2.12b) regels voorontwerp (21-0141929)
Tekst van het document
32
1. 3m vanaf de zijgevel en voorgevel van het hoofdgebouw; 2. 8m vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; f. de afstand voor de niet aaneengebouwde zijde van een eindwoning tot de zijdelingse perceelgsrens bedraagt ten minste 3m; g. dakopbouwen zijn niet toegestaan.
12.2.3 a. b. c. d.
12.2.4
Hoofdgebouw als gestapelde woningen de bouwhoogte bedraagt niet meer dan met de aanduiding “maximaal aantal bouwlagen” op de planverbeelding is aangegeven voor hoofdgebouwen als gestapelde woningen geldt geen maximale goothoogte; de gestapelde woningen moeten met de voorgevel naar openbaar toegankelijk gebied zijn gericht; Uit een bezonningsonderzoek moet blijken dat de in de nabijheid te realiseren/gerealiseerde woningen binnen de bestemmingen Gemengd, Woongebied - 1 en Woongebied - 2 geen onaanvaardbare schaduwwerking ondervinden.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a.
b.
c.
voor kavels waarvan het bouwperceel kleiner of gelijk is aan 100m2 bedraagt het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50Zo van het achter- en zijerf met een maximum van 50m2; voor kavels waarvan het bouwperceel groter is dan 100m2 en kleiner of gelijk is aan 300m2 bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50m2 plus 20Zo van de totale oppervlakte dat het achter- en zijerf groter is dan 100m2; voor kavels waarvan het bouwperceel groter is dan 300m2 bedraagt het maximaal gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op het achter en zijerf: Ūpiiervla fcle bouwpcrĽcel
3Ū0m3
400m3
|
500m3 600nn3 70Ũm3 aūūnn5 900m3 en meer
d.
bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden ten minste 1m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd; e. de maximale diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan wordt gebouwd, bedraagt 4m met dien verstande dat maximaal 500Zo van het achtererf mag worden bebouwd ; f. voor zover op een afstand van niet meer dan 4m van het oorspronkelijke hoofdgebouw is de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet hoger dan; 1. 5m; 2. 0,3m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3. het hoofdgebouw; g. de maximale goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3m; h. de maximale bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 5m. i. in afwijking van het bepaalde onder g. en h. mag de maximale goothoogte of maximale bouwhoogte worden vergroot met maximaal 1,5m ten behoeve van de balustrade van een dakterras: 1. het hoofdgebouw inclusief de balustrade mag niet hoger zijn dan de maximale bouwhoogte;
33
2. de minimale afstand tot de achter-Zzijperceelsgrens bedraagt 3m; j. in afwijking van het bepaalde in lid d mogen erkers voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met dien verstanden dat: 1. per grondgebonden woning mag maximaal 1 erker gerealiseerd worden; 2. de diepte van de erker mag ten hoogste 1/3 bedragen van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5m; 3. de breedte van de erker bedraagt maximaal 2/3 van de gevel van het hoofdgebouw en mag niet worden overschreden; 4. de erker wordt gesitueerd ten minste 0,5m uit de zijgevel van het hoofdgebouw; 5. de goothoogte van de erker bedraagt ten hoogste 3m of 0,3m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden mag bedragen; 6. de bouwhoogte van de erker mag maximaal 4m bedragen; 7. er geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 12.2.5 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
c. d. e. f. g.
de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen tussen openbaar toegankelijk gebied en 1 m achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1m; bij hoekpercelen, waarvan de voorgevel en de zijgevel grenzen aan openbaar toegankelijk gebied, geldt het bepaalde onder a, uitgezonderd het deel tussen de oorspronkelijke achtergevel van de woning en de perceelgrens van het achtererf waar de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen 2m bedraagt; de maximale bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt 2m; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7m; de maximale bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt 5m; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 3m; schotelantennes op of aan een bouwwerk zijn niet toegestaan.
12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1
Afwijken van de afstanden
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder f. toestaan dat er wordt afgeweken van de in die leden genoemde afstanden, mits: a. een bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige van de gemeente; b. daardoor geen onevenredige hinder of overlast wordt veroorzaakt op aangrenzende percelen.
12.3.2
Afwijken van de goothoogte
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.2 , aanhef en onder b, om de goothoogte van de grondgebonden woningen niet van toepassing te verklaren en daarmee een derde bouwlaag toe te staan, eventueel met een plat dak, met dien verstande dat: a. b. c.
12.4
een bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige van de gemeente; naastgelegen woningen geen onaanvaardbare schaduwwerking ondervinden; de maximaal toegestane hoogte niet wordt overschreden.
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 12.4.1 Aan-huis-gebonden ondernemingen Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. b.
de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 2507o van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2;
34
c. d. e. f.
g. h.
het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
12.4.2 Strijdig geb ruik 1. 2.
12.5
12.5.1
Tot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt, tenzij in Woongebied - 2 en/of 12.4.1 anders bepaald, in elk geval gerekend het gebruik van bijgebouwen voor het wonen. Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk
Verb odsregel
Het is verboden op, of in de gronden met de aanduiding “milieuzone - schone leeflaag” zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
12.5.2
het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 1 m, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het aanleggen van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 12.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 12.5.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 12.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan kan aantonen dat de werkzaamheden conform het saneringsplan (bijlage bij regels) worden uitgevoerd. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn.
35
Artikel 13 Woongebied - 3 13.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - 3'aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f.
wonen; hoofdgebouwen en andere bouwwerken die nodig zijn voor de bovengenoemde functies; bij de bovengenoemde functies behorende voorzieningen, zoals erven en tuinen; verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de bestemming, waaronder verkeersstructuren zoals woonstraten, ontsluitingswegen, voet- en fietspaden en straatmeubilair; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen, watergangen en waterpartijen; groen-, speel-, parkeer- en nutsvoorzieningen;
13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a.
binnen de bestemmingen Woongebied - 1, Woongebied - 2, Woongebied - 3 en Woongebied - 4 gezamenlijk maximaal 509 wooneenheden; waaronder bijbehorende bouwwerken en overkappingen; andere overige bouwwerken dan overkappingen;
b. c.
m its , d. e.
f.
g.
in het gehele plangebied maximaal 720 wooneenheden worden gebouwd; binnen de bestemmingen Gemengd, Woongebied - 2, Woongebied - 3 en Woongebied - 4 ten minste 300Zo van het totaal aantal woningen in het gehele plangebied als betaalbare woning wordt gerealiseerd; indien woningen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen geluidsbelasting" (sw-gb), aangetoond dient te zijn dat het binnenniveau van de woningen maximaal 33 dB bedraagt; ter plaatse van de functieaanduiding "ontsluiting" (os) een ontsluitingsweg ten behoeve van de naastgelegen bestaande woning wordt gerealiseerd.
en gelden de volgende regels: 13.2.2 a. b. c. d.
13.2.3
Hoofdgebouw als gestapelde woningen de bouwhoogte bedraagt niet meer dan met de aanduiding “maximaal aantal bouwlagen” op de planverbeelding is aangegeven voor hoofdgebouwen als gestapelde woningen geldt geen maximale goothoogte; de gestapelde woningen moeten met de voorgevel naar openbaar toegankelijk gebied zijn gericht; Uit een bezonningsonderzoek moet blijken dat de in de nabijheid te realiseren/gerealiseerde woningen binnen de bestemmingen Woongebied - 1, Wonen en Gemengd geen onaanvaardbare schaduwwerking ondervinden. Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7m; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 3m; c. schotelantennes op of aan een bouwwerk zijn niet toegestaan. 13.3
Afwijken van de bouwregels
36
13.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 13.4.1 Aan-huis-gebonden ondernemingen Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; f. voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; g. er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; h. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
13.4.2 Strijdig geb ruik 1. 2.
Tot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt, tenzij in Woongebied - 3 en/of 13.4.1 anders bepaald, in elk geval gerekend het gebruik van bijgebouwen voor het wonen. Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland.
37
Artikel 14 Woongebied - 4 14.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f.
het wonen; hoofdgebouwen en andere bouwwerken die nodig zijn voor het wonen; bij het wonen behorende voorzieningen, zoals erven en tuinen; verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de bestemming, waaronder verkeersstructuren zoals woonstraten, ontsluitingswegen, voet- en fietspaden en straatmeubilair; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen, watergangen en waterpartijen; groen-, speel-, parkeer- en nutsvoorzieningen;
14.2
Bouwregels
14.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a.
binnen de bestemmingen Woongebied - 1, Woongebied - 2, Woongebied - 3 en Woongebied - 4 gezamenlijk maximaal 509 wooneenheden; bijbehorende bouwwerken en overkappingen; andere overige bouwwerken dan overkappingen; ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding “zonder bebouwing” [sba-zbb] zijn geen bouwwerken toegestaan, behoudens straatmeubilair;
b. c. d.
m its , e. f.
g. h.
i.
in het gehele plangebied maximaal 720 wooneenheden worden gebouwd; binnen de bestemmingen Gemengd, Woongebied - 2, Woongebied - 3 en Woongebied - 4 ten minste 300Zo van het totaal aantal woningen in het gehele plangebied als betaalbare woning wordt gerealiseerd;; uit een situatietekening behorende bij de omgevingsvergunningaanvra(a)g(en) blijkt dat binnen de bestemming Gemengd minimaal 7 m2 per woning als wijkgroen wordt gerealiseerd; indien woningen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen geluidsbelasting" (sw-gb), aangetoond dient te zijn dat het binnenniveau van de woningen maximaal 33 dB bedraagt; ter plaatse van de functieaanduiding "speelvoorziening" (sz) de op de planverbeelding aangegeven hoeveelheid speelvoorzieningen met een minimale oppervlakte van 80m2 voor kinderen van 0 - 6 jaar wordt gerealiseerd, waarbij maximaal 500Zo van alle speelvoorzieningen in het gehele plangebied in het groen mag zijn gesitueerd;
en geldende de volgende regels: 14.2.2
Hoofdgebouw als grondgebonden woning
Voor het bouwen van hoofdgebouwen als grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de op de planverbeelding met de maatvoering "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; de goothoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding “maximum goothoogte(m)” aangegeven goothoogte; de grondgebonden hoofdgebouwen worden als rijwoningen of als beneden-bovenwoningen gebouwd; de grondgebonden woningen zijn, voor zover deze grenzen aan openbaar toegankelijk gebied, met de voorgevel naar het openbaar toegankelijk gebied gericht; de minimale afstand van het hoofdgebouw tot aan de bestemmingsgrens van de bestemming Wonen, als geregeld in artikel 10 van deze regels, bedraagt:
38
f.
g. h.
1. 3m vanaf de zijgevel en voorgevel van het hoofdgebouw; 2. 8m vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; de afstand voor vrijstaande grondgebonden hoofdgebouwen en de niet aaneengebouwde zijde van een hafvrijstaande en eindwoning tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 m eter; de afstand tussen de achtergevel en de perceelgrens moet minimaal 6m bedragen; dakopbouwen zijn niet toegestaan.
14.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a.
b.
c.
voor kavels waarvan het bouwperceel kleiner of gelijk is aan 100m2 bedraagt het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50Zo van het achter- en zijerf met een maximum van 50m2; voor kavels waarvan het bouwperceel groter is dan 100m2 en kleiner of gelijk is aan 300m2 bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50m2 plus 20Zo van de totale oppervlakte dat het achter- en zijerf groter is dan 100m2; voor kavels waarvan het bouwperceel groter is dan 300m2 bedraagt het maximaal gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op het achter en zijerf: Opper vla fcle bouwperceel
Oppervlakte bijbehorende bouwwerken
3ŪĎnrï5
90mJ
40Ũm*
d. e.
f.
g. h. i.
j.
|
1ŪŨm*
5ŪŪnn5
1 1Ũm5
aOŪnn3
12Ūm3
7ŪŪnn5
13Ũm5
aOŪnn3
UŪm’
aOŪm5 en meer
15Ūm5
bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden ten minste 1m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd; de maximale diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan wordt gebouwd, bedraagt 4m met dien verstande dat maximaal 500Zo van het achtererf mag worden bebouwd ; voor zover op een afstand van niet meer dan 4m van het oorspronkelijke hoofdgebouw is de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet hoger dan; 1. 5m; 2. 0,3m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3. het hoofdgebouw; de maximale goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3m; de maximale bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 5m. in afwijking van het bepaalde onder g. en h. mag de maximale goothoogte of maximale bouwhoogte worden vergroot met maximaal 1,5m ten behoeve van de balustrade van een dakterras: 1. het hoofdgebouw inclusief de balustrade mag niet hoger zijn dan de maximale bouwhoogte; 2. de minimale afstand tot de achter-Zzijperceelsgrens bedraagt 3m; in afwijking van het bepaalde in lid d mogen erkers voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met dien verstanden dat: 1. per grondgebonden woning mag maximaal 1 erker gerealiseerd worden; 2.
de diepte van de erker mag ten hoogste 1/3 bedragen van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5m; 3. de breedte van de erker bedraagt maximaal 2/3 van de gevel van het hoofdgebouw en mag niet worden overschreden; 4. de erker wordt gesitueerd ten minste 0,5m uit de zijgevel van het hoofdgebouw;
39
5.
de goothoogte van de erker bedraagt ten hoogste 3m of 0,3m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden mag bedragen; 6. de bouwhoogte van de erker mag maximaal 4m bedragen; 7. er geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse.
14.2.4 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen tussen openbaar toegankelijk gebied en 1 m achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1m; b. bij hoekpercelen, waarvan de voorgevel en de zijgevel grenzen aan openbaar toegankelijk gebied, geldt het bepaalde onder a, uitgezonderd het deel tussen de oorspronkelijke achtergevel van de woning en de perceelgrens van het achtererf waar de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen 2m bedraagt; c. de maximale bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt 2m; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7m; e. de maximale bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt 5m; f. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 3m; g. schotelantennes op of aan een bouwwerk zijn niet toegestaan. 14.3
Afwijken van de bouwregels
14.3.1
Afwijken van de afstanden
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 onder f. toestaan dat er wordt afgeweken van de in die leden genoemde afstanden, mits: a. b. 14.3.2
een bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige van de gemeente; daardoor geen onevenredige hinder of overlast wordt veroorzaakt op aangrenzende percelen. Afwijken van de goothoogte
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2.2 , aanhef en onder b, om de goothoogte van de grondgebonden woningen niet van toepassing te verklaren en daarmee een derde bouwlaag toe te staan, eventueel met een plat dak, met dien verstande dat: a. een bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige van de gemeente; b. naastgelegen woningen geen onaanvaardbare schaduwwerking ondervinden; c. de maximaal toegestane hoogte niet wordt overschreden. 14.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 14.4.1 Aan-huis-gebonden ondernemingen Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; f. voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; g. er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; h. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd
40
bijgebouw. 14.4.2 1. 2.
Strijdig geb ruik ot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt, tenzij in Woongebied - 4 en/of 14.4.1 anders bepaald, in elk geval gerekend het gebruik van bijgebouwen voor het wonen. Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland.
41
Artikel 15 Waterstaat - Waterbergingsgebied (dubbelbestemming) 15.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterberging. In geval van strijdigheid, gaan de regels van dit artikel vóór de regels die ingevolge andere artikelen op de betreffende gronden van toepassing zijn. Op deze dubbelbestemming is de voorrangsregeling van artikel 21.3 van toepassing. 15.2
Voorwaardelijke verplichting waterberging
De voorwaardelijke verplichting geldt voor de voor de gronden die mede zijn bestemd bestemming voor Woongebied - 1, Woongebied - 2, Woongebied - 3,Gemengd. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. voldaan moet worden aan de gestelde waterbergingsnorm uit het waterhuishoudkundig plan Waelpark en de daaruit voortvloeiende waterbergingsopgave voor het bestemmingsplan Waelplas, zoals aangegeven in de tabel 'Bergingsnorm en -opgave Waelpolder':__________ verhardingspercentage 50Zo
55Zo
60oZo
65Z
norm
390 m3 /ha
426 m3 /ha
463 m3 /ha
499 m3 /ha
Opgave plangebied
14.625 m2
15.975 m2
17.363 m2
18.713 m2
Tabel: Bergingsnorm en -opgave Waelpolder b. c.
d.
de waterberging dient gerealiseerd te worden binnen het plangebied; indien de waterberging niet gerealiseerd kan worden binnen het plangebied, dan dient, na instemming van het Hoogheemraadschap van Delfland, de waterberging te worden gerealiseerd binnen het plan Waelpark, waar Waelpolder onderdeel van uitmaakt; voorafgaand aan het verlenen van de Omgevingsvergunning voor het betreffende deel, dient het bevoegd gezag instemming van het Hoogheemraadschap van Delfland te zijn verkrijgen.
42
Artikel 16 Waterstaat - Waterkering 16.1
a. b.
16.2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering. de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel 21.3 van toepassing. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
16.3
op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 16.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 16.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.
43
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
44
Artikel 18 Algemene bouwregels 18.1
Overschrijding van hoogte-aanduidingen op de planverbeelding
18.1.1
ondergeschikte bouwdelen
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door antenne installaties, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 5m. bedraagt , alsmede door schoorstenen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 1 m. bedraagt, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 18.1.2
liftkokers
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door liftkokers, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1,5m bedraagt, tenzij hoofdstuk 2 anders bepaald. 18.2
Overschrijding bouwgrenzen
De op de planverbeelding aangegeven bouwgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. b.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden en funderingen; bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5m bedraagt. c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5m bedraagt; d. rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,5m bedraagt e. putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water rioolstoffen; hijsinrichtingen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5m bedraagt. f. bestaande dakopbouwen, bestaande luifels en bestaande uitbouwen aan de voorzijde. 18.3
a. b.
18.4
Ondergrondse bouwwerken
De regels van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken. In aanvulling op het bepaalde onder a. mogen ondergrondse ruimten slechts worden gerealiseerd voor zover deze zijn gelegen tussen de buitenwerkse gevels van het bovengronds gelegen hoofdgebouw en met een maximale verticale diepte van 3m onder het peil. Balkons
Voor het bouwen van balkons gelden de volgende regels: a. balkons zijn alleen toegestaan bij gestapelde woningen; b. balkons mogen aan alle zijden van een gebouw worden gerealiseerd; c. balkons mogen niet boven openbaar toegankelijk gebied worden gebouwd.
18.5
Dakkapellen
Voor het bouwen van dakkapellen gelden de volgende regels: a. Maatvoering achterzijde: 1. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5m vrij in het dakvlak; 2. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75m; 3. de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan. b. Maatvoering voorzijde: 1. de dakkapel is niet breder dan 500Zo van de breedte van het dakvlak; 2. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5m vrij in het dakvlak; 3. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5m; 4. de dakkapel mag niet meer dan 1 m uit de onderkant van het dakvlak staan.
45
Artikel 19 Algemene gebruiksregels 19.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1 lid 1 onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. b.
c.
d. e. 19.2
het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; het gebruik van niet-bebouwde grond en/of water als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; het gebruik van niet-bebouwde grond als opslag, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken als seksinrichting. Geen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. het gebruik van niet-bebouwde grond voor evenementen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; b. het gebruik van niet-bebouwde grond voor standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland.'
46
Artikel 20 Algemene afwijkingsregels 20.1
Algemene afWijkingsmogelijkheden
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en werksituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. afwijkingen van voorgeschreven maten, waaronder percentages, met ten hoogste 10oZo. Het moet hierbij primair gaan om het oplossen van knelpunten waar het bestemmingsplan niet in voorziet en waartegen in planologisch opzicht geen bezwaar bestaat en niet om de bouwmogelijkheden bij voorbaat al te vergroten; b. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes met een goothoogte van ten hoogste 3m ten behoeve van openbare nutsbedrijven of voor andere naar doelstelling daarmee vergelijkbare gebouwtjes mits de inhoud van deze gebouwtjes niet groter is dan 60m3 zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen, toiletgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten; c. het bouwen van een tweedelijns dakkapel aan de achterzijde boven een bestaande dakkapel; d.
het bouwen van straatmeubilair of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en keermuren met een bouwhoogte van ten hoogste 6m; e. geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing daaraan van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen indien bij de definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd als op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken, met dien verstande dat de veranderingen ten hoogste 2 m mogen bedragen; f. afwijkingen van het bestemmingsplan, ten einde de uitvoering van een bouwplan mogelijk te maken, indien op grond van een definitieve uitmeting of in verband met de verkaveling of situering blijkt, dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van zo ondergeschikte aard blijft, dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast; g. overschrijding van bouwgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch of ruimtelijke kwaliteit i.p.v. esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen. h.
het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden. 20.2
Afwijking niet verlenen
Afwijking wordt in ieder geval niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
47
Artikel 21 Overige regels 21.1
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 21.2
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 19.1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2^ van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 21.3
Voorrangsregeling
Indien en voor zover de in het plan aangegeven bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen zijn, voor zover de voor de dubbelbestemmingen geldende regels ten aanzien van bebouwing of gebruik niet met elkaar verenigbaar zijn, de regels van toepassing die gelden voor de dubbelbestemming met de hoogste prioriteit volgens de volgorde die is aangegeven in onderstaand schema: Bestemming
artikelnummer
volgorde van toepassing
Wate rstaat - Wate rbergin g Waterstaat - Waterkering
15 16
1 2
21.4
1.
2.
3.
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Bij nieuwe ontwikkelingen (oprichting van een bouwwerk, verandering van functie of uitbreiding van bestaand gebruik) is het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 slechts toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in 1.65 voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze regels. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 1 indien: a. het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren s tuit; of b. er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid; of c. op andere wijze dan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland' en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd - aan die wijziging; of d. door de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de van toepassing zijnde parkeernorm(en) of aanwezigheidspercentages niet overeenkomen met de feitelijke situatie en kan worden volstaan met het realiseren van minder parkeergelegenheid. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning zoals genoemd bij lid 2 voorschriften verbinden ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeergelegenheid ten behoeve van invaliden.
48
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 22 Overgangsrecht 22.1
1.
2. 3. 4.
22.2
1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 22.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 22.1.1 met maximaal 100Zo; Lid 22.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 22.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in lid 22.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Lid 22.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
49
Artikel 23 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Waelpolder'
50
l Li,LULL]-. IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl I www.gemGentewestland.iil
WESTLAND , V'. V;:,;-' ,
f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
* \ s.
ŗ4Ç
'J
■'ļi' ^ 7
7**4.
1
-K
:W
y™
,.íļ
' JļĮ
üįf
ŠMPŴ 4
^3-M 1LJL rf‘^ \ nri
o
Ai