positieve effecten Met deze wijziging zijn er kansen op positieve effecten op de indicatoren ‘Kwaliteit leefgebied/populatiegrootte vogel- en habitatrichtlijn-soorten in N2000 gebied’ en de indicator ‘Soortenontwikkeling’. Door de aanleg en versterking van groen- en waterstructuren ontstaat namelijk een robuuster ecologisch netwerk. Dit leidt tot een betere staat van instandhouding van flora en fauna en stimuleert de soortenontwikkeling in Zuid-Holland. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.
Beleidskeuze 6.1.1 Voldoende en betaalbare huisvesting voor iedereen
De beleidskeuze richt zich op voldoende en betaalbare huisvesting, inclusief speciale aandacht voor ouderen, asielopvang en arbeidsmigranten. Daarnaast wordt via toekomstbestendig bouwen ingezet op duurzaamheid, gezondheid en veiligheid in de woonomgeving. De wijzigingen volgen grotendeels landelijke wetgeving en definities, maar bevatten ook provinciale accenten zoals de norm van één persoon per kamer voor arbeidsmigrantenhuisvesting.
Kansen op positieve effecten Door heldere definities van sociale huur en betaalbare koop en sturing op woningbouwprogrammering kan een evenwichtiger woningmarkt gerealiseerd worden. Dit geeft een kans op een positief effect op de indicator ‘samenstelling woningvoorraad ≥ 30% sociale huurwoningen, woningbouw binnen 5% marge van afspraken’. Door verbetering van de kwaliteit van arbeidsmigrantenhuisvesting (één persoon per kamer) wordt het welzijn en de gezondheid van deze groep versterkt. Dit geeft een kans op een positief effect op de indicator ‘levensverwachting in goed ervaren gezondheid’. Toekomstbestendig bouwen kan zorgen voor een veilige en duurzame woonomgeving die beter bestand is tegen milieu- en klimaateffecten. Dit geeft een kans op een positief effect op een aantal indicatoren bij het thema klimaat (energiegebruik, hittestress, wateroverlast). Risico’s op negatieve effecten De kwaliteitsnorm voor arbeidsmigrantenhuisvesting kan hogere kosten meebrengen voor werkgevers of huisvesters. Daarmee is er een risico op een negatief effect op de indicator ‘ondernemersvertrouwen’.
Beleidskeuze 6.2.3 Groenblauwe netwerken
In de wijziging wordt een koppeling gelegd tussen verschillende groenblauwe opgaves. Teksten zijn hierop verbeterd. De kracht zit in de samenhang van het netwerk. In de praktijk zijn onderdelen van het groenblauwe netwerk niet altijd goed beschermd. Een voorbeeld hiervan zijn de groenblauwe ontwikkellijnen van het landschapspark of het stedelijk groen als onderdeel van het hoofdnetwerk. Ook wil de provincie nieuwe barrièrewerking binnen het groenblauwe netwerk voorkomen. Kansen op positieve effecten Met deze wijziging zijn er kansen op positieve effecten op de indicatoren ‘Fysieke landschapskenmerken’, ‘Waardering van het landschap’ en ‘Beweegvriendelijke omgeving’. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing
Beleidskeuze 7.1.4 Beschermen en benutten van de kwaliteiten van het bodem- en grondwatersysteem
Gezien landelijke ontwikkelingen onder andere rondom water en bodem sturend en de verdere ontwikkeling van 4D-Ordening is een actualisatie van het beleid wenselijk. Voor het duurzaam beheren van waarden van de ondergrond wil de provincie dit verder bevorderen om zodoende beter inzicht te krijgen in het hedendaagse landschap en slimmer om te gaan met toekomstig ruimtegebruik. Kansen op positieve effecten Met deze wijziging zijn er kansen op positieve effecten op de indicator ‘Bodem en ondergrond’. Risico’s op negatieve effecten Niet van toepassing.