16) Getekend voorstel en besluit Verordening OZB
Tekst van het document
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
| ONDERWERP
Bl
Verordening Onroerendezaakbelastingen 2024. AANLEIDING
De gemeente heeft op grond van artikel 220 van de Gemeentewet de bevoegdheid om onroerendezaakbelastingen (hierna OZB) te heffen. De WOZ-waarde is de heffingsgrondslag voor de OZB. Om de heffing en invordering van de OZB in 2024 op basis van nieuwe tarieven mogelijk te maken dient de Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland 2024 in 2023 te worden vastgesteld én gepubliceerd.
In de Begroting 2024 stelden wij een verhoging voor van de woonlasten met de inflatiecorrectie voor de OZB-tarieven, de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing 2024.
De inflatiecorrectie bedraagt 4,2%. Door de afronding naar beneden op hele euro’s, bedraagt de Sstijging van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een eigen woning met een
gemiddelde WOZ-waarde 4,1%. DoELSTELLING
=|
De voorgestelde OZB-tarieven (in de vorm van een percentage van de heffingsmaatstaf) hebben tot doel de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de begroting voor 2024 te realiseren. De
gemiddelde waardeontwikkeling wordt gecompenseerd in de tarieven zodat de gemiddelde
waardeontwikkeling geen gevolgen heeft voor de hoogte van de aanslagen
onroerendezaakbelastingen en het eigenarendeel van de riool- en waterzorgheffing.
ARGUMENTATIE 1. De huidige tarieven OZB wijzigen als gevolg van de waardeontwikkelingen en de gewenste meeropbrengst.
Op basis van de door de gemeente uitgevoerde marktanalyse wordt voor de woningen uitgegaan van een stijging van 7%. Voor de niet-woningen wordt uitgegaan van een stijging van 2%. Berekening nieuwe tarieven Als gevolg van de gemiddelde waardestijgingen (woningen) kan het tarief voor woningen dalen. Met deze aanpassing wordt beoogd de waardeontwikkelingen te neutraliseren. Onderstaande berekening wijst uit dat een verlaging van het tarief met hetzelfde percentage als de stijging van
de waarde, niet leidt tot dezelfde opbrengst.
In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een waardestijging van 7%.
Waarde 100 xX 107 xX
Tarief 10 9,3
Opbrengst 1.000 995,1
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
Om dezelfde opbrengst te realiseren dient de volgende berekeningsmethode te worden gehanteerd: Oude tarief (10)
X 100
= (9,3458) nieuwe tarief.
100+7 : Onroerendezaakbelastingen 2024
vf
Tarief woningen
eigendom
Tarieven exclusief waardeontwikkeling
0,0767
Waardeontwikkeling woningen (WOZ): betekent een correctie van het tarief met: Waardeontwikkeling niet-woningen (WOZ)
7,00% -6,54% 2,00%
betekent een correctie van het tarief met:
-1,96%
Tarieven inclusief waardeontwikkeling Aanpassing tarief conform begroting 2024
Verhoging tarief conform begroting 2024 Nieuw tarief 2024 niet afgerond
4,20%
2
eigendom
gebruik
0,2495
0,1879
-0,004892 0,244608
-0,003684 0,184216
0,07469
0,01027 0,25488
0,00774 0,19195
0,0747
0,2549
0,1920
-0,00502
0,07168 0,003011
4,20%
Nieuw tarief 2024 afgerond
Tarief niet-woningen
De stijging van de woonlasten in 2024 bedraagt 4,1%.
De stijging van de woonlasten bedraagt 4,1%. Dit geldt voor eigenaren/gebruikers van woningen in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een (gemiddelde) waardestijging van 7%. De woonlasten voor gebruikers van woningen (huurders) stijgen met ca. 4,2%. In 2019 is de macronorm voor de laatste keer toegepast. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZB in Nederland. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat de macronorm verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een benchmark, waarin de OZB, de riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Het resultaat van de benchmark komt
in de COELO-atlas die in maart 2024 uitkomt. De gevolgen voor de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing) van de tariefsverhogingen in beeld gebracht. Uitgangspunt is een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in 2023 van € 429.000. Omdat de
gemiddelde WOZ-waarde voor 2024 nog niet bekend is, wordt uitgegaan van de waarde uit 2023. Voor het aanslagbedrag maakt dat niets uit, omdat de waardeontwikkeling wordt gecompenseerd in het tarief van de OZB en riool- en waterzorgheffing eigendom.
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL
waarde woning
€ 429.000
aanslagbedrag aanslagbedrag| 2023
2024
Stijgingin%
stijging in €
eigenaren en gebruikers eenpersoonshuishouden tweepersoonshuishouden |
€ €
853,12 911,08
€ €
887,99 948,47
4,09%| 4,10%|
€ €
34,87 37,39
meerpersoonshuishouden
€
970,00
€
1.009,79
4,10%|
€
39,79
eenpersoonshuishouden
€
449,04
€
476,76
4,17%|
€
27,72
tweepersoonshuishouden meerpersoonshuishouden
€ €
507,00 565,92
€ €
528,24 589,56
4,19%| 4,18%|
€ €
21,24 23,64
eigenaren
€
404,08
€
420,23
4,00%|
€
16,15
gebruikers
Gevolgen voor de aanslag gemeentelijke belastingen (OZB en rioolheffing) niet-woningen.
Waarde pand
aanslagbedrag 2023
eigenaar en gebruiker € 250.000 € € 500.000 € € 1.000.000 € €10.000.000} € € 25.000.000| €
aanslagbedrag 2024
Stijging in %
stijging in €
1.42453 2.626,78 5.031,28 4829428 120.399,28
€ € € € €
1.483,44 2.736 ,23 5.240,83 50.321,50 125.454,29
4,14% 4,17%| 4,16%| 4,20%| 4,20%
€ € € € €
58,91 109,45 209,55 2.027,22 5.055,01
gebruiker
€ 250.000} € 500.000} € 1.000.000 €10.000.000} €25.000.000}
€ € € € €
693,28 1.163,28 2.103,28 19.014,28 47.199,28
€ € € € €
721,64 1.211,64 2.190,64 19.812,64 49.180,64
4,09% 4,16% 4,15%| 4,20% 4,20%
€ € € € €
28,36 48,36 87,36 798,36 1.981,36
€ 250.000} € 500.000} € 1.000.000 €10.000.000} €25.000.000|
€ € € € €
731,25 1.463,50 2.928,00 29.280,00 73.200,00
€ € € € €
761,80 1.524,59 3.050,19 30.508,86 76.273,65
4,18%| € 4,17% € 4,17%| € 4,20%| € 4,20%| €
30,55 61,09 122,19 1.228,86 3.073.65
eigenaar
RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
1. In de berekening van de tarieven is uitgegaan van de stand van de herwaardering van 27 oktober 2023. De bovengenoemde percentages met betrekking tot de waardedaling zijn vastgesteld op basis van de huidige stand van de herwaardering, modelwaarden en uitgevoerde marktanalyse. We streven er naar eind januari 2024 de herwaardering af te ronden en met dagtekening 23 februari 2024 meer dan 95% van de WOZ-beschikkingen te verzenden.
GEMEENTE
RAADSVOORSTEL 2. Het vaststellen van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen in een vroegtijdig stadium,
kan een financieel risico inhouden. De opbrengst is conform de begroting 2024. Bij de voorgestelde tariefstelling is rekening gehouden met de effecten van de jaarlijkse herwaardering in Westland. Het vaststellen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2024 vdérdat de WOZ-herwaardering volledig is afgerond,
kan een financieel risico inhouden. Blijkt immers dat de gemiddelde OZB-waarde lager is dan nu wordt geprognotiseerd, dan worden de tarieven onroerendezaakbelastingen 2024 op een te laag niveau vastgesteld. De in de gemeentebegroting voor 2023 opgenomen opbrengst onroerendezaakbelastingen zal dan niet worden gehaald. Het tarief mag achteraf niet naar boven worden bijgesteld. FINANCIEN
Conform (meerjaren)begroting 2024. COMMUNICATIEPARAGRAAF
Bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad en via internet. EXTERN OVERLEG
Uitsluitend intern. VERVOLGTRAJECT
Publicatie.
Burgemeester en wethouders van Westland,
de secretaris,
de burgemeester, Za N
go
GEMEENTE
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2023, gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de raadscommissie Bestuur en Economie van 30 november 2023;
besluit: vast te stellen de:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN ONROERENDEZAAKBELASTINGEN 2024. Artikel 1 1.
belastbaar feit en belastingplicht.
Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a.
een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
b
een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
2.
Bij de gebruikersbelasting wordt: a.
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;
b.
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
3
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT Artikel 2
Voorwerp van de belasting
Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3
Maatstaf van heffing
De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4
Vrijstellingen
In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a.
voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geéxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
b.
glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;
c.
onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
d.
één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;
GEMEENTE
RAADSBESLUIT e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
f.
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
g.
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
h.
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
i.
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;
j.
onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;
k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;
|.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
m.
begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.
De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de eigenarenbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van zonnepanelen en of zonnecollectoren op of bij de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT Artikel 5 1.
Belastingtarieven
Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
2.
a.
de gebruikersbelasting
b.
bij de eigenarenbelasting:
0,1920 %;
1.
voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
0,0747 %;
2.
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
0,2549 %.
Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro’s.
Artikel 6
Wijze van heffing
De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede é€én maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, € 100,00 of meer bedraagt, maar minder of gelijk is aan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in het derde lid van dit artikel, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens 6én maand later op de laatste werkdag van die maand. 3. Indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder bedraagt dan € 100,00 gelden er twee maandelijkse incassotermijnen. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8
Kwijtschelding
Bij de invordering van de onroerendezaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
GEMEENTE
RAADSBESLUIT Artikel 9 1.
Inwerkingtreding en citeertitel
De ‘Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde datum van inwerkingtreding van de verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
4.
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland
2024’. Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 13 december 2023.
de griffier,
P. van Oosten
B.R. Arends