2.10a) toelichting (21-0218216)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
UITBREIDING HEENWEG bestemmingsplan NL.IMRO.1783.HEEUITBRHEENWEGpbp-VO01 concept
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
^ s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ ;
J
jJ - -v"M V*ijý1 í Tiìli '
*^
i
"V
ŕ
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
10
2.1
Beleidskader
10
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
19
2.3
Gebiedsvisie
20
Hoofdstuk 3
Onderzoek
22
3.1
Milieueffectrapportage
22
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
22
3.3
Bedrijven en milieuzonering
24
3.4
Geluid
25
3.5
Luchtkwaliteit
25
3.6
Externe veiligheid
27
3.7
Water
32
3.8
Bodem
40
3.9
Ecologie
41
3.10
Cultuurhistorische aspecten
43
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
45
4.1
Planvorm
45
4.2
Bestemmingsregeling
47
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
49
5.1
Economische uitvoerbaarheid
49
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
51 Inleidende regels
Begrippen
52 52
Artikel 2 Wijze van meten
60
Hoofdstuk 2
61
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen
61
Artikel 4 Woongebied
62
Artikel 5 Waarde - Archeologie - 4
65
Hoofdstuk 3
67
Algemene regels
5
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
67
Artikel 7 Algemene bouwregels
68
Artikel 8 Algemene gebruiksregels
69
Artikel 9 Algemene afWijkingsregels
70
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
71
Artikel 11
Overige regels
72
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
73
Artikel 12
Overgangsrecht
73
Artikel 13
Slotregel
74
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Bodemonderzoek Verkeersonderzoek Inspraak en overleg Stikstofberekening gebruiksfase Stikstofberekening sloop- en bouwfase
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Door Weboma is een aanvraag ingediend om de kern Heenweg uit te breiden met circa 72 woningen. De beoogde locatie ligt ten westen van het centrum. Deze locatie is kadastraal bekend Gemeente Westland sectie L, nummer 7812 en 6681 (gedeeltelijk) , momenteel ligt hier nog een agrarische bestemming op. Aanleiding voor de uitbreiding van de kern Heenweg is de motie "Kleine kernen" uit 2016. Daarin wordt door de raad gevraagd om de mogelijkheden naar de uitbreiding van o.a. de kern Heenweg te onderzoeken. Uit een intern onderzoek is de locatie ten westen van de kern naar voren gekomen als meest geschikte plek.
mm
mmsa
S///A
////7 ///f
mm r, f f f f à
/Z//A
/ff/
Locatie plangebied.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is de agrarische locatie ten westen van de kern Heenweg, op locatie Hyacinthstraat 17A te 's-Gravenzande. Deze locatie is kadastraal bekend Gemeente Westland sectie L, nummer 7812 en 6681 (gedeeltelijk)
7
iļļ
'*:
fśaiïR ïŵi
í-t E @ x,
is. ikĩs.:|î®
i.,
’ v' ^
ļ ' V' X ' 1
SiSS
ssm ;"'0V
W#ŵ
Uitsnede plangebied.
1.3 Geldend bestemmingsplan Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: * *
Bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland", vastgesteld op 18 december 2012; "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen", vastgesteld op 20 februari 2018.
8
4 4
-H-
4 4
4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4 4
4*^4
4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4
4- 4- 4^4 ><^■ 444444444
4 4
4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4
4 4 4
.4
4 4
4 4 4
4 4
4 4
4 4 4
4 4
4 4
4 4 4
4 4
4 4
4 4 4
4 4 4 4 4 4
4- 4J
4İ4
4 4 4
4J4
4 4
*4-ť4.
4 4 4 4
4 4 4
4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4
v-v
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 ■V.V.Vj 4 4
4 4 4 4
4 4
4 4 4 4/4 4
4 4 4
4 4 4 4
4 4
4 4
4 4
4 4
4 4i
44444444 4 4 4 '4V4S
4 4
4 4
4
44444444
4 4 4
44444444
t t tr Uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Uitbreiding Heenweg" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale
10
gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.
Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040:
11
« * * * *
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.
De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling.
Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: * de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; * blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; * het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld;
12
« *
de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma.
Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 450Zo dure/extra dure koop, 20Zo middeldure koop/huur, 50Zo goedkope koop, 300Zo sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.
Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; * iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; * in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; * opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; * nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; * de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; * opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; * bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 15Z aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.
13
2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
**il ui* m**
i« *i «»* *
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland) Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.
14
Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen.
Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.
15
Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen g«o1ei Osn 3 heclaw A* 'ifel rztXm aan 4e :*i w /dn BSO *i 4e Onagevŕigsva'aKlamg Wîn i ngbouw lo cabes ' 3 lot en mei S hctlac * 4 tal m m»l Î4 h*çta* * ií kt cn mat İ6 hetlsro * 38 Men metes hetltf* * s; kx *n mat 320 rweiaf* Bedrijventerrein harce capaciteit 3 tot hi mei S heet»-* ‘ 6 Wl cn nel ’0 naet»* * iiMeneMIlheetHe a 22 Men mans hei ure A 4Ekt*:nmţtS9h«tcr* Bedrijventerrein zeente cepaeite 1 3 kit er mei 5 hcela-e » 11 ka en mw 21 nactaea A 22 M en mat 45 haftara A 46 kien mat W hectare Andere steoeijKe omwikneurgen ‘ 3 totei wtStackw * , 6 wren Tift 10 hectare *r II tal en«iM21 hechwe ,
Í IM+n i
CZ2 figuur 5: de '3ha kaart1 Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Glastuinbouw De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal.
Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft. Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst.
Het gebied tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is aangeduid als 'maatwerkgebied glastuinbouw'. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving. Er zijn al plannen voor een groenzone (onderdeel van Natuurnetwerk Nederland). 2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht
16
tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
----- Z
figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening) Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast. Relatie tot voorgenomen ontwikkeling: Het plangebied is volgens het provinciaal beleid gelegen binnen het duurzaam glastuinbouwgebied. De gemeente Westland is tot de conclusie gekomen dat het kavel behorende bij de Hyacintstraat 17 te Heenweg geen duurzaam toekomstperspectief meer heeft of kan hebben voor de uitoefening van een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf. De gemeente is dan ook voornemens om de provincie te vragen om gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheden in 6.15 van de Omgevingsverordening. 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * * *
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
17
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Hat vargrotan van da concurrentiekracht van Nadarland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland O Stedell|ke regio mat tcpsaetoren Q Mamport Sdïiphd Q Malnport Rotterdam 0 Brainport Zuidoost Nederland Q Grwiporl
Zuidas Stad van internationaal recht vrede en veiligheid ö
-v *
HSL/ICE station
O
Overige luchthaven van nationaal balang
O
Zeehaven van nationaal belang
®
Binnenhaven van nationaal balang
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: * * * *
Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de
18
specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor de uitbreiding van Heenweg is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Ruimtelijke aspecten
Huidige situatie: Het perceel Hyacinthstraat 17A te 's-Gravenzande is in de huidige situatie in gebruik als glastuinbouwbedrijf.
...
-mf-\
mm
"•wSSS ilícĒ:^įļ
ì
y/M/jĚ ĩ*
*
rT7
mm
.
SM vy/A 7////A J//////////A //7VZ
‘
-
t
Z////A
,v//
■V/7/X f ff//fft **
///A V/f/ff/f i/f/Á
w/f/.
i -v
ff//// řf; ff//
t ■ r' Huidige situatie. Heenweg is een kleine kern, met 283 woningen en net geen 700 inwoners. Van de 283 woningen zijn 97 woningen in het bezit van Woningcorporatie Arcade. Het betreft een kern met een dorps karakter en vrijwel alleen laagbouw.
19
Toekomstige situatie: De bestaande kassen aan de Hyacinthstraat 17A te 's-Gravenzande worden gesloopt. Het perceel zal worden ingericht als woningbouwlocatie waar naar verwachting maximaal 72 woningen gerealiseerd zullen worden. Het woningbouwprogramma zal bestaan uit voornamelijk eengezinswoningen (rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen) en een appartementengebouw in het sociale segment. In totaal zal circa 420Zo van de woningen gerealiseerd worden als sociale huurwoning. Daarnaast wordt binnen het plangebied minimaal 50 m2 groen per woning gerealiseerd. Dit groen wordt deels opgelost binnen het ontwikkelgebied en deels binnen een bufferzone van 30 meter tussen de toekomstige woningen en de bestaande glastuinbouwgronden. Deze bufferzone zal worden ingericht met groen en water. 2.2.2
Verkeer
Op 12 februari 2021 is door Goudappel een onderzoek gedaan naar de verkeerssituatie in en rondom Heenweg. Hierbij is uitgegaan van een worst case scenario met 100 te bouwen woningen. Het onderzoek is toegevoegd in Bijlage 2. Verkeersverbindingen algemeen De conclusie aangaande de verkeersintensiteiten op diverse wegvakken in de omgeving van Heenweg is dat de bouw van 100 woningen in Heenweg een beperkte invloed heeft op het gebruik van de wegen in de omgeving van Heenweg en dat de intensiteiten onder acceptabele maximale waarden blijven. De omliggende rotondes Heenweg - Naaldwijkseweg - Dijckerwaal, Maasdijk - Laan van de Heilige Lambertus en Galgeweg - Kruisbroekweg zijn getoetst op de intensiteit versus de capaciteit. Uit deze test blijkt dat de rotondes Heenweg - Naaldwijkseweg - Dijckerwaal en Maasdijk - Laan van de Heilige Lambertus voldoende restcapaciteit hebben om de toename van het verkeer te verwerken als gevolg van de nieuwbouw in Heenweg. Uit de Waelpolderstudie bleek voor de rotonde Galgeweg - Kruisbroekweg, de huidige rotonde in 2030 onvoldoende capaciteit biedt. Om voldoende capaciteit te realiseren is voor deze rotonde is een variant geadviseerd. Deze variant bestaat uit een bypass op de Kruisbroekweg en extra rijstrook vanaf Galgeweg noord.
Deze variant heeft voldoende restcapaciteit om de toename van het verkeer te verwerken als gevolg van de nieuwbouw in Heenweg. VRI-kruispunt Heenweg - Maasdijk Uit de kruispuntberekeningen blijkt het planeffect dusdanig beperkt is, dat het nauwelijks invloed heeft op het functioneren van het kruispunt. Het kruispunt raakt in 2030 redelijk zwaar belast, maar nog niet overbelast. Het extra verkeersaanbod als gevolg van de woningbouwplannen Heenweg kan door het kruispunt goed worden verwerkt. Ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer Het plangebied zal ontsloten worden met minimaal twee ontsluitingen, bij voorkeur in het verlengde van bestaande straten. Deze twee ontsluitingen dienen met elkaar in verbinding te staan. Parkeren Ten behoeve van parkeren is de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland 2018' van toepassing.
2.3
Gebiedsvisie
Heenweg is een compact dorp. Het telt 283 woningen, vrijwel alleen grondgebonden woningen, waarvan bijna 350Zo sociale woningbouw. De bijna 700 inwoners vormen tezamen een hechte dorpsgemeenschap. Door de geringe bevolkingsomvang zijn er in Heenweg weinig voorzieningen. Heenweg is een relatief jong dorp. Tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw ontstond onder aan de Maasdijk een kleine dorpsgemeenschap met een school, een café en een rooms-katholieke
20
kerk. Deze situatie bleef zo tot ca 1960. Toen werd gestart met de aanleg van woningen. Eerst achter de lintbebouwing aan de dijk, daarna meer naar achteren, ter weerszijde van de straat Heenweg. Het zwaartepunt van bebouwing lag aan de westzijde van deze straat. Slechts enkele gebouwen aan de Maasdijk dateren uit de beginperiode. Door de planmatige uitbreiding in korte tijd is een eenzijdig woningaanbod ontstaan gericht op eengezinswoningen. Vanuit de ontstaansgeschiedenis van Heenweg vormt uitbreiding van het dorp aan de westzijde, achter de bebouwing aan de Maasdijk een natuurlijke afronding. De dorpsrand wordt afgemaakt in lijn met de bestaande bebouwing aan de dijk en er zijn uitstekende mogelijkheden oud en nieuw naadloos in elkaar over te laten lopen. Het bestaande stratenpatroon biedt hier goede mogelijkheden toe. Heenweg is van oudsher letterlijk en figuurlijk verbonden met de glastuinbouwbedrijven in de omgeving. Het dorp is letterlijk ingebouwd in het glas. Hierdoor zijn er weinig mogelijkheden tot het maken van een ommetje. Met de uitbreiding kunnen meer wandelmogelijkheden gerealiseerd worden, vanuit de bestaande woonomgeving, via de uitbreiding langs de bufferzone van minimaal 30 meter breed langs de naastgelegen glastuinbouw kavel. De woonkwaliteit van het dorp als geheel wordt hierdoor vergroot.
Om aan te sluiten op het dorpse karakter wordt voor het woonprogramma in de basis uitgegaan van laagbouw in de vorm van grondgebonden woningen. Incidenteel is gestapelde woningbouw mogelijk tot 4 lagen (12 meter). Hiermee blijft de ontspannen, dorpse karakteristiek overeind en wordt de mogelijkheid geopend voor doorstroming op de locale woningmarkt. De aanhechting op het dorp wordt zo natuurlijk mogelijk vormgegeven. Het stratenpatroon wordt op minimaal 2 plekken doorgetrokken het plangebied in (Tulpstraat/Hyacinthstraat). Deze twee aansluitingen worden ook onderling gekoppeld, zodat een rondrijmogelijkheid ontstaat. Ook voetpaden worden zoveel mogelijk in lijn met die van de bestaande buurten doorgetrokken. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt per huishouden minimaal 50m2 openbaar groen gerealiseerd. Naast een prettige woonomgeving wordt hiermee ook invulling gegeven aan een klimaatadaptieve inrichting.
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Milieueffectrapportage
3.1.1
Wettelijk kader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. 3.1.2
Onderzoek & conclusie
Doordat artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. sinds 7 juli 2017 het bevoegd gezag verplicht om de artikelen 7.17, 7.17 leden 1 - 4, 7.18, 7.19 leden 1 en 2 en 7.20a Wet milieubeheer toe te passen, is het bevoegd gezag verplicht om een beslissing te nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bepalend voor het antwoord op die vraag is of de betrokken activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2. De voorgenomen ontwikkeling blijft onder de drempelwaarde. In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt bij het ontwerpbestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2.1
Wettelijk kader
Op 1 juli 2017 is de 'Nieuwe' Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikle 3.1. lid 2 en 3 Bro). De nieuwe ladder is ten opzichte van de oude ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3.2.2
Toetsing
Bij de beoordeling of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast, moet eerst nagegaan worden of er met woningbouwplan uitbreiding Heenweg sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of dit plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling, namelijk woningbouw. Het woningbouwplan is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Mede gelet op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit bestemmingsplan toegepast.
22
3.2.3
Motivering van de behoefte aan ontwikkeling
In de provinciale Verordening ruimte 2014 is bepaald, dat gedeputeerde staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting bij het bestemmingsplan kan - volgens de provinciale regels - in dat geval worden verwezen naar die regionale visie, als motivering of gedeeltelijke motivering van het aanwezig zijn van de actuele regionale behoefte. Voor zover de hiervoor genoemde aanvaarding door gedeputeerde staten het voorliggende bestemmingsplan betreft, is de regionale Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 in 2017 aanvaard. Daarvoor gold de regionale woonvisie die door de provincie op 3 november 2015 was aanvaard en welke aanvaarding gold tot de aanvaarding van de woonvisie van 2017. Actuele regionale behoefte Heenweg Heenweg is een kleine kern, met 283 woningen en net geen 700 inwoners. Van de 283 woningen (peildatum 2019) zijn 97 woningen in het bezit van woningcorporatie Arcade. Heenweg kent een dorpskarakter met vrijwel alléén laagbouw en veelal grondgebonden eengezinswoningen. De uitbreiding van Heenweg moet bijdragen aan de motie: “Vitale Kernen” en aan de Woonvisie Westland 2020-2030”. De woningmarkt in Heenweg kenmerkt zich door relatief oud bezit.
De woningvoorraad bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen waarvan de meeste in de koopsector. Het woonoppervlakte is hierdoor relatief groot en het aantal kleine woningen is zeer beperkt aanwezig. Voor 's-Gravenzande, waarvan Heenweg onderdeel is, kan worden ingespeeld op de uitdagingen waar de hele regio voor staat, namelijk: vergrijzing en groei van een en twee persoonshuishoudens. Daarnaast kennen Westland en Heenweg specifiek een tekort aan woningen voor jongeren en starters. Voor de vitaliteit van de kern Heenweg is het van belang dat er in de uitbreiding of door de uitbreiding meer aanbod komt voor jongeren, starters en (grote) gezinnen. * * *
« *
Nieuwbouw van sociale eengezinswoningen is in dit deelgebied beperkt nodig; In Heenweg is nieuwbouw van (sociale) huurappartementen gewenst om de transformatie van de met name oudere eengezinswoningen naar appartementen in gang te kunnen zetten. Om de doorstroming van senioren naar een geschikte woning op gang te brengen zal er voornamelijk toevoeging moeten plaatsvinden van senior geschikte woningen, bv: meergezinswoningen, patiowoningen en/of bungalows in alle prijssegmenten, zoals de woonvisie 2020-2030 voorschrijft. Er is ook behoefte aan huur en koop appartementen voor een en twee persoonshuishoudens, zoals bijvoorbeeld voor jongeren en starters. En er is behoefte aan duurdere eengezinswoningen voor gezinnen.
Woonvisie 2020- 2030. De gemeente Westland telt 110.252 inwoners (stand december 2019), verdeeld over 11 kernen. De bevolking is sinds 2005 gegroeid met ongeveer 13Zo. Dit betekent dat het bevolkingsaantal van Westland bijna twee keer zo snel is gestegen als de Nederlandse bevolking, die in die periode circa 7Zo groeide. De Westlandse groeicijfers lopen wel in pas met die van de regio Haaglanden (120Zo). De elf Westlandse kernen kennen een grote sociale samenhang en dorpse woonmilieus die onderscheidend zijn ten opzichte van de omliggende steden. In 2016 is de Woonvisie vastgesteld. Uitgangspunt daarbij was te bouwen voor de Westlandse woningvraag, in het bijzonder die van starters, doorstromers en senioren. Daarnaast is ook gebouwd voor de regionale vraag. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Tegelijkertijd is onze gemeente een onlosmakelijk deel van de regio en is er in Haaglanden een groot tekort aan woningen. Vooral het tekort aan betaalbare woningen is een probleem, de wachttijden voor sociale huurwoningen zijn zowel in gehele regio als in Westland snel opgelopen. Met de geactualiseerde Woonvisie 2020 - 2030 sturen we op het nieuwbouwprogramma, zodat die beter aansluit op de toekomstige vraag.
Flexibele huisvesting met tijdelijke huurcontracten kunnen een tijdelijke oplossing zijn voor spoedzoekers, maar er moeten vooral meer gewone woningen gebouwd worden. De trend van meer één- en tweepersoonshuishoudens en vergrijzing zet door, zo blijkt uit het onderzoek
23
van ABF. De gemeente Westland kent een relatief groot aandeel eenpersoonshuishoudens. Het totale aantal woningen is in tien jaar tijd met meer dan 10Zo gegroeid. Ruim driekwart bestaat uit eengezinswoningen. Uit onderzoek van ABF blijkt dat 22Zo van de Westlanders een inkomen heeft lager dan de huurtoeslaggrens (f 30.800 voor gezinnen en f 22.700 voor alleenstaanden). Nog eens 150Zo heeft een inkomen beneden f 36.800 en kan zo in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Van alle woningen in onze gemeente staat echter maar ongeveer 20Z te boek als sociale huurwoning. Het Westland is door de glastuinbouw een van de meest dichtbebouwde gebieden van Nederland. De glastuinbouw, woningbouw en vraag naar bedrijfsruimte strijden om de schaarse ruimte. Het is een 'gevecht' om de vierkante meter. Tot nu toe is onze gemeente erin geslaagd het unieke dorpse karakter van de kernen te behouden, terwijl er wel fors is bijgebouwd. Met een groene inrichting van nieuwbouwbuurten, een afgewogen mix van eengezinswoningen en appartementen moet dit ook in de toekomst lukken. Om de ambities van de geactualiseerde Woonvisie te alloceren zullen we niet ontkomen aan verdichting en meer hoogbouw. De locatie uitbreiding Heenweg zal bestaan uit de realisatie van grondgebonden eengezinswoningen en 34 sociale huurappartementen. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de woonvisie Westland 2020-2030.
Regio De regio en de Provincie ziet graag dat gemeenten in de regio Haaglanden werken naar meer evenwicht in het sociale huursegment. Voor Westland een hele opgave aangezien onze gronden beperkt beschikbaar zijn en we te maken hebben met meerdere opgave die een plek moeten krijgen. In Westland is het dan ook vechten om elke vierkante meter. Door mee te werken aan ontwikkelingen buiten het bestaand gebied creëert de Provincie voor ons kansen om zowel aan lokale als regionale opgave te werken. Binnen Heenweg zien we op dit moment geen andere mogelijkheden om deze opgave op te lossen. Bij het ontwerp bestemmingsplan zal een nadere motivering van de ladder voor duurzame verstedelijking worden toegevoegd.
3.3
Bedrijven en milieuzonering
3.3.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.3.2
Onderzoek
Bij het toevoegen van een milieugevoelige functie, in dit geval maximaal 72 woningen, moet gekeken worden naar de invloed van en invloed op omliggende functies. Dit gebeurt op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Hieruit blijkt dat bij woningen geen sprake is van een milieuzone ten opzichte van anderen. De woningen zelf kunnen echter wel beïnvloed worden door milieuhinder van omliggende functies. Aan de westkant van het plangebied liggen gronden met de bestemming Agrarisch - Glastuinbouw'. Voor de milieuzonering van de glastuinbouwbedrijven ten opzichte van woningen, woonlinten en woonwijken in het plangebied wordt als richtlijn conform de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) - categorie 2 toegepast. Voor de kernen moet een afstand van 30 meter aangehouden worden en voor de woningen in de linten moet een afstand van 10 meter aangehouden worden. De ontwikkeling Uitbreiding Heenweg wordt in dit geval gezien als een rustige woonwijk. In de Nota planbeoordeling 2002 ging de provincie uit van een minimumafstand 25 meter tussen een glastuinbouwbedrijf en een gevoelige functie. Voor de aanleg van vele woonwijken (uitbreiding kernen) is
24
rekening gehouden met een afstand van 25 meter tussen de glasopstanden en de woningen. Volgens de VNG geldt er een richtafstand van 30 meter. Deze afstand wordt bij de aanleg van nieuwe woonwijken aanhouden, maar in bestaande situaties waar een afstand van 25 meter of minder van toepassing is, wordt bij herbouw uitgegaan van 25 meter, mits de geluidbronnen van het bedrijf (bedrijfsruimte) op minimaal 30 meter worden gesitueerd. Hiermee wordt voorkomen dat bij de herbouw van de glasopstanden het glastuinbouwbedrijf en de glaslijn fors aantal meters terug moet en derhalve sprake is van een verlies aan teeltareaal. In het plan is een groene bufferzone van 30 meter aangehouden waardoor voldoende afstand van de glastuinbouwbedrijven wordt aangehouden. Door middel van een onderzoek bedrijven en milieuzonering zal aangetoond moeten worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering verder geen belemmering oplevert voor de uitvoering van dit plan. 3.3.3
Conclusie
Er zal bij het ontwerp bestemmingsplan een onderzoek naar bedrijven en milieuzonering uitgevoerd worden. Hieruit zal moeten blijken dat het aspect geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.
3.4
Geluid
3.4.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.4.2
Onderzoek
Op grond van de Wet geluidhinder dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van wegen. Voor de Hyacinthstraat, Anjerstraat, Lugtigheidstraat en de Tulpstraat aan is een 30 kilometerzone vastgesteld. In artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder staat dat er langs 30 kilometer wegen geen geluidzone geldt. De Maasdijk is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur is toegestaan. Voor deze weg is op grond van de Wet geluidhinder een zone van 250 meter van toepassing. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 70 meter. Er zal bij het ontwerp bestemmingsplan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd worden. Hieruit zal moeten blijken dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan. Het plangebied ligt tevens binnen de geluidadstand van het industriegebied Europoort/Maasvlakte. Uit een onderzoek naar industrielawaai zal moeten blijken of dit belemmeringen oplevert voor de beoogde woningbouw. 3.4.3
Conclusie
Er zal bij het ontwerp bestemmingsplan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai uitgevoerd worden. Hieruit zal moeten blijken dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.
3.5
Luchtkwaliteit
3.5.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit
25
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irP
2010 t/m 2014 vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP 40 ìg/irP
24-uurgemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * * *
« *
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: *
een project heeft een effect van minder dan 10Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.5.2
Onderzoek
Het woningbouwplan Uitbreiding Heenweg moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). De voorwaarde is, dat die woningbouwlocatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3000 woningen omvat. Gezien de aard en de omvang van het onderhavige bouwplan (maximaal 72 woningen met een wijkontsluitingsweg) is dus uitgesloten dat het bouwplan leidt tot een in betekenende mate bijdragen aan de concentraties fijnstof en NO2.
26
3.5.3
Conclusie
De luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het woningbouwplan Uitbreiding Heenweg.
3.6
Externe veiligheid
3.6.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.