CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.18b) bijlagen bij de toelichting (21-0118471)

Gemeenteraad 1 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)17.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Fig. 1. Woningbouwlocate Wateringen Noord

4

1.2

Complicatie

In de huidige situatie ondervindt het verkeer op diverse plaatsen in de directe omgeving hinder. De Wippolderlaan is onderdeel van de zuidwestelijke randweg van Den Haag en heeft 2x2 rijstroken, maar uitsluitend gelijkvloerse kruisingen. De doorstroming is in de spitsen dan ook vaak niet goed. De kruising van de Poeldijkseweg met de Erasmusweg is een voorrangskruising met de Erasmusweg als hoofdrichting, waardoor de Poeldijksweg in de spitsen vaak vertragingen kent. Gelijktijdig met de reconstructie van het kruispunt Lozerlaan/Erasmusweg (de Lozerlaan wordt onder de Erasmusweg door geleid) wordt ook het kruispunt Poeldijkseweg Erasmusweg medio 2022 - 2023 gereconstrueerd en van verkeerslichten voorzien. Beide kruipunten krijgen dan fors meer capaciteit. De Laan van Wateringseveld is ook een drukke as, parallel aan de Wippolderlaan en dus ook gevoelig voor de doorstroming. Door de gemeente Den Haag worden maatregelen bij de kruispunten uitgewerkt ter verbetering van de doorstroming van zowel het openbaar vervoer en het autoverkeer. Tenslotte is ook de verkeerssituatie in het centrum van Wateringen in de spits vaak ongunstig, wat in een recent onderzoek nader bekeken is. Diverse oplossingsrichtingen zijn in beeld gebracht. Deze worden in een vervolgverkenning de komende maamden nader uitgewerkt.

In het onderhavige onderzoek naar de gevolgen van de woningbouwlocatie Wateringen – Noord is ook gekeken naar de gevolgen van de locatie voor de situatie in het centrum.

5

2

Aanpak

In het onderzoek is de verwachte groei van het verkeersaanbod door de woningbouwlocatie vastgesteld met behulp van het Verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag (VMRDH), versie 2.6. Gebruik is gemaakt van de prognose voor het planjaar 2030, uitgaande van de economisch scenario Hoog van het Centraal Planbureau, ontwikkeld in de studie Welvaart en Leefomgeving (WLO) II. De verplaatsingspatronen voor ochtend- en avondspits zijn vertaald naar het simulatiemodel dat voor Wateringen en directe omgeving ontwikkeld is voor de genoemde eerdere verkenning van de verkeersproblematiek in het centrum van Wateringen. Dat simulatiemodel op zijn beurt is een uitsnede uit het regionale Dynamische Model Westland (DMW). Deze modellen zijn ontwikkeld in het verkeersmodelpakket Vissim, software waarmee microscopisch en mesoscopische simulaties en hybride mengvormen gemodelleerd kunnen worden. Met het simulatiemodel Wateringen zijn 8 situaties doorgerekend, zonder en met de bouwlocatie, zonder en met de knip in de Ambachtsweg en steeds voor ochtend- en avondspitsperiode. Elk van de situaties is in de eerste plaats geëvalueerd aan de hand van het verloop van de relatieve vertragingen, de snelheidsreducties door verkeersdrukte t.o.v. de snelheidslimiet, in hun variatie over de spitsperioden.

Uit dergelijke beelden per kwartier zijn ook de vertragingen over de hele spitsperiode bepaald voor alle wegvakken van het model en opgenomen in plots. Verder zijn ook de gemiddelde verkeersintensiteiten over de spitsperiode bepaald en in plots weergegeven. Tenslotte zijn de verkeersprestaties afgeleid voor het studiegebied, de woningbouwlocatie inclusief de direct omliggende wegen, en voor het centrumgebied van Wateringen. De verkeersprestaties omvatten de totalen van voertuigkilometers, de voertuiguren, de voertuigverliesuren en de gemiddelde snelheden.

6

3

Resultaten

3.1

Verkeersmilieucijfers

Ten behoeve van milieuberekeningen zijn uit de prognoses van het V-MRDH weekdagwaarden afgeleid met behulp van de milieumodule. De etmaalwaarden voor de referentie 2030 en voor de variant met bouwlocatie vormen onderstaande twee figuren. Hierop wordt verder niet ingegaan.

Fig. 2. Intensiteiten referentie 2030 - etmaal, weekdag, motorvoertuigen

Fig. 3. Intensiteiten referentie 2030 - etmaal, weekdag, motorvoertuigen

7

3.2

Verkeerssimulaties

De resultaten omvatten de reeksen van kwartiersbeelden als separate PDF-bestanden. Voor alle 8 situaties zijn daarin relatieve vertragingen per kwartier weergegeven als een film van de doorstroming. Een totaal van 128 beelden. De plots van de gemiddelde intensiteiten zijn in de eerste plaats als PDF-bestanden apart geleverd om ook voor het hele modelgebied inzoomen op de details mogelijk te maken. De uitsnedebeelden voor het studiegebied vormen bijlage 1. De plots van de gemiddelden van de vertragingen van de 8 onderzochte situaties vormen bijlage 2. Het studiegebied heeft twee begrenzingen, weergegeven in de volgende twee figuren.

Fig. 4. Grens van het studiegebied in uitgebreide vorm

Fig. 5. Grens van het studiegebied in beperkte vorm

8

De verkeersprestaties zijn uitgebeeld in histogrammen met de 8 situaties naast elkaar, eerst de 4 van de ochtendspits en daarna de 4 van de avondspits. Per spits worden beide referenties (zonder en met knip) eerst weergegeven en daarna dezelfde twee situaties met woningbouwlocatie. Zo zijn vergelijkingen mogelijk tussen de beide spitsen, tussen de situaties zonder en met de woningbouwlocatie en zonder en met knip.

Fig. 6. Verkeersprestaties uitgebreid studiegebied

Fig. 7. Verkeersprestaties beperkt studiegebied

9

Opvallend is het in de eerste plaats op hoofdlijnen dat zowel voor het uitgebreide als voor het beperkte studiegebied: 

De voertuigverliesuren (VVU) in de avondspits duidelijk lager zijn dan in de ochtendspits.

De voertuigkilometers (VKM) in de avondspits juist hoger zijn, dus meer verkeer en gemiddeld toch minder vertraging.

de totale reistijd, de voertuiguren, samen in de avondspits duidelijk lager zijn dan in de ochtendspits.

ook de gemiddelde snelheid daarop aansluit, die is in de avondspits hoger dan in de ochtendspits.

Het verschil tussen ochtend- en avondspits komt vooral voort uit de overheersende richtingen per spits, in de ochtend meer de Den Haag in, in de avond meer eruit. Bovendien is de ongunstige richting van de N211, de stad in, onderdeel van het studiegebied, terwijl richting de stad uit er juist buiten ligt, en bovendien het echte knelpunt in die richting bij de Escamplaan is, ook buiten het studiegebied. Dat het weglaten van de N211 uit het studiegebied de richtingen van de effecten weinig beïnvloedt betekent dat het niet alleen die weg is waarop de spits de aangegeven verdeling naar richting heeft maar dat dat ook op andere wegen geldt, en dan met name de Erasmusweg. De invloed van de woningbouwlocatie is dat: 

de totale aantallen voertuigkilometers meestal omhoog gaan, behalve in de ochtendspits in de situatie zonder knip; blijkbaar wordt in die spits ander verkeer, vooral de stad in waarschijnlijk, voor een stuk weggedrukt naar andere routes.

De voertuigverliesuren meestal toenemen, behalve in de avondspits met knip.

De gemiddelde snelheden nemen duidelijk af in de situaties zonder knip, en licht toe in de situaties met knip.

Per saldo zijn de veranderingen relatief beperkt, in de situaties met knip hooguit 1% meer of minder gemiddelde snelheid. Er ontstaan geen nieuwe knelpunten, zie bijlage 2 voor de snelheidsreducties, en bestaande knelpunten worden ook niet zichtbaar veel langer. In de situaties zonder knip gaat de snelheid structureel omlaag, met zo’n 11% in beide spitsen en in het uitgebreide en beperkte studiegebied. De aanwezigheid van de knip is dus belangrijk voor de gevolgen die de bouwlocatie heeft voor de verkeersafwikkeling in de omgeving. Voor Wateringen centrum (zie fig. 6 en 7) zijn de gevolgen meestal beperkt. Alleen in de situatie met knip in de ochtendspits heeft de bouwlocatie een duidelijk negatieve invloed, mogelijk het resultaat van veel ritten naar en door het centrum vanuit de bouwlocatie en van doorgaand verkeer dat niet meer direct om de bouwlocatie heen rijdt maar toch meer door

10

de centrale delen van Wateringen rijdt. In de avondspits met knip en in beide spitsen zonder knip zijn de effecten marginaal positief.

Fig. 8. Grenzen van het evaluatiegebied Wateringen Centrum.

Fig. 9. Verkeersprestaties Wateringen centrum

11

4

Conclusies

De verkeerseffecten van de nieuwe bouwlocatie Wateringen – Noord zijn onderzocht met behulp van het dynamische simulatiemodel van Wateringen en omgeving. De verkeersstromen die daarbij gehanteerd zijn komen uit het Verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreffen de prognose voor 2030 op basis van het economische scenario Hoog uit de WLO studie van het CPB. De nieuwe woonlocatie zorgt uiteraard voor meer verkeer op de bestaande wegen rond de locatie. Dat extra verkeer kan echter goed verwerkt worden. Er ontstaan geen nieuwe knelpunten en ook de bestaande in het centrum van Wateringen veranderen weinig. De gemiddelde snelheid als maat voor de doorstroming in het studiegebied van en om de locatie heen fluctueert zeer beperkt, de extra hoeveelheid verkeer kan goed verwerkt worden. De beperkte invloed van de bouwlocatie op de doorstroming heeft mede te maken met de verbetering van de kruising Poeldijkseweg – Erasmusweg. Meer rijstroken en een verkeersregeling i.p.v. voorrang voor de Erasmusweg leiden ertoe dat het verkeer op de Poeldijkseweg goed kan doorstromen; de extra hoeveelheid van/naar de bouwlocatie kan daar gemakkelijk aan toegevoegd worden. Ook de nieuwe rotonde in de Poeldijkseweg bij de Harry Hoekstraat functioneert probleemloos. De knip in de Ambachtsweg heeft invloed op de verkeerssituatie rond de bouwlocatie.

Met knip zijn de gevolgen van het extra verkeer kleiner dan zonder knip. Dit betreft vooral de doorstroming op het kruispunt van de Ambachtsweg met de Erasmusweg. Op de andere kruispunten blijft de doorstroming goed.

12

Bijlage 1

Intensiteiten 2030 – werkdag, motorvoertuigen

13

Intensiteiten ochtendspits – referentie zonder knip Ambachtsweg

Intensiteiten ochtendspits – referentie met knip Ambachtsweg

14

Intensiteiten ochtendspits – variant Wateringen Noord zonder knip Ambachtsweg

Intensiteiten ochtendspits – variant Wateringen Noord met knip Ambachtsweg

15

Intensiteiten avondspits – referentie zonder knip Ambachtsweg

Intensiteiten avondspits – referentie met knip Ambachtsweg

16

Intensiteiten avondspits – variant Wateringen Noord zonder knip Ambachtsweg

Intensiteiten avondspits – variant Wateringen Noord met knip Ambachtsweg

17

Bijlage 2

Snelheidsreducties

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Bijlage 3 Aanmeldnotitie m.e.r. - Bestemmingsplan 'Wateringen-Noord', KuiperCompagnons, d.d. 5 maart 2021

69

1

Gemeente Westland Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’

Aanmeldnotitie m.e.r.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

2

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................................. 3 2. Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? .......................................................................................... 4 3. Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling ...................................................... 5 4. Conclusie ............................................................................................................................................... 6

Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling ................................................. 7

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

3

1.

Inleiding Al circa 10 jaar bestaat het voornemen om het verouderde glastuinbouwgebied ten noorden van de Poeldijkseweg, Wateringen-Noord, te transformeren naar een woningbouwlocatie. In de Structuurvisie Westand 2025 is hier door de gemeente al op voorgesorteerd door dit perspectief op langere termijn te schetsen. In 2016 is door de gemeenteraad het besluit genomen om woningbouw te realiseren op de gemeentelijke gronden 'Tuin van Lely'. Omdat deze gronden niet over adequate ontsluitingsmogelijkheden beschikken en om de woonwijk als geheel in goede samenhang te kunnen ontwikkelen, is besloten om het gehele gebied integraal te ontwikkelen. In 2017 is met de andere grondeigenaren en een klankbordgroep van omwonenden een concept gebiedsvisie opgesteld. Vanwege nieuwe inzichten in milieucontouren, ruimtereserveringen voor transformaties van de Wippolderlaan en ecozone Erasmusweg, hogere ambities op gebied van duurzaamheid, het afwegingsproces rond de bovenliggende Visie Wateringen (2020) en beperkte financiële haalbaarheid is deze visie in oktober 2020 herzien. De voorgenomen transformatie van het gebied is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om deze reden is een nieuw juridisch-planologisch kader noodzakelijk. Het bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ voorziet hierin en maakt de ontwikkeling van het woongebied mogelijk.

In afbeelding 1.1 is het plangebied van het bestemmingsplan en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: plangebied bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’.

In de toekomstige situatie ontstaat een woongebied met daarin plaats voor verschillende typen gebieden en woningtypologieën. In afbeelding 1.2 is de hoofdstructuur van de toekomstige situatie weergegeven. Dit is een impressie van de toekomstige situatie; de uiteindelijke uitwerking, in

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

4

verschillende deelgebieden, is nog aan verandering onderhevig. De hoofdopzet, gebaseerd op de verschillende watergangen, van het plan staat echter wel vast. De hoofdstructuur van watergangen en ontsluitingswegen (zoals te zien in afbeelding 1.2) wordt in het bestemmingsplan dan ook verankerd. Ook de verschillende groenstroken worden in het bestemmingsplan als zodanig bestemd. In het plan worden maximaal 700 woningen mogelijk gemaakt in verschillende typologieën en segmenten, met daarnaast verschillende maatschappelijke voorzieningen (waaronder zorgwoningen). De verschillende woonvelden krijgen de bestemming ‘Woongebied’, waarbij op bijna het gehele bestemmingsvlak een bouwvlak wordt opgenomen. Wel zijn daarbij met behulp van aanduidingen regels gesteld wat betreft bebouwingstypen en maatvoering. In het noorden van het plangebied is ruimte voorzien voor de maatschappelijke voorzieningen, waaronder maximaal 3.300 m2 BVO voor een integraal kindcentrum en ca 5.000 m2 BVO voor verpleeghuis- en gehandicaptenzorg. Ook hiervoor zijn nog geen exacte plannen en is het gehele perceel bestemd als ‘Maatschappelijk’; wel zijn daarbinnen al twee bouwvlakken opgenomen. Ten zuiden van de nieuwe ontwikkelingen zijn bestaande (bedrijfs)woningen gelegen aan de Poeldijkseweg. Deze worden ook meegenomen in het bestemmingsplan, dat reikt tot en met de Poeldijkseweg.

Dit deel van het gebied blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. De bestaande situatie wordt zodoende gedetailleerd bestemd.

Afbeelding 1.2: Hoofdstructuur toekomstige situatie (bron: gebiedsvisie Wateringen-Noord).

2.

Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient een m.e.r.-procedure, een m.e.r.-beoordelingsprocedure of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

5

Deze omvang van een ontwikkeling staat beschreven in het Besluit m.e.r. in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde'. Voor het bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings-)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings-) plichtig is: 1. D.11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het plangebied kent een omvang van ruim 20 hectare. Met de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in de realisatie van maximaal 700 woningen. Daarnaast is ruimte voor verschillende maatschappelijke functies: een nieuw te bouwen onderwijsvoorziening (conform actuele prognoses), een integraal kindcentrum van maximaal circa 3.300 m2 BVO, en circa 5.000 m2 BVO voor verpleeghuis- en gehandicaptenzorg (inclusief eventueel zorgwoningen). Het project blijft zodoende qua omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het bestemmingsplan is daarom niet plan-m.e.r.-plichtig. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

3.

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten: 1. Kenmerken project / activiteit De omvang van het project betreft het realiseren van maximaal 700 nieuwe woningen. Daarmee blijft de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. De gezamenlijke BVO van de maatschappelijke voorzieningen blijft ver onder de drempelwaarde van 200.000 m 2. Het plangebied beslaat een oppervlakte van ruim 20 hectare, waarmee het ruim onder de 100 hectare blijft. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Wateringen. Aan de westzijde van het plangebied ligt de provinciale weg N211, beter bekend als de Wippolderlaan. Aan de noordkant grenst het plangebied aan de het bestaande stedelijk gebied van Den Haag. Aan de oost- en zuidzijde vormt de bestaande kern van Wateringen de globale begrenzing van het plangebied. Verder ingezoomd, vormt aan de noordzijde de Erasmusweg de begrenzing van het plangebied. De Wippolderlaan vormt de westelijke begrenzing. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt de Poeldijkseweg.

De zuidelijk berm van deze weg vormt hier de begrenzing. Ten slotte vormt de bestaande bedrijvigheid en woonbebouwing de begrenzing aan oostzijde. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn Solleveld & Kapittelduinen, Westduinpark & Wapendal en Meijendel & Berkheide. Binnen deze natuurgebieden, die alle drie langs de kust zijn gelegen, zijn stikstofgevoelige habitats aanwezig. Het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen bevindt zich op circa 3,5 km afstand ten noordwesten van het plangebied. Het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal is gelegen op circa 4,3 km afstand ten noorden van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

6

3. Samenhang met andere activiteiten De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de gehele ontwikkeling van het woongebied WateringenNoord. Er is geen sprake van samenhang met andere activiteiten in de omgeving van het plangebied. Autonoom zal de Wippolderlaan direct ten westen van het plangebied worden voorzien van een ongelijkvloerse kruising. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen De toetsing aan de selectiecriteria in lijn met bijlage III EU-richtlijnen 85/337/EEG (zie Bijlage I) maakt duidelijk dat sprake is van nadelige effecten op het milieu maar dat die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk maken.

4.

Conclusie Uit de tabel in bijlage I blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld en waar compensatie en/of mitigatie benodigd is, zal dit zo veel mogelijk gebeuren. Maatregelen zullen worden uitgevoerd om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

7

Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling

Afweging relevante milieuaspecten Aspect Archeologie

Nu

Straks

Uitwerking

±

+

In het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied een archeologische dubbelbestemming, grotendeels met vrijstellingsgrens van 100 m2 en 0,5 m -mv. Door Vestigia is een review (bureauonderzoek) uitgevoerd van eerder voor de locatie uitgevoerde onderzoeken, die op delen niet (meer) voldoen. Op basis daarvan wordt de verwachtingswaarde voor het gehele gebied op ‘hoog’ gesteld. Daarbij is ook een Archeologieplan opgesteld, een procesdocument dat de grote lijn uitzet van de noodzaak en het proces van archeologisch onderzoek in het kader van het nieuwe bestemmingsplan. Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het Archeologieplan. Momenteel wordt het vervolgonderzoek voorbereid, waarbij een inventariserend veldonderzoek middels grondboringen en proefsleuven aan bod komt. Om te zorgen dat de methoden van onderzoek allemaal uniform binnen het gehele plangebied worden uitgevoerd, wordt er een generiek Programma van Eisen opgesteld zodat de resultaten van deze onderzoeken die mogelijk over de loop van langere tijd worden uitgevoerd wel aan elkaar te koppelen en met elkaar vergelijkbaar zijn. Dit PvE dient dan aan de bevoegde overheid te worden voorgelegd om vast te stellen. Daarna is dit document leidend voor het inventariserend veldonderzoek in ieder deelgebied binnen het plangebied WateringenNoord.

Bedrijven en milieuzonering

±

+

Er wordt dus zeer zorgvuldig met archeologie om gegaan. Indien nodig zal behoud in situ of ex situ plaatsvinden. In de bestaande situatie zijn in het plangebied kassen aanwezig, met rondom (bedrijfs)woningen langs de oude linten. Hier wordt lang niet altijd voldaan aan de richtafstanden van de VNG. In de toekomstige situatie wordt in beginsel in een groot gedeelte van het plangebied voldaan aan de richtafstanden van de VNG-brochure. Uit aanvullend onderzoek waarbij alle bedrijven bezocht zijn en geluidmetingen hebben plaats gevonden is echter gebleken dat een

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

8

geluidsscherm aan de zuidoostzijde noodzakelijk is om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zeker te stellen.

Bodem

±

+

Bezonning

+

+

Brandveiligheid

±

±

Cultuurhistorie

±

±

Duurzaamheid

±

+

Ecologie

±

±

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

Voor één bedrijf is aanvullend een beperkte wijziging van de huidige bedrijfsvoering benodigd. Het betreft hierbij het gebruik van een elektrische heftruck in plaats van een heftruck op diesel dan wel gas. Ook is bij één bedrijf een beperkte extra demping van een koeling/afzuiging vereist van tenminste 2dB(A). Hierna kan bij alle toekomstige woningen worden voldaan aan de normstelling. Met het bestemmingsplan wordt een gevoeligere functie (wonen) mogelijk gemaakt dan de huidige functies. Bodemonderzoek voor deze gronden is noodzakelijk. Door VanderHelm wordt een verkennend milieukundig (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd voor de gehele woningbouwlocatie. Met dit onderzoek wordt bepaald of het terrein, milieuhygiënisch gezien, geschikt is voor de voorgenomen herontwikkeling. Daaruit zal ook volgen welke eventueel aanvullende onderzoeken benodigd zijn. In elk geval zal, conform de geldende wet- en regelgeving, ten tijde van de vergunningverlening sprake moeten zijn van een voor de woonfunctie geschikte bodemkwaliteit. De ruime opzet van het woongebied zoals voorgesteld in de Gebiedsvisie, met groen- en waterstructuren tussen de woonvelden en woningen zorgt ervoor dat het aspect bezonning geen belemmeringen oplevert. Voldoet aan de brandvoorschriften uit het Bouwbesluit. Het plangebied of de directe omgeving herbergt geen belangrijke cultuurhistorische waarden.

De verouderde kassen maken plaats voor een modern woongebied waarin ruimte aandacht is voor klimaatadaptatie en duurzaamheid. De woningen en maatschappelijke bebouwing zullen conform de laatste duurzaamheidseisen worden ontwikkeld. Een groot deel van het openbaar groen wordt gebruikt als laagteberging in het kader van de waterhuishouding. Door Aqua-Terra Nova is een eco-effectscan uitgevoerd voor het plangebied. Hieruit blijkt dat negatieve effecten door de geplande werkzaamheden niet zijn uit te sluiten voor vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats (gierzwaluw, ooievaar, spreeuw, ransuil) en vleermuizen, en dat aanvullend onderzoek benodigd is.

9

Door Van der Goes en Groot is een inventarisatie van deze soorten uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in het plangebied geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen. In het plangebied kunnen wél broedvogels met nietjaarrond beschermde nesten voorkomen. Indien werkzaamheden waarbij deze nesten vernield of verstoord kunnen worden buiten het broedseizoen plaatsvinden, is ontheffing niet benodigd. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en het NNN kunnen daarnaast worden uitgesloten.

Energie

±

±

Externe veiligheid

±

±

Uit een stikstofdepositieberekening blijkt dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling. De Wet natuurbescherming leidt zodoende niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Het naleven van duurzaamheidsprincipes zal zijn invloed hebben op de energiebalans. Woningen zullen gasloos worden gerealiseerd. Door KuiperCompagnons is een onderzoek naar het aspect externe veiligheid uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van hogedruk aardgastransportleidingen waardoor een verantwoording gegeven moet worden gegeven van het groepsrisico. Het groepsrisico is berekend met het computerprogramma CAROLA. Hieruit blijkt dat in zowel de huidige als de plansituatie de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor dit leidingtraject niet overschreden wordt. Er treedt geen verandering van het GR op als gevolg van het bouwplan. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de N211 is door middel van de vuistregels uit de Handleiding Risico-analyse Transport (HART) inzichtelijk gemaakt of een berekening van het groepsrisico achterwege kan blijven. Aan de hand van de HART methode is bepaald dat de N211 geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

Geluid

±

-

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

Tevens is voor de genoemde risicobronnen een beschrijving gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. De functies voor personen met beperkte zelfredzaamheid bevinden zich buiten de invloedsgebieden van de risicobronnen. Daarnaast zijn verschillende maatregelen uiteengezet. Het plangebied ligt op een hoge geluidbelaste locatie, langs drukke wegen. De nieuwe

10

geluidsgevoelige functies in het plan liggen binnen de in de Wgh vastgelegde onderzoekszone van de Erasmusweg, de Poeldijkseweg, en de Wippolderlaan (N211). Akoestisch onderzoek voor deze wegen is daarom noodzakelijk. Door KuiperCompagnons is dit onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Daarbij zijn vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook de nabijgelegen relevante 30 km/uur-wegen betrokken. Uit het onderzoek blijkt dat de maximale hogere waarde voor wegverkeerslawaai niet wordt overschreden. Wel blijkt dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde aan de orde is bij de nieuwe woningen door het verkeer op de route Wippolderlaan/Lozerlaan, de Erasmusweg en zeer beperkt de Poeldijkseweg. Dit betekent dat een hogere waarde procedure moet worden doorlopen. Een ontwerpbesluit hogere waarden zal tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Onderzocht wordt of en welke geluidsreducerende nodig en mogelijk zijn, en of een (gemotiveerde) afwijking van gemeentelijk beleid noodzakelijk is. Daarbij zal worden afgestemd met de ODH.

Groen

-

+

Klimaatadaptatie

-

+

Landschap

-

+

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

De ontwikkellocatie ligt niet in de onderzoekszone van een spoorlijn of een gezoneerd industrieterrein. In de huidige situatie is weinig sprake van groen in het plangebied. Het groen dat aanwezig is bestaat vooral uit kwaliteitsarm (agrarisch) grasland. Met de voorgenomen ontwikkeling worden verschillende groenzones en -stroken gerealiseerd. Deze worden verankerd in het bestemmingsplan middels een groenbestemming. In de toekomstige situatie zal de kwantiteit en kwaliteit van het groen in het gebied zodoende toenemen. Zie ook onder ‘duurzaamheid’. Er worden maatregelen genomen om wateroverlast als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. De groene zones dragen ook hieraan bij, bijvoorbeeld in de infiltratie van regenwater maar ook als verkoeling bij hitte. Bij het opstellen van de Gebiedsvisie WateringenNoord is rekening gehouden met de historische en landschappelijke structuur van het gebied. Zo fungeert de historische slotenstructuur als basis voor de hoofdopzet van het plan. Hoewel het gebied in de 20e eeuw langzaam bebouwd is met kassen en enkele sloten zijn vervangen door duikers, is de ligging van de watergangen de afgelopen eeuwen nagenoeg ongewijzigd. De sloten verbeelden daarmee, als permanente

11

ruimtelijke structuren, de historische ontwikkeling en vormen de identiteit van het gebied.

Luchtkwaliteit

±

±

Het Zuid-Hollandse ‘glastuinbouwlandschap’ verdwijnt hier, maar naast de blauwe en groene structuren komen in de ontwikkeling ook landschappelijke elementen terug. Op grond van de regeling NIBM kan een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (of 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen met gelijkmatige verkeersverdeling) worden aangemerkt als een ontwikkeling die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorgenomen ontwikkeling van 690 woningen met twee ontsluitingswegen, valt zodoende ruim binnen deze categorie, waardoor kan worden gesteld dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. In een nader luchtkwaliteitsonderzoek is deze conclusie door KuiperCompagnons middels een rekenmodel gestaafd. Hierin is langs de relevante wegen beoordeeld of kan worden voldaan aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit (Wlk), en zijn concentraties luchtverontreinigende stoffen bepaald ter plaatse van de nieuwe woningen. Gezien de planontwikkeling van woningbouw met een zekere verkeersaantrekkende werking is met name onderzoek uitgevoerd naar de voor deze situatie maatgevende stoffen NO2, PM10 en PM2,5.

Mobiliteit

±

±

Uit het onderzoek blijkt dat op 10 m uit de rand van de beschouwde wegen en ter plaatse van de nieuwe woningen in het plan geen concentraties optreden die hoger zijn dan de grenswaarden. Omdat de ontwikkelingen in het plan niet leiden tot concentraties die de grenswaarden overschrijden leidt de Wlk niet tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan. Door Sweco is een verkeerskundig onderzoek voor de locatie uitgevoerd. De verkeerseffecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn onderzocht op basis van dynamische verkeersmodellen. Hieruit wordt geconcludeerd dat hoewel de nieuwe woonlocatie voor meer verkeer op de bestaande wegen rond de locatie zorgt, dat extra verkeer goed verwerkt kan worden. Er ontstaan geen nieuwe knelpunten en ook de bestaande in het centrum van Wateringen veranderen weinig. De gemiddelde snelheid als maat voor de doorstroming in het studiegebied van en om de locatie heen fluctueert zeer beperkt, de extra hoeveelheid verkeer kan goed verwerkt worden.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

12

De beperkte invloed van de bouwlocatie op de doorstroming heeft mede te maken met de verbetering van de kruising Poeldijkseweg – Erasmusweg. Ook de nieuwe rotonde in de Poeldijkseweg bij de Harry Hoekstraat functioneert probleemloos. De knip in de Ambachtsweg heeft invloed op de verkeerssituatie rond de bouwlocatie. Met knip zijn de gevolgen van het extra verkeer kleiner dan zonder knip. Dit betreft vooral de doorstroming op het kruispunt van de Ambachtsweg met de Erasmusweg. Op de andere kruispunten blijft de doorstroming goed.

Ruimtelijke kwaliteit

-

+

Water

±

±

Omdat de voorgenomen ontwikkeling nog globaal van aard is, is nog geen sprake van een parkeerbalans. De parkeerbehoefte zal per woonveld worden opgelost. Hiertoe is in de planregels een aantal bepalingen opgenomen. De huidige glastuinbouw zal in de toekomstige situatie worden gesloopt, en vervangen door een woongebied. Daartoe is een gebiedsvisie opgesteld, die is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. Een hoofdstructuur van watergangen en groenzones dragen onder meer bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit is ook in het bestemmingsplan verankerd. De gebiedsvisie zal daarnaast de basis vormen voor een bijbehorend beeldkwaliteitsplan. Concrete bouwplannen voor de nu nog globaler uitgewerkte woonvelden zullen hieraan worden getoetst. Voor het plangebied is een waterstudie / waterhuishoudkundig plan opgesteld, waarin de verschillende waterthema’s in relatie tot de ontwikkeling zijn meegenomen. Ten aanzien van het ‘stand still’-principe wordt geconcludeerd dat: de kans op wateroverlast niet toeneemt door het realiseren van compensatie en nemen van klimaatadaptieve maatregelen; de structuur van het watersysteem verbetert door verschillende ingrepen; en wordt voorzien in de beheerbaarheid van het watersysteem in overleg met het hoogheemraadschap.

Vanwege de toename aan verharding in de toekomstige situatie zal een watercompensatie van 10.163 m² worden gerealiseerd; met daarnaast nog 324 m² extra oppervlaktewater als compensatie vanuit een ander project. De watertoets zal in de vorm van de waterparagraaf in het bestemmingsplan worden voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Wateringen-Noord’ 5 maart 2021

Bijlage 4 Transformatiegebied Wateringen - Onderzoek milieuaspecten haalbaarheid woningbouw Detailonderzoek bedrijvigheid, DGMR, d.d. 1 augustus 2019

83

Transformatiegebied Wateringen Onderzoek milieuaspecten haalbaarheid woningbouw Detailonderzoek bedrijvigheid

Status Versie Rapport Datum

definitief 002 M.2018.0544.01.R001 12 augustus 2019

Transformatiegebied Wateringen

Colofon Opdrachtgever

Gemeente Westland Postbus 150 2670 AD NAALDWIJK

Contactpersoon opdrachtgever de heer G.W.H. te Selle Project Betreft Uw kenmerk

Transformatiegebied Wateringen detailonderzoek bedrijven -

Rapport Datum Versie Status

M.2018.0544.01.R001 12 augustus 2019 002 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag

Contactpersoon

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Auteur

ing. R.M. (Ru-Jean) Engelhart 088 346 78 51 ren@dgmr.nl

Projectadviseur

ir. M.H.J. (Mark) Bakermans 088 346 78 50 bk@dgmr.nl

2e lezer/secr.

JPO | OZU k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

2

Transformatiegebied Wateringen

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Toetsingskader 2.1 VNG-publicatie 2.2 Stappenplan overige milieuaspecten 2.3 Activiteitenbesluit

5 5 7 7

3. Situatie

8

4. Onderzoeksopzet 4.1 Afbakening onderzoek 4.2 modellering 4.3 Geluidsbronvermogens 4.4 Akoestisch rekenmodel

9 9 9 10 10

5. Bedrijfssituatie 5.1 2SUR5 5.2 Dakbedekkingsbedrijf 5.3 Bedrijvenloodsen 5.4 Molenaar Service 5.5 Molenaar Bedrijvenloodsen 5.6 Mudland 4x4 5.7 Van den Berg's Garage- en Stallingsbedrijf 5.8 Poeldijkseweg 17a

11 11 15 19 26 35 38 43 49

6. Resultaten 6.1 Resultaten geluid 6.2 Overige milieuaspecten

53 53 56

7. Conclusie

57

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Rekenresultaten Invoergegevens rekenmodel opgegeven bedrijfssituatie Invoergegevens rekenmodel aangepaste bedrijfssituatie Rekenparameters Gespreksverslagen en ontvangen commentaar

3

Transformatiegebied Wateringen

1. Inleiding In opdracht van de gemeente Westland heeft DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. dit haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor dit onderzoek is dat de gemeente Westland aan het onderzoeken is of het mogelijk is om nieuwbouwwoningen te bouwen op een stuk terrein waar nu glastuinbouw staat. De gemeente wil weten of het mogelijk is woningen te realiseren waar met de huidige bedrijven sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Samen met de bedrijven is hun bedrijfssituatie, inclusief toekomstverwachting, vastgesteld. Dit betreft met name het milieuaspect geluid. Daarnaast is aandacht geweest voor geur, stof en veiligheid. Geluid De bedrijfssituatie is voor geluid in eerste instantie bij de bestaande woningen getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze grenswaarden beperken immers de mogelijkheden van de bedrijven. Waar niet kon worden voldaan zijn de onmogelijke activiteiten uit de bedrijfssituaties verwijderd. Met de overgebleven activiteiten van de onderzochte bedrijven zijn voor geluid de etmaalwaardecontouren volgens de VNG-publicatie stap 2 en stap 3 bepaald. Overige milieuaspecten De aspecten geur, stof en veiligheid zijn per bedrijf geanalyseerd. Gebleken is dat deze niet leiden tot relevante impact in het plangebied.

Dit rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt het toetsingskader dat geldig is voor dit onderzoek toegelicht. Hier wordt in het kort het stappenplan uit de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit behandeld. In hoofdstuk 3 is de situatie van het onderzochte gebied uitgelicht. Hoofdstuk 4 behandelt de onderzoeksmiddelen. De bedrijvensituaties die samen is opgesteld met de bedrijfseigenaren zijn in hoofdstuk 5 per onderzocht bedrijf ingevoegd. In hoofdstuk 6 worden de resultaten van dit onderzoek toegelicht en in hoofdstuk 7 staat onze conclusie.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

4

Transformatiegebied Wateringen

2. Toetsingskader Voor dit onderzoek maken wij gebruik van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering (2009)’. Daarnaast gelden regels voor de bestaande bedrijven die vastliggen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit hoofdstuk worden deze twee regels verder toegelicht. 2.1 VNG-publicatie De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel in de ruimtelijke ordening. Deze publicatie wordt gebruikt om in nieuwe situaties te onderzoeken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en kent hiervoor een stappenplan. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren wordt milieuzonering toegepast. Milieuzonering zorgt ervoor dat bedrijven of activiteiten een passende locatie krijgen in de nabijheid van milieugevoelige functies en dat deze op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. In de VNG-publicatie staan voor deze milieuaspecten richtafstanden aangegeven per bedrijfscategorie. Deze richtafstanden moeten gemotiveerd worden toegepast bij ruimtelijke inpassingen van milieubelastende activiteiten in de nabijheid van milieugevoelige functies. Hiermee wordt zoveel mogelijk hinder en gevaar voor omwonenden voorkomen en hebben bedrijven voldoende zekerheid dat zij hun activiteiten kunnen uitoefenen.

Hoewel de richtafstanden in ‘Bedrijven en milieuzonering’ indicatief zijn, ziet de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State1 deze afstanden wel als eis bij de beoordeling of bedrijvigheid op een passende afstand van woningen is gesitueerd. Van deze richtafstanden kan men afwijken2. Door middel van een nader onderzoek moet gemotiveerd worden op welke wijze, op een kortere afstand dan de richtafstand, aan een acceptabel beschermingsniveau kan worden voldaan ter plaatse van woningen. Plangebied en gebiedstype De VNG-publicatie kent twee typen omgeving: • rustige woonwijk; • gemengd gebied.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

Hieronder ziet u de omschrijving van deze twee typen zoals omschreven in de VNG-publicatie. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

1 2

ABRvS 18 februari 2004, bestemmingsplan Sportpark Kronenbergstraat (Tilburg) ABRvS 13 juli 2005, wijzigingsplan Abtswoude 42, bestemmingsplan Tanthof 1993 (Delft)

5

Transformatiegebied Wateringen

Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De gemeente Westland heeft aangegeven voor dit gebiedstype uit te gaan voor het te ontwikkelen gebied. Aan de rand van het gebied, nabij wegen of bedrijvigheid wil de gemeente Westland mogelijk uitgaan van het omgevingstype gemengd gebied. Stappenplan geluid VNG-publicatie Het stappenplan voor geluid betreft een toetsingskader in vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1 verwijst naar bijlage 1 van de VNG-publicatie. Hierin zijn activiteiten opgenomen. Indien een activiteit de richtafstand hiervoor niet overschrijdt kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is dan mogelijk.

3 In stap 2 van het stappenplan zijn grenswaarden geformuleerd. In onderstaande tabel 1 zijn deze weergegeven. tabel 1: toetswaarden stap 2 Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax) Verkeersaantrekkende werking

Rustige woonwijk 45 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)

Gemengd gebied 50 dB(A) 70 dB(A) 50 dB(A)

Indien stap 2 niet toereikend is, kan men afwijken van de bovengenoemde waarden tot onderstaande waarden (stap 3). Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax)

Rustige woonwijk 50 dB(A) 70 dB(A)

Verkeersaantrekkende werking

50 dB(A)

Gemengd gebied 55 dB(A) 70 dB(A) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer 65 dB(A)

Het bevoegd gezag moet hierbij motiveren waarom deze geluidsbelasting voor de betreffende situatie acceptabel wordt geacht. Hierbij moet gekeken worden naar mogelijke maatregelen om de geluidsniveaus te reduceren en kan cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting worden betrokken.

3

Voor de afstand binnen gemengd gebied mag in dat geval rekening worden gehouden met de vermindering van één

afstandsstap voor het omgevingstype.

6

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

tabel 2: toetswaarden stap 3

Transformatiegebied Wateringen

Stap 4 geeft aan dat indien niet aan stap 3 kan worden voldaan de buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk is. Indien bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij ook de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidsbronnen moet worden betrokken. 2.2 Stappenplan overige milieuaspecten De VNG-publicatie kent ook een stappenplan voor de aspecten geur, stof en veiligheid. In dit onderzoek is geanalyseerd of de huidige situatie met toekomstverwachtingen leidt tot impact in het plangebied. Aangezien dit niet het geval was is dit stappenplan voor de bedrijven niet verder doorlopen. 2.3 Activiteitenbesluit De bedrijven rondom het plangebied vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 2.17 van dit besluit zijn grenswaarden opgenomen voor geluid. Deze gelden ter plaatse van de gevels van gevoelige bestemmingen. Aangezien nabij de bedrijven bestaande woningen liggen vormen deze grenswaarden een bestaande beperking van de activiteiten van de bedrijven. De relevante grenswaarden zijn in onderstaande tabel 3 weergegeven. tabel 3: toetsingswaarden conform tabel 2.17a Activiteitenbesluit (LAr,LT / LAmax in dB(A)) Toetsingspunt

LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen LAr,LT in in- of aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- of aanpandige gevoelige gebouwen

Dagperiode 07.00 – 19.00 uur [dB(A)] 50 35 70 55

Avondperiode 19.00 – 23.00 uur [dB(A)] 45 30 65 50

Nachtperiode 23.00 – 07.00 uur [dB(A)] 40 25 60 45

Wij willen extra aandacht besteden aan de hieronder benoemde regels uit het Activiteitenbesluit die als aanvulling gelden op artikel 2.17.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

Artikel 2.17 regel 3b Artikel 2.17 regel 3b geeft aan dat de maximale geluidsniveaus in de dagperiode niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten. Artikel 2.18 regel 1a en 1h In artikel 2.18 regel 1a en 1h van het Activiteitenbesluit staat dat het stemgeluid van personen en kinderen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting en niet aangemerkt kan worden als een binnenterrein buiten beschouwing blijft.

7

Transformatiegebied Wateringen

3. Situatie Het nieuwwoningbouwproject dat gemeente Westland wil realiseren bevindt zich in een gebied waar bedrijven aanwezig zijn. Om te zorgen dat de woningbouw een aanvaardbare woon- en leefklimaat bieden aan haar bewoners hebben wij voor de gemeente Westland onderzocht welke afstanden vanaf de bedrijven aangehouden moeten worden. Op deze manier zorgt de gemeente Westland bovendien dat de bestaande bedrijven niet beperkt raken in hun huidige activiteiten en uitbreidingsmogelijkheden.

Eerder heeft DGMR een onderzoek uitgevoerd voor de haalbaarheid van woningbouw in het gebied. Daarin zijn aannames gedaan voor de bedrijfssituaties van de aanwezige bedrijven. Dit onderzoek is beschreven in DGMR -rapport M.2018.0544.00.R001. Het huidige onderzoek geeft een verfijning van die onderzoeksresultaten door de daadwerkelijke activiteiten met toekomstverwachting van de bedrijven als uitgangspunt te hanteren. De bedrijven die onderzocht zijn voor dit onderzoek zijn: 2SUR5, Mudland, Molenaar Service, Van den Berg's Garage- en Stallingsbedrijf, Poeldijkseweg 17a, twee bedrijvenloodsen en een dakbedekkingsbedrijf.

8

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

figuur 1: transformatie gebied Wateringen (blauw gearceerd) met de daarbij onderzochte bedrijven (rood gearceerd).

Transformatiegebied Wateringen

4. Onderzoeksopzet In dit hoofdstuk worden de gebruikte onderzoeksmiddelen (rekenmethodes, rekenprogramma’s, gehanteerde bronvermogens) uitgelicht. 4.1 Afbakening onderzoek Volgens de Staat van Inrichtingen behorend bij het bestemmingsplan ‘Kern Wateringen’ (25 juni 2013) heeft de bedrijvigheid aan de Ambachtsstraat de bestemming ‘bedrijf’. De bestemmingsregeling gaat uit van ‘gemengd gebied’. De staat van bedrijfsactiviteiten die in het bestemmingsplan wordt toegepast, is gekoppeld aan functiemenging en hanteert de categorieën A, B en C. Aan de Ambachtsweg is vestiging van bedrijven behorend tot categorie B van de bedrijvenstaat toegelaten. Categorie B betreft bedrijfsactiviteiten met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies moeten plaatsvinden. De bedrijvigheid is vergelijkbaar met categorie 2 uit de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten. Voor categorie 2 wordt uitgegaan van een afstand van 30 meter. Binnen de bestemming ‘bedrijven’ zijn de bedrijfsactiviteiten ‘autohandel’ en ‘opslag en transport’ specifiek aangeduid door middel van een functieaanduiding. Deze bedrijven zijn volgens standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten ingedeeld in categorie 3.1. Hier geldt een aan te houden richtafstand van 50 meter naar woningbouw.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

De gemeente Westland heeft aangegeven met welke bedrijven rekening moet worden gehouden voor de toekomst. Deze bedrijven zijn bezocht en in het onderzoek opgenomen. Deze relevante bedrijven zijn ingevoerd in het rekenmodel voor geluid. Voor de overige aspecten is een analyse van de impact opgenomen. Op basis van gesprekken met de eigenaren van de bedrijven zijn bedrijfssituaties met toekomstverwachtingen opgesteld. Getoetst is of de bedrijven voor geluid voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Waar dit niet het geval is, zijn de activiteiten die leiden tot overschrijdingen gereduceerd of volledig verwijderd uit het rekenmodel. 4.2 modellering Wij maken onderscheid tussen: • De geluidsproductie van de geluidsbron (emissie). • De geluidsoverdracht van de bron naar de ontvanger (overdracht). • Het geluid dat de ontvanger bereikt (immissie). Conform de HRMI hebben wij de keuze uit de volgende onderzoeksmethoden: • Direct meten van de geluidsimmissie (methode II.1). • Extra- of interpolatie van metingen nabij het immissiepunt met behulp van rekencorrecties (methode II.1). • Berekenen van de geluidsimmissie met behulp van een overdrachtsmodel uit gemeten of verkregen emissieniveaus (geluidbronvermogens) (methode II.8). In dit onderzoek hebben wij ervoor gekozen om de geluidsimmissie te berekenen met een overdrachtsmodel gebaseerd op geluidsbronvermogens.

Het betreft een onderzoek naar de huidige invulling van de bedrijven, inclusief toekomstverwachting.

9

Transformatiegebied Wateringen

4.3 Geluidsbronvermogens De gehanteerde geluidsbronvermogens voor de verschillende activiteiten (o.a. spelende kinderen), (koeltechnische)installaties, mobiele bronnen en overige werkzaamheden zijn gebaseerd op algemeen geaccepteerde kentallen uit het DGMR-meetarchief en één enkele meting ter plekke (bronvermogen koelinstallatie bedrijvenloods ‘kipverwerkingsbedrijf”). De gebruikte kentallen zijn algemeen geaccepteerd. 4.4 Akoestisch rekenmodel Het akoestisch rekenmodel omvat de geluidsbronvermogens als invoer en een overdrachtsmodel. Hiermee zijn de geluidsimmissieniveaus in de omgeving berekend. Conform methode II.8 uit de HRMI is de geluidsoverdracht berekend met ons DGMR-softwarepakket Geomilieu V4.30. In dit akoestisch model zijn alle relevante reflecterende en afschermende objecten (gebouwen, schermen en wallen) meegenomen, evenals alle geluidsbronnen van de bedrijven. De akoestisch absorberende bodemgebieden zijn gemodelleerd, voor het overige oppervlak is gerekend met een reflecterende bodem (bf=0). Voor het plangebied hebben wij een bodemfactor van 0,5 gebruikt omdat hier zowel verharding als tuinen aanwezig zijn. De beoordelingspunten bij bestaande woningen liggen 1,5 en 5,0 meter boven het lokale maaiveld. Reflecties in achterliggende gevels zijn niet meegenomen (invallend geluidsniveau).

In het plangebied zijn de berekeningen met een grid op maatgevende hoogte van 9 meter. De ligging van de beoordelingspunten is hieronder in figuur 2 weergegeven. In bijlage 2 zijn de details van deze rekenpunten weergegeven.

10

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

figuur 2: ligging rekenpunten

Transformatiegebied Wateringen

5. Bedrijfssituatie In dit hoofdstuk wordt aan de hand van ontvangen informatie van de onderzochte bedrijven de bedrijfssituatie opgesteld. Dit is de bedrijfssituatie die voldoet aan het Activiteitenbesluit. Aan de hand hiervan is het geluidsmodel opgebouwd en uitgerekend. In bijlage 1 zijn alle rekenresultaten behorend bij dit deel van het onderzoek terug te vinden. De gespreksverslagen met de bedrijven en de reacties daarop zijn terug te vinden in bijlage 5.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

5.1 2SUR5 Aan de Poeldijkseweg 29A is het bedrijf 2Sur5 gevestigd. 2Sur5 valt onder de categorie recreatie/jeugdzorg. In figuur 3 is de ligging weergegeven. Het bedrijf organiseert activiteiten voor kinderen. Dit betreft verschillende fysieke spellen, zowel buiten als binnen. Het heeft als doelstelling de kinderen in een rustige omgeving samen te laten werken.

figuur 3: locatie 2Sur5

De activiteiten, inclusief eventuele toekomstverwachting zijn besproken met de heer Van der Knaap, eigenaar van het bedrijf. Op een piekmoment zijn er max. 150 kinderen aanwezig in de dagperiode. Bij ontvangst zijn de kinderen circa 15 minuten op de ontmoetingsplaats buiten. Bij vertrek gebeurt dit wederom. Na aankomst worden de groepen verdeeld en worden zij de hele dag gerouleerd. Ook worden kinderfeestjes georganiseerd (tot max. 21:00 uur). Dit betreft kleine groepen, waardoor het stemgeluid beperkt is.

11

Transformatiegebied Wateringen

In tabel 4, tabel 5 en tabel 6 is de bedrijfssituatie van 2SUR5, inclusief eventuele toekomstverwachting, opgegeven tabel 4: mobiele bronnen - opgegeven bedrijfssituatie Omschrijving bron

Id.

Personenwagens

101

Dag 60 bewegingen

Aantal rijbewegingen Avond 30 bewegingen

Nacht

tabel 5: overige bronnen - opgegeven bedrijfssituatie Omschrijving bron

Id.

Aantal

Vertrek kinderen

105 101 t/m 104

150

Dag [uur] 0.25

30

6

Spelende kinderen

Aantal uren in bedrijf Avond Nacht [uur] [uur]

2

Percentage effectief in bedrijf Dag Avond Nacht [%] [%] [%] 100 100

tabel 6: maximale geluidsniveaus - opgegeven bedrijfssituatie Omschrijving bron Optrekken personenwagens Dichtslaan deuren

Id. 1001-1002 1003

Dag Ja Ja

Aanwezig Avond Ja Ja

Nacht Nee Nee

De ligging van de bronnen is weergegeven in onderstaande figuur 4 en figuur 5.

12

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

figuur 4: ligging bronnen LAr,LT 2SUR5

Transformatiegebied Wateringen

figuur 5: ligging bronnen LA,max 2SUR5

Toetsing Activiteitenbesluit Aan de hand van de opgegeven bedrijfssituatie hebben wij het rekenmodel opgebouwd. Daarmee is de optredende geluidsbelasting getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In de onderstaande tabel 7 en tabel 8 ziet u de vijf maatgevende (hoogste) resultaten. In bijlage 1 is de complete lijst met resultaten gegeven inclusief de bijbehorende contourlijnen. tabel 7: Rekenresultaten LAr,LT – opgegeven bedrijfssituatie [dB(A)]

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

Toetspunt 077_A 076_A 077_B 076_B 075_A

Hoogte [m] 1.5 1.5 5.0 5.0 1.5

Dag 44 44 43 43 40

Rekenresultaten [dB(A)] Avond Nacht 46 -45 -45 -44 -42 --

Toetsing Activiteitenbesluit [dB(A)] Dag Avond Nacht 50 45 40 50 45 40 50 45 40 50 45 40 50 45 40

Overschrijding Nee/ja/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee

N.B.: Het geluidsniveau dat veroorzaakt wordt door (spelende) kinderen op het buitenterrein zijn niet meegenomen in de bovenstaande rekenresultaten. Volgens art. 2.18 regel 1a en 1h van het Activiteitenbesluit hoeven deze niet getoetst te worden.

13

Transformatiegebied Wateringen

tabel 8: rekenresultaten LA,max – opgegeven bedrijfssituatie [dB(A)] Toetspunt

Hoogte [m]

076_A 076_B 077_B 077_A 075_B

1.5 5.0 5.0 1.5 5.0

Dag 60 60 57 57 56

Rekenresultaten [dB(A)] Avond Nacht 60 -60 -57 -57 -56 --

Toetsing Activiteitenbesluit [dB(A)] Dag Avond Nacht 70 65 60 70 65 60 70 65 60 70 65 60 70 65 60

Overschrijding Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee

De conclusie is dat de opgegeven bedrijfssituatie niet past binnen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Aanpassing bedrijfssituatie tot toegestane situatie Om te voldoen aan het Activiteitenbesluit is het noodzakelijk dat 2SUR5 de rijbewegingen in de avondperiode beperkt tot 24 bewegingen. In de onderstaande tabel 9 en tabel 10 ziet u de gehanteerde bedrijfssituatie voor het onderzoek. Deze situatie voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. tabel 9: mobiele bronnen - aangepaste bedrijfssituatie Omschrijving bron

Id.

Personenwagens

101

Dag 60 bewegingen

Aantal rijbewegingen Avond 24 bewegingen

Nacht

tabel 10: maximale geluidsniveaus - aangepaste bedrijfssituatie Omschrijving bron

Id.

Optrekken personenwagens Dichtslaan deuren

1001-1002 1003

Dag Ja Ja

Aanwezig Avond Ja Ja

Nacht Nee Nee

In de onderstaande tabel 11 en tabel 12 ziet u de vijf maatgevende (hoogste) resultaten ten gevolge van de voorgestelde bedrijfssituatie. In bijlage 1 is de complete lijst met resultaten gegeven. tabel 11: rekenresultaten LAr,LT – aangepaste bedrijfssituatie [dB(A)] Toetspunt

1.5 1.5 5.0 5.0 1.5

Dag 44 44 43 43 40

Rekenresultaten [dB(A)] Avond Nacht 45 -44 -44 -44 -41 --

Toetsing activiteitenbesluit [dB(A)] Dag Avond Nacht 50 45 40 50 45 40 50 45 40 50 45 40 50 45 40

Overschrijding Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee

N.B.: Het geluidsniveau dat veroorzaakt wordt door (spelende) kinderen op het buitenterrein zijn niet meegenomen in de bovenstaande rekenresultaten. Volgens art. 2.18 regel 1a en 1h van het Activiteitenbesluit hoeven deze niet getoetst te worden.

tabel 12: rekenresultaten LA,max – aangepaste bedrijfssituatie [dB(A)] Toetspunt 076_A 076_B 077_B 077_A 075_B

14

Hoogte [m] 1.5 5.0 5.0 1.5 5.0

Dag 60 60 57 57 56

Rekenresultaten [dB(A)] Avond Nacht 60 -60 -57 -57 -56 --

Toetsing activiteitenbesluit [dB(A)] Dag Avond Nacht 70 65 60 70 65 60 70 65 60 70 65 60 70 65 60

Overschrijding Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee Nee/nee/nee

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

077_A 076_A 077_B 076_B 075_A

Hoogte [m]

Transformatiegebied Wateringen

Overige milieuaspecten Het bedrijf heeft geen relevante emissiebronnen voor geur en stof. Op de locatie zijn enkele gasflessen opgeslagen. Dit heeft geen relevante effecten voor veiligheid richting het plangebied.

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

5.2 Dakbedekkingsbedrijf Aan de Poeldijkseweg 1A is een dakdekkersbedrijf gevestigd. In figuur 6 ziet u de ligging van het bedrijf.

figuur 6: locatie dakbedekkingsbedrijf

Op een representatieve dag rijden werknemers van en naar het bedrijf en wordt het bedrijf als opslagplaats gebruikt. Buiten het pand worden geen werkzaamheden op het terrein uitgevoerd. Met de heer Piket, eigenaar van het pand, zijn de activiteiten van het bedrijf, inclusief eventuele toekomstverwachting, besproken. Deze zijn hieronder weergegeven. In tabel 13 en tabel 14 ziet u de bedrijfssituatie van het dakbedekkersbedrijf, inclusief eventuele toekomstverwachting, opgegeven.

15

Transformatiegebied Wateringen

tabel 13: mobiele bronnen - opgegeven bedrijfssituatie Omschrijving bron Bestelbussen/personenwagens Vrachtwagens

Id. 301 302

Dag 14 bewegingen 4 bewegingen

Aantal rijbewegingen Avond Nacht 14 bewegingen 14 bewegingen

tabel 14: maximale geluidsniveaus - opgegeven bedrijfssituatie Omschrijving bron Optrekken personenwagens Optrekken vrachtwagens Dichtslaan deuren Ontluchten remmen vrachtwagens

Id. 3002 en 3006 3001 en 3005 3004 3003

Dag Ja Ja Ja Ja

Aanwezig Avond Ja Nee Ja Nee

Nacht Ja Nee Ja Nee

De ligging van de bronnen is weergegeven in onderstaande figuur 7 en figuur 8.

16

k:\doc\m\2018\054400 bev\054401\m2018054401r001v2.docx 12-08-2019

figuur 7: ligging bronnen LAr,LT dakbedekkingsbedrijf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=45b7a55a-f282-4806-b893-0163f77c6970