2.18a) toelichting (21-0118478)
Tekst van het document
©- i@ jicj-i;
IjJm JJ
-'/Ww
W.'jíJ
WATERINGEN NOORD bestemmingsplan NL.IMRO.1783.WATNOORDobpconcept
GEMEENTE
vrW/ r V-*
^ V yļļlţiţí^yļ^iŗ ^
s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ
jrf1 -
V* Jý 11 TMÌli '
j
"V
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Geldend bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
10
2.1
Beleidskader
10
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
19
2.3
Gebiedsvisie
23
Hoofdstuk 3
Onderzoek
28
3.1
Milieueffectrapportage
28
3.2
Bedrijven en milieuzonering
28
3.3
Geluid
31
3.4
Luchtkwaliteit
32
3.5
Externe veiligheid
34
3.6
Water
38
3.7
Bodem
46
3.8
Ecologie
47
3.9
Cultuurhistorische aspecten
51
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
56
4.1
Planvorm
56
4.2
Bestemmingsregeling
58
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
61
5.1
Economische uitvoerbaarheid
61
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Al circa 10 jaar bestaat het voornemen om het verouderde glastuinbouwgebied ten noorden van de Poeldijkseweg, Wateringen-Noord, te transformeren naar een woningbouwlocatie. In de Structuurvisie Westand 2025 was hier door de gemeente al op voorgesorteerd door dit perspectief op langere termijn te schetsen. In de Omgevingsvisie 2.0 (2020) is de ontwikkeling ook weer opgenomen. In 2016 is door de gemeenteraad het besluit genomen om woningbouw te realiseren op de gemeentelijke gronden 'Tuin van Lelyt Omdat deze gronden niet over adequate ontsluitingsmogelijkheden beschikken en om de woonwijk als geheel in goede samenhang te kunnen ontwikkelen, is besloten om het gehele gebied intergraal te ontwikkelen. In 2017 is met de andere grondeigenaren en een klankbordgroep van omwonenden een concept gebiedsvisie opgesteld. Vanwege nieuwe inzichten in milieucontouren, ruimtereserveringen voor transformaties van de Wippolderlaan en ecozone Erasmusweg, hogere ambities op gebied van duurzaamheid, het afwegingsproces rond de bovenliggende Visie Wateringen (2020) en beperkte financiële haalbaarheid is deze visie in oktober 2020 herzien (zie bijlage 1). De voorgenomen ontwikkeling van 700 woningen, een onderwijsvoorziening en woon/zorgwoningen en de bijbehorende infrastructuur is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk.
Om deze reden is een nieuw juridisch-planologisch kader noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en maakt de ontwikkeling van het woongebied Wateringen-Noord mogelijk.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Wateringen, gemeente Westland. Aan de westzijde van het plangebied ligt de provinciale weg N211, beter bekend als de Wippolderlaan. Aan de noordkant grenst het plangebied aan de het bestaande stedelijk gebied van Den Haag. Aan de oost- en zudzijde vormt de bestaande kern van Wateringen de globale begrenzing van het plangebied. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied op grotere schaal weergegeven.
Den Haag
.'1
■K
Wateringen
''
N222
Afbeelding 1.1:ligging plangebied op grote schaal. Wanneer er meer ingezoomd wordt op het plangebied en de directe omgeving kan men zien dat het plangebied aan drie zijdes wordt afgebakend door verschillende wegen. Aan de noordzijde vormt de
6
Erasmusweg de begrenzing van het plangebied. De Wippolderlaan vormt de oostelijke begrenzing. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt de Poeldijkseweg. De zuidelijk berm van deze weg vormt hier de begrenzing. Ten slotte vormt de bestaande bedrijvigheid en woonbebouwing aan de oostzijde de begrenzing aan deze zijde. In afbeelding 1.2 is de globale begrenzing van het plangebied en de ligging ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
z z z Z'
z z z z Z Z
z z z z
Z Z z Z \
íî
s
Z
mm
Afbeelding 1.2: globale begrenzing plangebied en ligging ten opzichte van de directe omgeving.
1.3 Geldend bestemmingsplan Binnen het plangebied vigeren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes: * Glastuinbouwgebied, vastgesteld op 19 december 2012 * Kern Wateringen, vastgesteld op 25 juni 2013 In afbeelding 1.3 is de plangrens van dit bestemmingsplan weergegeven ten opzichte van de vigerende plangrenzen. In blauw is het plangebied van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied' weergegeven. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' is met oranje aangeduid.
X
'
Afbeelding 1.3:ligging vigerende bestemmingsplan ten opzichte van voorliggend plangebied.
7
çl-\ļjr -
+X +
.414 4
4 4
4 + + + + + +S* 4« 4\4 4 4 4 4 4 4 V^-"4 4 4 4 + 4
4 4.
+ 4-
+ 4 .4 4 4 4\4 44444 4444 4^4-4"4 4^4 4 4\ 4 4- 4 4'
4 4 4 t 4V
+ \+^\ -K
Afbeelding 1.4: Uitsnede vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het voorligging plangebied (rood). Glastuinbouwgebied Het grootste gedeelte gedeelte van de gronden van het plangebied ligt binnen dit vigerende bestemmingsplan. Het centrale, en daarmee grootste deel, kent de bestemming 'Agrarisch Glastuinbouw'. Het noordoostelijk deel van het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen 'Recreatie - Volkstuinen' en 'Groen'. Aan de Poeldijkseweg zijn een aantal bestaande woningen en bedrijven gelegen. De woonpercelen zijn in het vigerende bestemmingsplan voorzien van de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen - Voormalige Boerderij'. De meest westelijke bedrijfspercelen zijn bestemd als 'Bedrijf - Agrarisch Aanverwant Bedrijf. Het meest oostelijk bedrijf kent de enkelbestemming 'Bedrijf. Naast de verschillende enkelbestemmingen kent het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het noordelijk deel kent de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 4'. Het gedeelte tegen de Poeldijkseweg aan kent de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 3'. Kern Wateringen In de huidige situatie kennen de gronden in het plangbied de enkelbestemmingen 'Groen' en 'Verkeer'. Daarnaast is voor de zuidelijke gronden, ter hoogte van de Poeldijkseweg, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen.
De oostelijke gronden, die in dit vigerende bestemmingsplan liggen, zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen weergegeven. Strijdigheid met de vigerende bestemmingsplannen In de toekomstige situatie is voorzien in de realisatie van woningbouw en maatschappelijke functies. Op basis van de huidige enkelbestemmingen is de bouw van de woningen en de maatschappelijke functies niet toegestaan. In functioneel opzicht bestaat daarmee strijdigheid met de vigerende bestemmingsplannen. Bovendien zijn de gronden waarop de woningen en andere functies worden ontwikkeld, niet voorzien van een bouwvlak. Qua bebouwingsmogelijkheden bestaat daarmee ook strijdigheid met de vigerende bestemmingsplannen. Om te kunnen voorzien in voorgenomen ontwikkeling is een nieuw juridisch-planologisch kader noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
8
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Wateringen Noord" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoeks e Lijn richting Delft.
10
Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. In afbeelding 2.1 is de toekomstkaart van Westland weergegeven.
Afbeelding 2.1: Toekomstkaart van Westland (Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland). In het plangebied worden maximaal 700 nieuwe woningen gerealiseerd. Daarmee wordt invulling gegeven aan zachte bouwplannen en een bijdrage geleverd aan de aanzienlijke woningbouwopgave van Westland. Het programma bestaat uit verschillende typen gebieden en woningen, waarbij ook ruimte is ingebouwd voor betaalbare huisvesting, met woningen in het sociale en middeldure huursegment en betaalbare koopwoningen. In het gebied wordt een hoogwaardige kwaliteit van de leefomgeving gecreëerd, met ruimte voor een groene en blauwe inrichting. De historische slotenstructuur vormt de basis voor het plan. Ook worden binnen en tussen de deelgebieden verschillende groenstroken en -voorzieningen gerealiseerd. Deze zorgen voor aantrekkelijk en beleefbaar verblijfsgroen, en dragen ook bij aan klimaatadaptatie (waterberging, verkoeling). In dat kader wordt ook aangesloten bij de afspraken uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Woonvisie 2020-2030
De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: *
de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; * blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; * het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; * de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; * flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 4507o dure/extra
11
dure koop, 20Zo middeldure koop/huur, 5Zo goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. In het plangebied is ruimte gereserveerd voor maximaal 700 woningen. Hiervan wordt minimaal 300Zo ingericht voor sociale huur, 5Z voor sociale koop en wordt 55Z als levensloopbestendig uitgevoerd. In het programma is specifiek ruimte opgenomen voor de stijgende groep 1- en 2-persoonshuishoudens (60-77 m2 BVO in 2-3 kamerwoningen), senioren, ouderen en jongeren/starters (45-60m2 BVO). Voor een toekomstbestendige woningvoorraad is er behoefte aan meer goedkope woningen: minimaal 30Z sociale huur (tot f 752/mnd, prijspeil 2021) en betaalbare koop (sociale koop tot circa f190.000 en middelduur tot circa f325.000, prijspeil 2021). Ook is een aanvulling op de middeldure vrije sector huur (tot f 976/mnd) gewenst. Vanwege vergrijzing en ontwikkelingen in de zorgsector is er een sterke vraag naar levensloopbestendige woningen. In het plangebied zal 55Z van de woningen hiertoe geschikt dienen te zijn. De ambitie is vooral te bouwen voor de Westlandse bevolkingsaanwas en om de mogelijkheid te bieden voor wooncarrière van zowel starters, doorstromers als senioren in Wateringen. Hiervoor wordt het Westlands woningzoekenderegister ingezet, zodat Westlanders als eerste in aanmerking komen voor een nieuwbouwwoning.
Bij de programmering van het voorliggende plan is op verschillende fronten rekening gehouden met de hoofdthema's uit de Woonvisie. Hiermee is voorgenomen ontwikkeling in lijn met deze visie. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018)
Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: *
Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; * Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; * Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; * Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; * Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; » Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving; De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve nieuwbouwwijk Wateringen-Noord. Verkeer- en vervoerbeleid
In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn: * * * * *
Aansluiting op het rijkswegennet verbeteren; Realiseren vlinderstructuur Westland; Mobiliteitsmanagement; Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen; Langzaam verkeer stimuleren;
12
Ontsluiting kernen en glastuinbouwgebieden verbeteren. De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006. Mobiliteitsvisie Westland 2040
De gemeente sluit met de Mobiliteitsvisie Westland 2040 aan bij de landelijke mobiliteitstransitie en gaat zich ook in Wateringen geleidelijk steeds meer richten op slimme en duurzame mobiliteit. De inzet is onnodig autogebruik te verminderen door een goed, snel, comfortabel en veilig alternatief te bieden per openbaar vervoer en fiets. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018
In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Voorgenomen ontwikkeling is nog aan, beperkte, veranderingen onderhevig. Momenteel bestaat er nog geen definitieve parkeerbalans. Om te verankeren dat in de toekomstige situatie voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels, met een verwijzing naar deze beleidsregel met bijbehorende parkeernormen of diens rechtsopvolger. Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland
In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het plangebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig, zie ook paragraaf 3.5. Handhaven op maat
Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.
Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. 2.1.2
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Zuid-Holland
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al
13
het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
Afbeelding 2.2.: De ruimtelijke hoofdstructuur. Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en
14
waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Ambitie De met dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling draagt op verschillende vlakken bij aan de ambities die door de provincie Zuid-Holland zijn gesteld. Klimaatbestendige delta De provincie Zuid-Holland heeft met overheden, organisaties en marktpartijen hiertoe afspraken gemaakt die in 2018 zijn vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Vooruitlopend op een definitief instrumentarium is een Minimaal Programma van Eisen ontwikkeld. De gemeente Westland heeft het convenant ondertekend en dit eisenpakket is dan ook vertrekpunt voor de gebiedsvisie.
Concreet betekent dit voor de inrichting dat een groot deel van de neerslag van hevige buien wordt opgevangen of vertraagd en geleidelijk wordt afgevoerd zodat een en ander niet leidt tot grote schade. Kwantitatief dient de helft van de jaarlijkse neerslag in de bodem te worden geïnfiltreerd. In het plan is rekening gehouden met de verhouding tussen verhard en onverhard oppervlak. Om te zorgen dat de bebouwde omgeving ook tijdens warme periodes gezond en aantrekkelijk blijft is voor fietsers en voetgangers 500Zo van de hoofdroutes beschaduwd en wordt 400Zo van alle oppervlakken warmtewerend of verkoelend ingericht. Energievernieuwing Vanuit de (internationale) energietransitie wordt de nieuwe wijk niet meer aangesloten op het aardgasnet maar zullen andere en vooral hernieuwbare vormen van met name verwarming gezocht moeten worden. Te denken valt aan restwarmte uit de Maasvlakte en regionale geothermie bronnen. Ten zuidwesten van de kern Wateringen, aan de andere zijde van de Wippolderlaan, wordt ruimte gereserveerd om het Warmtesysteem Westland, onder andere gevoed door geothermie, mogelijk te maken. Echter de wijk ligt nog op grote afstand van het WSW en de planning van de nieuwbouw loopt vooralsnog voor op de aanleg van deze energie-infrastructuur. Alternatieven zijn een all-electric oplossing of dat aansluiting wordt gezocht bij het Haagse warmtenet.
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Met voorgenomen ontwikkeling wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd waar verschillende doelgroepen zich kunnen huisvesten. In verschillende woonsferen worden woonbuurten gerealiseerd. Bij de planvorming is aandacht besteed aan de gezondheid en veiligheid van de leefomgeving. In hoofdstuk 3 is hierover meer informatie opgenomen. Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een 'kwaliteitskaart' en bijbehorende 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
15
Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in drie van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als 'Rivierdeltacomplex - jonge zeeklei' en deels als 'Bijzonder reliëf en aardkundige waarden'. Ontwikkelingen in het gebied 'Rivierdeltacomplex - jonge zeeklei' dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verslechtering hiervan.
Ontwikkeling in het gebied 'Bijzonder reliëf en aardkundige waarden' houden de onregelmatige patronen en het reliëf ni het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archelogisch waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De hoofdstructuur van dit plan is gebaseerd op de historische watergangen die in de huidige kavels nog grotendeels herkenbaar zijn. Waar mogelijk zijn deze watergangen behouden in de toekomstige situatie en vormen ze de drager van het plan. Meer hierover in paragraaf 2.3.2. De ontwikkeling is hiermee in lijn met de uitgangspunt uit deze kwaliteitskaart. In de laag van de beleving is de Erasmusweg aangeduid als 'Fiets- en wandelroute indicatief. Uitgangspunt hierbij is dat (nieuwe) obstakels en omwegen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen in het recreatief netwerk. Daarnaast dienen recreatieve voorzieningen zoveel mogelijk gekoppeld te worden aan recreatieknooppunten in het recreatief netwerk. Aan de Erasmusweg is voorzien in een groene zone. De ontwikkeling hiervan draagt bij aan de beleefbaarheid van deze fiets- en wandelroute en is daarmee in lijn met de uitgangspunten van deze kwaliteitskaart. Ten slotte is het plangebied in de laag van de stedelijke occupatie nog aangeduid als 'stads- en dorpsrand'. Er worden drie typen 'overgangskwaliteiten' onderscheiden.
In voorliggend geval is sprake van 'contact' omdat het bebouwd gebied en het landschap (het glastuinbouwgebied) verbonden zijn door zichtbare structuren, namelijk de waterlopen. Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. De hoofdstructuur van het toekomstig woongebied is gebaseerd op het historische patroon van de verschillende watergangen. Deze watergangen vormen de drager van het plan en zorgt daarmee voor een passende overgangskwaliteit. Programma Ruimte
Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.
16
Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen. ņiolertìan 3 hectare ŵe liet vtboen aar da eeTurSe van Pen 1 de Omgeving ~a~—.—a—t.wertgitiermg Wsn rgtcuwlocítes
Bedrijventerrein hartje CUPBCkelt
A «ld en Sedrijventerreir
cipaclteit
Andere stedelijke eetwikkekegen
Fwenòcgref*
Afbeelding 2.4.: Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen (3 ha kaart). Het plangebied - onderdeel van de locatie 'Erasmuszone/Wippolder - is zowel op de kaart als bijbehorende tabel 1 opgenomen als woningbouwlocatie in het Programma ruimte. Daarmee is het plan regionaal afgestemd en wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Tabel 1 Woningbouwlocaties gemeente
plaats ........................ naam locatie
bruto opp in ha
Westland
De Lier
Molensloot
27
Westland
Kwintsheui
Holle Watering
16
Westland
Monster
De Duinen
15
Westland
Monster
Monster noord
5
Westland
Monster
Westmade
66
Westland
Poeldijk
Poeldijk Westhof
21
Westland
's-Gravenzande
Poelkade 1 Het Nieuwe Water
29
Westland
s-Gravenzande
Wael pa rk/Waelpolde r
30
Westland
Wateringen
Erasmuszone i Wippolder
23
2.1.3
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang
17
is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Wateringen-Noord is een woonwijk die voorziet in een (lokale) behoefte aan nieuwe woningen in diverse typologiën en segmenten. Bij de ontwikkeling van dit woongebied is rekening gehouden met de historische verkaveling en de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie. Daarnaast zijn verschillende omgevingsaspecten beschouwd en is expliciet aandacht besteed aan de aanwezige bedrijven in de omgeving. Ook is bekeken in hoeverre de omliggende infrastructuur passend is. Hiermee is voorgenomen ontwikkeling in lijn met de NOVI. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): « het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport. NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland
O Ŷttdel jk* regio roet topMCtoren Malnport Schiphol Mİ Malnport Rotterdam
mm
Brainpofl Zuidoost Nederland 0 Greenport Zuidas Stad van internationaal recht, vrede en veiligheid © HSL liCS station ES Overige luchthaven van nationaal belang O Zeehaven van nationaal belang Binnenhaven van nationaal belang
Afbeelding 2.5.: Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
18
Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid twee en drie) dienen plannen, waarin nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de ladder houdt in dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 700 woningen in verschillende typologieën en segmenten. Daarnaast is ook ruimte gereserveerd voor een onderwijsvoorziening, een integraal kindcentrum plus gymzaal, woon/zorgwoningen en een voorziening voor gehandicaptenzorg en verpleeghuisplaatsen.
Zoals hierboven al is aangegeven, is het programma regionaal afgestemd en wordt daarmee voldaan aan de ladder voor duurzame verstedeljking. 2.1.4
Conclusie
De ontwikkeling van het woongebied Wateringen-Noord is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Ruimtelijke aspecten
Het plangebied ligt ingeklemd tussen het bestaand stedelijk gebied van Wateringen en Den Haag. Aan de oostzijde vormt de N211 een harde grens die het plangebied van het overige glastuinbouwgebied scheidt. Hiermee ligt dit deel van het glastuinbouwgebied geïsoleerd en is de transformatie tot woonwijk vanuit ruimtelijke oogpunt een logische keuze. Aan de zuid- en oostzijde van het plangebied bestaat de bebouwing overwegend uit laagbouw. In het noordoosten en noorden, de overgang naar het stedelijk gebied van Den Haag, is sprake van hogere bebouwing in de vorm van een aantal hoogte-accenten. In afbeelding 2.6 is een vogelvlucht van de huidige situatie in en in de omgeving van het plangebied weergegeven.
ľjWBDļį
P.Ŵĥŕ
Afbeelding 2.6: vogelvlucht van het plangebied en de omgeving (bron: Google Earth).
19
Aan de noordzijde vormt de Erasmusweg de globale begrenzing van het plangebied. Dit is een weg die bestaat uit vier rijbanen en aan twee zijdes begeleid wordt door bomen. Ten zuiden van deze weg ligt momenteel groenvoorziening die een buffer vormt tussen de weg en het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt de Poeldijkseweg. Deze tweebaans weg vormt in het zuidelijk deel de afbakening van het plangebied. Daarnaast vormt deze weg ook een afscheiding tussen de noordelijke gelegen lintbebouwing en de zuidelijk gelegen woonwijken. 2.2.2
Historisch ruimtelijke opbouw
De oudste gedetailleerde kaart van het plangebied (afbeelding 2.7) is die van Kruikius uit 1712 waarop te zien is dat het gebied, met het toponiem "Tymens Blok' in gebruik is als weiland of akkerland. De richting van de percelen, parallel aan de 'Kruys Wegh' - de huidige Ambachtsweg - volgt de overwegende ontginningsrichting in de Wippolder en daarmee de landschappelijke basisstructuur van een groot deel van Wateringen. Bij archeologisch onderzoek ten oosten van het gebied zijn sporen van greppels gevonden uit de Romeinse tijd die dezelfde verkavelingsrichting hebben, dus mogelijk gaat het slotenpatroon nog veel verder terug in de tijd dan 1712. De doorkuising van het gebied aan de noordzijde door 'de Mient',de huidige Erasmusweg, leidt tot een opmerkelijke specifieke verdraaiing in het verkavelingspatroon.
Afbeelding 2.7: fragment kaartblad Wateringen, Kruikiuskaart 1712. Hoewel het gebied in de 20e eeuw langzaam bebouwd is met kassen en enkele sloten die zijn vervangen door duikers, is de ligging van de watergangen de afgelopen eeuwen nagenoeg ongewijzigd. De sloten verbeelden daarmee, als permanente ruimtelijke structuren, de historische ontwikkeling en vormen de identiteit van het gebied. 2.2.3
Inventarisatie van functies
In de huidige situatie kent het grootste gedeelte van het plangebied een agrarische functie. Enerzijds zijn de gronden, ten behoeve van deze agrarische functie, ingericht als grasland. Anderzijds is een aanzienlijk deel van de gronden bebouwd met kassen en ondersteunde voorzieningen zoals bassins en opslagloodsen. In het plangebied zijn daarnaast verschillende (bedrijfs)woningen gelegen. In het noordelijk deel, aan de zijde van de Erasmusweg, zijn een drietal bedrijfswoningen in het plangebied gelegen. Aan het lint van de Poeldijkseweg liggen ook diverse burgerwoningen. In dit lint ligt ook één bedrijfswoning, behorend bij de vigerende bedrijfsbestemming. Aan de oostzijde van het plangebied is nog een deel van een bedrijfsperceel gelegen dat bij het oostelijk gelegen bedrijf behoort. 2.2.4
Verkeer
In deze paragraaf is de situatie op het gebied van verkeer uiteengezet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gemotoriseerd en langzaam verkeer. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de ligging van het plangebied ten opzichte van het openbaar vervoersnetwerk. In deze paragraaf is ook uiteengezet wat de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling is en hoe dit zich verhoudt tot het bestaande netwerk, intensiteiten en capaciteiten. Ten slotte is nog ingegaan op de situatie omtrent parkeren in de toekomstige situatie.
20
Ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer
Ten westen van het plangebied ligt de N211, ook wel bekend als de Wippolderlaan. Deze weg is noord-zuid georiënteerd en vormt de ontsluiting voor het westelijk deel van Den Haag en het oostelijk deel van het Westland. Deze provinciale weg sluit in zuidelijke richting aan op de N222 en de A4. Deze weg bestaat uit twee keer twee rijstroken. Aan de noordzijde ligt de Erasmusweg. Deze weg is door middel van een gelijkvloerse kruising aangesloten op de N211 en vormt de schakel tussen deze provinciale weg en het bestaand stedelijk gebied van Wateringen en Den Haag. Ook deze weg bestaat uit twee keer twee rijstroken. In het zuiden van het plangebied loopt de Poeldijkseweg. Deze weg ontsluit de kern Wateringen en het plangebied. De weg is oost-west geörienteerd. Deze weg bestaat uit twee rijstroken en sluit in het westen aan op de Erasmusweg en de N464. Ten slotte ligt aan de oostzijde van het plangebied de Ambachtsweg. Deze weg vormt een verbinding tussen de Erasmusweg en de Poeldijksweg en ontsluit een deel van de kern Wateringen op deze wegen. In afbeelding 2.8 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de diverse ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer weergegeven. In de toekomstige situatie zal het woongebied op twee punten worden ontsloten.
Aan de zuidzijde sluit een wijkontsluitingsweg aan op de Poeldijkseweg, waarmee het westelijk deel van het plangebied wordt ontsloten. In het noordoosten zorgt een aantakking op de Ambachtsweg/Erasmusweg voor ontsluiting van het oostelijk deel van het toekomstige woongebied. ■au
\
\ \ \\ í
'
SUV*.; K» * Afbeelding 2.8: Ontsluitingen gemotoriseerd verkeer in de omgeving van het plangebied. Ontsluiting voor langzaam verkeer
In en rond de omgeving van het plangebied zijn diverse langzaam verkeerroutes gelegen. De meeste routes liggen parallel aan de routes voor gemotoriseerd verkeer. Aan de Erasmusweg liggen aan beide zijdes van de weg vrijliggende fietspaden. Ten zuiden van de Poeldijkseweg ligt een ook een vrijliggend fietspad dat in twee richtingen voert. Aan de oostzijde van de Wippolderlaan ligt een fietspad dat alleen toegankelijk is voor het langzaam verkeer. Ten slotte zijn aan weerzijden van de Ambachtsweg ook fietspaden gelegen. Deze stroken zijn niet vrijliggend en maken onderdeel uit van het profiel van deze weg. In de Gebiedsvisie Wateringen-Noord is ook speciale aandacht voor langzaam verkeer in de toekomstige situatie. Als duurzaam alternatief voor de auto op kortere afstanden wordt fietsen, wandelen en skaten gestimuleerd door versterking van het fijnmazige utilitaire en recreatieve netwerk voor langzaam verkeer. Concreet wordt de noord-zuid verbinding tussen de Erasmusweg en Zwethzone verbeterd door aanleg van nieuwe fietsroutes in het plangebied. De recreatieve routes langs de Wippolderlaan en Erasmusweg voor wandelaars en fietsers moeten goed en veilig georganiseerd worden. De structuur van langzaam verkeersvoorzieningen in de toekomstige situatie is terug te zien in afbeelding 2.9.
21
į#3
VėiC*
Afbeelding 2.9: Ontsluitingen langzaam verkeer in en in de omgeving van het plangebied. Ontsluiting voor openbaar vervoer
In lijn met de Mobiliteitsvisie Westland 2040, is de inzet onnodig autogebruik te verminderen door een goed, snel, comfortabel en veilig alternatief te bieden per openbaar vervoer en fiets. Het is hierbij essentieel om het Wateringse OV-net uit te breiden met het verleggen van buslijn 21 vanuit Den Haag Erasmusweg richting centrum (Kerklaan-Plein tot overstappunt met lijn 30). Hiermee ontstaat een directe verbinding, elke 10 tot 15 minuten, met Den Haag Leyenburg, Centrum en Scheveningen. Het meest wenselijke tracé is een nieuw aan te leggen adequate infrastructuur via het plangebied inclusief halte. Dit tracé is in de gebiedsvisie opgenomen. Verkeersintensiteit
Door Sweco is voor de bouwlocatie Wateringen-Noord een onderzoek naar de verkeerseffecten in de omgeving uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 2. In het onderzoek wordt uitgegaan van de realisatie van 800 woningen, verdeeld over twee buurten. De westelijke buurt omvat 500 woningen en zal worden ontsloten op de Poeldijkseweg middels een nieuwe rotonde in de kruising met ook de Harry Hoekstraat. De oostelijke buurt zal bestaan uit 300 woningen met een ontsluiting op de Ambachtsweg. Beide buurten zijn onderling niet verbonden voor motorvoertuigen, uitgezonderd de bussen van het openbaar vervoer. Ook alle langzaam verkeer heeft een directe verbinding tussen beide buurten. In de Ambachtsweg bevindt zich in de huidige situatie een tijdelijk knip voor het gemotoriseerde verkeer. Deze knip heeft veel invloed op de bereikbaarheid van de wijk en de verkeersafwikkeling er omheen. Daarom is ook de betekenis van de knip nader onderzocht. Deze proef wordt één jaar na het aanbrengen geëvalueerd. De verkeerseffecten van de nieuwe bouwlocatie Wateringen-Noord zijn onderzocht met behulp van het dynamische simulatiemodel van Wateringen en omgeving. De verkeersstromen die daarbij gehanteerd zijn komen uit het Verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreffen de prognose voor 2030 op basis van het economische scenario Hoog uit de WLO studie van het CPB.
De nieuwe woonlocatie zorgt uiteraard voor meer verkeer op de bestaande wegen rond de locatie. Dat extra verkeer kan in de toekomst echter goed verwerkt worden. Dat komt mede door de toekomstige reconstructie van het kruispunt Lozerlaan/Erasmusweg, waarbij een ongelijkvloerse kruising wordt gerealiseerd (de Lozerlaan wordt onder de Erasmusweg door geleid). Daarbij wordt ook het kruispunt Poeldijkseweg - Erasmusweg gereconstrueerd, waardoor er meer rijstroken komen en verkeerslichten worden geplaatst. Het verkeer op de Poeldijkseweg zal hierdoor goed kunnen doorstromen, waarbij het extra verkeer als gevolg van de nieuwe woonwijk geen probleem oplevert. Ook de nieuwe rotonde in de Poeldijkseweg bij de Harry Hoekstraat functioneert probleemloos. Er ontstaan aldus geen nieuwe knelpunten en ook de bestaande in het centrum van Wateringen veranderen weinig als gevolg van deze ontwikkeling.
22
De knip in de Ambachtsweg heeft invloed op de verkeerssituatie rond de bouwlocatie. Met knip zijn de gevolgen van het extra verkeer kleiner dan zonder knip. Dit betreft vooral de doorstroming op het kruispunt van de Ambachtsweg met de Erasmusweg. Op de andere kruispunten blijft de doorstroming goed. Parkeren
Voor wat betreft parkeren geldt voor het plangebied volgens de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' de categorie 'Schil dorpscentrum Z 2e schil hoofdcentrum'. Voor reguliere woningbouw betekent dit een parkeernorm variërend van 1,5 voor goedkope gestapelde woningen tot 2,3 voor vrijstaande koopwoningen, met een vast bezoekersaandeel van 0,3 parkeerplaats per woning. Het parkeren moet per woonveld worden opgelost. Hiertoe is in de regels van het plan een aantal specifieke bepalingen opgenomen.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Algemeen
In 2017 is een concept gebiedsvisie opgesteld, die in oktober 2020 is herzien. Deze 'Gebiedsvisie Wateringen-Noord' is opgenomen in bijlage 1. De historische slotenstructuur is de drager van het plan. De bestaande sloten blijven overwegend behouden en worden verbreed. Daar waar sloten deels in duikers onder verharding zijn verdwenen worden deze weer teruggebracht. Aan de westzijde langs de Wippolderlaan en in de noordwesthoek langs de Erasmusweg lukt het, mede vanwege de mogelijk geplande Erasmusvaart, niet om het oorspronkelijke tracé van de sloten exact te volgen maar worden de nieuwe sloten wel parallel aan de oude structuur gelegd; de sloot wordt min of meer 'verschoven'. De oevers van de sloten worden in principe als natuurlijke oever uitgevoerd. Om de sloten als landschappelijk element ervaarbaar te houden, worden alle kruisingen van infrastructuur met water uitgevoerd als brug. In afbeelding 2.10 zijn de toekomstige waterlijnen weergegeven. Waterlijnen
Afbeelding 2.10: Overzicht waterlijnen toekomstige situatie (bron: Gebiedsvisie Wateringen-Noord). In de toekomstige situatie onstaat een woongebied met daarin plaats voor verschillende type gebieden en woningtypologieën. In afbeelding 2.11 is de hoofdstructuur van de toekomstige situatie weergegeven. Dit is een impressie van de toekomstige situatie. De uiteindelijke uitwerking is nog aan verandering onderhevig. De hoofdopzet, gebaseerd op de watergangen, van het plan staat echter wel vast en is in dit bestemmingsplan verankerd. Hieronder zijn de verschillende deelgebieden en hun verschillende karakteristieken uiteengezet.
23
vss ■bmun Hoofdstructuur
vmã
C.
Afbeelding 2.11: Hoofdstructuur toekomstige situatie (bron: Gebiedsvisie Wateringen-Noord). Randen
Dit deelgebied bevindt zich aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke rand van het plangebied. Aan de westzijde van het plangebied wordt een groenzone gerealiseerd die het bestaande groengebied langs de Wippolderlaan verbindt met het noordelijker gelegen Uithofpark en de ecozone langs de Erasmusweg. In de groenzone is ruimte gereserveerd voor een eventuele toekomstige Erasmusverbinding (ecologische en boezemwaterverbinding) en wordt ook een nieuw fietspad langs de Wippolderlaan voorzien. Het bestaande fietspad langs de provinciale weg zal bij verbreding van deze weg en de aanleg van de ongelijkvloerse kruising Wippolderlaan-Erasmusweg zeer waarschijnlijk komen te vervallen. Aan de oostzijde begrenst een brede sloot het plangebied ten opzichte van de bestaande percelen aan de Ambachtsweg. Deze oorspronkelijke sloot is ter plaatse van de bedrijven achter de Ambachtsweg gedempt en wordt nu iets westelijker in het plangebied gegraven. Woningbouw ter plaatse van deze bedrijvigheid aan de Ambachtsweg (zoals ingekleurd in nevenstaande kaart) is op de langere termijn voorstelbaar. Deze transformatie maakt geen onderdeel uit van deze visie, maar om dit voor de toekomst wel mogelijk te maken wordt langs de sloot een ontsluitingsweg aangelegd. De bebouwing aan de oude uitvalsweg Poeldijkseweg heeft een eigen karakteristiek met gevarieerde kleinschalige bebouwing.
Dit oude lint bepaalt nog steeds de dorpse uitstraling van het gebied. De direct aangrenzende nieuwbouw sluit hier op aan in maat en schaal. Tussen de bestaande bebouwing en het plangebied wordt een grenssloot gerealiseerd als overgang naar de omringende percelen. Met deze sloot kunnen hoogteverschillen in het maaiveld opgevangen worden en tevens wordt zo een rondgaand watersysteem gerealiseerd dat de doorstroming en waterkwaliteit ten goede komt. Een dorps woongebied, hoofdzakelijk tweekappers en vrijstaande woningen, langs deze sloot biedt de huidige bewoners aan de Poeldijkseweg afstand en privacy door de achtertuinen vanaf de openbare weg aan het zicht te onttrekken. In afbeelding 2.12 is een impressie van de toekomstige situatie in het deelgebied 'Randen' weergeven. Randen
Afbeelding 2.12: Impressie toekomstige situatie deelgebied ’Randen’ (bron: Gebiedsvisie
24
Wateringen-Noord). Tymens Hof
Centraal in het plangebied ligt een parkachtige ruimte die het Wateringse groene netwerk vanaf het Hofpark verbindt met de ecozone Erasmusweg. Het park, bedoeld om te verblijven en flaneren, is het domein van de voetganger en fietser en wordt niet gekruist door autoverkeer. De twee hoofdfietspaden sluiten hier op elkaar aan. Bomen zorgen voor schaduwrijke routes en voor de nodige koele plekken tijdens warme periodes. Woongebouwen omsluiten het park tot een hof aan de noordzijde. Meer zuidelijk zijn woonfuncties te gast in het groen. De setting biedt mogelijkheden voor sociale senioren- en jongerenwoningen en collectieve woon(zorg)vormen. Het vloerpeil van de woningen ligt verhoogd boven maaiveld en buitenruimtes zijn gebouwgebonden, in de regel balkons, ook op de begane grond. Hierdoor behoudt de groene ruimte een openbaar karakter en bovendien infiltreert hemelwater beter. Aan de binnenzijde van de hof hebben gebouwen een leefgalerij om een levendige interactie tussen woningen en openbare ruimte te bevorderen. De architectuur is ingetogen en ondersteunt de groene verkoelende principes met licht gekleurde gevels, platte of flauw hellende lessenaarsdaken en subtiele dakoverstekken. Het parkeren is geclusterd op voorzieningen aan de randen. Bij mogelijke toekomstige afname van de parkeerbehoefte kunnen zo parkeerplaatsen toegevoegd worden aan functioneel groen.
Bij het westelijke parkeerterrein wordt een bescheiden mobility hub voorzien waar ruimte is voor laadpalen, een solar caport, electrische deelauto’s, -scooters en -fietsen en wellicht een afgiftepunt van pakketdiensten. De begane grond van het naastgelegen woongebouw kan benut worden voor ondersteunende bedrijfsruimtes. In de noordwesthoek is een maatschappelijk cluster voorzien, met ruimte voor zorgwoningen en een brede school met kinderdagverblijf en gymzaal. School en plein zijn gelegen aan het groene hof en per fiets optimaal en veilig bereikbaar. De gymzaal, het meest publieke gebouw in de wijk, markeert het visuele eindpunt van de groene as. In afbeelding 2.13 is een impressie van de toekomstige situatie in het deelgebied 'Tymens Hof weergeven. Tymens Hof