17) Getekend voorstel en besluit Verordening riool en water
Tekst van het document
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
| ONDERWERP Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2024. AANLEIDING
Inleiding/aanleiding De Wet gemeentelijke watertaken regelt onder meer de 'verbrede' rioolheffing. Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplichten te bekostigen heeft de gemeente de verbrede rioolheffing ingevoerd. De verbrede rioolheffing is gebaseerd op artikel 228a van de Gemeentewet. Het karakter van de rioolheffing is een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Sinds 2022 vervangt De Verordening Riool- en Waterzorgheffing de oude Verordening Rioolheffing. De huidige naam 'Rioolheffing' dekt niet meer de lading. Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. ledereen heeft daar profijt van. De opbrengst van de riool- en waterzorgheffing mag alleen worden benut voor de dekking van de kosten die verband houden met de aanleg, instandhouding en onderhoud van het gemeentelijke rioolstelsel alsmede het treffen van maatregelen betreffende afvalwater, hemelwater en grondwater. -
Bij de vaststelling van de gebruikerstarieven van percelen die in hoofdzaak tot woning dienen wordt rekening gehouden met de differentiatie 6én-, twee- en meerpersoonshuishoudens. Indien er geen feitelijk gebruiker is aan te wijzen, is het (laagste) tarief van een eenpersoonshuishouden van toepassing. Daarnaast is er ook een tarief voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, zoals bedrijven en instellingen.
-
De eigenarentarieven worden gebaseerd op de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Onderscheid is gemaakt tussen een tarief voor woningen en een tarief voor niet-woningen. De eigenarentarieven worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Het maximum aanslagbedrag bedraagt € 25.000 per perceel. DOELSTELLING
De doelstellingen zijn: -
het voeren van een kostendekkend beleid ten aanzien van de rioolheffing. Hierbij mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. En eventuele tekorten, opbrengsten uit de rioolheffing en gespaarde gelden als gevolg van uitgestelde werkzaamheden worden ondergebracht in de voorziening artikel 44 lid:2 BBV riolering.
-
de geraamde opbrengst te realiseren door de tarieven rioolheffing met 4,2% te verhogen en een compensatie te bieden voor de waardeontwikkeling voor de tarieven rioolheffing eigenaren.
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
| ARGUMENTATIE
1.1 Om de meeropbrengst riool- en waterzorgheffing 2024 van 4,2% ten opzichte van 2023 te realiseren, worden de tarieven verhoogd, behoudens een aanpassing als gevolg van de waardeontwikkeling. Op basis van de door de gemeente uitgevoerde marktanalyse wordt voor de woningen uitgegaan van een stijging van 7%. Voor de niet-woningen wordt uitgegaan van een stijging van 2%. De waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2024 wordt bepaald naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Om de gemiddelde waardestijging niet van invloed te laten zijn op de opbrengst van de riool- en waterzorgheffing (eigenaren woningen), wordt voorgesteld het tarief van de rioolen waterzorgheffing eigenaren woningen met (ongeveer) hetzelfde percentage te verlagen. De tarieven voor het gebruikersdeel zijn deelbaar door 12, in verband met de heffing per maand. Gemiddelde waardeontwikkeling WOZ-waarde
‘a
Woningen
7%
Niet-woningen
2%
tarief riool- en
Tarieven exclusief waardeontwikkeli Waardeontwikkeling
woni
n
0,0175 :
7,00%
betekent een correctie van het tarief met:
-6,54%
Waardeontwikkeling niet-woni O betekent een correctie van het tarief met:
2,00% -1,96%
Tarieven inclusief waardeontwikkelin V
ing
tarief conform
Nieuw tarief 2024 niet Nieuw tarief 2024
2024
afgerond
4,20%
-0,00114
-0,00085 0,01636
0,04245
0,00069
0,00178
0,01704 0,0170
0,04423 0,0442
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
kostenoverzicht Riool- en waterzorgheffing:
Riool- en waterzorgheffing
Begroting 2024 Baten
Lasten
7.2 Kosten taakveld Riolering incl. (omslag)rente
10.931.500
7.2 Dotatie voorziening Toekomstige vervanging riolering
3.150.000
(artikel 44 lid 1) 2.1 Verkeer en vervoer
347.500
2.4 Economische havens en waterwegen
1.227.400
Netto kosten taakveld
15.656.400
Toe te rekenen kosten: 0.4 Overhead incl. (omslagrente)
1.558.000
Btw
1.271.000
Opbrengst heffingen: 7.2 Riolering (plus areaaluitbreiding)
17.450.400
6.3 Inkomstenregeling (kwijtschelding)
-218.000
Totaal rioolheffing
17.232.400
18.485.400
Dekkingspercentage voor mutatie voorziening Onttrekking voorziening Egalisatie riolering (artikel 44 lid 2)
93,2% 1.253.000
Dekkingspercentage 2024
100,0%
Dekkingspercentage 2023
100,0%
Toelichting riool- en waterzorgheffing: -
De kosten, die toegerekend worden vanuit taakveld 2.1 Verkeer en vervoer, zijn de kosten van straatreiniging en een gedeelte m.b.t. watertaken, onderdeel duikers. De straatreiniging wordt door de gemeente uitgevoerd met het oog op het functioneren van de riolering, verkeerd aanbieden van afval en de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling over de onderdelen is niet te bepalen. Wij schatten in dat 15% van de kosten van de straatreiniging betrekking heeft op de riolering. De kosten voor de duikers worden voor 100% toegerekend aan de riolering;
-
De kosten, die toegerekend worden vanuit taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen betreffen de kosten van de watertaken. Deze kosten worden voor 70% toegerekend aan de riolering. De overige 30% wordt gezien als kosten voor de vaarroutes;
-
Beheerkader Afvalwater, hemelwater en grondwater 2018-2022: in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) plannen we de uitvoeringsmaatregelen als renovaties en vervangingsinvesteringen van het gehele rioleringsstelsel. Daarnaast is er aandacht voor de gezamenlijke en integrale inzet van exploitatiegelden voor het onderhoud van het gehele (afval-) watersysteem. De gemeente Westland investeert met aanzienlijke bedragen in beheer en onderhoud, vervanging, systeemoptimalisatie en het op orde houden van het watersysteem en het rioolstelsel. De kosten worden hoofdzakelijk gefinancierd uit de rioolheffing. De tariefstructuur rioolheffing bestaat uit een eigenarenheffing en gebruikersheffing. Deze tariefstructuur blijft gehandhaafd.
-
Eris gewerkt aan het opstellen van een Water- en Rioleringsplan 2023-2027 (WRP). Dit zal na vaststelling door de raad het Beheerkader Afvalwater, hemelwater en grondwater vervangen. Dit zal gevolgen hebben voor het takenpakket dat onder de verbrede rioolheffing valt;
-
Voorziening Toekomstige vervanging riolering (artikel 44 lid 1d BBV): in het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL als last genomen in de exploitatie en toegevoegd aan de voorziening. De voorziening toekomstige rioolvervangingsinvesteringen bedraagt op 1 januari 2024 € 6,2 miljoen. In 2024 bedraagt de storting € 3,1 miljoen en er zal niet geinvesteerd worden; -
Voorziening Egalisatie riolering (artikel 44 lid 2): opbrengsten uit de rioolheffing en gespaarde gelden als gevolg van uitgestelde werkzaamheden moeten uitsluitend én blijvend voor het rioleringsdoel worden bestemd en worden ondergebracht in een voorziening. Eventuele tekorten worden onttrokken aan de voorziening Toekomstige vervanging riolering (artikel 44 lid 1). Deze voorziening bedraagt op 1 januari 2024 € 12,5 miljoen. De raad heeft vastgesteld dat de toegerekende kosten voor de watertaken gecompenseerd worden door een dotatie aan de voorziening Egalisatie riolering (artikel 44 lid 2) (vanuit de algemene middelen). De kosten voor de watertaken (incl. overhead en btw) bedragen in 2024 € 1,7 miljoen.
In het Beheerkader Afvalwater, Hemelwater en grondwater is opgenomen dat voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven jaarlijks een tariefstijging wordt voorgesteld van 4%. Voorgesteld wordt om de tarieven in 2024 te verhogen met de inflatiecorrectie van 4,2% Controleerbare toedeling Omdat de belasting zowel van de eigenaren als de gebruikers wordt geheven moet op controleerbare wijze worden vastgelegd welke uitgaven in welke mate door het eigenarendeel, en in welke mate door het gebruikersdeel, worden gedekt. Deze eis van de Hoge Raad lijkt met name te moeten waarborgen dat dezelfde kosten niet twee keer in rekening worden gebracht. De opbrengst van eigenaren van woningen en niet-woningen bedraagt € 6,43 min. De opbrengst van gebruikers van woningen en niet-woningen bedraagt € 10,8 min. Hierop is de kwijtschelding reeds in mindering gebracht. Hieruit blijkt dat 34,8% van de kosten wordt toegerekend aan de eigenaren en 58,4% aan de gebruikers. Het restant van de kosten (6,8%) wordt onttrokken aan (gedekt vanuit) de “Voorziening riolering”. 2.1.
Tekorten kunnen worden onttrokken aan de Voorziening riolering.
De kosten en opbrengsten in de gemeentelijke begroting worden tegen gelijkblijvend prijspeil geraamd. Dat wil zeggen dat de inflatiecorrectie vanaf 2024 niet in de hierna weergegeven cijfers is meegenomen.
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL Samenvattend zien de opbrengsten van de rioolheffing en de kosten van de riolering er in meerjarenperspectief als volgt uit:
Rioolheffing (bedragen in €)
2024
2025
2026
2027
Eigenaren niet-woningen
2.774.600
2.824.600
2.874.600
2.924.600
Gebruikers niet woningen
1.472.000
1.522.000
1.572.000
1.622.000
Eigenaren woningen Gebruikers woningen
3.658.900 9.544.900
3.683.900 9.644.900
3.708.900 9.744.900
3.733.900 9.844.900
Opbrengst rioolheffing
17.450.400
17.675.400
17.900.400
18.125.400
-218.000
-218.000
-218.000
-218.000
17.232.400
17.457.400
17.682.400
17.907.400
Taakveld 7.2 Riolering
10.931.500
11.131.700
10.871.100
10.708.600
Dotatie voorziening Toekomstige
3.150.000
3.150.000
3.375.000
3.375.000
Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer
347.500
347.500
347.500
347.500
Taakveld 2.4 Economische havens
1.227.400
1.222.800
1.218.100
1.213.500
Overhead
1.558.000
1.558.000
1.558.000
1.558.000
Btw
1.271.000
1.643.400
1.629.000
1.615.200
Totaal kosten
18.485.400
19.053.400
18.998.700
18.817.800
1.253.000
1.596.000
1.316.300
910.400
Opbrengst
Kwijtschelding Opbrengst na kwijtschelding Kosten
vervanging riolering (artikel 44 lid)
en waterwegen
Sado onttrekking voorziening Egalisatie riolering (artikel 44 lid 2)
2.1 De geraamde opbrengst van de riool en waterzorgheffing stijgt als gevolg van de voorgestelde tariefsverhoging. Bij de (meerjaren)begroting was nog geen rekening gehouden met de verwachte structurele meeropbrengst van € 703.000.
RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
1. In de berekening van de tarieven is uitgegaan van de stand van de herwaardering van 27 oktober 2023. De bovengenoemde percentages met betrekking tot de waardedaling zijn vastgesteld op basis van de huidige stand van de herwaardering, modelwaarden en uitgevoerde marktanalyse. We streven er naar eind januari 2024 de herwaardering af te ronden en met dagtekening 23 februari 2024 meer dan 95% van de WOZ-beschikkingen te verzenden.
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
2. Het vaststellen van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen in een vroegtijdig stadium, kan een financieel risico inhouden. De opbrengst is conform de begroting 2024. Bij de voorgestelde tariefstelling is rekening gehouden met de effecten van de jaarlijkse herwaardering in Westland. Het vaststellen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2024 védérdat de WOZ-herwaardering volledig is afgerond, kan een financieel risico inhouden. Blijkt immers dat de gemiddelde OZB-waarde lager is dan nu wordt geprognotiseerd, dan worden de tarieven onroerendezaakbelastingen 2024 op een te laag niveau vastgesteld. De in de gemeentebegroting voor 2024 opgenomen opbrengst onroerendezaakbelastingen zal dan niet worden gehaald. Het tarief mag achteraf niet naar boven worden bijgesteld. 3. De stijging van de woonlasten in 2024 bedraagt 4,1%. De stijging van de woonlasten bedraagt 4,1%. Dit geldt voor eigenaren/gebruikers van woningen in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een (gemiddelde) waardestijging van 7%. De woonlasten voor gebruikers van woningen (huurders) stijgen met ca. 4,2%. In 2019 is de macronorm voor de laatste keer toegepast. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZB in Nederland. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat de macronorm verdwijnt.
Daarvoor in de plaats komt een benchmark, waarin de OZB, de riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Het resultaat van de benchmark komt
in de COELO-atlas die in maart 2024 uitkomt. [ FINANCIEN Zoals aangegeven is de verhoging van 4,2% nog niet doorgevoerd in de door u vastgestelde begroting 2024. Deze correctie wordt middels een begrotingswijziging aan uw raad op 13 december 2023 voorgelegd. COMMUNICATIEPARAGRAAF
Bekendmaking in elektronisch gemeenteblad en op internet. EXTERN OVERLEG
Niet van toepassing VERVOLGTRAJECT
Raadscommissie Bestuur en Economie en gemeenteraad.
Burgemeester en wethouders wan Westland, \
de secretaris,
\
de burgemeester,
LH
.N. Weer
B.R. Arends
wee
GEMEENTE
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 november 2023; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet, gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de commissie Bestuur en Economie van 30 november 2023;
besluit: vast te stellen de volgende:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOL- EN WATERZORGHEFFING WESTLAND 2024.
Artikel 1.
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en
b.
de inzameling van afviloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 2. 1.
Belastbaar feit en belastingplicht
De belasting wordt geheven van: a. de persoon die bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en b. de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel.
2.
Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt de persoon die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze
persoon op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.
Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
GEMEENTE
RAADSBESLUIT b. gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 3
Voorwerp van de belasting
1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
2.
Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk II] van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van
een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4. 1.
Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaat uit: a. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; b. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; c. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen.
2.
In afwijking van artikel 2, eerste lid onder b, wordt geen rioolheffing gebruikersdeel geheven voor onroerende zaken met een WOZ-waarde tot € 50.000.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
1.
De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt geheven naar de waarde
2.
Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de
in het economische verkeer van het perceel. voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt. 3.
Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT 4.
In afwijking van de voorgaande leden wordt de belasting geheven naar een vast bedrag als de waarde van het perceel geheel buiten aanmerking is gelaten op grond van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken.
5.
De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal personen dat van het perceel gebruik maakt.
Artikel 6 1.
Belastingtarieven
Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
2.
Het tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient
0,0170%;
b. een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient 0,0442%; met dien verstande dat per perceel niet meer dan € 25.000,00 wordt geheven. 3.
Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, vierde lid, bedraagt € 228,24.
4.
De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient:
5.
€ 180,12.
De belasting als bedoeld in het vierde lid, bedraagt, indien het perceel op 1 januari of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, a. wordt gebruikt door één persoon
6.
b. wordt gebruikt door twee personen
€ 203,40 ;
c. wordt gebruikt door drie personen of meer
€ 226,80.
De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient
7.
€ 180,12 ;
€ 233,64.
Voor de toepassing van het vijfde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. Indien in de loop van het belastingjaar enige wijziging optreedt in de samenstelling van het in lid 5 bedoelde aantal personen, wordt bij de berekening van de belasting hiermee geen rekening gehouden op de wijze als bedoeld in artikel 9.
8.
Voor de vaststelling van de gebruikssituatie ten aanzien van een particulier huishouden is beslissend wat ter zake in de Basisregistratie Personen (BRP) is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT
Artikel 9
1.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing. Bij de aanvang van de belastingplicht voor het gebruikersdeel op de eerste van een kalendermaand is over die maand de volle belasting verschuldigd. Bij aanvang op een later tijdstip wordt over de lopende kalendermaand geen belasting geheven. Bij beéindiging van de belastingplicht voor het gebruikersdeel na de eerste van een kalendermaand is over die maand de volle belasting verschuldigd.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien een belastingplichtige natuurlijke persoon een perceel in gebruik heeft dat in hoofdzaak tot woning dient, binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel dat in hoofdzaak tot woning dient, in gebruik neemt.
Artikel 10 4
Termijnen en wijze van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn 6én maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op é6én aanslagpbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, € 100,00 of meer bedraagt, maar minder of gelijk is aan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in het derde lid van dit artikel, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens 6én maand later op de laatste werkdag van die maand. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT Artikel 11
Kwijtschelding
Bij de invordering van de rioolheffing zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt geen kwijtschelding verleend bij een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient. Artikel 12
Overgangsrecht
De ‘Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2023’, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 1
Inwerkingtreding en citeertitel
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland
2024’. Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 13 december 2023,
de griffier,
de voorzitter,
P. van Oosten
B.R. Arends
———